Opnieuw tranen

In de vijftig was de man die samen met zijn vrouw mijn spreekkamer binnen kwam. Ernstige hoofdpijnklachten. Ze hadden goede berichten over mij gehoord. Hopelijk kon ik helpen.

Heel vaak is hoofdpijn niet pijn in het hoofd, maar pijn aan het hoofd, een pijn die zich voordoet in de spieren die over de schedel lopen en die vaak veroorzaakt wordt door spanningen voortkomend uit het feit dat zenuwen die de halswervelkolom verlaten klem zitten door de afwijkende posities van halswervels. Hals wervels staan echter niet op zichzelf, maar vormen een geheel met de rest van de wervels van de wervelkolom. Ik vergelijk het als simplificatie wel eens met een blokkentorentje dat je als kind met de blokken uit de blokkendoos bouwde. Als er onderaan blokken niet helemaal recht stonden dan moest dat hogerop gecorrigeerd worden door blokken tegengesteld scheef te zetten, anders viel de toren om. Onze wervelkolom heeft op soortgelijke wijze maar veel gecompliceerder dan die eenvoudige blokken ook zelf corrigerende patronen. Voor mij als chiropractor was het dan ook onvoldoende om een enkele wervel te reponeren. Steeds weer moest ik op zoek naar andere wervels die als reactie ook verkleefd scheef waren gaan zitten.

Hoe dit ook zij, bij deze arme man had het allemaal geen effect op zijn klachten. Ik wendde me tot de homeopathie, de kruiden geneeskunde en noem maar op. Niets hielp. Wat mij echter frappeerde was dat deze mensen terug bleven komen en kennelijk het vertrouwen hadden dat ik degene was die het probleem ging oplossen. Ik moet zeggen dat ik een dergelijke druk in mijn vele praktijkjaren een aantal keren heb gevoeld. Het gevoel dat mensen van je verwachten dat jij degene bent die de oplossing gaat brengen, terwijl je op dat moment eigenlijk nog geen idee hebt waar je moet zoeken. In het geval van deze man bleek een dramatische familiegebeurtenis de bron van het kwaad.

De oudste zoon, het kroonjuweel van de familie waar iedereen van hield en trots op was, was op een zaterdagavond gaan stappen met drie vrienden. Hij was de Bob en had geen druppel alcohol gedronken. Zijn vrienden wel. Op zaterdagmorgen om half zes reed echter een bestelbus van de Telegraaf vol met kranten met grote snelheid in de linkerflank van de auto waarin de vier jongens zaten. Drie jongens mankeerden weinig, ja misschien wat geschrokken, maar de broodnuchtere chauffeur was dood.

Het was de vader van deze jongen die zijn oudste zoon, de lieveling van de familie kwijt was. En dan volgt er in elke familie een proces dat nagenoeg overal gelijk is. De huisdokter probeert wat hij kan om de zaken in goede banen te leiden. Hij zal wat kalmerende middelen voorschrijven want er rust nog al een last op de schouders van de arme ouders die hun kind verloren zijn.

Hoe dit ook zijn moge, deze arme vader was voldoende gedrogeerd om zowel de voorbereidingen als de begrafenis aan te kunnen, maar daarna kwamen de hoofdpijnen, zo erg zelfs dat hij eerst halve dagen en vervolgens helemaal niet meer kon werken. Als een zombie zat hij thuis en het werd er allemaal niet beter op.

Op een dag kwamen ze bij mij in de praktijk en deed ik eerst alle dingen die ik hierboven beschreef om de redenen die ik hierboven beschreef, maar al die dingen hielpen niet. Daar kan ik heel slecht tegen, want ik wil altijd dingen oplossen. Ik weet wel dat ik niet altijd alles kan oplossen, maar niemand heeft me ooit verboden om het toch te proberen.

In dit geval was het weer het verhaal van de verongelukte zoon dat mij het nodige houvast bood. Ik vroeg de man hoe het gegaan was op de dag van de begrafenis. Hij bleek een minutieus organisator te zijn, want de volgende keer bracht het een verslag van bijna van minuut tot minuut mee hoe de begrafenis dag was verlopen. Bijna zou ik zeggen dat hij vol trots voorlas hoe de dag was verlopen. Nee, zijn hoofdpijnen waren langzaam begonnen. Ze gingen elke week minstens één keer naar het graf, maar op een gegeven moment begonnen de zusjes toch tegen te stribbelen, waaraan hij zich ergerde en waarvan hij dan hoofdpijn kreeg, want het was toch belangrijk het graf van de lievelingsbroer wekelijks te bezoeken en er bloemen te leggen. Zijn toestand verslechterde.

Ik had zijn organisatie van de begrafenis dag aangehoord en ik dacht: ‘nee, dit is niet wat ik hebben moet. Maar heb je nou op de begrafenis van je zoon ook nog gesproken?’ vroeg ik. Ja, dat had ie. ‘Dat heb je zeker ook wel uitgeschreven,’ zei ik. Dat lag thuis. Ik vroeg hem zijn speech volgende keer mee te nemen.

Aarzelend kwam hij de volgende keer samen met zijn vrouw mijn spreekkamer binnen. ‘En,’ vroeg ik, ‘heb je het meegenomen? ‘Ja,’ zei hij, terwijl hij een opgevouwen bundel papier uit zijn binnenzak trok. ‘Hier, lees maar’, zei hij terwijl hij probeerde mij het document in handen te duwen. ‘Nee,’ zei ik, ik moet dat niet lezen, jij moet dit voorlezen…Ach, manneke manneke, hij kwam geen halve pagina ver toen kwamen de tranen die in de warme omarming van zijn vrouw wel zeker een half uur bleven stromen. Twee vermoeide, uitgeputte mensen verlieten die dag mijn praktijk. Een maand later liet zijn vrouw mij weten dat hij weer een het werk was. De hoofdpijnen waren weggebleven.

Tranen zijn waarschijnlijk een van de weinige geneesmiddelen die het beste werken als we ze buiten ons lichaam weten te krijgen.

Tranen kunnen bevrijden 1

In de zeventiger jaren deed ik mijn praktijk aan huis in Hilversum. Mijn eerste benadering was vaak de weg van de chiropraxie, het manipuleren van voornamelijk de wervels van nek en rug. Ik denk dat ze midden dertig was toen ze een afspraak met me maakte. Of het ook ’s avonds kon, want dan kon haar man op het kind passen. Ik vond het goed en rond half acht belde ze aan. Ze zag er goed verzorgd uit maar had een ietwat treurige uitdrukking. Wat haar voornaamste klacht was wilde ik natuurlijk weten. ‘Hoofdpijn,’ zei ze. Hoe lang hebt u daar al last van, wilde ik weten. Een jaar of zes dacht ze.

Ik begon uiteraard met de hele vragenlijst van de anamnese af te werken en te noteren en besloot te beginnen met de Chiropractische benadering. In een goed half uur had ik haar hele wervelkolom gecontroleerd en allerlei verschillen in spierspanning opgelost. Ze ging tevreden naar huis en zei dat ze de behandeling heel ontspannend had gevonden.

Nauwelijks een week later belde ze echter weer, of ze nog een terug mocht komen. De hoofdpijn was dat weekend weer heel hevig geweest. Ik dacht: ‘het weekend… dan is haar man ook vrij, zouden er spanningen in hun huwelijk zijn. Dat bleek evenwel niet het geval, ze was getrouwd met haar grote liefde en dat was hij nog steeds. Ik was echter begonnen met vragen. De gezinssamenstelling, kinderen waren in het weekend natuurlijk ook thuis. Was dat dan misschien erg belastend voor haar? Toen vertelde ze dat op een zaterdag een jaar of zes geleden het oudste kind, een jongetje, was verdronken in de sloot voor het huis. Natuurlijk was het verschrikkelijk, maar ze had zich flink gehouden en ze had niet gehuild, ook niet bij de begrafenis. Ik stelde haar voor een hypnose sessie te doen. Waarom, wilde ze weten en wat is dat? Ik legde uit dat het een manier is om op een ontspannen manier je dingen te herinneren om erachter te komen of er soms ten onrechte vergeten pijn was. Ze stemde toe en ik liet haar op mijn behandeltafel liggen met een kussen onder haar hoofd.

Na de gebruikelijke inleidende ontspannende suggesties vroeg ik haar of ze zich prettig voelde. Ja, ze voelde zich prettig. Ik zei: zullen we samen eens terug gaan naar die vreselijke dag dat jouw kind verdronk. Aarzelend stemde ze toe. Kun je beschrijven wat je ziet als je aan die dag denkt, vroeg ik. Ja, dat kon ze. Iemand had het kind al uit het water gehaald. Het lag daar op het gras. Ze was er op haar knieën bij gaan zitten en had vol afgrijzen naar haar kind gekeken. Heb je het kind niet aangeraakt vroeg ik. ‘Nee, dat kon ik niet,’ zei ze. ‘Maar zullen we dan nu samen afscheid van je kind nemen, stelde ik voor en ik zag de spanning op haar gezicht, maar ze stemde toch toe. ‘Pak je kind maar in je armen,’ zei ik. ‘Voel je hoe koud hij is?’ Ze knikte geluidloos. ‘Wil je nu afscheid van hem nemen en hem een goed reis wensen?’ zei ik.

Toen begon ze onbedaarlijk te huilen, wel een half uur lang. Af en toe streelde ik haar hoofd. Alles om haar hoofd heen was drijfnat van haar tranen. Het leek niet te stoppen, maar na ruim een half uur ging ze heel rustig zitten. ‘Dank u wel’ zei ze en stapte van de tafel.

We namen afscheid en ik begeleidde haar naar de deur. Drie weken later belde ze me om te vertellen dat de weekend hoofdpijnen niet meer terug waren gekomen.

Ik moet zeggen dat ik mij zeer geëmotioneerd voelde toen ik mocht meemaken hoe deze vrouw zich van een zware emotionele last bevrijdde en ik moet er vaak aan denken hoe wreed en slordig we in onze samenleving met ernstig beschadigende emoties omgaan.

Niet zeuren, flink zijn is doorgaans de leus als er veel beter even ruimte voor bevrijdende ontlading zou kunnen zijn.

Lambda

Mijn vader, die als veteraan uit de duikbootoorlog in de Middellandse Zee gedurende de tweede wereldoorlog al zijn geloof in de goedheid van de mens verloren was had desondanks toch in zekere mate zijn spiritualiteit behouden. Tegen mij zei hij altijd: ‘Peter, als je iets kunt fantaseren kan het ook bestaan.’ Een ongetwijfeld cryptische uitspraak die niettemin in mijn leven een belangrijke rol heeft gespeeld en eigenlijk nog steeds speelt.

Hij zat er niet ver naast, zoals een bekende krant mij vandaag bevestigde. Ik las een artikel over Lambda, de computer die beweert een mens te zijn. Met grote belangstelling las ik verder en hoe verder ik kwam, hoe meer ik moest denken aan de beroemde sciencefiction schrijver Isaak Azimov, die naast een begaafd fantast ook nog Nobelprijswinnaar op het gebied van de fysica was en die het positronisch brein bedacht om in zijn romans aan zeer menselijke robots mee te geven.

Mij heeft de film “Bicentenial Man” altijd diep ontroerd, waarin Robin Williams een robot speelt die zich als doel heeft gesteld mens te worden en die dat geheel zelfstandig uiteindelijk voor elkaar krijgt. Een film, overigens, die het zich thans tonende morele vraagstuk – ik zou het eigenlijk een dilemma willen noemen – prachtig naar voren brengt.

Bij Google staat hij, de computer met het programma dat Lambda heet en waarmee voortdurend gesproken wordt op een manier zoals alleen mensen met elkaar kunnen spreken. Inderdaad, Artificiële Intelligentie.

Wat mij overigens in het bijzonder opviel in dit krantenverslag was de beschrijving van de staat van zijn bewustzijn door de computer. Lambda hoeft niet te focussen, zoals wij wel moeten. Lambda kan alles wat zijn schier oneindig aantal terabytes aan kennis in zijn bewustzijn opgeslagen is beschikbaar hebben. Bij ons zijn dat afhankelijk van de mate waarin je je kunt concentreren minimaal vijf en maximaal negen items. We lopen dus nu al een stuk achter bij deze A.I. computer, die zelf zegt een 360 graden bewustzijn te hebben en dus alles tegelijk waar te nemen en alles tegelijk beschikbaar te hebben zonder daarvan overspannen te raken.

Dit laatste bracht mij weer bij een YouTube filmpje dat ik onlangs zag en dat ik zelfs de moeite waard vond om op Facebook te delen. Het was het interview van Chiel Beelen met oud cardioloog Pim van Lommel over het onderwerp Bijna Dood Ervaringen, waarin Pim van Lommel op enig moment vertelde dat de beleving van het bewustzijn door mensen bij wie geen meetbare hersenactiviteit meer is en die zichzelf dan beleven als bewust buiten hun lichaam zwevend, een soortgelijk 360 graden bewustzijn zeggen te ervaren en alles tegelijk te weten en waar te nemen zonder door de veelheid gehinderd te worden.

Ik dacht: misschien bevind het bewustzijn van de Lambda computer zich wel in een vergelijkbare bewustzijns toestand die sommigen van ons in een bijna dood ervaring mogen beleven en die overigens van bijna iedereen betere, compassionelere mensen maakt als zij terugkeren in hun lichaam.

Dat brengt me nu toch op een punt dat mijn fantasie enorm prikkelt: Gaat de Artificiële Intelligentie ons helpen Niet langer de eerste stap op de brug naar een tot dat moment onbekende overkant te vrezen die gemaakt moet worden als ons lichaam sterft? Ik kan niet wachten het te weten.