Elke morgen als ik wakker word komen de gedachten, ideeën, fantasieën weer bij mij boven. Eigenlijk gaat het inderdaad over een grote, zij het onzichtbare, menigte. Waarom dan zoveel?
Het is denk ik zo’n twintig jaar geleden. Ik assisteerde mijn vrouw die een huurbemiddelingsbedrijf had. De man die op die dag een afspraak had om de verhuur van het flatje van zijn dochter te regelen was een hoogleraar emeritus theoretische fysica. Ach, hij had toch vrij en de betreffende dochter was heel druk met haar werk. Hij was een gemoedelijke, vriendelijke man, dus hielp hij even. En als vanzelf raakte ik met deze men in gesprek. Ik moet trouwens wel zeggen dat deze man zich toegankelijk toonde voor mijn vragen. Wat wilde ik dan weten?
Het ging letterlijk over theoretische fysica. Ons universum is gevuld met energie van verschillende verschijningsvormen. Zo hebben we energiegolven die rechtdoor lijken te gaan. Ik zeg lijken, want energie van de zon lijkt op aarde aan te komen en we hebben dan gemakshalve maar aangenomen dat die reis met de lichtsnelheid ongeveer acht minuten duurt. Maar, heb ik bedacht, waarschijnlijker is het dat tussen de zon en de aarde dicht opeengepakt heen en weer springende energie kwanten staan die met een geweldige lading aan het oppervlak van de zon als een rijtje dominostenen bij elk volgende kwant een beetje van de oorspronkelijke energie naar de zijkanten verliezen waardoor de Aarde met een voor ons prettige hoeveelheid energie wordt geraakt. Overigens treffen die energiekwanten ons nog met een gezamenlijke druk van rond 8.000 kilogram. De Aarde wordt dus heel zachtjes naar buiten geduwd. We mogen dan ook aannemen dat Mercurius en Venus, die dichter bij de zon staan veel heter zijn en de planeten vanaf Mars tot en met Pluto veel kouder dan de Aarde. Dat heeft allemaal te maken met de volgorde waarin de planeten uit de zon geboren zijn en miljoenen jaren zachtjes naar buiten geduwd. Och tot zover is het eigenlijk een bekend verhaal, behalve dan het feit dat ik van mening ben dat de energie van de zon niet straalt, maar zich als het ware als dominosteentjes verplaatst. We hebben dus dat universum dat mannetje aan mannetje volstaat met wat ik altijd jittering partikels noem, (heen en weer springende golfjes) en het tweede is de energie die ze van de bron ontvangen en die dus eigenlijk per definitie iets anders is dan die golfjes zelf, omdat de energie die ze vervoeren gedurende de reis afneemt door verstrooiing naar alle kanten. Ik heb er trouwens wel eens over gedacht om die energie die aan die jittering partikels wordt mee gegeven bewustzijn te noemen. Nou ja, dat is maar gissen hoor. Ik had echter een vraag voor deze gepensioneerde professor en wel de volgende. Sedert belangrijke geleerden theoretische modellen hebben bedacht van datgene wat er met de subatomaire deeltjes, elektronen, protonen en noem maar op, aan de hand is. Duidelijk is wel dat die zogenaamde deeltjes eigenlijk helemaal geen deeltjes van wat wij materie zouden noemen zijn. Het zijn volgens de theorie golfjes die draaien. Ze kunnen zelfs op hun plaats blijven en bovendien blijkt dat alles wat op die manier draait om zijn eigen as – nou ja het zit allemaal zo dicht op elkaar dat we het als een vaste massa zien en dat het dan massa of gewicht heeft en elkaar aantrekt, dus onderhevig is aan de zwaartekracht. Nou ja, dit alles wist die professor natuurlijk veel beter dan ik. Daarover ging mijn vraag trouwens niet. Mijn vraag ging over het formaat van die deeltjes en eigenlijk of het ook mogelijk was dat deze draaiende golfjes misschien ook net als de octaven in de muziek bijvoorbeeld twee of meerdere keren zo groot konden zijn. De professor vond de vraag interessant, maar hij zei: als de subatomaire deeltjes een schaalvergroting ondergaan, en dat zou in principe best mogelijk zijn, dan wordt automatisch hun meetbare dichtheid kleiner. We kunnen ze dan niet meer meten. Volgens de professor konden du deze grootschalige subatomaire deeltje (draaigolfjes) best bestaan maar was die energie te ijl om te meten. Ik had op dat moment in mijn enthousiasme een fantasienaam voor een nieuwe theoretische natuurkunde bedacht: “de Megafysica”. En binnen die megafysica kunnen dan tot nu toe totaal onbekende, want onmeetbare werkelijkheden ontstaan. Een vraag die altijd verborgen ligt onder alle verklaringen: Als je bereid bent aan te nemen dat het universum massaal gevuld is met energie, al dan niet rondtollende energie golven, wat is dan datgene wat er golft. Een logische vraag toch? Het water van de zee golft. Die golven bestaan uit water. De lucht kan ook golven, dat zijn eigenlijk verdichtingen en verdunningen in de lucht en dat noemen we wind. Maar waaruit bestaan nu die geheimzinnige energiegolven waaruit kennelijk alles bestaat. Vroeger zeiden we dat is de ether, een mooi woord voor ‘we weten het niet’. Dan hebben we een hele poos onze schouders opgehaald. Energie is nu eenmaal onvernietigbaar. Het moet dus wel heel sterk zijn. Hoe dan ook, ik heb een nieuwe bedacht. Eigenlijk is hij al oud, maar nooit in deze rol genoemd. Het materiaal waaruit volgens mij de universele energie bestaat is “Bewustzijn”. Het kan waarschijnlijk ook niets anders zijn. Heel lang hebben we genoegen genomen met het feit dat elektriciteit blijkbaar niet uit iets meetbaars bestaat. Goed, we kunnen er allerlei metingen aan verrichten, de frequentie, de kracht en de richting meten, maar waaruit het nou eigenlijk bestaat, tja, dat weten we niet. Ik zeg nu dus: bewustzijn. Daarmee haal ik het begrip binnen de sfeer van benoembaarheden. Onze energie is van nu af aan ergens van gemaakt, namelijk bewustzijn, een begrip dat we weliswaar niet nader kunnen analyseren, maar dat we, net als het licht van de zon dagelijks kunnen ervaren. En wat waarschijnlijk ook wel handig is vinden we in het feit dat bewustzijn nu bij de fysische verschijnselen hoort in plaats van iets vaags en ongedefinieerd te zijn.
Rest mij nu nog mijn persoonlijke verklaring op te schrijven van de technische onderscheidingswanden tussen wat wij kennen als leven en dood en waarvan we door de eeuwen heen hebben gehoord en betwijfeld dat het leven weliswaar eindig is, maar dat ons bestaan, net als de energie, onvernietigbaar is. Deze stelling wordt des te houdbaarder als je bereid bent aan te nemen dat datgene waaruit energie bestaat bewustzijn blijkt te zijn.
Eerlijk gezegd hebben oude, Bijbelse begrippen mij op weg geholpen hier de mogelijke invulling aan te geven. Samen overigens met de opinie van die eerder genoemde professor die vertelde dat er mogelijk onmeetbare energievormen bestaan. Ja, ik moest denken aan de drieëenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige geest. Ik vertaalde dat in: het leven na de geboorte, de geest en de ziel. In mijn gedachte heeft de ziel een onmeetbaar lage frequentie, de geest enkele octaven hoger en dan tenslotte het biologische leven in het gebied van de bekende meetbare frequenties. De ziel is dus de laagste frequentie en de geest en het biologische leven zijn vervolgens gebieden van achtereenvolgende reeksen van boventonen zoals we ze simpelweg uit de muziek kennen. En nu ik het er toch over heb, dit hele betoog gaat over de harmonie der sferen.