Over peteroosterum

Natural health practicioner Science Fiction writer

Steentjes

Een bijzondere beleving had ik gisteren. Soms zijn er van die dingen in het leven die je alsmaar voor je uit schuift, weet je wel.‘Het hoeft nog niet,’ zeg je dan tegen jezelf. Of: ‘ja, ik weet wel dat het een keer zal moeten gebeuren, maar ik heb er eigenlijk weinig last van.’ Ongetwijfeld kennen de meeste mensen in hun leven wel dingen die ze naar eigen inzicht “verantwoord” uitstellen.

Een paar maanden geleden, bij een zogenaamde pet-scan was behalve de gezochte informatie ook nog – zoals ik het nu maar noem – bijvangst naar boven gekomen, namelijk een aneurysma in de buik (daar moet je echt redelijk vlug mee naar de dokter, wat ik ook heb gedaan) en een niersteen van bijna twee centimeter groot en dat is echt een hele flinke.

Meer dan dertig jaar geleden hadden we voor een weekje een motorscheepje gehuurd. Het was een oud scheepje en gelukkig niet zo duur, want veel geld hadden we niet, maar we wilden toch een weekje varen met de kinderen. Bij het varen waren er nogal wat trillingen. Wij dachten dat het zo hoorde en blijkbaar hinderde het ook niet want de motor deed het altijd. Toen we echter na die week weer in ons eigen bed lagen had ik een knagende pijn in mijn rug. Het was niet een pijn waaraan je iets kon veranderen door een andere houding aan te nemen. ‘Een niersteen,’ dacht ik. Ik sliep die nacht weinig en de volgende ochtend bezocht ik de weekendarts, een vriendelijke dame die mij vroeg wat ze voor me kon doen. Ik zei: ‘ik denk dat ik een niersteenaanval heb. ‘ Nou, dat zou best kunnen,’ zei de dokter, nadat ze mij met de zijkant van haar hand een zacht maar niettemin pijnlijk tikje in mijn lende had gegeven. ‘Ik zal u een injectie geven en als u gelijk hebt is de pijn al verdwenen als de naald nog in uw arm zit.’Het wonder geschiedde met die injectie – Buscopan Compositum naar ik later hoorde – verdween de krampende pijn als sneeuw voor de zon.

Ik dacht  ‘ach, dat niersteentje zal ik nu wel kwijt zijn.’ Dat is toch vrij normaal om te denken. De pijn was weg, bleef jaren weg totdat ik een keer twee dagen achter elkaar iets at wat ik lekker vond en nog altijd vind. De eerste dag aten we asperges en de dag daarop was broccoli de groente. In de daarop volgende nacht had ik een niersteenaanval. Mijn huisarts kon mij de volgende dag niet die injectie geven waar ik om vroeg, Buscopan. Hij zei: ‘dat mogen wij niet meer gebruiken.’ Later hoorde ik dat alleen de ziekenhuizen het nog kunnen gebruiken. Er zullen vast veiligheidseisen aan ten grondslag gelegen hebben of – wat misschien meer voor de hand ligt – de prijs.

Hoe ik eraan kwam? Dat begreep ik ook later en omdat het iedereen kan overkomen die heel veel van een bepaald soort medicijnen in zijn leven heeft moeten gebruiken schrijf ik er hier over.

Ik heb het nu over antibiotica, althans de antibiotica van de oude generatie. Vanaf negentienzesenveertig heb ik heel vaak de eerste penicilline als injectie gekregen. Toen die eerste penicilline niet meer werkte werden er op basis van die stof nieuwe middelen gemaakt. Een ervan zal iedereen weleens gehoord hebben, Clamoxil. Scheikundig waren het allemaal middelen die gemaakt waren op basis van oxaalzuur. Al die middelen waren bedoeld om gevaarlijke bacteriën te doden en dat deden ze vaak ook. Maar bij overvloedig gebruik kon in ons lichaam het calciumzout van dat oxaalzuur ontstaan, calciumoxalaat. Deze stof kan in de nieren neerslaan en tamelijk harde stenen vormen. Gelukkig bij mij maar in één nier. En nu zul je misschien denken wat hebben die asperges en die broccoli er nu mee te maken, maar in die groenten zit relatief veel oxaalzuur, vandaar. Vanaf mijn zesde jaar tot nu, bijna tachtig, ben ik dus met dat stuk oxalaat in mijn lijf blijven lopen omdat ik het niet wist.

Gisteren ben ik voor de eerste keer in mijn leven behandeld met de niersteen vergruizer, want die grote steen zit waarschijnlijk aardig vast en met een operatieve verwijdering wacht ik liever even tot het moment dat vergruizen niet lukt. Misschien toch even een goede raad: als je last van nierstenen hebt zoek dan even op het internet naar een lijst van voedingsmiddelen waarin veel oxaalzuur voorkomt. Het is niet zo dat je dan bijvoorbeeld nooit postelein (zit veel oxaalzuur in) mag eten, maar niet drie dagen achter elkaar, begrijp je.

Dan tenslotte voor de nieuwsgierigen of misschien ook wel voor sommigen die wat angstig naar dit soort onderwerpen kijken, de behandeling met de niersteenvergruizer is niet pijnlijk. Ik voelde een half uur lang tikjes tegen mijn zij, ongeveer waar de nier zit natuurlijk. Gelukkig had ik een mp3 spelertje met muziek meegenomen, want een half uur lang meetellen met drieduizend tikjes vind ik behoorlijk saai. Over een week of twee ga ik maar weer een scan laten maken om te zien of het al een beetje opschiet met de sloop van die kei.

Ik hoop het maar, want dat gedoe met mijn lijf vreet tijd.

Filo Sofietje

Een meisje dat hevig nadenkt over vele levensvragen, maar meer in het bijzonder over wat wijsheid is. Vandaag neem ik voor korte tijd haar rolletje – want meer is het natuurlijk niet – over. Het nieuws is weer vol van voor en tegenstanders van het al dan niet landelijk regelen of je wel of niet baas over je eigen leven bent. Die vraag blijkt verbazend veel discussie op te roepen, voornamelijk tussen religieuze – en niet religieuze mensen. Ik zeg opzettelijk voornamelijk, want tussen de niet religieuzen zitten toch onverwacht veel hardliners die vinden dat dit een vraagstuk is waarin de overheid – of in elk geval gecertificeerde vertegenwoordigers daarvan het laatste woord in deze moeten hebben. Hoe komt dat nou toch? Waarom willen andere mensen dan jijzelf beslissen over het moment dat jij ophoudt met leven. Misschien nog wel een belangrijkere vraag zou kunnen zijn of dat goed is of niet.

Laat ik voor het gemak beginnen met de gelovige mensen. Daarmee bedoel ik natuurlijk de mensen die tot de christelijke geloofsrichtingen behoren. Van al die andere richtingen weet ik te weinig om me daarover een oordeel aan te matigen.

Wie het nieuws volgt heeft kunnen merken dat in de politiek, met name in de opvattingen die we horen van de parlementariërs in de tweede kamer, dat de leden van de CDA fractie, van de Christen Unie en van de SGP faliekant tegen het idee zijn dat een mens – wie dan ook – beslist over zijn eigen levenseinde. Alle mensen die het gedachtegoed van deze partijen aanhangen zijn van mening dat de mens niet zichzelf, maar God toebehoort.

Voor een goed begrip moeten we wel beseffen dat dit vaak heel sterke geloof in een hoger wezen van kinds af aan is meegegeven aan deze mensen. Uit ervaring kan ik vertellen dat het heel erg moeilijk is om dat wat je van kinds af aan geleerd is door meestal ook nog de mensen van wie je houdt en voor wie je respect hebt los te laten. Tot de overtuiging komen dat het allemaal niet waar is, dat godsdienst een menselijk verzinsel is met doorgaans niet eens zulke nobele bedoelingen als we bedoeld zijn te geloven, is buitengewoon moeilijk. Het is niet alleen moeilijk omdat je binnen je eigen denken en voelen een gigantische omwenteling moet maken, maar ook omdat je met een dergelijke draai jezelf sociaal isoleert van alles en iedereen die veiligheid en vertrouwdheid voor je betekenen.

Goed, houd dit even vast: kom je uit die gelovige hoek dan is jouw leven ondergeschikt aan de voor jou volstrekt onbekende wil van een hogere macht, God. Je hebt geleerd dat jouw leven een geschenk van God is en dat het daarmee niet aan jou is om je schepper te beledigen door zelf te beslissen dat je leven moet eindigen. In religieuze kringen wordt het godsbegrip ook wel eens verklaard met de overigens kritiekloze aanname dat God onze goede herder is en wij zijn schapen die door hem liefdevol worden geleid.

Mocht je desondanks en behorend tot een dezer gemeenschappen, vragen hebben over de ongelooflijke rotzooi op deze wereld die de schepper kennelijk oogluikend toestaat, dan zul je in je vertwijfeling telkens het zelfde antwoord van geestelijke leiders krijgen, namelijk dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn en voor ons als nietig mens daarom niet te begrijpen. Accepteer! Daar komt het op neer. Persoonlijk zie ik dat anders, maar laat me nu vooral duidelijk zijn: als je gelukkig bent met deze opvatting van het leven en de plaats die je daarin hebt, pas dat dan vooral toe in je eigen leven. Jij vindt dat jouw hele werkelijkheid in Gods hand ligt, prima. Wat je echter niet zou moeten willen is beslissen dat andere mensen volgens jouw overtuigingen moeten leven. Elk mens is uniek en daarom is ook de werkelijkheid van elk mens uniek. Jij verlangt begrip en respect voor jou levensopvatting, voor jouw geloof. Maar je moet wel begrijpen dat je dat alleen kunt verlangen als je bereid bent precies dat zelfde begrip en respect op te brengen voor iemand die diametraal anders in het leven staat. Als je dat begrip en respect niet kunt opbrengen heb je eigenlijk geen recht van spreken, omdat je dan kennelijk van mening bent dat jouw levensopvatting deugt en die van de ander niet. Met andere woorden, je verheft je boven een medemens met de opvatting “ik deug en jij niet”. Weet je, van dergelijke opvattingen wordt onze werkelijkheid al een paar duizend jaar absoluut niet beter. Kort samengevat: Geloof wat je wilt en gun elk ander dat zelfde recht.

In de aanhef van dit stukje schreef ik ook al dat er naast de mensen met religieuze beweegredenen om het recht over het eigen leven niet aan elk individu te laten ook overheidsdienaren en ook anderen zijn die ook van mening zijn dat jouw moment van sterven niet uitsluitend jouw zaak is. Ook hierbij komen we verschillende beweegredenen tegen. Om te beginnen is er de arts die geleerd heeft dat hij alles moet doen om het leven in stand te houden. Om die reden zijn er nog steeds vele artsen die niet bereid zijn euthanasie te plegen op doodzieke patiënten. Lelijker wordt dit echter als we, vaak tandenknarsend moeten vaststellen dat doodzieke mensen gedwongen worden het ellendige en vaak pijnlijke leven voort te zetten omdat er – als je tenminste goed kijkt – veel geld aan wordt verdiend. Schande, of niet?

Tja, en dan hebben we nog de politici die om allerlei uiteenlopende redenen er tegen zijn dat elk mens zelf uitmaakt dat het leven lang genoeg heeft geduurd. Dat zijn de regelneven. Vaak met ogenschijnlijk goede bedoelingen; vinden ze zelf doorgaans ook. Zij handelen meestal vanuit de typische zelfvoldaanheid waarvoor de politieke verantwoordelijkheid hen de ruimte laat. Vaak hebben ze het dan over gevallen waarbij bijvoorbeeld kinderen van een gefortuneerde erflater belang hebben bij diens overlijden.

Welnu, laat ik dit stukje afsluiten met het volgende: Ik heb respect voor de euthanasie dwarsliggers die dat vanuit hun geloofsovertuiging doen, omdat ik weet dat die mensen rotsvast in hun vertrouwen in een hogere macht zitten. Ook heb ik respect voor die artsen die wezenlijk in gewetensnood raken bij de gedachte aan actieve hulp bij sterven. Voor politieke opvattingen anders dan uit het hierboven genoemde heb ik geen respect, omdat die opvattingen voortkomen uit opportunisme.

Bob

Zo noemden we hem allemaal. Tandarts was hij. Toen hij afgestudeerd was kon hij de praktijk van zijn vader overnemen in een kleine provinciestad in de Betuwe. Een doodgoeie jongen zou de volksmond zeggen.

In het stadje waar hij woonde was een groep – ik wil het nog net geen sekte noemen – nou ja, een soort geloofsgemeenschap met een eigen kerkgebouwtje en een bijna hondersprocentige sociale controle. Wat er op neer kwam dat er in elk geval elke zondag in dat kerkje gezeten en geluisterd moest worden naar een voorlezing van… ja, hoe zal ik het zeggen, hij werd ome Karel (niet zijn juiste naam) genoemd en wekelijks moesten de groepsleden luisteren naar een voorlezing van een van zijn uitgeschreven preken. Blijkbaar vond met het ook van cruciaal belang dat er niets gemist werd, want de voorlezingen gingen het jaar rond door en het was zeer ongewenst als je vanwege vakantie op zondag niet verscheen. Vakantie was dus toegestaan van maandag tot en met zaterdag. Bob hield zich er strak aan want de sociale druk was groot.

Toen Bob de praktijk van zijn vader had overgenomen kwam automatisch de assistente mee. Ze was een betrekkelijk onooglijke vrouw met – zoals de uitdrukking luidt – weinig mannenvlees. Ze behoorde echter tot de ‘familie’ zoals de groep onderling werd aangeduid. Enkele lieden die de leiding aan zich hadden getrokken vonden dat Bob maar met haar moest trouwen.Dat deed hij, gehoorzaam als hij was.

Het huwelijk werd een onafzienbare reeks van verdrietige gebeurtenissen. De vrouw bleek diep depressief en er waren meerdere zelfmoordpogingen van het soort dat steeds net niet lukte. Er werd één kind geboren, een dochter. Naar ik later hoorde was de zwangerschap de enige periode in het huwelijk van Bob dat zijn vrouw zich normaal kon gedragen. Na de bevalling sloeg de depressie weer toe. Een ouder echtpaar, behorende tot de ‘familie’ nam de opvoeding en de zorg voor het kind over. Bob zal daar ongetwijfeld flink voor hebben moeten betalen. Tenslotte was hij tandarts en daarmee waarschijnlijk de hoogst opgeleide grootverdiener in de familie.

De vrouw van Bob was heel vaak voor kortere of langere perioden opgenomen voor psychiatrische zorg, maar ze was ongeneeslijk. Tenslotte werd ze blijvend opgenomen.

Toen had ik – en met mij nog enkele goede vrienden die niet meer tot de familie behoorden – het idee dat Bob nu zijn vrijheid zou pakken. En zo leek het ook. Hij kreeg weer contact met zijn enige jeugdliefde en het duurde niet lang of ze trok bij hem in. De praktijkruimte was inmiddels vrij gekomen want Bob had de praktijk ondergebracht in een commerciële groepspraktijk, waar hij door de eigenaar ongelooflijk belazerd werd, maar dat is een ander verhaal.

De jeugdliefde kwam en bracht haar zoon mee die de mooie vrijgekomen ruimte als kamer kreeg. Jammer was dat de jongen een tamelijk fervente en onbenaderbare drugsgebruiker was. Het sprookje tussen Bob en zijn jeugdliefde was al snel uit.

Helaas ben ik deze oude vriend uit het oog verloren. We hadden een enkele keer nog wel een telefonisch contact en ik begreep dat er toch wel weer een andere mevrouw belangstelling had voor deze tandarts die alleen nog wat mondzorg in bejaardenhuizen deed.

Zojuist kreeg ik van een gemeenschappelijke vriend een berichtje waarvan ik toch even stil werd. Hij schreef: Wist jij dat Bob op elf januari is overleden? Nee, dat wist ik niet en we zijn intussen tien dagen verder.

Wie was er bij hem toen hij stierf; of was hij net als in zijn hele leven alleen? Ach Bob. Je vak vond je altijd prachtig, maar je had totaal geen talent voor levensgeluk. Als ik voor jou iets zou wensen dan zou het zijn dat er inderdaad een warm en gastvrij hiernamaals is waar ze, speciaal voor jou een wereld vol van de meest verrukkelijke frivoliteiten hebben gecreëerd en dat je dan beseft dat het feest alleen af en toe ophoudt om even uit te rusten. Ben je eindelijk ook eens aan de beurt.

Managerial disease

Managerial disease, voorspelbaar overheids geklungel. Steeds meer jonge mensen worden tegenwoordig depressief. De berichtgeving meldt dat het aantal zelfdodingen onder jongeren tussen vijftien en twintig jaar flink toeneemt. Deze jongeren zien het blijkbaar niet meer zitten op onze wereld en maken zelf een eind aan hun leven.Een triest gegeven, daarover zal weinig verschil van mening bestaan.

Natuurlijk baart dit verschijnsel op allerlei fronten veel zorgen. Natuurlijk is het verdriet en het gevoel te hebben gefaald bij ouders vaak schrijnend aanwezig, maar vanzelfsprekend ook boosheid en onbegrip.

Nou, die boosheid en dat onbegrip zijn wat mij betreft in de afgelopen dagen bepaald niet afgenomen. Er waren twee psychiaters die zich de problematiek van de depressieve jongeren aantrokken. Met gebruikmaking van initiatieven die al onder jongeren met een groot verantwoordelijkheidsgevoel op gang waren gekomen wilden ze baanbrekend onderzoek initiëren. Dat voornemen klonk de inmiddels actieve genoemde jongeren natuurlijk als muziek in de oren.

De psychiaters hoorden gelukkig bij de respectabelen met toegangen tot overheidsorganen. De inmiddels op basis van hun eigen gevoel voor verantwoordelijkheid hulp biedende jongeren waren wild enthousiast. Eindelijk kwamen deskundige volwassenen te hulp. En helemaal fantastisch was het dat er daardoor ook overheidssubsidie beschikbaar kwam. Een flink bedrag van € 350.000,-

Nu leert de ervaring met wetenschappelijk onderzoek natuurlijk wel dat een dergelijk bedragje – het klinkt wat badinerend, ik weet het – bij serieus onderzoek al snel op is. Maar weet je, daar kan ik mee leven. Waar ik absoluut niet mee kan leven is met wat er nu weer voor de zoveelste keer is gebeurd.

Om meer geld te genereren gingen ze een gala organiseren. Eerlijk gezegd begrijp ik niet zo vreselijk goed hoe je depressie met zelfmoord tendens en het begrip gala bij elkaar verzonnen krijgt, maar goed, dat kan aan mij liggen. Het gala ging door en bracht nog eens € 50.000,- op.

Kijk, nu denk je misschien als je die twee bedragen bij elkaar optelt dat ze voor het onderzoek dan toch vier ton ter beschikking hadden. Maar nee jongens, zo werkt het hier niet. Al het geld is opgegaan aan management. Voor het onderzoek en het werk van die enthousiaste jonge vrijwilligers is niets over.

Managers, weg ermee. Ze schrijven vette rekeningen, uurtje factuurtje maal tig… Het interesseert ze werkelijk geen moer dat het doel waarvoor ze werden ingehuurd niet bereikt is. ‘Wel sneu dat het geld op is,’ roepen ze dan. ‘Nou ja, dan gaan we maar weer ergens anders geld weg managen.

Oh ja, die grap van die sport managers van lang geleden, daar kon ik toen nog wel om lachen. Dat ging over een wedstrijdroeier. Nou, die ging niet hard genoeg, manager er bij… nog niet hard genoeg…nog een manager erbij… Op het laatst waren wel zeven aan het managen en het ging nog niet hard genoeg. Die roeier riep alsmaar: ‘Ik heb een trainer nodig hoor! Nog een manager erbij. Hielp nog niet. Toen hebben ze die roeier maar ontslagen.

Toen ik dat voor het eerst hoorde vond ik het wel om te lachen, maar als ik dan dit doodzieke verhaal lees dan hoop ik echt dat de bedrijfstak waaruit deze profiteurs voorkomen eindelijk onder criminaliteit wordt gerangschikt, want diefstal is het.

Nieuwjaarsconcert

Nieuwjaarsconcert.

Zondag 12 januari in de Grote Kerk in Naarden organiseerde Lionsclub Bussum-Godelinde, waarvan ik sinds de oprichting in 1997 lid ben voor de zestiende keer het JBR Nieuwjaarsconcert. Het Amsterdam Symphony Orchestra onder leiding van dirigent Peter Santà voerde werken uit van Schubert en Beethoven. Dat was prachtig en de bijna zevenhonderd toehoorders waren dan ook zeer enthousiast. Los daarvan ontvangen wij onze gasten altijd met een glaasje bubbels. In de pauze en de gezellige nazit zijn er drankjes en smakelijke warme en koude hapjes die bij de prijs inbegrepen zijn.

Het was de zestiende keer dat wij – onze club dus – dit concert organiseerden. Daarmee is dit concert de op één na langste muzikale traditie in deze prachtige kerk met die schitterende akoestiek, waar ook elk jaar weer de meest bekende uitvoering van de Matheus Passion wordt gegeven.

JBR, Management Consultant te Zeist is al jaren onze hoofdsponsor. Daar zijn we heel blij mee, want wij proberen zoveel mogelijk geld op te halen voor twee goede doelen namelijk het onderzoek naar mogelijkheden om de ziekte van Alzheimer te bestrijden. Daartoe steunen wij het Alzheimer centrum in het VUMC in Amsterdam. Daarnaast steunen we het UAF, een stichting die het mogelijk maakt voor hoog ontwikkelde vluchtelingen om hier in ons land af te studeren.

Het is dus eigenlijk een sponsorfeest waarmee sponsoren echt geweldig tevoorschijn kunnen komen. Wij merken ook dat er niet alleen van goede muziek en van spijs en drank wordt genoten, maar dat er in deze prettige en ontspannen atmosfeer contacten worden gelegd. Daarmee is het JBR Nieuwjaarsconcert voor mensen die het vanuit de bedrijfscultuur interessant vinden een stijlvol klassiek sponsorfeest te geven, voor veelbelovende of bestaande contacten, buitengewoon aan te bevelen eens te kijken op de site: JBR Nieuwjaarsconcert. Wie weet mogen we u dan volgend jaar begroeten op het 17e JBR Nieuwjaarsconcert.

Allemaal Braaf?

Krijg jij nou ook zo vreselijk de pest in als je jaar in jaar uit moet meemaken dat gelegenheden als de nacht van 31 december op 1 januari – of trouwens ook, zij het op kleinere schaal, een voetbalwedstrijd tussen sommige clubs – tot uitzinnige vernielzucht leiden? Ik word daar echt woedend van. De stomdronken razernij die als een allesverwoestende tornado door steden trekt en dat we dan roepen dat het mee is gevallen als er slechts vijf bushokjes zijn vernield en dat er maar vier personenwagens na het moedwillig in brand steken in schroot zijn veranderd. Mij lijkt het eens interessant om er eens en voor altijd achter te komen welke mentale mechanismen optreden bij de kennelijk aanstekelijke groepsprocessen die te zien zijn bij vernielzucht als bij bovengenoemde gelegenheden en hoe die te beïnvloeden zijn.

Nu ben ik het er wel mee eens als mensen zeggen dat een samenleving waarin nooit iets mis gaat slaapverwekkend is en misschien zelfs het predicaat “strontsaai” verdient. Maar toch denk ik dat het aardig zou zijn als vlak voor – en ter voorkoming van het uitbreken van massale vernielzucht er zou kunnen worden ingegrepen met middelen die het opvlammen van de schadelijkste processen in de voornamelijk jeugdige koppen dempen.

In het laatste hoofdstuk van mijn sciencefictionroman ‘Het Komodo Project’ laat ik de totale vernietiging plaatsvinden van een groot farmaceutisch bedrijf. Dat bedrijf heeft in opdracht van een machtsbeluste generaal een stofje ontwikkeld waarmee mensen elke lust of behoefte aan agressie wordt ontnomen. Minuscule sporen van deze stof in de atmosfeer zorgen ervoor dat een heel volk zich niet verzet als een vijandelijk bezettingsleger gewoon binnenloopt en de macht overneemt. Doden en gewonden zijn er niet. Er wordt gewoon niet gevochten. Natuurlijk heeft het hele bezettende leger voor de zekerheid een stofje binnen gekregen die de werking van die eerste stof tegen gaat. Een zeer verwerpelijke gedachte die sommige machthebbers op deze wereld met een uitgesproken neiging tot vals spelen maar al te graag zouden steunen.

Weet iemand zich nog te herinneren hoe groot commotie was die ontstond toen bekend werd dat men Fluor aan het drinkwater wilde toevoegen om een overmaat aan tandbederf tegen te gaan. Het was toen bijna oorlog geworden, want als je verdorie nog aan toe al jaren een vals gebit in je mond had, wat moest je dan met dat verdomde Fluor. Er kwamen tankwagens met Fluor-loos drinkwater want ja, men was even vergeten dat niet alle ingewanden even prettig met de aanwezigheid van Fluor in het drinkwater omgaan. Ik weet niet meer hoe lang die strijd heeft geduurd, want het is al bijna vijftig jaar geleden.En evenmin weet ik of er nu tegenwoordig wel of geen Fluor aan ons drinkwater wordt toegevoegd. Een toevoeging aan het drinkwater, al dan niet tijdelijk, kan natuurlijk een tamelijk ingrijpend effect hebben.

Ja zeg, wat krijgen we nou. Ik hoor de menigte brullen. Ben je helemaal gek geworden? Wil je met het drinkwater gaan knoeien? Nee hoor, ik wil helemaal niks, want ik ga daar niet over. Ik ben alleen maar een eenvoudige dromer en fantast die rustig in zijn eigen hoekje droomt over een wereld zonder vernielzucht, zonder geweldsdelicten en onherstelbare gewonden tijdens gebeurtenissen die bedoeld zijn als een feest.

Er is een tijd geweest – ik denk ook alweer jaren geleden dat er in bepaalde milieubewuste kringen veel verdachtmakingen werden geuit over zogenaamde chemtrails. De uitlaatgassen van vliegtuigen zouden volgens die verdachtmakingen gebruikt kunnen worden om bepaalde gedrag-beïnvloedende stoffen in de atmosfeer te verspreiden. Het lijkt mij zomin technisch als fysiologisch niet ondenkbaar of onmogelijk. Of het gebeurt of gebeurd is weet ik niet. Veel dingen op onze wereld gebeuren stiekem om ingrijpen of in opstand komen van “de gewone man” te voorkomen. Daar zullen overigens soms ook nuttige dingen tussen kunnen zitten.

Jaarlijks overlijden veel mensen door medicijnvergiftiging. Het ten naaste bij getal zag ik laatst ergens staan, Het was wat mij betreft een angstaanjagend groot getal en er stond ook bij – maar dat weet iedereen langzamer hand wel – dat een belangrijke oorzaak te vinden is in het feit dat de bestuurders van de farmaceutische bedrijven de economen zijn en niet de medische wetenschappers. Daardoor is er bij die directies vaak meer interesse in winst dan in gezondheid.

Nou kijk, bij die jongens moeten we nou zijn. Ze zijn al gewend om veel dingen verborgen te houden, ze zijn al gewend om met onderzoeksresultaten te knoeien als de gewenste resultaten uitblijven en de troep nodig de markt op moet omdat anders de concurrent je voor is. Mij lijkt een leuke wereldwijde uitdaging voor deze grootverdieners een paar stofjes met een werking van beperkte duur te ontwikkelen die gemakkelijk aan het milieu of het water kunnen worden toegevoegd, voor slechts enkele dagen natuurlijk en die een prettige apathie veroorzaken die na de feestdagen volledig wegtrekt. Een verdienkans die elk jaar – en misschien wel vaker – terugkomt. Ja, stiekem natuurlijk…

Trouwens, weet jij eigenlijk precies wat er allemaal aan ons drinkwater wordt toegevoegd, of wat we met de lucht die we ademen mee binnen krijgen? Nee? Ik ook niet hoor, maar daarom denk ik soms wel eens: If you can’t beat them, join them!

Mondje olie

‘Je kunt het beste een spijsolie nemen die van zichzelf weinig of geen smaak heeft,’ zei ze, de arts die mij deze uiterst simpele methode leerde. Ze had geneeskunde gestudeerd in Heidelberg in Duitsland en daarna was ze werkzaam geweest op plaatsen waar ik zo snel niet opgekomen zou zijn. Zo was ze een poos de huisarts geweest op het Italiaanse vulkaaneilandje Stromboli. Ik wist niet eens dat daar mensen woonden. Ook had ze in het toenmalige Oostblok gewerkt. Daar had ze de eenvoudige en uitermate effectieve ontgiftingskuur geleerd waarover ik nu dit stukje schrijf.

Overigens vraag ik me op dit moment af waarom ik deze methode hier niet eerder heb beschreven. Mijn lezers zouden met enigszins opgetrokken wenkbrauwen wel eens kunnen zeggen: ‘Nou Peter, dat had je ons wel eens eerden mogen vertellen.’ Maar goed, ik vertel het nu.

Veel van onze lichamelijke klachten blijken te maken te hebben met restanten van zware metalen die we ongewild binnen krijgen. Denk dan aan metalen als Cadmium, Kwik, Lood, Arseen, Tin. Hoe krijgen we die stoffen dan binnen? Wel, op heel veel niet te vermijden manieren. De lucht die wij ademen in onze geïndustrialiseerde wereld zit er vol mee, maar ook ons voedsel bevat vaak sporen van zware metalen. En niet te vergeten een van de meest kwalijke vervuilingsbronnen, tabaksrook. Weliswaar worden voedingsmiddelen doorgaans gekeurd en wordt erop gelet dat bepaalde concentraties niet worden overschreden, maar soms help dat niet omdat een flink aantal van de boosdoeners “stapelen” in ons lichaam. Ze komen dus binnen in ogenschijnlijk kleine en zogenaamd veilige hoeveelheden, maar we raken ze niet kwijt.

Aha, hoor ik mensen denken. Die ongewenste zware metalen moeten dan toch in het bloed terug te vinden zijn. Ja, dat is ook zo, maar wel in die ogenschijnlijk veilige concentraties. Zodanig lage concentraties dat je zou denken, ach dat valt wel mee. Maar daar zit nu de vergissing. Ons lichaam is een buitengewoon ingenieus systeem waarin het bloed het voornaamste transportmiddel is. De kwaliteit en de samenstelling van het bloed wordt nauwkeurig bewaakt door een automatisch systeem dat homeostase wordt genoemd. Het komt er dus op neer dat er in het bloed niet vaak grensoverschrijdende waarden van zware metalen gemeten kunnen worden. Vaak moet dan ook aan de hand van een weefselmonster of biopt worden vast gesteld dat er verhoogde concentraties zijn. Maar ook is er natuurlijk de lange lijst van symptomen die kan wijzen op de verhoogde aanwezigheid van zware metalen in het lichaam.

Voor enkele zware metalen wil ik hier een paar indicaties geven.

  1. Lood (vroeger in alle waterleidingen en in de uitlaatgassen van het verkeer) veroorzaakt schade aan het zenuwstelsel en de bloedsomloop. Het kan leiden tot ernstig krachtverlies en zelfs verlamming.
  2. Kwik (komt voor als een van de doorgaans 5 metalen in het amalgaam dat sommige tandartsen nog gebruiken voor vullingen in het gebit) van dit soort vullingen komen zeer langzaam kwikverbindingen vrij die onder meer in de lever worden opgeslagen. Kwikzouten kunnen nadelige effecten hebben op hersenen en longen en de coördinatie (evenwicht!)
  3. Cadmium (komt voor in veel verbrandingsgassen en zeker in tabaksrook) kan een oorzaak van longkanker zijn en van maag-darm klachten.

Veel meer van deze stoffen en chemische verbindingen zijn er, maar de hier genoemde zijn prominent genoeg om er graag vanaf te willen als je lichaam verschijnselen vertoont die de aanwezigheid van één of meer van deze metalen doen vermoeden.

Eigenlijk wel weer een beetje een rampverhaal realiseer ik me nu. Al die gevaarlijke troep die je ongevraagd binnen krijgt en die je gezondheid en je levensgeluk bedreigt. Deze blog schrijf ik echter om een methode te tonen die goedkoop en effectief blijkt te zijn om veel van de belasting met zware metalen kwijt te raken. De titel van dit stukje vormt de samenvatting.

In de mond, onder de tong is de huid heel dun en er stroomt veel bloed doorheen. Van dat feit wordt gebruik gemaakt bij de toediening van sommige medicijnen die je alleen maar onder te tong hoeft te leggen om ervoor te zorgen dat ze worden opgenomen. Die sublinguale huid, de huid onder de tong, maakt het mogelijk om niet alleen stoffen rechtstreeks in de bloedbaan te brengen, maar ook om stoffen uit het bloed te verwijderen. Dan moet die huid echter wel in aanraking zijn met een stof die gemakkelijk kleine beetjes van die zware metalen opneemt. Zo’n stof is bijvoorbeeld zonnebloemolie.

Om de methode met de olie toe te passen moet je het volgende goed begrijpen: van de zware metalen die je graag kwijt wilt zit maar een heel klein beetje in het bloed. Meer laat de homeostase niet toe. Maar als dat kleine beetje via de olie in aanraking met de huid onder de tong steeds weer weggenomen wordt kan uit allerlei opslagplaatsen in het lichaam weer een klein beetje aan het bloed worden meegegeven. Langzaam maar absoluut zeker raak je dan van je zware metalen af. Het is een heel effectieve therapie die je met geduld moet toepassen.

Nu even simpel hoe je het moet doen als je ertoe besluit. Na het opstaan, voor je tanden poetst of eet neem je een eetlepel zonnebloemolie in je mond. (Aan die olie zit weinig of geen smaak en na zeer korte tijd voelt het alleen maar alsof je veel speeksel in je mond hebt). Twintig minuten houd je het in je mond. Absoluut niet doorslikken. Na twintig minuten spuug je het uit (het ziet er dan vuil en grijzig uit), spoelt je mond poetst je tanden. Dat doe je drie weken lang. Na een volgende periode van drie weken kun je het herhalen.

Ik vind het niet meer dan eerlijk om hier de naam te noemen van de arts die me deze methode leerde. Ik ben Rosie Frey dankbaar dat ze me dit leerde.

Niet van mij, maar uit een kritisch wetenschappelijke hoek

Medische wetenschap blijkt kwakzalverijHet gezaghebbende British Medical Journal heeft een onderzoek laten uitvoeren naar 2500 van de meest voorgeschreven reguliere medische behandelingen en medicijnen. De uitkomsten zijn gepubliceerd in Clinical Evidance Handbook. En deze uitkomsten, gedaan door de reguliere medische wereld zelf, zijn zeer verontrustend. De geneeskunde blijkt al jarenlang gebruik te maken van medicatie waarvan slechts 12% een positief effect zou kunnen hebben. De rest is kwakzalverij of zelfs levensgevaarlijk.

Bewezen positief

Het Clinical Evidance Handbook is duidelijk. Slechts 12% van de 2500 meest gebruikte en voorgeschreven medicijnen en behandelingen door artsen krijgen het predicaat ‘bewezen positief effect’.
Dit predicaat is gebaseerd op meta-onderzoek waarbij minimaal één onderzoek is gevonden dat een positief effect aantoont dat groter is dan de schadelijke effecten. De wetenschappelijke redactie houdt daarbij wel een slag om de arm: “ ‘Bewezen positief effect’ betekent niet dat de behandeling bij alle mensen effectief is of dat er ook andere gewenste positieve effecten zijn, noch dat een gemeten positief effect op een ander tijdstip na de behandeling nog steeds aanwezig zal zijn.”


Valsheid in medische publicaties

Sceintific-Ethical Committee for Copenhagen and Fredriksberg Municipalties geven in hun onderzoek aan dat “75% van alle gepubliceerde medisch-wetenschappelijk onderzoek niets anders is dan promotiemateriaal.” Deze enorme fraude kwam aan het licht nadat farmaceutisch fabrikant Wyeth werd gedwongen om al haar documenten openbaar te maken. De zaak werd gestart nadat 14.000 vrouwen na het gebruik van het overgangsmiddel Prempro borstkanker ontwikkelde. Prempro is een medicijn dat bestaat uit een combinatie van geconjugeerde oestrogenen en progesteron. De, in dit geval door Wyeth aangestelde marketingsbureaus, waren bekend als ‘Medische voorlichting en communicatie bureaus”. In 2002 waren er 18 artikelen gepubliceerd waaruit naar voren kwam dat Prempro goede diensten zou verlenen aan vrouwen in de overgang. Deze publicaties waren o.a. te lezen in International Journal of Cardiology en American Journal of Obstetics & Gynecoloy. Opmerkelijk is dat vlak voor deze publicaties de ‘Womens Health Initiative’ had aangetoond dat hormoonpreparaten in de overgang juist gecontraïndiceerd waren omdat ze het risico op borstkanker en herseninfarcten vergroten.
Deze medische voorlichtings- en communicatiebureaus werken in opdracht van alle farmaceuten om hun producten aan de artsen te promoten. Het systeem dat door al deze medische communicatie bureaus wordt, gebruikt ziet er als volgt uit:
Er wordt een meta-analyse gedaan van klinisch wetenschappelijk onderzoeken. De uitkomsten van deze onderzoeken krijgen een positieve draai mee. Vervolgens wordt er een medisch professional of wetenschapper als hoofdauteur in naam aangezocht. Deze ‘hoofdauteur’ hoeft het artikel niet gelezen te hebben. De naam erbij is voldoende voor betaling, publicatie en eeuwige roem.
Professor A. Fugh-Berman van de Georgetown University Medical Centre in Washington deed onderzoek naar deze vorm van medische wetenschappelijke publicaties. Ze ontdekte dat er de afgelopen 12 jaar 90.000 van dergelijke publicaties in medische tijdschriften waren geplaatst. “Elk medisch wetenschappelijk tijdschrift is ‘besmet’ met dergelijk soort reclame materiaal verborgen als wetenschappelijk artikel geschreven door medische communicatie bureaus in opdracht van farmaceuten.” [2].
Wyeth blijft het middel prempro nog steeds als medisch wetenschappelijk bewezen via internet promoten. [3]
Het Sceintific-Ethical Committee for Copenhagen and Fredriksberg Municipalties geeft dan ook aan dat van de door de Clinical Evidance Handbook gestelde 12%, 75% vermoedelijk frauduleus is. Het getal moet naar beneden worden bijgesteld naar 3% met het predicaat ‘bewezen positief effect’.


De cijfers op een rijtje

Clinical Evidance Handbook van de British Medical journal Publisher meldt dat van de 2500 meest voorgeschreven medicamenten en behandelingen:

  • 3 procent een groter ongunstig dan gunstig effect scoort.
  • 5 procent waarschijnlijk geen gunstig effect heeft.
  • 8 procent evenveel gunstige als ongunstige effecten heeft (uitruil middelen).
  • 12 procent enig bewijs van gunstig effect scoort.
  • 23 procent een zeer zwak bewijs voor enig gunstig effect laat zien.
  • En, dat van 49 procent totaal niet bekend is wat voor effect het heeft.

Farmaceuten zelf aan het woord

Vice president genetica A. Roses van GlaxoSmithKline meldde bij de besloten presentatie dat “90% van de producten van GlaxoSmithKline, en dat van ieder ander farmaceutisch bedrijf, bij de meerderheid van de patiënten niet werkt.” [5]
Wetenschappelijk medewerkers van één van de grootste farmaceuten ter wereld: Bayer: “Tweederde van alle medicatie tegen kanker, vrouwenziekten en hartziekten blijken in een tweede onderzoek niet de resultaten te kunnen bevestigen.” Herhaalbaarheid van onderzoeksresultaten is één van belangrijkste grondvesten van wetenschappelijk bewijs. [6]
Amgen, een andere grote farmaceut kon van 53 klinische geneesmiddelonderzoeken voor kanker en andere bloed ziekten 47 niet reproduceren. [7]


Complementaire aanpak

Wetenschappelijk uitwisselingsbureau Science Exchange laat bij monde van directeur E. Iorns het volgende weten: “De natuur is complex en in de experimentele opzet (van medisch wetenschappelijk onderzoek) worden niet altijd alle variabelen voldoende meegewogen.” [9]
Hiermee geeft zij in feite weer dat het leven complex is, het menselijk lichaam dynamisch en voortdurend verandert door de inwerkingen van o.a. de leefstijl, leefomgeving, cultuur enz. En dat de invloed hiervan op o.a. genetica, psyche, neuronale verbindingen enz. niet wordt betrokken in wetenschappelijk onderzoek. Het is zoals longarts Mariska Koster via twitter laat weten “Je leert als arts een mens als patiënt te zien. Veel later leer je dat weer andersom”.
De complementaire geneeskunde wijst hier al eeuwen naar, maar wordt door de overheid, zorgverzekeraars, farmaceuten en reguliere medische wereld als ‘kwakzalverij’ afgeschilderd.


Regulier is kwakzalverij

Het wetenschappelijke tijdschrift ‘New Scientist’ meldde in september 2012: “De Medische wetenschap is op wankele grondvesten gebouwd.”[8]
De ‘Vereniging tegen kwakzalverij’ houdt regelmatig heksenjachten tegen, in hun ogen ‘niet bewezen’ geneesmethoden zoals homeopathie. Haar website http://www.kwakzalverij.nl vermeldt dit ook. Zij stelt dat uitsluitend de reguliere medische praktijk juist en bewezen is. Tot haar grote voorbeelden behoort onderzoeksjournalist Ben Goldacre. Hij stelde regelmatig ‘alternatieve’ en complementaire geneeswijze aan de kaak in zijn column ‘Bad Science’ in The Guardian. Onlangs schreef Goldacre het boek ‘Bad Pharma’. Goldacre meldt daarin dat het merendeel van medische onderzoeken onjuist zijn. Tevens meldt hij dat de meerderheid van de artsen hun wetenschappelijke literatuur slecht kennen en dat deze literatuur door het achterhouden van juiste gegevens door de farmaceutische industrie onjuist is. Werkelijke gegevens van bijwerkingen komen niet bij de arts en de patiënt terecht, maar worden door de farmaceutische industrie achtergehouden. Daarbij maakt Goldacre de lezer er tevens op attent dat het grootste deel van de geneeskundige opleiding van artsen door deze farmaceutische industrie wordt bekostigd. [4]
Wat Goldacre in feite zegt is: De reguliere medische wereld is volgens de normeringen van de overheid voor wetenschappelijk bewijs en de ‘Vereniging tegen Kwakzalverij’ minimaal een pseudowetenschap die neigt naar kwakzalverij. Dit wordt mede ondersteund door de uitkomsten van het onderzoek van de reguliere medische wereld zelf.


Oplossing

Er zou per direct door iedere arts gecontroleerd moeten worden of wat hij voorschrijft op werkelijke wetenschap berust. En er moet voor alle geneeskundige behandelwijze (regulier en complementair) met dezelfde maten gemeten worden.

Illustratief berichtje dat ik gelukkig heb teruggevonden.

De bijdrage van Peer, waarover ik schreef in mijn blog over Inverse Voice Therapy kwam na uren zoeken uit een map in mijn computer, die ik om onduidelijke redenen niet eerder had geopend. Om privacy redenen zal ik alle indertijd door Peer genoteerde namen weglaten. Uiteraard ook zijn achternaam. Op zie dingen na is het stukje echter autentiek

 

PEER

Amersfoort

To whom this may concern, maar in het bijzonder aan:

  1. Mijn huisartsen,
  2. Mijn longarts,
  3. Mijn uroloog,

Geachte dames en heren,

Ervan uitgaande dat u kennis heeft genomen van de achtergronden van de Inverse Voice Therapie, zoals in de bijlage beschreven door Peter van Oosterum, natuurgeneeskundig therapeut, volgen hierna mijn positieve – ja bijna wonderlijke ervaringen.

Ik ben de bewuste geluids-CD 2x per dag gaan draaien begin maart.

Na drie weken, en voorts tot de dag van heden kan ik:

  1. Met zuurstof aanzienlijk langer lopen. Eerst met moeite de lengte van de galerij (ca. 22 m), vaak halverwege even rusten. Nu, rustig lopend zonder zuurstof in één keer
  2. Ook nu, rustig lopend met zuurstof ca. 40 à 50 m.
  3. Ik kan weer 2 x een half uur pianospelen, voorheen 5 minuten.  Vanaf parkeerplaats naar winkel of restaurant was voor half maart ondenkbaar.
  4. Ik kan ’s nachts zonder zuurstof prima slapen.
  5. Saturatie (zonder zuurstof) voorheen 92% heden 94%
  6. Desaturatie voorheen (met zuurstof) na een inspanning vaak onder 80%. Nu 85%
  7. Wassen en aankleden kostte me voorheen ca. een uur. Nu een kwartier.
  8. Voorheen durfde ik, bang voor dispnoe, niet zonder hulp te douchen.
  9. Nu kan ik in mijn sportclub een baantje zwemmen (met zuurstof) en een stoombad nemen. Voorheen ondenkbaar.
  10. Ik heb al enige malen op een terras 2 uur zitten discussiëren of vertellen zonder zuurstof.
  11. 60 km autorijden kan ik makkelijk zonder zuurstof (Amersfoort – Zutphen).
  12. In rustige situaties kan ik toe met 1 liter zuurstof per minuut i.p.v. 2 liter.
  13. Toppunt!  Bij thuiskomst dinsdagavond 30 april vergeten de contractor aan te zetten, hetgeen ik pas ’s woensdags om 16.00 uur ( = na 18 uur) ontdekte, omdat ik het een beetje benauwd had. Geen wonder!
  14. Aangezien ik zuinig moet zijn met vloeibare zuurstof (de leverancier komt eens per 14 dagen), rijd ik met de scootmobiel het centrum (12 minuten) zonder zuurstof en zonder dispnoe.

Bijlage bij mijn uiteenzetting

Van 03 – 05 – ’03

Mijn welbevinden is op de schaal van 1 tot 10 nu een 8.

Een jaar geleden trof  Dr.xxx mij thuis aan, wanhopig huilend en sprekend over euthanasie, maar dat was ook inclusief de hevige depressie die pas eind november “vervlogen” was. Niemand wist goede raad dan wat algemeenheden.

Nog iets:

In het spiro-meting rapport van half februari was de FEV 1 19%.

Het rapport van 11 – 04 – ’03 wees 24% aan

Het zal Dr. XXX interesseren dat als prettig bijverschijnsel mijn incontinentie aanzienlijk minder is, als ik er maar voor zorg dat als ik wat moe ben, bijvoorbeeld aan het eind van de dag, inspanning uit de weg ga.

Hier spreekt een gelukkig mens.

Wij, Peter van Oosterum en ik, zijn  ons ervan bewust dat één zwaluw nog geen zomer maakt en dat het causale verband nog aangetoond moet worden middels vele pilots, maar voorlopig voel ik mij bevoorrecht en werkt het.

Opmerking:

Bij mijn bezoek aan mijn longarts op 08 – 05 toonde hij geen enkele interesse, ondanks inzage van de voorgaande geschriften, maar hield alleen een nieuw medicijn voor mijn neus.

Inverse Voice Therapy

Geluid als medicijn.

Vijftien jaar geleden begon ik aan een experiment waarvan ik nog steeds weet dat het zinvol is en dat het tot heel bijzondere resultaten voor de gezondheid van de mens kan leiden. Mijn onderzoek betreft de invloed van geluid op het welbevinden van de mens en meer in het bijzonder de mogelijk genezende invloed van klank, mits juist en nauwkeurig gekozen.

In dit artikel zal ik mijzelf niet presenteren als een wetenschapper, al was het alleen maar om te vermijden dat ik het hoongelach van de wetenschappelijke wereld over me heen krijg. Immers, om wetenschappelijke erkenning te krijgen moet je in de allereerste plaats tot die hele grote club van universitair geschoolden behoren en dat ben ik niet. En in de tweede plaats moet je in het vak dat je gestudeerd hebt ook de ambitie hebben om nieuwe dingen te ontdekken en de faciliteiten en de financiën daartoe verwerven. Aan al deze voorwaarden voldoe ik niet. Ik ben alleen maar een nieuwsgierig mens die altijd weer antwoorden zoekt op een volgende vraag. En ja, ik wil nieuwe dingen ontdekken, want dat kan ook als je geen wetenschapper bent. Als ik kosten moet maken om in staat te geraken die antwoorden te vinden, zijn die kosten altijd voor mijn rekening.

Tegenwoordig horen en lezen we veel over negatieve invloeden van geluid en geluidsoverlast op de gezondheid van mensen. Onze wereld is vaak barstensvol lawaai, waarvan we letterlijk horendol worden. Daardoor heeft geluid als invloed op de gezondheid mogelijk een slechte naam gekregen en dat is jammer, want hierdoor dreigt het kind met het waswater te worden weggegooid. Te veel en te hard geluid is inderdaad schadelijk. Zeker als het niet heel precies het juiste geluid is. Wat ik echter al jaren heb aangetoond is dat juist gedoceerd en nauwkeurig afgestemd geluid een belangrijke en positieve invloed op de gezondheid kan hebben.

De redenen om aan dit onderzoek te beginnen alsmede te technieken die ik gebruik ga ik in dit artikel beschrijven.

Waarom?

Heel eenvoudig, ik ben langzamerhand te oud om dit onderzoek op ruimere schaal voort te zetten en ik zou het erg jammer vinden als de volgens mij fantastische en goedkope bron van gezondheid, in menig opzicht, verloren gaat zoals dat met zoveel dingen gaat waar de gezondheidsindustrie geen belang bij heeft, omdat er geen grote winsten mee te verwerven zijn.

Soms blijkt iets wat je je herinnert en waarvan je toen niet eens op het idee kwam om te denken dat het belangrijk was achteraf heel belangrijk. De onderwijsopleiding die ik volgde, twintig jaar was ik, begon op maandagmorgen om half negen met twee uur koorzang door de hele school. Met de ongeveer honderdveertig studenten zongen wij twee uur lang vaak vierstemmige klassieke koorwerken.

Misschien kunnen mijn lezers zich hun jeugd niet meer zo goed herinneren als ik, maar ik weet nog heel goed dat ik toen op maandagmorgen, direct na het weekend uit mijn bed strompelend niet echt verlangend was om twee uur lang in een groot koor te zingen, al was het alleen maar om dat mijn hoofd nog om een rustige en vooral geluidsarme omgeving vroeg. Heel vreemd was echter dat die twee uur koorzang dat landerige gevoel en dat ietwat bonzende hoofd volledig deed verdwijnen. Altijd weer voelde ik mij daarna heel prettig. Later viel het me vaak op dat mensen na een koorrepetitie of zelfs na een kerkdienst waarin gezongen werd ook een opgeruimde en ontspannen indruk wekten.

Dit was eigenlijk het eerste waaraan ik dacht toen ik begon aan de ontwikkeling van mijn klanktherapie. Hoe kwam het dat ik mij na twee uur koorzang zo verfrist en lekker voelde. Ja, zingen is gezond en meer van die kreten, dat is ouwe koek, dat verklaart niets en ik wilde een verklaring, omdat ik nu eenmaal bijna altijd wil weten waarom iets is zoals het is. Welnu, die meen ik gevonden te hebben. Daarop is mijn Inverse Voice Therapy gebaseerd

Een vriend van mij was dierenarts. Hij vertelde mij eens over het huilen van de wolven en wat daarvan de reden en het resultaat waren. De wolven jagen vaak in groepen en ook vaak in het donker. Ze beginnen dan met bij elkaar te zitten en dan huilen ze. Voor veel dieren – en ik denk ook voor mensen – klinkt dat angstaanjagend. Wat er echter tijdens dat huilen gebeurt is dat de wolven op elkaar afstemmen, want zodra het huilen ophoudt gaan ze als groep op jacht. Omdat ze op elkaar zijn afgestemd wordt er gecoördineerd gejaagd. Elke wolf uit de groep weet als het ware waar de anderen zich bevinden. Een uitermate efficiënt systeem dus. Hoe dan ook, ik vond het een prachtig verhaal en ik dacht: ‘afstemmen op elkaar, dat is het dus’.

Maar daarmee was mijn hele verwondering over het feit dat ik na twee uur koorzang mijn weekendkater kwijt was niet helemaal beantwoord. Om daarover ideeën te hebben moest ik mij gaan verdiepen in het mooiste en meest bijzondere instrument dat wij hebben, onze stem.

Het is prachtig om te zien hoe onze stembanden tegen elkaar worden gedrukt als we willen spreken of zingen en hoe daardoor de uitstromende lucht wordt tegen gehouden tot de druk te hoog wordt en de stembanden zich heel even openen om een beetje lucht door te laten. Dan sluiten de stembanden zich weer om zich al snel weer te openen en het volgende beetje lucht door te laten. Doordat dit open en dicht gaan van de stemspleet een groot aantal keren per seconde gebeurt (gemiddeld bij mannen tussen de 70 en 300 keer per seconde en bij vrouwen tussen 110 en 500 keer per seconde) maken wij ons stemgeluid. Ons stemgeluid bestaat dus uit series heel korte stootjes lucht.

Maar ja, die stembanden van ons zijn geen fabrieksproduct. Het zijn eigenlijk bindweefselvliezen met een ietwat verdikte rand waar de vliezen tegen elkaar sluiten.

Nu is het wel gebleken dat onze hele lichamelijke toestand zich op tal van plaatsen tot uitdrukking brengt. Zo vinden we invloeden van de organen heel specifiek tot uitdrukking komen in de verschillende eigenschappen van de spieren. Ook is het bekend dat mensen die er verstand van hebben heel veel kunnen zien in de irissen in onze ogen. De acupunctuur kent een speciale tak, de oor acupunctuur. En bijna iedereen heeft wel eens gehoord over de genezende invloed van de voet reflexologie, waarbij op een bepaalde manier heel specifieke punten in de voetzool worden gemasseerd.  Het is dus eigenlijk niet raar om te denken dat ook onze stembanden heel specifiek door onze lichamelijke toestand worden beïnvloed, waardoor ook de klank van onze stem op een heel specifieke manier verandert. De spanning, de slijmlaag, de dikte en vaak ook kleine oneffenheden treden op als gevolg van veranderingen in ons lichaam. Dat komt natuurlijk doordat in een levend lichaam alles met alles verbonden is en alles door alles wordt beïnvloed. Dat is ook de reden dat we veruit de meeste mensen die een stem hebben aan hun stem kunnen herkennen. Die stem is dus heel persoonlijk. Ook hebben ziekteverschijnselen een invloed op de stembanden en daardoor op de klank van de stem. In de oude Indiase literatuur over geneeskunde, de Veda’s, wordt zelfs gesteld dat de goede geneesheer aan de stem van de patiënt kan horen welke ziekte er is.

Goed, het is dus niet vreemd of onwaarschijnlijk als ik stel dat afwijkingen van het normale, zoals ziekte, van invloed zijn op de toestand van de stembanden en daarmee op de klank van de stem.

Ik dacht echter verder en deed een wellicht wat gewaagde, maar naar later bleek nuttige veronderstelling: Stel nu eens dat het aanvullen van gebreken in de stem gunstig kan werken op de gezondheid.

Een gewaagd veronderstelling, ik geef het toe. En dan nog, hoe kom je er nu achter welke gebreken de stem heeft. Welnu, daar is een oplossing voor: Je maakt een opname van de stem door iemand bijvoorbeeld vijf minuten te laten spreken. Van die opname maak je dan een spectrumanalyse. Dat klinkt heel ingewikkeld, maar dat is het niet, omdat daarvoor verbazend handige computerprogramma’s zijn.

Laat ik eerst maar beschrijven wat in ieder geval te verwachten is. In de allerlaagste klanken heeft de stem weinig volume, dat weet iedereen. Dat geldt ook voor de allerhoogste klanken.

Je zou dus mogen verwachten dat de grafiek van de stem als het om volume gaat een mooie boog figuur vormt. Eerst laag, dan omhoog gaand en dan weer langzaam naar beneden als je bij de hoogste tonen bent aangekomen. Met je laagste tonen maak je weinig geluid en met je hoogste tonen ook niet. De kracht zit in het midden.

In grote lijnen blijkt dat ook wel zo te zijn. Alleen zitten er in praktisch elk stemspectrum dat ik heb gemaakt op onverwachte plaatsen diepe – en soms heel scherpe dips. Daar, op die toonhoogte heeft de stem minder volume en even verderop weer meer. Dat is vreemd, dacht ik. Maar met mijn spectrumprogramma kan ik precies zien welke klank dat is die wat gebrekkiger in die stem zit.

Toen kwam ik op een onverwacht idee. Ik dacht, stel je nu eens voor dat die dip, die inzinking in het stemspectrum wordt veroorzaakt door een lichamelijk gebrek. Wat zou er dan gebeuren als ik de klank zou nabootsen die in die stem wat gebrekkig voorkomt. Zou dat van invloed zijn op de gezondheid. Dus zou het van invloed zijn op de gezondheid als ik die persoon waar die dip in zijn stemklank zit er een dienst mee bewijzen als ik hem naar die precieze toon laat luisteren.

Tja, wonderlijke vraag. Hoe kom je erop zeiden sommige van de mensen om me heen. Anderen die mijn ideeën altijd al wat vergaand vonden meenden dat ik nu toch echt een beetje het Noorden begon kwijt te raken.

Als nou iedereen tegen me zegt dat het onzin is wat ik denk, dan begin ik meestal te denken dat er iets in moet zitten, anders was het niet in mij opgekomen.

Soms heb je een beetje geluk nodig. Bij een jamsessie (muziek waar je aan kunt meedoen) kwam ik Peer tegen. Hij was een goede jazzpianist, maar dat had hem door de jaren heen de invloed van heel veel tabaksrook gebracht zodat hij zwaar longemfyseem had en om voldoende zuurstof te krijgen de hele dag met een zuurstofslang in zijn neus liep. Om uit te kunnen gaan moest dan de zuurstoffles mee.

Volgens zijn eigen zeggen had de longarts hem gezegd dat zijn mogelijkheid om zuurstof op te nemen nog 19,5% was. Dat is heel weinig en dan heb je echt de hele dag en nacht extra zuurstof nodig. Ik vroeg hem of hij voor mij als proefpersoon wilde dienen en ik legde hem uit dat ik een opname van zijn stem zou maken en dat hij daarna een cd van mij zou krijgen. Peer zei: ik heb niets te verliezen, doe maar. En zo gebeurde.

Peer kreeg de cd die ik naar aanleiding van zijn spectrumanalyse maakte en die cd draaide repeterend in zijn flat. Hij zei: als je het niet al te hard zet klinkt het alsof er ergens een wasmachine staat te draaien. Daar heb ik geen last van.

Een week of vier later was ik met vakantie in Spanje toe hij belde. Hij zei: ‘zal ik je eens iets leuks vertellen’. En ik zei: ‘ik ben dol op leuke dingen.’ ‘Het gaat mij veel beter,’ zei Peer. ‘Dat is prachtig,’ zei ik, ‘maar ben je al bij je longarts geweest?’ Nee, daar was hij nog niet geweest. ‘Nou,’ zei ik, ‘ik ben erg benieuwd naar de uitkomst van je volgende longfunctie onderzoek.

Het lange verhaal kort. Peer en ik mochten ons verblijden met een opmerkelijk resultaat. In de daaropvolgende maanden ging zijn longcapaciteit van 19,5% naar 30%. Daardoor hoefde hij alleen nog maar extra zuurstof als hij de deur uitging en was hij veel vitaler.

Ik had nog meer geluk met Peer. In Amersfoort, waar hij woonde, organiseerde hij van tijd tot tijd jazz podia. Dat zorgde er weer voor dat hij wat toegang had tot de lokale krant. Het artikel dat hij naar de krant stuurde zorgde er in elk geval voor dat verschillende omroepen geïnteresseerd waren. En zo dat ik op een zaterdagmorgen in de NCRV studio in het programma Cappuccino, toe gepresenteerd door Georg Frölich.

Na die zaterdagochtend was het een paar dagen heel druk aan te telefoon en had ik ruim twintig proefpersonen verspreid door het land.

Resultaat: de meeste proefpersonen waren oudere mensen met ademhalingsklachten. Die reageerden voor het merendeel verrassend goed op de klank die ik hen op cd leverde. Zo kan ik me een oude dame in Zoetermeer herinneren die in haar huiskamertje van de ene naar de andere kant lopend halverwege even moest uitrusten en die enkele maanden later in de winkel vlakbij weer samen met haar man een boodschapje kon doen.

Een heel bijzondere proefpersoon had ik. De man was een MS patiënt. Hij vroeg of mijn therapie daarvoor ook kon werken. Ik zei dat ik het niet wist, maar dat ik het best met hem wilde proberen.

Ruim veertien jaar ben ik ongeveer om de twee maanden bij hem geweest. En laat ik eerlijk zijn. Hij is in die tijd in geen enkel opzicht verbeterd. Wat ik echter wel bijzonder vond, hij trouwens ook, is dat hij eigenlijk ook niet achteruit ging. En dat schijnt voor een MS patiënt toch bijzonder te zijn.

O ja, die fantastische effecten van zingen in een koor, maar waarschijnlijk had je dat al begrepen. Het zit namelijk zo, dat die stemmen van al die zangers en zangeressen om je heen klankelementen hebben die jouw eigen stem niet geeft. Die klanken zetten die tachtig procent water waaruit je lichaam minimaal bestaat in beweging. Geluid gaat dwars door je geen. Al die kleine geluidsfriemeltjes die jouw stem mist, die krijg je dan in zo’n koor gewoon van de buren.

Waarom ik nu dit hele verhaal schrijf? Ach, al krijg ik maar één reactie van iemand die zich net als ik met natuurgeneeskunde bezig houdt. Die persoon of personen wil ik graag de eenvoudige technische handelingen leren om deze therapie toe te passen. Ik vraag er geen geld voor, alleen inzet.

Trouwens, dat zou ik nog bijna vergeten te noemen. De therapie die ik I(nverse) V(oice) T(herapy) heb genoemd, eigenlijk omgekeerde stem therapie, heeft een duidelijke invloed op de klank van de stem en op het gemak en de soepelheid waarmee de stem kan worden gebruikt. Dus: sprekers, zangers….