Dromen

In mijn herinnering zijn levendige dromen waarna ik wakker word en nog precies weet wat ik droomde heel zeldzaam. Het praatje voor de vaak dat luidt dat dromen bedrog zijn, daarin geloof ik niet omdat ik weet dat alles wat in ons lichaam en in onze geest gebeurt een oorzaak heeft, ergens mee te maken heeft of wel uitdrukking vormt als een soort vertaling of allegorie van wat er in de persoonlijke werkelijkheid gebeurt.

Twee dagen achter elkaar ben ik nu uit zeer heldere dromen ontwaakt. Ik kan niet zeggen dat het nu helemaal lucide dromen waren, hoewel ik een zekere mate van beslissingsvrijheid ervoer.

In de eerste droom liep ik in een stad die in mijn gedachten in die droom Amersfoort heette maar verder in niets leek op het Amersfoort dat ik ken. Het begon ermee dat ik meende iets te gaan kopen of nee, ik wilde met de trein naar huis. Ik wreef over mijn zakken en merkte dat ik niets bij me had. Geen portemonnee, geen telefoon. Een gevoel van vertwijfeling beving mij. Ik besloot het er toch maar op te wagen. Om bij het station te komen moest ik een brug over die over een heel breed water liep. In het begin was de brug heel smal, maar werd allengs breder.

Ik ben inderdaad in de trein gestapt en werd er – ik had geen kaartje – bij de volgende halte uit gezet. Maar daar deed ik hetzelfde. Bij elke volgende halte werd ik eruit gezet. Elke keer kwam er echter een volgende trein waar ik dan weer zonder kaartje in stapte. Op die manier kwam ik tenslotte toch met wat vertraging thuis. Wonderlijke droom toch?

De droom van deze nacht was zo mogelijk nog vreemder. Ik kreeg opdracht om kleine stenen in gaten in de bodem te gooien en vervolgens er een explosief voorwerp in te gooien dat ik eerst moest aansteken. Op de bestemming aangekomen gooide ik de eerste steen in een gat dat min of meer aan de zijkant van een heuveltje zat. Er waren ook andere mensen op dat terrein. Ik moest ze weg zien te krijgen in verband met de kracht van de explosie. Toen ik echter het eerste explosief in het gat wilde gooien merkt ik dat ik geen aansteker bij me had. In mijn verbeelding was ik op dat moment in een straat, waarvan ik zeker wist dat het de Spoorstraat in Den Helder, mijn geboorteplaats, was. In klein eindje verder op wist ik een sigarenwinkel. Een ietwat bozige oudere dame snauwde mij toe dat haar zoon er zo dadelijk wel aankwam. Inderdaad kwam even later een kleine gehandicapte man uit een gangetje tevoorschijn. Hij viel bijna, maar wist zich staande te houden. Ook hij gedroeg zich nors, maar toen ik te kennen gaf dat ik graag een doos Balmoral sigaren wilde kopen draaide hij bij en hadden we een aardig gesprekje over de voortreffelijke kwaliteit van deze sigaren. Gewapend met mijn doos Balmoral sigaren en een aansteker ging ik de winkel uit. Verder ging mijn droom niet.

Wonderlijk toch? Ik rook al jaren niet meer, maar de geur van sigaren vind ik nog steeds lekker. Gekscherend heb ik wel eens gezegd: als ik plotseling ergens, bij een arts of zo, zou horen dat mijn leven binnenkort ten einde is, dat ga ik op de terugweg naar huis langs een sigarenwinkel en koop een grote kist sigaren. Balmoral denk ik nu.

23 april 1946

Zes jaar was ik. Gedurende het laatste oorlogsjaar was ik met mijn moeder en haar zus Truus vanuit ons evacuatiedorp, Schagerbrug, terug gelopen naar Den Helder.

Waarom we geëvacueerd waren geweest dat besefte ik natuurlijk niet. Later hoorde ik dat mijn geboorteplaats vanwege het feit dat daar de marinehaven was meer dan zeshonderd keer gebombardeerd werd, zowel door de geallieerden als door de Duitsers. Als kind van anderhalf – want zo oud was ik toen we weg moesten – heb je daar geen weet van. Wat ik nog wel weet is dat oom Klaas, de jongste broer van mijn moeder, die voor een kolenboer werkte, op een zonnige herfstdag met een bakfiets bij oma voor de deur stond. Op de bakfiets waren de belangrijkste meubeltjes van mijn moeder zodanig opgestapeld dat er bij het linker voorwiel een klein plekje open was. Daar werd ik in gezet. Oom Klaas deed er met die zware bakfiets ongeveer de hele dag over om tenslotte aan te komen bij wat “de noodwoning Veul” genoemd werd, maar wat in werkelijkheid de ontruimde timmermanswerkplaats was van timmerman Veul. Er stond een salamanderkacheltje dat met hout kon worden gestookt en waarop mijn moeder eten kookte. Achter het gebouwtje was een langgerekt weiland dat de lijnbaan werd genoemd en waarvandaan ik met veel lawaai en vuur dingen de lucht in zag gaan dat, naar ik later begrepen heb V1-raketten waren die op Engeland terecht moesten komen.

Dat was het beging van mijn oorlogsbeleving. Gedurende de ruim drie-en-een-half jaar dat we geëvacueerd waren zijn we nog wel een paar keer verhuisd, herinner ik me.

Waarom juist toen herinner ik me niet, maar in 1944, vlak voor de hongerwinter gingen we terug naar Den Helder om verder bij opa en oma Slot in de Van Hoogendorpstraat te verblijven. Mijn moeder kreeg een baantje bij slagerij Krienen, die natuurlijk voor de bezetter moest werken, maar waarvandaan ze vaak de kaantjes van het uitgebakken vet meekreeg. Een ware traktatie vonden we dat. En verder was er natuurlijk de gaarkeuken aan de Prins Hendriklaan, waar ik als vijfjarig manneke heen werd gestuurd met een klein emmertje waarin dan soep werd gedaan. Nou ja soep… De bezetter wist kennelijk dat aardappelpitten  veel vitamine C bevatten want daarvan was de soep in het emmertje gekookt. Overigens had ik aan mijn ellebogen en knieën broodschurft. Blijkbaar was ik allergisch voor het bloembollenmeel waarvan ons brood gebakken werd. Mijn moeder moest steeds weer oude lappen zien te vinden om tot verband te verscheuren. Tot dat mijn opa zei: ‘je moet dat kind met die schurft in de zon laten lopen. Dat was een wijze raad en gelukkig was het zonnig en de broodschurft verdween.

Dan is er een dag in september 1945 als ik op een ochtend heel vroeg wakker schrik. Er is tumult in het huis. Iedereen, oom Klaas, oom Dik, tante Tet, oom Freek, opa, oma zit in de kamer, behalve mijn moeder. Zij heeft de voordeur geopend en ik zie zittend op de tweede tree van de trap in de gang hoe een matroos van een vrachtwagen springt die voor onze deur staat. Ik zie hoe die matroos mijn moeder begint te zoenen en ik voel dat er iets gebeurt waar ik buiten sta en ik heb me op dat moment in mijn hele kleine leventje nog nooit zo alleen gevoeld. Die matroos blijkt mijn vader te zijn die eindelijk uit de oorlog is teruggekeerd.

Tot dat moment ben ik elke dag naar de hoek van de straat gelopen om te kijken of er al een matroos aankwam met rood haar. Ik wist dat mijn vader rood haar had. Soms kwam er dan een Duitse matroos langs met enigszins rossig haar. Ik rende dan juichend naar huis om te vertellen dat mijn vader eraan kwam, zulks tot diepe ontroering van de hele familie.

Ja en dan is plotseling niet kleine Petertje, maar de net teruggekeerde Piet het absolute centrum van alle aandacht. Ik was alle aandacht gewend en niet alleen dat. Als ik iets niet wilde maakte ik dat duidelijk door te huilen of een lelijk gezicht te trekken. Mijn vader was een marineman en bij de marine kende men de insubordinatie met de ogen, een lelijke kop trekken dus en dat was strafbaar. Mij leverde het in elk geval de allereerste draaien om mijn oren op, wat mij en trouwens ook mijn moeder grote angst opleverde. Ik was nog nooit geslagen.

Ach, de arme Piet van Oosterum, mijn vader, was door alle bijna veertig patrouilles met een utility klasse duikbootje als een van de weinige overlevenden van de duikbootoorlog in de Middellandse zee lichamelijk en geestelijk ernstig beschadigd. Na de oorlog heeft het zelfs twintig jaar geduurd eer hij over de rampen en de angsten die hij had doorstaan kon spreken. Uiteraard, dat kon ook niet anders, had hij eigenlijk meer dan genoeg aan zichzelf. Over mij sprak hij als ‘dat apparaat’. Er was een eigenlijk onoverbrugbare afstand. Dat bleef zo tot de gedenkwaardige datum 23 april 1946, een dag voor de verjaardag van mijn moeder.

We hadden nog heel weinig en er was ook heel weinig verkrijgbaar. Als mijn moeder de was moest doen, dat werd bij oma het wasbord geleend. Ik moest dat dan halen. Zo ook op 23 april 1946. Ik was de Nieuwstraat waar we woonden uitgelopen, kleinstukje Jan in’t Veldstraat, heel klein stukje Stakmanbossestraat met op de hoek de slagerij van Petter en dan daar achter de steeg in van de Van Hoogendorpstraat tot ik bij de poort van oma was. Bij oma in de keuken kreeg ik het grote metalen wasbord. Het kon maar net onder mijn arm. En dan de zelfde weg in omgekeerde volgorde terug. Dan ging ik achterom want de poort van het achtertuintje was altijd open.

Dan kon mijn moeder beginnen aan de kookwas uit de wasketel die ze de avond tevoren samen met mijn vader op een laag pitje op het gasfornuis had gezet.

Die dag vroeg ik mijn moeder of ik nog even buiten mocht spelen. Het mocht als ik niet te ver weg ging want als ze me riep moest ik binnenkomen. Ik wilde naar mijn vriendje Wimmie Snoerwang, die aan de overkant woonde.

Aan het begin van onze Nieuwstraat was garage Noordermeer. Mijn oom Dik werkte daar als monteur. De hele straat stond aan onze kant doorgaans vol met geparkeerde auto’s.

Heel veel verkeer was er in die tijd nog niet, maar Willem Gersen, vishandelaar, had juist in de ijsfabriek van Van der Vaart in de Brouwerstraat een lading ijsbrokken in het laadbakje van zijn kleine vrachtwagentje gehaald en was op weg naar de visafslag. Natuurlijk had hij een zeil over het ijs gelegd want het was een mooie zonnige dag en ijs smelt dan en dan heb je er niets meer aan. Willem had haast. Vermoedelijk reed hij ook wel iets te hard en op tijd remmen toen dat kleine jongetje dat ik was de straat wilde oversteken dat ging niet meer. Het manneke kon zich nog juist van schrik omdraaien zodat Willems bumper zijn rechterbeentje vlak boven de knie zo’n klap gaf dat het brak. Ach wat deed dat kind dan ook op straat. Tussen al die auto’s had hij mij niet kunnen zien en ik dacht alleen maar aan mijn vriendje. Het klompje dat aan mijn rechtervoet had gezeten was tientallen meters verder terug gevonden. Het was blijkbaar met flinke snelheid neergekomen want er was een heel stuk uit de hiel geslagen.

Als ik bijkom uit mijn vrij lange bewusteloosheid zie ik dat de gordijnen in de voorkamer van ons huis, waar het bed van mijn ouders staat gesloten zijn. Ik lig op dat bed en mijn been doet pijn. Mijn knie is heel dik. De dokter is er, maar wat die heeft gezegd herinner ik me niet. Eerlijk gezegd herinner ik me het hele ongeluk niet, misschien maar goed, maar dat weet ik niet.

Wel weet ik nog dat mijn vader zei dat we naar het ziekenhuis gingen om een witte kous te halen. Dat zou echter dramatisch anders uitpakken. Drie maanden later verlaat ik het toenmalige Parkzicht ziekenhuis in Den Helder met een volkomen verminkte rechtervoet waaraan niets mankeerde toen ik het ziekenhuis in ging. Totale incompetentie van behandelende artsen was toen eigenlijk alleen maar jammer als je het slachtoffer was. Die voet die nu op mij tweeëntachtigste weer zweert heeft er in elk geval voor gezorgd dat ik alle positieve aandacht van mijn vader kreeg. O ja, hij was en bleef een driftige en vaak onbeheerste oorlogsvader, maar ik ben toch veel van hem gaan houden.

En die rechter voet. Ach weet je. Toen ik vijf was liep ik harder dat alle grote jongens in de straat. Ik moet een atletisch kereltje geweest zijn, net als mijn vader. Ongetwijfeld zou ik als zoon van een marineman na het behalen van mijn HBS-B diploma naar het Koninklijk Instituut voor de Marine zijn gegaan en marineofficier zijn geworden. Mijn verminkte voet heeft me genoopt andere wegen te kiezen en ik moet zeggen dat ik daar achteraf eigenlijk niet rouwig om ben.

Weer Thuis

Nou ja, zo bijzonder is dat natuurlijk niet tegenwoordig als je een weekje met vakantie bent geweest, maar het was een enerverende week met een onverwacht enerverend eind. Annemieke, mijn dochter was een paar dagen mee. We hadden een appartement met twee slaapkamers dus dat kon best. Annemieke was pas weduwe geworden. Na een huwelijk van zesentwintig jaar was haar vrouw, Els, gestorven. Annemieke en Els waren vaak samen op Texel geweest en altijd was het strand en zee die voor Annemieke aantrekkelijk waren. Ze is een CF patiënt en de zilte zeelucht deed haar altijd goed. Nu wilde ze echter de as van Els uitstrooien in de zee.

Wij, Ireen en ik, vonden het een goed en dierbaar plan. Ook onze hond, Beertje zou mee gaan wat ervoor zorgde dat er zoveel mee moest dat een extra passagier niet in de auto van Ireen paste, waarom ik besloot met mijn Corsa Annemiek in Uithoorn op te halen. Ireen was rechtstreeks naar het eiland vertrokken en had de boot van twee uur kunnen halen. Annemiek en ik kwamen een uurtje later. Heel comfortabel trouwens. Ireen had alles al uitgepakt en zat klaar met de thee. In de avondschemering aten we lekkere sliptongetjes bij Paal 9. De volgende dag zouden we Els gaan uitstrooien.

Annemieke is een ochtendmens. Om voor achten was ze als vertrokken om met Beertje de lange wandeling over het strand te gaan maken die ze vroeger, als ze met Els op het eiland was, ook maakte. Tja, het leek allemaal leuk, maar op het strand bleek Beertje helemaal door het dolle van de pret te zijn en rukte aan de lijn die uit Annemiekes hand gleed. Annemieke schrok en dacht: ‘o jee, dit is mijn hond niet, straks loopt ze weg.’ Ze probeerde achter de hond aan te hollen, wat toch al niet handig gaat met een zuurstoftank op je rug, maar in het mulle zand struikelde ze en brak haar pols. Gelukkig waren er twee dames op het strand die haar hielpen en die ook nog eens op het zelfde adres logeerden. En zo stond een lijkwitte Annemieke met een van pijn vertrokken snuitje rond negen uur voor ons appartement. Ja,  Beertje was er ook.

Helaas is op Texel geen medische voorziening waar je met een gebroken pols terecht kunt. We moesten naar Den Helder, naar het Gemini ziekenhuis. Daar bevestigden enkele röntgenfoto’s al snel dat de pols gebroken was. Een coassistent en een chirurg zijn werkelijk een uur bezig geweest om de pols netjes te zetten. Ik kon aan mijn altijd moedige kind zien dat het allemaal behoorlijk veel pijn veroorzaakte, maar ik heb haar geen kik horen geven. Toch zijn we op zondagavond de as gaan uitstrooien. Annemiek had een rok aangetrokken en liep met de schaal met “Els” het water in. Het moet haar behoorlijk pijn gedaan hebben om de schaal met haar gewonde hand tegen zich aan gedrukt te houden en met de andere hand uit te strooien. Vandaag – we zijn inmiddels weer terug – hoorde ik dat de controle in het Amstelland ziekenhuis in Amstelveen geen verdere behandeling nodig maakte. De breuk is goed gezet, maar de procedure heeft voor de nodige napijn gezorgd. Ik hoop maar dat het snel beter wordt.

Vandaag, bij de thuisreis, werden we eraan herinnerd dat op vrijdagen in het toeristenseizoen –en dat is op Texel het grootste deel van het jaar – de grote uittocht de toch gigantische capaciteit van de om het half uur pendelende Texelse ponten enigszins overschrijdt. Bij een vorig bezoek hadden we twee extra uren wachttijd, nu een half uur. Je wordt dan over het fietspad naast de pontweg naar een extra parkeerterrein geleid, vanwaar je later naar het echte wachtterrein voor de boot wordt geleid. Nadat je de boot hebt verlaten duurt het ongeveer nog even lang eer je Den Helder hebt verlaten.

Niettemin hadden we een heerlijke week op mijn favoriete eiland.

Dominante ideologie

Ik las het woord in de laatste column van Leon de Winter. Of het woord van hem is weet ik niet, maar het roept bij mij het gevoel op dat het ongeveer alles uitdrukt van wat er op dit moment mis is in onze wereld.

We beleven een tijd waarin duidelijk wordt dat alleen de rijken een plezierig bestaan gegund is. Arme mensen moeten straks gaan kiezen tussen honger en kou, schrijft Leon de Winter. Daar begint het inderdaad op te lijken. Als de stupide of doortrapte – daar ben ik nog niet helemaal achter – Europese commissie ons niet had opgezadeld met de boycot tegen Rusland, dat vanwege veertien jaar treiteren en bombarderen van de gebieden in Oekraïne waar Russisch sprekende mensen wonen eindelijk militair – en wat mij betreft humanitair – ingreep, dan hadden we nu gewoon de redelijke welstand die we gewend waren kunnen behouden.

Ik denk dat het hoog tijd wordt dat we gaan begrijpen dat alles wat in Brussel zogenaamd in ons belang wordt besloten uit een heel smerige verborgen agenda komt. Laten we maar even naar de voorbeelden kijken:

  1. De boycot van het Russisch gas heeft ervoor gezorgd dat Rusland miljarden rijker is geworden door alternatieve cliënten voor dat gas.
  2. Door de gigantisch stijgende energieprijzen gaat in ons deel van de wereld een belangrijk deel van onze broodnodige en welvaart garanderende industrie op de fles.
  3. Het belachelijke klimaatgeneuzel van alle volstrekt atechnische alfa mannetjes en vrouwtjes die zich naar voren hebben geëlleboogd om ons te kunnen regeren gaat volkomen voorbij aan het feit dat ons klimaat op Aarde altijd veranderlijk is geweest en dat de voor negenen negentig procent belangrijkste invloed de zon is en niet de stikstof of CO2 uitstoot.
  4. Er wordt op een walgelijke manier politiek gelobbyd, waardoor simpele mensen gaan geloven dat het allemaal waar is wat ons van overheidswege door de strot wordt geduwd en dat is niet zo. Het zijn allemaal verzinsels met een quasi wetenschappelijke onderbouwing die niets te maken hebben met de echte werkelijkheid.

En wat is dan die echte werkelijkheid. Tja, om daar achter te komen moet je goed opletten wat er gebeurt. Het is alweer een poos geleden, zo lang dat in elk geval iedereen die na 1945 is geboren er geen directe herinnering aan heeft: de propaganda van de nazi’s, propagandaminister van Hitler, Josef Goebbels, zei: Als je wilt dat mensen gehoorzamen moet je ze bang maken. De geschiedenis heeft duidelijk laten zien dat die uitspraak klopt. Maar hebben we daar nu iets van geleerd? Nee!!

In 2019 en 2020 is een grote miljarden verslindende fake epidemie opgetuigd met twee duidelijke doelen: in de eerste plaats de mensen die niet tot de wereldelite behoren angstig, zwak en ziek te maken en het aantal geboorten sterk te beperken en in de tweede plaats de angstige gevoeligheid voor eveneens fake voorgespiegelde wereldrampen te vergroten.

Blijkbaar loopt de grote kudde mensen achter de grote elitaire illusionisten aan. Onze belastingcentjes worden uitgegeven aan allerlei zogenaamde klimaat maatregelen. We zijn daar nu al tientallen jaren mee bezig. Maar heeft iemand nu wel eens ergens gezien dat met al die maatregelen iets wordt bereikt? Ik in elk geval niet. Wel horen en zien we steeds dat we onze inspanningen moeten vergroten want het klimaat dreigt steeds erger te veranderen.

Tja, we zijn en worden steeds bang gemaakt voor een toekomst die tot nu toe niemand kan voorspellen. Ik ben er vanaf het begin niet ingetrapt.

Kijk, wat ik wel weet is dat er, beheerd door het Amerikaanse leger, H.A.A.R.P. installaties op de wereld staan, waar mee niet alleen op grote schaal het weer kan worden beïnvloed, maar waarmee zelfs aardbevingen kunnen worden veroorzaakt. Technisch zijn er heel veel dingen mogelijk en slechte mensen die macht over ons willen krijgen doen dat ook allemaal. Maar dat heeft natuurlijk allemaal niets te maken met het klimaat op Aarde. Er worden gewoon toestanden gecreëerd waarmee we belazerd worden.

Ik raad iedereen aan zich te verzetten tegen de onzin die overheden propageren, want het zijn leugens en loze beloften.

Nogmaals het mondje olie

Enkele jaren geleden heb ik betreffende dit onderwerp al eens een bericht geschreven. Nu behandel ik opnieuw  dit heilzame onderwerp.

Lang geleden was ik bevriend met een Duitse arts, Rosie Frey. Zij vertelde mij toen over dit onderwerp en haar ervaringen ermee. Rosie had gestudeerd aan de universiteit van Freiburg. Na het behalen van haar bul was ze echter niet, zoals de meeste van haar jaar, in Duitsland in een artsenpraktijk gaan werken. Ze was onder andere in enkele van de Russische deelrepublieken aan het werk gegaan. Later was ze zelfs de huisarts op het Italiaanse vulkaaneilandje Stromboli, waar overigens slechts vijfhonderd mensen woonden.

Uit de Oostbloklanden had ze echter een aantal nuttige natuurlijke maar ook effectieve geneeswijzen mee genomen. Deze even simpele als werkzame therapie richt zich op het verwijderen van metaalionen uit het lichaam. Sommige metalen hebben namelijk zeer kwalijke invloeden op de gezondheid.

Vroeger vulden de tandartsen de uitgeboorde cariësgaatjes in onze gebitten met een mengsel van verschillende metalen die allemaal werden opgelost in kwik. Nu is zuiver kwik op zichzelf niet het grootste gevaar. Door de verschillende chemische toestanden die in de mond voorkomen als we gewoon eten en drinken ontstaan er echter verschillende kwikverbindingen die wel heel giftig zijn en die in minieme hoeveelheden in het bloed terecht komen. En was het nu maar zo dat we die kwikverbindingen uitscheidden, dan was er weinig aan de hand. Kwikverbindingen worden echter opgeslagen. Het grootste orgaan waar dat gebeurt is de lever, een superbelangrijk orgaan.

Een ander buitengewoon veel voorkomend metaal is aluminium. Dit metaal komt zelfs nog veel vaker voor in allerlei voedingsmiddelen, maar ook als adjuvans (toevoeging) in alle vaccinatievloeistoffen waarmee je tegenwoordig als nooit te voren bestookt wordt. Aluminium doet, zoals uit onderstaand stukje blijkt, lelijke dingen met ons zenuwstelsel. Er wordt zelfs gedacht dat het feit dat het aantal Alzheimerpatiënten sterk toeneemt wordt veroorzaakt door de toename van het aluminium. Ook dit is een metaal dat ons lichaam uit zichzelf niet kan opruimen. Het verzamelt langzaam maar gestaag in het zenuwstelsel, dus ook in de hersenen.

Ik kom nu weer met dank terug bij wat ik van Rosie Frey leerde: het mondje olie.

Om te begrijpen hoe het werkt moet je weten dat er altijd hele kleine hoeveelheden van die kwalijke metaalverbindingen in ons bloed zitten. De samenstelling van ons bloed wordt evenwel zorgvuldig bewaakt. Dat proces heet de homeostase en het zorgt dat slecht kleine beetjes van die giftige metaalverbindingen in ons bloed zitten. De rest blijft opgeslagen in de lever en het zenuwstelsel en nog veel meer andere plaatsen waar opslag geen kwaad kan.

Nu hebben we onder de tong slijmvliezen waardoor stoffen twee kanten op kunnen passeren. Denk maar aan sommige medicijnen die je onder je tong moet leggen. Daar is de huid zo dun dat er ook stoffen naar buiten kunnen. Dan moet er echter wel iets zijn waar die stoffen gemakkelijk in oplossen en dat is in dit geval een zuivere spijsolie. Zonnebloemolie is erg geschikt want er zit nauwelijks smaak aan.

Goed, wat moet je doen:

  1. Na het opstaan allereerst een eetlepel zonnebloemolie in je mond nemen, dus niet eerst je tanden poetsen. (nee, is niet vies, smaakt naar niks, lijkt alleen of je een mond vol speeksel hebt).
  2. 20 minuten lang inde mond houden dan kunnen de giftige metaalverbindingen via die makkelijk doordringbare slijmvliezen onder de tong in die olie doordringen.(probeer jezelf maar een beetje af te leiden door bijvoorbeeld de krant te lezen of televisie te kijken)
  3. Absoluut niet inslikken die olie, maar uitspugen. (je kunt dan zien dat die mooie heldere olie vies en grijs is geworden)
  4. Zo wordt elke dag een klein deel van de metaalverbindingen die in je bloed zaten met de inmiddels vieze olie weggespoeld.
  5. Doe dit drie weken lang, want elke dag zullen uit alle opslagplaatsen in je lichaam weer net zoveel giftige metaalverbindingen aan je bloed worden meegegeven als de homeostase toestaat.
  6. Her haal de procedure telkens na een pauze van drie weken zo vaak je wilt. Helaas kunnen we namelijk niet voorkomen dat we voortdurend giftige metaalverbindingen binnenkrijgen en daar om is het goed om met de “mondje olie” methode van tijd tot tijd grote schoonmaak te houden.

Hieronder heb ik nog wat feiten over toxische metalen van het internet geplukt.

Gezondheidseffecten

Wanneer aluminium wordt opgenomen door het lichaam zal deze zich voornamelijk ophopen in diverse orgaanweefsels waaronder de nieren, hersenen, longen, lever en schildklier. Aangezien aluminium interfereert met calciumabsorptie kan dit leiden tot zwakke botten en een vertraging van de groei bij kinderen.

Aluminium vermindert ook de absorptie van fosfor, zink en selenium. Andere toxische gevolgen van aluminiuminname omvatten:

  • Problemen met de spijsvertering:maagzweren, brandend maagzuur, dyspepsie, flatulentie en constipatie.
  • Parkinson en andere zenuwgerelateerde aandoeningen.
  • huidproblemen
  • Lever en nierziekten
  • aandoeningen aan de hersenen zoals hoofdpijn, migraine en mentale retardatie.

Alzheimer

Uit onderzoek is gebleken is dat de hersenen van mensen die lijden aan Alzheimer meer aluminium bevatten dan de hersenen van gezonde mensen. Hoewel er nog geen uitsluitend verband is tussen de opname van aluminium en de ontwikkeling van Alzheimer hierdoor is het zeker mogelijk dat deze aandoening kan verergeren naarmate de hersenen van patiënten met Alzheimer meer aluminium opnemen.

Afvalzakken.

‘Het is schandalig, die prijs’, zei mijn vrouw. Nu ben ik wel van haar gewend dat ze over prijzen klaagt dus ik humde maar instemmend. ‘Twintig afvalzakken voor drie en een halve Euro en je bent wel verplicht om die dingen te gebruiken. Een ramp voor mensen met een heel klein inkomen: je moet iets kopen om weg te gooien, je hebt er dus niets aan.’ Tja, zo had ik er nog niet aan gedacht, maar dan weet ik er nog wel een, al die verpakkingen. Die zijn er eigenlijk alleen maar voor het gemak van de supermarkt. Want door al die verpakkingen kan iedereen in de winkel zelf grijpen wat hij hebben wil en in het boodschappenmandje – of karretje gooien.

Ik heb ze zien komen, de supermarkten: De Gruyter met het snoepje van de week, De Spar met ‘kopen bij de Spar is sparen bij de koop’ en dan natuurlijk de oorspronkelijk Zaanse grutter, Albert Heijn.

Nou vooruit als je zo oud bent als ik mag een beetje nostalgie ook een plekje hebben. Ik denk dat het vanaf mijn tiende jaar was, zeg maar negentienvijftig. We woonden in Den Helder in de Lijsterstraat. Elke dag kwam melkboer Baanstra aan de deur. Eerst met een bakfiets en later met wat ze een mechanische hond noemden: een wat grotere kar met een motor. Verder kwam bakker Slikker aan de deur met zo’n bakfiets met een deksel, anders werd het brood nat als het regende. De bakkers en de melkboeren hadden de stad in wijken verdeeld en de mensen hoefden eigenlijk alleen hun huizen uit als bijvoorbeeld de melkboeren om de beurt een week vakantie hielden. Dan mocht ik onze melkboer, Kooiman, helpen want dan was er een dubbele wijk. Ik mocht dan losse melk in pannetjes tappen en afrekenen – een liter losse melk kostte 21 cent. Van de melkboer kreeg ik na een week helpen een hele rijksdaalder. Daar was ik dan apetrots op.

En dan was er de kruidenier, Toon Mooij. Zijn winkeltje was in de Basstraat, maar omdat de aanloop daar blijkbaar niet heel groot was had Toon bedacht dat een goed idee was om een uitbreng wijk te beginnen. Met een transportfiets met een grote mand voorop kwam hij elke week twee keer bij mijn moeder. Eerst met het boekje om de bestelling op te schrijven en later om de doos met de boodschappen te bezorgen. Heel lang heeft Toon dat gedaan, ik denk wel tot mijn zestiende. Als ik thuis was als hij de bestelling kwam opnemen vroeg hij mij altijd: ‘wil je een bokkie?’ Daar zei ik geen nee tegen, want hij bedoelde een Willem Twee sigaartje uit het rode doosje dat hij altijd in zijn jaszak had. Ik denk nog vaak terug aan die tijd. Alle kruidenierswaren waren los te krijgen en werden geleverd in bruin papieren puntzakken. En ja, als het druk was moest je in de kruidenierswinkel en bij de slager op je beurt wachten, maar dat heeft zich nu verplaatst naar de kassa. Toen waren er veel kleine winkels waardoor het met de drukte eigenlijk wel meeviel. Als het erg druk was en je kwam binnen, dan vroeg je gewoon: ‘wie was de laatste?’ en dan wist je na wie je aan de beurt was. Omdat er veel kleine winkels waren kenden de klanten die er kwamen elkaar meestal wel. In de winkel stonden ze dan tijdens het wachten gezellig met elkaar te kletsen.

Vuilniszakken hadden we niet. De vuilniswagen kwam één keer in de week langs om de grote zinken vuilnisemmers te legen. Nu gooien we voor kapitalen weg aan verpakkingsmateriaal in vuilniszakken, 20 stuks voor € 3,50 . Waanzin. En als je me nu vraagt of het allemaal beter is geworden, dan kan ik alleen maar constateren dat veel kleine ondernemingen die ons vroeger uitstekend bedienden opgeslokt, weg geconcurreerd zijn door grote multinationals, waarbij we nu al geen of nauwelijks meer controle hebben op wat we eten. Tja, de moderne grootgrutters: groot, schreeuwerig en inhalig.

Wensnatuur.

“Alles moet wijken voor de wensnatuur”, schreef Leon de Winter vandaag in de Telegraaf. Ik ga steeds meer uitkijken naar de volgende column van die man. En wat ik het mooiste vind is dat de Telegraaf, die toch al geruime tijd het geluid en het leugenachtige geklets van de overheid laat horen aan deze volstrekt realistische columnist alle ruimte geeft om het overduidelijk niet met de onzinnige overheidsstandpunten ten aanzien van zowel het stikstof als het CO2 geneuzel eens te zijn. Heerlijk om te lezen en ook prettig om op te merken dat mijn keuze voor een krant die dagelijks in mijn brievenbus valt uiteindelijk mij toch een uiting van oprechte maatschappelijke zorg toont.

Leon wijst in zijn column fijntjes op de oorspronkelijke natuur, zoals die in ons land zou zijn als wij niet eeuwenlang het gevecht met de zee waren aangegaan. Er is in ons land niet of nauwelijks sprake van oorspronkelijke natuur, maar veeleer van wat wij door noeste arbeid hebben verkregen en waarvan de ongelofelijk stupide globalisten ons nu willen laten geloven dat het allemaal moet verdwijnen.

Ik weet echter – de Winter zal dat zeker met mij eens zijn – dat de productie van ons voedsel in Nederland onze eigen behoefte overstijgt. Wij produceren dus genoeg voedsel voor ons allemaal en meer. Wij kunnen voedsel exporteren en daar verdienen we aan. Ik laat even buiten beschouwing of het allemaal even diervriendelijk is. Ik heb me overigens nooit verdiept in de psychologie van kippen en varkens – die laatste eet ik overigens zelf nooit – en ik ben dus niet heel goed op de hoogte van de gevoelens van een slecht behuisde kip en van die van een vrije uitloopkip op het moment dat het slagersmes door zijn nek gaat en het inmiddels ontkopte kippenlijf wordt geplukt. Ik weet dat niet. Wat ik wel weet is dat er binnen religieuze groeperingen, zoals de joden en de moslims wetten betreffende met name vlees als voedsel bestaan, waardoor zoveel mogelijk paniek en doodsangst bij de slachtdieren wordt voorkomen, waardoor er zo weinig mogelijk stoffen in het vlees komen, hormonen, die de mens in zijn voedsel geen goed doen. Ik hoef niet elke dag vlees. Een of twee keer in de week vind ik best, maar om nou plotseling alle boeren te verjagen, nadat koning economie ze eerst op bijna niet meer terug te verdienen kosten heeft gejaagd en de ziekelijke regelgeving daar door de jaren heen bijna niet te torsen lasten bovenop heeft gelegd, gaat mij veel te ver. Wel zou ik trouwens een lans willen breken voor dat heel zorgzame slachten. Daar wordt ons voedsel beter van.

Vroeger las ik eens een boek dat naar het schijnt tot de grote literatuur behoorde. Het was een verhalenbundel van de Nederlandse schrijver Anton Koolhaas. Het heette: Andermans Huid. Er stonden dierverhalen in waarin dieren iet of wat menselijke gedachten werden toegedicht. Aardige verhalen moet ik zeggen. Vond ik trouwens ook van het aloude verhaal Van Den Vos Reinaerde. Toch hebben al die verhalen mij nimmer geprikkeld om me aan te sluiten bij de partij voor de dieren, omdat ik vind dat je best goed voor dieren kunt zorgen en ze vervolgens opeten. Kijk naar onze gebitten, over natuur gesproken. Onze tanden en kiezen laten zien dat wij van nature omnivoren zijn, alleseters. Ik ervaar dat ik mij het beste voel als ik mij afwisselend met plantaardig en dierlijk voedsel voed. In de kakofonie van dierenliefde en goede bedoelingen wordt echter helaas vaak overdreven. Mensen die dat doen beseffen niet dat globalisten daar dankbaar gebruik van maken om hun eigen veel schadelijker plannetjes door te drukken.

En nu dan? Onze volkomen doorgeslagen overheid, aangestuurd door de meest verderfelijke globalisten die in wezen van ons af willen, zijn bezig met een programma om onze hele wereldbevolking eerstens sterk te verminderen en in de tweede plaats tot gehoorzame slaafjes te maken. Ze doen dat op een zodanige manier dat ze denken dat wij het niet merken. Ja prachtig, maar daar trap ik niet in.

Nu is het nog zo, zoals ik al schreef, dat wij in dit land voldoende voedsel produceren voor ons allemaal. De globalisten willen echter dat ons voedsel straks uit hun fabrieken komt. Dan weten we in elk geval niet meer wat ze er allemaal in stoppen. Ik weet niet hoe jij erover denkt, maar van dat idee word ik niet gelukkig en waarschijnlijk ook niet gezond.

De merkwaardige uitvinding van een piloot uit de eerste wereldoorlog biedt versterking van de lichaamseigen afweer en daarmee bescherming tegen infecties.

Leon Ernest Eeman was een militaire piloot in de eerste wereldoorlog. De vliegtuigjes waren nog eenvoudig en vlogen nog niet zo snel. De bommen werden vaak met de hand uit het vliegtuigje op de vijand gegooid. Het vliegtuigje was nog vrij gemakkelijk door de vijand te raken en uit de lucht te schieten.

Dat gebeurde Ernest Eeman ook. Gelukkig kwam hij niet brandend naar beneden en ook landde hij niet in vijandelijk gebied, maar hij was wel gewond en zijn beide benen waren verlamd.

Hoe hij op het idee gekomen is heb ik niet terug kunnen vinden, maar hij bedacht een constructie met kopergaas en wat elektriciteitsdraad, een soort mat eigenlijk, waarop hij kon liggen. Met deze constructie versterkte hij het herstellend vermogen van zijn lichaam en genas hij de verlamming van zijn benen. Onderstaande tekening toont het eenvoudige instrument waarmee hij zichzelf genas. Deze opstelling zorgt ervoor dat de grote energieverdeler, gevormd door het Conceptievat (voorzijde) en de Gouverneurmeridiaan (achterzijde) meer energie krijgt.

Het ziet er eenvoudig uit en dat is het eigenlijk ook. De kracht van dit eenvoudige instrument is echter dat het de zelfherstellende kracht van het lichaam verhoogt en daarmee genezing versnelt. Ook betekent deze verhoging van het zelfhelende vermogen van het lichaam een betere afweer tegen straling van buiten. Met alle al dan niet gewenste stralingsbronnen waarmee we tegenwoordig worden geconfronteerd is dat een zeer belangrijke eigenschap. Zijn ontdekking hield hij evenwel niet voor zichzelf. In de tijd tussen de wereldoorlogen, de periode die in de wereldgeschiedenis bekend staat als het interbellum had hij een bloeiende praktijk in Londen waar hij vele honderden patiënten liggend op zijn Eeman shields hielp van hun kwalen te genezen. Na zijn dood en ook na wereldoorlog twee is zijn werk in de vergetelheid geraakt. Vreemd is dat natuurlijk niet. De wetenschap die zich voornamelijk met geneeskunde bezig houdt is de farmaceutische industrie die uiteraard niet alleen belang heeft bij geneeskundige resultaten, maar ook bij winst die niet te behalen is bij matjes waarop je ligt om te genezen, maar veeleer bij pillen die je telkens opnieuw moet kopen. Handel is handel.

Reuze aantrekkelijk en niet duur, liggen op zo’n matje, zou je op het eerste gezicht zeggen. De ervaring heeft mij echter geleerd dat we geen tijd willen besteden aan het rustig ergens op gaan liggen om daarvan misschien beter te worden. Bovendien kun je op de afgebeelde manier niets anders doen. Nou ja, Tv-kijken dan misschien.

Tegenwoordig hebben we echter heel dunne, soepele stoffen die dezelfde kwaliteiten hebben als kopergaas. Het bedrijf Holland Shielding Systems in Dordrecht maakt voor cliënten over de hele wereld hiermee opstellingen waarbinnen metingen kunnen worden verricht zonder dat stralingen van buiten kunnen storen. Dat is het principe van de zogenaamde kooi van Faraday. Een enkele keer merk je daarvan iets als je een tunnel of een parkeergarage in rijdt en je telefoonverbinding of je radio valt weg door het kooi-effect van het omringende betonijzer.

Met de stoffen van Holland Shielding Systems is het mogelijk het Eeman effect met kleding te bereiken en het daardoor voor iedereen die van deze prachtige natuurlijke genezing bevorderende techniek gebruik te maken zonder dat je er tijd in hoef te stoppen. Je trekt gewoon het jasje aan met de volgens het Eeman principe als een soort voering bevestigde geleidende textiel. Zo eenvoudig is dat. Ja, een Eemanjas, daar word je beter van!

Hieronder zie je de binnenkant van een prototype dat Holland Shielding Systems voor mij maakte. De lichte stroken zijn het geleidende textiel.

Leugens en nog eens leugens van mensen die we betalen om toe te zien op de gezondheidszorg

Een jaar voor de corona-epidemie heeft de overheid de Denktank Desinformatie opgericht. Daarin zetelen 35 ‘experts’ die het publiek op social media en tv beïnvloeden over vaccins. Ze werken daarbij samen met instanties als het RIVM, de GGD en het Lareb, en techbedrijven zoals Facebook en Google. Dat blijkt uit vrijgegeven Wob-documenten die zijn bestudeerd door data-analisten Daniël van der Tuin en Cees van den Bos.

De Denktank Desinformatie houdt zich bezig met het ondermijnen van kritische geluiden over vaccins op social media en in de reguliere media. Ondanks de vele inspanningen, waaronder het debunken van berichten, het opheffen van accounts, het verwijderen van berichten en video’s en het op grote schaal wegfilteren van kritische geluiden met algoritmes is de denktank niet geslaagd in haar doel: de vaccinatiegraad voor het Rijksvaccinatieprogramma is namelijk met één tot twee procentpunt gedaald.

Opmerkelijk: voor het verwijderen van accounts heeft onze overheid een heus ‘escalatiekanaal’ bij de techbedrijven tot haar beschikking.

Daar was aantoonbaar geen sprake van

Uit verschillende officiële bronnen komt naar voren welke instanties betrokken zijn bij het voorkomen en ontmaskeren van ‘desinformatie’ via de Denktank Desinformatie. In ieder geval de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en het RIVM zijn actieve deelnemers. Ook bijwerkingencentrum Lareb en de GGD zijn actief in de denktank.

Ironisch genoeg was het juist coronaminister Hugo de Jonge die voortdurend onjuiste informatie verspreidde. Zo beweerde hij in het najaar van 2021 dat er sprake was van een ‘epidemie van ongevaccineerden’. Daar was echter aantoonbaar geen sprake van.

Zorgelijk

Van der Tuin en Van den Bos constateren dat de denktank niet is ingezet om gezondheidsredenen, maar om het regeringsbeleid rond coronavaccins uit te dragen en te verdedigen door kritische stemmen aan te pakken.

“Liegen voor geld,” reageert onderzoeksjournalist Patrick Savalle. “Wie zijn het? Ik heb zo wel mijn vermoedens.”

BVNL-bestuurder Hans van Tellingen voegt toe: “Zorgelijk. De overheid zet hard in op desinformatiebestrijding en, naar het lijkt, onrechtmatig volgen van mensen, maar verspreidt zelf juist veel informatie die aantoonbaar niet klopt.”

Stikstof, verstikkend?

Opnieuw was het Leon de Winter die met zijn column in de Telegraaf treffend raak het maatschappelijke bedrog aan de kaak stelde.

Dat er op grote schaal met feiten, meningen en al dan niet onoorbare plannetjes een langzamerhand voor de burger onontwarbare schijnwerkelijkheid wordt gecreëerd moet langzamerhand tot steeds meer gewone mensen doordringen. Het zogenaamde stikstofprobleem lijkt een van de vele machinaties die de toch al ondoorzichtige wegen van onze overheid nog onzichtbaarder moeten maken. Alle zeilen worden bij de mast gezet om onwaarheden te verdoezelen en met behulp van organisaties, Ngo’s,  waarvan we vroeger dachten dat ze goede doelen nastreefden ons in feite door de strot geduwd.

Er is een stikstofoverleg gepland onder leiding van de heer Remkes, van wie ik uit geen enkele informatiebron heb kunnen lezen dat hij mogelijk verstand heeft van de problematiek waarover hij het overleg moet leiden. Wel is bekend geworden – was waarschijnlijk niet de bedoeling – dat twee stikstofhoogleraren, Han Lindeboom en Johan Sanders niet zijn uitgenodigd. Met andere woorden, echte deskundigheid is buiten de deur gehouden. Ik kan geen andere reden bedenken dan dat het de bedoeling van onze overheid is om het stikstofoverleg te manipuleren. Dat lukt namelijk het best als je zo veel mogelijk de kennis over echte, onweerlegbare feiten buitende deur houdt.

De situatie is ernstig. Knoeien met de werkelijkheid lijkt steeds meer een vaste praktijk bij onze overheid te zijn. Het beleid van onze overheid lijkt steeds meer gevormd worden door een verfoeilijk model dat de wereldelite, vormgegeven door het World Economic Forum ons wil opleggen.

Wat dat model is?

Geen boeren meer. Het land dat vrijkomt moet gebruikt worden voor stedenbouw. Alle voedingsproducten moeten door grote multinationals die in handen zijn van de wereldelite worden vervangen door synthetische, fabrieksmatig geproduceerde rommel, waardoor we met geen mogelijkheid meer kunnen weten wat we eten en hoe we ziek worden gemaakt, zodat BigFarma vanaf dat punt weer kan binnenstappen, zogenaamd voor onze gezondheid, en woekerwinsten maken.

Herinner je je misschien nog dat Ivermectine en Hydroxychloroquine verboden waren tijdens het coronabedrog. Dat waren middelen die goed werken en dat is iets wat van geen enkel vaccin kan worden gezegd.

Ik moet zeggen dat ik me afvraag hoe lang een misdadige regering door kan gaan met de mensen waarvoor ze verantwoordelijk zijn grotelijks te belazeren voordat het volk in woede uitbarst. En hoewel ik een hekel aan oorlog heb hoop ik toch nog mee te maken dat alle leugenaars in alle landsbesturen die aan de hand van het W.E.F. waarschijnlijk betaald meelopen hardhandig verwijderd en berecht worden.