Het begrijpelijke onbegrijpeljke van religie

eEen praktisch onontwarbare kluwen van narigheid is over de samenleving die we ‘de mensheid’ noemen uitgerold, zou ik bijna zeggen, maar was dat maar het woord dat van toepassing is. Als de kluwen uitgerold was, dan zou er wellicht een eind gekomen zijn aan de verwarring en narigheid.

In het liedje ‘Imagine’ van de Beatles, op een tekst van John Lennon, wordt gevraagd je eens voor te stellen hoe de wereld er aan toe zou zijn als er geen godsdienst zou bestaan.

Duidelijk is in elk geval, als we naar de hedendaagse menselijke warboel kijken, dat de verschillende godsdiensten weinig van hun ogenschijnlijke doelstellingen lijken te kunnen bereiken. Als we alleen naar de twee grote spelers kijken, het christendom en de islam, dan kunnen we toch met alle reden zeggen dat de wereld met hun gezamenlijke pogingen het mensdom voor te houden wat goed is en wat slecht er in de dertienhonderd jaar van simultane existentie op deze Aarde niets mee is opgeschoten, integendeel. Veel meer oorlog, moord, vervolging, kortom menselijk leed waren en zijn het bewijsbare gevolg van de bemoeienissen van deze grootste moraalkampioenen.

Schrijnende voorbeelden te over. Vandaag, eerste kerstdag op Tv in het programma Erica op reis van oud zwemkampioene en VVD kamerlid Erica Terpstra. Een kleine Canadese indianenstam – het waren ooit circa tweeduizend mensen die gelukkig enkele duizenden jaren een prachtig respectvol leven met de natuur leefden – vielen tot hun grote schade in het midden van de vorige eeuw plotseling onder de koesterende belangstelling van de inmiddels al in het hele continent van de blanke – en niet te vergeten uit alle streken van de wereld geïmporteerde bevolking. In de eerste jaren stierf negentig procent van deze oorspronkelijk daar thuishorende groep aan de meest eenvoudige – maar voor hen onbekende infectieziekten. Vervolgens zag de katholieke kerk het als haar heilige taak het ware geloof er bij deze mensen in te rammen. Kinderen werden in internaten opgesloten en gedwongen naar de kerk te gaan en vooral ook gedwongen Engels te spreken. De eigen taal spreken was ten strengste verboden. Er stonden zware straffen op. Gevolg was een snelle verwijdering tussen de ouders en de kinderen vanwege deze kunstmatig opgeworpen taalbarrière. En Erica maar roepen hoe mooi het daar allemaal was en hoe fantastisch je er de beren kon observeren. Tussendoor waren er de verhalen van de paar nog levende indianen die haar rondleidden, waarvan er een vertelde dat hij bij de paters op school met een blokje in de mond moest lopen als hij het had gewaagd zijn eigen taal te spreken.

Erica vroeg aan een van deze mannen waarom ze niet kwaad waren geworden en de indringers hadden verjaagd. De man antwoordde dat er wel degelijk iemand van hen boos geworden was en een van de heerszuchtige geestelijken had neergeschoten. Maar het slachtoffer had het overleefd, waaruit de conclusie getrokken was dat kwaad worden geen zin had. Op eerste kerstdag 2018 en illustreerde dit programma wat mij betreft op schrijnende wijze hoe vernietigend en respectloos elke poging om geloof te verbreiden is.

In de zeventiger jaren van de vorige eeuw was een boek van de psychiater Thomas Harris een poos lang zeer in de belangstelling. Waar het over ging? Een gelukkig niet heel ingewikkeld standpunt dat de schrijver verdedigde. De titel: “Ik ben oké, jij bent oké” was – en is misschien wel de enig hebbelijke houding die wij tegenover elkaar kunnen hebben. Bij een toestand die te omschrijven is als “Ik ben oké, jij bent niet oké”, treffen we een bonte verzameling aan van misdadigers tot fanatieke wereldverbeteraars die altijd bezig zijn hun eigen opvattingen door de strot van anderen te duwen. Eigenlijk kun je van te voren met je ogen dicht vaststellen dat het in de eerste plaats niet goed is en dat het in de tweede plaats daarom ook gedoemd is te mislukken, waarbij veel schade wordt aangericht.

En – ja, ik vind het eigenlijk een beetje vervelend om het elke keer maar weer te zeggen, maar de neiging om anderen naar de eigen overtuiging te willen overhalen komt helaas het meest voor bij godsdienstige mensen en met name bij de leidende figuren in die bewegingen.

Bedenk nou toch eens even hoe ondenkbaar dom en vooral onverantwoord het is pogingen te doen mensen over te halen om onbewijsbare dingen aan te nemen. Door eeuwen van menselijke ontwikkeling heen werd er van het hoe en waarom van het ontstaan van alles wat bestaat en meer volstrekt niets begrepen. En in plaats van te zeggen: ik snap er nog helemaal niets van, we moeten toch blijven proberen erachter te komen, verzonnen ze de hogere macht. Daardoor was alles geschapen, dachten ze… nee, denken ze nog steeds.

Ik noem dat de luie manier. Alles wat ik niet snap dat komt natuurlijk door God, roep ik dan de ogen in adoratie ten hemel slaand en vol trots en devotie roepend dat ik geloof.

Handig toch? ‘Ik geloof’ schuif ik ertussen als ik iets niet snap. Lekker gemakkelijk. Dan hoef ik er ook niet meer over na te denken. Zo geloven bijbelbelters steevast dat de Aarde zesduizend jaar oud is en op één dag geschapen. Wetenschappelijke bewijzen kloppen niet met de Bijbel, zeggen ze. Ook geloven ze dat inenten tegen gevaarlijke ziekten het werk van de duivel is en dat je moet berusten in het kennelijke feit dat je kind door polio levenslang gehandicapt is. God weet het best wat goed voor je is, zeggen ze. Ze halen er dan de bereidheid van Bijbelse Abraham bij die moest bewijzen dat hij zo kritiekloos geloofde en gehoorzaamde dat hij gerust zijn oudste kind als brandoffer zou hebben neergelegd. In wat voor soort goddelijke hufter geloof je dan als je bereid bent je eigen kind te offeren.

Trouwens, welke zwakzinnige goddelijke hufter verlangt er dan tegenwoordig dat je zelfmoordaanslagen moet plegen en dat je daarvoor dan beloond wordt met tweeënzeventig kritiekloze maagden. Vermoeiend trouwens.

Kort en goed: geloven leidt ertoe dat er over een aantal vragen niet meer wordt nagedacht. Daar zijn dogma’s voor die je voor waar aanneemt. Niet nadenken leidt echter doorgaans tot fouten en de geschiedenis laat zien dat het merendeel van die fouten onherstelbaar is.

Ach, voor ik het vergeet, nog even terug naar Erica die opmerkte dat het daar zo mooi was. Het is waar Erica, het was daar inderdaad mooi met de nadruk op was.

Een wonderlijk gedicht

Een wonderlijk gedicht.

Volgens mij was het geschreven door de Nederlandse dichter Lucebert. Hij schreef het allereenvoudigste sonnet dat ik ooit gelezen heb. Ik schrijf nu trouwens wel dat het van Lucebert is, maar misschien was het wel iemand anders. Hoe dan ook, ik leen dit gedicht even omdat ik het kan gebruiken bij wat ik vertellen wil.

Sonnet (gedicht dat bestaat uit twee keer vier en twee keer drie regels)

Ik        (de belangrijkste mens in mijn leven)                                                                      Mij      (zoals ik hem tegenover anderen vaak noem)                                                          Mij      (inderdaad, wat ik daarnet al zei)                                                                              Ik        (de eeuwige numero UNO, of niet soms)

Mij      (daar begin ik vaak over als je bij voorbeeld vraagt; ‘hoe gaat het’)                        Ik        (ik moet daar zelf ontzettend vaak aan denken)                                                      Ik        (maar eigenlijk zit ik daarin ook opgesloten.)                                                            Mij      (daar vroeg je zojuist toch naar?)

Wij      (dit is ik en iedereen die thans bij mij hoort)                                                            Ons     (dit is wat wij samen hebben)                                                                                  Wij      (best wel een veilig gevoel, toch?)

Ons     (dat is wat wij samen natuurlijk goed in de gaten moeten houden)                        Wij      (ja, wie anders?)                                                                                                      Ons     (niet van jullie, dus.)

Alleen de eerste woorden op elke regel zijn van de dichter, Maar ik vind het een zo leuk gedicht dat ik er bij elk woord iets tussen haakjes achter bedenk. Dat kan misschien op veel manieren anders gedaan worden. Probeer het maar, zou ik zeggen. Waar het mij om gaat is dat ik in mijn bijschrift bij regel één lekker heb kunnen zeggen wat ik echt meen. Dat ik dat vind kun je natuurlijk ook in die andere bijschriften lezen.

Tamelijk lang geleden kwam ik eens in de praktijk van een Indiase Ajurvedische genezer. Het eerste wat hij mij vroeg was: ‘Wie is de belangrijkste mens in jouw leven?’  ‘Mijn vader,’ dacht ik, zei ik ook.                                                                                          ‘Dat is een fout antwoord,’ zei hij.                                                                                        ‘Mijn moeder dan?’ probeerde ik voorzichtig, maar dat was ook fout.                                Nu heb ik ook nog een zusje, maar ik dacht: als mijn vader en moeder het niet zijn dan is de kans dat zij het is waarschijnlijk weer een stuk kleiner.                                              Nee, ik was het zelf. Ik ben de belangrijkste mens in mijn leven.

Het kwam echt als een soort openbaring. Na eeuwen van christelijke traditie waarin de doctrine geldt dat je liefde voor je naaste groter dient te zijn dan die voor je zelf, want andersom heet immers egoïstisch, kreeg ik het zelf niet verzonnen. Die Indiase man legde me echter in simpele woorden uit dat het streven naar naastenliefde een goede zaak is, want anders wordt het snel een nog grotere rotzooi op de wereld dan het nu al is. Hij maakte echter duidelijk dat mijn leven slechts kan bestaan als ik er ben. Zonder mij bestaat mijn leven niet. Dientengevolge moet ik wel de belangrijkste mens in mijn leven zijn. De uitleg van de man was onweerlegbaar, maar toch wringt een dergelijke opvatting in ons. Het is namelijk niet wat we geleerd hebben. En of we nu kerkelijk gelovig zijn of niet, de christelijke traditie heeft ons geleerd dat het pas goed met ons kan komen als we bereid zijn ons zelf op te offeren en de eerste plaats aan het een of andere hogere principe – of als het niet anders kan aan andere mensen te laten.

Deze opvatting, waarmee onze hele samenleving van oudsher is doordesemd heeft ons echter door de eeuwen heen niet gelukkiger gemaakt. Bovendien klopt hij niet met menselijke wetten en voorschriften zoals die uit onze christelijke historische bronnen letterlijk tot ons gekomen zijn. Wij werken met halve wetten. Ter ontwikkeling van diep doorvoelde gevoelens van schuld en niets waardigheid, waarmee je de volgelingen natuurlijk goed in de hand kunt houden, werd het gebod: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk u zelf gehalveerd: Gij zult uw naaste liefhebben.

Door een kenner van het Hebreeuws, de taal waarin veruit de meeste Bijbelteksten tot ons gekomen zijn heb ik me eens laten uitleggen dat in het Hebreeuws geen klinkers worden geschreven, zodat de betekenis van geschriften vaak onderhevig was – en eigenlijk nog is – aan deskundige interpretatie. Als gevolg van de manier waarop geschreven wordt, zo vertelde mijn informant, wordt “gij zult” en “gij kunt” hetzelfde geschreven.

Ja, ja, ik hoor het je denken: met welk soort tekstuele muggenzifterij ben je nou eigenlijk bezig. Wacht nou maar even, want dit is tamelijk belangrijk. Ik ga het zelfde zinnetje twee keer schrijven:

  • Gij zult uw naaste liefhebben gelijk u zelf.
  • Gij kunt uw naaste liefhebben gelijk u zelf.

Ja, kijk maar eens goed. Die tweede zin vertelt een totaal ander verhaal dan die eerste. Die tweede zin is in overeenstemming met een opvatting die de filosoof Thales van Milete vijfhonderd jaar voor Christus al schreef namelijk: De mens is de maat van alle dingen, Hetgeen erop neerkomt dat het 2e zinnetje: Gij kunt uw naaste liefhebben gelijk u zelf de enig juiste vertaling moet zijn.

Waar dit simpelweg op neerkomt is dat de mate waarin jij en ik van iets of iemand kunnen houden op zijn best net zo groot is als de mate waarin we van onszelf houden. De wat mij betreft troostrijke waarheid is dus: Je kunt alleen liefhebben als je je zelf kunt liefhebben.

Een fantastische consequentie van deze niet te weerleggen logica is dat je geen enkel schuldgevoel behoeft te hebben als je jezelf de meest fantastische dingen gunt en dat het waarschijnlijk nog mooier wordt als je iedereen gunt wat je jezelf gunt en daar ook je best voor doet. Nee, niet eerst de ander. Van jezelf houden is basisvoorwaarde voor een mooi en bevredigend leven.

Goed laat me dit even kort en kernachtig samenvatten, zoals ik dat vaak aan het eind van een blog doe:

  • Probeer meer van anderen te houden dan van jezelf. Gevolg: je ligt op ramkoers met een leven vol teleurstelling. Het lukt niet, je wordt niet begrepen, je voelt je levenslang schuldig en ontoereikend.
  • Probeer bij elke gelegenheid vooral uitsluitend van jezelf te houden. Dat lukt! Je zult slecht verdragen worden door de mensen om je heen. Ze vinden je een vervelende en zo mogelijk zelfs schadelijke egoïst en je zult op den duur vereenzamen of terecht komen in een positie waarin je elke vorm van schijnbare genegenheid moet kopen.
  • Probeer de enige succesformule: houd volledig en onvoorwaardelijk van jezelf, zodat je van alles en iedereen om je heen evenveel kunt houden. Je geeft en gunt anderen wat je jezelf geeft en gunt. Je zult veel mensen ontmoeten die om je geven. Je zult anderen waarderen en gewaardeerd worden. Je zult nooit eenzaam zijn.

O ja, dat zou ik bijna vergeten. Ik heb eigenlijk niets met godsdienst, maar wel met mensen. Ik houd me dan ook liever bezig met weten wat logisch is dan met geloven. Ervaring is tenslotte de beste leermeester. Wat mij betreft klopt het onderstaande zinnetje dan ook.

Voor wat ik hierboven schrijf hoeft je niet rijk te zijn, hoewel je op den duur wel dat gevoel krijgt.

Leuk toch, wat je allemaal met zo’n gedicht kunt doen.

Colloïdaal zilver. Ik ben heel voorzichtig enthousiast

Kort geleden heb ik op mijn Facebook pagina al een voorzichtig enthousiast verhaal gehouden over colloïdaal zilver. Het kwam mij op een wat zure en typisch anti- kwakzalverige reactie te staan van een vroegere tandarts, met wie ik overigens een gemoedelijke verstandhouding heb. Hij vond dat colloïdaal zilver een middeleeuws nepmiddel was en dat het gebruik ervan voor veel mensen gevaar oplevert.                    Ik schrijf dit hier omdat ik dit soort kritiek – onzinnig als ik het vind – niet wil verbergen. Van mij mag iedereen gelijk hebben. Kom het maar bewijzen.                                     Goed, heel veel bewijzen heb ik niet, maar ik vind het toch nodig om wat uitvoeriger in te gaan op het al dan niet onzinnige gebruik van colloïdaal zilver.

Altijd wanneer de tegenstanders schrijven dat dit middel gevaarlijk is, dan tonen ze het gelaat van iemand met een blauwe verkleuring. Ik heb zo’n man ook eens in een tv-uitzending gezien. Hij dronk ongeveer een halve liter (véél te veel) colloïdaal zilver per dag. Het verschijnsel van de blauwe huid heet Agyria. Het kwam vroeger veel voor bij mensen die in de zilvermijnen werkten, omdat ze veel meer zilverstof binnen kregen dan goed was. Het klopt echt van veel te veel zilver wordt je huid blauw. Die man met het blauwe gezicht in de uitzending was overigens kerngezond, maar zoveel colloïdaal zilver is niet goed en niet nodig.                                                                                      Even ter vergelijking: als je precies zoveel, zeg maar een halve liter, van een antibioticum tot je neemt gaat het daarna echt een hele poos niet goed met je. Dat van die halve liter is overigens iets wat de antikwakzalversclub er niet bij vertelt.

Goed, dan nu maar even mijn eigen ervaringen. Ik had het colloïdaal zilver (zilverwater wordt het ook vaak genoemd) een beetje vergeten tot ik een kennis trof die mij enthousiast vertelde dat hij door het gebruik ervan zichzelf had genezen van de ziekte van Crohn, een ziekte waarbij de patiënt lijdt aan chronische en door de gehele darm verspreide ontstekingen. Het is een ziekte die regulier vrij lastig te bestrijden is en waarbij bij veel patiënten hele stukken van het darmkanaal operatief verwijderd moeten worden. Deze kennis van mij had er in ieder geval geen last meer van. Voordat iemand van de club die alles beter weet weer over me heen valt, die ziekte was bij deze man uitvoerig en regulier vastgesteld. Zijn aandoening was dus echt op deze manier genezen.

Nu even het verhaal van mij eigen jongste dochter. Mensen die mij kennen weten dat ik ooit twee dochters had. De oudste is in tweeduizend op zesendertigjarige leeftijd gestorven aan de zogenaamde taxislijmziekte (Cystic Fibrosis). Mijn jongste dochter lijdt aan die zelfde ziekte. De grote moeilijkheid bij deze aandoening is dat het slijm, dat bij gezonde mensen dun vloeibaar is, wat dikker en taaier is. Daardoor kunnen bacteriën zich erin nestelen en ontstekingen veroorzaken. De mensen die aan deze ziekte lijden krijgen heel veel antibiotica toegediend. Uit het nieuws en uit ervaring weten we echter dat antibiotica minder goed beginnen te werken. Bovendien zijn er bacteriën die heel ongevoelig zijn voor deze middelen. Een van die bacteriën heet Pseudomonas Aeruginosa. Het is een bacterie met een slijmlaag om zich heen, waardoor de antibiotica hem slecht kunnen bereiken.                                                    De pijnlijke werkelijkheid is ook nog dat die bacterie voor gezonde mensen eigenlijk onschadelijk is. Voor taaislijmpatiënten is het echter de belangrijkste vijand aan het eind van hun leven.

Zoals je misschien merk maakt het vader zijn van zulke kinderen een halve wetenschapper van je, maar daar wil ik je nu eigenlijk niet mee lastigvallen. Wat ik wel belangrijk vind om met je te delen is wat er door mijn voorzichtige bemoeienis waarschijnlijk bij mijn kind aan het gebeuren is.                                                            Regelmatig krijgt ze een longfunctieonderzoek. De resultaten daarvan gaan begrijpelijkerwijs achteruit, omdat de bacteriële infecties langzaam maar zeker haar longen kapot maken. Het vorige functieonderzoek toonde dat ze nog 35% vitale capaciteit had. Dat betekent in het algemeen dat je een deel van de dag extra zuurstof toegediend moet krijgen. Ze kreeg een nieuw antibioticum om te inhaleren. Deze patiënten moeten elke dag sprayen met een speciaal apparaat dat een vloeistof vernevelt, zodat ze het kunnen inademen. Het nieuwe middel maakte haar direct de eerste keer zo ziek dat ze er de hele dag beroerd van was. Het was ongeschikt, maar het was ook het laatste middel dat de arts haar nog kon voorschrijven,                      Eerlijk gezegd ben je op zo’n moment als vader of moeder de wanhoop nabij. Maar toen zei ik: ‘als er dan toch geen bruikbare antibiotica meer zijn, zou ze dan niet eens willen proberen colloïdaal zilver te inhaleren. Zilverionen, de nano zilverdeeltjes werken namelijk anders dan antibiotica. Antibiotica zijn middelen waartegen een bacterie zich teweer kan stellen en waarvoor immuniteit ontstaat. Zilverionen hebben een bepaalde elektrische lading waardoor ze zich aan schadelijke bacteriën hechten. Die bacteriën kunnen daardoor geen voedsel meer opnemen of afvalstoffen naar buiten brengen en gaan dan dood. Er zijn meer dan 700 bacteriesoorten die dood gaan van zilverionen en verder nog een onbekend aantal virussen.

Mijn dochter ging aarzelend op mijn voorstel in. Ik maak zelf het colloïdaal zilver voor haar. Bij het laatste longfunctieonderzoek was ze van 35% naar 41% gestegen. Dat hadden we eigenlijk nog niet vaak eerder meegemaakt.

Nu zijn we voorzichtig optimistisch. Ik heb trouwens als het om ziekte en gezondheid gaat weinig neiging om heel snel conclusies te trekken. Wat ik echter buitengewoon verderfelijk vind is dat er uit de richting van de vereniging tegen de kwakzalverij altijd weer van die opgeblazen en dreigende bangmakerij gespuid wordt. De enige werkelijkheid betreffende colloïdaal zilver is dat een flink aantal bacteriën en virussen er niet tegen kunnen en erdoor doodgaan.

Ach, nu zou ik toch bijna het allerbelangrijkste bezwaar van de reguliere geneesmiddelenhandel, zeg maar Big Farma, vergeten:

COLLOÏDAAL ZILVER KOST HEEL WEINIG EN ER KAN OOK GEEN PATENT OP WORDEN GEVRAAGD. DAARDOOR KUNNEN ER DUS OOK GEEN WAANZINNIGE PRIJZEN VOOR WORDEN GEVRAAGD. HET IS DUS TEN ENE MALE ONGESCHIKT VOOR SCHAAMTELOZE WINSTMAKERIJ.

Waarmee ik meer en meer moeite krijg is dat de heersende klasse in medicijnland denk dat we gek zijn en dat het gebruik van simpele natuurlijke middelen uit alle macht bestreden moet worden.

Begrijp mij goed, colloïdaal zilver is geen wondermiddel, maar het is onschadelijk en een heleboel schadelijke bacteriën en virussen sterven erdoor. Luister dus niet naar de hetze, maar gebruik je gezonde verstand en je eigen ervaring.