Bacteriofagen 3

Twee keer heb ik hier nu een stukje gepubliceerd over bacteriofagen. Misschien herinner je je nog wel dat ik beschreef dat het hier gaat om de natuurlijke vijanden van bacteriën – en dan natuurlijk meer in het bijzonder van die bacteriën die ons ziek maken. Die natuurlijke vijanden zijn virussen die één soort bacterie doden. Toegegeven, het is een heel gezoek voor je het goede virus gevonden hebt.

Gisteravond was er weer een uitzending onder de titel: ‘De Nieuwe Dokters’, waar dit onderwerp weer aan de orde kwam. Nu is het wel zo dat die titel voor een televisieprogramma de indruk maakt veel nieuws te zullen bieden en voor de meeste mensen is dat ook zo. Ik heb dus maar zitten kijken ondanks het feit dat ik de meeste info al had.

In een eerder programma dat door dezelfde presentatrice werd gebracht was het onderwerp ‘bacteriofagen’ ook al aan de orde geweest. Deze keer werden twee patiënten meegenomen naar een kliniek in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, een van de vroegere Sovjetrepublieken. De reden om juist deze twee patiënten te volgen was dat er hier door onze eigen artsen niets meer voor hen kon worden gedaan. Ze leden aan zware bedreigende infecties waarop geen enkel antibioticum nog vat kon krijgen. De bacteriën die de infecties veroorzaakten waren resistent geworden.                            Maar waarom nu toch in vredesnaam helemaal naar Tbilisi?

Nou, dat zit zo. Een kleine honderd jaar geleden werd aan onze kant van de wereld de penicilline ontdekt door Alexander Flemming. Dat was een geweldige vondst, want in de eerste wereldoorlog waren vele duizenden gewonden op de slagvelden bezweken aan de infecties die het gevolg waren van hun verwondingen. De penicilline en de later daarop volgende nieuwere antibiotica hadden het voordeel dat er heel veel schadelijke bacteriën aan stierven. Helaas hadden deze middelen ook het nadeel dat veel goede bacteriën – die in onze darmen leven en die werk voor ons doen waar ons lichaam zelf niet toe in staat is – ook het loodje legden. Ongewenste bijwerkingen noemen we dat. Maar omdat we niets anders hadden om onze infecties te bestrijden namen we dat voor lief. Ja, je moest toch wat, nietwaar?

Hoe dan ook, Big Farma maakte zich meester van de antibiotica. Natuurlijk hadden ze al snel in de gaten dat bacteriën heel intelligente verdedigingssystemen hebben. Ze leren namelijk heel snel hoe ze zich tegen antibiotica moeten verweren. Dat soort antibioticum werkte dan niet meer. De oude voorraden werden dan door Big Farma in de derde wereld landen gedumpt. Dan bracht het in ieder geval nog wat geld op. Vervelend was dan wel dat ook daar nog andere gevaarlijke bacteriën resistent werden. Maar ach, grote financiële belangen, begrijp je. Voor ons, hier in het welvarende deel van de wereld hadden ze dan wel weer een nieuw antibioticum ontwikkeld. Maar ja, nu werkt er eigenlijk bijna geen enkel antibioticum meer. Meer dan waar ook ter wereld leer je hier dat zelfs de kleinste wezentjes in de natuur, de bacteriën, Big Farma te slim af zijn. Van antibiotica kunnen we nu zeggen: het was een mooie droom zolang het duurde. Er zijn door Big Farma miljarden mee verdiend, maar het is voorbij.

We blijven echter met één klein probleempje zitten. De Big Farma jongens zijn er nog niet aan toe om toe te geven dat ze met de antibiotica op een doodlopende weg zitten. Het zou hen sieren als ze dat wel deden en gracieus opzij stapten. Maar toegeven dat je iets niet kunt schijnt heel moeilijk te zijn, vooral als je heel rijk bent.

Maar goed, voor de genen die de uitzending gezien hebben vertel ik niets nieuws, maar er gingen een paar mannen naar Tbilisi, naar die heel bijzondere kliniek waar ze met bacteriofagen werken, want antibiotica hebben ze daar nooit gehad weet je. Ze genezen daar heel succesvol de meest smerige infecties met die virusjes die ze overal uit de natuur halen en waaraan eigenlijk weinig ontwikkelingskosten zitten. Honderden hebben ze er intussen. Die ene man liep de hele dag te krimpen van de pijn en slikte dan ook voortdurend pijnstillers. Hij had een bacteriële ontsteking van de prostaat. Antibiotica hielp helemaal niet. Met gebruikmaking van de juiste bacteriofagen is hij nu genezen. Uiteraard zijn hier na zijn terugkomst nog de nodige onderzoeken aan hem verricht die zijn genezing hebben bevestigd. Dan was er nog een man. Ze zeiden het niet, maar ik vermoed dat hij een diabetespatiënt was. Hij had een smerige ontsteking aan zijn voet. Het werd steeds erger en er was besloten dat die voet maar moest worden geamputeerd. Nou, je begrijpt, dat wilde hij niet. Ook deze man kwam in de kliniek in Tbilisi zijn ontstoken voet werd weer en gezonde voet. Gelukkig konden we als televisiekijkers het hele verhaal meebeleven, want de presentatrice was met een Tv-ploeg mee gereisd en voerde daar allerlei verhelderende gesprekken.

Daar in Georgië zijn de mensen die verantwoordelijk zijn voor wat er in die kliniek gebeurt allemaal artsen. Net als bij ons zijn ze op de universiteit opgeleid. Verder is het zonneklaar dat hun methode zeer goed werkt. Hier, waar de antibiotica niet meer werken en waar de nood eigenlijk dwingt tot doortastend handelen, heeft medicaland – vast en zeker onder druk van Big Farma – besloten dat er heeeel rustig onderzocht mag worden wat er nu waar is van dat bacteriofagen verhaal.

In Georgië wordt de methode al bijna honderd jaar toegepast. En volgens mij zijn die artsen daar minstens zo goed opgeleid als hier. Maar toch wordt er zand in de machine gegooid. In plaats van te zeggen: dit hebben we echt heel erg nodig, kom hier maar vlug een kliniek opzetten, dan kunnen wij hier gemakkelijker leren wat jullie allemaal al zo lang weten.

Weet je, ik had dit stukje “Arrogantie” willen noemen, maar dat heb ik nog even binnen gehouden. Maar wat vind jij nou. Hoe moet ik dat nou noemen. We zien iets dat heel veel doodzieke mensen kan helpen. Er is bijna een eeuw ervaring mee en er is heel veel overtuigend bewijs. Het is in vergelijking met de westerse geneeskunde ook nog eens goedkoop. Het zal mogelijk het aantal chronische en dus dure patiënten flink kunnen doen afnemen. En wat zien we? Zogenaamde zorgvuldigheid die maakt dat het nog veel te lang gaat duren voor die prachtige geneeswijze hier naast alles wat we al hebben een waardige plaats krijgt.                                                                                      Dus ik vraag het nog maar eens: hebben we nu te maken met arrogantie van wij kunnen alles beter of zijn de verantwoordelijke jongens gewoon zo stik jaloers dat ze er plat voor gaan liggen om het maar zo lang mogelijk tegen te houden. Ik weet het antwoord niet hoor. Zeg jij het maar.

Advertenties

Verward

Vind jij nou ook dat er tegenwoordig zo ontzettend veel verwarrende dingen gebeuren?Neem nou bijvoorbeeld die Amerikanen die een president kiezen op praatjes waarvan iedereen die net iets meer verstand heeft dan een doorsnee koe op het eerste gezicht kan snappen dat het allemaal onzin is, dat het verkooppraatjes zijn en dat het warhoofd uitsluitend voor zijn eigen lol een spelletje speelt met het welzijn van zijn land. Nou ja, dat is dan aan de overkant. Maar we zitten er wel mee.

Trouwens, bij ons gebeuren ook hele gekke dingen hoor. Daar hadden ze jaren geleden een vent opgepakt omdat hij een stuk of wat verkrachtingen had gepleegd, waarvan hij zelf zei dat hij er trots op was. Ook had hij nog wat mensen op straat beroofd onder het motto: ‘zelf iets verdienen met werken kan altijd nog’. Best logisch eigenlijk dat de rechter vond dat hij een flinke poos buiten beeld – maar niet meer buiten moest. Zestien jaar had de rechter gedacht. Was een heel goed idee van die rechter. Maar ja, zo’n rechter draait zich om: volgende zaak. Ja, zeg nou zelf, zo’n rechter is ook maar een mens. Die leeft nog met het naar nu blijkt achterhaalde idee dat zijn uitstekende vonnis zal worden uitgevoerd. Maar dat is helemaal niet zo. In de daagse werkelijkheid komt zo’n stuk ongeluk dan op een gegeven moment in een open inrichting terecht.

Nou moet je weten dat het soort figuren die op die manier in de bak komen over het algemeen niet alleen de foute dingen doen waarvoor ze dan op een gegeven moment vast komen te zitten. Nee, ze zijn doorgaans ook absoluut kampioen in toneel spelen, de boel belazeren, net doen alsof ze het allemaal verschrikkelijk vinden wat ze gedaan hebben. Eigenlijk doen ze precies wat je van ze kunt verwachten. Nou zou dat op zich niet erg zijn als er niet een heel stel geitenwollen sokken omheen zou lopen dat dan denkt: ‘ach, eigenlijk is hij ook wel heel zielig hoor. Moeilijke jeugd en zo.’

Ja en dan komt het pijnlijke misverstand. Ze zeggen tegen hem: ‘Jij hebt net als iedereen recht op een  leven. Ga maar eens lekker buiten een wandelingetje maken. Het is mooi weer. We eten om zes uur. Zorg maar dat je dan weer thuis bent’                ‘Jaaa!’ denkt de hufter dan, ‘ik heb recht op een leven. Dikke mik, bof ik effe.’                  Daar komt een prachtige jonge vrouw op een fiets, bijna afgestudeerd, de trots van haar ouders. Maar daar loopt hij langs het fietspad en het zingt maar rond in zijn verknipte kop: Ik heb recht op een leven.’                                                                                        En dan neemt hij het hare.

Ik vraag me heel vaak af hoe lang begrijperige geitenwollen sokken nog kansen mogen uitdelen aan onverbeterlijke idioten om onschuldige slachtoffers te maken. Het eindeloze quasi psychiatrische gepruts van zachte heelmeesters die nog altijd de spreekwoordelijke stinkende wonden veroorzaken.                                                            Ja, ja, de wet zegt dat ze een tweede – en soms zelfs een derde kans moeten krijgen. Misschien is dat ook wel zo, maar wat nou als het volgende onschuldige slachtoffer jouw kind is?

In dit soort gevallen zou voor deze dierenoppassers zoiets moeten gelden als ministeriële verantwoordelijkheid: ontslag en nooit meer werken hier.

Nou ja, hoe dan ook, veel dingen die zouden kunnen helpen mogen niet, de privacy, de lichamelijke onschendbaarheid. De wetten van de privacy verbieden ons niet onkruid te bestrijden in onze tuin, behalve als het menselijk onkruid is dat onschuldige menselijke slachtoffers maakt.                                                                                                              Wetten zijn goed, wetten hebben we nodig, als er maar voldoende uitzonderingsmogelijkheden zijn.                                                                                      En die zijn er niet.

Raar.

Ja, echt raar, politiek Den Haag.                                                                                        Gisteren met de commotie rond het vreselijke ongeluk dat twee militairen het leven kostte dacht ik: laat ik nu eens dat Kamerdebat volgen. Gelukkig hebben we een tv zender die de hele dag ongeveer de tweede kamer uitzendt.

Het was de dag dat Janine Hennis – eigenlijk de charmantste minister van defensie die we ooit hebben gehad – zich moest verantwoorden voor een gebeurtenis, waarvan iedereen die net iets meer verstand heeft dan een garnaal gemakkelijk kan uitrekenen dat ze er helemaal niets aan kon doen.                                                                            Ja, maar de minister is verantwoordelijk.                                                                            Wanneer is zo’n ministertje dan verantwoordelijk?                                                              Nou, eigenlijk altijd.                                                                                                            Geef nou eens een voorbeeld.                                                                                          Ja, wacht even… Oh ja… als er in de kamer besloten is, op aandringen van weer een andere minister dat er bezuinigd moet worden en dat de soldaten bij hun oefeningen geen losse flodders meer krijgen, maar dat ze gewoon “PANG” moeten roepen als ze een schot lossen. Dan is de minister verantwoordelijk als er per ongeluk een scherpe patroon het gebrek aan losse flodders vervangt en iemand wordt dodelijk geraakt.          Ook is de minister verantwoordelijk als de goede mortiergranaten tegelijk met het geld bijna op zijn en dat dan handige Henkie bij defensie roept dat hij een voordelig partijtje van die granaten op de kop kan tikken voor bijna niks. ´Ach ja´, zei hij nog, ´de jongens moeten er wel een beetje voorzichtig mee zijn. Ze kunnen niet zo goed tegen warmte.’  De minister hoorde dat natuurlijk weer nadat die troep al gekocht was.

Nou ja en toen kwam die andere minister – een beetje een gluiper vind ik dat eigenlijk altijd – die ging over buitenlandse zaken, maar die doet altijd net alsof hij weet wat goed voor ons en de wereld is. Hij zei dat we mee gingen doen aan een uitzending naar een stikheet Afrikaans land.                                                                                                      Toen, ja ik heb het ook maar van horen zeggen hoor, moet Janine gezegd hebben: ‘Je bent niet goed bij je hoofd, denk ik. We hebben alleen maar ouwe – en kapotte rotzooi. Die pantservoertuigen van ons daar kun je niet eens fatsoenlijk mee van Den Haag naar Rotterdam rijden. Ja, en dat is dan nog het beste wat we hebben.

Hij werd toen geloof ik een beetje pissig, want hij zei: je moet niet zo zeuren over tekorten en ondeugdelijk materiaal. Ik stond laatst zelf ook met een lekke band, dus die militairen die lossen het allemaal heus wel op, die zijn vindingrijk. We moeten ons gezicht ophouden naar het buitenland, dus we gaan gewoon naar Afrika. Zorg jij nou maar dat die jongens allemaal een beetje voorzichtig zijn dan komt het best goed. En toen liep hij gewoon weg.                                                                                                    Janine riep hem nog achter na: Je bent hartstikke gek, idioot, het kan helemaal niet. Ik neem dit niet voor mijn verantwoording.’                                                                            Hij hoorde het nog net dus hij draaide zich om en zei: ‘Ja, dat doe je wel, let maar op.’ Nou dat hebben we dus gisteren gezien.                                                                            Daar stond ze dan ons leukste ministertje van defensie.

Dan ontstaat er ook altijd zo’n misselijk makende vertoning. Al die partijtjes die boter op hun hoofd hebben, omdat ze allemaal met die bezuinigingen hebben ingestemd komen dan naar voren om lekker in te wrijven wat de verantwoordelijke minister had moeten doen. Alsof ze zelf iets anders kunnen dan lang en vruchteloos lullen.

Maar het zit me niet lekker, weet je.                                                                                  De gluipers in die politieke slangenkuil krijgen altijd hun zin.                                            Het zal het systeem wel wezen, maar het deugt toch niet.

Het eigen risico voor de zorg, list en bedrog.

Als het doorgaat moet iedereen die gebruik maakt van medische hulp, iedereen die een zorgverzekering heeft, daarvoor volgend jaar € 400,- bijbetalen. Dit jaar was het al € 385,- maar er komt mogelijk doodleuk vijftien euro bij. Dat is een verhoging van dat eigen risico van bijna 4%. Ongetwijfeld zullen de premies die de verzekeraars van ons vragen ook wel weer om hoog gaan.

Redelijk zou zijn als de verhoging van de zorgkosten min of meer gelijke tred zou houden met de eventuele inflatie. Ik heb het even opgezocht, de gemiddelde inflatie (geldontwaarding) bedraagt voor dit jaar 1,63%. Daardoor veroorzaakte prijsstijgingen zijn natuurlijk veel lager dan wat de zorgjongens ons nu weer flikken. En wat ik me nu afvraag is hoe dat nou komt dat die zorgkosten zoveel harder stijgen dan alle andere kosten, als dat tenminste echt waar is. Vervolgens vraag ik me af hoe het komt dat wij ons dat met de ogen in wanhoop ten hemel geslagen zo gemakkelijk door de strot laten duwen.                                                                                                                                 Het antwoord op de laatste vraag denk ik trouwens wel te weten: angst.                           Hoezo angst?                                                                                                                     Nou heel simpel, als je eenvoudig mens bent en eenvoudig denkt – en dat doen de meeste mensen – dan denk je: ‘de zorg kunnen we niet missen. De mensen van de verzekeringen zeggen allemaal dat de prijzen omhoog moeten, maar heel vaak kan ik toch niet de medicijnen krijgen die de dokter heeft voorgeschreven. Dan moet ik maar een goedkoper merk slikken dat ergens in Verweggistan is gemaakt, maar daar krijg ik dan weer last van. Huh? Ik begrijp het geloof ik niet.’

Tja, die verzekeraars. Ten aanzien van deze bedrijfstak hanteer ik altijd de volgende stelling: Verzekeraars zijn kooplieden in angst. Altijd houden ze je voor wat er gebeurt als dit, als dat, als zus, als zo. Altijd zijn dat gebeurtenissen, rampen kun je wel zeggen, waarvan iedereen hoopt ze nooit mee te maken. Met een rampscenario dat voor het merendeel van het volk aannemelijk klinkt kun je veel geld verdienen.

Maar goed, stel dat de verzekeraars min of meer gewetensvolle lieden zijn, dan nog zijn het handelshuizen die altijd in het eigen belang en dat van hun aandeelhouders moeten proberen zoveel mogelijk winst te maken. Dat is ook de reden dat ze nu alle huisartsen zwaar in de tang hebben. Die arme huisarts komt dagelijks in situaties waar de verzekeraar hem belet te doen wat hij geleerd heeft dat goed en nodig is.

De verzekeraars noem ik daarom de goed verdienende tussenhandel, die zich bemoeit met zaken waarvan hij onvoldoende kennis heeft, maar waarmee hij zich om uitsluitend financiële redenen bemoeit, met alle kwalijke gevolgen van dien.

Dan komen we bij de geneesmiddelen industrie, de farmacie. Die kunnen gemakkelijk hun prijzen zelf bepalen. Vaak gebeurt het dat de handelsprijs van een geneesmiddel honderden malen de werkelijke kostprijs is. Bovendien, moet je echt weten, wereldwijd is de invloed van de Amerikaanse Food & Drug Administration (FDA) heel groot als het erom gaat welke geneesmiddelen op de markt worden toegelaten. Van dat deel van de Amerikaanse markt is bekend dat hier de vriendjespolitiek en eigenbelang veruit de belangrijkste drijfveren zijn.

Nu heb ik twee bronnen benoemd die een belangrijke factor zijn bij het uit de pas lopen van de zorgkosten. Maar er is er nog een en met enige spijt moet ik zeggen dat we dat zelf hebben laten gebeuren.                                                                                             Als je ergens verantwoordelijk voor bent en het gaat fout, je doet iets verkeerd, je hebt niet goed opgelet, je wist het niet echt precies hoe het moest, nou ja, noem maar op, dan komt er een moment dat je wordt aangesproken op je fouten. Dat is natuurlijk heel vervelend. Per slot van rekening maak je niet expres fouten.                                             De zorg kent dit soort problemen beter dan welk ander gebied ook. Je weet wel; dokter maakt foutje, patiënt dood, of voor de rest van zijn leven invalide.

Het dragen van verantwoordelijkheid is best moeilijk als je er alleen voor staat. Dan is het namelijk altijd jouw schuld als er iets mis gaat. Daar hebben ze nu in de zorg een oplossing voor gevonden, die als je beter kijkt eigenlijk een schijnoplossing is. Nee, juich nou niet, het is namelijk een oplossing waar geen enkele patiënt baat bij heeft. In tegendeel. Voor de zorg aan de patiënt blijft er door die oplossing steeds minder over voor de echte zorg.                                                                                                           Maar die o zo moeilijk te dragen verantwoordelijkheid die wordt opgelost met duur betaalde adviseurs en managers. Die adviseurs en managers steken geen poot uit naar de patiënten, maar ze krijgen wel elke maand grote sommen geld binnen. Ze noemen dat salaris, dan lijkt het alsof ze het verdienen. Klauwen met geld kost het managers – en adviseurs apparaat in alle ziekenhuizen en andere zorgorganisaties.                           Voor de mensen die het echte werk moeten doen blijft er dan veel minder over en… oh ja, voor ik vergeet het te zeggen, de mensen die het echte werk doen zijn nog steeds verantwoordelijk voor hun eigen fouten. Het is alleen een stuk lastiger geworden om er de vinger op te leggen.

Samenvattend, waardoor stijgen de zorgkosten zo onevenredig snel:

  1. Winstbejag (farmacie, verzekeraars)
  2. Bedrog (farmacie)
  3. Angst voor verantwoordelijkheid (ziekenhuisleiding en zorgorganisaties)

Het zit allemaal zo slim in elkaar dat het net lijkt alsof het niet anders kan. Toegegeven, de oplossing is moeilijk, maar ook duidelijk. Wij zouden een landsbestuur moeten hebben dat de moed heeft om heel veel mensen die dat betreft te dwingen te stoppen met datgene te doen wat niet nodig is. In plaats van manager of adviseur zijn kunnen ze misschien wel nuttig werk doen in de zorg…                                                                     Of nee, zoals gewoonlijk idealiseer ik natuurlijk weer. De handen van die mensen staan natuurlijk helemaal verkeerd. Ze zijn helemaal niet gewend om echt werk te doen. Dat kunnen ze natuurlijk helemaal niet.                                                                                     Nou ja, omscholen dan maar, toch? Ik zie het al voor me zo’n omscholingscursus onder de titel: Van een ander laten doen naar zelf eindelijk je luie klauwen eens leren gebruiken. Dat wordt zweten jongens. Maar wel lachen, nou ja, wij dan hè.

De heilige vrijheid van meningsuiting leidt tot doden en gewonden.

Het wordt langzamerhand behoorlijk onduidelijk in deze wereld.                                       Het verspreiden van giftige – en doorgaans ook nog onware en indoctrinerende informatie door de zogenaamde haat-imams kan niet worden gestopt. Wij hebben vrijheid van meningsuiting.  Je mag zeggen wat je wilt. Je mag met je opruiende, haat zaaiende betoog de geest van onwetende jonge mannen zodanig verwarren dat ze werkelijk gaan geloven dat ze een goede daad verrichten en de toekomst van de wereld zeker stellen als ze iedereen die niet slaafs en ziekelijk gehoorzaam de extreme islam aanhangt doden, zodoende de Aarde reinigend van, ja, van wat eigenlijk.

Na alles wat er gebeurd is zou ik toch een lans willen breken om het begrip ‘handelen’ eens nader te definiëren. Het is in onze wetgeving namelijk redelijk duidelijk wat maatschappelijk als handelen is toegestaan en wat niet.

In onze wet is een aantal handelingen strafbaar gesteld: geweld, diefstal, smokkel. Verboden daden, zou je kunnen zeggen. Onze geheime diensten zoeken zich blind naar mogelijke voorbereidingen van jihadistisch geweld. Maar die voorbereidingen beginnen bij dat opruiende gezwets van die haatimam.                                                   Wat nu als we het spreken van zo’n figuur eens aanduiden als een handeling. Per slot van rekening is (s)preken zijn vak. Hij verdient er zijn brood mee.

Ja, ik hoor het geschreeuw al. De heilige vrijheid van meningsuiting. Want als spreken onder voorwaarde een strafbare handeling zou zijn – en waarom zou spreken niet als een handeling kunnen worden opgevat – het is tenslotte iets wat een mens doet – en je mag nou een keer niet alles doen wat er maar in je gekke kop opkomt. Dat zou er namelijk toe kunnen leiden dat spreken strafbaar kan worden als het erop gericht is mensen aan te zetten tot subversief dan wel jihadistisch of wel maatschappij ontwrichtend gedrag.

Wat moet er nu veranderen? Het spreken van een haatimam zou moeten worden opgevat als onderdeel van de voorbereiding van terroristische aanslagen.                     Waarom?                                                                                                                           Ach, misschien heb ik ongelijk hoor, maar ik denk dat de simpele zielen die door die haatimams volgepompt zijn met de absolute noodzaak om iedereen die het zogenaamd ware geloof niet aanhangt om zeep te helpen uit zichzelf niet op dat idee zouden komen.

Haatimams indoctrineren die simpele, vaak onvolwassen jongens dat ze martelaren en helden kunnen worden door niet moslims te doden. Nou ja zeg, als je zestien of zeventien bent, dan is held en martelaar worden toch geweldig.                                     En die imams zelf? Nou, die blijven alleen maar praten, lekker op de achtergrond, want praten mag. Hier wel in ieder geval.                                                                                 ‘Ik doe toch niks?’ zeggen ze met een schijnheilige grijns. ‘Ik zeg alleen wat mijn mening is.’

Maar ach, wat zit ik het hier allemaal weer lekker beter te weten. Misschien is het wel veel beter als we zelf ook niet zo vreselijk veel in vrijheid onze mening uiten als het over een ander gaat. Je weet tenslotte maar nooit of goed voorbeeld soms toch doet volgen…

Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.

Zo stond het er natuurlijk niet, in de krant van wakker Nederland. Wel moest ik direct aan deze overbekende tekstregel van het wonderschone traditionele Sinterklaaslied “Zie Ginds Komt De Stoomboot” denken.

Wat er dan wel stond? Dit: HULPGELD WAPEN TEGEN MIGRATIE

En: LAND DAT DWARSLIGT KRIJGT NIETS

Als ik zoiets lees dan denk ik: zit die Batavus Droogstoppel uit de Max Havelaar nou nog steeds vanachter zijn kopje koffie naar buiten kijkend te vertellen hoe het moet in de hele wereld? De bedenker van dit nieuwe wapen moet echt een gat in zijn achterhoofd hebben zo groot als een ouderwetse zilveren rijksdaalder.

Even voor de duidelijkheid: er zijn veilige landen waarvandaan mensen toch hierheen komen, omdat ze denken dat ze hier rijk en welvarend worden. Gelukszoekers dus. Die landen hebben over het algemeen een ordelijk bestuur. Misschien niet zo mooi en versplinterd als bij ons, maar genoeg om het veilig te houden. Het kan best zinvol zijn om die landsbesturen een beetje te helpen hun bevolking wat welvarender te maken.

Dan hebben we onveilige landen, waarvandaan mensen vertrekken omdat ze voor hun leven vrezen. Die landen hebben over het algemeen geen geordend bestuur. Wat er zit en zich het bestuur noemt is in het algemeen toegerust met ruime broekzakken om het ontvangen hulpgeld goed in te bewaren tot het rustig ten eigen bate kan worden uitgegeven. Natuurlijk voelen de doorgaans zelfbenoemde corrupte bestuurders van zulke landen er helemaal niets voor om van hun land een veilig land te maken. ‘Ben je helemaal gek geworden,’ denken ze, ‘als ik er hier een beetje een veilig land van ga lopen te maken dan blijven al die sloebers hier. Dan moet ik zeker dat hulpgeld met ze gaan delen. Nee, dat wordt ‘m niet. Ik weet iets veel beters. Als ze solliciteren naar het hondenbaantje van vluchteling maak ik ze vlak voor de grens dood. Dan lijkt het ook net alsof er minder vluchtelingen uit mijn land komen. En dan blijf ik dus hulpgeld ontvangen. Kijk, zie je, wij zijn niet allemaal stomme negers in Afrika.’

Is dit overtrokken? Ik ben bang van niet. Hoe lager de organisatiegraad van een landsbestuur, hoe meer corruptie. Uitsluitend stoppen van ontwikkelingssteun leidt hoogstwaarschijnlijk tot kwalijk geweld tegen de allerarmsten. Maar als je als verantwoordelijk bestuurder van een welvarend en goed georganiseerd land niets anders weet te doen dan de volgende zinloze nota over dit onderwerp te schrijven en vervolgens een glaasje in te schenken om te proosten met je belangendelers dan zal de inmiddels wereldwijde put die corruptie heet meer en erger gaan stinken.

Ach weet je, met enige weemoed denk ik nog wel eens aan die oude Bijbelse vraag: ben ik mijn broeders hoeder? En dan aan het antwoord op die vraag van de hele westerse wereld: Ach welnee man, je moet niet zo zeuren. We doen toch al eeuwen hartstikke mooi alsof.

Well Fancy Not Realy Fair

Waaraan ik de afgelopen twee dagen het meest moest denken was aan dat prachtige verhaal, Lijmen het Been, van de Vlaamse schrijver Willem Elsschot (synoniem voor Alfons de Ridder), waarin de rücksichtsloze oplichter Boorman aan een gehandicapte weduwe een gigantische berg bedrukt papier verkoopt.

Boorman doet zich voor als hoofdredacteur van het door hem zelf bedachte Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen. In het deel “Het Been” verkoopt  hij een gehandicapte weduwe, die met haar broer samen een noodlijdend bedrijfje runt in goederenliftjes, duizenden van deze tijdschriften. Het argument waarvoor de goedgelovige weduwe zwicht is dat ze met een uitgebreide publicatie over haar bedrijf in dit tijdschrift wereldwijd de aandacht op de voortreffelijkheid van de door haar bedrijf geproduceerde goederenliftjes kan doen vestigen.                                                                                                                           Tot zover is er een grote gelijkenis met onze belevingen van de afgelopen dagen.

Door middel van een prachtige folder werd ons tegen een spotprijs een nacht in een vier sterren hotel aangeboden. Eerst werden wij door een luxe bus opgehaald, vervolgens was er een rondvaart met lunch. Die lunch bestond uit koffie en een mand met zeer karig belegde broodjes die op elke tafel werd gezet. Na terugkeer was er enige vrije tijd om te genieten van een wandeling door een inderdaad wonderschoon vestingstadje aan het Veluwemeer. In de avond zou er een diner zijn en de volgende dag na het ontbijt kregen we dan een presentatie van… ach ja, hoe zal ik het zeggen, goede voorzieningen die het leven van de ouder wordende mens vergemakkelijken.

Over het diner kan ik kort zijn. De soep vooraf was lekker. Ik ken die mosterdsoep in die Unox pakken. Ik maak het thuis ook wel eens als ik het me gemakkelijk wil maken. Het hoofdgerecht was een kleine varkensschnitzel met wat groenten. Het toetje was niet standaard. Dat kon zelf worden aangeschaft voor drie euro vijftig en bestond uit een plastic bekertje met ijs met aardbeiensiroop.

Nadat we na de wandeling door het mooie vestingstadje weer in de bus waren gestapt werden we eerst gedropt bij het hoofdkantoor van de betreffende onderneming. Ter plekke werd het werkschema voor de volgende morgen uitgedeeld: Plaats van handeling dat hoofdkantoor. Wij werden met enige klem uitgenodigd om rond half acht in de morgen aan het ontbijt te zitten.

Zie het even voor je: een groep bejaarde mensen – enkele behoorlijk slecht ter been slapen een nachtje in een vier sterrenhotel en moeten dan wel om half zeven uit de veren, anders heb je niet eens tijd om te douchen, laat staan andere noodzakelijke sanitaire handelingen te verrichten. Om kwart voor negen werd de groep verwacht, opnieuw in het hoofdkantoor, tweehonderdvijftig meter verwijderd van het hotel, want dan begon de les… eh, ik bedoel de presentatie.

Die presentatie handelde onder meer over een verpleegbed met vier motoren en op wieltjes. Je weet wel, dat is het soort bedden dat in ziekenhuizen gebruikt wordt, maar dan met een iets huiselijker uitstraling en natuurlijk met een matras waarover de presentator maar niet uitverteld raakte. Geweldig! Zelfs de matras werd individueel aangepast. Goedkoop was dat natuurlijk niet, maar voor wie het betalen kon had je al een prachtig bed dat zo op de plaats van je oude bed kon staan voor rond de achtduizend euro. Niet goedkoop erkende de voorlichter, maar een beter bed bestond dan ook niet.

Ik ben maar eens op het internet gaan zoeken en ik ben tot de conclusie gekomen dat je met vijfduizend euro in de gewone markt al een van de allerduurste dubbele boxspring bed kunt kopen. Ziekenhuisbedden heb je tot ongeveer drieduizend euro.

Wat ze trouwens ook hadden waren van die stoelen met een elektrisch omhoog komende ondersteuning voor je benen en van die stoelen die je elektrisch hielpen op te staan. Daar waren de prijzen tot ruim vierduizend euro, maar dan wel persoonlijk aangemeten. In de rest van de markt zien we dat soort stoelen van ongeveer driehonderd tot ruim twaalfhonderd euro.

Voor zover ik heb kunnen waarnemen levert dit soort bedenkelijke verkooppraktijken al jaren winst op, want de presentator vertelde vol trots dat het bedrijf juist vijfentwintig jaar bestond. Met een spoor van spijt in zijn stem vertelde de man ook nog  dat steeds meer mensen vaardig kunnen zoeken op het internet. Daarmee liet hij vermoedelijk onbedoeld doorschemeren dat deze ietwat dubieuze verkoopmethode mogelijk zijn langste succesperiode heeft gehad.

Het verbaasde mij trouwens dat deze club zes dagen per week bezig is om mensen veel te dure comfort bedden en stoelen aan te smeren. Maar vermoedelijk hebben ze gemerkt dat het internet hen begint in te halen, want volgens mij moet je toch wel echt uitzonderlijke producten leveren als je twee tot driemaal de gemiddelde marktprijs vraagt.

Nee, het lokkertje was het reisje en het nachtje in het hotel en het uiterst matige diner. Eerlijk gezegd vond ik het een niet erg fraaie manier om het vertrouwen van argeloze ouderen te winnen en daar vervolgens misbruik van te maken.

Terugkomend bij Willem Elsschot in zijn verhaal “Lijmen, Het Been”. Daarin komt uiteindelijk de hoofdoplichter, Boorman, in het contact met de weduwe Lauwerijssen van de goederenliftjes, tot inkeer. Hij krijgt berouw en doet voor de rest van zijn leven pogingen goed te maken wat hij heeft misdreven, maar dan geeft de weduwe niet thuis. Ze houdt hem op afstand, waardoor elke poging van hem om met zijn geweten in het reine te komen op niets uitloopt.

Als lezer, toeschouwen denk je dan: net goed, had je de boel maar niet opzettelijk moeten belazeren. Maar eerlijk gezegd zie ik een dergelijke wroeging bij deze stoelen en beddenverkopers tegen fancy prijzen niet snel ontstaan.