De heilige vrijheid van meningsuiting leidt tot doden en gewonden.

Het wordt langzamerhand behoorlijk onduidelijk in deze wereld.                                       Het verspreiden van giftige – en doorgaans ook nog onware en indoctrinerende informatie door de zogenaamde haat-imams kan niet worden gestopt. Wij hebben vrijheid van meningsuiting.  Je mag zeggen wat je wilt. Je mag met je opruiende, haat zaaiende betoog de geest van onwetende jonge mannen zodanig verwarren dat ze werkelijk gaan geloven dat ze een goede daad verrichten en de toekomst van de wereld zeker stellen als ze iedereen die niet slaafs en ziekelijk gehoorzaam de extreme islam aanhangt doden, zodoende de Aarde reinigend van, ja, van wat eigenlijk.

Na alles wat er gebeurd is zou ik toch een lans willen breken om het begrip ‘handelen’ eens nader te definiëren. Het is in onze wetgeving namelijk redelijk duidelijk wat maatschappelijk als handelen is toegestaan en wat niet.

In onze wet is een aantal handelingen strafbaar gesteld: geweld, diefstal, smokkel. Verboden daden, zou je kunnen zeggen. Onze geheime diensten zoeken zich blind naar mogelijke voorbereidingen van jihadistisch geweld. Maar die voorbereidingen beginnen bij dat opruiende gezwets van die haatimam.                                                   Wat nu als we het spreken van zo’n figuur eens aanduiden als een handeling. Per slot van rekening is (s)preken zijn vak. Hij verdient er zijn brood mee.

Ja, ik hoor het geschreeuw al. De heilige vrijheid van meningsuiting. Want als spreken onder voorwaarde een strafbare handeling zou zijn – en waarom zou spreken niet als een handeling kunnen worden opgevat – het is tenslotte iets wat een mens doet – en je mag nou een keer niet alles doen wat er maar in je gekke kop opkomt. Dat zou er namelijk toe kunnen leiden dat spreken strafbaar kan worden als het erop gericht is mensen aan te zetten tot subversief dan wel jihadistisch of wel maatschappij ontwrichtend gedrag.

Wat moet er nu veranderen? Het spreken van een haatimam zou moeten worden opgevat als onderdeel van de voorbereiding van terroristische aanslagen.                     Waarom?                                                                                                                           Ach, misschien heb ik ongelijk hoor, maar ik denk dat de simpele zielen die door die haatimams volgepompt zijn met de absolute noodzaak om iedereen die het zogenaamd ware geloof niet aanhangt om zeep te helpen uit zichzelf niet op dat idee zouden komen.

Haatimams indoctrineren die simpele, vaak onvolwassen jongens dat ze martelaren en helden kunnen worden door niet moslims te doden. Nou ja zeg, als je zestien of zeventien bent, dan is held en martelaar worden toch geweldig.                                     En die imams zelf? Nou, die blijven alleen maar praten, lekker op de achtergrond, want praten mag. Hier wel in ieder geval.                                                                                 ‘Ik doe toch niks?’ zeggen ze met een schijnheilige grijns. ‘Ik zeg alleen wat mijn mening is.’

Maar ach, wat zit ik het hier allemaal weer lekker beter te weten. Misschien is het wel veel beter als we zelf ook niet zo vreselijk veel in vrijheid onze mening uiten als het over een ander gaat. Je weet tenslotte maar nooit of goed voorbeeld soms toch doet volgen…

Advertenties

Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.

Zo stond het er natuurlijk niet, in de krant van wakker Nederland. Wel moest ik direct aan deze overbekende tekstregel van het wonderschone traditionele Sinterklaaslied “Zie Ginds Komt De Stoomboot” denken.

Wat er dan wel stond? Dit: HULPGELD WAPEN TEGEN MIGRATIE

En: LAND DAT DWARSLIGT KRIJGT NIETS

Als ik zoiets lees dan denk ik: zit die Batavus Droogstoppel uit de Max Havelaar nou nog steeds vanachter zijn kopje koffie naar buiten kijkend te vertellen hoe het moet in de hele wereld? De bedenker van dit nieuwe wapen moet echt een gat in zijn achterhoofd hebben zo groot als een ouderwetse zilveren rijksdaalder.

Even voor de duidelijkheid: er zijn veilige landen waarvandaan mensen toch hierheen komen, omdat ze denken dat ze hier rijk en welvarend worden. Gelukszoekers dus. Die landen hebben over het algemeen een ordelijk bestuur. Misschien niet zo mooi en versplinterd als bij ons, maar genoeg om het veilig te houden. Het kan best zinvol zijn om die landsbesturen een beetje te helpen hun bevolking wat welvarender te maken.

Dan hebben we onveilige landen, waarvandaan mensen vertrekken omdat ze voor hun leven vrezen. Die landen hebben over het algemeen geen geordend bestuur. Wat er zit en zich het bestuur noemt is in het algemeen toegerust met ruime broekzakken om het ontvangen hulpgeld goed in te bewaren tot het rustig ten eigen bate kan worden uitgegeven. Natuurlijk voelen de doorgaans zelfbenoemde corrupte bestuurders van zulke landen er helemaal niets voor om van hun land een veilig land te maken. ‘Ben je helemaal gek geworden,’ denken ze, ‘als ik er hier een beetje een veilig land van ga lopen te maken dan blijven al die sloebers hier. Dan moet ik zeker dat hulpgeld met ze gaan delen. Nee, dat wordt ‘m niet. Ik weet iets veel beters. Als ze solliciteren naar het hondenbaantje van vluchteling maak ik ze vlak voor de grens dood. Dan lijkt het ook net alsof er minder vluchtelingen uit mijn land komen. En dan blijf ik dus hulpgeld ontvangen. Kijk, zie je, wij zijn niet allemaal stomme negers in Afrika.’

Is dit overtrokken? Ik ben bang van niet. Hoe lager de organisatiegraad van een landsbestuur, hoe meer corruptie. Uitsluitend stoppen van ontwikkelingssteun leidt hoogstwaarschijnlijk tot kwalijk geweld tegen de allerarmsten. Maar als je als verantwoordelijk bestuurder van een welvarend en goed georganiseerd land niets anders weet te doen dan de volgende zinloze nota over dit onderwerp te schrijven en vervolgens een glaasje in te schenken om te proosten met je belangendelers dan zal de inmiddels wereldwijde put die corruptie heet meer en erger gaan stinken.

Ach weet je, met enige weemoed denk ik nog wel eens aan die oude Bijbelse vraag: ben ik mijn broeders hoeder? En dan aan het antwoord op die vraag van de hele westerse wereld: Ach welnee man, je moet niet zo zeuren. We doen toch al eeuwen hartstikke mooi alsof.

Well Fancy Not Realy Fair

Waaraan ik de afgelopen twee dagen het meest moest denken was aan dat prachtige verhaal, Lijmen het Been, van de Vlaamse schrijver Willem Elsschot (synoniem voor Alfons de Ridder), waarin de rücksichtsloze oplichter Boorman aan een gehandicapte weduwe een gigantische berg bedrukt papier verkoopt.

Boorman doet zich voor als hoofdredacteur van het door hem zelf bedachte Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen. In het deel “Het Been” verkoopt  hij een gehandicapte weduwe, die met haar broer samen een noodlijdend bedrijfje runt in goederenliftjes, duizenden van deze tijdschriften. Het argument waarvoor de goedgelovige weduwe zwicht is dat ze met een uitgebreide publicatie over haar bedrijf in dit tijdschrift wereldwijd de aandacht op de voortreffelijkheid van de door haar bedrijf geproduceerde goederenliftjes kan doen vestigen.                                                                                                                           Tot zover is er een grote gelijkenis met onze belevingen van de afgelopen dagen.

Door middel van een prachtige folder werd ons tegen een spotprijs een nacht in een vier sterren hotel aangeboden. Eerst werden wij door een luxe bus opgehaald, vervolgens was er een rondvaart met lunch. Die lunch bestond uit koffie en een mand met zeer karig belegde broodjes die op elke tafel werd gezet. Na terugkeer was er enige vrije tijd om te genieten van een wandeling door een inderdaad wonderschoon vestingstadje aan het Veluwemeer. In de avond zou er een diner zijn en de volgende dag na het ontbijt kregen we dan een presentatie van… ach ja, hoe zal ik het zeggen, goede voorzieningen die het leven van de ouder wordende mens vergemakkelijken.

Over het diner kan ik kort zijn. De soep vooraf was lekker. Ik ken die mosterdsoep in die Unox pakken. Ik maak het thuis ook wel eens als ik het me gemakkelijk wil maken. Het hoofdgerecht was een kleine varkensschnitzel met wat groenten. Het toetje was niet standaard. Dat kon zelf worden aangeschaft voor drie euro vijftig en bestond uit een plastic bekertje met ijs met aardbeiensiroop.

Nadat we na de wandeling door het mooie vestingstadje weer in de bus waren gestapt werden we eerst gedropt bij het hoofdkantoor van de betreffende onderneming. Ter plekke werd het werkschema voor de volgende morgen uitgedeeld: Plaats van handeling dat hoofdkantoor. Wij werden met enige klem uitgenodigd om rond half acht in de morgen aan het ontbijt te zitten.

Zie het even voor je: een groep bejaarde mensen – enkele behoorlijk slecht ter been slapen een nachtje in een vier sterrenhotel en moeten dan wel om half zeven uit de veren, anders heb je niet eens tijd om te douchen, laat staan andere noodzakelijke sanitaire handelingen te verrichten. Om kwart voor negen werd de groep verwacht, opnieuw in het hoofdkantoor, tweehonderdvijftig meter verwijderd van het hotel, want dan begon de les… eh, ik bedoel de presentatie.

Die presentatie handelde onder meer over een verpleegbed met vier motoren en op wieltjes. Je weet wel, dat is het soort bedden dat in ziekenhuizen gebruikt wordt, maar dan met een iets huiselijker uitstraling en natuurlijk met een matras waarover de presentator maar niet uitverteld raakte. Geweldig! Zelfs de matras werd individueel aangepast. Goedkoop was dat natuurlijk niet, maar voor wie het betalen kon had je al een prachtig bed dat zo op de plaats van je oude bed kon staan voor rond de achtduizend euro. Niet goedkoop erkende de voorlichter, maar een beter bed bestond dan ook niet.

Ik ben maar eens op het internet gaan zoeken en ik ben tot de conclusie gekomen dat je met vijfduizend euro in de gewone markt al een van de allerduurste dubbele boxspring bed kunt kopen. Ziekenhuisbedden heb je tot ongeveer drieduizend euro.

Wat ze trouwens ook hadden waren van die stoelen met een elektrisch omhoog komende ondersteuning voor je benen en van die stoelen die je elektrisch hielpen op te staan. Daar waren de prijzen tot ruim vierduizend euro, maar dan wel persoonlijk aangemeten. In de rest van de markt zien we dat soort stoelen van ongeveer driehonderd tot ruim twaalfhonderd euro.

Voor zover ik heb kunnen waarnemen levert dit soort bedenkelijke verkooppraktijken al jaren winst op, want de presentator vertelde vol trots dat het bedrijf juist vijfentwintig jaar bestond. Met een spoor van spijt in zijn stem vertelde de man ook nog  dat steeds meer mensen vaardig kunnen zoeken op het internet. Daarmee liet hij vermoedelijk onbedoeld doorschemeren dat deze ietwat dubieuze verkoopmethode mogelijk zijn langste succesperiode heeft gehad.

Het verbaasde mij trouwens dat deze club zes dagen per week bezig is om mensen veel te dure comfort bedden en stoelen aan te smeren. Maar vermoedelijk hebben ze gemerkt dat het internet hen begint in te halen, want volgens mij moet je toch wel echt uitzonderlijke producten leveren als je twee tot driemaal de gemiddelde marktprijs vraagt.

Nee, het lokkertje was het reisje en het nachtje in het hotel en het uiterst matige diner. Eerlijk gezegd vond ik het een niet erg fraaie manier om het vertrouwen van argeloze ouderen te winnen en daar vervolgens misbruik van te maken.

Terugkomend bij Willem Elsschot in zijn verhaal “Lijmen, Het Been”. Daarin komt uiteindelijk de hoofdoplichter, Boorman, in het contact met de weduwe Lauwerijssen van de goederenliftjes, tot inkeer. Hij krijgt berouw en doet voor de rest van zijn leven pogingen goed te maken wat hij heeft misdreven, maar dan geeft de weduwe niet thuis. Ze houdt hem op afstand, waardoor elke poging van hem om met zijn geweten in het reine te komen op niets uitloopt.

Als lezer, toeschouwen denk je dan: net goed, had je de boel maar niet opzettelijk moeten belazeren. Maar eerlijk gezegd zie ik een dergelijke wroeging bij deze stoelen en beddenverkopers tegen fancy prijzen niet snel ontstaan.