Enigma, het eeuwige raadsel, het geloof?

Kun je een naam geven met het doel een besef op te roepen, een bewustzijnstoestand te doen beleven die onmogelijk bij onze werkelijkheid kan horen? Het is het reële streven van elke religie. Bovendien is het een nog nimmer werkelijk geslaagde poging tot het sociaal en geestelijk samenbinden van mensen, een poging die zich ongegeneerd bedient van het enigma, het raadsel waarin je wordt aangemoedigd waarheidszin en zingeving te putten uit het geloven in – en bewust afzien van iets waarin wij in ons dagelijks leven alle waarheid en werkelijkheid plaatsen: het bewijs. Ja,’ zegt men dan, ‘dat is het mysterie waarin wij geloven. Wij geloven in een oordelende doch genadige en vergevingsgezinde schepper en toezichthouder. Niet alleen op ons leven, maar op alle leven op Aarde. Wij geloven dat er zin en rechtvaardiging is voor alles wat wij beseffen niet te kunnen begrijpen en dat noemen wij… nee dat is God voor ons.

Dat overigens aangeleerde en eeuwenlang overgedragen besef van onbegrijpelijke, doch als onbetwijfelbaar beleefde realiteit bindt ons ook al eeuwen samen in groepen waarbinnen het besef van dit onvermijdelijk doch reële enigma op identieke wijze wordt benoemd en waarbij juist die wijze waarop de beleving onderling wordt benoemd en bevestigd hechte zekerheid in de zin van het leven betekent.

Zo hecht is het door deze enigmatische gezamenlijke zekerheidsbeleving dat men groepen mensen die op identieke wijze doch inhoudelijk of vaak zelfs slechts semantisch van als anders beleefde opvattingen blijk geven als vijanden van de waarheid ziet. De eeuwenlange strijd tussen geïnstitutionaliseerde religies laat dat duidelijk zien. Zo groot blijkt de door velen beleefde behoefte het onbegrijpelijke, enigmatische als enige en eeuwige waarheid bevestigd te zien.

Zijn dan al die gelovige mensen misleid, omdat ze onbewijsbare dingen aannemen. Als we objectief kijken naar de vele verschillende overtuigingen die, althans in mijn geest, een enorme warboel aan twijfels oproepen, nou ja enerzijds dan. Anderzijds weten we natuurlijk zeker dat van alles dat niet kan worden bewezen ook niet kan worden bewezen dat het niet waar is. Nu, dit laatste is natuurlijk wel het zwakste argument om het onderwerp serieus te nemen. Ik zal derhalve met iets beters moeten komen en dat is er ook. Een heel belangrijk argument is te vinden in de vrees en onzekerheid als het gaat om de dood die bij de meeste mensen lijkt te heersen. Het onbegrijpelijke onbekende moment dat we niet langer een menselijk lichaam zijn, dat moment roept in heel veel mensen vragen op die antwoorden behoeven.

In onze wereld – ik kan het niet anders duiden – heeft dit veelvuldig geleid tot groepsvorming met duidelijke leiding. Hier hebben we natuurlijk absoluut te maken met een commerciële component. Mensen sluiten zich aan, zijn lid van geloofsgemeenschappen kerkgenootschappen die weer geleid worden door professionele leiders die zonder uitzondering de boodschap uitdragen dat de wereld paradijselijk zou zijn als iedereen tot hun genootschap zou behoren. Op deze wijze zijn door de eeuwen heen sterke economische wereldbewegingen ontstaan, waarvan we in heel veel landen ook de politieke representaties zich zien manifesteren.

Filosofisch als mijn lezers natuurlijk zijn kan er meewarig met het hoofd worden geschud in de duidelijke overtuiging dat het toch weer allemaal om geld en macht gaat. Dat komt echter doordat de oorspronkelijke behoefte aan begrip en zekerheid over wat niet meer dit leven is overal langzamerhand vervallen is tot een soort gezamenlijke façade onder het motto: dit is mij allemaal persoonlijk veel te ingewikkeld om zelf antwoorden op te vinden en daarom heb ik me aangesloten bij een groep waar we allemaal dezelfde ideeën over dit onderwerp hebben. Dan hebben we in ieder geval het gevoel dat een aantal belangrijke levensvragen in ons leven zijn opgelost en dat we ons daarover in elk geval niet al te veel zorgen behoeven te maken.

De maatschappelijke vormgeving zal veel mensen die zich in de eerste plaats veilig willen voelen binnen een groep gelijkgestemden tevreden stellen en geen uitdaging vormen om naar de diepste bron van het verschijnsel te zoeken.

Is die diepste bron er dan? Veel mensen beseffen het zonder er dieper op in te gaan. Probleem is natuurlijk dat we nagenoeg alles in het leven kunnen benoemen, er een naam aan geven dus. Niet alleen in de wetenschap, maar ook in het gewone dagelijkse leven heeft alles een naam en is ergens oorzaak of gevolg van. Maar dingen buiten ons leven zijn zo moeilijk te benoemen. Vragen als: je leeft niet meer; is er dan nog iets en als dat zo is wat dan, hoe voelt dat, hoe ziet het eruit.

Steeds vaker vernemen we tegenwoordig de belevenissen van mensen met zogenaamde “bijna dood” ervaringen. Je kunt ze gemakkelijk vinden op media als YouTube. Bijna altijd hebben we dan te maken prachtig helder licht en warmte en vaak ook de beschrijving van een toestand waar men eigenlijk niet meer weg wil. Als regel laten dat soort ervaringen intense herinneringen na en vormen vaak ook de bron van een geheel nieuwe zingeving in het leven van mensen die een dergelijke ervaring hebben gehad. Als je het geluk hebt gehad een dergelijke bijna dood ervaring te mogen beleven en daarna gezond en wel voort te leven, dan zul je waarschijnlijk voor de rest van je huidige Aardse bestaan rondlopen met het besef dat doodgaan niet iets is om bang voor te zijn, integendeel.

Dan is er ook nog het mysterieuze onderwerp ‘reïncarnatie’ dat letterlijk betekent opnieuw vlees worden, opnieuw geboren worden dus eigenlijk. De Duitse psychiater Thorwald Dethlefsen schreef daarover in de vorige eeuw een boek onder de titel: Terug Naar Vorige Levens. Deze dokter had iets gedaan wat nog niemand voor hem gedaan had. Niet heel bijzonder was dat hij mensen onder hypnose door middel van suggesties terug liet gaan naar hun geboorte en dan verder terug. Iedereen zou op het eerste gezicht opmerken dat er daarvoor niets was, om de simpele reden dat wij er toen nog niet waren, maar deze psychiater deed het heel slim. Hij gaf bijvoorbeeld suggesties dat je nog in het moederlichaam zat en dan stelde hij met allerlei fantasie suggesties voor dat je terug zou kijken, Hij liet je bijvoorbeeld in gedachten in een lift naar beneden gaan of hij liet je in gedachten achteruit rijden of varen. Hij maakte aan zijn proefpersonen van meet af aan duidelijk dat ze geen enkele werkelijkheidswaarde moesten toekennen aan wat ze zagen, hoorden of voelden, maar dat het pure fantasie was wat de proefpersonen meemaakten. Op die manier voelden de mensen zich onder hypnose volkomen vrij om te zeggen wat ze beleefden. Dethlefsen schreef alles nauwkeurig op. Vaak vertelden mensen in hun trance hoe ze heetten en waar ze leefden en wanneer ze geboren waren, in hun fantasie dan natuurlijk. Dethlefsen nam echter de moeite om feiten die zijn proefpersonen onder hypnose noemden na te trekken in bijvoorbeeld de burgerlijke stand als dat mogelijk was. Op die manier kwam hij erachter dat sommige van zijn proefpersonen volkomen onbekende mensen uit het verleden tot in detail beschreven. Dit materiaal vormde de basis van het bovengenoemde boek, waarin Thorwald Dethlefsen als eerste de belevenissen van mensen in vorige levens beschrijft, levens die bewijsbaar echt waren van mensen die op geen enkele manier uit de geschiedenis, anders dan de gegevens uit de burgerlijke stand bekend konden zijn en waarvan de betreffende proefpersoon op geen enkele manier kennis had kunnen nemen. Kortom het was heel redelijk aan te nemen dat deze proefpersonen flarden uit hun eigen eerdere levens beleefden.

Overigens moet worden opgemerkt dat de idee dat wij steeds opnieuw geboren worden vroeger over het algemeen door de meeste mensen aangenomen werd. Het is eigenlijk het Christendom geweest dat de reïncarnatie gedachte, de zekerheid dus dat we telkens weer in een andere vorm opnieuw leven zoveel mogelijk heeft vernietigd en niet zonder reden. Het Christendom belooft immers de eeuwige hemel na het brave en oppassende leven volgens de regels van de leer. Daarbij kun je natuurlijk geen reïncarnatie hebben, want dan valt de hele belofte van de hemel en het eeuwige gelukzalige leven in Gods aanwezigheid in duigen. Nee, met de reïncarnatieleer raken de Christelijke kerken hun betalende klanten kwijt en ik heb ooit een dominee die anderhalf jaar in de Verenigde Staten had gewerkt horen zeggen dat Godsdienst natuurlijk in de eerste plaats handel is. Ja, windhandel denk ik dan, want het product, het eeuwige leven in de hemel, kent geen garantiebewijzen.

Toch geloven mensen hier heel sterk in en niet zonder grond. Alleen is die grond een andere dan zij vermoeden. Zonder die grond zou echter nooit iemand religieus zijn. Er moet iets zijn dat we niet of niet goed begrijpen, maar waarvan we toch tegen ons gewone verstand in begrijpen dat het er moet zijn.

Omdat ik niet gebruik kan maken van bestaande dingen betreffende ons wezen als we geen lichaam hebben bedacht ik ooit een vergelijking. Elke vergelijking gaat mank, ik weet het, maar ik probeer het toch, omdat ik dingen verklaren met behulp van vergelijkingen vaak heel aantrekkelijk vind.

Nu dan. Stel je eens voor een video opname. Die opname staat op een medium dat we nog nooit hebben gezien. Het medium kan afspelen en opnemen, soms zelfs tegelijkertijd. Nou mooi, dat medium ben jij. Je merkt daar echter pas iets van als het wordt afgespeeld (dan wordt je bij voorbeeld geboren en begin je je in te leven in deze nieuwe film die zo echt lijkt dat je denkt dat het je echte leven is, want je voelt, ziet, hoort, proeft en beleeft alles. Dat medium lijkt wel een geheimzinnig neurologisch netwerk dat zich buiten de tijd en materie bevind. Tja, die film kan natuurlijk net zo goed een droom zijn. Jij merkt het verschil niet.

Ach, ik schreef het al elke vergelijking gaat mank, zeker als het over dingen gaat die niet van onze werkelijkheid zijn.

Weet je wat, ik doe nog een vergelijking om op te kauwen. Stel, je krijgt een idee. Weet jij dan hoe groot dat is, dat is dus de vraag: hoe groot is een idee? Of, nou ja, nog eentje dan. Heb jij enig idee hoelang het moment “nu” duurt? Ja precies, oneindig kort. Toch beleef je het volledig.

Ik strooi wat onzekerheden. Dat doe ik expres omdat zekerheden naar mijn mening niet alleen strontvervelend, maar ook bedrog zijn. Vraag het maar aan de verzekeraars, die weten het wel.

Apparaatziek

Waarschijnlijk wist je wel dat je van sommige apparaten ziek kunt worden. Dan hebben we het over apparaten die veel straling afgeven, zoals mobiele telefoons – hoewel ik daar zelf tot nu toe weinig van merk – en apparaten die veel lawaai maken, of apparaten (volgens mij is dat tegenwoordig verboden) die onkruidverdelger op de openbare weg gebruiken. Nou ja, zulke apparaten dan. Dat wisten we eigenlijk wel dat je daar ziek van kunt worden. Maar zo’n apparaat bedoel ik niet. Ik wil het nu hebben over een bloeddrukmeter. Zo’n elektrische om je bovenarm weet je wel.

Vroeger had ik trouwens een echte kwik-bloeddrukmeter. Daar zat een hoeveelheid kwik in die heel nauwkeurig – nauwkeuriger kon eigenlijk niet – je bloeddruk liet zien. Nou ja, je moest dan wel geleerd hebben hoe het moest en met die meter was het ook niet erg handig om het bij jezelf te doen. Vroeger hadden we echter alleen maar van die meters. Dat ging als volgt: er ging een oppompbare band om de bovenarm, Dan had je een rubber bal in je hand waarmee je de lucht in die band om de arm kon pompen. Bovenaan die rubberbal zat een kraantje, waarmee je weer langzaam de lucht uit die band om de arm kon laten lopen. Daarbij had je dan een stethoscoop nodig en een goed gehoor. De stethoscoop deed je in je oren en de kop zette je in de elleboogplooi waar het grote bloedvat naar de onderarm loopt, En dan kon het meetproces van de bloeddruk beginnen. Met dat rubberballetje in je hand moest je de druk in de band om de arm zo hoog oppompen dat je zeker wist dat je kwikkolom hoger aangaf dan de hoogste te verwachten bovendruk (systole) In je stethoscoop hoorde je dan niets, want het bloed kon er niet door, werd door de knellende band tegengehouden. Dan liet je met het kraantje aan het pompballetje in je hand heel langzaam lucht uit de band om de arm lopen. Langzaam doen hoor, want op een gegeven moment hoorde je met de stethoscoop op dat bloedvat in de elleboog dat het zachtjes begon te kloppen. Dan keek je naar de kwikkolom en las af wat de systole of bovendruk was. Maar dan was je nog niet klaar, want je wilde ook nog de diastole of onderdruk weten. Met dat kleine kraantje liet je dan steeds meer lucht uit die knellende armband lopen tot het moment dat je met je stethoscoop die hartslag niet meer in dat vat in de elleboog hoorde. Het moment dat het geluid wegviel was weer een moment om naar die kwikkolom te kijken, want die gaf op dat moment de diastole of onderdruk aan.

Iedereen die wel eens bij de huisarts is geweest en zijn bloeddruk heeft laten meten weet dat de artsen nogal gehecht zijn aan bepaalde veilige waarden. Je kunt je dat misschien ook wel voorstellen, want als je een band of een ballon te hard opblaast of pompt kan hij springen en als die band toevallen een bloedvat in jouw hoofd is, dan heb je echt een probleem. Het is dus nuttig om die bloeddruk getallen een beetje in de gaten te houden, hoewel sommige artsen de neiging hebben wat te overdrijven, meestal omdat ze de ervaring hebben dat mensen anders niet goed luisteren.

Nou goed, Dat hele ritueel van de kwikkolommeter werd al snel vervangen door een ronde manometer en later door een elektronische – volkomen automatische bloeddruk meter. Nou, dat is nu het apparaat waarover ik het vandaag eens wilde hebben, want daarvan kun je ziek worden. Nou ja, ziek, heel ongerust en van ongerust kun je best ziek worden.

Ik had zo’n elektronische meter. Band om je arm, druk op de knop, dan werd die band opgepompt tot ie heel stijf om je bovenarm zat en dan begon de lucht er langzaam uit te lopen, net als vroeger met dat kraantje, en dan verschenen in het schermpje drie getallen: de bovendruk, de onderdruk en je hartritme (slagen per minuut) Handig zul je zeggen. Probleem is echter hier het antwoord op de vraag of de techniek deugt, of de meter gekalibreerd is dat je zeker kunt weten dat die waardes die je in dat schermpje afleest net zo betrouwbaar zijn als toen je nog die meter met die kwikkolom gebruikte. Daar zit nou het probleem. Je denkt namelijk: ik heb voor een aantal tientjes (meer kosten ze doorgaans niet) zo’n ding gekocht en dat zal toch wel getest en accuraat bevonden zijn. Maar dat is dus helaas niet altijd zo.

Ach, normaal meet ik eigenlijk bijna nooit mijn bloedruk. Ik weet dat hij altijd iets aan de hoge kant is, maar nooit veel en ik ben nu eenmaal een opgewonden standje en dan wil de bloeddruk nog wel eens stijgen. Laatst kwam ik echter met wat vocht achter de longen en een beetje benauwd bij de huisarts die zo verstandig was mij maar door te verwijzen naar de cardioloog. Die liet een echo maken en een ECG en hij zei: heel erg is het nog niet, maar je hebt wat last van hartfalen. De slagkracht van het hart is dan verminderd. Eigen schuld dacht ik, want ik zit veel te veel achter deze computer en ik beweeg veel te weinig. Nou goed, dat laatste daar ben ik nu wat cardiogymnastiek voor aan het doen op de hometrainer. Verder gaf de cardioloog mij wat medicijnen om de bijna tien kilo overtollig vocht af te voeren waar ik zo benauwd van was. Ook dat gaat goed. Maar toen kwamen we bij de bloeddruk en mijn mooie elektronische meter van het merk “Medisana” gaf als maar waarden aan waarbij zelfs de onderdruk steeds maar boven de 110 bleef en dat is echt niet goed. Ik werd er een beetje treurig van, wat verder ging het eigenlijk steeds beter, maar ja als die bandenspanning…Nou ja ik maakte me ongerust.

Gelukkig herinnerde ik me ineens dat die cardioloog ook nog had gezegd: koop nou een bloeddrukmeter die door de hartstichting is goedgekeurd. Maar ik dacht natuurlijk eerst: ‘ja, doei, ik heb een elektronische bloeddruk meter.

Maar ik ging toch twijfelen. Vandaag werd mijn nieuwe elektronische automatische bloeddrukmeter van het merk “Omron” bezorgd. Nou, ik direct meten natuurlijk en wat denk je? Bijna normaal die bloeddrukwaardes van mij.

Kennis is leuk, maar je moet wel goeie spullen hebben.

Alles is mijn schuld??

Ik ontwaak half uit een verwarrende droom. Een droom van het soort waarin je denken heel langzaam op gang komt en je het wanhopige gevoel krijgt: ‘ik wil hier uit, ik kan dit niet, ik wil dit niet. Ik word gedwongen, ik moet.

In mijn half ontwaakte toestand ben ik op een soort dijk die door het land loopt waar mijn oplossingen moeten voorkomen dat er atoomgeweld wordt ingezet. Het gaat over – herinner ik me nu vagelijk –  kerkelijke vraagstukken – ja, hoe haal je het bij elkaar – waarvoor de paar anderen om mij heen foute antwoorden geven, waardoor de nucleaire ellende steeds maar dichter bij komt. Het is benauwend. Ik wordt er wakker van en ik hoop dat de waanzin door het wakker worden uit mijn hoofd verdwijnt, maar dat gebeurt niet. Ik blijf het gevoel houden dat het mijn schuld is dat het straks mis gaat. Uit bed gaan en opschrijven welke kromme onontkoombaarheid zich in mijn hoofd blijft afspelen is het enige wat overblijft. Ik zal hoe dan ook wakker moeten worden en blijven tot duidelijk is dat mijn invloed op de nucleaire ondergang van de wereld helemaal niets met mij te maken heeft, maar ook dat ik helemaal geen enkele twijfel meer ervaar.

Een doodenkele keer heb ik dit soort dromen, waar in ik bijna bewust denk dat ik hartstikke gek wordt van de verantwoordelijkheid die ik moet, maar niet kan – en wil dragen.

Zou het leven dan echt zo in elkaar zitten of is het een uiting van werkelijke vrijheid je geest gewoon aan dit soort valse drogredenen te onttrekken, erom te lachen en weg te lopen. Ik weet dat het hier een van de zelfbedachte werkelijkheden betreft. Ik beleef het even alsof het echt is, maar het is één van mijn verhalen, maar wel een verhaal dat mij voorlopig geen kans geeft te ontsnappen

Mogelijke spanningsbron, de avond tevoren: we zijn gezellig bij vrienden. Heel even komt het onderwerp vaccinaties langs. Onze gastheer en gastvrouw geven in een soort houding van vertrouwen aan dat ze alle aanbevolen prikken natuurlijk genomen hebben. Ik wil bijna iets zeggen. Mijn vrouw zit naast me, voelt mijn neiging en blokkeert me door haar lichaamshouding. Natuurlijk houd ik mijn woorden in want ik wil het werkelijk gezellige feestje niet bederven door de in mij opkomende gedachte uit te spreken dat ze de kans lopen in het najaar plotseling te overlijden, wat ik natuurlijk ook niet zeker weet, maar wat ik mijzelf heb doen geloven door kennis te nemen van de mening van allerlei lieden, waarvan ik op grond van hun bekendheid en medische kennis mag aannemen dat ze er verstand van hebben. Ik ervaar op dit moment een ernstig dilemma. Nu begin ik mijn probleem te overzien. Mijn besef van wat er gebeuren kan laat mij ook niet onberoerd als ik slaap en droom. Op dat soort momenten is de beschermende kracht die me de hele verdere dag door duidelijk maakt dat de werkelijkheid in de nabije toekomst ellendig kan zijn, maar dat ik er niets aan kan doen en dat ik van dat besef alleen maar last krijg als mij er de mond over wordt gesnoerd en ik om de lieve vrede van het moment niets zeg. Overigens is dat een afspraak tussen mij en mijn vrouw, waardoor nutteloze conflicten vermeden worden.

Feit: een groot deel van de gevaccineerde mensen zal geen enkel nadeel ervaren, ofwel omdat ze het lichamelijk verdragen, ofwel omdat ze consequent met placebo’s zijn ingespoten. Die methode is en wordt namelijk gebruikt om de misdaad te verbergen. Het heeft derhalve voor mij geen enkele zin de klok te luiden over dingen die onvermijdelijk zijn en die voor de mensen die het betreft alleen maar erger zijn als ze het zich bewust worden. Mijn zwijgen dient derhalve de innerlijke vrede die gevaccineerde mensen nog kunnen hebben zonder een door mij of anderen gebrachte doemverwachting.

Wel is het zinvol om op welke manier dan ook te helpen voorkomen dat de schurken verder gaan met hun moorddadige aanmoedigingen en aanprijzingen van de zogenaamde boosterprikken. Ik krijg een heel klein beetje troost uit de waarneming dat publiekelijk steeds duidelijker wordt welke schandelijke poging tot massamoord nog steeds bezig is en dat daardoor het tij zal keren.

Ik ben geboren in negentien veertig, vlak voor de oorlog begon. Zoveel dingen gebeurden er waarvoor ik geen woorden of begrip had en die me als klein kind deden krijsen van angst.

Het is allemaal lang geleden, maar niet lang genoeg. Die woordeloze angst die je nooit helemaal weggeredeneerd krijgt blijft aan mijn huid kleven. Ik praat erover met jongere mensen en merk alleen maar dat die gevoeligheid aan mij ligt.

Eigenlijk kan ik me niet herinneren ooit bang voor de dood te zijn geweest. Het is tenslotte de enige zekerheid die we hebben. Ik ben bang voor de wrede egoïstische heerszuchtige macht die – net als in de vorige wereldoorlog – probeert de wereld van ons mensen te overheersen en voor wie wij niet meer zijn dan gebruiksvoorwerpen die gemakkelijk vervangen kunnen worden, want als dat gebeurt sterft het mooiste wat we hebben, onze geest die van het leven kon genieten zoals we dat zelf wilden en bedachten.

Aggregatietoestanden

Water, ach water kennen we allemaal, Ook kennen we allemaal de drie toestanden waarin water kan worden aangetroffen, afhankelijk van de temperatuur waarin het zich bevindt. Onder nul graden Celsius is het ijs, kristallijn en hard. Tussen 0 en 100 graden Celsius is het vloeibaar. Daarboven is het stoom, of waterdamp. Daar is overigens nog iets mee, want als je die stoom verder gaat verhitten – dat was het geheim wat in de stoommachines van weleer werd gebruikt – dan kon de stoom dissociëren. Splitsen eigenlijk in de samenstellende elementen, waterstof en zuurstof, waardoor opeens het volume en daarmee de druk vergrootte.

Nu is het eigenlijk zo dat alle natuurlijke elementen in elk geval die drie aggregatie toestanden kennen, vast, vloeibaar en gasvormig. Bij uiteenlopende temperaturen, dat natuurlijk wel. Zo kan CO2 bij een druk van 50 bar bij kamertemperatuur vloeibaar worden, maar wordt het pas bij – 78 graden Celsius vast. Waterstof krijg je pas vloeibaar bij -272 graden Celsius en ook nog onder druk.

Allerlei technieken hebben we uitgevonden om allerlei stoffen vloeibaar te maken, vooral ook omdat we gemerkt hebben dat er dan in hun vermogen om elektriciteit te geleiden dingen veranderen. Sommige materialen worden dan supergeleiders en hebben dat dus helemaal geen weerstand als er elektrische stroom doorheen wordt gestuurd.

Mijn vorige openbaring schreef ik in de gedachte dat wij, als we tenminste helemaal uitontwikkeld zijn, ook in verschillende aggregatietoestanden kunnen komen. Ingewikkeld zul je misschien zeggen, maar ik heb toch een stukje houvast dat maakt dat ik men dat het niet onlogisch is dat te beweren. Bedenk even: ons lichaam bestaat uitsluitend uit stoffen die in de natuur sedert de Big Bang aanwezig zijn. Al die stoffen kennen tenminste drie aggregatie toestanden, namelijk vast, vloeibaar en gasvormig. Als die stoffen kunnen ongehinderd van de ene toestand in de andere overgaan en weer terug.

Ik denk nu dat het denkbaar is dat wij dat ook kunnen, bewust kunnen bedoel ik.

Ja, ik weet het hoor, nu klinkt het onzinnig, maar in de sciencefiction zien we al figuren die het kunnen. En weet he wat mijn vader altijd zei: Peter, als je iets kunt fantaseren kan het ook bestaan.

Nee, ik weet het wel, nu kunnen we dat nog niet, nou ja, de meesten van ons dan, maar als we nou eeuwenlang blijven oefenen…

Openbaring

Ik moet wel van te voren bekennen dat ik een sciencefiction schrijver ben, een dromer en een fantast zou je kunnen zeggen. Misschien heb ik juist daardoor wel zulke intense belevingen.

Nu had ik in mijn leven één keer eerder een openbaring  gehad, maar dan op een soort technisch deelterrein. Ik weet het nog heel goed. Mijn helaas veel te jong overleden vriend, Bob Kalkman kwam toen bij mij met enige regelmaat patiënten meten met behulp van elektroacupunctuur volgens de methode Voll. Bij die methoden worden er steeds buisjes met een bepaald geneesmiddel in de meetkring geplaatst door ze in een soort houder te zetten.

Ik weet zeker dat de meeste beoefenaren van die methode zich helemaal niet afvragen hoe nu eigenlijk gebeurt wat er gebeurt. Ik weet nog goed dat ik in onze tuin, halverwege de achterdeur van de praktijk op een bepaald punt stilhield, omdat ineens tot me doordrong wat de werkelijke principes van deze meettechniek waren. Ik ervoer dat als een openbaring. Als ik dat hier nu weer opnieuw ga vertellen, dan verdoe ik voor dit moment te veel tijd, want de vreemde manier waarop deze dag begon en de gedachten daarna maakten me duidelijk dat ik opnieuw een openbaring kreeg van niet geringe omvang.

De dag begon overigens vreemd. Ik werd wakker en keek op de wandklok en op mijn horloge. Allebei vertelden ze me dat het zes uur was. Dus ik dacht: ‘mooi, dat is een teken om vroeg op te staan’. Ik ging op de rand van mijn bed zitten en dacht: nee, zeg ik ga nog even liggen. Dus dat deed ik, maar dat voelde helemaal niet goed.

Na nog een paar keer zo heen en weer geschoven te zijn besloot ik toch maar op te staan en keek op mijn horloge. Het was net drie uur. Helemaal niet zes uur. ‘Toch moet ik eruit,’ dacht ik en dat deed ik.

Ik schreef een pagina vol aan mijn dagboek en daar begon de openbaring:

Gisteren waren er op de tv op het History kanaal  lange programma’s in de serie ancien aliens, wat zoveel betekent als de buitenaardsen die vroeger onze planeet bezochten. Maar in dat programma hadden ze het ook steeds over de ufo waarnemingen. De wonderlijkste waarneming was volgens die verslaggevers dat een ufo zichtbaar kon zijn op een bepaalde plek, om vervolgens in een ondeelbaar klein moment van richting veranderd op een heel andere plek te zien was. Een dergelijke versnelling of richting wisseling kon volgens de verslaggevers geen enkel levend lichaam verdragen. Elk lichaam zou daarbij, zeiden ze, in pulp veranderen. Toen, dus eigenlijk gisteren al, begon mijn openbaring: Ik dacht aan teleportatie. Je ziet dat vaak in Star Trek. Lichamen worden als het ware elektronisch ontbonden en over gestraald en komen op de plaats van bestemming dan weer terug in hun normale materiële toestand.

Goed, we weten zeker dat we die techniek nog niet beheersen, al ben ik er van overtuigd dat het ooit een manier zal zijn om je te verplaatsen. Alleen sta ik daarin zelfs in ons land niet, want in de vorige eeuw, 1966 om precies te zijn, schreef de Nederlandse schrijver Max Dendermonde er al over in zijn roman: De wereld gaat aan vlijt ten onder.

 Vanmorgen had ik zoals ik al zei, een openbaring. Ik dacht: de toestand die wij dood noemen die is helemaal niet dood. Die toestand is volkomen gelijkwaardig aan het leven. Alleen zijn wij ons op een zo armetierige manier van het leven in ons bewust dat alle mogelijkheden die we hebben om van zijnstoestand, dus materieel en niet materieel, te wisselen niet alleen niet in ons opkomen, maar we missen ook voorlopig nog de vaardigheid en de diepte van bewustzijn die ervoor nodig zijn.

Onze echte mogelijkheden, die inmiddels door vele wezens in dit universum worden beheerst en die wij nog moeten leren, zitten daarin dat we kunnen wisselen tussen een toestand waarin we materiële wezens zijn met lichamen van vlees en bloed en anderzijds energetische concentraties, wezen van licht uit het ideeënrijk voor wie geen afstanden bestaan, voor wie geen tijd en ruimte bestaan, maar slechts geconcentreerd bewustzijn.

Dat realiseerde ik me vanmorgen ineens en ik begreep dat wat ik nu nog niet kan erg de moeite waard is om te leren in dit of enig volgend leven, want lichtwezens die zich zowel in de materie als in puur bewustzijn kunnen manifesteren is de vorm waarin we als mens de volmaaktheid van de soort benaderen.

Dat is vandaag mijn openbaring. En kijk, luister en voel: Je leven mag saai zijn, vol onbegrepen teleurstellingen, uitzichtloos, buitengewoon pijnlijk zelfs. Er zijn echter nog zo oneindig veel ontwikkelingsmogelijkheden. Telkens als wij erin slagen een laatje in onze schier oneindig arsenaal van mogelijkheden te openen komt weer die blije, triomfantelijke glimlach op ons gezicht en weten we weer: zie je wel, ik wist dat er meer is.