Over peteroosterum

Natural health practicioner Science Fiction writer

Geloof je dat nou echt? Dat kan toch onmogelijk waar zijn

Zo snel gaan de technische ontwikkelingen, zo verschrikkelijk snel dat er heel veel veranderd is op onze wereld in onze samenleving. Het gaat veel te snel en ook veel te veel kanten op, waardoor niet een enkel levend mens nog alles kan begrijpen wat er wordt uitgevonden, gemaakt, gebruikt of anderszins toegepast. En natuurlijk leidt dat tot verwarring, maar ook tot moedeloosheid van het soort “ik kan het toch niet volgen” of ook tot desinteresse. Dat laatste is jammer – en waarschijnlijk ook in ons nadeel, want daardoor sluiten wij de ogen voor wat er allemaal op ons afkomt. Eigenlijk zou voor dit probleem een voor iedereen toegankelijke oplossing gevonden moeten worden.

Er is een tijd geweest dat er enkele mensen waren die alles wisten en begrepen wat in hun tijd bekend en te weten was. Leonardo Da Vinci was zo’n uitzonderlijke man. Voor zijn tijd een groot wetenschapper en gedurfd denker. Hij dacht ook op een zeer verrassende manier aan dingen die in de toekomst mogelijk moesten zijn. Zijn omnicopter heeft nooit gevlogen, maar de idee van het hefschroefvliegtuig was briljant en werd veel later in de vorige eeuw verwezenlijkt. Van de Duitse schrijver en filosoof Goethe wordt weleens gezegd dat hij de laatste Homo Universalis was, de laatste mens die alles wist en begreep wat er in zijn tijd te weten en te begrijpen viel.

Dromers en fantasten die zich bezig hielden met de mogelijke ontwikkelingen in  de toekomst zijn er altijd geweest. Zelf ben ik ook zo’n dromer en fantast, wat me er van tijd tot tijd toe brengt om een sciencefiction verhaal te schrijven. Natuurlijk is dat soort denken voor heel veel mensen een beetje onzinnig. Blijf nou maar met je benen op de grond zeggen ze, de gewone werkelijkheid geeft al genoeg om over na te denken. En natuurlijk is dat ook zo, maar de mensen die dat zeggen vergeten vaak dat de alledaagse werkelijkheid heel veel problemen laat zien, waarvoor oplossingen moeten worden bedacht, nieuwe oplossingen graag als alle oude niet voldoen. Tja en dan ben je eigenlijk al een beetje bezig in de toekomst.

Voor mij begint elk sciencefiction verhaal met stel nu eens. Laat ik een voorbeeld geven. Ik bedenk ineens dat ik een kinderverhaal wil schrijven. Het verhaal, zo fantaseer ik, gaat over een boswachter die op een dag in het bos een heel groot ei vindt. Het is een vreemd ei, het is loodzwaar en als hij het aanraakt krijgt hij vreemde visioenen. Bovendien gaat het ei, als hij het op wil pakken vreselijke geluiden maken die hem op een hypnotische manier gevangen houden zodat hij wel gedwongen wordt het enorme ei mee naar zijn hut te nemen.

Toen ik net met het verhaal begonnen was wilde ik een soort draakje uit het ei laten komen, maar hoe het gebeurde weet ik niet, want het ging vanzelf. Die boswachter was ineens een houtvester die in Nederland aan de Landbouwuniversiteit van Wageningen had gestudeerd en dat bos waar hij geschikte bomen voor de kap selecteerde lag in het Australisch deel van Nieuw Guinea. En dat ei, nou ja, dat was op een bepaalde wonderlijke manier ontsnapt na een geweldige explosie in een kamp van de Amerikaanse defensie dat daar niet ver vandaan lag. Dat vertelde ik natuurlijk pas tegen het einde van het verhaal, om het spannend te houden.

Maar als iemand me zou vragen hoe ik daar nou op kwam, dan kan ik alleen maar zeggen dat het vanzelf ging en dat ik het alleen maar niet hoefde tegen te houden. Nou ja, vanzelf, het ging in horten en stoten, want al met al ben ik met dat eerste boek, “Het Komodo Project”, vijf jaar bezig geweest.

Sciencefiction is een manier van fantaseren waarbij je bedenkt – vaak zonder dat je weet hoe – wat er in de toekomst mogelijk zou kunnen zijn, maar niet alleen dat, want dan heb je in feite alleen maar een stukje werkelijkheid bedacht, waarvan iedereen je vraagt wat je er nou eigenlijk mee wil. Nee, een schiencefictionschrijver bedenkt natuurlijk een verhaal met technische – en vooral futuristische dingen die nog niet bestaan. Hoe beter je erin slaagt het op logische ontwikkelingen te laten lijken, hoe geloofwaardiger je verhaal over komt.

Veel mensen vinden sciencefiction en fantacy, dat meestal over magische dingen gaat, onzinnig. Als het over fantacy gaat kan ik mij dat beter voorstellen dan wanneer we het over sciencefiction hebben. In fantacy verhalen gaat het vaak over toverij en ook nog vaak heel erg gewelddadig. Toch moeten we niet vergeten dat alles wat je kunt fantaseren in elk geval in jouw geest bestaat en dus toch op een bepaalde manier deel uitmaakt van je werkelijkheid. Vaak heeft dat te maken met wat je gelooft of waaraan je meent niet te hoeven twijfelen. De kracht van een rotsvast geloof hoef ik vast niet uit te leggen, maar er zijn ook mensen die door een bepaalde mentale instelling hun kansen in het leven weten te vergroten. Je kunt ook zeggen: juist denken leidt tot juist handelen. Op die manier komt je mentale binnenwereld naar buiten. Sommige mensen zijn daar zo goed in dat het soms wel magie lijkt.

Een heel andere – en voor veel mensen aantrekkelijke werkelijkheid is die van het universum waarin we leven en waarvan we een heel klein deeltje zijn. Als je bedenkt hoeveel miljarden zonnen met planeten er alleen al binnen ons melkwegstelsel te vinden zijn, dan wordt het eigenlijk heel onwaarschijnlijk dat er niet heel veel meer planeten zoals de Aarde zijn en dat die planeten op de een of andere manier bewoond worden door levende wezens.

Als we dan bedenken dat er een aantal goede redenen is waarom er dan ook op die planeten wezens zijn ontstaan die op een bepaalde manier op ons lijken, als het intelligente wezens zijn. Denk maar eens even mee. Intelligente wezen willen dingen doen. Ze willen natuurlijk met elkaar, maar ook met duizenden dingen bezig zijn. Om iets te kunnen waarnemen heb je zintuigen nodig. Je hebt twee ogen nodig om te kunnen focussen, om de precieze plek en vorm te bepalen. Je hebt ook twee oren nodig om de richting te kunnen bepalen waar geluid vandaan komt. Dat is handig bij communicatie, maar natuurlijk bij nog veel meer dingen. Om iets te kunnen uitvoeren heb je minimaal twee handen nodig. Het aantal vingers, mits niet te veel is niet zo belangrijk, maar wel dat er een overstaande duim is, waardoor je dingen kunt vastpakken. En om je te kunnen verplaatsten heb je minimaal twee benen nodig. Zo zie je dan hoe mensen op de gedachte komen dat wezens op andere planeten, waarschijnlijk een beetje op ons lijken.

Toch zijn er nog steeds veel mensen die niet geloven dat andere planeten een soort van menselijke beschaving kennen. Bewijs het maar, roepen ze dan. Ja, dan zouden we met de mond vol tanden staan, ware het niet dat het denken in waarschijnlijkheden ons kan helpen. Stel nu dat er een miljoen planeten in ons melkwegstelsel precies de zelfde atmosferische en klimatologische omstandigheden hebben als onze aarde. Waarschijnlijk zijn het er veel meer, dat hebben de astronomen in ieder geval wel kunnen veststellen. Hoe waarschijnlijk is het dan dat zich daar, onder dezelfde gunstige omstandigheden als hier, geen leven in allerlei vormen ontwikkeld zou hebben. Uiteindelijk zijn wij hier van microscopisch leven in de oerzeeën doorontwikkeld tot wat we nu zijn. En natuurlijk kan en zal dat ook elders op grote schaal gebeurd zijn waar de omstandigheden gunstig waren.

Tot zover kan dit betoog onmogelijk sciencefiction genoemd worden, want het bevat niets dan logische gevolgtrekkingen. Wanneer wordt het dan wel sciencefiction? Nou, als we zelf gaan fantaseren hoe die eventuele mensen van andere planeten er dan uitzien en hoe ze leven en wat ze kunnen en wat ze willen en of ze misschien een manier hebben gevonden om hier te komen al dan niet met eerlijke en wat ons betreft goede bedoelingen. En als we dan ook nog gaan verzinnen dat we met hogere snelheden dan die van het licht kunnen reizen, ja dan kunnen we die mensen op die andere planeten ook bezoeken, net als zij ons.

Is dat nou onzinnig? Nee, we weten alleen niet of het ooit gebeurd is, maar dat zelfde kun je zeggen van volgend jaar of zelfs mogen. Dat is ook nog niet gebeurd. Op basis van eerdere ervaringen met de herhaling van dingen geloven we echter stellig dat morgen en ook volgend jaar er wel zullen komen. Zeker weten doen we het echter pas als het gebeurd is, hoewel morgen…en volgend jaar… het blijft afwachten.

Dit lijkt me het goede moment om eens te gaan kijken op welke terreinen in ons leven de sciencefiction nu dichter bij de werkelijkheid aan het komen is. Jules Verne werd in zijn tijd ook door vele mensen uitgelachen om zijn ideeën, maar de reizen naar de maan liggen inmiddels al tientallen jaren achter ons en grote atoomonderzeeërs doorkruisen inmiddels het hele jaar door de oceanen, bewapend met massavernietigingswapens. Het lijkt er trouwens sterk op dat onze uiteindelijke uitvoering van oorspronkelijk als sciencefiction geuite ideeën bijna altijd behoorlijk agressief is. Tja, jammer, maar zo zijn we blijkbaar voor het merendeel. Er komt wat dat betreft weinig sciencefiction aan te pas als we zien dat we blijkbaar altijd bang zijn dat onze bezittingen door anderen worden gepakt. Defensie door het in stelling brengen van de meest moorddadige vernietigingswapen kost jaarlijks vele miljarden. Het is een bloeiende industrie en we schijnen dat met het grootste gemak op te brengen.

Maar wanneer wordt die neiging tot met geweld verdedigen van onze eigendommen nu sciencefiction, ja wanneer? Ik denk dat we op dit moment op zo’n draaipunt in de menselijke geschiedenis zijn aangekomen. Grote denkers, die overigens ook buitengewoon agressieve ideeën kunnen hebben, kunnen als ze over veel geld beschikken gebruik maken van nieuwe en zeer gevaarlijke ontwikkelingen op het schemerige gebied dat zich afspeelt tussen geneeskunde en alles wat in biologische zin kunstmatig kan worden ontwikkeld. Wereldwijd worden daar proeven mee genomen die soms, al dan niet bedoeld op een gruwelijke manier misgaan, maar dat weten we niet en dat krijgen we ook nooit te weten.

Dan begint in mijn hoofd de sciencefictionschrijver een plannetje voor een boosaardig verhaal te verschijnen. Ik hoef er niet eens over na te denken, het komt vanzelf. Ik denk dan aan een verhaal dat ik hoorde vertellen door Judy Mikovits een Amerikaanse wetenschappelijke onderzoekster op het gebied van virussen en microbiologie in het algemeen. Op een dag was er een filmpje op YouTube en dat filmpje heette Pandemic Movie. Het filmpje heeft er maar een paar dagen gestaan voor de YouTube mensen het verwijderden. We mochten dat dus blijkbaar niet weten. In het filmpje vertelde deze mevrouw aan de interviewer dat het heel eenvoudig is om een dodelijk virus te maken. Ze vertelde van de technieken die er tegenwoordig zijn om virussen te veranderen en niet alleen virussen natuurlijk. Met een techniek die Crispr Cas 9 heet kan er uiterst nauwkeurig in ons erfmateriaal DNA worden geknipt en gewijzigd evenals in ons RNA, het zogenaamde messenger eiwit. Tja, dat is soms even schrikken, vooral als zo iemand dan ook nog een heel schrijnend voorbeeld vertelt. Ze zei: ‘het Ebolavirus was oorspronkelijk een virus dat alleen bij dieren voorkwam. We wilden weten hoe het kon veranderen zodat het ook op mensen kon overgaan. De bedoeling was dat het een heel mild virus zou zijn.’

Ik moet zeggen dat ik met rode oortjes zat te kijken en te luisteren toen ze vertelde dat het gelukt was. Dat hebben we trouwens gemerkt toen in West Afrika de menselijke Ebola uitbraak duizenden levens eiste van de arme onschuldige bevolking. Ach ja, men had niet gedacht dat het virus zo agressief zou worden. Later zag ik een filmpje met een andere wetenschapper die onder ede in een rechtbank doodleuk zat te verklaren dat er door abortussen verkregen menselijke embryo’s worden gebruikt om DNA sequenties te winnen waarmee ook dierlijke virussen zo veranderd kunnen worden dat ze toegang krijgen tot de mens. Met andere woorden, onschuldige virusjes kunnen door de tegenwoordige “monteurs” veranderd worden in levensgevaarlijke bedreigingen voor de mensheid.

Is dit nou sciencefiction? Bijna niet meer zou ik zeggen. De Groningse onderzoeker Ben Feringa kreeg de Nobelprijs voor chemie toen hij een voertuigje had weten te maken dat uit slechts enkele moleculen bestaat en dat op afstand kan worden bestuurd. Dat heet nanotechnologie. Stel je dus voor dat je een aantal van die karretjes krijgt ingespoten, want ze zijn zo klein dat ze gemakkelijk door de allerdunste injectienaald kunnen. Die karretjes kunnen natuurlijk iets vervoeren, daar zijn het karretjes voor. Wat kun je er zoal in vervoeren. Bijvoorbeeld middelen die gevaarlijke kankercellen doden. Normaal gesproken zijn middelen die kankercellen doden ook heel giftige chemotherapie. Maar stel nou dat je die uiterst giftige middelen heel precies in die kankercellen kunt afleveren, dan heb je om te beginnen al veel minder nodig en elk schot is raak en de rest van het lichaam hoeft geen last te hebben van die giftige chemomiddelen. Mooi hè? Ben Feringa stond het toen allemaal stralend te vertellen.

Maar ja, weet je, met een mes kun je een boterham snijden en smeren, maar je kunt er ook iemand mee vermoorden. En dat karretje dan, wie brengt het binnen en in welk pakhuis is de lading erop gelegd en waar moet die lading in het lichaam worden afgeleverd? In mijn ingewanden? in mijn spieren? in mijn longen? Of misschien in mijn hersenen? Of heeft de lading van het karretje misschien twee of meer bestemmingen? En hoe weet ik nou precies wat er allemaal de bedoeling is van die lading op dat karretje. Hoe kan ik zeker weten dat de lading van zo’n karretje dat bijvoorbeeld in een vaccin kan worden ingespoten niet verslavend is, dat ik voor de rest van mijn leven steeds weer karretjes met een nieuwe lading nodig heb omdat anders van allerlei dingen niet meer goed gaan. Of, erger nog, misschien kun je op die karretjes wel stoffen vervoeren die heel onschuldig zijn, maar die na een tijd in mijn lichaam te hebben gebivakkeerd veranderen in een stofje dat maakt dat ik op een ochtend gewoon niet meer wakker wordt. Ja, nu kan dat natuurlijk nog niet… of…dat weten we eigenlijk niet. Het enige wat we weten is dat we niet precies weten wat we ingespoten krijgen als we toestaan dat er iets in ons lichaam wordt ingespoten.

Eigenlijk heb ik bij deze zeer nabije vorm van sciencefiction al moeite de injectie te vertrouwen die de arts mij geeft. Die brave arts kan namelijk onmogelijk weten wat er in het echt allemaal op die karretjes is geladen.

Maar is er dan belang bij om een beetje te foezelen met de inhoud van die karretjes? We mogen er toch hopelijk op vertrouwen dat de farmaceutische industrie alleen maar dingen maakt waarvan we beter worden?

Ik wil er maar één ding over zeggen: de fabricage en verkoop is een miljardenindustrie. Het enige wat er gedaan moet worden om succesvol te zijn is nieuws verspreiden over een gevaarlijk virus, waardoor iedereen die er niets van snapt – en dat zijn bijna alle mensen – doodsbang wordt en heilig gelooft dat alleen dat vaccin redding kan brengen. En dan? Worden we dan op de heel lange duur misschien brave, makke schapen die gemakkelijk elke gewenste kant op te sturen zijn. Is dit nou sciencefiction?

Ik ben er niet zeker van.

Dilemma?

Ja, wat nu als je heel langzaam in de gaten krijgt – je wilde dat natuurlijk nooit geloven, niet dat het zo erg was in elk geval – maar dat je merkt dat er aan bijna alles wat met geneesmiddelen te maken heeft eigenlijk iets niet  lijkt te deugen. Natuurlijk aarzel je, zeker in het begin. Stel maar dat je bijvoorbeeld een of twee producten van de farmaceutische industrie al jaren gebruikt. Je hebt bijvoorbeeld een verhoogde bloeddruk. Die heb je waarschijnlijk al jaren, maar nu vond je huisarts dat er eindelijk maar eens iets aan gedaan moest worden.

‘Laten we maar eens beginnen met een Bètablokker,’ zei hij, ‘daarvan gaat je hart wat rustiger kloppen.’ Je huisarts vond – en daar was je het wel mee eens – dat je zelfs op je oude dag nogal tamelijk… ja hoe zei hij dat ook alweer.. o ja, tamelijk temperamentvol was. Opgewonden standje af en toe. Dat was ook zo, maar van de Bètablokker bleek je tamelijk moe te worden. ‘Nou, weet je wat,’ zei de huisarts, ‘dan schrijf ik je een ACE-remmer voor, daardoor wordt de werking van een stofje in je lichaam dat de bloedvaten vernauwd afgeremd, angiotensine heet dat stofje. Je kunt soms een beetje last hebben van kriebelhoest,’ zei de huisarts nog. Nou, dat klopte ook geweldig, want na een dag of drie bijna onafgebroken hoesten was je er helemaal klaar mee. ‘Daar hebben we ook nog wel een slimmigheidje voor,’ zei de huisarts, die inderdaad niet voor één gat te vangen was. ‘Ik schrijf je wat codeïne voor, dat onderdrukt de hoestprikkel, zodat je je ACE-remmer tenminste kunt blijven gebruiken.’ Goed idee bleek al snel, want met een pilletje codeïne in de ochtend hoestte je de hele dag niet. Voor de nacht moest je er dan wel soms nog een nemen, want anders sliep je niet van dat voortdurende gehoest.

De eerste dagen leken een verademing. De bloeddruk daalde en er werd niet meer gehoest. Prachtig. Alleen was er een probleem dat je nooit eerder was tegen gekomen. Je hele leven lang was je gemakkelijk, soms zelfs twee keer per dag naar de wc gegaan. Nu leek het wel alsof de darminhoud plotseling veranderd was in stopverf… Laxeren dan maar? Nog maar een pil erbij voor je slapen ging? Eerlijk gezegd had je daar nou niet zoveel zin in. Begrijpelijk hoopte je maar, toen je het aan de huisarts meldde, een natuurlijke functie die altijd goed was geweest en die bedorven werd door de medicijnen? Dat moest toch anders kunnen.

Dat vond je huisarts gelukkig ook. Hij zei: ‘Ik schrijf je Hydrochloorthiazide en Nifedipine voor. De nifedipine is ook een calcium antagonist – dan worden je bloedvaten wat soepeler en de hydrochloorthiazide drijft wat extra vocht af. Een mooie combinatie. Je gebruikt die pilletjes al jaren trouw elke morgen. De bloeddruk bleef redelijk, niet idioot laag, maar goed genoeg, vond je huisarts gelukkig ook . Eigenlijk was je heel tevreden, maar ja…

Voor de aardigheid dacht je laatst laat ik eens kijken of die pillen van mij soms ook bijwerkingen hebben. Nou ja, alle pillen die door de farmaceutische industrie geleverd worden hebben bijwerkingen, maar met deze combinatie dacht je niets te hebben gemerkt. Wat blijkt? Een van de bijwerkingen van hydrochloorthiazide is dat zich huidkankers kunnen ontwikkelen. Een week of drie geleden heb je net twee kleine basaalcelcarcinomen door de plastische chirurg uit je gezicht laten snijden. Achteraf gezien heb je dat wel vaker gehad. Het zijn geen gevaarlijke uitzaaiende kankers, maar vervelend is het wel. Ja, en toen dacht je aan de Nifedipine die de vaatwanden wat soepeler moet maken. En meteen dacht je toen aan dat aneurysma, dat ballonnetje dat zich gevormd heeft in de grote slagader in je buik en je dacht: tjee, dat moet toch niet al te soepel worden daar, want als het ballonnetje knapt dan gaat bij mij waarschijnlijk het licht uit. Einde voorstelling.

Wat te doen? Je weet eigenlijk niet zo goed meer wat het beste is. Misschien toch maar eens bij de natuurlijke alternatieven kijken om de bloeddruk naar beneden te krijgen? Maar dat zijn therapieën waarvan elke reguliere arts zal zeggen dat het levensgevaarlijk is. Soms is er toch maar moeilijk onderscheid te maken tussen wat wordt voorgeschreven en wat goed en veilig is.

Nu hoorde ik laatst iemand zeggen dat veel knoflook eten ook heel goed helpt tegen een hoge bloeddruk. Misschien is dat wel zo. Als je veel knoflook gebruikt hoef je in ieder geval niet zelf na te denken over anderhalve meter afstand houden. Daar letten alle anderen dan wel op.

Dick Bijl


Dit artikel over Dr. Dick Bijl heb ik overgenomen uit Het Reformatorisch Dagblad

Zijn kritische houding ten opzichte van de farmaceutische industrie kostte dr. Dick Bijl zijn functie als hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin. Hij zet zijn strijd voort als zelfstandig publicist en voorzitter van de International Society of Drug Bulletins. „Het is toch te gek dat jaar na jaar middelen worden verstrekt of toegelaten die meer kwaad dan goed doen.”

Meer dan tien jaar was Dick Bijl als hoofdredacteur het gezicht van het Geneesmiddelenbulletin. Het blad werd in 1967 door de overheid opgericht. Doelstelling was het onpartijdig informeren van artsen, apothekers en patiënten over de werking van geneesmiddelen. Bijl gaf serieus invulling aan die opdracht, wat voornamelijk kritische artikelen opleverde. De meeste nieuwe medicamenten voegen weinig tot niets toe. Vaak doen ze zelfs meer kwaad dan goed.

De farmaceutische industrie werd niet vrolijk van de pennenvruchten van Bijl. Ook vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport nam de druk op de hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin toe. Dusdanig dat Bijl vorig jaar besloot de handdoek in de ring te gooien. Niet alleen medisch specialisten, maar ook ambtenaren en bewindslieden laten zich naar zijn mening voor de kar van de farmaceutische industrie spannen. Een sector die niet primair gericht is op het genezen van patiënten, maar op het genereren van geld voor de aandeelhouders.

Topinternist Marcel Levi sprak in een column voor Medisch Contact over farmawoekeraars. Terecht?

„Absoluut. Nicholas Freudenberg, hoogleraar sociale epidemiologie in New York, plaatst de farmaceutische industrie in het rijtje van producenten van tabak, alcohol, voedingsmiddelen, wapens en auto’s. Ze maken allemaal gebruik van dezelfde strategieën, waarbij winstbejag centraal staat. Ik weet me in mijn opvattingen ook gesteund door de Deense hoogleraar Peter Gøtzsche. Zijn boek ”Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad” had ik zelf geschreven kunnen hebben.”

Vroeger maakte de apotheker op verzoek van de arts medicijnen. Ging het mis toen de vervaardiging van geneesmiddelen uitgroeide tot een industrie?

„Voor een deel. Een factor van nog grotere betekenis is de opkomst van het neoliberalisme, waardoor medicijnen nu als een doorsneeproduct worden gezien. De affaire rond het slaapmiddel Softenon, dat bij gebruik door zwangere vrouwen ernstige afwijkingen bij het ongeboren kind gaf, vormde de aanleiding om het toezicht op geneesmiddelen te verscherpen. Er zijn registratieautoriteiten en bureaus voor bijwerkingen in het leven geroepen. Die hebben aanvankelijk succes gehad, maar in de loop der jaren werd de invloed van de industrie in al die autoriteiten dermate groot dat er van onafhankelijkheid geen sprake meer is. De fabrikanten betalen forse sommen om hun middelen geregistreerd te krijgen. Die bedragen vormen ruim driekwart van de inkomsten van de registratieautoriteiten. Die zijn daardoor financieel afhankelijk van de farmaceutische industrie.

Voor de fabrikanten is niet de werking van een middel bepalend, maar de verwachte winstgevendheid. Je ziet dat heel duidelijk bij de zogeheten me-too-preparaten, varianten op bestaande middelen. We hebben meer dan twintig antidepressiva, meer dan twintig antipsychotica en ga zo maar door. In werking verschillen ze nauwelijks van elkaar, maar elk nieuw middel wordt als innovatief en tegen een hoge prijs in de markt gezet. De introductie van geneesmiddelen is één groot marketing- en reclamegebeuren geworden.”

Hoe komt het dat specialisten dit niet doorzien of niet willen zien?

„Door de belangenverstrengeling tussen de universitaire medische centra en de farmaceutische industrie. Hoogleraren zijn betaald adviseur van de industrie, doen onderzoek in samenwerking met de industrie en organiseren nascholing die wordt bekostigd door de industrie. Ze zeggen dat daar niet aan valt te ontkomen. Dezelfde houding zie je bij overheden. De wettelijke regelgeving komt tegemoet aan de wens van de fabrikanten. De lobby van de farmaceutische industrie is geweldig machtig.”

Prof. Jim van Os onderschrijft uw kritiek en werd desondanks een toonaangevend hoogleraar in de psychiatrische epidemiologie.

„Zeker, zo zijn er meer voorbeelden te noemen, maar het zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen. Ik heb grote waardering voor deze mensen, die tegen de stroom in durven te roeien. Je zou ook van de Consumentenbond iets mogen verwachten op dit gebied, maar daar zie ik weinig van.”

Waaraan moet een geneesmiddel in uw optiek voldoen?

„Het criterium is nu dat er een statistisch significant verschil moet zijn met een placebo, een nepmiddel. Dat verschil is meestal vooral rekenkundig. Illustratief zijn de nieuwe, peperdure middelen tegen kanker. Onderzoek laat zien dat ze de tumor iets verkleinen, maar dat is voor de patiënt niet zo relevant. De vraag is of hij er langer door leeft en hoe hij die extra tijd doorbrengt: in een redelijke conditie of doodziek door de bijwerkingen van het medicijn. Het overgrote deel van deze middelen voegt vrijwel niets toe. Mensen wordt valse hoop geboden en er gaat ontzettend veel geld mee verloren.

Het slechtst scoren de psychofarmaca, een groep middelen waarover ik veel heb geschreven. Neem antidepressiva. Die mogen in de handel worden gebracht als ze bij patiënten een aantoonbare verbetering van minimaal één punt op de Hamilton Depression Rating Scale geven. Die schaal loopt van 0 tot 52. Geen arts en geen patiënt kan het verschil van één punt waarnemen. Naar mijn mening moet de vraag niet zijn of het effect van een middel statistisch significant is, maar of het klinisch relevant is. De patiënt moet er zich beter door voelen. Als we dat criterium gaan hanteren, kan het overgrote deel van de geneesmiddelen uit de handel worden genomen. Dat levert een enorme besparing op en het voorkomt sterfte en gezondheidsschade door bijwerkingen.”

Op welke schaal speelt dat probleem?

„In een EU-rapport van enkele jaren geleden werd het aantal doden door bijwerkingen van medicijnen geschat op 200.000 per jaar. Alleen in de Europese Unie. Je moet dan denken aan hartinfarcten, beroertes en bloedingen ten gevolge van medicatie. Ik denk dat het een rooskleurige schatting is. Artsen leggen bij een overlijden lang niet altijd een relatie met de medicijnen die de patiënt gebruikte. Nog kwalijker is dat middelen met zeer ernstige aangetoonde bijwerkingen soms nog jaren op de markt kunnen blijven. In het geval van de pijnstiller Vioxx heeft dat naar schatting 120.000 doden door hartinfarcten opgeleverd.

Artsen horen bijwerkingen van een medicament te melden, in Nederland bij het bijwerkingencentrum Lareb. Dat is een nogal omslachtig gebeuren, waardoor het lang niet altijd gebeurt. Tot enkele jaren geleden was de website van Lareb heel transparant. Je kon bijvoorbeeld precies zien hoeveel mensen er waren overleden aan het gebruik van NOAC’s, een nieuw soort antistollingsmiddelen. Die informatie is van de site gehaald, ongetwijfeld onder druk van de fabrikanten. De sterfte door bijwerkingen van een medicijn is bedrijfsgeheim geworden.”

Verzwijgen fabrikanten bewust de risico’s?

„Dat is geen vraag. Ongunstige onderzoeksgegevens worden achtergehouden, rapporten met negatieve uitkomsten worden niet openbaar gemaakt. Zo verzweeg GlaxoSmithKline dat antidepressiva bij kinderen niet werkten en zelfs suïcidaliteit veroorzaakten. Bij een aantal farmaceutische bedrijven staan mensen op de loonlijst die in het geval van een veroordeling na een claim de gevangenis in gaan. Dat is hun functie. Dr. Joel Lexchin, hoogleraar in Toronto en een autoriteit op het gebied van geneesmiddelen, onthulde dat op een symposium ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Geneesmiddelenbulletin. Meestal wordt er bij claims een financiële schikking getroffen, met enorme bedragen. Dat gebeurt steeds vaker, vooral in Amerika. Daar worden wekelijks processen tegen fabrikanten van geneesmiddelen gevoerd.”

Dat is toch moedgevend?

„Zeker, er zijn meer positieve zaken te melden. Frankrijk heeft La Revue Prescrire, een blad dat geneesmiddelen volstrekt onafhankelijk beoordeelt. Hetzelfde geldt voor het Duitse Arznei-Telegramm, de Canadese Therapeutics Letter en het Amerikaanse Worst Pills, Best Pills. Vergeleken met de vaak spijkerharde oordelen in deze bladen waren mijn artikelen nog redelijk vriendelijk van toon. Ik denk ook aan het Institut für Qualität und Wirtschaftlichkeit im Gesundheitswesen (IQWiG) in Keulen en het Mario Negri Instituut in Milaan. Daar wordt onafhankelijk onderzoek naar geneesmiddelen verricht. De Europese Ombudsman heeft bedongen dat de EMA, het Europees Geneesmiddelbureau dat verantwoordelijk is voor de toelating van nieuwe geneesmiddelen, de zogenaamde clinical study reports van geneesmiddelenfabrikanten op zijn website moet zetten. Die bevatten alle onderzoeksgegevens. De beoordelingen van geneesmiddelen door het IQWiG zijn steevast veel minder gunstig dan die van de EMA. De mensen bij de EMA zijn onvoldoende getraind in het opsporen van methodologische tekortkomingen in de onderzoeksrapporten. Of het ontbreekt hun aan tijd om die grondig te lezen. Doe je dat wel, dan zie je allerlei tegenstrijdigheden.”

De minister van Volksgezondheid en zijn ambtenaren kunnen de verhalen van de onafhankelijke onderzoekscentra toch ook lezen?

„Natuurlijk. Ik denk dat het tevreden houden van de fabrikanten een bewuste beleidslijn is. De agressie waarmee ambtenaren van VWS het Geneesmiddelenbulletin bejegenden, valt niet alleen te verklaren uit onkunde, al speelt het gebrek aan kennis wel mee. Ik heb 22 jaar dágelijks rapporten over geneesmiddelenonderzoek gelezen. Toch kostte het ook mij een paar jaar eer ik in de gaten kreeg dat er door de farmaceutische industrie structureel wordt gesjoemeld met gegevens. Ook Kamerleden laten zich heel gemakkelijk een oor aannaaien. Je kunt hun gedegen rapporten toesturen, maar als ze die niet begrijpen, heeft het weinig zin. Het interpreteren van geneesmiddelenonderzoek is zelfs voor artsen heel lastig. Het is een complexe materie.”

Je zou in ieder geval van de verzekeraars weerwerk mogen verwachten.

„Je moet de macht van de verzekeraars niet overschatten. Middelen die zijn toegelaten, mogen door artsen worden voorgeschreven. Daar kan een verzekeraar weinig tegen doen. We hebben de gekke situatie gehad met methylfenidaat, een middel tegen ADHD. In Europa is dat afgekeurd als geneesmiddel voor volwassenen, maar omdat het in de handel was voor kinderen, konden psychiaters het voor volwassenen gewoon voorschrijven. Het werd keurig afgeleverd door apothekers en vergoed door de zorgverzekeraars.”

Hoe beoordeelt u de geheime prijsafspraken die de overheid nu soms met fabrikanten maakt om extreme prijzen te drukken?

„Ik vind dat niet kunnen. Er moet een democratische controle zijn. Bovendien toonde La Revue Prescrire aan dat het merendeel van die peperdure geneesmiddelen vrijwel niets toevoegt, terwijl ze wel ernstige bijwerkingen hebben.”

Verwacht u ooit een keer ten goede?

„Die zal moeten komen van de politiek en de overheden, in Europees verband. Die moeten ervoor zorgen dat de regels voor de introductie van nieuwe geneesmiddelen veel strenger worden. In januari heb ik een voordracht gegeven in het Europees Parlement. Daarbij was ook de vicevoorzitter van de EMA aanwezig. Die gaf toe dat hij momenteel niet de mogelijkheden heeft om discutabele geneesmiddelen te weren. De situatie wordt alleen maar zorgelijker door ”adaptive licensing”, waarbij geneesmiddelen versneld worden toegelaten om een deel van de onderzoeksgegevens in de praktijk te kunnen verzamelen. Patiënten worden zo tot proefkonijnen gemaakt. Dat kán niet. De politiek móét ingrijpen. Het is toch te gek dat er jaar na jaar middelen worden verstrekt of toegelaten die meer kwaad dan goed doen.”

Bent u gefrustreerd door de reden van uw vertrek bij het Geneesmiddelenbulletin?

„Dat is niet het juiste woord. Ik vond het weinig zinvol om daar op deze wijze verder te gaan. Nu heb ik de handen vrij om te publiceren wat naar mijn overtuiging gepubliceerd moet worden. Patiënten moeten weten wat ze slikken. Deze week verscheen mijn boek ”Het pillenprobleem” en ik heb nog voldoende stof voor een paar andere boeken. Hopelijk worden mensen door dit soort publicaties wat kritischer. Veel klachten die ze hebben, zouden goed het gevolg kunnen zijn van de pillen die ze slikken.”

Dr. Dick Bijl

Dick Bijl (1956) specialiseerde zich na zijn medische opleiding tot huisarts en epidemioloog. Van 1987 tot 2003 was hij werkzaam als huisarts en onderzoeker. In 2006 promoveerde hij op een dissertatie over depressie bij ouderen in de huisartsenpraktijk. In 1995 trad hij bij het onafhankelijke Geneesmiddelenbulletin aan als redacteur, tien jaar later werd hij benoemd tot hoofdredacteur. In 2017 zag hij zich onder druk van het ministerie van VWS gedwongen deze functie neer te leggen. Als zelfstandig ondernemer geeft hij nu lezingen over de (vermeende) werking van geneesmiddelen en publiceert hij over dit onderwerp. In 2016 werd Bijl verkozen tot president van de International Society of Drug Bulletins (ISDB). Deze week verscheen zijn boek ”Het pillenprobleem. Waarom we zoveel medicijnen gebruiken die niet helpen en niet werken” (uitg. AUP, Amsterdam; 152 blz.; € 14,99).

Goed Nieuws?

Het hangt ervan af bij welke kant je je thuis voelt denk ik. Vanaf het begin van de coronacrisis klinkt de roep om een vaccin. Dat zou ons allemaal de zo broodnodige bescherming bieden tegen de door velen nog steeds als levensgevaarlijk beoordeelde ziekte. Ik kan mij dat ook wel voorstellen. Als een dierbaar familielid aan dat virus bezweken is dan ervaar je dat zeker zo. Mocht je er anders over denken dan zullen alle nieuwsbronnen in hun officiële berichtgeving duidelijk maken dat er met corona niet te spotten valt.

Nu is er bij onze zuiderburen toch iets aan het gebeuren dat de meningen betreffende de absolute noodzaak van een vaccin wel eens zou kunnen doen kenteren. Wat is er aan de hand? Wel dit: In België doet men onderzoek naar de antistoffen tegen het coronavirus bij mensen die met het virus besmet zijn geweest. Normaal is het zo, dat wanneer je bijvoorbeeld als kind mazelen echt hebt gehad, dat je die ziekte dan je hele leven niet meer kunt krijgen vanwege de antistoffen die je lichaam heeft gevormd tijdens de ziekteperiode. In het begin van de coronaperiode hadden de Wetenschappers nog het idee dat er goepsimmuniteit zou ontstaan doordat gezonde mensen na besmetting antistoffen zouden maken die hen voortaan zouden beschermen. Nu begint in het Belgische onderzoek echter duidelijk te worden dat in dit geval die antistoffen tegen dit virus langzaam verdwijnen. Dus ook bij mensen die met corona besmet zijn geweest wordt al een afname van de antistoffen gemeten. Vlak na de besmetting bleek nog ruim zeven procent antistoffen te bezitten, terwijl nu het vervolgonderzoek bij de zelfde groep mensen nog maar vijf en een half procent antistoffen blijkt te bezitten. Die zo broodnodige en zeer gewenste antistoffen tegen dit virus verdwijnen dus spoorloos.

Waarom noem ik dit nu goed nieuws met een vraagteken? Het echt zelf doormaken van een ziekte geeft een betere immuniteit tegen een volgende besmetting dan een vaccin. Dat is al jaren bekend. Maar nu blijkt dat de immuniteit tegen dit coronavirus alweer afneemt bij mensen die de besmetting echt hebben doorgemaakt, wat kan dan in vredesnaam het nut nog zijn van het vaccin waar zo hard aan gewerkt wordt en waarmee sowieso al een minder sterke immuniteit wordt veroorzaakt? Ik denk – ik zeg dus niet dat het zo is, maar dat ik het denk – dat als de immuniteit na het werkelijk doormaken van de ziekte zo snel verdwijnt, dat dan het effect van een vaccin veel en veel geringer zal zijn. Ik denk dus – heel eigenwijs, maar dat ben ik nu eenmaal – dat het hele gedoe met dat vaccin weinig gezondheidswinst zal opleveren.

Nou ja, geen nood, misschien bedenken de fanatieke voorstanders van het vaccin dan wel dat vaccineren het beste helpt als je gewoon elke maand even een prik komt halen.

Nu ik erover nadenk….dan valt er tenminste echt iets aan te verdienen.

Storm

Een langdurige storm, daarmee was misschien de beste vergelijking te maken als we kijken naar wat er in bijna alle landen op de wereld is gebeurd. Zelf kan ik me eigenlijk nog maar één werkelijk rampzalige storm herinneren in mijn leven, dat was in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953, toen de dijken rond Zeeland braken en die hele provincie praktisch onder water stond. Maar dat was maar één nacht en we begonnen meteen te repareren en plannen te maken. Door die plannen zijn we er in ons land beter en sterker uit gekomen. Over de hele kustlijn is de zeewering versterkt. Alles is – zoals dat heet – op deltahoogte gebracht, zodat we er voor wat stormen en hun gevaren betreft voorlopig nog wel even tegen kunnen.                                             

Deze keer werden we echter overvallen door een soort storm die heel langzaam aanzwol en waarvoor bijna iedereen angstig was. En ja, waar kwam die angst nu vandaan. Ik denk in de eerste plaats van geruchten over dingen waarover wij als gewone mensen nooit precieze bijzonderheden horen. Wat ik bedoel is dit: Het verdrag dat wereldwijd binnen het kader van de Verenigde Naties is getekend jaren geleden in Genève bepaalt dat de deelnemende landen afgesproken hebben geen chemische – of biologische wapens te gebruiken in geval van oorlog. Maar ja, afspraken maken en je eraan houden zoveel jaar na de grote oorlogen die in de vorige eeuw de hele wereld ontwrichtten blijkt toch steeds moeilijker te worden.

Het nieuws meldde ons regelmatig het gebruik van strijdgassen in het Midden-Oosten en verder vertellen de geruchten dat er op vele plekken in de wereld laboratoria zijn die experimenteren met virussen. O zeker zullen er resultaten geboekt worden waar de geneeskunde belang bij heeft, maar nog steeds is de westerse mens intussen al vijfenzeventig jaar uit de oorlog, maar is de oorlog blijkbaar nog steeds niet uit die mens, want  jaarlijks gaan miljarden op aan de oorlogsindustrie.

In dat licht gezien, ik bedoel vanuit het standpunt van oorlog-denkende strategen, is het biologische wapen, het strijdvirus een heel stuk goedkoper dan alle geavanceerde strijdmiddelen. Jammer is natuurlijk wel dat er met een strijdvirus niet erg precies gericht kan worden. Er zullen veel mensen ziek worden en sterven die je eigenlijk niet bedoelde. Maar daarop wordt nu, juist in onze tijd naar het passende antwoord gezocht: het vaccin.

Idealiter kun je dan iedereen vaccineren die je wilt dat jouw aanval met het dodelijke strijdvirus overleeft. Wat een handige manier van oorlog voeren hebben we dan ineens. In de aangevallen landen blijft alles in tact, je kunt het zo overnemen. Nou ja, je moet natuurlijk wel heel veel lager werkvolk dat natuurlijk gevaccineerd is sturen om alle lijken op te ruimen, maar daarna valt alles onbeschadigd in je natuurlijk toch wel een beetje vuile handen.

Diep in alle harten leeft wel iets van de vrees. Zeker toen we in deze corona tijd geruchten hoorden dat het virus wel eens uit een laboratorium zou kunnen komen dat dertig kilometer verwijderd is van de Chinese stad Wuhan, de plaats waar de hele uitbraak begon.

Dat soort gedachten en geruchten is echt niet geschikt om een gerustgestelde bevolking te creëren, vooral niet als bij de hoogste dienaren van de overheid de twijfel toeslaat of die uitbraak van dat virus niet veel gevaarlijker is dan een gewone griep. En dat diezelfde overheid uit vrees voor erger allerlei draconische maatregelen neemt onder het motto “stel dat… dan moeten we safe zijn”.

Voeg daarbij dat geen enkele westerse overheid de gelegenheid had gehad of genomen om met een dergelijk rampen scenario te oefenen, dan kun je verwachten wat er ook inderdaad is gebeurd: een totaal ontwrichte samenleving en een voor het merendeel angstige bevolking en angst praat je niet zomaar weg door te zeggen dat het allemaal veel minder gevaarlijk was dan de griep van een paar jaar terug. Ja, dat zal wel roepen de mensen dan, maar ik hoor dagelijks van weer nieuwe doden.

Nou ja, dat laatste hield de angst er natuurlijk wel in, maar bange mensen houden zich in elk geval aan de veiligheidsvoorschriften.

Samenvattend kan gezegd worden dat de angst en de paniek die onze maatschappij op het randje van de financiële ondergang heeft gebracht wellicht niet was opgetreden als iedereen in dit land cum laude was afgestudeerd in de geneeskunde met als specialisatie virologie en immunologie, maar dat zijn we niet. We zijn gewone mensen en gewone mensen voelen zich bedreigd door ongewone gevaren.

Daarom zou ik eigenlijk iedereen iets willen voorhouden waarmee je in elk geval in de tijd dat er virussen heersen uit de weg kunt. Straks wordt het weer winter en komen de jaarlijkse griepen weer langs en dan wil je toch wat meer zekerheid dan dat je er alleen het beste van hoopt en elke dag een douche neemt.  Zo is natuurlijk een gezonde evenwichtige voeding belangrijk, dat weet iedereen en als je flink overgewicht hebt, dan moet je je realiseren dat in die vetmassa alles helemaal niet zo goed georganiseerd verloopt als in de rest van je lichaam en als je verder ondanks je prima gewicht nauwelijks in beweging komt en al moe wordt van het optillen van een volle beker koffie, tja, dan moet je ook niet denken dat je lijf klaar is om de aanvallen van buiten af te slaan.

Dit moet je in ieder geval weten: het verdedigingsapparaat dat je immuunsysteem heet is geschikt om alle gewone aanvallen te pareren. Wees niet overdreven hygiënisch, want alles wat goed werkt moet actief blijven en dagelijks oefenen, ook je immuunsysteem. Er zijn echter een paar natuurlijke middelen die het virussen moeilijker maken om jouw celletjes binnen te dringen en een reproductiebedrijf te starten.

  1. Quercetine – is een natuurlijke stof uit de serie geur – en smaakstoffen die in kleine hoeveelheden in voeding voorkomt. Tabletten of capsules van 500mg zijn aan te bevelen
  2. Zinkorotaat of citraat – samen met de quercetine maakt het virussen moeilijker om binnen te komen.
  3. Voor de algemene afweer Vitamine C en vitamine D.

Al deze genoemde middelen zijn vrij verkrijgbaar bij reform of apotheek

Met deze genoemde stoffen ben je natuurlijk niet voor honderd procent onkwetsbaar voor virusaanvallen, maar je staat er in elk geval sterker en beter voorbereid voor.

Laten we proberen gezond en vrolijk lachend de volgende uitbraken te doorstaan.

Keuzes maken in tijden van nood, maar door wie en op welke gronden.

Als ik terugkijk naar de achter ons liggende maanden waarin wij dagelijks nagenoeg bedolven werden onder tamelijk eenzijdig nieuws over de corona hype wordt ik getroffen door de gedachte dat  een wonderlijk dilemma wereldwijd heeft de geesten heeft beïnvloed en dat de keuze die, eveneens wereldwijd, hierdoor is gemaakt overal de zelfde kant op ging.Wat was dan dat dilemma, welke opties waren er en wat was er aan de hand.

Wat er gebeurde leek eigenlijk nog het meest op een zogenaamde DDoS aanval. Alles kwam plotseling tot stilstand in een rampzalige lockdown. Hierdoor werd ook de berichtgeving betreffende wat er gebeurde zeer beperkt en eenzijdig. Als een dergelijke aanval ons treft in de communicatie apparatuur weten we inmiddels gelukkig wat eraan te doen is. We zoeken en vinden de dader/veroorzaker en schakelen hem uit.

Nu hadden we echter te maken met een aanval die gericht was op onze gezondheid. Een op een griepvirus lijkend virus verspreidde zich razendsnel vanuit China over de wereld (snelle verspreiding waarschijnlijk door het vliegverkeer). Niets bijzonders op het eerste gezicht, want elk jaar – en soms zelfs meerdere keren – is er wel een griepvirus dat over de wereld gaat, slachtoffers maakt en vervolgens weer verdwijnt. Echter, via de WHO (World Health Organisation), een organisatie die gerelateerd is aan de Verenigde Naties en die wij allemaal vertrouwen (overigens zonder doelmatige controle uit te oefenen) kwam nu de mededeling dat we hier te maken hadden met een pandemie en niet met een gewone epidemie. Als het virus dat zich op een bepaalde snelle manier verspreidt en er zijn uitbraken in meerdere landen, dan spreekt men van een pandemie.

Deze waarschuwing moet dus uitgaan van de WHO. Als dat eenmaal gebeurt wordt elk aangesloten land geacht een soort noodtoestand uit te roepen, waardoor in elk geval tijdelijk de volksvertegenwoordiging buiten spel wordt gezet met betrekking tot alles wat de pandemie betreft. Voordeel is dan dat een ministerraad snel kan optreden, zonder dat er inde volksvertegenwoordiging lang over gedebatteerd hoeft te worden. Per slot van rekening is er in tijden van nood snelheid en slagvaardigheid nodig.

En dan komen we bij de keuzes die gemaakt kunnen worden waar het gaat om de vraag: ‘wat gebeurt ons op dit moment?’. In grote lijnen denk in aan twee hoofdrichtingen. De eerste keuze is dat men de gebeurtenis ervaart als een ramp die aan niets of niemand te verwijten valt en die ons overkomt. De tweede keuze is dat men de gebeurtenis ervaart als iets dat door enig menselijk toedoen is veroorzaakt of verergerd of waarvan de duiding wordt beïnvloed.

Als we dan stilstaan bij de eerste keuze, dan moeten we rekenen op het inschakelen van deskundigen. Als regering van een land ben je tenslotte een groepje politici, waarbij besluitvorming altijd voor een belangrijk deel wordt beïnvloed door partijbelangen. Specifieke deskundigen kunnen dan voor het overgrote deel de besluitvorming bepalen. Ook is het dan van belang binnen de groep deskundigen geen al te grote meningsverschillen te hebben. En hier ontstaat nu het risico van een starheid die gevaarlijk kan worden. De politicus durft hier niet zelf verantwoordelijkheid te nemen en volgt volledig het standpunt van de deskundige adviseurs.

Als we stilstaan bij de tweede keuze dan zal bij de verantwoordelijke politici een actievere en meer participerende houding te zien zijn voor wat betreft de besluitvorming. Hier zouden we te maken kunnen hebben met de politicus die zich afvraagt wie of welk belang er met deze pandemie gebaat kan zijn en op welke aspecten van de reacties erop speciaal moet worden gelet. In geval een regering deze tweede keuze maakt zal het zoeken naar advies niet in de eerste plaats het zoeken naar eensgezindheid zijn, maar veeleer het zoeken naar zo breed mogelijke informatie. Verschillende kanten en invalshoeken van de voorliggende problematiek zullen de besluitvorming bepalen.

In ons land heeft de regering duidelijk gekozen voor de eerste benadering. Het eigen deskundigheidscentrum, het RIVM werd als enige koersbepaler binnengehaald. Het aureool van deskundigheid moest de juiste en meest passende benadering van de pandemie waarborgen. Doordat er een toch ietwat weifelende advisering was in de trant van dit zou kunnen dat zou nuttig zijn, nee de scholen hoeven niet dicht, maar onder de publieke druk moesten ze toch dicht, mondkapjes hoeven niet, nou ja mondkapjes kunnen nuttig zijn en vooral binnen blijven, maar buiten afstand houden. Verder de nodige inconsequente adviezen en de bijna de medemenselijkheid bedreigende bevelen betreffende social distancing.

Mijn keuze, als ik politicus zou zijn, was de tweede optie geweest. In de eerste plaats zou ik de plotselinge kritiek op het zeventig jaar oude antivirale middel Hydroxychloroquine langer tegen het licht hebben gehouden. Ik zou mij afgevraagd hebben: ‘waarom zo plotseling’ en het zeker in de markt gelaten hebben tot uitgebreid door verschillende onderzoeken ondersteunde eventueel negatief gebruiksadvies tot een verantwoord besluit had kunnen leiden. In dat geval was het middel zeker nooit verboden en waren vele patiënten nooit in de tweede fase van de ziekte gekomen en dus ook nooit volgens een verkeerd protocol aan IC behandeling blootgesteld. Ik vermoed dat het aantal sterfgevallen minder dan de helft geweest zou zijn van wat nu het geval is.

Belangrijker is echter dat deze tweede keuzemogelijkheid tot veel minder paniek en angst onder de bevolking zou hebben geleid en naar ik bijna zeker weet tot veel minder maatschappelijke en economische schade.

Keuze één heeft geleid tot een krampachtige – en vaak ad hoc besluitvorming geleid, die ook nog eens gesteund werd door een zo professionele publiciteitscampagne dat alleen kritische geesten ertoe kwamen om niet angstig te gehoorzamen en zich af te vragen waarom werkelijk alle media meededen in de uiterst dubieuze dwingende en eenzijdige berichtgeving.

Achteraf kan van deze hele corona periode gezegd worden dat meer en meer mensen zich bewust zullen worden van het zonneklare feit dat wel heel erg veel informatie voor ons verborgen is gehouden, informatie die onvermijdelijk aan het licht zal komen en die – het kan gezien de economische schade bijna niet anders – een razende storm van verontwaardiging en boosheid zal veroorzaken. In onze tijd, waarin getrainde onderzoeksjournalisten en andere vaardige nieuwsgierigen overal binnen weten te komen, zal de waarheid over deze corona crisis uiteindelijk voor iedereen duidelijk zijn.

Hugootje Hugootje

Dit kreeg ik toegezonden van een goede vriendin. Toen ik het gelezen had was ik blij met de uitgebreide bronvermeldingen onderaan het artikel

Marleen van Holland

23 uur · 

Hugootje, Hugootje….. Wat is dit nou toch?! Teken je nu een overeenkomst voor ons ”levensreddende” vaccin van AstraZeneca…
Voor iedereen die het nog niet gelezen heeft, hieronder wat informatie over het bedrijf AstraZeneca;

Hugo, wat fijn dat je zojuist een contract hebt ondertekend met Astra Zeneca en dat je dat met trots mede deelt.

Deel je dan ook gelijk deze informatie met ons.

Want jij wist toch ook dat de top 3 vaccin producenten ter wereld vandaag 58 strafrechtelijke vervolgingen tegen zich hebben?

Dat het SARS-coronavirus van 2003 een infectie is waarvoor de afgelopen 17 jaar geen vaccin kon worden gemaakt. Het was niet mogelijk en de pogingen waren dodelijk toen ze het probeerden.

Dat er in de geschiedenis van de medische wetenschap er nooit een vaccin tegen coronavirussen gemaakt Is. Nooit. Er bestaat er niet één.

Maar op de een of andere manier heeft de Oxford University in Engeland in 4 maanden, tijd inclusief de $750.000.000 steun van de #BillandMelindaGatesFoundation, een vaccin ontwikkeld, de klinische fase van de eerste fase voltooid en nu gaan ze over op menselijke proeven, die op 2000 mensen wordt uitgevoerd in Brazilië, buiten het toezicht om van de North American Health.

En nog beter, het wordt al geproduceerd door #AstraZeneca, een farmaceutisch bedrijf met een crimineel strafblad dat bestaat uit:

2003, pleitte schuldig aan illegale marketing van hun prostaatkanker medicijn en betaalde een boete van $64.000.000, een civiele rechtszaak van $266.000.000 voor valse claims en een boete van $25.000.000 voor Medicaid-fraude.

2004, AstraZeneca werd aangeklaagd in Californië en Massachusetts wegens valse reclame, omdat het beweerde dat een van hun eigen medicijnen dat buiten het octrooi viel, niet zo goed was als hun nieuwe medicijn, hoewel het hetzelfde blijkt te zijn.

En geloof het of niet, die zaken liggen nog steeds bij de rechter. Ze gebruiken het al 16 jaar.

2004, AstraZeneca ontving een waarschuwingsbrief van de FDA voor liegen in hun advertenties over goedkeuring door de FDA.

In 2010 kreeg AstraZeneca een boete van $520.000.000 omdat het een van de antipsychotica medicijnen illegaal en niet-goedgekeurd voor gebruik op de markt bracht en Medicaid-fraude heeft gepleegd voor een bedrag van $218.000.000

In 2002 werd AstraZeneca gedwongen om meer waarschuwingslabels op hun longkankermedicijn te plakken nadat verschillende patiënten door hun medicijnen aan longontsteking waren overleden.

In 2003 bestudeerde de Universiteit van Illinois hun medicijn tegen schizofrenie en ontdekte het niet-aangegeven risico om diabetes te krijgen als gevolg van het gebruik van de medicijnen, wat uiteindelijk leidde tot een schikking van $198.000.000.

In 2004 kreeg AstraZeneca kritiek van openbare ‘watchdog’ groepen over de ernstige bijwerkingen van hun Crestor-medicijn in vergelijking met andere cholesterolgeneesmiddelen, en in 2005 voltooide Tufts University een klinische studie waarin de juistheid van de beweringen van de ‘watchdog’ groepen werd vastgesteld. Dit proces is nog steeds aan de gang, 16 jaar later.

In 2001 moest AstraZeneca nog eens $ 21.000.000 betalen voor het bewust en opzettelijk proberen een concurrerend generiek geneesmiddel van de markt te houden.

In 2003 kreeg AstraZeneca een boete van €60.000.000 door de Europese Commissie voor het misbruiken van octrooiregels en het liegen op patenten om haar medicijnen te beschermen tegen generieke concurrenten.

In 2007 moest AstraZeneca een strafrechtelijk vonnis van $12,9 miljoen betalen wegens fraude mbt Medicaid en verzekeringsmaatschappijen voor een prostaatkankermedicijn.

In 2010 betaalde AstraZeneca $103.000.000 om een federale rechtszaak te beslechten voor Medicaid-fraude voor astmamedicatie.

In 2009 moest AstraZeneca $2,6 miljoen betalen voor Medicaid-fraude.

Ja, ze klinken betrouwbaar
10 strafrechtelijke vervolgingen in de afgelopen 19 jaar.

Hugo, dit wist jij toch ook?

Waarom vertel je ons dit niet?

Of staat dit straks allemaal in de bijsluiter?

https://nypost.com/…/astrazeneca-doubles-coronavirus-vacci…/

https://www.atg.wa.gov/…/states-reach-record-685-million-se…

https://www.nytimes.com/…/astrazeneca-pleads-guilty-in-canc…

https://www.statnews.com/…/31/astrazeneca-bribes-china-rus…/

https://www.corp-research.org/astrazeneca

https://wikispooks.com/wiki/AstraZeneca

https://ahrp.org/astrazeneca-pleads-guilty-in-criminal-can…/

Ik heb nog een vraag aan je. Ik heb begrepen dat er zowel in het #AstraZeneca vaccin restjes menselijke geaborteerde foetus zit. Gaat jij dat ook aan jouw christelijke achterban vertellen?

https://www.sciencemag.org/…/abortion-opponents-protest-cov…

Met grote dank voor het gedegen onderzoek van
Romy Quint

Een georganiseerde greep naar de wereldmacht

Laat ik maar duidelijk beginnen. Ik ben een complotdenker. Iedereen zegt dat tegen mij als ik vertel wat ik van de huidige toestand op de wereld en van de zogenaamde dreiging van dat ene coronavirus vind. Voor de duidelijkheid, wat is een complotdenker: dat is iemand die in sommige – vaak ernstige situaties waarbij mensen ernstig in gevaar komen – van mening is dat er achter die hele situatie een organiserend brein of zelfs een organiserende groep zit, die voordeel denkt te halen. Een complotdenker hoeft niet de harde bewijzen aan te leveren van zijn gelijk. Wel is het belangrijk dat de stelling van de complotdenker aannemelijk gemaakt kan worden door meerdere veronderstellingen die een redelijk grote waarschijnlijkheid hebben.

Ik ben oprecht van mening dat hier en nu in deze crisis sprake is van een complot. Om tot een dergelijke mening te komen heb je enkele veronderstellingen nodig die de kwaliteit hebben van een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. Ik noem er een aantal.

  1. De oprichter/eigenaar van Microsoft, Bill Gates besloot een aantal jaren geleden met zijn vrouw samen een stichting op te richten, de Bill en Melinda Gates stichting die zich zou bezig gouden met goede doelen, voornamelijk gericht op gezondheid.
  2. Om die reden werd genoemde stichting de grootste financier van de World Health Organisatie die geleid wordt door de Ethiopische arts Dedros.
  3. Toen Bill Gates zijn aandacht van Microsoft naar goede doelen verlegde was hij als op één na de rijkste man ter wereld goed voor honderd miljard.
  4. Goede doelen kosten geld en de meeste mensen dachten dan ook: prachtig wat die Gates doet, met honderd miljard moet wel iets te doen zijn. Sinds de bemoeienissen met de goede doelen is het vermogen van Gates echter met meer dan tien miljard gegroeid, wat er in mijn ogen niet uitziet als belangeloos geld uitgeven voor goede doelen.
  5. In tegenstelling tot Apple wordt Microsoft altijd veel vaker geplaagd door virusaanvallen. Om dit te voorkomen is doorgaans een abonnement op een programma dat de virussen als mede Phishing en malware vangt voor onze computers besmet worden. Een gedachte die mij maar niet los wil laten is dat a. abonnementen die altijd door moeten gaan een buitengewoon zekere bron van inkomen zijn en b. wie kan nu beter al die vervelende plagen voor de computer alsmede de verdediging er tegen maken dan de software leverancier zelf. Natuurlijk niet onder eigen dak, maar dat is vlug te regelen.
  6. Ik denk nu, natuurlijk niet in de termen die Gates vermoedelijk in gedachten heeft gehad, maar in een soort parallel stramien: ‘computervirussen zijn al jaren een riante bron van verdienste. Dat zouden biologische virussen toch ook moeten zijn. Goed, verder dus, de biologische virusvanger heet vaccin en er is veel geld mee te verdienen.
  7. In India nam de stichting van Bill en Belinda het polio vaccinatie programma over. De stichting werkte daar van 2000 tot 2017. Er werd een nieuw poliovirus geprobeerd. India heeft per slot van rekening heel veel praktisch rechteloze mensen door het kaste-systeem. Volgens een bron die ik op het internet aantrof werden 496.000 kinderen door verlammingen getroffen die men daar toeschreef aan de gebruikte vaccins. De stichting werd verzocht India te verlaten.
  8. Een grote investering werd door Gates ook gedaan in Wuhan. Op dertig kilometer daarvandaan ligt het enige Chinese biologische laboratorium dat ten dienste staat van defensie. Ooit is afgesproken binnen de Verenigde Naties dat chemische en biologische oorlogvoering nooit gebruikt zouden worden. Toch is China lang niet het enige land dat strijdvirussen ontwikkelt. In de VS, in Canada in Frankrijk en ongetwijfeld in Rusland, maar ook in ons land wordt gekeken naar deze strijdmiddelen zonder wapengekletter.
  9. Gates heeft zelf letterlijk verklaard dat hij ervoor wil gaan zorgen dat de hele wereld door vaccinatie vrij van ziekte wordt gehouden. Het is absoluut geen totaal uit de lucht gegrepen idee dat de huidige epidemie heel handig door de World Health Organisation, waarvan Gates de grootste financier is, is uitgeroepen tot een pandemie, waardoor alle regeringen door middel van een noodwet de parlementen goeddeels buiten werking kunnen stellen. De weg wordt op deze manier vrij gemaakt voor wereldwijde vaccinatie. En omdat er toch elk jaar wel een nieuw virus kan langskomen, al dan niet gestuurd, is een zeer profijtelijk abonnement toch een crimineel mooie mogelijkheid om nog veel rijker te worden.
  10. Bill Gates is niet de filantroop die hij voorgeeft te zijn. Hij is een gevaarlijke man met veel te veel op slinkse wijze vergaard geld, die nu een greep naar de wereldmacht doet. Bedenk daarbij dat behalve vaccins steeds kleinere en ingenieuzere nanotechnologieën gemakkelijk door een injectienaald gaan.
  11. Dat laatste is naar ik vurig hoop verre toekomstmuziek, hoewel ik er niet echt gerust op ben. Wel belangrijk is het te weten dat het verzwakte stukje DNA of RNA dat in een vaccin wordt gebruikt niet het grootste gevaar vormt, dat geeft alleen maar richting aan de immuunreactie. Het zijn de toevoegingen, de adjuvans, die de immuunreactie moeten versterken en die vaak bestaan uit giftige metaalzouten van bijvoorbeeld aluminium die ernstige bijwerkingen kunnen opleveren. Aan aluminium verbindingen worden wel hersen- aandoeningen toegeschreven tot tumoren aan toe.
  12. In ons land werd er bijna roet in het eten gegooid voor het prachtige wereldwijde corona-vaccin-plannetje. Een huisarts had van een prominente Franse collega een goed werkende kuur. Het hoofdmiddel Hydroxychloroquine werd onmiddellijk verboden. Later is gebleken dat de onderzoeksresultaten met betrekking tot dat middel vervalst waren. Maar dat kon iedereen weten, omdat het middel al zeventig jaar op de markt was. Het verbieden ervan was vals spel, bedrog dus, door de staat der Nederlanden. Dat heeft veel mensen het leven gekost tijdens een IC opname waar niet werd gedaan wat nodig was, omdat de uitvoerende verplegenden en artsen opzettelijk verkeerde informatie kregen.
  13. Tenslotte: je kunt je heel goed wapenen tegen virusaanvallen. De juiste vitamines en mineralen bij een gezonde voeding maken dat je geen angst voor virussen hoeft te hebben. En mocht je al een virus infectie oplopen dan staat een sterk immuunsysteem tot je beschikking als je tenminste niet voortdurend met een mondkapje je eigen afvalproducten binnenhaalt en door voortdurend reinigen alles waar je juist een sterker immuunapparaat van krijgt wegwast.

Misschien ken je die oude uitdrukking nog wel: Vieze varkens worden niet vet. Te grote reinigingsdrift maak je zwak en dat is niet goed. Je immuunsysteem moet elke dag oefenen in gevechten met tegenstanders, anders wordt het lui en laat allerlei gemene rotzooi binnen

Nou ja, vooruit, ik moet dit aan mijn lezers vragen. Wanneer denken jullie dat iedereen in dit land eindelijk in de gaten heeft dat we, samen met de rest van de wereld gewoon belazerd zijn uit winstbejag en misplaatste eerzucht?.

De coronabehandeling in Italië

Dit bericht kreeg ik binnen van Mees van Deth, een oude vriend die in Mozambique woont die het weer kreeg van een bekende van hem, Frans Huygevoort . Bron is volgens deze journalist het Italiaans ministerie voor volksgezondheid.

IN ITALIË IS DE BEHANDELING VAN HET CORONAVIRUS EINDELIJK GEVONDEN.

Italiaanse artsen negeerden de voorschriften van de WHO om geen autopsies uit te voeren op de doden die aan het coronavirus waren overleden. Ze ontdekten dat de dood niet was veroorzaakt door het virus, maar door een bacterie. Hierdoor ontstaan bloedstolsels in bloedvaten die ernstige trombose veroorzaken.

Italië verslaat de zogenaamde Covid 19.

De feitelijke doodsoorzaak is blijkbaar “gedissemineerde intravasculaire coagulatie”, in gewone mensentaal betekent dat: verspreide klontering van het bloed in de bloedvaten, wat volgens de Italiaanse artsen wordt veroorzaakt door bacteriën en om die reden met succes met antibiotica, ontstekingsremmers en anti stollingsmiddelen, bij voorbeeld aspirine, kan worden behandeld. Hieruit blijkt echter dat de ziekte slecht werd behandeld. Dit sensationele nieuws kwam van Italiaanse pathologen anatoom bij het uitvoeren van autopsies op  doden die het gevolg zouden zijn van COVID-19. Verder waren volgens de Italiaanse pathologen de IC behandelingen met intubatie nooit nodig. Om deze redenen werden in Italië de protocollen gewijzigd. Volgens deze Italiaanse bron werden deze feiten verborgen gehouden door de WHO. Overigens kenden de Chinezen deze remedie ook al en rapporteerden dat ze met deze organisatie geen zaken wilden doen. Het lijkt er sterk op dat door het optreden van de WHO veel oudere personen bedoeld vermoord zijn.

Hoe dit ook zij, het moet toch langzamerhand wel voor iedereen duidelijk beginnen te worden dat er met grote communicatieve vakkennis een wereldwijde verwarring is gezaaid die niet alleen geleid heeft tot angst, maar ook tot een diep ingrijpende afbraak van onze economie en laten we dan vooral ook niet de wellicht vaak dodelijke schade die is aangericht bij mensen die aan het begin van deze crisis wachtten op een ingrijpende en vaak levensreddende operatie. Dat moest allemaal maar wachten tot nader order en totdat de draconische en naar nu blijkt ridicule maatregelen opgeheven zouden worden, wat nog steeds niet het geval is. Zowel de maatschappelijke als de gezondheidsschade nemen nog steeds toe. Als we niet wisten dat het nu een politiek probleem is zou het onbegrijpelijk zijn.

Wat echter in deze hele kwestie een uitermate bedenkelijke praktijk lijkt te zijn geworden is de censuur die overal de kop op steekt. Ik had dit bericht eerder in zijn originele vorm op Facebook gepubliceerd. Goed, de leesbaarheid liet veel te wensen over, want blijkbaar was het in het Nederlands vertaald via een vertaalprogramma. Het laatste gedeelte van het bericht bevatte meer opiniërende toevoegingen die ik hier heb weggelaten, omdat ik van mening ben dat wie mijn bericht leest zijn of haar eigen conclusie wel kan trekken.

Hoe dan ook, toen ik een uur laten mijn Facebook pagina opende was het bericht verdwenen. Wel stond er een mededeling dat het bericht niet had voldaan aan de geldende richtlijnen.

Wat ook heel opvallend is, is dat alle media boodschappen uit één en de zelfde bron lijken te verspreiden. Noch in de kranten, noch in de radio-uitzendingen, noch bij de televisie programma’s hoor of zie je tegengestelde meningen. Alle boodschappen die ons via de media bereiken lijken bedoeld om de angst voor besmetting zo niet te versterken, dan toch in elk geval in stand te houden.

Omdat ik in het verleden me heb verdiept in communicatietechnieken zie ik dat er van het voortdurend benadrukken dat we “samen het virus gaan overwinnen” een bijna hypnotische invloed uitgaat. Eerlijk gezegd kan ik daarover weinig positiefs zeggen.

Door de eenzijdige berichtgeving, het dagelijks benadrukken van het aantal overledenen, die overigens lang niet allemaal aan dit virus zijn toe te schrijven, en door daarnaast censuur toe te passen op berichten en andere uitingen die het overheidsstandpunt kunnen ondergraven zijn wij, de Nederlandse samenleving in een zieke dictatuur beland. Een dictatuur die gesteund wordt door een haastig afgekondigde noodwet, waartegen ons parlement zich niet heeft verzet. Hiermee is onze wetgevende vergadering buiten spel gezet zolang het de regering belieft.

Gaat het nog wel goed komen met Nederland?

Ach, wie zal het zeggen. Ik ben een lastige eigenwijze man die antwoorden zoekt op vragen, eerlijke antwoorden graag. Oh ja, ik zoek medestanders met veel daadkracht die net als ik geen genoegen nemen met de volstrekt overbodige beperkingen die ons worden opgelegd.

En dat virus? Ach joh, dat is al lang weg. We lijden nu alleen nog aan inertie, massatraagheid. Het zal dus nog wel een poosje duren voor het weer leuk wordt hier.

Pokkenbriefje

Tegenwoordig zouden jongere mensen misschien denken dat dit woord op een heel vervelende korte schriftelijke mededeling slaat, maar niets is minder waar. Pokken was heel lang een besmettelijke ziekte die als een epidemie de wereld over trok. Deze ziekte – en ik doel hier op het begin van de vorige eeuw – was een van de grote plagen van de mensheid. Grote blazen over de hele huid en hoge koortsen waren kenmerken van deze ziekte waaraan veel mensen stierven en wie de ziekte overleefde zag er letterlijk pokdalig uit. De hele huid zat vol met putje die de littekens waren van al die pokken.

Het was de onderzoeker Louis Pasteur die het allereerste vaccin tegen een besmettelijke ziekte ontwikkelde. Hij ontdekte namelijk dat een soortgelijke ziekte bij koeien ook optrad. Het koe pokvirus is niet precies hetzelfde als het virus dat bij mensen pokken veroorzaakt, maar Pasteur ontdekte dat je het afweermechanisme van de mens kon wapenen tegen het voor mensen gevaarlijke pokkenvirus door mensen te besmetten met een beetje van het virus dat die veeziekte veroorzaakte. Het woord vaccin komt dan ook van het Latijnse woord vacca, dat koe betekent. Het vaccin voor mensen werd dus gemaakt op basis van de stof die zich in de builen van koeien bevond die aan de zogenaamde veepest leden.

Pokken was, net als later ook de poliomyelitis of kinderverlamming, een zeer besmettelijke ziekte. Zozeer zelfs dat al vroeg in de vorige eeuw het pokkenbriefje (inentingsbewijs tegen pokken) verplicht was als je als kind naar school moest.

Later kwam daar DKTP bij. Dat was al in mijn schooltijd. Ik herinner me dat we in de rij op het schoolplein stonden om ingeënt te worden. Ik was acht jaar. Twee jaar eerder had ik drie maanden in het ziekenhuis gelegen met een gebroken been dat door een klunzige chirurg na vijf weken opnieuw gebroken moest worden omdat hij het verkeerd had gezet. Bij de eerste keer had een pen van een rekverband door mijn voet al een gigantisch ontsteking in mijn hielbeen veroorzaakt omdat er vliegen rondvlogen en omdat naast mij een jongentje met open TBC lag. Ik had al zoveel penicilline injecties gehad dat ik niets voor nog meer prikken voelde. Ik ben hem gesmeerd en daarvoor ben ik nooit met ernstig ziekzijn gestraft. Ik geef toe dat ik ook wel geluk gehad kan hebben omdat al die andere kinderen natuurlijk wel gevaccineerd waren.

Wat mij in de hele gang van zaken rond de vaccinaties eigenlijk al jaren verbaast is dat er voor steeds meer zaken gevaccineerd wordt. Als kind heb ik, zoals vroeger gewoon  was alle kinderziektes gehad. Dat was normaal. Ik kreeg waterpokken, mazelen, kinkhoest en niet te vergeten de bof…tjee dat deed zeer. Mijn nek en wangen waren twee keer zo dik als normaal en mijn mond ging moeilijk open, maar het ging vanzelf over. Er werd toen ook niet zo spastisch gedaan als tegenwoordig. Waar nu alles weg gevaccineerd moet worden kregen wij onze levenslange immuniteit gewoon door die kinderziekte te krijgen. Sterker nog, in de kleuterschoolperiode en het beging van wat vroeger de lagere school heette hoorden de moeders van elkaar als ergens een kind een kinderziekte had. Vervolgens lieten ze de kinderen die de kinderziekte nog niet hadden gehad samen spelen met het zieke kind. Zo kreeg ieder kind de kinderziekte die nu eenmaal bij kind zijn hoorde.

Ik denk dat die manier van immuniteit verwerven voor die ziekten veel beter werkt dan die vaccinatie, omdat die kinderlijfjes zoveel antistoffen moesten maken dat ze de echte ziekte zelf overwonnen. Natuurlijk is het lang niet best als je op latere leeftijd zo’n kinderziekte krijgt, maar onze moeders letten erop dat je op tijd die ziektes kreeg. Onze moeders wisten dat het nodig was om later gezond te blijven.

Nu is natuurlijk alles anders, het zou vreemd zijn als dat niet zo was. Het wil echter niet zeggen dat nu alles beter is met al die vaccinaties, daarvoor hoor ik te vaak dat kinderen heel erg ziek worden van sommige vaccinaties. Nee, natuurlijk niet allemaal, anders was het snel afgelopen met het Rijks Vaccinatie Programma. Laten we maar eens wat voor en nadelen bij elkaar zetten.

Argumenten voor vaccinatie tegen kinderziekten:

  1. In het algemeen verloopt bij het merendeel van de kinderen de reactie op de vaccinatie beduidend minder heftig dan wanneer het kind de ziekte werkelijk doormaakt.
  2. Het is voor het gezinsleven gemakkelijk en comfortabel – tenslotte hebben we tegenwoordig heel veel werkende moeders – als na het prikje het kind misschien een paar dagen wat hangerig is, maar zeker geen week tot tien dagen koortsig is en niet naar buiten mag. Toen de moeders altijd thuis waren maakte dat niet uit, maar nu is zo’n ziek kind maar onhandig.
  3. Er is een betrekkelijk grote zekerheid dat het kind beschermd is tegen die ziekten.
  4. Een heel grote pre is dat poliomyelitis, de kinderverlamming, ook in het vaccinatie programma zit. Vroeger kon een kind door deze virale infectieziekte levenslang invalide worden of zelfs overlijden.

Argumenten tegen vaccinatie tegen kinderziekten:

  1. De natuur regelt de immuniteit tegen de meeste kinderziekten gratis en grondig en in het licht van de uit de pan rijzende kosten voor de volksgezondheid, waarvan een heel groot deel toegerekend kan worden aan steeds duurder wordende geneesmiddelen zouden niet noodzakelijke medische bemoeienissen tot een verantwoord noodzakelijk minimum moeten worden beperkt.
  2. De fabrieksmatig bereide vaccins bevatten altijd stoffen die uitsluitend bedoeld zijn de houdbaarheid van de producten te vergroten. Die stoffen zullen door het merendeel van de behandelde personen verdragen worden ondanks het feit dat ze geen bijdrage leveren aan het doel van de vaccinatie, namelijk het ontstaan van immuniteit tegen de ziekte waarvoor de vaccinatie bedoeld is.
  3. Waarschijnlijk, maar dat kan ik niet met zekerheid stellen omdat daaromtrent te weinig onderzoek bekend is gemaakt, ontstaan onbedoelde bijwerkingen van de vaccinaties door deze hulp – of conserveermiddelen. Dit nu is een verschijnsel dat veel vaker optreedt dan de fabrikanten van de vaccins graag willen toegeven, maar bovendien treden deze bijwerkingen ook niet op wanneer een kind op jonge leeftijd gewoon de kinderziekte doormaakt. Ik maak een uitzondering voor polio, maar deze gevaarlijke infectie hoort net als pokken en tuberculose ook niet echt bij de kinderziekten, hoewel kinderen er wel het hardst door getroffen worden.
  4. Samenvattend: de vaccinatie tegen de meeste kinderziekten is eigenlijk een luxe die wat de gezondheid van het kind betreft gemist kan worden en brengt bovendien vaak gevaar door bijwerkingen.

Uiteraard kan over kindervaccinatie meer en uitgebreider geschreven worden. Ik wil nu echter toe naar latere ontwikkelingen. Het huidige gebruik van de jaarlijks terugkerende griepprik. Dit zogenaamd preventieve medisch handelen behoort naar mijn mening tot de prijsverhogende factoren voor de volksgezondheid. Uiteraard wordt het nut van de griepprik door de belanghebbenden bejubelt, maar we weten dat in de farmaceutische wereld grote budgetten opgaan aan reclame en lobby, waar een weldenkend mens toch zou veronderstellen dat het oude gezegde “Goede wijn behoeft geen krans”, opgeld zou moeten doen. Met andere woorden: als het dan allemaal zo goed en nuttig is hoef je niet zo nadrukkelijk telkens weer de noodzaak de benadrukken.

Langzaam maar zeker begint de gewone man zich bewust te worden dat in de wereld van de farmacie de economen die zich bezig houden met de winstmodellen een veel grotere rol spelen dan de wetenschappers die zich dagelijks buigen over het maken van nieuwe medicijnen. Het is ook daardoor dat er erg veel producten, zogenaamde geneesmiddelen, worden gemaakt en verkocht die in het allerbeste geval niet al te veel kwaad kunnen aanrichten, maar die ook heel vaak leiden tot medicijnafhankelijkheid. Deze producten worden onder de noemer ‘geneesmiddel’ verkocht, maar zijn vaak stoffen die weliswaar een bepaalde werking hebben, maar waarvan het gebruik niet meer kan worden gestaakt op straffe van verergering van de kwaal.

Eigenlijk zouden al deze stoffen de naam geneesmiddel niet mogen dragen. Een geneesmiddel is namelijk een stof die geneest en die na de genezing niet meer nodig is. Zulke stoffen worden door de farmaceutische industrie niet of nauwelijks gemaakt, omdat medicijnafhankelijkheid veel betere winstperspectieven oplevert.

Ook worden middelen die voor de gezondheid interessant zouden kunnen zijn of die in hoge mate het welbevinden kunnen verhogen niet onderzocht, laat staan geproduceerd. Een belangrijk criterium voor de farmaceutische industrie is de patenteerbaarheid. Als een bedrijf iets spectaculair nieuws ontwikkelt of iets dat in elk geval als zodanig op de markt gebracht kan worden, dan wordt daar op direct patent gevraagd en doorgaans verkregen. Afhankelijk van de te creëren gretigheid die voor het product gewekt kan worden kan een marktprijs worden vastgesteld waarvan als regel gezegd kan worden dat die prijs vele malen de ontwikkelingskosten kan dekken bij een minimaal te verwachten verkoop.

Hoe de farmaceutische handelsgeest hier zijn invloed doet geleden kan ik met een voorbeeld illustreren. Het middel Orkambi dat ontwikkeld werd tegen de zogenaamde taaislijmziekte, cystische fibrose, bleek voor slechts een klein deel van de patiënten te werken en moest € 170.000,- per jaar kosten. Bedenk daarbij dat de verzekeraar er zeker aanvankelijk niets voor voelden om dit middel vergoedbaar te stellen en dat ouders die een kind hebben dat lijdt aan deze ziekte weten dat hun kind niet oud zal worden hetgeen bij velen tot een verdrietige wanhoop leidt. De farmaceuten zitten daar echter niet mee, hoewel hun zeer ruime winstmarges het mogelijk maken ruimhartig het middel op de markt te brengen voor een prijs die in de buurt van een aspirientje komt.

Een nieuw middel moet patenteerbaar zijn. De farmaceut moet het monopolie hebben, zodat namaak door een ander alleen nog maar meer geld oplevert.

Alweer een paar jaar geleden was er in verschillende kranten een berichtje dat meldde dat aan een van de Franse universiteiten een middel was gevonden tegen pijn, dat in zeer geringe hoeveel heden voorkomt in menselijk speeksel. De Fransen noemden de stof “opiorfine”. Het is een lichaamseigen stof en de pijnstillende werking is zes maal sterker dan morfine bij de juiste dosering. Verder heeft de stof geen bijwerkingen, net als elke lichaamseigen stof.  Als leek en niet farmaceut zeg ik dan: wat prachtig, een natuurlijke pijnstiller zonder enige bijwerking, want het is één van onze eigen endorfinen. Beste farmaceut, aan de gang en een beetje opschieten alsjeblieft want de wereld barst van de mensen met chronische gekmakende pijn en alle  verkrijgbare pijnstillers hebben bij langdurig gebruik nare bijwerkingen. Ik ben nog steeds op zoek, want het is nergens te koop. Het is heel gemakkelijk na te maken. Helaas, omdat de natuur het al heeft uitgevonden kan er geen patent op worden gevraagd, dus is het niet interessant. Ja, wel voor de pijnpatiënt, maar niet voor de farmaceut.

Ik denk dan ook dat de bestuurders van de steenrijke farmaceutische bedrijven allemaal aan dezelfde kwaal lijden: ontstoken geefklieren!

Recentelijk is opnieuw de oude bron van de vaccins aangeboord en ik moet zeggen, dat hebben de verzamelde farmaceuten onder de nieuwe bezielende aanvoering van software tycoon Bill eh…ja, hoe heet ie ook weer, geweldig slim aangepakt. Wat hadden ze ontdekt? Ja, een beetje plat eigenlijk, want het gaat altijd over geld, nou ja, winst dan hè. Ze hadden ontdekt dat het gedoe met die jaarlijkse griepprik wel aardig was, maar dat toch veel mensen het helemaal niet nodig vonden. Bovendien was het ook veel werk, omdat het griepvirus elk jaar verandert, zodat ze elk jaar weer een nieuw vaccin moesten maken dat altijd maar weer door veel te weinig mensen gebruikt werd.

Op een keer waren wat mensen die allemaal wel iets van doen hadden met gezondheid en geneesmiddelen, en die eh… Bill dan hè, op een prettige plaats in Zwitserland bij elkaar. Zeg maar een soort brainstorm sessie. Iemand zei: ‘het schiet allemaal niet erg op met die jaarlijkse griepprikken. De inkopers in de landen blijven elk jaar met flinke restpartijen zitten. Dat kan misschien nog wel een tijdje goed gaan, maar op een gegeven moment gaan die regeringen toch de inkoop beperken, zo voel ik dat tenminste aan.’ Toen zei die Bill, die eigenlijk nooit iets met medicijnen had gedaan, maar altijd software had verkocht: ‘Jullie doen het ook verkeerd. Kijk, in mijn vak breng ik om de paar jaar een nieuwe versie van het programma uit. Iedere gebruiker koopt die nieuwe versie dan, omdat ik ze ook verteld heb dat ik dan na een poosje die oude versie niet meer onderhoud. Die worden dan extra gevoelig voor phishing en voor hackers, virussen dus eigenlijk; nou ja, dat heb ik natuurlijk ook allemaal zelf geregeld, maar dat vertel ik later nog wel eens. Wat nodig is, is het besef dat iedereen voor zijn eigen veiligheid elk jaar een vaccinnetje nodig heeft. In mijn geval was door de jaren heen iedereen doodsbang voor malware en virussen, dus als er nou eens een virusje de wereld in kwam dat zich snel verspreidt en waaraan mensen met een slechte gezondheid en te dikke mensen en natuurlijk zwakke oude mensen op een vrij vervelende manier doodgaan. We hebben genoeg ingangen bij de verantwoordelijke bestuurders om ervoor te zorgen dat iedereen een beetje bang wordt en dat is echt niet zo moeilijk. Je moet er alleen maar voor zorgen dat elke dag uitsluitend een groeiend aantal overledenen wordt gemeld. Dat aantal is natuurlijk ongeveer hetzelfde als wat er altijd in die zelfde periode dood gaat, maar in de voorliggende jaren is dat nooit in het nieuws geweest. Het enige wat je doet is elke dag in het nieuws vertellen hoeveel nieuwe besmettingen (is normaal ook hetzelfde als altijd) en het aantal doden. Dat doe je elke dag. Iedereen wordt dan doodsbang, geloof me. En ja, maar dat weten jullie natuurlijk al lang, bange mensen kun je wijsmaken wat je maar wilt. Tjee man, hoe kom je erop riep iemand. ‘Ja,’ ging de softwareman verder ik denk dat er ook wel iets te regelen is. Het moet natuurlijk voor het oog van de wereld een ongelukkige samenloop van omstandigheden lijken, want anders zijn we behoorlijk zuur. Enfin laat mij maar. Ik heb met virussen in Afrika al wat ervaring opgedaan en in Afrika ben ik wat Chinese kennissen tegengekomen. Daar doe ik tegenwoordig wat zaken mee.

‘Goh, da’s ook toevallig’, kwam een ander tussenbeide. ‘De griepvirussen komen juist vaak uit China, want daar slachten en verkopen ze in de open lucht de meest rare beesten die wij nooit zouden eten.’

Er werd hard gelachen en luid geapplaudisseerd.

Een van de mannen stond op. Hij zei: ‘zoals jullie allemaal weten ga ik over de wereldwijde gezondheidsadviezen. Ik heb in alle landen mensen zitten die ik elke maand een beetje extra laat betalen – dat geld mag natuurlijk niet van mij komen, maar dat is goed geregeld – die mensen laat ik dan wel gelijkluidende adviezen geven. De gevolgen moeten angst en ongemak veroorzaken, dat heb ik toch goed begrepen?’

Ze waren het allemaal met hem eens en na een drukke maar zeer geslaagde meeting werd er nog gezellig samen gegeten en lang nagetafeld.

Na de vergadering hadden ze allemaal woord gehouden. Wat er wereldwijd ontstond was angst en paniek. Niemand keek meer nuchter naar vergelijkingen met andere jaren. De hele wereldbevolking was druk met angstig gehoorzamen aan de voorschriften die de regeringen uitvaardigden nadat ze een noodwet hadden ingesteld om per decreet te kunnen regeren.

Het zou nog heel lang duren voordat de bevolking ontwaakte uit deze nachtmerrie, beschaamd over hun eigen goedgelovigheid en woedend omdat ze bedrogen waren en vaak alles kwijtgeraakt waren waarvoor ze jaren hard hadden gewerkt.

Dit laatste stuk van dit verhaal zou zo gegaan kunnen zijn, hoewel we dat nooit zullen weten. Wat we wel weten – en het verbaasd me dat tot nu toe niemand dat heeft opgemerkt – is dat over de hele wereld de anti-corona maatregelen zeer sterk op elkaar lijken en ook nagenoeg op het zelfde moment zijn ingegaan. Ach, het zegt natuurlijk niets, maar het ziet er uit als een wereldwijd georganiseerde aanpak.

Bovenstaand verhaal is natuurlijk met een beetje kennis en een boel fantasie verzonnen.

Ik vind het nu eenmaal leuk om verhalen te bedenken waarvan mijn lezers of toehoorders denken: zou het waar zijn?