Langdurige mishandeling.

Het wetboek van strafrecht:

Artikel 302

  1. Hij die een ander opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengt, wordt, als schuldig aan zware mishandeling, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
  2. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Hierboven staat het officiële artikel uit het wetboek van strafrecht dat handelt over – en voor de rechtspraak richting verschaft over wat als mishandeling moet worden gezien en welke straf de rechter ten hoogste kan opleggen in geval het oordeel ‘ schuldig aan mishandeling, dan wel zware mishandeling’ is.                                                                     Onbesproken in dit artikel is de vraag of de mishandeling  – wat zeker mogelijk is – met goede bedoelingen, uit onwetendheid of – wat heel vaak voorkomt – uit winstbejag plaatsvond.

Eigenlijk zou ik willen pleiten voor een uitbreiding van het begrip mishandeling. Ik zou dan een categorie toegevoegd willen zien betreffende een gebied dat nu valt onder voedselveiligheid en derhalve onder de vele voorschriften die te vinden zijn in de warenwet en waar het beslist minder streng toegaat dan bij de rechtspraak.

In mijn blog onder de titel Eerlijk(e) waar besprak ik de onwenselijkheid van de zeer gangbare toevoegingen in bereide voedingsmiddelen: E621 en E631.                                 Wat het effect is van de bovengenoemde toevoegingen valt gemakkelijk te vergelijken met andere gebruik bevorderende stoffen zoals nicotine, drugs en alcohol. Het zijn stoffen met een verslavingseffect. Het effect van deze stoffen is namelijk dat het signaal dat de maag zou moeten krijgen als er voldoende is gegeten onderbroken wordt. De zak chips moet leeg en meer dan dat. Deze twee stoffen in bereide voedingsmiddelen maken dat de gebruiker gulzig blijft eten.

Grote welvaartsziekten (ja, ja, zo wordt het genoemd, hoewel dat kant noch wal raakt) zijn adipositas = vetzucht en diabetes = suikerziekte met alle gevolgen van dien. De kosten voor de volksgezondheid lopen rampzalig op.

Let nu toch op mensen. De voedingsmiddelenindustrie kan zijn gang gaan en allerlei troep die we niet nodig hebben aan onschuldig ogend voedsel toevoegen zodat we er meer van gaan eten dan goed voor ons is. Zij steken de winsten in hun al behoorlijk gevulde zakken. Wij betalen jaarlijks groeiende en langzamerhand wurgende zorgkosten.               Wanneer staan nu eindelijk die maatschappelijk bewuste juristen op die langdurige mishandeling ten eigen bate door niet noodzakelijke toevoegingen in ons voedsel in het wetboek van strafrecht krijgen. Misschien komen we dan eindelijk zover dat de voedingsindustrie veroordeeld wordt tot het betalen van de helft van de totale ziektekosten premies van het hele land. Misschien is dat wel een geldboete van een nieuwe categorie, de zesde. Dan houden ze vanzelf op met die rotzooi in ons eten te stoppen om ons maar meer en meer te veel te laten eten.

Ik stel me voor dat het nieuwe, toegevoegde, wetsartikel betreffende mishandeling dan als volgt luidt:

  1. Hij die grote groepen mensen uit persoonlijk gewin zware gezondheidsschade toebrengt zal worden beschouwd als veroorzaker van ten hoogste de helft van de kosten voor de volksgezondheid in dit land. Hij zal als schuldig aan zware mishandeling worden gestraft met de betalingsplicht van deze kosten, subsidiair een boete van de nieuwe, zesde categorie. Bij herhaling van hier bedoeld misdrijf zal het bedrijf van de veroordeelde voorgoed van de markt worden geweerd, gesloten en van overheidswege gesloopt.

Ach kijk, ik zit hier natuurlijk als heel klein mannetje wild om me heen te trappen tegen dat wat ik zie als schandelijk en gevaarlijk onrecht. Natuurlijk worden de grote industrieën niet aangepakt. De lobby, laksheid en niet te vergeten schijterigheid zullen er nog jaren voor zorgen dat alles blijf zoals het is. Maar weten jullie nog het kabaal in de hele pers over dat mannetje met die kanker kliniek die zich foute troep in zijn vingers had laten duwen en die toen ook nog op een heel domme en eigenlijk misselijk makende manier een patiënt in nood de deur uit had geduwd zodat het niet zou lijken dat het zijn schuld was wat er met die patiënt gebeurde.                                                                                                                 Weten jullie het nog?                                                                                                               Die patiënt ging dood. De wereld was te klein. Barbertje moest hangen en deed dat ook. Iedereen opgelucht. De anti kwakzalverij jongens voorop.                                                     Maar wanneer gaat er nu eens iets echt goeds gebeuren aan de veiligheid van bereide voedingsmiddelen. Want, echt waar hoor, als je jong bent is het leuk en lekker met die zakken chips en die pizza’s en die cola op de bank voor de buis. Maar als je oud bent en ziek van het jarenlange gebruik van die rotzooi dan duren de dagen lang en het blijft de rest van de tijd regenen.

Advertenties

Managerial damage.

Hoe krijgen we het samen voor elkaar om beschikbare budgetten te laten besteden voor datgene waarvoor ze bedoeld zijn. We hebben een regering bestaande uit een premier en een aantal ministers die allemaal een ministerie achter zich hebben dat moet uitvoeren wat in de ministerraad besloten is en daarna indien relevant goedgekeurd door de volksvertegenwoordiging. Ja, het lijkt allemaal wel simpel en doorzichtig, maar dat is het niet.                                                                                                                                       Laat ik nu eens twee grote ‘strijkstok gevoelige’ terreinen bij de kop nemen: het onderwijs en de zorg.

In het onderwijs hebben we jarenlang schaalvergroting zien plaatsvinden. De oude Rijks HBS die ik op mijn negentiende met het diploma 5-jarige HBS-B verliet en waar we met iets meer dan twintig klaslokalen en een gymzaal, die ook voor de schoolfeesten werd gebruikt, heel goed onderwijs kregen, die school bestaat niet meer. Hij is vervangen door heel grote scholen met vaak een paar duizend leerlingen in diverse stromingen.

Heeft die school nog een directeur, waar je naar toe diende te gaan als je weer eens de klas was uitgestuurd? Och, die directeur of rector is er nog wel, maar hij wordt tegenwoordig geassisteerd door een aantal managers die boven de vakgroepen staan en daaraan leiding geven. Zijn dat dan onderwijsmensen, die managers?                                   Dat kan, maar het hoeft niet. Een leraar kan manager worden. Je ziet hem dan nooit meer voor de klas, maar het kan ook gerust iemand met een heel andere opleiding zijn die bijvoorbeeld helemaal geen verstand van onderwijs heeft, zo’n… ja, hoe moet ik dat nou zeggen… ja zo’n regelneef die met een iets beter salaris dan een leraar naar huis gaat, maar waarvan het onderwijs eigenlijk geen voordeel heeft. De lessen worden er niet beter door. Eigenlijk is zijn verschijnen veroorzaakt door de schaalvergroting.

De oorspronkelijke bedoeling van de schaalvergroting was dat door grotere instituten er minder kleine scholen zouden zijn en dat één schoolgebouw voor vierduizend leerlingen goedkoper moest zijn dan acht schoolgebouwen voor elk vijfhonderd leerlingen.                 Achteloos werd echter vergeten dat die acht kleinere schoolgebouwen er al waren en doorgaans redelijk goed voldeden, terwijl dat enorme nieuwe schoolgebouw door grote bouwondernemers moest worden gebouwd en dat prijzen in de bouw nog wel eens ondoorzichtig willen zijn. Bovendien lijkt het geaccepteerd gebruik dat afgesproken prijzen altijd ruimschoots worden overschreden.

De oude, kleinere scholen hadden geen managers nodig. Directeur en leraren konden de hele boel, samen met een uitstekende conciërge prima redden. Die laatste hield namelijk altijd alles en iedereen in de gaten en als leerling paste je wel op dat de conciërge je niet bij je kladden pakte.

Ik beweer: De gestegen kosten in het onderwijs zijn grotendeels veroorzaakt door schaalvergroting, nieuwbouw en managers. Leerlingen hebben er allemaal niets aan, integendeel. Er is zoveel geld weggelopen in bovenbeschreven misvattingen dat er onvoldoende voor het onderwijs zelf overblijft. Te weinig ook om leerkrachten zodanig te betalen dat het vak van leraar voor jonge mensen weer aantrekkelijk wordt. Onze eeuwig wantrouwige overheid maakt het zelfs nog veel erger. De mensen in het onderwijs worden doodgegooid met allerlei formulieren die voortdurend moeten worden ingevuld en waarvan niemand ooit nut of resultaat te zien krijgt.                                                                               Laten we deze hele bemoeienis van de overheid met het onderwijs samenvatten met één woord: gepruts!

In de zorg gebeurt eigenlijk precies het zelfde: Nieuwbouw, schaalvergroting en zwermen managers. Doen die managers dat iets nuttigs? Ze moeten ervoor zorgen dat de coördinatie in de mega-ondernemingen die ziekenhuizen tegenwoordig zijn in tact blijft. Ook hier kost nieuwbouw ongelooflijk veel geld en worden kleinere, bestaande en nog goed functionerende ziekenhuizen zonder werkelijke noodzaak verlaten: kapitaalvernietiging!

Als we de berichtgeving volgen met betrekking tot medische missers in die grote patiënten fabrieken, waar alles volkomen onpersoonlijk is geworden, rijzen je de haren te berge. Veel gedoe met ziekenhuisinfecties met onder meer de beruchte MRSA bacterie.             Ook hier is er duidelijk minder tijd en geld voor de werkelijke zorg, omdat de bouwwereld en de managers samen het gigantische gat vormen waardoor het geld weg loopt dat helemaal niet kan worden gemist bij de werkelijke zorg voor de patiënten.

Wat doet zo’n manager dan precies? Nou vast een heleboel, voornamelijk praten natuurlijk. Ik kan het echter toch niet laten om een praktijkvoorbeeld te geven:                     Een goede vriend van mij, nu gepensioneerd, was internist en als zodanig gespecialiseerd in diabetes zorg. Ooit had hij een samenwerkingsverband helpen organiseren, de diabetes poli. Diabetespatiënten hebben verschillende specialisten nodig, voor de ziekte als geheel, voor de ogen, voor de voeten, enz. De diabetes poli regelde het zo dat alles op een en de zelfde dag kon gebeuren, zodat toch al zwaar belaste patiënten niet keer op keer voor al die consulten behoefden terug komen. Die poli zat in een aardige oude villa en draaide in economische zin uitstekend. Overheid zorgde er echter voor dat het goed lopende onderdeel opgenomen werd in een verlies lijdend ziekenhuis in Utrecht. Daar trof ik mijn vriend op een keer in een ietwat mismoedige stemming.

Nu moet je weten dat diabetespatiënten vaak jaar in jaar uit bij die zelfde internist komen. Er is een gemoedelijke – min of meer huiselijke sfeer. Zo droeg mij vriend nooit een witte jas, omdat alleen die jas al afstand schept en dat kan misschien in sommige gevallen nuttig zijn, maar niet tussen de arts en de tevreden en goed ingeregelde diabetespatiënten die hem al jaren kennen en doorgaans bij de voornaam aanspreken.

Daar kwam op een dag de manager binnen. Niet een man met een medische achtergrond of opleiding trouwens. Hij eiste dat mijn vriend voortaan een witte jas droeg met de knoopjes dicht. Er werden in die spreekkamer nooit medische handelingen verricht, maar uitsluitend gesprekken gevoerd. Voor de medische handelingen was daar het laboratorium en de diabetesverpleegkundige die natuurlijk wel witte jassen droegen.

Met dat soort onzinnige dwingelandij verdiende deze manager een vorstelijk salaris, welk bedrag dan natuurlijk weer in mindering kwam op het voor echte zorg beschikbare budget.

Wat wil ik nu eigenlijk zeggen met deze twee uiteenzettingen? Dit: het onderwijs en de zorg – en naar ik vrees nog veel meer terreinen in de samenleving – worden misbruikt door geldverdieners, kostenposten die er alleen maar zijn om zichzelf in stand te houden ten koste van de organisaties die hen in goed – maar helaas misplaatst vertrouwen hebben ingehuurd.

Wij zijn langzamerhand overgeleverd aan parasieten die er op slimme wijze voor zorgen dat de bronnen die ze leegzuigen net niet helemaal overlijden. Uit zelfbehoud natuurlijk. Wat dacht je!

Wat vind jij er nou van, wat is nou jouw mening?

Dankzij de populisten die tegenwoordig de politiek – en daarmee de dagelijkse discussie op vele plaatsen beheersen komt een groot deel van het palaver neer op de verdediging van het recht vrijelijk zijn mening te mogen uiten over van alles en nog wat.                         Nu wil het geval dat deze hele opgeklopte benadering van nagenoeg alles wat besproken kan worden tot heel wat minder gelukkige omstandigheden leidt.                                           We merken tegenwoordig dat de behoefte wordt aangewakkerd om vooral vrij de mening te uiten. De ietwat rommelige resultaten beginnen langzamerhand maatschappelijk en sociaal ontwrichtend te werken.                                                                                             Waarom?                                                                                                                                   Heel eenvoudig. Een mening hebben staat altijd iedereen vrij. Dat is een onvervreemdbaar recht van ieder mens. Zelfs op alle plaatsen in de wereld waar het vrijelijk uiten van eigen meningen door overheden wordt ontraden en zelfs bestraft, wanneer die mening niet congruent met die van het regime is, zelf op die plekken kan men nog altijd denken wat men wil. Hier, in ons vrije landje, mag je echter altijd je mening uiten. Daaraan zijn geen voorwaarden verbonden. En, ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vermoed dat door al die uitingsdrift van al die meningen veel schade wordt aangericht. Heel veel van die kwistig geventileerde meningen worden vaak geuit door mensen die volstrekt geen kennis hebben van de zaken waarover zij hun mening uiten. Onze democratie maakt het echter mogelijk dat zelfs de meest onwetende doch verbaal handige lieden invloed uitoefenen op de gang van zaken in onze samenleving.                                                                               Dit komt simpelweg neer op de belangrijkste bron van inefficiëntie en middelen en mogelijkheden verspillend gepruts dat de samenleving in toenemende mate ontwricht.

Ik zou een lans willen breken voor een nieuwe maatschappelijke beweging die misschien in de toekomst zelfs tot wetgeving zou kunnen leiden. Die beweging zou tot doel moeten hebben iedereen te doordringen van het volgende: Natuurlijk mag je overal je mening over uiten, dat recht hebben we. Tegenover rechten staan echter ook altijd plichten. Tegenover het recht van meningsuiting staat de plicht je eerst diepgaand te informeren over alle aspecten van de zaak waarover je zo nodig je mening moet uiten. Toegegeven, het kost wat tijd, maar dan weet je tenminste waarover je praat in plaats van, zoals nu al te vaak gebeurt, maar als een kip zonder kop mee te brullen in het koor van zogenaamd vrije meningsuiters.

Ik las wat discussie over de website van Geenstijl en Dumpert. Na de column van Rosanne Herzberger is men daar van mening dat kritiek leveren op vuilspuiterij gelijk staat aan het aanmoedigen van censuur en een aantasting betekent van de vrijheid van meningsuiting. Er wordt daar echter – en helaas niet alleen daar – iets belangrijks over het hoofd gezien. Natuurlijk is hier overal het recht elke mening te uiten. Altijd je rechten nemen betekent echter niet altijd vrijheid. Het is slechts volgens een gewoontepatroon doen wat iedereen doet. Het wordt ook verwacht dat men zijn recht neemt. Sterker nog iemand die zijn recht niet neemt wordt vaak gezien als een sukkel, maar echte vrijheid uit zich er in dat af en toe vrijwillig wordt afgezien van de uitoefening van een recht, zonder dat dat recht vervalt of wordt aangetast..