Een veel grotere menigte van natuurlijke verschijnselen dan ooit gedacht.

Elke morgen als ik wakker word komen de gedachten, ideeën, fantasieën weer bij mij boven. Eigenlijk gaat het inderdaad over een grote, zij het onzichtbare, menigte. Waarom dan zoveel?

Het is denk ik zo’n twintig jaar geleden. Ik assisteerde mijn vrouw die een huurbemiddelingsbedrijf had. De man die op die dag een afspraak had om de verhuur van het flatje van zijn dochter te regelen was een hoogleraar emeritus theoretische fysica. Ach, hij had toch vrij en de betreffende dochter was heel druk met haar werk. Hij was een gemoedelijke, vriendelijke man, dus hielp hij even. En als vanzelf raakte ik met deze men in gesprek. Ik moet trouwens wel zeggen dat deze man zich toegankelijk toonde voor mijn vragen. Wat wilde ik dan weten?

Het ging letterlijk over theoretische fysica. Ons universum is gevuld met energie van verschillende verschijningsvormen. Zo hebben we energiegolven die rechtdoor lijken te gaan. Ik zeg lijken, want energie van de zon lijkt op aarde aan te komen en we hebben dan gemakshalve maar aangenomen dat die reis met de lichtsnelheid ongeveer acht minuten duurt. Maar, heb ik bedacht, waarschijnlijker is het dat tussen de zon en de aarde dicht opeengepakt heen en weer springende energie kwanten staan die met een geweldige lading aan het oppervlak van de zon als een rijtje dominostenen bij elk volgende kwant een beetje van de oorspronkelijke energie naar de zijkanten verliezen waardoor de Aarde met een voor ons prettige hoeveelheid energie wordt geraakt. Overigens treffen die energiekwanten ons nog met een gezamenlijke druk van rond 8.000 kilogram. De Aarde wordt dus heel zachtjes naar buiten geduwd. We mogen dan ook aannemen dat Mercurius en Venus, die dichter bij de zon staan veel heter zijn en de planeten vanaf Mars tot en met Pluto veel kouder dan de Aarde. Dat heeft allemaal te maken met de volgorde waarin de planeten uit de zon geboren zijn en miljoenen jaren zachtjes naar buiten geduwd. Och tot zover is het eigenlijk een bekend verhaal, behalve dan het feit dat ik van mening ben dat de energie van de zon niet straalt, maar zich als het ware als dominosteentjes verplaatst. We hebben dus dat universum dat mannetje aan mannetje volstaat met wat ik altijd jittering partikels noem, (heen en weer springende golfjes) en het tweede is de energie die ze van de bron ontvangen en die dus eigenlijk per definitie iets anders is dan die golfjes zelf, omdat de energie die ze vervoeren gedurende de reis afneemt door verstrooiing naar alle kanten. Ik heb er trouwens wel eens over gedacht om die energie die aan die jittering partikels wordt mee gegeven bewustzijn te noemen. Nou ja, dat is maar gissen hoor. Ik had echter een vraag voor deze gepensioneerde professor en wel de volgende. Sedert belangrijke geleerden theoretische modellen hebben bedacht van datgene wat er met de subatomaire deeltjes, elektronen, protonen en noem maar op, aan de hand is. Duidelijk is wel dat die zogenaamde deeltjes eigenlijk helemaal geen deeltjes van wat wij materie zouden noemen zijn. Het zijn volgens de theorie golfjes die draaien. Ze kunnen zelfs op hun plaats blijven en bovendien blijkt dat alles wat op die manier draait om zijn eigen as – nou ja het zit allemaal zo dicht op elkaar dat we het als een vaste massa zien en dat het dan massa of gewicht heeft en elkaar aantrekt, dus onderhevig is aan de zwaartekracht. Nou ja, dit alles wist die professor natuurlijk veel beter dan ik. Daarover ging mijn vraag trouwens niet. Mijn vraag ging over het formaat van die deeltjes en eigenlijk of het ook mogelijk was dat deze draaiende golfjes misschien ook net als de octaven in de muziek bijvoorbeeld twee of meerdere keren zo groot konden zijn. De professor vond de vraag interessant, maar hij zei: als de subatomaire deeltjes een schaalvergroting ondergaan, en dat zou in principe best mogelijk zijn, dan wordt automatisch hun meetbare dichtheid kleiner. We kunnen ze dan niet meer meten. Volgens de professor konden du deze grootschalige subatomaire deeltje (draaigolfjes) best bestaan maar was die energie te ijl om te meten. Ik had op dat moment in mijn enthousiasme een fantasienaam voor een nieuwe theoretische natuurkunde bedacht: “de Megafysica”. En binnen die megafysica kunnen dan tot nu toe totaal onbekende, want onmeetbare werkelijkheden ontstaan. Een vraag die altijd verborgen ligt onder alle verklaringen: Als je bereid bent aan te nemen dat het universum massaal gevuld is met energie, al dan niet rondtollende energie golven, wat is dan datgene wat er golft. Een logische vraag toch? Het water van de zee golft. Die golven bestaan uit water. De lucht kan ook golven, dat zijn eigenlijk verdichtingen en verdunningen in de lucht en dat noemen we wind. Maar waaruit bestaan nu die geheimzinnige energiegolven waaruit kennelijk alles bestaat. Vroeger zeiden we dat is de ether, een mooi woord voor ‘we weten het niet’. Dan hebben we een hele poos onze schouders opgehaald. Energie is nu eenmaal onvernietigbaar. Het moet dus wel heel sterk zijn. Hoe dan ook, ik heb een nieuwe bedacht. Eigenlijk is hij al oud, maar nooit in deze rol genoemd. Het materiaal waaruit volgens mij de universele energie bestaat is “Bewustzijn”. Het kan waarschijnlijk ook niets anders zijn. Heel lang hebben we genoegen genomen met het feit dat elektriciteit blijkbaar niet uit iets meetbaars bestaat. Goed, we kunnen er allerlei metingen aan verrichten, de frequentie, de kracht en de richting meten, maar waaruit het nou eigenlijk bestaat, tja, dat weten we niet. Ik zeg nu dus: bewustzijn. Daarmee haal ik het begrip binnen de sfeer van benoembaarheden. Onze energie is van nu af aan ergens van gemaakt, namelijk bewustzijn, een begrip dat we weliswaar niet nader kunnen analyseren, maar dat we, net als het licht van de zon dagelijks kunnen ervaren. En wat waarschijnlijk ook wel handig is vinden we in het feit dat bewustzijn nu bij de fysische verschijnselen hoort in plaats van iets vaags en ongedefinieerd te zijn.

Rest mij nu nog mijn persoonlijke verklaring op te schrijven van de technische onderscheidingswanden tussen wat wij kennen als leven en dood en waarvan we door de eeuwen heen hebben gehoord en betwijfeld dat het leven weliswaar eindig is, maar dat ons bestaan, net als de energie, onvernietigbaar is. Deze stelling wordt des te houdbaarder als je bereid bent aan te nemen dat datgene waaruit energie bestaat bewustzijn blijkt te zijn.

Eerlijk gezegd hebben oude, Bijbelse begrippen mij op weg geholpen hier de mogelijke invulling aan te geven. Samen overigens met de opinie van die eerder genoemde professor die vertelde dat er mogelijk onmeetbare energievormen bestaan. Ja, ik moest denken aan de drieëenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige geest. Ik vertaalde dat in: het leven na de geboorte, de geest en de ziel. In mijn gedachte heeft de ziel een onmeetbaar lage frequentie, de geest enkele octaven hoger en dan tenslotte het biologische leven in het gebied van de bekende meetbare frequenties. De ziel is dus de laagste frequentie en de geest en het biologische leven zijn vervolgens gebieden van achtereenvolgende reeksen van boventonen zoals we ze simpelweg uit de muziek kennen. En nu ik het er toch over heb, dit hele betoog gaat over de harmonie der sferen.

Droom.

Eerder schreef ik al geïnspireerd door het kinderliedje: “life is but a dream”. Vanmorgen, na het ontwaken lag ik daar weer aan te denken. Het overkomt me vaker, heb ik gemerkt, naarmate de jaren vorderen. Wat me nu is opgevallen is dat er zoveel duidelijke natuurlijke parallellen in de levende natuur zijn die eigenlijk allemaal het zelfde verhaal vertellen. In de natuur zien we elk jaar weer in de herfst het grote sterven weer beginnen en in de lente komt er weer nieuw leven. Niet alleen in de plantenwereld, maar ook de dierenwereld laat zich niet onbetuigd. Nu weet ik natuurlijk wel dat de geslachtelijke voortplanting, zowel bij de flora als bij de fauna iets anders is dan de winterslaap. Die voortplanting vraagt namelijk om nieuwe individuen, of om het anders te zeggen een nieuwe combinatie van twee voor de allereerste keer aan elkaar voorgestelde koppels DNA hebben toch een bereidwillige ziel nodig die goedvindt om gedurende een levensloop zich te binden. Het maakt echt niet uit of het om een plant of een dier gaat.

De kwantumfysica heeft ons na miljoenen jaren struikelen en gissen eindelijk geleerd dat er eigenlijk maar één deeltje is dat zich in myriaden van verschijningen toont en waarmee evenveel dromen gebouwd kunnen worden. Maar ja, de kwantumfysica mensen denken nu – en waarschijnlijk terecht – hoe de gedroomde wereld van de materie ontstaat. Ja precies, als een droom. Wat wij er buiten die prachtige wetenschappelijke oplossing zelf nog bij moeten… ja, wat moeten we er eigenlijk bij… Nou vooruit, fantaseren. Wat denk je daarvan. Wat zou het doel zijn van al die dromen die het leven vormen. Daar moet toch iets uitkomen als we alle aardse perikelen beschouwen. Nee, laat nou deze keer de godsdienst maar zitten. Probeer nou maar logische en praktische zingeving te bedenken. Werk zat, zou ik zo zeggen.

Beginnetje maken aan de structuur van alles.

De oude verhalen over hemel en hel zijn uiteraard volledig verzonnen ten behoeve van de volgzaamheid. Toch moet enige ooit herinnerde vaagheid vaak geleid hebben tot een poging tot herinneren. Vragen doemden namelijk altijd al op. Natuurlijk was het voor de stichters, maar vooral voor de professionele volgers in de verschillende religies aantrekkelijk om een gemakkelijk te volgen beloningssysteem te bedenken. Meelopende betalers voor goederen die nooit geleverd worden, al was het alleen om dat men wist dat de beloningen zelf bedacht waren als de hoofdprijzen in enige loterij, een bedenksel dat overigens nog enige realiteit bezit. Plat gezegd zouden we dat oplichterij noemen, maar kom, laten we vrome wereld niet verder kwetsen dat ze zelf al doen. Niettemin wil ik toch een begin maken te zoeken naar de werkelijkheid. Het mooie is dat we die werkelijkheid allemaal talloze malen hebben meegemaakt, maar het lastige is dat we in die tussenwereld – die volkomen energetisch is gestructureerd – zoveel meer bergrips – en onderscheidingsvermogen hebben dan hier. We zijn dan aangewezen op parallellen in de trant van zo hier, zo daar.

Ik ga nu, het kan niet anders, wat ongerijmde vergelijking proberen. Daar gaan we dan. Als ik mag aannemen dat wat wij materie noemen en wat substantie lijkt slecht bestaat uit zeer kleine draaiende energievormen die door het dromende bewustzijn – life is but a dream – bijeen worden gehouden, dat moet ik wel concluderen dat ik blijkbaar in slaap ben gevallen. Kennelijk word ik net als hier in die puur energetische – laten we voor het gemak zeggen hemelse vorm – op een gegeven ogenblik in mijn eeuwige bestaan moe, of misschien verveeld en begin ik aan een gestructureerde droom. Om de totale eenheid van het geheel nog te benadrukken glijd ik door de droom die mijn moeder wordt voor die keer na de substantiële goedkeuring van die mijn vader wordt de ogenschijnlijke zelfstandigheid in. In veel gevallen is mijn leven in die droom van dien aard dat ik nieuwe informatie mag verwachten. In dat geval herinner ik mij niets van vorige dromen (levens). Als er echter veel raakpunten zijn of ik ben bijvoorbeeld bezig aan een serie, dan zullen herinneringen aan zogenaamd vorige levens mij wat meer duidelijkheid geven in deze overigens beperkte droomvorm die we het leven zijn gaan noemen, maar die dat natuurlijk niet zijn… of ja, wat voor een naam moeten we er dan aan geven.

Hoe dan ook, nu blijkt dat wij er al dromend in geslaagd zijn vanuit een van hieruit gezien virtuele niet tijdelijke aanwezigheid ten behoeve van onze dromen die we omschrijven als “het leven” een energetisch en vooral heel rijk gevuld energetisch universum te creëren. Intelligentere mensen dan ik hebben de kwantummechanica ontdekt waar in een aantal gevallen de lichtsnelheid er niet toe doet. Toen ik dat las dacht ik: waar hebben we nu te maken met ware onvergankelijkheid? Het zijn maar woorden hoor, maar toch: IK BEN DIE BEN. Is dat misschien wat? Of kom ik al redenerend misschien terecht in de vergelijking met de drie natuurlijke aggregatietoestanden: vast, vloeibaar en gasvormig. Nou ja, hoe dan ook, ik denk toch in parallellen.

Het quantumprobleem.

Het gebeurt vrij regelmatig dat we via dit medium worden verrast met een toespraakje van een wetenschappelijk jongmens die ons uit probeert te leggen dat de werkelijkheid in afzonderlijke en voor ons waarneembare eenheden niet bestaat. Meestal begint hij dan te praten over subatomaire deeltjes en dat die deeltjes niet één zijn, maar meer en zich kunnen manifesteren op onwaarschijnlijk grote afstanden van elkaar met een gelijktijdigheid, waarbij er geen tijd lijkt te verlopen tijdens het overbruggen van de afstand. Met andere woorden, de lichtsnelheid die opgeld doet in ons zo reëel lijkende universum doet er ineens niet meer toe. Aan het gezicht van de betreffende spreker kun je dan zien dat hij iets onmogelijks vertelt en dat de hele werkelijkheid op zijn kop moet. Ik ben evenwel van mening dat dit niet zo is. Wel moeten we dan bereid zijn te accepteren dat we te maken hebben met twee werkelijkheden. Nou ja, waar dat in het verhaal van de betreffende verteller op neer komt is dan dat we moeten begrijpen dat verleden, heden en toekomst simultaan bestaan. Ja, ik begrijp best dat het moeilijk is om aan te nemen dat we hier met een serieuze waarneming te maken hebben. Als je evenwel bereid bent om een vergelijking te gebruiken om de gapende opening tot elkaar te brengen dan zeg ik het volgende: de film die wordt afgespeeld kennen wij als de werkelijkheid. Natuurlijk bestaat die film al, anders kan hij niet worden afgespeeld. Wij beleven die film als een werkelijkheid, maar ik moet dan denken aan dat liedje:

Row, row, row your boat, gently down the stream.                                                                              Merrily, merrily, merrily, merrily, life is but a dream.

Het enige wat je hebt te doen is een omkering van hetgeen we benoemen als leven en zogenaamd dood, wat natuurlijk helemaal niet belevenisloos is. Het is namelijk de toestand waarin je in slaap valt en het leven droomt. Als je die omkering kunt maken blijkt alles ineens niet meer raadselachtig te zijn. Dit mag je ontdekken en om de ontdekking wat meer voor de meeste mensen te verstoppen – het moet tenslotte wel een beetje spannend blijven – kun je binnen het leven ook slapen en dromen, waar sommige filosofen hebben opgemerkt dat de droom de vriend is van de dood.

Nou ja, je begrijpt het al, hoop ik. De film loopt en je speelt mee en net als vroeger in de Cineac zijn er een heleboel films en als er een is afgelopen wordt er een andere opgezet.

Toevallige ontdekkingen?

Het hele verhaal dat ik geschreven heb over de verzonnen geschiedenis van de hoofdfiguren uit boek twee: Judith Kranz en haar vrienden die spelenderwijs, eigenlijk bij de bestraffing van Cecil Hoyt, de vroegere dwarsliggende CFO, de techniek van teleportatie toepassen en daarbij ontdekken dat het er daarna alle schijn van heeft dat de veroudering van het lichaam misschien niet stil staat maar toch flink de pas inhoudt. Dat verhaal dat mij leidt naar de waarschijnlijk veel te positieve oprisping dat bij de toepassing van telomerase in alle cellen de problemen voor de mens opgelost zijn. Maar dat is natuurlijk niet zo. We hebben nog een zware gang te gaan, omdat ik eerst moet proberen te begrijpen wat en waarom kanker is wat het is. Het probleem dat in elk geval theoretisch moet worden opgelost is het bestaan en ontstaan van kankerstamcellen. Zonder de hier bedoelde filosofisch-theoretische oplossing is het hele verhaal zinloos, betekenisloos, een doekje voor het bloeden.

Wat ik hieronder ga schrijven zal duidelijk moeten maken dat ik een poging doe te begrijpen wat en waarom kanker is. Het is niet in de eerste plaats een vijand, maar een regulerende factor die met respect ontmoet moet worden en niet in de allereerste plaats bestreden, maar bij sommige mensen op basis van hun gevolgde wegen in het leven vriendelijk en met respect moet worden toegestaan. Het gaat altijd om de innerlijk gekozen richting in het leven. Het begin van begrip is er eigenlijk al wanneer we ophouden te zeggen: ‘ik heb kanker’, alsof het een onafhankelijke vijand is. Veel dichter bij de waarheid kom je als je zegt: ‘Ik ben ziek’. Dan neem je deel aan het ziekteproces en kun je dus ook invloed uitoefenen al dan niet met verstandige hulp.

Uiterlijk bezien hebben we bij kanker altijd te maken met groei van weefsel. Die groei vraagt voedsel. Er worden dan extra bloedvaten aangelegd die uitsluitend bedoeld zijn om die groei te faciliteren. Duidelijk lijkt ook altijd dat het gaat om groei van weefsel dat binnen de algemene doelstellingen van de organisatie van het lichaam geen nut heeft. Sterker nog, de groei gaat al snel ten koste van de georganiseerde gang van het lichaam. Of om het anders te zeggen, we hebben hier te maken met overbodige groei die ten koste van het algemeen belang gaat. En nu wordt het verleidelijk om de beschouwing voort te zetten in het besef van de absolute eenheid van lichaam en geest. Bij voorbeeld: waarvoor ben je bang en heb je naar eigen gevoel extra bescherming nodig. Wat verzamel je, wanneer is het genoeg. Wat blijf je maar tegen beter weten in opruimen. Overdreven noodvoorzieningen of een levensvisie of maatschappijvisie die, zoals we in deze tijd zien om extra militaire veiligheid vraagt op een manier waarvoor het algemene welzijn offers moet brengen. Eigenlijk zien we dezelfde zielloze processen bij de voorbereidingen tot het voeren van oorlog. Bij de voorbereidende psychologische processen helpt de wapenindustrie graag. In dat opzicht is oorlog dan ook kanker van de maatschappij. Ja, inderdaad, dodelijk.

In de afgelopen coronaperiode hebben we bij nadere beschouwing heel verhelderende dingen zien gebeuren. Nou ja, lang niet iedereen weet dat natuurlijk over onze volksaard zijnde de angst voor besmettelijke ziekte waartegen we massaal gevaccineerd moeten worden. Of moeten, nou ja dat is de algemene consensus. Vaccineren is overigens een term die nog stamt uit de tijd dat er met het vocht uit koeienpokken gespoten werd en dat je dan geacht werd geen pokken te krijgen. Het woord vaccineren komt dus van het Franse woord ‘vache’, dat koe betekent. De werkelijke oorsprong van de pokkenziekte die veel later aan het licht kwam was gelegen in het feit dat in de slecht verzorgde buurten waar veel wandluizen voorkwamen de ware bron van de ziekte pokken ontdekt werd. De wandluizen droegen namelijk vaak een virus over dat pokken veroorzaakte. Overigens schijnt het dat Louis Pasteur, de ontdekker van de koepokmethode op zijn sterfbed heeft toegegeven dat hij de boel had bedrogen. Nou ja, moet BigFarma gedacht hebben, met dat ene leugentje gaan wij niet een prachtig verdienmodel laten vallen.                             In 1950 schreef Elanor McBean het boek ‘de giftige naald’, waarin ze op overtuigende wijze de hele vaccinatie industrie onderuit haalde. Helaas waren de tegenkrachten vanuit BigFarma veel sterker, zodat we vandaag de dag nog steeds met die onzin bezig zijn. Corona heeft voor de oplettende mensen echter overduidelijk aangetoond dat het angstig en hardnekkig najagen van volstrekt overbodige bescherming in helaas veel te veel gevallen dodelijke ziekte veroorzaakt. Iets wat de vaccinmakers natuurlijk zelf ook wel wisten. Die boosaardige bedoelingen zijn echter onderwerp voor een andere blog. Deze keer wil ik voornamelijk de aandacht vestigen op het kankerverwekkende karakter van ons streven naar te veel en onnodige veiligheid tot in het idiote. Wat we dus eigenlijk zien is dat overdreven angst die tijdens de standaard behandelingen van bijna elke kanker nog eens versterkt wordt bijna altijd bewaarheid wordt.

Gelukkig zou ik in dit geval willen zeggen maakten de vaccinfabrikanten verschillende batches. Als namelijk iedereen doodziek werd van die spuiten zou het te veel en te snel gaan opvallen dat we allemaal bedrogen werden. Ik weet het wel hoor, er zijn maar weinig mensen die het met mij eens zijn. Maar het aantal groeit.

Nog maar eens telomeren en hun verband met kanker.

Waarde lezer, weet je het nog wat ik schreef over de telomeren. In het boek ‘Eternal Mitosis’ ging mijn verhaal over de ontdekking van de stof die het mogelijk maakt zo niet eeuwig, maar wel veel langer en gezonder te leven. Natuurlijk is wat ik schrijf Science Fiction. Maar ik schrijf niet zomaar Science Fiction. Het zal ongetwijfeld met mijn eigen tamelijk omvangrijke medische geschiedenis te maken hebben, maar ik schrijf voornamelijk medische Science Fiction en wel op een zodanige manier dat ik sterk vermoed dat ik eerder werkelijke toekomst dan Fiction schrijf. Nu schrijf ik dus over de telomeren en de telomeren producerende stof, telomerase. Geen Fiction dus, maar echt bestaande stoffen. Overigens stoffen waar BigFarma het liefst niet over spreekt of schrijft. Hoe dan ook, ik moet hieronder erg mijn best doen om nog eens duidelijk uit te leggen wat telomeren zijn en wat telomerase is en wat die beide woorden nu te maken hebben met stamcellen en meer in het bijzonder kankerstamcellen.

Met grote regelmaat vindt er een natuurlijk proces in ons lichaam plaats: het vervangen van oude cellen. Het DNA, de bron van al onze erfelijke eigenschappen wordt dan gekopieerd als centrum voor de nieuwe cel. Dat kopiëren is een heel precies proces. Daarom wordt aan de uiteinden van die lange sliert DNA de zaak strak tegen elkaar gehouden doordat de uiteinden uit stukjes DNA bestaan die geen specifieke erfelijke informatie bevatten, maar die als het ware het oude DNA en tijdens het te kopiëren nieuwe DNA voor de nieuwe vervangende cel dicht tegen elkaar houden om overschrijffouten te voorkomen. Die telomeren zijn dus belangrijk, anders lukt het overschrijven ten behoeve van een nieuwe cel niet. Het probleem is echter dat er bij elke celdeling één of soms meer van die telomeren afbreken. Als de telomeren van een lichaamscel op zijn kan er niet meer gekopieerd worden. Op die manier kunnen op den duur steeds minder cellen gekopieerd worden en moet het lichaam het met steeds minder cellen doen. Dat proces noemen we veroudering, maar het is dus vermindering van actieve cellen. Dat is eigenlijk de reden dat oude mensen krimpen en functies verliezen.

Nu zijn er een paar soorten cellen die iets aanmaken waardoor de telomeren weer aangroeien. Dat zijn dus eigenlijk onsterfelijke cellen. Die cellen maken namelijk een stof aan die bekend staat onder de naam ‘telomerase’, een enzym waardoor de telomeren opnieuw worden gevormd als ze zijn afgebroken. Nu zul je misschien op het eerste gezicht denken dat die stof, die telomerase, dan maar overvloedig beschikbaar moet zijn en kunnen we dat dan niet namaken en inspuiten of iets dergelijks, maar wacht even, want ik moet nog vertellen welke cellen allemaal telomerase maken. Om te beginnen zijn er de stamcellen. Dat zijn lichaamscellen die als het ware nog geen specialisatie hebben doorgemaakt. Ze zijn dus nog geen spiercel of een huidcel of een niercel of een levercel of, nou ja noem maar op. Die stamcellen maken dus wel telomerase, net als de geslachtscellen trouwens voornamelijk bij de mannen, want van spermacellen hebben we er vele miljoenen nodig. Daar wordt dus niet op bezuinigd. Maar we houden echter nog wel een probleem over. Weet je nog die stamcellen die nog alle andere cellen kunnen worden? Soms ontspoort zo’n stamcel die dus het eeuwige leven heeft en wordt een kankercel. Die heeft dan dus een ontregelende kans om maar door te woekeren. Als je hem zijn gang laat gaan – en het zijn taaie rakkers die bijna niet te bestrijden zijn, dan deelt hij maar door tot de dood erop volgt.

Wat betekent dit nu voor de geneeskunde? De vroegere gedachte dat de dokter er altijd mee bezig is om iedereen te genezen begint wereldwijd een beetje in twijfel getrokken te worden. Geneeskunde, of medicijnen zoals de studie tegenwoordig meestal genoemd wordt is gewoon een vak waarmee een mens zijn brood kan verdienen. Om die duidelijke reden hebben veel economisch georiënteerde vaklieden de conclusie getrokken dat een genezen patiënt niet meer terugkomt en van genezen patiënten kun je dus niet leven. Voor de mensen in de medische vakken is het dus logischer en zeker ook profijtelijker om ziekte dragelijker te maken en te kiezen voor langdurig onderhoud in plaats van definitieve genezing. Wat we dan tegenwoordig ook meer en meer zien gebeuren is dat veel ziekten die vroeger dodelijk waren tegenwoordig op een zodanige manier worden behandeld dat de ziekte langdurig chronisch wordt, maar wel constante zorg en medicatie behoeft. Sterker nog, we merken dat de kosten voor de zorg jaar in jaar uit hoger worden. Dat heeft alles te maken met de levensrekkende onderhoudstechnieken waar de geneeskunde op drijft. Het leven van de chronisch zieke mens moet zo lang mogelijk worden gerekt. Tenslotte zijn er twee soorten mensen waar de zorg niets aan kan verdienen en dat zijn gezonde mensen en dode mensen.

Een belangrijke tak van de geneeskunde, zo niet de belangrijkste is oncologie, kankergeneeskunde. Hoe vaak wordt er niet zelfs langs de deuren gecollecteerd voor de kankerbestrijding. Ik mag het natuurlijk niet zeggen, maar ik vermoed dat het definitief genezen van kanker, als dat zou kunnen, medisch gezien een zo lang mogelijk te vermijden afslag is. Ik vermoed heel sterk dat dit de reden is dat elke mogelijke goedkope oplossing voor het kankerprobleem wordt geridiculiseerd gebagatelliseerd en vervolgens met kracht of zelfs met geweld wordt tegengehouden. Aan kanker is veel te veel te verdienen.

Ongetwijfeld komen er kankers voor die moeilijk zo niet onmogelijk te genezen zijn. Maar niet allemaal. Veel kan goedkoop genezen worden met:

  1. Ivermectine
  2. Mebendazol
  3. Venbendazol
  4. Curcumine

Of combinaties van deze goedkope en effectieve anti parasitaire middelen. Het effect van de uitscheidings – en afvalstoffen van parasieten als veroorzaker van vele kankers is waarschijnlijk bewust nooit serieus onderzocht.

Is dit nu een beschuldiging? Nou nee. We weten hoe de wereld in elkaar zit. Tegen beter weten in probeer ik dingen te schrijven die voor sommige mensen kunnen voorkomen dat ze zich voor de gek laten houden. In een eerlijke wereld geloof ik al heel lang niet meer. Maar, ook tegen beter weten in hoop ik er wel op.

Angst en nog eens angst lijkt onze samenleving te moeten beheersen.

Ik denk dat het van alle tijden is, dat het altijd zo is geweest. Als je wilt dat je klakkeloos wordt gevolgd moet je mensen bang maken. Angst lijkt de allerbelangrijkste emotie waartegen de meeste mensen geen weerstand kunnen bieden. Nou ja, we hebben het op ruime schaal gezien in de tijd van de zogenaamde en achteraf opzettelijk aangejaagde Covid pandemie, die bleek helemaal geen pandemie te zijn. Handig hebben misdadigers die zich uitgaven voor medische beschermers de halve wereld – of misschien zelfs meer – angst voor een onschuldige ziekte gezaaid. Zelfs de ziekenhuizen werkten mee aan de angstzaaierij. Zij deden dat door dingen te doen op een manier waarvan eigenlijk daarbuiten niemand wist dat het anders moest. Zo had men voor de angst campagne nodig dat er voldoende mensen overleden. Om te beginnen kon natuurlijk niemand de ziekenhuisadministratie controleren. Het aantal covid doden kon overdreven worden. Achteraf blijkt er met die dodenaantallen trouwens flink gerommeld te zijn en willen de verantwoordelijken nu weer geen feitelijke inzage geven. Maar er is meer gebeurd met name op de IC-afdelingen. Insiders weten namelijk dat een patiënt die zelf nog ademt niet aan een beademingsapparaat moet en ook zeker niet op zijn buik moet liggen want dan is er een reële kans dat hij sterft. Toch werd dat gedaan. Ik heb eens opstandige artsen horen vertellen dat er in de Verenigde Staten hoge bedragen werden betaald voor in het ziekenhuis overledenen. De angst moest er dus met niet te ontkennen feiten worden ingehamerd.

Nou goed, ik merk nu dat maatschappelijk de neiging bestaat om de Covid periode zo snel mogelijk te vergeten. Begrijpelijk. Niemand die het doorheeft – en dat zijn veel meer mensen dan je misschien denkt – wil zich realiseren dat hij zie voor de gek heeft laten houden. Veel mensen doen nog steeds of de fake-ziekte Covid toch echt wel gevaarlijk was. Toegeven dat je ergens met je onwetende hoofd ingelopen bent vindt natuurlijk bijna niemand fijn, maar het zou eigenlijk wel moeten, want zo blijft onze hele samenleving openstaan voor angst zaaien. Neem nu bijvoorbeeld kanker. Als nu één ziekte een schandalig verdienmodel is, dan is het kanker. Jaren geleden heb ik al horen beweren wat nu langzamerhand waar wordt: veel kankers zijn een chronische ziekte geworden. De hele bevolking lijkt daarmee ook genoegen te nemen. De artsen, waarvan je heel vroeger hoopte dat ze je zouden genezen zodat je de ziekte achter je kon laten, helpen je nu in een steeds maar duurder onderhoudsprogramma. Denk aan diabetes, hoge bloeddruk, ademhalingsklachten, cholesterol, nou ja, noem maar op. De artsen hebben ontdekt dat een genezen patiënt niet meer terugkomt. Daar is niets meer aan te verdienen. Daar bouw je geen riant inkomen mee op. Elk jaar nemen de kosten voor de gezondheidszorg toe. En dat komt niet omdat wij met zijn alles zieker worden, maar omdat de zorg steeds meer mogelijkheden ontdekt om van geneesbare kwalen chronische ziekten te maken. Langer leven dat willen we natuurlijk en als dat langer leven dat elk jaar meer gaat kosten, nou ja, dan moet dat maar.

Een van de aller kostbaarste takken van de gezondheidszorg is de kankerbestrijding. Men is erin geslaagd het imago van deze uitgebreide groep aandoeningen een angstaanjagend dodelijk stempel te geven. De gruwelijke en vaak mensonterend pijnlijke en ziekmakende behandelingen houden de angst voor kanker er goed in. Neem bijvoorbeeld de veel toegepaste chemotherapie of de beschadigende bestralingen of operaties, waarbij het met grote regelmaat voorkomt dat de kanker die aanvankelijk verdwenen leek toch weer terug kwam en dus in feite niet genezen was.

Ik aarzel het volgende op te merken, maar ik doe het toch. Niet omdat ik het zeker weet, maar omdat ik in de medische wereld – en niet alleen rond kanker, maar rond echt genezen in het algemeen – een omerta vermoed, een zwijgplicht op straffe van je hele carrière kwijtraken. Er wordt door teveel mensen teveel aan de huidige gebruiken en technieken in de gezondheidszorg verdiend. We zien dat schrijnend duidelijk bij de farmaceutische industrie, waar de prijzen de ontwikkelingskosten vele malen overschrijden. Met andere woorden: dure oplossingen dringen zich op, goedkope oplossingen worden geridiculiseerd en verdacht gemaakt.

Een poos terug schreef ik in een blog over het mogelijk kankerverwekkende karakter van de uitscheidingsproducten van parasieten. Omdat wij in een ogenschijnlijk hygiënische wereld leven denken we nooit meer aan parasieten die als onwelkome gasten in ons lichaam leven en wier biologisch afval ons ziek kan maken. Vanmorgen kwam ik bij NineForNews een interessant artikel tegen dat ik hieronder afdruk.

Ivermectine en kankerstamcellen — het klinkt als een onwaarschijnlijke combinatie, maar volgens dr. Paul Marik, de op één na meest gepubliceerde intensivist ter wereld, is het paardenwormenmiddel ivermectine na analyse van 38 miljoen wetenschappelijke publicaties uitgekomen als het meest effectieve middel tegen kankerstamcellen. Marik deed deze onthulling in een uitgebreid gesprek met journalist Jan Jekielek van The Epoch Times.

AI doorzoekt 38 miljoen studies in minuten

Marik werkt samen met dr. Justus Hope aan een protocol dat op basis van kunstmatige intelligentie bepaalt welke middelen het meest effectief zijn bij de preventie én behandeling van kanker. De AI-modellen doorzochten de volledige wereldliteratuur — meer dan 38 miljoen gepubliceerde papers — en kwamen telkens tot dezelfde rangschikking. Ivermectine eindigde als absolute nummer één als het gaat om het elimineren van kankerstamcellen, gevolgd door mebendazol op twee, fenbendazol op drie en curcumine (de werkzame stof in kurkuma) op vier. Opvallend: de uitkomst bleek reproduceerbaar bij meerdere AI-systemen en verschillende vraagstellingen.

Wat zijn kankerstamcellen en waarom worden ze genegeerd?

Kankerstamcellen vormen een kleine, maar buitengewoon gevaarlijke subpopulatie binnen een tumor. In tegenstelling tot gewone kankercellen kunnen ze zich onbeperkt delen, muteren en de tumor opnieuw doen opvlammen nadat de sneldelende cellen door chemotherapie zijn geëlimineerd. Marik legt uit dat het Cancer Genome Atlas-programma al heeft aangetoond dat de klassieke theorie — waarbij kanker voortkomt uit één gemuteerde cel die een homogene populatie voortbrengt — achterhaald is. Toch baseert de reguliere oncologie haar behandelprotocollen nog steeds grotendeels op dit verouderde uitgangspunt.

Nog schokkender: bestraling stimuleert de groei van kankerstamcellen in plaats van ze te doden, en sommige chemotherapeutische middelen activeren de stamcel zelfs. Dat betekent dat de huidige behandelingen het probleem in bepaalde gevallen kunnen verergeren in plaats van oplossen.

Hoe werkt ivermectine tegen kanker?

Ivermectine wordt door media en overheidsinstellingen stelselmatig afgedaan als ‘paardenwormenmiddel’, maar die framing mist de essentie. Het middel werkt bij parasieten via specifieke neurotransmissiepaden, maar heeft daarnaast een heel arsenaal aan biologische aangrijpingspunten. Bij kanker richt ivermectine zich op signaalpaden die bij kankerstamcellen bijzonder actief zijn. De wetenschappelijke literatuur hierover bestaat al jaren, maar het vindt nauwelijks zijn weg naar de klinische praktijk. Marik noemt dit onomwonden medische nalatigheid: een arts die een patiënt met kanker geen ivermectine aanbiedt, begaat wat hem betreft kunstfout.

Big Pharma en het stilhouden van goedkope alternatieven

De reden waarom deze kennis niet doordringt tot het grote publiek, is volgens Marik niet wetenschappelijk van aard. Ivermectine kost de Wereldgezondheidsorganisatie letterlijk twee cent per dosis. Chemotherapie en zogeheten checkpointremmers kosten per patiënt al gauw miljoenen dollars. Dat verschil verklaart veel. Marik stelt onomwonden dat regelgevende instanties en Big Pharma hand in hand opereren om de mondiale gezondheidszorgagenda te sturen — ten koste van patiënten die baat zouden kunnen hebben bij goedkope, bewezen effectieve middelen.

Zijn eigen borstkankermonografie werd door Amazon tijdelijk verboden. Zijn vitamine C-protocol voor sepsis werd aangevochten door anonieme partijen die het vakblad onder druk probeerden te zetten tot intrekking — tevergeefs.

Preventie: groene thee, kurkuma, vitamine D en omega-3

Naast behandeling werkt Marik ook aan een gelaagd preventieprotocol. Op basis van dezelfde AI-analyses kwamen vier kandidaten als meest effectief naar voren bij de preventie van kanker: groene thee, kurkuma, vitamine D en omega-3-vetzuren. Een eerder gepubliceerde studie toonde al aan dat vitamine D, omega-3 en regelmatige beweging samen de kans op kanker met 60 procent kunnen verminderen. Voeg daar groene thee en kurkuma aan toe, dan loopt de risicoreductie afhankelijk van het kankertype op tot 70 procent of meer.

Daarbij benadrukt Marik het belang van intermittent fasting en het vermijden van sterk bewerkte voeding. Insulineresistentie en chronisch hoge bloedsuikerspiegel creëren de metabole omgeving waarin kankercellen ongecontroleerd kunnen groeien.

Turbokanker en de rol van COVID-vaccinaties

De incidentie van kanker stijgt wereldwijd al jaren, met 17 procent in de afgelopen tien jaar volgens gegevens van de American Cancer Society. Zorgwekkender is de trend waarbij steeds jongere mensen — in de dertig en veertig — agressieve kankervormen ontwikkelen. Marik wijst daarbij ook op het fenomeen van ’turbokanker’: plotseling optredende, agressieve tumoren in een laat stadium, die hij in verband brengt met COVID-vaccinaties.

Een Yale-studie toonde aan dat sommige gevaccineerden meer dan 700 dagen na de prik nog circulerend spike-eiwit in hun bloed hadden; in één geval zelfs 1400 dagen. Dat spike-eiwit is volgens Marik de waarschijnlijke verklaring voor de toename van immuun-gedreven ziekten na vaccinatie.

Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack voor exclusieve content.

Blijf op de hoogte & steun onafhankelijke journalistiek

Kortom, er is hoop, maar het wordt tegengewerkt om de winst.

Wat is het nu allemaal dat ik gewoonlijk “ik” noem.

Vanmorgen, nadat ik wakker was geworden dacht ik: waaruit bestaat nu die kennelijke conglomeratie van dagelijks langskomende bewustzijnsverschijnselen waartegen ik, iedereen trouwens “ik” zeg. Omdat het door afgetrapte gewoontepaden zo vaak bewandeld is kom ik bijna niet tot een bruikbaar inzicht. Maar ik ga het toch proberen.

Als ik terugkijk in mijn leven heb ik eigenlijk de betreffende probleemstelling al op vierjarige leeftijd aan mijn moeder voorgelegd. Ik vroeg: ‘Mam, wat is ik eigenlijk?’ Mijn moeder zei toen: ‘Jij bent Petertje, dat weet je toch wel? Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘ja dat is wel zo maar dat bedoel ik niet’. Maar ik wist toen ook niet hoe ik het anders moest vragen. Trouwens, mijn lieve, maar zeer eenvoudige moeder had me toch niet kunnen antwoorden, anders had ze op dat moment wel geweten dat ik een van die kinderen was die op zijn vierde jaar al met oeroude probleemstellingen bezig was omdat hij zich zo nodig vroegere levens moest herinneren. Dat van die vroegere levens en wat ik daarover toen dacht ben ik daarna trouwens jaren kwijtgeraakt. Bij mij is dat later weer flardsgewijs teruggekomen, maar daarover wil ik het nu niet hebben. Waarover ik het nu wil hebben is dat ik me vanmorgen voor het eerst helder realiseerde hoe de organisatie die ik met dat kleine woordje “ik” aanduid eigenlijk in elkaar zit. Laat ik proberen eens niet te wijdlopig te zijn. Er is dat stukje, de kern waarvan ook wel beweerd wordt dat het hier in de massa die we bijeenbrengen 21 gram weegt waaraan we dan de naam ‘ziel’ hebben gegeven. Het is echter de sturende kern in de levende mens, waarvan wordt aangenomen dat hij niet begint te desintegreren als het versleten oude lichaam dat wel doet. Het kan niet anders dan een georganiseerd energiepatroon zijn. Een onvergankelijk en onvernietigbaar energiepatroon dan wel. Nu heb ik begrepen – dat idee is dus niet van mij zoals zal blijken – dat onze hersenen niet de makers van het bewustzijn vormen, maar eerder luisteraar ontvanger dan zender zijn. Die kern waarover ik het had die staat dus voortdurend in contact met het energetisch buitenveld, zeg maar de enorme wereld van georganiseerde energie waarin we na het overlijden in terechtkomen en waar we ook eigenlijk voortdurend uitkomen en uitgekomen zijn en uit zullen komen, Een spirituele tegenhanger van dat wat we in de materiële wereld benoemen als het universum.

Nu kom ik dan toch eindelijk tot de bekende vraag: Waarom doen we dit dan, waarom leven we dan mensenlevens? Nu moet ik overigens wel oppassen dat ik niet de vraag stel: wat is de bedoeling hiermee, maar wat is ‘mijn’ bedoeling hiermee. Tja, dan blijkt althans voor mij een even simpele als doeltreffende oplossing zich aan te dienen: oefeningen in het verzet tegen de ontmoediging tegen de bij geboorte zelfgekozen beperkingen. Let maar op. De meeste mensen zijn een leven lang bezig ergens, wat het ook zijn mag, beter in te worden of ze laten het na verloop van tijd ontmoedigd uit hun handen vallen. Nou ja, dat laatste zou je kunnen begrijpen als je kijkt naar onze verwoede pogingen om langer en gezonder te leven. Daardoor kunnen we namelijk langer doorgaan met het oefenen in het overwinnen van onze zelfgekozen beperkingen. Veel mensen kiezen intuïtief voor sport. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze zich het welbegrepen uitzicht op restschade door topsport willen getroosten. Nou goed, toegegeven, het is triomfantelijk ergens iets uit te halen waarvan je eigenlijk wel weet dat het er misschien niet inzit. Dat is nu ultimo oefenen om zo dicht mogelijk te komen bij wat in een lichaam eigenlijk niet kan.

Ach weet je, eigenlijk heb ik langzamerhand best in de gaten waarom ik dit soort stukjes schrijf. De medaille van oefenen heeft namelijk allerlei kanten die zich afspelen tussen opgeven, teleurgesteld afhaken, tegen beter weten in volhouden en heel af en toe ook triomfantelijk slagen. Ik heb het geluk dat ik hier en daar een beetje begin te begrijpen – nou ja, voor mezelf dan – wat mijn vermoedelijke antwoord moet gaan worden op de vraag: wat kom ik eigenlijk deze keer doen op deze wereld. Voor mij is het antwoord nu redelijk duidelijk. Ik probeer te begrijpen waarom ik hier wat ook weer aan het proberen ben. Nou ja, ik heb het gevoel dat ik steeds maar bezig ben aan een lange reeks van zeer verhelderende teleurstellingen en dat het begint te lukken… een beetje, toch?

Wat is het nu allemaal dat ik gewoonlijk “ik” noem.

Vanmorgen, nadat ik wakker was geworden dacht ik: waaruit bestaat nu die kennelijke conglomeratie van dagelijks langskomende bewustzijnsverschijnselen waartegen ik, iedereen trouwens “ik” zeg. Omdat het door afgetrapte gewoontepaden zo vaak bewandeld is kom ik bijna niet tot een bruikbaar inzicht. Maar ik ga het toch proberen.

Als ik terugkijk in mijn leven heb ik eigenlijk de betreffende probleemstelling al op vierjarige leeftijd aan mijn moeder voorgelegd. Ik vroeg: ‘Mam, wat is ik eigenlijk?’ Mijn moeder zei toen: ‘Jij bent Petertje, dat weet je toch wel? Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘ja dat is wel zo maar dat bedoel ik niet’. Maar ik wist toen ook niet hoe ik het anders moest vragen. Trouwens, mijn lieve, maar zeer eenvoudige moeder had me toch niet kunnen antwoorden, anders had ze op dat moment wel geweten dat ik een van die kinderen was die op zijn vierde jaar al met oeroude probleemstellingen bezig was omdat hij zich zo nodig vroegere levens moest herinneren. Dat van die vroegere levens en wat ik daarover toen dacht ben ik daarna trouwens jaren kwijtgeraakt. Bij mij is dat later weer flardsgewijs teruggekomen, maar daarover wil ik het nu niet hebben. Waarover ik het nu wil hebben is dat ik me vanmorgen voor het eerst helder realiseerde hoe de organisatie die ik met dat kleine woordje “ik” aanduid eigenlijk in elkaar zit. Laat ik proberen eens niet te wijdlopig te zijn. Er is dat stukje, de kern waarvan ook wel beweerd wordt dat het hier in de massa die we bijeenbrengen 21 gram weegt waaraan we dan de naam ‘ziel’ hebben gegeven. Het is echter de sturende kern in de levende mens, waarvan wordt aangenomen dat hij niet begint te desintegreren als het versleten oude lichaam dat wel doet. Het kan niet anders dan een georganiseerd energiepatroon zijn. Een onvergankelijk en onvernietigbaar energiepatroon dan wel. Nu heb ik begrepen – dat idee is dus niet van mij zoals zal blijken – dat onze hersenen niet de makers van het bewustzijn vormen, maar eerder luisteraar ontvanger dan zender zijn. Die kern waarover ik het had die staat dus voortdurend in contact met het energetisch buitenveld, zeg maar de enorme wereld van georganiseerde energie waarin we na het overlijden in terechtkomen en waar we ook eigenlijk voortdurend uitkomen en uitgekomen zijn en uit zullen komen, Een spirituele tegenhanger van dat wat we in de materiële wereld benoemen als het universum.

Nu kom ik dan toch eindelijk tot de bekende vraag: Waarom doen we dit dan, waarom leven we dan mensenlevens? Nu moet ik overigens wel oppassen dat ik niet de vraag stel: wat is de bedoeling hiermee, maar wat is ‘mijn’ bedoeling hiermee. Tja, dan blijkt althans voor mij een even simpele als doeltreffende oplossing zich aan te dienen: oefeningen in het verzet tegen de ontmoediging tegen de bij geboorte zelfgekozen beperkingen. Let maar op. De meeste mensen zijn een leven lang bezig ergens, wat het ook zijn mag, beter in te worden of ze laten het na verloop van tijd ontmoedigd uit hun handen vallen. Nou ja, dat laatste zou je kunnen begrijpen als je kijkt naar onze verwoede pogingen om langer en gezonder te leven. Daardoor kunnen we namelijk langer doorgaan met het oefenen in het overwinnen van onze zelfgekozen beperkingen. Veel mensen kiezen intuïtief voor sport. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze zich het welbegrepen uitzicht op restschade door topsport willen getroosten. Nou goed, toegegeven, het is triomfantelijk ergens iets uit te halen waarvan je eigenlijk wel weet dat het er misschien niet inzit. Dat is nu ultimo oefenen om zo dicht mogelijk te komen bij wat in een lichaam eigenlijk niet kan.

Ach weet je, eigenlijk heb ik langzamerhand best in de gaten waarom ik dit soort stukjes schrijf. De medaille van oefenen heeft namelijk allerlei kanten die zich afspelen tussen opgeven, teleurgesteld afhaken, tegen beter weten in volhouden en heel af en toe ook triomfantelijk slagen. Ik heb het geluk dat ik hier en daar een beetje begin te begrijpen – nou ja, voor mezelf dan – wat mijn vermoedelijke antwoord moet gaan worden op de vraag: wat kom ik eigenlijk deze keer doen op deze wereld. Voor mij is het antwoord nu redelijk duidelijk. Ik probeer te begrijpen waarom ik hier wat ook weer aan het proberen ben. Nou ja, ik heb het gevoel dat ik steeds maar bezig ben aan een lange reeks van zeer verhelderende teleurstellingen en dat het begint te lukken… een beetje, toch?

Bijna dagelijks.

Inderdaad, bijna dagelijks kom ik op internet nu verslagen tegen die handelen over kinderen, meestal vanaf een jaar of twee tot hun zesde jaar, die op dramatische wijze blijk geven van het feit dat ze in een vorig leven op heftige wijze gestorven zijn. Met ons chronologisch werkende verstand zou je zeggen dat het gaat om bewijzen van reïncarnatie, wedergeboorte dus. Het gaat hier uiteraard om een eeuwenoude leer, waarvan tegenwoordig bijna iedereen denkt dat het onzin is. Wel, afgezien van het feit dat tegenwoordig al te veel praten over de dood een mens niet populairder maakt, moet in dit geval worden gezegd dat er met dit onderwerp historisch nogal wat aan de hand is.  Heel veel YouTube filmmakers maken hier dankbaar gebruik van door deze verhalen te vertellen. Overigens staan ze daarin zeker niet alleen, want onze Nederlandse oud-cardioloog Pim van Lommel heeft in zijn interessante en vrij lijvige boek: Eindeloos Bewustzijn het ene na het andere verhaal opgetekend uit de mond van mensen met bijna dood ervaringen. Dat zijn mensen die kortere of langere tijd klinisch dood zijn geweest en vervolgens weer gereanimeerd werden. Veel van deze mensen beschrijven een toestand die ze benoemen als onbeschrijfelijk om de eenvoudige reden dat kennelijk onze taal tekortschiet om de gewaarwordingen die er in de toestand van klinisch dood beleefd werden te beschrijven. Ik moet eerlijk zeggen en heb dat ook wel eerder betoogd dat ik mijzelf zelfs flarden van meerdere levens herinner. Ik heb me trouwens altijd afgevraagd waarom ik me nu flarden van meerdere levens herinner, maar juist niet die door de bijna dood mensen ervaren perioden tussen de levens, de periodes dus dat we niet als mens leven. Recentelijk is dat echter tot me door gedrongen en het is veel minder mysterieus dan ik eerder dacht. Hoe zit dat dan. Nou laat ik oppassen dat ik niet beweer dat ik alles weet. Het is natuurlijk niet meer dan een vermoeden. Het antwoord ligt volgens mij in het woord ‘beperking’. Van de mensen met bijna dood ervaring horen we niet anders dat hun waarneming zo totaal was, dat ze niet maar één kant op konden kijken maar alle kanten tegelijk, zonder dat die veelheid hen verwarde. Dat ze ook plotseling alles tegelijk wisten en dat die ervaring hen ook niet verwarde. Nou, als ik maag aannemen dat deze informatie klopt, dan kan ik me voorstellen dat voorbije levens op enigerlei wijze helder dan wel vagelijk in het geheugen van de levenden manifest kunnen zijn. Anders is dat evenwel voor de tussenperioden waarin het bewustzijn wellicht vele honderden, zo niet duizenden malen meer kan overzien. Daarvoor is het geheugen van een levend mens simpelweg niet geschikt. Het past er allemaal niet in. Oh ja, dat het fantastisch was in de periode dat je er heel even was toen je dood leek, maar weer gereanimeerd kon worden. Die als onuitsprekelijk ervaren indruk kan als zodanig als indrukwekkend zijn. Maar om dat vast te houden is de geest van de levende mens wellicht te beperkt. Bovendien kan het nooit de bedoeling zijn als je leeft om je compleet je misschien duizendmaal grotere bewustzijn te herinneren als je hier voorlopig wel wat anders te doen hebt. Anders was je hier niet. Wie het kleine niet eert is het grote niet weert toch? Hier wilde ik het maar even bij laten.