Bacteriofagen 3

Twee keer heb ik hier nu een stukje gepubliceerd over bacteriofagen. Misschien herinner je je nog wel dat ik beschreef dat het hier gaat om de natuurlijke vijanden van bacteriën – en dan natuurlijk meer in het bijzonder van die bacteriën die ons ziek maken. Die natuurlijke vijanden zijn virussen die één soort bacterie doden. Toegegeven, het is een heel gezoek voor je het goede virus gevonden hebt.

Gisteravond was er weer een uitzending onder de titel: ‘De Nieuwe Dokters’, waar dit onderwerp weer aan de orde kwam. Nu is het wel zo dat die titel voor een televisieprogramma de indruk maakt veel nieuws te zullen bieden en voor de meeste mensen is dat ook zo. Ik heb dus maar zitten kijken ondanks het feit dat ik de meeste info al had.

In een eerder programma dat door dezelfde presentatrice werd gebracht was het onderwerp ‘bacteriofagen’ ook al aan de orde geweest. Deze keer werden twee patiënten meegenomen naar een kliniek in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, een van de vroegere Sovjetrepublieken. De reden om juist deze twee patiënten te volgen was dat er hier door onze eigen artsen niets meer voor hen kon worden gedaan. Ze leden aan zware bedreigende infecties waarop geen enkel antibioticum nog vat kon krijgen. De bacteriën die de infecties veroorzaakten waren resistent geworden.                            Maar waarom nu toch in vredesnaam helemaal naar Tbilisi?

Nou, dat zit zo. Een kleine honderd jaar geleden werd aan onze kant van de wereld de penicilline ontdekt door Alexander Flemming. Dat was een geweldige vondst, want in de eerste wereldoorlog waren vele duizenden gewonden op de slagvelden bezweken aan de infecties die het gevolg waren van hun verwondingen. De penicilline en de later daarop volgende nieuwere antibiotica hadden het voordeel dat er heel veel schadelijke bacteriën aan stierven. Helaas hadden deze middelen ook het nadeel dat veel goede bacteriën – die in onze darmen leven en die werk voor ons doen waar ons lichaam zelf niet toe in staat is – ook het loodje legden. Ongewenste bijwerkingen noemen we dat. Maar omdat we niets anders hadden om onze infecties te bestrijden namen we dat voor lief. Ja, je moest toch wat, nietwaar?

Hoe dan ook, Big Farma maakte zich meester van de antibiotica. Natuurlijk hadden ze al snel in de gaten dat bacteriën heel intelligente verdedigingssystemen hebben. Ze leren namelijk heel snel hoe ze zich tegen antibiotica moeten verweren. Dat soort antibioticum werkte dan niet meer. De oude voorraden werden dan door Big Farma in de derde wereld landen gedumpt. Dan bracht het in ieder geval nog wat geld op. Vervelend was dan wel dat ook daar nog andere gevaarlijke bacteriën resistent werden. Maar ach, grote financiële belangen, begrijp je. Voor ons, hier in het welvarende deel van de wereld hadden ze dan wel weer een nieuw antibioticum ontwikkeld. Maar ja, nu werkt er eigenlijk bijna geen enkel antibioticum meer. Meer dan waar ook ter wereld leer je hier dat zelfs de kleinste wezentjes in de natuur, de bacteriën, Big Farma te slim af zijn. Van antibiotica kunnen we nu zeggen: het was een mooie droom zolang het duurde. Er zijn door Big Farma miljarden mee verdiend, maar het is voorbij.

We blijven echter met één klein probleempje zitten. De Big Farma jongens zijn er nog niet aan toe om toe te geven dat ze met de antibiotica op een doodlopende weg zitten. Het zou hen sieren als ze dat wel deden en gracieus opzij stapten. Maar toegeven dat je iets niet kunt schijnt heel moeilijk te zijn, vooral als je heel rijk bent.

Maar goed, voor de genen die de uitzending gezien hebben vertel ik niets nieuws, maar er gingen een paar mannen naar Tbilisi, naar die heel bijzondere kliniek waar ze met bacteriofagen werken, want antibiotica hebben ze daar nooit gehad weet je. Ze genezen daar heel succesvol de meest smerige infecties met die virusjes die ze overal uit de natuur halen en waaraan eigenlijk weinig ontwikkelingskosten zitten. Honderden hebben ze er intussen. Die ene man liep de hele dag te krimpen van de pijn en slikte dan ook voortdurend pijnstillers. Hij had een bacteriële ontsteking van de prostaat. Antibiotica hielp helemaal niet. Met gebruikmaking van de juiste bacteriofagen is hij nu genezen. Uiteraard zijn hier na zijn terugkomst nog de nodige onderzoeken aan hem verricht die zijn genezing hebben bevestigd. Dan was er nog een man. Ze zeiden het niet, maar ik vermoed dat hij een diabetespatiënt was. Hij had een smerige ontsteking aan zijn voet. Het werd steeds erger en er was besloten dat die voet maar moest worden geamputeerd. Nou, je begrijpt, dat wilde hij niet. Ook deze man kwam in de kliniek in Tbilisi zijn ontstoken voet werd weer en gezonde voet. Gelukkig konden we als televisiekijkers het hele verhaal meebeleven, want de presentatrice was met een Tv-ploeg mee gereisd en voerde daar allerlei verhelderende gesprekken.

Daar in Georgië zijn de mensen die verantwoordelijk zijn voor wat er in die kliniek gebeurt allemaal artsen. Net als bij ons zijn ze op de universiteit opgeleid. Verder is het zonneklaar dat hun methode zeer goed werkt. Hier, waar de antibiotica niet meer werken en waar de nood eigenlijk dwingt tot doortastend handelen, heeft medicaland – vast en zeker onder druk van Big Farma – besloten dat er heeeel rustig onderzocht mag worden wat er nu waar is van dat bacteriofagen verhaal.

In Georgië wordt de methode al bijna honderd jaar toegepast. En volgens mij zijn die artsen daar minstens zo goed opgeleid als hier. Maar toch wordt er zand in de machine gegooid. In plaats van te zeggen: dit hebben we echt heel erg nodig, kom hier maar vlug een kliniek opzetten, dan kunnen wij hier gemakkelijker leren wat jullie allemaal al zo lang weten.

Weet je, ik had dit stukje “Arrogantie” willen noemen, maar dat heb ik nog even binnen gehouden. Maar wat vind jij nou. Hoe moet ik dat nou noemen. We zien iets dat heel veel doodzieke mensen kan helpen. Er is bijna een eeuw ervaring mee en er is heel veel overtuigend bewijs. Het is in vergelijking met de westerse geneeskunde ook nog eens goedkoop. Het zal mogelijk het aantal chronische en dus dure patiënten flink kunnen doen afnemen. En wat zien we? Zogenaamde zorgvuldigheid die maakt dat het nog veel te lang gaat duren voor die prachtige geneeswijze hier naast alles wat we al hebben een waardige plaats krijgt.                                                                                      Dus ik vraag het nog maar eens: hebben we nu te maken met arrogantie van wij kunnen alles beter of zijn de verantwoordelijke jongens gewoon zo stik jaloers dat ze er plat voor gaan liggen om het maar zo lang mogelijk tegen te houden. Ik weet het antwoord niet hoor. Zeg jij het maar.

Advertenties

Raar.

Ja, echt raar, politiek Den Haag.                                                                                        Gisteren met de commotie rond het vreselijke ongeluk dat twee militairen het leven kostte dacht ik: laat ik nu eens dat Kamerdebat volgen. Gelukkig hebben we een tv zender die de hele dag ongeveer de tweede kamer uitzendt.

Het was de dag dat Janine Hennis – eigenlijk de charmantste minister van defensie die we ooit hebben gehad – zich moest verantwoorden voor een gebeurtenis, waarvan iedereen die net iets meer verstand heeft dan een garnaal gemakkelijk kan uitrekenen dat ze er helemaal niets aan kon doen.                                                                            Ja, maar de minister is verantwoordelijk.                                                                            Wanneer is zo’n ministertje dan verantwoordelijk?                                                              Nou, eigenlijk altijd.                                                                                                            Geef nou eens een voorbeeld.                                                                                          Ja, wacht even… Oh ja… als er in de kamer besloten is, op aandringen van weer een andere minister dat er bezuinigd moet worden en dat de soldaten bij hun oefeningen geen losse flodders meer krijgen, maar dat ze gewoon “PANG” moeten roepen als ze een schot lossen. Dan is de minister verantwoordelijk als er per ongeluk een scherpe patroon het gebrek aan losse flodders vervangt en iemand wordt dodelijk geraakt.          Ook is de minister verantwoordelijk als de goede mortiergranaten tegelijk met het geld bijna op zijn en dat dan handige Henkie bij defensie roept dat hij een voordelig partijtje van die granaten op de kop kan tikken voor bijna niks. ´Ach ja´, zei hij nog, ´de jongens moeten er wel een beetje voorzichtig mee zijn. Ze kunnen niet zo goed tegen warmte.’  De minister hoorde dat natuurlijk weer nadat die troep al gekocht was.

Nou ja en toen kwam die andere minister – een beetje een gluiper vind ik dat eigenlijk altijd – die ging over buitenlandse zaken, maar die doet altijd net alsof hij weet wat goed voor ons en de wereld is. Hij zei dat we mee gingen doen aan een uitzending naar een stikheet Afrikaans land.                                                                                                      Toen, ja ik heb het ook maar van horen zeggen hoor, moet Janine gezegd hebben: ‘Je bent niet goed bij je hoofd, denk ik. We hebben alleen maar ouwe – en kapotte rotzooi. Die pantservoertuigen van ons daar kun je niet eens fatsoenlijk mee van Den Haag naar Rotterdam rijden. Ja, en dat is dan nog het beste wat we hebben.

Hij werd toen geloof ik een beetje pissig, want hij zei: je moet niet zo zeuren over tekorten en ondeugdelijk materiaal. Ik stond laatst zelf ook met een lekke band, dus die militairen die lossen het allemaal heus wel op, die zijn vindingrijk. We moeten ons gezicht ophouden naar het buitenland, dus we gaan gewoon naar Afrika. Zorg jij nou maar dat die jongens allemaal een beetje voorzichtig zijn dan komt het best goed. En toen liep hij gewoon weg.                                                                                                    Janine riep hem nog achter na: Je bent hartstikke gek, idioot, het kan helemaal niet. Ik neem dit niet voor mijn verantwoording.’                                                                            Hij hoorde het nog net dus hij draaide zich om en zei: ‘Ja, dat doe je wel, let maar op.’ Nou dat hebben we dus gisteren gezien.                                                                            Daar stond ze dan ons leukste ministertje van defensie.

Dan ontstaat er ook altijd zo’n misselijk makende vertoning. Al die partijtjes die boter op hun hoofd hebben, omdat ze allemaal met die bezuinigingen hebben ingestemd komen dan naar voren om lekker in te wrijven wat de verantwoordelijke minister had moeten doen. Alsof ze zelf iets anders kunnen dan lang en vruchteloos lullen.

Maar het zit me niet lekker, weet je.                                                                                  De gluipers in die politieke slangenkuil krijgen altijd hun zin.                                            Het zal het systeem wel wezen, maar het deugt toch niet.