Raymond Royal Rife

Raymon Royal Rife

Rife en zijn onderzoek naar kanker
In een onderzoek onder 16 terminale kankerpatienten die behandeld werden met de Rife machine op de frequentie van de kankerbacterie, de T-baccilli, werd volgens Rife een 100% succespercentage behaald. Een fenomenaal resultaat, dat niet onopgemerkt bleef. Er werd niet veel later een banket gehouden waar vele vooraanstaande artsen en onderzoekers uit de Verenigde Staten aanwezig waren. Het einde van alle ziekten leek nabij en de artsen toostten op dit geweldige resultaat.
Doofpot
Korte tijd hierna bleek echter geen enkele arts of onderzoeker ooit van Rife gehoord te hebben, ondanks het feit dat er fotomateriaal bestond van het betreffende banket. Sindsdien zijn Rife’s bevindingen weggemoffeld en is hij voor gek uitgemaakt. Hoewel hij zijn bevindingen makkelijk kon bewijzen, werd er door andere onderzoekers geweigerd om door zijn microscoop te kijken. Zoals vaker gebeurt in de wetenschap wanneer één persoon met onderzoeksresultaten komt die het heersende beeld onderuit halen, werd Rife de rest van zijn leven tegengewerkt. Hij is vele jaren later arm en verslagen gestorven.
Herontdekking van het werk van Rife
In de jaren 80 ontstond er hernieuwde belangstelling voor het werk van Rife, onder andere door Barry Lynes die het boek “the cancer cure that worked” schreef. Sindsdien wordt op verschillende plekken in de wereld weer onderzoek gedaan naar de rife machines en technologieën. De resonantietherapie die door NGC Energy Healing wordt gegeven, is voortgebouwd op de bevindingen van Rife en die van andere wetenschappers zoals George Lakhovsky, Hulda Clark, Nikola Tesla en Wilhelm Reich. (dit gedeelte is gekopieerd van het internet)

Voor ik verder over dit onderwerp schrijf wil ik eerst even het volgende kwijt. Voor de wetenschap is dit onderwerp dubieus, wetenschappelijk gezien onzin. Ik wijs erop dat ik niet beweer dat er waarheid in zit of sterker nog, dat alles wat Rife beweerde waar is. Zeker is dat hij een heel slimme man was, dat hij zich bezig hield met experimenten om echte volksvijanden als kanker te genezen. Dat hij aan de hele toenmalige wetenschappelijke wereld uit zijn tijd liet zien wat hij deed. Dat er daarop dol enthousiast gereageerd werd en dat hij een aanbod om samen te werken vanuit door de Amerikaanse regering gesteunde organisaties van de hand heeft gewezen, waarschijnlijk omdat hij het gevoel had dat – en zo is later ook gebleken – zijn vindingen moesten worden gebagatelliseerd en vervolgens weggewerkt. Dat is ook gebeurd.

Waarschijnlijk is zijn “waarheid” ten onder gegaan aan afgunst, lobby van de heersende medische industrie en mij zou het niet verbazen als de tegenkrachten waar hij tegen moest strijden wel voldoende mensen hebben betaald om iedereen te laten denken dat Rife de zoveelste megalomane idioot in medicaland was. Hoe dit ook zij, Raymond Royal Rife is arm en ontgoocheld gestorven. Van zijn werk, de zeer bijzondere microscoop, alsmede zijn protocollen en geschriften is weinig bewaard gebleven.

Rife beweerde kanker te kunnen genezen. Hij bewees dat ook in een aantal gevallen. Dat wil zeggen, er waren mensen bij wie door artsen kanker was geconstateerd. Die mensen werden met een door Rife bedachte methode behandeld. Dat was een heel comfortabele, niet invasieve methode. Ze hoefden niet te worden geopereerd en hoefden ook geen medicijnen te gebruiken. Dat was natuurlijk zeker in die tijd een reden om met grote twijfels naar zijn werk te kijken. Medische wetenschap bestond in die tijd uit twee grote richtingen: er waren medicijnen door eeuwen ervaring en vervolgens nagemaakt door de farmaceutische industrie. Die medicijnen moest je innemen en als het op was moest je nieuwe kopen als je nog niet genezen was. Als het allemaal niet hielp met die medicijnen, dan was er de invasieve methode, de operatie. Later zijn er natuurlijk nog bestralingen en soortgelijke technieken bij gekomen.

In de wetenschappelijke wereld – niet alleen waar het geneeskunde betreft, maar bijvoorbeeld ook bij het zoeken naar fossiele brandstoffen – worden mensen die met iets dat in hun ogen spectaculair vernieuwend is van de weg gereden, tegen gewerkt, belachelijk gemaakt. Het is begrijpelijk, omdat anderen zich daardoor bedreigd voelen in hun positie, hun macht, hun geld of aanzien. Begrijpelijk als het misschien is, is het daarom niet nog aanvaardbaar. Ja, ik weet het wel, moge de beste en de sterkste winnen roepen we vaak. De geschiedenis laat echter heel vaak zien dat er verschrikkelijk en vaak mensonterend vals gespeeld wordt.

Daardoor gaan veel belangrijke, nuttige, vernieuwende en dikwijls ook geniale vindingen verloren. En dat is nu waarover ik me ongerust maak. Die verloren dingen kunnen in sommige gevallen voor de hele mensheid van belang zijn. In de zaak Rife bleek bij herhaling dat de wetenschappers niet bereid waren om naar zijn bewijsvoering te kijken. Waarom, vraag je je dan af. Had de man zich misdragen, had hij belangrijke wetenschappers beledigd of brachten zijn ideeën alleen maar schade toe aan de leidende industrie?

Natuurlijk valt er niets meer te bewijzen hoewel, een echte scherpzinnig speurende organisatie van heel integere mensen zou waarschijnlijk dingen boven water kunnen halen, waaruit achter de zogenaamde feiten een wereld van list en bedrog schuil blijkt te gaan. Ach, niets menselijks is ons immers vreemd en het hemd blijft altijd nader dan de rok of, zoals de Engelsen het zeggen “blood is thicker than water”.

Maar wat beweerde Rife nu eigenlijk en zit daar misschien iets tussen waaraan we vandaag de dag in deze corona crisis nog wat hebben. Ik zal proberen het simpel uit te leggen op gevaar af dat ik al te zeer populariseer.

Ik begin met een anekdote over een destijds beroemde zanger, Caruso. Hij kon tegen een glas tikken en vervolgens met zijn stem de klank van het glas overnemen. Hij zong die toon dan zo lang en zo luid dat het glas begon mee te trillen, resoneren heet dat met een mooi wordt. Het glas moest dan zo hard meetrillen dat het stuk sprong.

Resoneren doen stoffen die, zoals we dat noemen kristallijn zijn. Kristal dus, maar niet alleen dat, want er zijn meerder stoffen die kristallijn reageren. Tja, hoe weet je nou of een stof kristallijn is en dus kapot gezongen kan worden. Nou, dat is gelukkig niet heel moeilijk om te weten te komen. Kristallijne stoffen hebben een vast smeltpunt. Water is bijvoorbeeld kristallijn; smelt – en vriespunt is exact nul graden Celsius. IJsfiguren zou je dus in principe met geluid kapot kunnen laten springen. Gewoon glas is bijvoorbeeld niet kristallijn. Als je het heet maakt wordt het eerst zachter en stroperig en hoe warmer het wordt hoe vloeibaarder. Dat soort stoffen noemen we amorf.

Zijn er ook organische stoffen die kristallijn zijn? Ja hoor, eiwitten bijvoorbeeld. Kijk en nu komt de oude Rife om de hoek. Virussen zijn eiwitten. Het kleine stukje DNA wat ze bevatten en wat ze gebruiken om in ons eigen DNA te plaatsen, zodat onze cellen kopieën van dit virus gaan maken is eiwit en derhalve kristallijn. En als je er nu in slaagt trillingsbronnen te vinden die het virus kapot laten trillen, dan hoef je voor die infectie in elk geval niet naar de intensive care.

Heel langzaam – en je begrijpt het al – bij de alternatieve geneeskunde, onder luid hoongelach, maar ook af en toe dreigende taal vanuit de vereniging tegen de kwakzalverij – komen de berichten die erop duiden dat het wel degelijk mogelijk is om sommige virale en/of bacteriële aandoeningen met frequenties te lijf te gaan en succesvol te genezen. Deze technieken zijn samen te vatten onder de term “Bio resonantie”.

Zoek het op, lees erover, lees over de grote pionier op dit gebied, Raymond Royal Rife, aan wie groot onrecht is gedaan.

Is er dan helemaal niets dat ik uit eigen ervaring met betrekking tot dit onderwerp kan vertellen. Ja, toch wel, één onderzoekje. Dit onderzoek vond plaats in de praktijk van een Brabantse collega die beschikte over een zogenaamde levendbloedmicroscoop. Daaronder kun je zien hoe bloedcellen, maar ook bacteriën reageren op bepaalde invloeden. We waren met zijn vieren gekomen, er was een bevriende arts, mijn twee technische vrienden die mij geholpen hebben het elektroacupunctuur meetsysteem per computer te ontwikkelen en ikzelf.

Wat we wilden weten was of bacteriën door middel van elektromagnetische frequenties (soort radiogolven) gedood kunnen worden. De arts had gezorgd voor de springlevende bacteriën, de bekende ziekenhuisbacterie MRSA had hij meegenomen. Wij legden een glazen plaatje met die bacteriën onder de microscoop en nog een controle plaatje op een tafel achter ons. Onder de microscoop lieten we elektromagnetische golven op de bacteriën los. Na ongeveer vijftien minuten bewogen die MRSA bacteriën niet meer. Vervolgens legden we het controleplaatje onder de microscoop want die hadden na een kwartier in de buiten lucht ook wel helemaal stil kunnen liggen. Die bacteriën bewogen zich echter nog zeer levendig. Na geruime tijd keken we door de microscoop nog eens naar het eerste plaatje dat we bewerkt hadden met de elektromagnetische golven. Op die betreffende avond zijn de bacteriën op het behandelde glasplaatje in elk geval niet meer tot leven gekomen.  Betekent dat nu dat je zonder meer mag aannemen dat bacteriën ook in het menselijk lichaam op die manier kunnen worden gedood met bepaalde frequenties elektromagnetisme? Het zou kunnen, maar dit was een zogenaamde “in vitro “ proef. In glas betekent dat letterlijk. “In vivo”, in het levende lichaam hebben we dat niet kunnen onderzoeken. Daar heb je een heel ziekenhuis laboratorium voor nodig en dat hadden we even niet. Wel vond ik – en dat vind ik nog steeds – onze bevinding bemoedigend en geheel in lijn met de bevindingen van de zo jammerlijk miskende Raymond Royal Rife

Tenslotte: ik informeer jullie, mijn lezers over dingen die ik heb uitgezocht en waarvan ik zelf geloof dat het klopt wat ik zeg. Ik heb in elk geval geen reden om allerlei dingen te verzinnen opdat waarheden verborgen blijven. Mijn advies is: geloof niet voetstoots wat beweerd wordt als je zelf vind dat het anders is. Bedenk dat er net zoveel waarheden zijn als mensen, maar voor jou is waar wat steeds weer voor jou werkt.

Mijn Moedertje

Op acht april negentien zesennegentig, zo rond een uur of twaalf overleed mijn moeder. Op acht april dit jaar is dat precies vierentwintig jaar geleden. Voor het raam in de huiskamer in de Lijsterstraat in Den Helder stond het bed waarin ze haar laatste maanden had doorgebracht. Mijn vader sliep op de bank en week niet van haar zijde. Drie keer in de week was ik in die laatste maanden vanuit Hilversum naar haar toe gereden want – en dat vond en vind ik nog steeds – zij was er toen ik via haar kleine maar sterke lichaam op deze wereld kwam. Ik moest bij haar zijn als zij dit leven verliet. Dat is gelukt en daar ben ik nog altijd blij om. Niet dat ik in haar stervensuur nu zoveel voor haar kon doen, nou ja, als er dan al iets was dan was het een heel klein beetje mijn vader kalmeren. De arme man wist zich geen raad bij de overigens normale gebeurtenissen die nu eenmaal heel vaak optreden als iemand een natuurlijke dood sterft.

Misschien gaan mijn lezers dit een niet zo leuk verhaaltje vinden. Bedenk dan maar dat er veel volkomen natuurlijke dingen bij ons leven horen die nu eenmaal niet heel erg prettig zijn om mee te maken.

Rond een uur of half elf was ik binnen gekomen. Mamma deed langzaam haar ogen open toen ik tegen haar sprak. ‘ah Peggie,’ zei ze. Dat was mijn hele leven lang mijn koosnaampje geweest dat alleen mijn moeder gebruikte. Daarna gingen haar ogen weer dicht. Eerder op de ochtend was de huisarts geweest om haar wat morfine in te spuiten, want pijn was in het grootste deel van het leven van mijn moedertje een nimmer wijkende metgezel waarover ze evenwel nooit klaagde. Altijd als ik vroeg: ‘hoe gaat het nu Mam,’ dan zei ze: ‘goed hoor kind’.

Ze moet rond de veertig geweest zijn toen bij haar baarmoederkanker werd geconstateerd. Dat was de grootste ramp die haar en mijn vader trouwens ook kon overkomen. Door de oorlog waren mijn ouders vijf jaar van elkaar gescheiden geweest. Pappa was behoorlijk beschadigd uit de onderzeebootoorlog in de Middellandse zee terug gekomen, maar die ouders van mij waren dolverliefd op elkaar. Zoveel intimiteit hadden ze in te halen, maar na nauwelijks meer dan tien jaar was de intense lichamelijke intimiteit niet meer mogelijk.

Mamma kwam in het Antonius van Leeuwenhoek ziekenhuis terecht in Amsterdam, toen nog aan de Sarphatiestraat. Er werd een radioactieve capsule in de baarmoedermond geplaatst. Daarmee moest ze zesendertig uur blijven liggen. Het leek goed te gaan, maar bij de controle die enkele maanden later werd gedaan achtte men het nodig de behandeling te herhalen. Helaas was de behandelende oncoloog met vakantie en de radioactieve capsule werd door een vervanger ingebracht. De daaropvolgende zesendertig uur waren de pijnlijkste en krampachtigste uit haar leven. Pijnbestrijding werd niet nodig geacht. Na de behandelperiode mocht ze weer naar huis. Maar de pijn bleef.

In de buurt woonde een vriendelijke oudere man die de gave had pijn te verlichten door handoplegging. Het leek beter te gaan. Er was weer een spoortje hoop.

Op een dag liep ze boodschappen te doen in de stad – Mamma deel alles altijd lopend. Bij het afstappen van een trottoir voelde ze onder in haar buik iets knappen. De ramp was compleet. De tweede radioactieve capsule had veel meer verwoest dan bedoeld. Van voor naar achter was een open verbinding in haar lichaam ontstaan. De persoonlijke ramp die mijn arme moedertje had getroffen was compleet. Er volgden operaties die bedoeld waren de schade te herstellen, wat nooit lukte en alleen maar meer pijn opleverde. Door de zware stralingstherapie – men wist toen nog niet beter – was veel meer aangetast dan de bedoeling was geweest. Als mijn arme moedertje in deze tijd geleefd had was vermoedelijk simpelweg de baarmoeder operatief verwijderd en had ze daarna nog heel gelukkig met haar grote liefde kunnen voortleven.

Op acht april negentienzesennegentig zat ik naast haar en hield haar hand vast. Het zachte pruttelende geluid van haar ademhaling maakte duidelijk dat de longen vol met water waren gelopen. Op zulke momenten is de natuur ons genadig. Als de longen vol water komen te staan kan het lichaam het normale afvalproduct CO2 niet meer kwijt en raken we op een heel natuurlijke manier in een coma dat langzaam overgaat in de dood. Dat is eigenlijk een prachtige zachte dood.

Ach, mijn arme vader, hij begreep het niet hij was ervan overtuigd dat Mamma ondraaglijk leed en dat de huisarts moest komen om daar een eind aan te maken. Woedend was hij toen de huisarts veel later kwam toen Mamma al dood was.

Veel later heb ik hem gelukkig kunnen uitleggen hoe genadig de natuur ons soms zelfs bij het sterven te hulp komt.

Na het overlijden vroeg ik mijn zusje en mijn vader kleding voor Mamma te gaan uitzoeken. Ze moest per slot van rekening netjes opgebaard worden. Toen die twee de trap op gestommeld waren heb ik in de keuken mijn handen gewassen en een glaasje jenever ingeschonken. Vervolgens heb ik bij mijn moeder het glas geheven en haar verteld dat ze de liefste moeder was geweest die een mens maar kan hebben en dat was waar.

Foekje heette ze Foekje Slot. Geweldig lief klein mens.

Steentjes

Een bijzondere beleving had ik gisteren. Soms zijn er van die dingen in het leven die je alsmaar voor je uit schuift, weet je wel.‘Het hoeft nog niet,’ zeg je dan tegen jezelf. Of: ‘ja, ik weet wel dat het een keer zal moeten gebeuren, maar ik heb er eigenlijk weinig last van.’ Ongetwijfeld kennen de meeste mensen in hun leven wel dingen die ze naar eigen inzicht “verantwoord” uitstellen.

Een paar maanden geleden, bij een zogenaamde pet-scan was behalve de gezochte informatie ook nog – zoals ik het nu maar noem – bijvangst naar boven gekomen, namelijk een aneurysma in de buik (daar moet je echt redelijk vlug mee naar de dokter, wat ik ook heb gedaan) en een niersteen van bijna twee centimeter groot en dat is echt een hele flinke.

Meer dan dertig jaar geleden hadden we voor een weekje een motorscheepje gehuurd. Het was een oud scheepje en gelukkig niet zo duur, want veel geld hadden we niet, maar we wilden toch een weekje varen met de kinderen. Bij het varen waren er nogal wat trillingen. Wij dachten dat het zo hoorde en blijkbaar hinderde het ook niet want de motor deed het altijd. Toen we echter na die week weer in ons eigen bed lagen had ik een knagende pijn in mijn rug. Het was niet een pijn waaraan je iets kon veranderen door een andere houding aan te nemen. ‘Een niersteen,’ dacht ik. Ik sliep die nacht weinig en de volgende ochtend bezocht ik de weekendarts, een vriendelijke dame die mij vroeg wat ze voor me kon doen. Ik zei: ‘ik denk dat ik een niersteenaanval heb. ‘ Nou, dat zou best kunnen,’ zei de dokter, nadat ze mij met de zijkant van haar hand een zacht maar niettemin pijnlijk tikje in mijn lende had gegeven. ‘Ik zal u een injectie geven en als u gelijk hebt is de pijn al verdwenen als de naald nog in uw arm zit.’Het wonder geschiedde met die injectie – Buscopan Compositum naar ik later hoorde – verdween de krampende pijn als sneeuw voor de zon.

Ik dacht  ‘ach, dat niersteentje zal ik nu wel kwijt zijn.’ Dat is toch vrij normaal om te denken. De pijn was weg, bleef jaren weg totdat ik een keer twee dagen achter elkaar iets at wat ik lekker vond en nog altijd vind. De eerste dag aten we asperges en de dag daarop was broccoli de groente. In de daarop volgende nacht had ik een niersteenaanval. Mijn huisarts kon mij de volgende dag niet die injectie geven waar ik om vroeg, Buscopan. Hij zei: ‘dat mogen wij niet meer gebruiken.’ Later hoorde ik dat alleen de ziekenhuizen het nog kunnen gebruiken. Er zullen vast veiligheidseisen aan ten grondslag gelegen hebben of – wat misschien meer voor de hand ligt – de prijs.

Hoe ik eraan kwam? Dat begreep ik ook later en omdat het iedereen kan overkomen die heel veel van een bepaald soort medicijnen in zijn leven heeft moeten gebruiken schrijf ik er hier over.

Ik heb het nu over antibiotica, althans de antibiotica van de oude generatie. Vanaf negentienzesenveertig heb ik heel vaak de eerste penicilline als injectie gekregen. Toen die eerste penicilline niet meer werkte werden er op basis van die stof nieuwe middelen gemaakt. Een ervan zal iedereen weleens gehoord hebben, Clamoxil. Scheikundig waren het allemaal middelen die gemaakt waren op basis van oxaalzuur. Al die middelen waren bedoeld om gevaarlijke bacteriën te doden en dat deden ze vaak ook. Maar bij overvloedig gebruik kon in ons lichaam het calciumzout van dat oxaalzuur ontstaan, calciumoxalaat. Deze stof kan in de nieren neerslaan en tamelijk harde stenen vormen. Gelukkig bij mij maar in één nier. En nu zul je misschien denken wat hebben die asperges en die broccoli er nu mee te maken, maar in die groenten zit relatief veel oxaalzuur, vandaar. Vanaf mijn zesde jaar tot nu, bijna tachtig, ben ik dus met dat stuk oxalaat in mijn lijf blijven lopen omdat ik het niet wist.

Gisteren ben ik voor de eerste keer in mijn leven behandeld met de niersteen vergruizer, want die grote steen zit waarschijnlijk aardig vast en met een operatieve verwijdering wacht ik liever even tot het moment dat vergruizen niet lukt. Misschien toch even een goede raad: als je last van nierstenen hebt zoek dan even op het internet naar een lijst van voedingsmiddelen waarin veel oxaalzuur voorkomt. Het is niet zo dat je dan bijvoorbeeld nooit postelein (zit veel oxaalzuur in) mag eten, maar niet drie dagen achter elkaar, begrijp je.

Dan tenslotte voor de nieuwsgierigen of misschien ook wel voor sommigen die wat angstig naar dit soort onderwerpen kijken, de behandeling met de niersteenvergruizer is niet pijnlijk. Ik voelde een half uur lang tikjes tegen mijn zij, ongeveer waar de nier zit natuurlijk. Gelukkig had ik een mp3 spelertje met muziek meegenomen, want een half uur lang meetellen met drieduizend tikjes vind ik behoorlijk saai. Over een week of twee ga ik maar weer een scan laten maken om te zien of het al een beetje opschiet met de sloop van die kei.

Ik hoop het maar, want dat gedoe met mijn lijf vreet tijd.

Filo Sofietje

Een meisje dat hevig nadenkt over vele levensvragen, maar meer in het bijzonder over wat wijsheid is. Vandaag neem ik voor korte tijd haar rolletje – want meer is het natuurlijk niet – over. Het nieuws is weer vol van voor en tegenstanders van het al dan niet landelijk regelen of je wel of niet baas over je eigen leven bent. Die vraag blijkt verbazend veel discussie op te roepen, voornamelijk tussen religieuze – en niet religieuze mensen. Ik zeg opzettelijk voornamelijk, want tussen de niet religieuzen zitten toch onverwacht veel hardliners die vinden dat dit een vraagstuk is waarin de overheid – of in elk geval gecertificeerde vertegenwoordigers daarvan het laatste woord in deze moeten hebben. Hoe komt dat nou toch? Waarom willen andere mensen dan jijzelf beslissen over het moment dat jij ophoudt met leven. Misschien nog wel een belangrijkere vraag zou kunnen zijn of dat goed is of niet.

Laat ik voor het gemak beginnen met de gelovige mensen. Daarmee bedoel ik natuurlijk de mensen die tot de christelijke geloofsrichtingen behoren. Van al die andere richtingen weet ik te weinig om me daarover een oordeel aan te matigen.

Wie het nieuws volgt heeft kunnen merken dat in de politiek, met name in de opvattingen die we horen van de parlementariërs in de tweede kamer, dat de leden van de CDA fractie, van de Christen Unie en van de SGP faliekant tegen het idee zijn dat een mens – wie dan ook – beslist over zijn eigen levenseinde. Alle mensen die het gedachtegoed van deze partijen aanhangen zijn van mening dat de mens niet zichzelf, maar God toebehoort.

Voor een goed begrip moeten we wel beseffen dat dit vaak heel sterke geloof in een hoger wezen van kinds af aan is meegegeven aan deze mensen. Uit ervaring kan ik vertellen dat het heel erg moeilijk is om dat wat je van kinds af aan geleerd is door meestal ook nog de mensen van wie je houdt en voor wie je respect hebt los te laten. Tot de overtuiging komen dat het allemaal niet waar is, dat godsdienst een menselijk verzinsel is met doorgaans niet eens zulke nobele bedoelingen als we bedoeld zijn te geloven, is buitengewoon moeilijk. Het is niet alleen moeilijk omdat je binnen je eigen denken en voelen een gigantische omwenteling moet maken, maar ook omdat je met een dergelijke draai jezelf sociaal isoleert van alles en iedereen die veiligheid en vertrouwdheid voor je betekenen.

Goed, houd dit even vast: kom je uit die gelovige hoek dan is jouw leven ondergeschikt aan de voor jou volstrekt onbekende wil van een hogere macht, God. Je hebt geleerd dat jouw leven een geschenk van God is en dat het daarmee niet aan jou is om je schepper te beledigen door zelf te beslissen dat je leven moet eindigen. In religieuze kringen wordt het godsbegrip ook wel eens verklaard met de overigens kritiekloze aanname dat God onze goede herder is en wij zijn schapen die door hem liefdevol worden geleid.

Mocht je desondanks en behorend tot een dezer gemeenschappen, vragen hebben over de ongelooflijke rotzooi op deze wereld die de schepper kennelijk oogluikend toestaat, dan zul je in je vertwijfeling telkens het zelfde antwoord van geestelijke leiders krijgen, namelijk dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn en voor ons als nietig mens daarom niet te begrijpen. Accepteer! Daar komt het op neer. Persoonlijk zie ik dat anders, maar laat me nu vooral duidelijk zijn: als je gelukkig bent met deze opvatting van het leven en de plaats die je daarin hebt, pas dat dan vooral toe in je eigen leven. Jij vindt dat jouw hele werkelijkheid in Gods hand ligt, prima. Wat je echter niet zou moeten willen is beslissen dat andere mensen volgens jouw overtuigingen moeten leven. Elk mens is uniek en daarom is ook de werkelijkheid van elk mens uniek. Jij verlangt begrip en respect voor jou levensopvatting, voor jouw geloof. Maar je moet wel begrijpen dat je dat alleen kunt verlangen als je bereid bent precies dat zelfde begrip en respect op te brengen voor iemand die diametraal anders in het leven staat. Als je dat begrip en respect niet kunt opbrengen heb je eigenlijk geen recht van spreken, omdat je dan kennelijk van mening bent dat jouw levensopvatting deugt en die van de ander niet. Met andere woorden, je verheft je boven een medemens met de opvatting “ik deug en jij niet”. Weet je, van dergelijke opvattingen wordt onze werkelijkheid al een paar duizend jaar absoluut niet beter. Kort samengevat: Geloof wat je wilt en gun elk ander dat zelfde recht.

In de aanhef van dit stukje schreef ik ook al dat er naast de mensen met religieuze beweegredenen om het recht over het eigen leven niet aan elk individu te laten ook overheidsdienaren en ook anderen zijn die ook van mening zijn dat jouw moment van sterven niet uitsluitend jouw zaak is. Ook hierbij komen we verschillende beweegredenen tegen. Om te beginnen is er de arts die geleerd heeft dat hij alles moet doen om het leven in stand te houden. Om die reden zijn er nog steeds vele artsen die niet bereid zijn euthanasie te plegen op doodzieke patiënten. Lelijker wordt dit echter als we, vaak tandenknarsend moeten vaststellen dat doodzieke mensen gedwongen worden het ellendige en vaak pijnlijke leven voort te zetten omdat er – als je tenminste goed kijkt – veel geld aan wordt verdiend. Schande, of niet?

Tja, en dan hebben we nog de politici die om allerlei uiteenlopende redenen er tegen zijn dat elk mens zelf uitmaakt dat het leven lang genoeg heeft geduurd. Dat zijn de regelneven. Vaak met ogenschijnlijk goede bedoelingen; vinden ze zelf doorgaans ook. Zij handelen meestal vanuit de typische zelfvoldaanheid waarvoor de politieke verantwoordelijkheid hen de ruimte laat. Vaak hebben ze het dan over gevallen waarbij bijvoorbeeld kinderen van een gefortuneerde erflater belang hebben bij diens overlijden.

Welnu, laat ik dit stukje afsluiten met het volgende: Ik heb respect voor de euthanasie dwarsliggers die dat vanuit hun geloofsovertuiging doen, omdat ik weet dat die mensen rotsvast in hun vertrouwen in een hogere macht zitten. Ook heb ik respect voor die artsen die wezenlijk in gewetensnood raken bij de gedachte aan actieve hulp bij sterven. Voor politieke opvattingen anders dan uit het hierboven genoemde heb ik geen respect, omdat die opvattingen voortkomen uit opportunisme.

Bob

Zo noemden we hem allemaal. Tandarts was hij. Toen hij afgestudeerd was kon hij de praktijk van zijn vader overnemen in een kleine provinciestad in de Betuwe. Een doodgoeie jongen zou de volksmond zeggen.

In het stadje waar hij woonde was een groep – ik wil het nog net geen sekte noemen – nou ja, een soort geloofsgemeenschap met een eigen kerkgebouwtje en een bijna hondersprocentige sociale controle. Wat er op neer kwam dat er in elk geval elke zondag in dat kerkje gezeten en geluisterd moest worden naar een voorlezing van… ja, hoe zal ik het zeggen, hij werd ome Karel (niet zijn juiste naam) genoemd en wekelijks moesten de groepsleden luisteren naar een voorlezing van een van zijn uitgeschreven preken. Blijkbaar vond met het ook van cruciaal belang dat er niets gemist werd, want de voorlezingen gingen het jaar rond door en het was zeer ongewenst als je vanwege vakantie op zondag niet verscheen. Vakantie was dus toegestaan van maandag tot en met zaterdag. Bob hield zich er strak aan want de sociale druk was groot.

Toen Bob de praktijk van zijn vader had overgenomen kwam automatisch de assistente mee. Ze was een betrekkelijk onooglijke vrouw met – zoals de uitdrukking luidt – weinig mannenvlees. Ze behoorde echter tot de ‘familie’ zoals de groep onderling werd aangeduid. Enkele lieden die de leiding aan zich hadden getrokken vonden dat Bob maar met haar moest trouwen.Dat deed hij, gehoorzaam als hij was.

Het huwelijk werd een onafzienbare reeks van verdrietige gebeurtenissen. De vrouw bleek diep depressief en er waren meerdere zelfmoordpogingen van het soort dat steeds net niet lukte. Er werd één kind geboren, een dochter. Naar ik later hoorde was de zwangerschap de enige periode in het huwelijk van Bob dat zijn vrouw zich normaal kon gedragen. Na de bevalling sloeg de depressie weer toe. Een ouder echtpaar, behorende tot de ‘familie’ nam de opvoeding en de zorg voor het kind over. Bob zal daar ongetwijfeld flink voor hebben moeten betalen. Tenslotte was hij tandarts en daarmee waarschijnlijk de hoogst opgeleide grootverdiener in de familie.

De vrouw van Bob was heel vaak voor kortere of langere perioden opgenomen voor psychiatrische zorg, maar ze was ongeneeslijk. Tenslotte werd ze blijvend opgenomen.

Toen had ik – en met mij nog enkele goede vrienden die niet meer tot de familie behoorden – het idee dat Bob nu zijn vrijheid zou pakken. En zo leek het ook. Hij kreeg weer contact met zijn enige jeugdliefde en het duurde niet lang of ze trok bij hem in. De praktijkruimte was inmiddels vrij gekomen want Bob had de praktijk ondergebracht in een commerciële groepspraktijk, waar hij door de eigenaar ongelooflijk belazerd werd, maar dat is een ander verhaal.

De jeugdliefde kwam en bracht haar zoon mee die de mooie vrijgekomen ruimte als kamer kreeg. Jammer was dat de jongen een tamelijk fervente en onbenaderbare drugsgebruiker was. Het sprookje tussen Bob en zijn jeugdliefde was al snel uit.

Helaas ben ik deze oude vriend uit het oog verloren. We hadden een enkele keer nog wel een telefonisch contact en ik begreep dat er toch wel weer een andere mevrouw belangstelling had voor deze tandarts die alleen nog wat mondzorg in bejaardenhuizen deed.

Zojuist kreeg ik van een gemeenschappelijke vriend een berichtje waarvan ik toch even stil werd. Hij schreef: Wist jij dat Bob op elf januari is overleden? Nee, dat wist ik niet en we zijn intussen tien dagen verder.

Wie was er bij hem toen hij stierf; of was hij net als in zijn hele leven alleen? Ach Bob. Je vak vond je altijd prachtig, maar je had totaal geen talent voor levensgeluk. Als ik voor jou iets zou wensen dan zou het zijn dat er inderdaad een warm en gastvrij hiernamaals is waar ze, speciaal voor jou een wereld vol van de meest verrukkelijke frivoliteiten hebben gecreëerd en dat je dan beseft dat het feest alleen af en toe ophoudt om even uit te rusten. Ben je eindelijk ook eens aan de beurt.

Managerial disease

Managerial disease, voorspelbaar overheids geklungel. Steeds meer jonge mensen worden tegenwoordig depressief. De berichtgeving meldt dat het aantal zelfdodingen onder jongeren tussen vijftien en twintig jaar flink toeneemt. Deze jongeren zien het blijkbaar niet meer zitten op onze wereld en maken zelf een eind aan hun leven.Een triest gegeven, daarover zal weinig verschil van mening bestaan.

Natuurlijk baart dit verschijnsel op allerlei fronten veel zorgen. Natuurlijk is het verdriet en het gevoel te hebben gefaald bij ouders vaak schrijnend aanwezig, maar vanzelfsprekend ook boosheid en onbegrip.

Nou, die boosheid en dat onbegrip zijn wat mij betreft in de afgelopen dagen bepaald niet afgenomen. Er waren twee psychiaters die zich de problematiek van de depressieve jongeren aantrokken. Met gebruikmaking van initiatieven die al onder jongeren met een groot verantwoordelijkheidsgevoel op gang waren gekomen wilden ze baanbrekend onderzoek initiëren. Dat voornemen klonk de inmiddels actieve genoemde jongeren natuurlijk als muziek in de oren.

De psychiaters hoorden gelukkig bij de respectabelen met toegangen tot overheidsorganen. De inmiddels op basis van hun eigen gevoel voor verantwoordelijkheid hulp biedende jongeren waren wild enthousiast. Eindelijk kwamen deskundige volwassenen te hulp. En helemaal fantastisch was het dat er daardoor ook overheidssubsidie beschikbaar kwam. Een flink bedrag van € 350.000,-

Nu leert de ervaring met wetenschappelijk onderzoek natuurlijk wel dat een dergelijk bedragje – het klinkt wat badinerend, ik weet het – bij serieus onderzoek al snel op is. Maar weet je, daar kan ik mee leven. Waar ik absoluut niet mee kan leven is met wat er nu weer voor de zoveelste keer is gebeurd.

Om meer geld te genereren gingen ze een gala organiseren. Eerlijk gezegd begrijp ik niet zo vreselijk goed hoe je depressie met zelfmoord tendens en het begrip gala bij elkaar verzonnen krijgt, maar goed, dat kan aan mij liggen. Het gala ging door en bracht nog eens € 50.000,- op.

Kijk, nu denk je misschien als je die twee bedragen bij elkaar optelt dat ze voor het onderzoek dan toch vier ton ter beschikking hadden. Maar nee jongens, zo werkt het hier niet. Al het geld is opgegaan aan management. Voor het onderzoek en het werk van die enthousiaste jonge vrijwilligers is niets over.

Managers, weg ermee. Ze schrijven vette rekeningen, uurtje factuurtje maal tig… Het interesseert ze werkelijk geen moer dat het doel waarvoor ze werden ingehuurd niet bereikt is. ‘Wel sneu dat het geld op is,’ roepen ze dan. ‘Nou ja, dan gaan we maar weer ergens anders geld weg managen.

Oh ja, die grap van die sport managers van lang geleden, daar kon ik toen nog wel om lachen. Dat ging over een wedstrijdroeier. Nou, die ging niet hard genoeg, manager er bij… nog niet hard genoeg…nog een manager erbij… Op het laatst waren wel zeven aan het managen en het ging nog niet hard genoeg. Die roeier riep alsmaar: ‘Ik heb een trainer nodig hoor! Nog een manager erbij. Hielp nog niet. Toen hebben ze die roeier maar ontslagen.

Toen ik dat voor het eerst hoorde vond ik het wel om te lachen, maar als ik dan dit doodzieke verhaal lees dan hoop ik echt dat de bedrijfstak waaruit deze profiteurs voorkomen eindelijk onder criminaliteit wordt gerangschikt, want diefstal is het.

Nieuwjaarsconcert

Nieuwjaarsconcert.

Zondag 12 januari in de Grote Kerk in Naarden organiseerde Lionsclub Bussum-Godelinde, waarvan ik sinds de oprichting in 1997 lid ben voor de zestiende keer het JBR Nieuwjaarsconcert. Het Amsterdam Symphony Orchestra onder leiding van dirigent Peter Santà voerde werken uit van Schubert en Beethoven. Dat was prachtig en de bijna zevenhonderd toehoorders waren dan ook zeer enthousiast. Los daarvan ontvangen wij onze gasten altijd met een glaasje bubbels. In de pauze en de gezellige nazit zijn er drankjes en smakelijke warme en koude hapjes die bij de prijs inbegrepen zijn.

Het was de zestiende keer dat wij – onze club dus – dit concert organiseerden. Daarmee is dit concert de op één na langste muzikale traditie in deze prachtige kerk met die schitterende akoestiek, waar ook elk jaar weer de meest bekende uitvoering van de Matheus Passion wordt gegeven.

JBR, Management Consultant te Zeist is al jaren onze hoofdsponsor. Daar zijn we heel blij mee, want wij proberen zoveel mogelijk geld op te halen voor twee goede doelen namelijk het onderzoek naar mogelijkheden om de ziekte van Alzheimer te bestrijden. Daartoe steunen wij het Alzheimer centrum in het VUMC in Amsterdam. Daarnaast steunen we het UAF, een stichting die het mogelijk maakt voor hoog ontwikkelde vluchtelingen om hier in ons land af te studeren.

Het is dus eigenlijk een sponsorfeest waarmee sponsoren echt geweldig tevoorschijn kunnen komen. Wij merken ook dat er niet alleen van goede muziek en van spijs en drank wordt genoten, maar dat er in deze prettige en ontspannen atmosfeer contacten worden gelegd. Daarmee is het JBR Nieuwjaarsconcert voor mensen die het vanuit de bedrijfscultuur interessant vinden een stijlvol klassiek sponsorfeest te geven, voor veelbelovende of bestaande contacten, buitengewoon aan te bevelen eens te kijken op de site: JBR Nieuwjaarsconcert. Wie weet mogen we u dan volgend jaar begroeten op het 17e JBR Nieuwjaarsconcert.

Allemaal Braaf?

Krijg jij nou ook zo vreselijk de pest in als je jaar in jaar uit moet meemaken dat gelegenheden als de nacht van 31 december op 1 januari – of trouwens ook, zij het op kleinere schaal, een voetbalwedstrijd tussen sommige clubs – tot uitzinnige vernielzucht leiden? Ik word daar echt woedend van. De stomdronken razernij die als een allesverwoestende tornado door steden trekt en dat we dan roepen dat het mee is gevallen als er slechts vijf bushokjes zijn vernield en dat er maar vier personenwagens na het moedwillig in brand steken in schroot zijn veranderd. Mij lijkt het eens interessant om er eens en voor altijd achter te komen welke mentale mechanismen optreden bij de kennelijk aanstekelijke groepsprocessen die te zien zijn bij vernielzucht als bij bovengenoemde gelegenheden en hoe die te beïnvloeden zijn.

Nu ben ik het er wel mee eens als mensen zeggen dat een samenleving waarin nooit iets mis gaat slaapverwekkend is en misschien zelfs het predicaat “strontsaai” verdient. Maar toch denk ik dat het aardig zou zijn als vlak voor – en ter voorkoming van het uitbreken van massale vernielzucht er zou kunnen worden ingegrepen met middelen die het opvlammen van de schadelijkste processen in de voornamelijk jeugdige koppen dempen.

In het laatste hoofdstuk van mijn sciencefictionroman ‘Het Komodo Project’ laat ik de totale vernietiging plaatsvinden van een groot farmaceutisch bedrijf. Dat bedrijf heeft in opdracht van een machtsbeluste generaal een stofje ontwikkeld waarmee mensen elke lust of behoefte aan agressie wordt ontnomen. Minuscule sporen van deze stof in de atmosfeer zorgen ervoor dat een heel volk zich niet verzet als een vijandelijk bezettingsleger gewoon binnenloopt en de macht overneemt. Doden en gewonden zijn er niet. Er wordt gewoon niet gevochten. Natuurlijk heeft het hele bezettende leger voor de zekerheid een stofje binnen gekregen die de werking van die eerste stof tegen gaat. Een zeer verwerpelijke gedachte die sommige machthebbers op deze wereld met een uitgesproken neiging tot vals spelen maar al te graag zouden steunen.

Weet iemand zich nog te herinneren hoe groot commotie was die ontstond toen bekend werd dat men Fluor aan het drinkwater wilde toevoegen om een overmaat aan tandbederf tegen te gaan. Het was toen bijna oorlog geworden, want als je verdorie nog aan toe al jaren een vals gebit in je mond had, wat moest je dan met dat verdomde Fluor. Er kwamen tankwagens met Fluor-loos drinkwater want ja, men was even vergeten dat niet alle ingewanden even prettig met de aanwezigheid van Fluor in het drinkwater omgaan. Ik weet niet meer hoe lang die strijd heeft geduurd, want het is al bijna vijftig jaar geleden.En evenmin weet ik of er nu tegenwoordig wel of geen Fluor aan ons drinkwater wordt toegevoegd. Een toevoeging aan het drinkwater, al dan niet tijdelijk, kan natuurlijk een tamelijk ingrijpend effect hebben.

Ja zeg, wat krijgen we nou. Ik hoor de menigte brullen. Ben je helemaal gek geworden? Wil je met het drinkwater gaan knoeien? Nee hoor, ik wil helemaal niks, want ik ga daar niet over. Ik ben alleen maar een eenvoudige dromer en fantast die rustig in zijn eigen hoekje droomt over een wereld zonder vernielzucht, zonder geweldsdelicten en onherstelbare gewonden tijdens gebeurtenissen die bedoeld zijn als een feest.

Er is een tijd geweest – ik denk ook alweer jaren geleden dat er in bepaalde milieubewuste kringen veel verdachtmakingen werden geuit over zogenaamde chemtrails. De uitlaatgassen van vliegtuigen zouden volgens die verdachtmakingen gebruikt kunnen worden om bepaalde gedrag-beïnvloedende stoffen in de atmosfeer te verspreiden. Het lijkt mij zomin technisch als fysiologisch niet ondenkbaar of onmogelijk. Of het gebeurt of gebeurd is weet ik niet. Veel dingen op onze wereld gebeuren stiekem om ingrijpen of in opstand komen van “de gewone man” te voorkomen. Daar zullen overigens soms ook nuttige dingen tussen kunnen zitten.

Jaarlijks overlijden veel mensen door medicijnvergiftiging. Het ten naaste bij getal zag ik laatst ergens staan, Het was wat mij betreft een angstaanjagend groot getal en er stond ook bij – maar dat weet iedereen langzamer hand wel – dat een belangrijke oorzaak te vinden is in het feit dat de bestuurders van de farmaceutische bedrijven de economen zijn en niet de medische wetenschappers. Daardoor is er bij die directies vaak meer interesse in winst dan in gezondheid.

Nou kijk, bij die jongens moeten we nou zijn. Ze zijn al gewend om veel dingen verborgen te houden, ze zijn al gewend om met onderzoeksresultaten te knoeien als de gewenste resultaten uitblijven en de troep nodig de markt op moet omdat anders de concurrent je voor is. Mij lijkt een leuke wereldwijde uitdaging voor deze grootverdieners een paar stofjes met een werking van beperkte duur te ontwikkelen die gemakkelijk aan het milieu of het water kunnen worden toegevoegd, voor slechts enkele dagen natuurlijk en die een prettige apathie veroorzaken die na de feestdagen volledig wegtrekt. Een verdienkans die elk jaar – en misschien wel vaker – terugkomt. Ja, stiekem natuurlijk…

Trouwens, weet jij eigenlijk precies wat er allemaal aan ons drinkwater wordt toegevoegd, of wat we met de lucht die we ademen mee binnen krijgen? Nee? Ik ook niet hoor, maar daarom denk ik soms wel eens: If you can’t beat them, join them!

Mondje olie

‘Je kunt het beste een spijsolie nemen die van zichzelf weinig of geen smaak heeft,’ zei ze, de arts die mij deze uiterst simpele methode leerde. Ze had geneeskunde gestudeerd in Heidelberg in Duitsland en daarna was ze werkzaam geweest op plaatsen waar ik zo snel niet opgekomen zou zijn. Zo was ze een poos de huisarts geweest op het Italiaanse vulkaaneilandje Stromboli. Ik wist niet eens dat daar mensen woonden. Ook had ze in het toenmalige Oostblok gewerkt. Daar had ze de eenvoudige en uitermate effectieve ontgiftingskuur geleerd waarover ik nu dit stukje schrijf.

Overigens vraag ik me op dit moment af waarom ik deze methode hier niet eerder heb beschreven. Mijn lezers zouden met enigszins opgetrokken wenkbrauwen wel eens kunnen zeggen: ‘Nou Peter, dat had je ons wel eens eerden mogen vertellen.’ Maar goed, ik vertel het nu.

Veel van onze lichamelijke klachten blijken te maken te hebben met restanten van zware metalen die we ongewild binnen krijgen. Denk dan aan metalen als Cadmium, Kwik, Lood, Arseen, Tin. Hoe krijgen we die stoffen dan binnen? Wel, op heel veel niet te vermijden manieren. De lucht die wij ademen in onze geïndustrialiseerde wereld zit er vol mee, maar ook ons voedsel bevat vaak sporen van zware metalen. En niet te vergeten een van de meest kwalijke vervuilingsbronnen, tabaksrook. Weliswaar worden voedingsmiddelen doorgaans gekeurd en wordt erop gelet dat bepaalde concentraties niet worden overschreden, maar soms help dat niet omdat een flink aantal van de boosdoeners “stapelen” in ons lichaam. Ze komen dus binnen in ogenschijnlijk kleine en zogenaamd veilige hoeveelheden, maar we raken ze niet kwijt.

Aha, hoor ik mensen denken. Die ongewenste zware metalen moeten dan toch in het bloed terug te vinden zijn. Ja, dat is ook zo, maar wel in die ogenschijnlijk veilige concentraties. Zodanig lage concentraties dat je zou denken, ach dat valt wel mee. Maar daar zit nu de vergissing. Ons lichaam is een buitengewoon ingenieus systeem waarin het bloed het voornaamste transportmiddel is. De kwaliteit en de samenstelling van het bloed wordt nauwkeurig bewaakt door een automatisch systeem dat homeostase wordt genoemd. Het komt er dus op neer dat er in het bloed niet vaak grensoverschrijdende waarden van zware metalen gemeten kunnen worden. Vaak moet dan ook aan de hand van een weefselmonster of biopt worden vast gesteld dat er verhoogde concentraties zijn. Maar ook is er natuurlijk de lange lijst van symptomen die kan wijzen op de verhoogde aanwezigheid van zware metalen in het lichaam.

Voor enkele zware metalen wil ik hier een paar indicaties geven.

  1. Lood (vroeger in alle waterleidingen en in de uitlaatgassen van het verkeer) veroorzaakt schade aan het zenuwstelsel en de bloedsomloop. Het kan leiden tot ernstig krachtverlies en zelfs verlamming.
  2. Kwik (komt voor als een van de doorgaans 5 metalen in het amalgaam dat sommige tandartsen nog gebruiken voor vullingen in het gebit) van dit soort vullingen komen zeer langzaam kwikverbindingen vrij die onder meer in de lever worden opgeslagen. Kwikzouten kunnen nadelige effecten hebben op hersenen en longen en de coördinatie (evenwicht!)
  3. Cadmium (komt voor in veel verbrandingsgassen en zeker in tabaksrook) kan een oorzaak van longkanker zijn en van maag-darm klachten.

Veel meer van deze stoffen en chemische verbindingen zijn er, maar de hier genoemde zijn prominent genoeg om er graag vanaf te willen als je lichaam verschijnselen vertoont die de aanwezigheid van één of meer van deze metalen doen vermoeden.

Eigenlijk wel weer een beetje een rampverhaal realiseer ik me nu. Al die gevaarlijke troep die je ongevraagd binnen krijgt en die je gezondheid en je levensgeluk bedreigt. Deze blog schrijf ik echter om een methode te tonen die goedkoop en effectief blijkt te zijn om veel van de belasting met zware metalen kwijt te raken. De titel van dit stukje vormt de samenvatting.

In de mond, onder de tong is de huid heel dun en er stroomt veel bloed doorheen. Van dat feit wordt gebruik gemaakt bij de toediening van sommige medicijnen die je alleen maar onder te tong hoeft te leggen om ervoor te zorgen dat ze worden opgenomen. Die sublinguale huid, de huid onder de tong, maakt het mogelijk om niet alleen stoffen rechtstreeks in de bloedbaan te brengen, maar ook om stoffen uit het bloed te verwijderen. Dan moet die huid echter wel in aanraking zijn met een stof die gemakkelijk kleine beetjes van die zware metalen opneemt. Zo’n stof is bijvoorbeeld zonnebloemolie.

Om de methode met de olie toe te passen moet je het volgende goed begrijpen: van de zware metalen die je graag kwijt wilt zit maar een heel klein beetje in het bloed. Meer laat de homeostase niet toe. Maar als dat kleine beetje via de olie in aanraking met de huid onder de tong steeds weer weggenomen wordt kan uit allerlei opslagplaatsen in het lichaam weer een klein beetje aan het bloed worden meegegeven. Langzaam maar absoluut zeker raak je dan van je zware metalen af. Het is een heel effectieve therapie die je met geduld moet toepassen.

Nu even simpel hoe je het moet doen als je ertoe besluit. Na het opstaan, voor je tanden poetst of eet neem je een eetlepel zonnebloemolie in je mond. (Aan die olie zit weinig of geen smaak en na zeer korte tijd voelt het alleen maar alsof je veel speeksel in je mond hebt). Twintig minuten houd je het in je mond. Absoluut niet doorslikken. Na twintig minuten spuug je het uit (het ziet er dan vuil en grijzig uit), spoelt je mond poetst je tanden. Dat doe je drie weken lang. Na een volgende periode van drie weken kun je het herhalen.

Ik vind het niet meer dan eerlijk om hier de naam te noemen van de arts die me deze methode leerde. Ik ben Rosie Frey dankbaar dat ze me dit leerde.

Niet van mij, maar uit een kritisch wetenschappelijke hoek

Medische wetenschap blijkt kwakzalverijHet gezaghebbende British Medical Journal heeft een onderzoek laten uitvoeren naar 2500 van de meest voorgeschreven reguliere medische behandelingen en medicijnen. De uitkomsten zijn gepubliceerd in Clinical Evidance Handbook. En deze uitkomsten, gedaan door de reguliere medische wereld zelf, zijn zeer verontrustend. De geneeskunde blijkt al jarenlang gebruik te maken van medicatie waarvan slechts 12% een positief effect zou kunnen hebben. De rest is kwakzalverij of zelfs levensgevaarlijk.

Bewezen positief

Het Clinical Evidance Handbook is duidelijk. Slechts 12% van de 2500 meest gebruikte en voorgeschreven medicijnen en behandelingen door artsen krijgen het predicaat ‘bewezen positief effect’.
Dit predicaat is gebaseerd op meta-onderzoek waarbij minimaal één onderzoek is gevonden dat een positief effect aantoont dat groter is dan de schadelijke effecten. De wetenschappelijke redactie houdt daarbij wel een slag om de arm: “ ‘Bewezen positief effect’ betekent niet dat de behandeling bij alle mensen effectief is of dat er ook andere gewenste positieve effecten zijn, noch dat een gemeten positief effect op een ander tijdstip na de behandeling nog steeds aanwezig zal zijn.”


Valsheid in medische publicaties

Sceintific-Ethical Committee for Copenhagen and Fredriksberg Municipalties geven in hun onderzoek aan dat “75% van alle gepubliceerde medisch-wetenschappelijk onderzoek niets anders is dan promotiemateriaal.” Deze enorme fraude kwam aan het licht nadat farmaceutisch fabrikant Wyeth werd gedwongen om al haar documenten openbaar te maken. De zaak werd gestart nadat 14.000 vrouwen na het gebruik van het overgangsmiddel Prempro borstkanker ontwikkelde. Prempro is een medicijn dat bestaat uit een combinatie van geconjugeerde oestrogenen en progesteron. De, in dit geval door Wyeth aangestelde marketingsbureaus, waren bekend als ‘Medische voorlichting en communicatie bureaus”. In 2002 waren er 18 artikelen gepubliceerd waaruit naar voren kwam dat Prempro goede diensten zou verlenen aan vrouwen in de overgang. Deze publicaties waren o.a. te lezen in International Journal of Cardiology en American Journal of Obstetics & Gynecoloy. Opmerkelijk is dat vlak voor deze publicaties de ‘Womens Health Initiative’ had aangetoond dat hormoonpreparaten in de overgang juist gecontraïndiceerd waren omdat ze het risico op borstkanker en herseninfarcten vergroten.
Deze medische voorlichtings- en communicatiebureaus werken in opdracht van alle farmaceuten om hun producten aan de artsen te promoten. Het systeem dat door al deze medische communicatie bureaus wordt, gebruikt ziet er als volgt uit:
Er wordt een meta-analyse gedaan van klinisch wetenschappelijk onderzoeken. De uitkomsten van deze onderzoeken krijgen een positieve draai mee. Vervolgens wordt er een medisch professional of wetenschapper als hoofdauteur in naam aangezocht. Deze ‘hoofdauteur’ hoeft het artikel niet gelezen te hebben. De naam erbij is voldoende voor betaling, publicatie en eeuwige roem.
Professor A. Fugh-Berman van de Georgetown University Medical Centre in Washington deed onderzoek naar deze vorm van medische wetenschappelijke publicaties. Ze ontdekte dat er de afgelopen 12 jaar 90.000 van dergelijke publicaties in medische tijdschriften waren geplaatst. “Elk medisch wetenschappelijk tijdschrift is ‘besmet’ met dergelijk soort reclame materiaal verborgen als wetenschappelijk artikel geschreven door medische communicatie bureaus in opdracht van farmaceuten.” [2].
Wyeth blijft het middel prempro nog steeds als medisch wetenschappelijk bewezen via internet promoten. [3]
Het Sceintific-Ethical Committee for Copenhagen and Fredriksberg Municipalties geeft dan ook aan dat van de door de Clinical Evidance Handbook gestelde 12%, 75% vermoedelijk frauduleus is. Het getal moet naar beneden worden bijgesteld naar 3% met het predicaat ‘bewezen positief effect’.


De cijfers op een rijtje

Clinical Evidance Handbook van de British Medical journal Publisher meldt dat van de 2500 meest voorgeschreven medicamenten en behandelingen:

  • 3 procent een groter ongunstig dan gunstig effect scoort.
  • 5 procent waarschijnlijk geen gunstig effect heeft.
  • 8 procent evenveel gunstige als ongunstige effecten heeft (uitruil middelen).
  • 12 procent enig bewijs van gunstig effect scoort.
  • 23 procent een zeer zwak bewijs voor enig gunstig effect laat zien.
  • En, dat van 49 procent totaal niet bekend is wat voor effect het heeft.

Farmaceuten zelf aan het woord

Vice president genetica A. Roses van GlaxoSmithKline meldde bij de besloten presentatie dat “90% van de producten van GlaxoSmithKline, en dat van ieder ander farmaceutisch bedrijf, bij de meerderheid van de patiënten niet werkt.” [5]
Wetenschappelijk medewerkers van één van de grootste farmaceuten ter wereld: Bayer: “Tweederde van alle medicatie tegen kanker, vrouwenziekten en hartziekten blijken in een tweede onderzoek niet de resultaten te kunnen bevestigen.” Herhaalbaarheid van onderzoeksresultaten is één van belangrijkste grondvesten van wetenschappelijk bewijs. [6]
Amgen, een andere grote farmaceut kon van 53 klinische geneesmiddelonderzoeken voor kanker en andere bloed ziekten 47 niet reproduceren. [7]


Complementaire aanpak

Wetenschappelijk uitwisselingsbureau Science Exchange laat bij monde van directeur E. Iorns het volgende weten: “De natuur is complex en in de experimentele opzet (van medisch wetenschappelijk onderzoek) worden niet altijd alle variabelen voldoende meegewogen.” [9]
Hiermee geeft zij in feite weer dat het leven complex is, het menselijk lichaam dynamisch en voortdurend verandert door de inwerkingen van o.a. de leefstijl, leefomgeving, cultuur enz. En dat de invloed hiervan op o.a. genetica, psyche, neuronale verbindingen enz. niet wordt betrokken in wetenschappelijk onderzoek. Het is zoals longarts Mariska Koster via twitter laat weten “Je leert als arts een mens als patiënt te zien. Veel later leer je dat weer andersom”.
De complementaire geneeskunde wijst hier al eeuwen naar, maar wordt door de overheid, zorgverzekeraars, farmaceuten en reguliere medische wereld als ‘kwakzalverij’ afgeschilderd.


Regulier is kwakzalverij

Het wetenschappelijke tijdschrift ‘New Scientist’ meldde in september 2012: “De Medische wetenschap is op wankele grondvesten gebouwd.”[8]
De ‘Vereniging tegen kwakzalverij’ houdt regelmatig heksenjachten tegen, in hun ogen ‘niet bewezen’ geneesmethoden zoals homeopathie. Haar website http://www.kwakzalverij.nl vermeldt dit ook. Zij stelt dat uitsluitend de reguliere medische praktijk juist en bewezen is. Tot haar grote voorbeelden behoort onderzoeksjournalist Ben Goldacre. Hij stelde regelmatig ‘alternatieve’ en complementaire geneeswijze aan de kaak in zijn column ‘Bad Science’ in The Guardian. Onlangs schreef Goldacre het boek ‘Bad Pharma’. Goldacre meldt daarin dat het merendeel van medische onderzoeken onjuist zijn. Tevens meldt hij dat de meerderheid van de artsen hun wetenschappelijke literatuur slecht kennen en dat deze literatuur door het achterhouden van juiste gegevens door de farmaceutische industrie onjuist is. Werkelijke gegevens van bijwerkingen komen niet bij de arts en de patiënt terecht, maar worden door de farmaceutische industrie achtergehouden. Daarbij maakt Goldacre de lezer er tevens op attent dat het grootste deel van de geneeskundige opleiding van artsen door deze farmaceutische industrie wordt bekostigd. [4]
Wat Goldacre in feite zegt is: De reguliere medische wereld is volgens de normeringen van de overheid voor wetenschappelijk bewijs en de ‘Vereniging tegen Kwakzalverij’ minimaal een pseudowetenschap die neigt naar kwakzalverij. Dit wordt mede ondersteund door de uitkomsten van het onderzoek van de reguliere medische wereld zelf.


Oplossing

Er zou per direct door iedere arts gecontroleerd moeten worden of wat hij voorschrijft op werkelijke wetenschap berust. En er moet voor alle geneeskundige behandelwijze (regulier en complementair) met dezelfde maten gemeten worden.