Wachtwoorden…

Heb jij nou ook zo ongelooflijk de pest aan dat gedoe met wachtwoorden.                      ‘Ja,’ zeuren ze dan, ‘dat is om je privacy te beschermen. Dan kan een ander niet zien wat jij kan zien.’ Nou kan ik me nog voorstellen dat het voor de handelingen die je via het internet met je bank doet nog van enig nut is. Daardoor is het niet voor iedereen mogelijk om het kleine beetje tegoed dat je nog hebt staan direct over te schrijven naar zijn eigen criminele rekening. Hoewel, gehackt wordt er natuurlijk op grote schaal.        Het gaat natuurlijk allemaal over veiligheid, zeggen ze.                                                      Trouwens, je ziet het in de VS, hoe meer vrije wapens onder de burgerij – zij noemen dat veiligheid – hoe meer er zomaar en lukraak wordt gemoord.                                        Iedereen ziet het, iedereen weet het. Het systeem is daar doorgeschoten. De wapenlobby heeft gewonnen. De bazen daarvan zitten nu steenrijk in hun beschermde vestingen wantrouwig naar buiten te kijken, want elk kind dat aan de deur komt om kinderpostzegels te verkopen wordt neergeschoten. ‘Trespassing’ noemen ze dat.          Eerst schieten, dan vragen stellen. Mocht er geen antwoord meer komen dan heb je in ieder geval een potentieel gevaar opgeruimd. Dat het in feite geen gevaar was kon jij toch niet weten? Voorzichtigheid geldt tenslotte nog altijd als de moeder van de porseleinkast, nietwaar?

Ik weet heus wel dat een wachtwoord geen moordwapen is, maar het is wel een slagboom, een hindernis op de weg. Het is een barrière die tegen naderende personen zegt: ‘als je mij niet kent ben je niet welkom.’ Ik vraag me echt af of er nou werkelijk zoveel wachtwoorden nodig zijn. Bij heel veel internetsites moet je inloggen met een wachtwoord. Als je een poosje niet in die winkel bent geweest ben je natuurlijk dat stomme honderd en zoveelste wachtwoord vergeten. Vragen de slijmballen of je misschien je wachtwoord vergeten bent en of je dan misschien een nieuw wachtwoord wilt aanmaken en, oh ja, dat hebben ze ook nog vaak een trucje met scheve letters of verkeersborden om te bewijzen dat je geen robot bent. Negen van de tien keer schrijf ik dan in zo’n venstertje: ‘je bent me kwijt, ik hoef niet meer. Stop je spullen maar waar de zon niet schijnt.’ Maar ja die tekst lijkt in de verste verte niet op het juiste wachtwoord, dus die krijgen ze nooit onder ogen.

Omdat de natuurwinkel in mijn dorp laatst geen Zweedse kruiden kon leveren dacht ik: oké, dan moet ik het maar via het internet bestellen. Mijn voorraadfles begon aardig leeg te raken en ik wilde nieuwe tinctuur bereiden voor hij helemaal leeg was. Ik zocht en vond op het internet een winkel, in België, die een zakje van zestig gram kon leveren. Wachtwoord instellen, vooruit betalen, toe maar weer. De verzendkosten die erbij kwamen maakten het zakje kruiden wel bijna twee keer zo duur, maar vooruit, ik had het nodig. Na een week lag er een kaartje in de bus. De bezorger was aan de deur geweest en had vastgesteld dat ik niet thuis was. Dat komt gelukkig nog tamelijk veel vaker voor. Hij had ook niet de moeite genomen om het pakje bij de buurvrouw af te geven. Daarna gebeurde er niets meer.                                                                              Het is misschien niet heel goed voor mijn bloeddruk, maar ik maak me dan nijdig, niet om die paar rotcenten, maar om de onverschillige incompetentie. Ik mailde de winkel in België en ik kreeg als antwoord dat de bezorger na een tweede vergeefs bezoek het pakje aan het KPN agentschap in onze buurt had afgegeven. Wel was de bezorger vergeten een kaartje met juist die mededeling bij mij in de bus te stoppen. Gisteren was ik even bij dat agentschap. Ze konden precies opzoeken wanneer het pakje was aangeboden, maar nee, het was er niet meer. Na twee weken werd het weer teruggestuurd aan de afzender.                                                                                        Gelukkig kon ik op Texel in de natuurwinkel weer een zakje Zweedse kruiden kopen. Ik heb weer voorraad.

Het lijkt er sterk op dat langzamerhand alles in onze samenleving gericht is op controle, indekken, beveiliging. We zien het onderwijs ten ondergaan aan ambtelijke controledrift. De mensen die er proberen te werken verzuipen in de administratie, wat ten koste gaat van de slagvaardigheid en de kwaliteit van het werk. Bij de huisarts en in de ziekenhuizen is het al niet veel anders: controle, controle en nog eens controle. Alles moet veilig en ik denk: zit dan in vredesnaam maar helemaal stil, beweeg je niet, verberg je dan ziet niemand je.                                                                                          Nee, luister, je hebt gelijk, ik zeur een beetje. Wij hebben niet allemaal een wapen. Dat hebben hier naast de simpele pistooltjes van de politie, alleen de criminelen en die schieten alleen af en toe per ongeluk een niet crimineel dood.

Maar toch hè. Zeiden we niet ooit dat de pen het gevaarlijkste wapen is?                        Nou? Waar ik nou heen wil?                                                                                                Hier heen. Waarmee denk je dat al die stomme formulieren moeten worden ingevuld die door al die ambtenaren na binnenkomst op een grote stapel in een la worden gelegd. Met al die pennen voor gebruik bij het invullen van formulieren winnen wij gemakkelijk de wapenwedloop van Amerika…                                                                                      En met wachtwoorden ja, dat heeft inderdaad te maken met wachten, tijdverlies bedoel ik, want als je eindelijk klaar bent met het invullen dan zit je daar achter je toetsenbord en je denkt: wachtwoord? eh… wacht… verdomme… wat was het ook alweer.

Trojan Horse

 

Onder deze titel is mijn Sciencefiction roman net uitgekomen.

Een korte synopsis van het verhaal:                                                                                    In dienst bij een grote multinational, de Hoyt Uliger Corporation, HUC, hebben drie geniale ontwikkelaars de volmaakte menselijke, robot, de android ontwikkeld. De ontwikkeling was kostbaar en het prachtige product zal in eerste instantie slechts bereikbaar zijn voor de zeer rijken. Het zal naar verwachting vrij lang duren voor in deze tak van de corporatie een economisch break even point wordt bereikt. Omdat HUC echter andere zeer winstgevende bedrijfstakken heeft zou dit tijdelijk achterblijven in winstgevendheid niet als problematisch gezien hoeven te worden.

Hoe dan ook, het werk aan dit project is klaar. Een nieuwe uitdaging voor deze drie ontwikkelaars is nodig. Om er voor te zorgen dat het bedrijf ook iets te bieden heeft voor de iets minder welgestelden komt hoofd ontwikkelaar, Judith Krantz, fysisch ingenieur,  op het idee om de volmaakte Virtual Reality apparatuur te ontwikkelen, waarbij elke gewenste beleving kan worden opgeroepen door er simpelweg aan te denken.

Haar idee wordt echter op beledigende wijze afgeschoten door Cecil Hoyt, de financieel directeur van HUC, die van mening is dat er eerst winst gemaakt moet worden alvorens weer kan worden geïnvesteerd in nieuwe ontwikkeling. Tijdens de ruzie die het gevolg is van de starre kortzichtige weigering van Hoyt nemen de drie ontwikkelaars onmiddellijk ontslag, tot groot ongenoegen van Brian Uliger, de technisch directeur van de organisatie. Hij ziet de mensen die in zijn ogen het belangrijkste intellectuele kapitaal vormen voor het bedrijf verloren gaan.

De drie ontwikkelaars, onder leiding van Judith Krantz, starten een eigen bedrijf, de Neuro Imaging Corporation, NIC. Hun enthousiasme en vindingrijkheid leiden al snel tot succes, waardoor de economische positie van het nieuwe bedrijf een stevige basis krijgt.                                                                                                                                    Cecil Hoyt beseft echter dat het product dat NIC heeft ontwikkeld en dat nauwelijks uit de testfase is een enorme economische bedreiging vormt voor HUC. Hij sleept Uliger tegen diens zin mee in kwalijke en gevaarlijke aanvallen op NIC. De techniek die gebruikt wordt lijkt een op hacken. Hoyt schroomt echter niet om op een zeer fysieke wijze te hacken. Voor Judith Krantz blijkt dit letterlijk levensbedreigend als ze haar handelen niet meer volledig zelf lijkt te controleren, waardoor ze een fatale fout maakt.

Uiteindelijk wordt de gewetenloze man, Cecil Hoyt, met zijn eigen methode en door eigen toedoen ten val gebracht.

Waarom nu deze titel?                                                                                                        De geschiedenis uit de Griekse mythologie over het Trojaanse paard vormde hier te lande de inspiratie voor het Turfschip van Breda. Strijders of strijdmaterialen worden onopgemerkt bij de tegenstander binnengebracht. In Trojan Horse maak je mee hoe het Trojaanse paard via teleportatie bij een mens wordt binnengebracht en de regie overneemt.

Het boek is uitgegeven bij uitgeverij Schrijverspunt en uiteraard in de eigen webshop van de uitgever te krijgen, maar ook andere verkoopkanalen via het internet, zoals Bol.com bieden het te koop aan. De prijs is € 17,95