Steentjes

Een bijzondere beleving had ik gisteren. Soms zijn er van die dingen in het leven die je alsmaar voor je uit schuift, weet je wel.‘Het hoeft nog niet,’ zeg je dan tegen jezelf. Of: ‘ja, ik weet wel dat het een keer zal moeten gebeuren, maar ik heb er eigenlijk weinig last van.’ Ongetwijfeld kennen de meeste mensen in hun leven wel dingen die ze naar eigen inzicht “verantwoord” uitstellen.

Een paar maanden geleden, bij een zogenaamde pet-scan was behalve de gezochte informatie ook nog – zoals ik het nu maar noem – bijvangst naar boven gekomen, namelijk een aneurysma in de buik (daar moet je echt redelijk vlug mee naar de dokter, wat ik ook heb gedaan) en een niersteen van bijna twee centimeter groot en dat is echt een hele flinke.

Meer dan dertig jaar geleden hadden we voor een weekje een motorscheepje gehuurd. Het was een oud scheepje en gelukkig niet zo duur, want veel geld hadden we niet, maar we wilden toch een weekje varen met de kinderen. Bij het varen waren er nogal wat trillingen. Wij dachten dat het zo hoorde en blijkbaar hinderde het ook niet want de motor deed het altijd. Toen we echter na die week weer in ons eigen bed lagen had ik een knagende pijn in mijn rug. Het was niet een pijn waaraan je iets kon veranderen door een andere houding aan te nemen. ‘Een niersteen,’ dacht ik. Ik sliep die nacht weinig en de volgende ochtend bezocht ik de weekendarts, een vriendelijke dame die mij vroeg wat ze voor me kon doen. Ik zei: ‘ik denk dat ik een niersteenaanval heb. ‘ Nou, dat zou best kunnen,’ zei de dokter, nadat ze mij met de zijkant van haar hand een zacht maar niettemin pijnlijk tikje in mijn lende had gegeven. ‘Ik zal u een injectie geven en als u gelijk hebt is de pijn al verdwenen als de naald nog in uw arm zit.’Het wonder geschiedde met die injectie – Buscopan Compositum naar ik later hoorde – verdween de krampende pijn als sneeuw voor de zon.

Ik dacht  ‘ach, dat niersteentje zal ik nu wel kwijt zijn.’ Dat is toch vrij normaal om te denken. De pijn was weg, bleef jaren weg totdat ik een keer twee dagen achter elkaar iets at wat ik lekker vond en nog altijd vind. De eerste dag aten we asperges en de dag daarop was broccoli de groente. In de daarop volgende nacht had ik een niersteenaanval. Mijn huisarts kon mij de volgende dag niet die injectie geven waar ik om vroeg, Buscopan. Hij zei: ‘dat mogen wij niet meer gebruiken.’ Later hoorde ik dat alleen de ziekenhuizen het nog kunnen gebruiken. Er zullen vast veiligheidseisen aan ten grondslag gelegen hebben of – wat misschien meer voor de hand ligt – de prijs.

Hoe ik eraan kwam? Dat begreep ik ook later en omdat het iedereen kan overkomen die heel veel van een bepaald soort medicijnen in zijn leven heeft moeten gebruiken schrijf ik er hier over.

Ik heb het nu over antibiotica, althans de antibiotica van de oude generatie. Vanaf negentienzesenveertig heb ik heel vaak de eerste penicilline als injectie gekregen. Toen die eerste penicilline niet meer werkte werden er op basis van die stof nieuwe middelen gemaakt. Een ervan zal iedereen weleens gehoord hebben, Clamoxil. Scheikundig waren het allemaal middelen die gemaakt waren op basis van oxaalzuur. Al die middelen waren bedoeld om gevaarlijke bacteriën te doden en dat deden ze vaak ook. Maar bij overvloedig gebruik kon in ons lichaam het calciumzout van dat oxaalzuur ontstaan, calciumoxalaat. Deze stof kan in de nieren neerslaan en tamelijk harde stenen vormen. Gelukkig bij mij maar in één nier. En nu zul je misschien denken wat hebben die asperges en die broccoli er nu mee te maken, maar in die groenten zit relatief veel oxaalzuur, vandaar. Vanaf mijn zesde jaar tot nu, bijna tachtig, ben ik dus met dat stuk oxalaat in mijn lijf blijven lopen omdat ik het niet wist.

Gisteren ben ik voor de eerste keer in mijn leven behandeld met de niersteen vergruizer, want die grote steen zit waarschijnlijk aardig vast en met een operatieve verwijdering wacht ik liever even tot het moment dat vergruizen niet lukt. Misschien toch even een goede raad: als je last van nierstenen hebt zoek dan even op het internet naar een lijst van voedingsmiddelen waarin veel oxaalzuur voorkomt. Het is niet zo dat je dan bijvoorbeeld nooit postelein (zit veel oxaalzuur in) mag eten, maar niet drie dagen achter elkaar, begrijp je.

Dan tenslotte voor de nieuwsgierigen of misschien ook wel voor sommigen die wat angstig naar dit soort onderwerpen kijken, de behandeling met de niersteenvergruizer is niet pijnlijk. Ik voelde een half uur lang tikjes tegen mijn zij, ongeveer waar de nier zit natuurlijk. Gelukkig had ik een mp3 spelertje met muziek meegenomen, want een half uur lang meetellen met drieduizend tikjes vind ik behoorlijk saai. Over een week of twee ga ik maar weer een scan laten maken om te zien of het al een beetje opschiet met de sloop van die kei.

Ik hoop het maar, want dat gedoe met mijn lijf vreet tijd.

Filo Sofietje

Een meisje dat hevig nadenkt over vele levensvragen, maar meer in het bijzonder over wat wijsheid is. Vandaag neem ik voor korte tijd haar rolletje – want meer is het natuurlijk niet – over. Het nieuws is weer vol van voor en tegenstanders van het al dan niet landelijk regelen of je wel of niet baas over je eigen leven bent. Die vraag blijkt verbazend veel discussie op te roepen, voornamelijk tussen religieuze – en niet religieuze mensen. Ik zeg opzettelijk voornamelijk, want tussen de niet religieuzen zitten toch onverwacht veel hardliners die vinden dat dit een vraagstuk is waarin de overheid – of in elk geval gecertificeerde vertegenwoordigers daarvan het laatste woord in deze moeten hebben. Hoe komt dat nou toch? Waarom willen andere mensen dan jijzelf beslissen over het moment dat jij ophoudt met leven. Misschien nog wel een belangrijkere vraag zou kunnen zijn of dat goed is of niet.

Laat ik voor het gemak beginnen met de gelovige mensen. Daarmee bedoel ik natuurlijk de mensen die tot de christelijke geloofsrichtingen behoren. Van al die andere richtingen weet ik te weinig om me daarover een oordeel aan te matigen.

Wie het nieuws volgt heeft kunnen merken dat in de politiek, met name in de opvattingen die we horen van de parlementariërs in de tweede kamer, dat de leden van de CDA fractie, van de Christen Unie en van de SGP faliekant tegen het idee zijn dat een mens – wie dan ook – beslist over zijn eigen levenseinde. Alle mensen die het gedachtegoed van deze partijen aanhangen zijn van mening dat de mens niet zichzelf, maar God toebehoort.

Voor een goed begrip moeten we wel beseffen dat dit vaak heel sterke geloof in een hoger wezen van kinds af aan is meegegeven aan deze mensen. Uit ervaring kan ik vertellen dat het heel erg moeilijk is om dat wat je van kinds af aan geleerd is door meestal ook nog de mensen van wie je houdt en voor wie je respect hebt los te laten. Tot de overtuiging komen dat het allemaal niet waar is, dat godsdienst een menselijk verzinsel is met doorgaans niet eens zulke nobele bedoelingen als we bedoeld zijn te geloven, is buitengewoon moeilijk. Het is niet alleen moeilijk omdat je binnen je eigen denken en voelen een gigantische omwenteling moet maken, maar ook omdat je met een dergelijke draai jezelf sociaal isoleert van alles en iedereen die veiligheid en vertrouwdheid voor je betekenen.

Goed, houd dit even vast: kom je uit die gelovige hoek dan is jouw leven ondergeschikt aan de voor jou volstrekt onbekende wil van een hogere macht, God. Je hebt geleerd dat jouw leven een geschenk van God is en dat het daarmee niet aan jou is om je schepper te beledigen door zelf te beslissen dat je leven moet eindigen. In religieuze kringen wordt het godsbegrip ook wel eens verklaard met de overigens kritiekloze aanname dat God onze goede herder is en wij zijn schapen die door hem liefdevol worden geleid.

Mocht je desondanks en behorend tot een dezer gemeenschappen, vragen hebben over de ongelooflijke rotzooi op deze wereld die de schepper kennelijk oogluikend toestaat, dan zul je in je vertwijfeling telkens het zelfde antwoord van geestelijke leiders krijgen, namelijk dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn en voor ons als nietig mens daarom niet te begrijpen. Accepteer! Daar komt het op neer. Persoonlijk zie ik dat anders, maar laat me nu vooral duidelijk zijn: als je gelukkig bent met deze opvatting van het leven en de plaats die je daarin hebt, pas dat dan vooral toe in je eigen leven. Jij vindt dat jouw hele werkelijkheid in Gods hand ligt, prima. Wat je echter niet zou moeten willen is beslissen dat andere mensen volgens jouw overtuigingen moeten leven. Elk mens is uniek en daarom is ook de werkelijkheid van elk mens uniek. Jij verlangt begrip en respect voor jou levensopvatting, voor jouw geloof. Maar je moet wel begrijpen dat je dat alleen kunt verlangen als je bereid bent precies dat zelfde begrip en respect op te brengen voor iemand die diametraal anders in het leven staat. Als je dat begrip en respect niet kunt opbrengen heb je eigenlijk geen recht van spreken, omdat je dan kennelijk van mening bent dat jouw levensopvatting deugt en die van de ander niet. Met andere woorden, je verheft je boven een medemens met de opvatting “ik deug en jij niet”. Weet je, van dergelijke opvattingen wordt onze werkelijkheid al een paar duizend jaar absoluut niet beter. Kort samengevat: Geloof wat je wilt en gun elk ander dat zelfde recht.

In de aanhef van dit stukje schreef ik ook al dat er naast de mensen met religieuze beweegredenen om het recht over het eigen leven niet aan elk individu te laten ook overheidsdienaren en ook anderen zijn die ook van mening zijn dat jouw moment van sterven niet uitsluitend jouw zaak is. Ook hierbij komen we verschillende beweegredenen tegen. Om te beginnen is er de arts die geleerd heeft dat hij alles moet doen om het leven in stand te houden. Om die reden zijn er nog steeds vele artsen die niet bereid zijn euthanasie te plegen op doodzieke patiënten. Lelijker wordt dit echter als we, vaak tandenknarsend moeten vaststellen dat doodzieke mensen gedwongen worden het ellendige en vaak pijnlijke leven voort te zetten omdat er – als je tenminste goed kijkt – veel geld aan wordt verdiend. Schande, of niet?

Tja, en dan hebben we nog de politici die om allerlei uiteenlopende redenen er tegen zijn dat elk mens zelf uitmaakt dat het leven lang genoeg heeft geduurd. Dat zijn de regelneven. Vaak met ogenschijnlijk goede bedoelingen; vinden ze zelf doorgaans ook. Zij handelen meestal vanuit de typische zelfvoldaanheid waarvoor de politieke verantwoordelijkheid hen de ruimte laat. Vaak hebben ze het dan over gevallen waarbij bijvoorbeeld kinderen van een gefortuneerde erflater belang hebben bij diens overlijden.

Welnu, laat ik dit stukje afsluiten met het volgende: Ik heb respect voor de euthanasie dwarsliggers die dat vanuit hun geloofsovertuiging doen, omdat ik weet dat die mensen rotsvast in hun vertrouwen in een hogere macht zitten. Ook heb ik respect voor die artsen die wezenlijk in gewetensnood raken bij de gedachte aan actieve hulp bij sterven. Voor politieke opvattingen anders dan uit het hierboven genoemde heb ik geen respect, omdat die opvattingen voortkomen uit opportunisme.

Bob

Zo noemden we hem allemaal. Tandarts was hij. Toen hij afgestudeerd was kon hij de praktijk van zijn vader overnemen in een kleine provinciestad in de Betuwe. Een doodgoeie jongen zou de volksmond zeggen.

In het stadje waar hij woonde was een groep – ik wil het nog net geen sekte noemen – nou ja, een soort geloofsgemeenschap met een eigen kerkgebouwtje en een bijna hondersprocentige sociale controle. Wat er op neer kwam dat er in elk geval elke zondag in dat kerkje gezeten en geluisterd moest worden naar een voorlezing van… ja, hoe zal ik het zeggen, hij werd ome Karel (niet zijn juiste naam) genoemd en wekelijks moesten de groepsleden luisteren naar een voorlezing van een van zijn uitgeschreven preken. Blijkbaar vond met het ook van cruciaal belang dat er niets gemist werd, want de voorlezingen gingen het jaar rond door en het was zeer ongewenst als je vanwege vakantie op zondag niet verscheen. Vakantie was dus toegestaan van maandag tot en met zaterdag. Bob hield zich er strak aan want de sociale druk was groot.

Toen Bob de praktijk van zijn vader had overgenomen kwam automatisch de assistente mee. Ze was een betrekkelijk onooglijke vrouw met – zoals de uitdrukking luidt – weinig mannenvlees. Ze behoorde echter tot de ‘familie’ zoals de groep onderling werd aangeduid. Enkele lieden die de leiding aan zich hadden getrokken vonden dat Bob maar met haar moest trouwen.Dat deed hij, gehoorzaam als hij was.

Het huwelijk werd een onafzienbare reeks van verdrietige gebeurtenissen. De vrouw bleek diep depressief en er waren meerdere zelfmoordpogingen van het soort dat steeds net niet lukte. Er werd één kind geboren, een dochter. Naar ik later hoorde was de zwangerschap de enige periode in het huwelijk van Bob dat zijn vrouw zich normaal kon gedragen. Na de bevalling sloeg de depressie weer toe. Een ouder echtpaar, behorende tot de ‘familie’ nam de opvoeding en de zorg voor het kind over. Bob zal daar ongetwijfeld flink voor hebben moeten betalen. Tenslotte was hij tandarts en daarmee waarschijnlijk de hoogst opgeleide grootverdiener in de familie.

De vrouw van Bob was heel vaak voor kortere of langere perioden opgenomen voor psychiatrische zorg, maar ze was ongeneeslijk. Tenslotte werd ze blijvend opgenomen.

Toen had ik – en met mij nog enkele goede vrienden die niet meer tot de familie behoorden – het idee dat Bob nu zijn vrijheid zou pakken. En zo leek het ook. Hij kreeg weer contact met zijn enige jeugdliefde en het duurde niet lang of ze trok bij hem in. De praktijkruimte was inmiddels vrij gekomen want Bob had de praktijk ondergebracht in een commerciële groepspraktijk, waar hij door de eigenaar ongelooflijk belazerd werd, maar dat is een ander verhaal.

De jeugdliefde kwam en bracht haar zoon mee die de mooie vrijgekomen ruimte als kamer kreeg. Jammer was dat de jongen een tamelijk fervente en onbenaderbare drugsgebruiker was. Het sprookje tussen Bob en zijn jeugdliefde was al snel uit.

Helaas ben ik deze oude vriend uit het oog verloren. We hadden een enkele keer nog wel een telefonisch contact en ik begreep dat er toch wel weer een andere mevrouw belangstelling had voor deze tandarts die alleen nog wat mondzorg in bejaardenhuizen deed.

Zojuist kreeg ik van een gemeenschappelijke vriend een berichtje waarvan ik toch even stil werd. Hij schreef: Wist jij dat Bob op elf januari is overleden? Nee, dat wist ik niet en we zijn intussen tien dagen verder.

Wie was er bij hem toen hij stierf; of was hij net als in zijn hele leven alleen? Ach Bob. Je vak vond je altijd prachtig, maar je had totaal geen talent voor levensgeluk. Als ik voor jou iets zou wensen dan zou het zijn dat er inderdaad een warm en gastvrij hiernamaals is waar ze, speciaal voor jou een wereld vol van de meest verrukkelijke frivoliteiten hebben gecreëerd en dat je dan beseft dat het feest alleen af en toe ophoudt om even uit te rusten. Ben je eindelijk ook eens aan de beurt.

Allemaal Braaf?

Krijg jij nou ook zo vreselijk de pest in als je jaar in jaar uit moet meemaken dat gelegenheden als de nacht van 31 december op 1 januari – of trouwens ook, zij het op kleinere schaal, een voetbalwedstrijd tussen sommige clubs – tot uitzinnige vernielzucht leiden? Ik word daar echt woedend van. De stomdronken razernij die als een allesverwoestende tornado door steden trekt en dat we dan roepen dat het mee is gevallen als er slechts vijf bushokjes zijn vernield en dat er maar vier personenwagens na het moedwillig in brand steken in schroot zijn veranderd. Mij lijkt het eens interessant om er eens en voor altijd achter te komen welke mentale mechanismen optreden bij de kennelijk aanstekelijke groepsprocessen die te zien zijn bij vernielzucht als bij bovengenoemde gelegenheden en hoe die te beïnvloeden zijn.

Nu ben ik het er wel mee eens als mensen zeggen dat een samenleving waarin nooit iets mis gaat slaapverwekkend is en misschien zelfs het predicaat “strontsaai” verdient. Maar toch denk ik dat het aardig zou zijn als vlak voor – en ter voorkoming van het uitbreken van massale vernielzucht er zou kunnen worden ingegrepen met middelen die het opvlammen van de schadelijkste processen in de voornamelijk jeugdige koppen dempen.

In het laatste hoofdstuk van mijn sciencefictionroman ‘Het Komodo Project’ laat ik de totale vernietiging plaatsvinden van een groot farmaceutisch bedrijf. Dat bedrijf heeft in opdracht van een machtsbeluste generaal een stofje ontwikkeld waarmee mensen elke lust of behoefte aan agressie wordt ontnomen. Minuscule sporen van deze stof in de atmosfeer zorgen ervoor dat een heel volk zich niet verzet als een vijandelijk bezettingsleger gewoon binnenloopt en de macht overneemt. Doden en gewonden zijn er niet. Er wordt gewoon niet gevochten. Natuurlijk heeft het hele bezettende leger voor de zekerheid een stofje binnen gekregen die de werking van die eerste stof tegen gaat. Een zeer verwerpelijke gedachte die sommige machthebbers op deze wereld met een uitgesproken neiging tot vals spelen maar al te graag zouden steunen.

Weet iemand zich nog te herinneren hoe groot commotie was die ontstond toen bekend werd dat men Fluor aan het drinkwater wilde toevoegen om een overmaat aan tandbederf tegen te gaan. Het was toen bijna oorlog geworden, want als je verdorie nog aan toe al jaren een vals gebit in je mond had, wat moest je dan met dat verdomde Fluor. Er kwamen tankwagens met Fluor-loos drinkwater want ja, men was even vergeten dat niet alle ingewanden even prettig met de aanwezigheid van Fluor in het drinkwater omgaan. Ik weet niet meer hoe lang die strijd heeft geduurd, want het is al bijna vijftig jaar geleden.En evenmin weet ik of er nu tegenwoordig wel of geen Fluor aan ons drinkwater wordt toegevoegd. Een toevoeging aan het drinkwater, al dan niet tijdelijk, kan natuurlijk een tamelijk ingrijpend effect hebben.

Ja zeg, wat krijgen we nou. Ik hoor de menigte brullen. Ben je helemaal gek geworden? Wil je met het drinkwater gaan knoeien? Nee hoor, ik wil helemaal niks, want ik ga daar niet over. Ik ben alleen maar een eenvoudige dromer en fantast die rustig in zijn eigen hoekje droomt over een wereld zonder vernielzucht, zonder geweldsdelicten en onherstelbare gewonden tijdens gebeurtenissen die bedoeld zijn als een feest.

Er is een tijd geweest – ik denk ook alweer jaren geleden dat er in bepaalde milieubewuste kringen veel verdachtmakingen werden geuit over zogenaamde chemtrails. De uitlaatgassen van vliegtuigen zouden volgens die verdachtmakingen gebruikt kunnen worden om bepaalde gedrag-beïnvloedende stoffen in de atmosfeer te verspreiden. Het lijkt mij zomin technisch als fysiologisch niet ondenkbaar of onmogelijk. Of het gebeurt of gebeurd is weet ik niet. Veel dingen op onze wereld gebeuren stiekem om ingrijpen of in opstand komen van “de gewone man” te voorkomen. Daar zullen overigens soms ook nuttige dingen tussen kunnen zitten.

Jaarlijks overlijden veel mensen door medicijnvergiftiging. Het ten naaste bij getal zag ik laatst ergens staan, Het was wat mij betreft een angstaanjagend groot getal en er stond ook bij – maar dat weet iedereen langzamer hand wel – dat een belangrijke oorzaak te vinden is in het feit dat de bestuurders van de farmaceutische bedrijven de economen zijn en niet de medische wetenschappers. Daardoor is er bij die directies vaak meer interesse in winst dan in gezondheid.

Nou kijk, bij die jongens moeten we nou zijn. Ze zijn al gewend om veel dingen verborgen te houden, ze zijn al gewend om met onderzoeksresultaten te knoeien als de gewenste resultaten uitblijven en de troep nodig de markt op moet omdat anders de concurrent je voor is. Mij lijkt een leuke wereldwijde uitdaging voor deze grootverdieners een paar stofjes met een werking van beperkte duur te ontwikkelen die gemakkelijk aan het milieu of het water kunnen worden toegevoegd, voor slechts enkele dagen natuurlijk en die een prettige apathie veroorzaken die na de feestdagen volledig wegtrekt. Een verdienkans die elk jaar – en misschien wel vaker – terugkomt. Ja, stiekem natuurlijk…

Trouwens, weet jij eigenlijk precies wat er allemaal aan ons drinkwater wordt toegevoegd, of wat we met de lucht die we ademen mee binnen krijgen? Nee? Ik ook niet hoor, maar daarom denk ik soms wel eens: If you can’t beat them, join them!

Mondje olie

‘Je kunt het beste een spijsolie nemen die van zichzelf weinig of geen smaak heeft,’ zei ze, de arts die mij deze uiterst simpele methode leerde. Ze had geneeskunde gestudeerd in Heidelberg in Duitsland en daarna was ze werkzaam geweest op plaatsen waar ik zo snel niet opgekomen zou zijn. Zo was ze een poos de huisarts geweest op het Italiaanse vulkaaneilandje Stromboli. Ik wist niet eens dat daar mensen woonden. Ook had ze in het toenmalige Oostblok gewerkt. Daar had ze de eenvoudige en uitermate effectieve ontgiftingskuur geleerd waarover ik nu dit stukje schrijf.

Overigens vraag ik me op dit moment af waarom ik deze methode hier niet eerder heb beschreven. Mijn lezers zouden met enigszins opgetrokken wenkbrauwen wel eens kunnen zeggen: ‘Nou Peter, dat had je ons wel eens eerden mogen vertellen.’ Maar goed, ik vertel het nu.

Veel van onze lichamelijke klachten blijken te maken te hebben met restanten van zware metalen die we ongewild binnen krijgen. Denk dan aan metalen als Cadmium, Kwik, Lood, Arseen, Tin. Hoe krijgen we die stoffen dan binnen? Wel, op heel veel niet te vermijden manieren. De lucht die wij ademen in onze geïndustrialiseerde wereld zit er vol mee, maar ook ons voedsel bevat vaak sporen van zware metalen. En niet te vergeten een van de meest kwalijke vervuilingsbronnen, tabaksrook. Weliswaar worden voedingsmiddelen doorgaans gekeurd en wordt erop gelet dat bepaalde concentraties niet worden overschreden, maar soms help dat niet omdat een flink aantal van de boosdoeners “stapelen” in ons lichaam. Ze komen dus binnen in ogenschijnlijk kleine en zogenaamd veilige hoeveelheden, maar we raken ze niet kwijt.

Aha, hoor ik mensen denken. Die ongewenste zware metalen moeten dan toch in het bloed terug te vinden zijn. Ja, dat is ook zo, maar wel in die ogenschijnlijk veilige concentraties. Zodanig lage concentraties dat je zou denken, ach dat valt wel mee. Maar daar zit nu de vergissing. Ons lichaam is een buitengewoon ingenieus systeem waarin het bloed het voornaamste transportmiddel is. De kwaliteit en de samenstelling van het bloed wordt nauwkeurig bewaakt door een automatisch systeem dat homeostase wordt genoemd. Het komt er dus op neer dat er in het bloed niet vaak grensoverschrijdende waarden van zware metalen gemeten kunnen worden. Vaak moet dan ook aan de hand van een weefselmonster of biopt worden vast gesteld dat er verhoogde concentraties zijn. Maar ook is er natuurlijk de lange lijst van symptomen die kan wijzen op de verhoogde aanwezigheid van zware metalen in het lichaam.

Voor enkele zware metalen wil ik hier een paar indicaties geven.

  1. Lood (vroeger in alle waterleidingen en in de uitlaatgassen van het verkeer) veroorzaakt schade aan het zenuwstelsel en de bloedsomloop. Het kan leiden tot ernstig krachtverlies en zelfs verlamming.
  2. Kwik (komt voor als een van de doorgaans 5 metalen in het amalgaam dat sommige tandartsen nog gebruiken voor vullingen in het gebit) van dit soort vullingen komen zeer langzaam kwikverbindingen vrij die onder meer in de lever worden opgeslagen. Kwikzouten kunnen nadelige effecten hebben op hersenen en longen en de coördinatie (evenwicht!)
  3. Cadmium (komt voor in veel verbrandingsgassen en zeker in tabaksrook) kan een oorzaak van longkanker zijn en van maag-darm klachten.

Veel meer van deze stoffen en chemische verbindingen zijn er, maar de hier genoemde zijn prominent genoeg om er graag vanaf te willen als je lichaam verschijnselen vertoont die de aanwezigheid van één of meer van deze metalen doen vermoeden.

Eigenlijk wel weer een beetje een rampverhaal realiseer ik me nu. Al die gevaarlijke troep die je ongevraagd binnen krijgt en die je gezondheid en je levensgeluk bedreigt. Deze blog schrijf ik echter om een methode te tonen die goedkoop en effectief blijkt te zijn om veel van de belasting met zware metalen kwijt te raken. De titel van dit stukje vormt de samenvatting.

In de mond, onder de tong is de huid heel dun en er stroomt veel bloed doorheen. Van dat feit wordt gebruik gemaakt bij de toediening van sommige medicijnen die je alleen maar onder te tong hoeft te leggen om ervoor te zorgen dat ze worden opgenomen. Die sublinguale huid, de huid onder de tong, maakt het mogelijk om niet alleen stoffen rechtstreeks in de bloedbaan te brengen, maar ook om stoffen uit het bloed te verwijderen. Dan moet die huid echter wel in aanraking zijn met een stof die gemakkelijk kleine beetjes van die zware metalen opneemt. Zo’n stof is bijvoorbeeld zonnebloemolie.

Om de methode met de olie toe te passen moet je het volgende goed begrijpen: van de zware metalen die je graag kwijt wilt zit maar een heel klein beetje in het bloed. Meer laat de homeostase niet toe. Maar als dat kleine beetje via de olie in aanraking met de huid onder de tong steeds weer weggenomen wordt kan uit allerlei opslagplaatsen in het lichaam weer een klein beetje aan het bloed worden meegegeven. Langzaam maar absoluut zeker raak je dan van je zware metalen af. Het is een heel effectieve therapie die je met geduld moet toepassen.

Nu even simpel hoe je het moet doen als je ertoe besluit. Na het opstaan, voor je tanden poetst of eet neem je een eetlepel zonnebloemolie in je mond. (Aan die olie zit weinig of geen smaak en na zeer korte tijd voelt het alleen maar alsof je veel speeksel in je mond hebt). Twintig minuten houd je het in je mond. Absoluut niet doorslikken. Na twintig minuten spuug je het uit (het ziet er dan vuil en grijzig uit), spoelt je mond poetst je tanden. Dat doe je drie weken lang. Na een volgende periode van drie weken kun je het herhalen.

Ik vind het niet meer dan eerlijk om hier de naam te noemen van de arts die me deze methode leerde. Ik ben Rosie Frey dankbaar dat ze me dit leerde.

Niet van mij, maar uit een kritisch wetenschappelijke hoek

Medische wetenschap blijkt kwakzalverijHet gezaghebbende British Medical Journal heeft een onderzoek laten uitvoeren naar 2500 van de meest voorgeschreven reguliere medische behandelingen en medicijnen. De uitkomsten zijn gepubliceerd in Clinical Evidance Handbook. En deze uitkomsten, gedaan door de reguliere medische wereld zelf, zijn zeer verontrustend. De geneeskunde blijkt al jarenlang gebruik te maken van medicatie waarvan slechts 12% een positief effect zou kunnen hebben. De rest is kwakzalverij of zelfs levensgevaarlijk.

Bewezen positief

Het Clinical Evidance Handbook is duidelijk. Slechts 12% van de 2500 meest gebruikte en voorgeschreven medicijnen en behandelingen door artsen krijgen het predicaat ‘bewezen positief effect’.
Dit predicaat is gebaseerd op meta-onderzoek waarbij minimaal één onderzoek is gevonden dat een positief effect aantoont dat groter is dan de schadelijke effecten. De wetenschappelijke redactie houdt daarbij wel een slag om de arm: “ ‘Bewezen positief effect’ betekent niet dat de behandeling bij alle mensen effectief is of dat er ook andere gewenste positieve effecten zijn, noch dat een gemeten positief effect op een ander tijdstip na de behandeling nog steeds aanwezig zal zijn.”


Valsheid in medische publicaties

Sceintific-Ethical Committee for Copenhagen and Fredriksberg Municipalties geven in hun onderzoek aan dat “75% van alle gepubliceerde medisch-wetenschappelijk onderzoek niets anders is dan promotiemateriaal.” Deze enorme fraude kwam aan het licht nadat farmaceutisch fabrikant Wyeth werd gedwongen om al haar documenten openbaar te maken. De zaak werd gestart nadat 14.000 vrouwen na het gebruik van het overgangsmiddel Prempro borstkanker ontwikkelde. Prempro is een medicijn dat bestaat uit een combinatie van geconjugeerde oestrogenen en progesteron. De, in dit geval door Wyeth aangestelde marketingsbureaus, waren bekend als ‘Medische voorlichting en communicatie bureaus”. In 2002 waren er 18 artikelen gepubliceerd waaruit naar voren kwam dat Prempro goede diensten zou verlenen aan vrouwen in de overgang. Deze publicaties waren o.a. te lezen in International Journal of Cardiology en American Journal of Obstetics & Gynecoloy. Opmerkelijk is dat vlak voor deze publicaties de ‘Womens Health Initiative’ had aangetoond dat hormoonpreparaten in de overgang juist gecontraïndiceerd waren omdat ze het risico op borstkanker en herseninfarcten vergroten.
Deze medische voorlichtings- en communicatiebureaus werken in opdracht van alle farmaceuten om hun producten aan de artsen te promoten. Het systeem dat door al deze medische communicatie bureaus wordt, gebruikt ziet er als volgt uit:
Er wordt een meta-analyse gedaan van klinisch wetenschappelijk onderzoeken. De uitkomsten van deze onderzoeken krijgen een positieve draai mee. Vervolgens wordt er een medisch professional of wetenschapper als hoofdauteur in naam aangezocht. Deze ‘hoofdauteur’ hoeft het artikel niet gelezen te hebben. De naam erbij is voldoende voor betaling, publicatie en eeuwige roem.
Professor A. Fugh-Berman van de Georgetown University Medical Centre in Washington deed onderzoek naar deze vorm van medische wetenschappelijke publicaties. Ze ontdekte dat er de afgelopen 12 jaar 90.000 van dergelijke publicaties in medische tijdschriften waren geplaatst. “Elk medisch wetenschappelijk tijdschrift is ‘besmet’ met dergelijk soort reclame materiaal verborgen als wetenschappelijk artikel geschreven door medische communicatie bureaus in opdracht van farmaceuten.” [2].
Wyeth blijft het middel prempro nog steeds als medisch wetenschappelijk bewezen via internet promoten. [3]
Het Sceintific-Ethical Committee for Copenhagen and Fredriksberg Municipalties geeft dan ook aan dat van de door de Clinical Evidance Handbook gestelde 12%, 75% vermoedelijk frauduleus is. Het getal moet naar beneden worden bijgesteld naar 3% met het predicaat ‘bewezen positief effect’.


De cijfers op een rijtje

Clinical Evidance Handbook van de British Medical journal Publisher meldt dat van de 2500 meest voorgeschreven medicamenten en behandelingen:

  • 3 procent een groter ongunstig dan gunstig effect scoort.
  • 5 procent waarschijnlijk geen gunstig effect heeft.
  • 8 procent evenveel gunstige als ongunstige effecten heeft (uitruil middelen).
  • 12 procent enig bewijs van gunstig effect scoort.
  • 23 procent een zeer zwak bewijs voor enig gunstig effect laat zien.
  • En, dat van 49 procent totaal niet bekend is wat voor effect het heeft.

Farmaceuten zelf aan het woord

Vice president genetica A. Roses van GlaxoSmithKline meldde bij de besloten presentatie dat “90% van de producten van GlaxoSmithKline, en dat van ieder ander farmaceutisch bedrijf, bij de meerderheid van de patiënten niet werkt.” [5]
Wetenschappelijk medewerkers van één van de grootste farmaceuten ter wereld: Bayer: “Tweederde van alle medicatie tegen kanker, vrouwenziekten en hartziekten blijken in een tweede onderzoek niet de resultaten te kunnen bevestigen.” Herhaalbaarheid van onderzoeksresultaten is één van belangrijkste grondvesten van wetenschappelijk bewijs. [6]
Amgen, een andere grote farmaceut kon van 53 klinische geneesmiddelonderzoeken voor kanker en andere bloed ziekten 47 niet reproduceren. [7]


Complementaire aanpak

Wetenschappelijk uitwisselingsbureau Science Exchange laat bij monde van directeur E. Iorns het volgende weten: “De natuur is complex en in de experimentele opzet (van medisch wetenschappelijk onderzoek) worden niet altijd alle variabelen voldoende meegewogen.” [9]
Hiermee geeft zij in feite weer dat het leven complex is, het menselijk lichaam dynamisch en voortdurend verandert door de inwerkingen van o.a. de leefstijl, leefomgeving, cultuur enz. En dat de invloed hiervan op o.a. genetica, psyche, neuronale verbindingen enz. niet wordt betrokken in wetenschappelijk onderzoek. Het is zoals longarts Mariska Koster via twitter laat weten “Je leert als arts een mens als patiënt te zien. Veel later leer je dat weer andersom”.
De complementaire geneeskunde wijst hier al eeuwen naar, maar wordt door de overheid, zorgverzekeraars, farmaceuten en reguliere medische wereld als ‘kwakzalverij’ afgeschilderd.


Regulier is kwakzalverij

Het wetenschappelijke tijdschrift ‘New Scientist’ meldde in september 2012: “De Medische wetenschap is op wankele grondvesten gebouwd.”[8]
De ‘Vereniging tegen kwakzalverij’ houdt regelmatig heksenjachten tegen, in hun ogen ‘niet bewezen’ geneesmethoden zoals homeopathie. Haar website http://www.kwakzalverij.nl vermeldt dit ook. Zij stelt dat uitsluitend de reguliere medische praktijk juist en bewezen is. Tot haar grote voorbeelden behoort onderzoeksjournalist Ben Goldacre. Hij stelde regelmatig ‘alternatieve’ en complementaire geneeswijze aan de kaak in zijn column ‘Bad Science’ in The Guardian. Onlangs schreef Goldacre het boek ‘Bad Pharma’. Goldacre meldt daarin dat het merendeel van medische onderzoeken onjuist zijn. Tevens meldt hij dat de meerderheid van de artsen hun wetenschappelijke literatuur slecht kennen en dat deze literatuur door het achterhouden van juiste gegevens door de farmaceutische industrie onjuist is. Werkelijke gegevens van bijwerkingen komen niet bij de arts en de patiënt terecht, maar worden door de farmaceutische industrie achtergehouden. Daarbij maakt Goldacre de lezer er tevens op attent dat het grootste deel van de geneeskundige opleiding van artsen door deze farmaceutische industrie wordt bekostigd. [4]
Wat Goldacre in feite zegt is: De reguliere medische wereld is volgens de normeringen van de overheid voor wetenschappelijk bewijs en de ‘Vereniging tegen Kwakzalverij’ minimaal een pseudowetenschap die neigt naar kwakzalverij. Dit wordt mede ondersteund door de uitkomsten van het onderzoek van de reguliere medische wereld zelf.


Oplossing

Er zou per direct door iedere arts gecontroleerd moeten worden of wat hij voorschrijft op werkelijke wetenschap berust. En er moet voor alle geneeskundige behandelwijze (regulier en complementair) met dezelfde maten gemeten worden.

Illustratief berichtje dat ik gelukkig heb teruggevonden.

De bijdrage van Peer, waarover ik schreef in mijn blog over Inverse Voice Therapy kwam na uren zoeken uit een map in mijn computer, die ik om onduidelijke redenen niet eerder had geopend. Om privacy redenen zal ik alle indertijd door Peer genoteerde namen weglaten. Uiteraard ook zijn achternaam. Op zie dingen na is het stukje echter autentiek

 

PEER

Amersfoort

To whom this may concern, maar in het bijzonder aan:

  1. Mijn huisartsen,
  2. Mijn longarts,
  3. Mijn uroloog,

Geachte dames en heren,

Ervan uitgaande dat u kennis heeft genomen van de achtergronden van de Inverse Voice Therapie, zoals in de bijlage beschreven door Peter van Oosterum, natuurgeneeskundig therapeut, volgen hierna mijn positieve – ja bijna wonderlijke ervaringen.

Ik ben de bewuste geluids-CD 2x per dag gaan draaien begin maart.

Na drie weken, en voorts tot de dag van heden kan ik:

  1. Met zuurstof aanzienlijk langer lopen. Eerst met moeite de lengte van de galerij (ca. 22 m), vaak halverwege even rusten. Nu, rustig lopend zonder zuurstof in één keer
  2. Ook nu, rustig lopend met zuurstof ca. 40 à 50 m.
  3. Ik kan weer 2 x een half uur pianospelen, voorheen 5 minuten.  Vanaf parkeerplaats naar winkel of restaurant was voor half maart ondenkbaar.
  4. Ik kan ’s nachts zonder zuurstof prima slapen.
  5. Saturatie (zonder zuurstof) voorheen 92% heden 94%
  6. Desaturatie voorheen (met zuurstof) na een inspanning vaak onder 80%. Nu 85%
  7. Wassen en aankleden kostte me voorheen ca. een uur. Nu een kwartier.
  8. Voorheen durfde ik, bang voor dispnoe, niet zonder hulp te douchen.
  9. Nu kan ik in mijn sportclub een baantje zwemmen (met zuurstof) en een stoombad nemen. Voorheen ondenkbaar.
  10. Ik heb al enige malen op een terras 2 uur zitten discussiëren of vertellen zonder zuurstof.
  11. 60 km autorijden kan ik makkelijk zonder zuurstof (Amersfoort – Zutphen).
  12. In rustige situaties kan ik toe met 1 liter zuurstof per minuut i.p.v. 2 liter.
  13. Toppunt!  Bij thuiskomst dinsdagavond 30 april vergeten de contractor aan te zetten, hetgeen ik pas ’s woensdags om 16.00 uur ( = na 18 uur) ontdekte, omdat ik het een beetje benauwd had. Geen wonder!
  14. Aangezien ik zuinig moet zijn met vloeibare zuurstof (de leverancier komt eens per 14 dagen), rijd ik met de scootmobiel het centrum (12 minuten) zonder zuurstof en zonder dispnoe.

Bijlage bij mijn uiteenzetting

Van 03 – 05 – ’03

Mijn welbevinden is op de schaal van 1 tot 10 nu een 8.

Een jaar geleden trof  Dr.xxx mij thuis aan, wanhopig huilend en sprekend over euthanasie, maar dat was ook inclusief de hevige depressie die pas eind november “vervlogen” was. Niemand wist goede raad dan wat algemeenheden.

Nog iets:

In het spiro-meting rapport van half februari was de FEV 1 19%.

Het rapport van 11 – 04 – ’03 wees 24% aan

Het zal Dr. XXX interesseren dat als prettig bijverschijnsel mijn incontinentie aanzienlijk minder is, als ik er maar voor zorg dat als ik wat moe ben, bijvoorbeeld aan het eind van de dag, inspanning uit de weg ga.

Hier spreekt een gelukkig mens.

Wij, Peter van Oosterum en ik, zijn  ons ervan bewust dat één zwaluw nog geen zomer maakt en dat het causale verband nog aangetoond moet worden middels vele pilots, maar voorlopig voel ik mij bevoorrecht en werkt het.

Opmerking:

Bij mijn bezoek aan mijn longarts op 08 – 05 toonde hij geen enkele interesse, ondanks inzage van de voorgaande geschriften, maar hield alleen een nieuw medicijn voor mijn neus.

vooral niet doen wat kan, want dat mag niet… ja. van wie eigenlijk?

Dit is wat mij betreft een erg beladen onderwerp, daar om schrijf ik er maar een vage titel boven in de hoop dan niet overal de haren direct al overeind gaan staan.Het gaat over wat mag en wat niet mag. En dan heb ik het niet over allerlei vormen van misdaad, want daar is ongeveer wel duidelijk wat niet mag, hoewel de grenzen wel steeds worden opgerekt. Nee, ik heb het over de veranderingen die tegenwoordig mogelijk zijn aan te brengen in ons genetisch materiaal.Het is werkelijk verbijsterend wat er met bijvoorbeeld de “crispr cas” methode gedaan kan worden om genen te veranderen en daardoor erfelijke eigenschappen te beïnvloeden.

Stel je even voor: de kosten voor de gezondheidszorg rijzen de pan uit. Dramatische tv uitzendingen zien we langskomen als die verdorven op winst beluste verzekeraars weer eens een peperduur middel – waarvan de prijs door de fabrikant natuurlijk ook tot idiote hoogte is opgepompt – weer eens niet betalen waardoor het arme erfelijk belaste kind moet sterven, de wanhopige ouders in diepe smart achterlatend, omdat ze niet rijk genoeg zijn om de prijs te betalen.

Triest hoor kan ik je verzekeren. Ik zelf ben namelijk een ervaringsdeskundige op het gebied van kinderen met een dodelijke erfelijke afwijking. Uit het huwelijk met mijn eerste echtgenote werden twee kinderen geboren. Allebei CF kinderen, de taaislijmziekte die de levensverwachting van een kind ongeveer halveert, nog afgezien van de medische ellende, ziekenhuisopnames chronisch medicijngebruik. Voor een ouder is het angstig en verdrietig om aan te zien en voor de samenleving uitermate kostbaar. Ons oudste kind is ons na een leven vol medische ellende op zesendertigjarige leeftijd ontvallen. Ik kan me geen enkel jaar van haar korte leven herinneren zonder ziekenhuisopname of uitvoerige medische onderzoeken en behandeling. Ons jongste kind is weliswaar al zevenenveertig, maar ook haar leven is een aaneenschakeling van medische ellende.

Er is veel verhitte discussie geweest over de vraag of het ethisch en moreel verantwoord kan zijn zo vroeg mogelijk te aborteren als wordt vastgesteld dat bij ouders die drager zijn van dat CF gen een CF baby wordt verwacht. Zulke ouders hebben namelijk volgens de wetten der erfelijkheid slechts vijfentwintig procent kans om zo’n kind te krijgen, dus is er vijfenzeventig procent kans op een gezond kind dat dan overigens wel drager is van het CF gen. In ons geval was er een doodgeboren eerste kind, dan de oudste dochter, daarna nog eens een miskraam en tenslotte het tweede CF kind. De kansen op een CF kindje waren daardoor in ons geval een stuk hoger.

Het confessionele, religieuze deel van de samenleving is van menig dat elk mens het leed dat hem door de natuur (zij zeggen God) te dragen wordt gegeven op zich moet nemen en zonder klagen moet accepteren. Zij zeggen letterlijk: Niet klagen, maar dragen en vragen om kracht. Ook zeggen ze dat de hele gelovige wereld bewijst dat zij gelijk hebben. Bij mij roept het echter een dwingende vraag op, namelijk of het leven mooier en levenswaardiger wordt als je gehandicapte kinderen hebt in plaats van gezonde. Het leven met kinderen met erfelijke ziekten vraagt namelijk zoveel extra inspanning, geeft zoveel zorg en verdriet. De dromen die een jong stel op hun trouwdag heeft veranderen gaandeweg in een uitzichtloze nachtmerrie.

Nu kan ik me voorstellen dat geloof je helpt je ellende te verdragen, maar dat het leven van ouders met gehandicapte kinderen er mooier en beter door wordt lijkt me uiterst onwaarschijnlijk.  Als je namelijk eerlijk bent had je toch veel liever gezonde kinderen gehad die de prachtige uitdagingen die het leven biedt aankunnen, in plaats van dat soort gezinsgeluk slechts bij anderen te zien.

Niet klagen maar dragen en vragen om kracht… zijn we dan domme pakezels die onvermijdelijke slaag van de meester moeten verdragen, of zijn we intelligente wezens die altijd met alle beschikbare middelen weer zullen proberen een mooi en goed leven te hebben. Mij lijkt het laatste de meest voor de hand liggende levenshouding. En ik ben dan ook van mening dat minstens het oplossen van erfelijke ziekten door toepassing van de technieken die nu beschikbaar zijn niet alleen gewenst, maar ook geboden is. Als we de kansloze menselijke ellende zien die dag in dag uit met grote barmhartigheid, maar ook ten koste van schier onmetelijke inzet en middelen nauwelijks kan voortleven, dan moeten we toch elke kans aangrijpen om de ziekmakende erffactoren te corrigeren.Wat mij in deze ergert en daardoor voortdurend noopt hierover te schrijven is dat zoveel mensen door het nooit bewezen geloof in een hogere macht blijven proberen tegen te houden dat onze wetenschappers zonder beperkingen methoden kunnen ontwikkelen waarmee de mens in elk geval lichamelijk zo vervolmaakt mogelijk kan worden en zonder opmerkelijke ziekteprocessen gelukkig en actief oud kan worden. Dat is toch wat ieder mens die niet volledig zijn verstand kwijt is graag wil.

Ik respecteer die mensen die al die bezwaren hebben tegen het ingrijpen in de erfelijke eigenschappen van de mens. Hun vraag ik alleen hun op geen enkele bewijsbare werkelijkheid berustende opvatting slechts op zichzelf toe te passen. Per slot van rekening kunnen hun kinderen er ook niets aan doen dat hun ouders dergelijke onhoudbare opvattingen aanhangen.

Kortom, ik breek een lans voor onbeperkt genetisch onderzoek. En ja, er zullen uitwassen zijn, waarvan we zeggen: dat lijkt mij niet wenselijk. Het antwoord daarop moet zijn: als jij dat niet goed vindt moet jij dat niet doen. Alleen zo zal er gaandeweg een balans ontstaan, waarin de mens werkelijk heerser in zijn eigen leven is, zoals elk mens zichzelf ongetwijfeld bedoeld heeft.

Voorlezen

Vroeger, toen ik onderwijzer was op wat toen de lagere school heette, vond ik het al leuk om voor te lezen. In die tijd was de concurrentie met allerlei media die tegenwoordig iedereen in tas of broekzak bij de hand heeft nog niet aanwezig. Ik hoefde het dus niet op te nemen tegen de filmpjes op YouTube die iedereen tegenwoordig op zijn smartphone kan bekijken.

Op zaterdagmorgen gingen we nog naar school in die tijd. Tegenwoordig zou dat totaal onbespreekbaar zijn maar ach, we waren het gewend. Zelf moest ik als kind en als middelbare school leerling ook op zaterdagmorgen naar school. Nee, sterker nog, als je er vaker dan gemiddeld uitgestuurd was moest je op zaterdagmiddag ook nog terug komen om allerlei overigens nooit echt vervelende strafklusjes te doen. Die zaterdagmorgen is in mijn herinnering nooit echt vervelend geweest. ’s Middags had je vrij en zelf gebruikte ik het laatste uur na de pauze altijd om in mijn klasje voor te lezen. Een enkele keer, als er storm op komst was en de kinderen erg rumoerig waren, kon er wel eens gedreigd worden dat het voorlezen niet door ging. Dat bleef echter altijd bij een dreigement, want dat was ruim voldoende om de betrekkelijke rust weer te doen terugkeren.

Nu, vele jaren later, vind ik voorlezen nog steeds leuk. Gelukkig hebben de spraaklessen die we tijdens onze onderwijsopleiding kregen goed geholpen, want ik krijg eigenlijk nooit last van mijn stem, hoe lang ik ook voorlees.

Al jaren schrijf ik. Het is geen overweldigende productie die ik tot nu toe heb geleverd: twee sciencefiction romans en een verhalenbundel zijn tot nu toe door mijn uitgever, Schrijverspunt, uitgebracht.

Maar ja, er zijn natuurlijk vele al dan niet getalenteerde schrijvers. De boekenmarkt is overvol. En of het nu aan mijn onbekendheid lag of aan de kwaliteit van mijn werk of juist aan het ontbreken van een behoorlijke smaak bij het publiek – wat volgens mij natuurlijk het geval is –  weet ik niet, maar nadat mijn prachtwerken een jaar in nagenoeg alle internet boekwinkels gestaan hadden liet mijn uitgever weten dat mijn titels zo weinig verkocht werden dat de kosten van de internetwinkels hoger waren dan de opbrengsten van mijn boeken. Einde verhaal.

Ik was uiteraard teleurgesteld, maar toen heb ik gereageerd met de mededeling dat ik bezig was er audioboeken van te maken. Tot mijn grote verrassing liet Schrijverspunt mij weten dat mijn boeken in dat geval op de markt bleven, als ik maar die audiopresentaties aanleverde.

Dat heb ik gedaan en tot mijn grote genoegen kreeg ik daarna het verzoek meer boeken voor te lezen.

Nu zit ik elke dag een uur of vijf voor te lezen in mijn zelf ingerichte thuisstudio. Gelukkig heb ik de goede apparatuur en programmatuur tot mijn beschikking, omdat ik altijd al audio bewerking deed.

Voor mijn uitgever, Schrijverspunt, ben ik nu halverwege het vijfde audioboek.

Ik lever alles keurig in stereo en op mp3 format aan, want grote bestanden kan ik dan versturen met het programma We Transfer. Uiteraard kan ik zelf niet beoordelen of het prettig is om naar mijn stem te luisteren. Zelf vind ik natuurlijk van wel. Dus, mocht iemand van mijn lezers tekst hebben die nodig met veel gevoel en de juiste accenten voorgelezen moet worden, dan is daar met mij onder alleszins redelijke voorwaarden over te praten.

Emotie

Het lijkt de enige bron die ons in beweging zet. Altijd weer is het een min of meer duidelijk gevoel, een gevoel dat de richting al in zich heeft, waardoor ik in beweging kom. Natuurlijk, een gedachte geeft uiteindelijk duidelijk aan wat ik moet gaan doen. Die gedachte wordt echter altijd voorafgegaan door een emotie, een gevoel en gevoel bepaalt mijn stemming. Een gevoel ís altijd een min of meer duidelijke lichamelijke ervaring. Door ervaring hebben we geleerd op een logische rationele manier op een gevoel te reageren. Vaak gebeurt dat trouwens gedachteloos. Simpel voorbeeld: ik heb een ietwat weeïg gevoel in mijn maag, waardoor ik zonder erover na te denken een boterham pak. Waar ik dan weer wel over na denk is wat ik erop zal doen. Die gedachteloze aandrang die we vaak voelen is natuurlijk een gelukkig verschijnsel dat ervoor zorgt dat we veilig en gezond blijven, zonder dat we over elke reactie op een gevoel hoeven na te denken. Maar pas op, er loert gevaar. Er zijn namelijk heel veel mensen en vooral ondernemingen die er belang bij hebben dat we gedachteloos op een gevoel reageren. Reclame maakt namelijk op zeer ruime schaal gebruik van mogelijkheden om door het opwekken van specifieke gevoelens reacties bij ons op te roepen.

Kun je je misschien dat heel flauwe kinderspelletje nog herinneren, waarbij een vriendje tegen je zei: ‘zeg eens één keer ‘ork’. Dat zei je dan. En dan zei dat vriendje: nou twee keer. ‘ork, ork’ zei je dan. Dat ging dan een poosje door: vier keer, vijf keer. En dan zei dat vriendje ineens: ‘soep eet je met een…’ ‘Vork,’ riep je dan spontaan, terwijl je natuurlijk best weet dat je soep met een lepel eet, maar je zei ‘vork’ , omdat het rijmpatroon van dat woordje ‘ork’ dat vanzelfsprekender maakte dan dat je met het juiste antwoord ‘lepel’ zou geven.

Reclame werkt eigenlijk op de zelfde wijze. Reclame probeert namelijk te bereiken dat het voor jouw gevoel vanzelfsprekend is dat je het advies in de reclameboodschap opvolgt. Een geslaagde reclameboodschap laat je als vanzelf dingen doen of kopen zonder je af te vragen of je het nodig hebt, of het wel goed is en zelfs of het misschien riskant is.

Hoe komt het nu dat reclame daar in onze samenleving zo gemakkelijk mee wegkomt. Dat laatste woord gebruik ik niet voor niets, want de reclamemakers komen ermee weg dat ze op grote schaal ons gedrag beïnvloeden en eigenlijk veranderen, zonder dat daarvoor van onszelf uit een noodzaak bestaat. Zij doen dat om daarmee voordeel voor hun opdrachtgevers te bewerkstelligen. Mag dat? Mag je voortdurend pogingen doen het gedrag van mensen te beïnvloeden ten behoeve van je eigen voordeel? Blijkbaar wel, want we worden tegenwoordig doodgegooid met al dan niet effectieve reclame, maar dat is niet altijd zo geweest.

Ik kan me herinneren dat jaren geleden een bepaald soort bioscoop reclame verboden werd. Het was een manier van reclame maken in de tijd voor we nog dagelijks naar de televisie keken, want dat hele verhaal stond nog in de kinderschoenen. Slimme reclamemakers hadden toen echter onderzocht hoe je met filmbeelden het koopgedrag van de bioscoopbezoekers kon beïnvloeden. Het ging als volgt: de film liep door de projector met een snelheid van vierentwintig beeldjes per seconde. Wij zien bij die snelle beeldwisseling een vloeiend bewegend beeld. Een aantal keren hadden ze dan in de film vijf beeldjes vervangen door een reclameboodschap. Die vijf beeldje kwamen dus in ongeveer een vijfde seconde voorbij. Dan stond er bijvoorbeeld drink Coca Cola. En omdat je aandacht op de film gericht was merkte je dat niet op. Het ging ook te snel voor onze ogen om het bewust op te kunnen merken. Toch kwam de boodschap wel ons bewustzijn binnen, maar die wekte alleen maar het gevoel op dat we zin hadden in Coca Cola. Dat konden ze in de bioscoop in de pauze goed aan de verkoop merken. Deze techniek met die beeldjes die je niet bewust waarnam werd subliminal influencing genoemd. Dat was dus een soort stiekeme reclame en in die tijd waren er brave bestuurders die meende als waakhond voor ons welzijn te moeten optreden. Deze vorm van bioscoopreclame werd toen verboden.

Tegenwoordig heeft kostbare research vele technieken ontwikkeld die soortgelijk en nog veel dieper ingrijpend effect hebben dan het simpele truukje met de onopgemerkte beeldjes. Er worden namelijk door de commercie zo ontzettend veel dingen gemaakt en aangeboden, waaraan niemand uit zichzelf behoefte heeft, maar die ze heel graag aan ons willen verkopen. Denk bijvoorbeeld maar eens aan weer een nieuwe smartphone of weer een ander abonnement. Om die reden proberen ze – en heel vaak met succes – ons het gevoel te geven dat we een beter en gelukkiger leven hebben als we zorgen dat we die producten bezitten.Zij zelf weten dat wat ze beweren niet waar is, want we worden er doorgaans niet gelukkiger van. We raken er alleen veel geld aan kwijt. Maar ja, onze hele westerse economie is voor een groot deel gestoeld op het aanzwengelen van een zo groot mogelijke circulatie van geld, ongeacht of datgene waarvoor geld wordt uitgegeven ons een beter en mooier leven geeft.

Ik kan mij voorstellen dat wie dit ook leest bij zichzelf denkt: ‘maar dat wil ik niet. Ik wil niet ongemerkt door mijn gevoel beïnvloed worden en daardoor dingen doen – en voornamelijk kopen waarvan ik achteraf enigszins geërgerd moet vaststellen dat het me alleen maar geld kostte, maar niet gelukkiger maakte.

Dan heb ik goed nieuws en slecht nieuws voor je. Laat ik maar beginnen met het slechte nieuws. Als we allemaal ophouden met het kopen van volstrekt nutteloze dingen – en daarmee bedoel ik dingen die gemakkelijk door goedkopere en eenvoudigere dingen kunnen worden vervangen zonder dat het leven er beroerder van wordt, dan zitten we al heel snel in een wereld die minder glanst, waarin meer armoede is. Het is een duivels dilemma. Het is als het weghalen van een kaart uit een hoog opgebouwd kaartenhuis. Voor je er erg in hebt stort de boel in. Onze samenleving is te gecompliceerd voor ruwe en plotselinge veranderingen.

Maar wat is dan het goede nieuws? Ach, misschien dit: door op elke koopprikkel te reageren ontstaat in een aantal sectoren in de maatschappij een soort wildgroei. Wildgroei is bijna nooit sterk. Wel kan wildgroei erg overwoekeren.

Dus als je nu gewoon je echt serieus afvraagt of je nu echt nodig hebt wat je op weg bent te gaan kopen en ook wat je bijvoorbeeld nog meer met dat geld zou kunnen doen. Misschien wacht je dan nog even met de volgende nutteloze aanschaf. Misschien rem je daarmee de wildgroei wat af, zeker als we het samen doen. Je kunt bijvoorbeeld wat vaker tegen jezelf zeggen: ‘Ik wil niet gedachteloos op prikkels reageren. Ik ben toch geen gedresseerd dier!

Trouwens, maar dat wist je natuurlijk al, wat langzaam groeit is vaak veel sterker dan wat snel groeit.