Eternal Mitose.

1.

            Judith Krantz was juist haar appartement binnengekomen. Erg vermoeiend was haar dag niet geweest. De hele week had trouwens niet veel inspanning van haar gevraagd. Eigenlijk ergerde ze zich daar behoorlijk aan. In het afgelopen jaar hadden ze niets werkelijk nieuws op stapel gezet bij N.I.C., de Neuro Imaging Corporation die ze nu al ruim tien jaar met zes andere hoogbegaafde vrienden leidde.

Er was meer dan genoeg reden om tevreden te zijn met de resultaten van hun bedrijf.

Ze was nu drieënveertig en ze kon terugkijken op tien uitermate succesvolle jaren.

            Aanvankelijk hadden ze een simpel voorwerpje op de markt gebracht, een hebbedingetje eigenlijk. De sychronizer was echter, mede door de inzichten van marketeer Tibor Horvat een wereldwijd succes geworden.

Het leuke van het succes was, Tibor had dat uitvoerig uitgelegd, dat de synchronizer aansloot bij heel oude menselijke gewoonten. ‘Het is een talisman,’ had Tibor gezegd, ‘een geluksdingetje. Vroeger hadden mensen armbanden om hun polsen waaraan magische dan wel ongefundeerde gezondheidswerkingen werden toegedacht of halskettingen of zelfs stenen in hun zakken. Logisch of niet, mensen doen dat soort dingen door de eeuwen heen. ‘Als je iets op de markt brengt dat je op je lichaam draagt en waaraan, al dan niet terecht, een gunstige werking kan worden toegeschreven dan is succes bijna verzekerd, als je tenminste weet hoe je moet verkopen,’ had hij er grinnikend achteraan gezegd.

            De synchronizer was inderdaad een bestseller geworden en niet alleen omdat Tibor Horvat een geniale verkoopstrategie had ontwikkeld. De synchronizer maakte waar wat hij beloofde. Eenmaal op de huid geplaatst ontstond er een zeer aangename wisselwerking tussen het zenuwstelsel en het hormonale systeem van de drager. Het effect was steeds weer een ontspannen gevoel van welbehagen, ongeacht de activiteit waarmee de drager op dat moment bezig was. Veel succesvolle onderhandelingen waren dankzij de synchronizer gevoerd tussen organisaties waarvan de belangen aanvankelijk diametraal leken te verschillen.

            Als Judith Krantz terugdacht aan die eerste periode van het bestaan van hun bedrijf verlangde ze weleens terug. Het was de tijd geweest waarin de grote – en vervolgens succesvolle producten waren gecreëerd. Toen bedacht ze – en bouwde ze prototypes en dat deed ze het liefst. Nu was er, althans voorlopig, niets anders te doen dan het ontwerpen en implementeren van kleine verbeteringen die de gebruikers moesten verleiden tot het aanschaffen van de nieuwste versie van eerder op de markt gebrachte producten. ‘Allemaal enorm nuttig en leuk,’ zei Judith vaak, maar ik vind het kruimelwerk.’

Nog altijd begon de werkdag bij N.I.C. driemaal in de week met een brainstormsessie. En vaak moest de man onder haar collega’s die haar het meest na stond, Nils Bexon, een hand op haar arm leggen als ze weer eens een ongeduldige opmerking had gemaakt, waardoor het gesprek even stilviel en er hier en daar een lichte ergernis was.

            Het was rond zeven uur toen ze thuiskwam. Haar zoon, Jesse had laten weten dat hij het weekend op de campus bleef, omdat hij met een vriend samen aan een project wilde werken. Ze had met haar oude vriend en vroegere werkgever Brian Uliger afgesproken dat hij bij haar zou komen eten. In het begin, nadat de vijandelijkheden tussen hun bedrijf, N.I.C, de Neuro Imaging Corporation en H.U.C., de Hoyt Uliger Corporation, beëindigd waren had Judith even wat romantische gevoelens voor de briljante Brian gekoesterd, wat overigens wederzijds was geweest. Maar tenslotte hadden ze beide besloten dat ze nog heel lang als goede vrienden zaken met elkaar wilden doen. Een romantische relatie is daarbij ongeveer de domste keuze die je kunt maken. Niettemin waren ze door de jaren heen warm bevriend gebleven. Samen eten en filosoferen over techniek en voortschrijdende inzichten was voor beiden een bron van inspiratie.

            ‘Ik heb nog anderhalf uur de tijd voordat Brian komt,’ dacht Judith, ‘ik ga lekker even in een warm bad liggen.’ Ze liet haar bad vollopen en kleedde zich uit. Voor ze in het bad stapte deed ze echter iets wat ze bijna nooit deed. Ze ging voor de grote spiegel in haar badkamer staan en keek aandachtig naar haar lichaam. ‘Vreemd,’ dacht ze, ‘het is toch zestien jaar geleden dat ik Jesse heb gekregen en het lijkt wel of er geen enkel spoor van veroudering aan mijn lijf te zien is. Ik lijk nog wel steeds dat meisje van vijfentwintig. Ze deed haar armen omhoog en draaide heen en weer voor de spiegel. Een lichte schok ging door haar heen. Ze tuurde naar haar linker oksel. Daar, een beetje aan de achterkant, zodat een stuk ervan ook op haar schouderblad te zien was geweest, had een grote vrij donkere wijnvlek gezeten. Die vlek had daar sinds haar geboorte gezeten en ze had zich er altijd een beetje voor geschaamd, zodat ze meestal had vermeden dat iemand hem kon zien. Die grote donkere wijnvlek was weg…

‘Vergroot de oksel,’ zei ze in de richting van de spiegel. Het hele vlak werd nu bijna gevuld door het spiegelbeeld van de oksel. Geen spoor van de wijnvlek.

Judith schudde met haar hoofd. Er was vast een verklaring voor. Ze stapte in het bad en liet zich onderuit zakken. Heerlijk, dat koesterende warme water. Judith sloot haar ogen. Een half uur lang gaf ze zich over aan de gedachteloze ontspanning en het bijna in slaap vallen. Dan stond ze op en droogde zich af. Nog eenmaal deed ze haar linkerarm omhoog en keek ze in de spiegel. Nee, die wijnvlek was er echt niet meer. ‘Raar, vrij stom ook,’ dacht ze, ‘dat ik dat niet eerder heb opgemerkt. Ik moet toch eens wat beter op mijn lijf letten. Ze kleedde zich aan in een van de glanzende prettig ventilerende overalls die ze doorgaans droeg en die ze in diverse kleuren en dessins in de kast had hangen.

            Judith Krantz had altijd van koken gehouden. Voedsel replicators waren handig en vooral verantwoord vond ze, maar alleen als je geen tijd had om zelf te koken.

Brian Uliger was net als zijzelf een visliefhebber. Vanavond ging ze een van haar lievelingsgerechten voor hun tweeën maken. Ze had twee mooie stukken tonijn gekocht. Die zou ze in folie pakken en met een klontje boter en een heel klein beetje zout en zwarte peper, maar vooral verse koriander in de oven op een tamelijk lage temperatuur heel langzaam juist gaar laten worden. Een frisse groene salade zou ze erbij maken en verder zou ze wat quinoa koken met wat zout en citroensap. In haar keuken haalde ze een mooie fles Pinot Gris uit de koeling die ze alvast ontkurkte en in een wijnkoeler zette.

Terwijl ze met de wijnkoeler naar de eettafel liep zag ze op het grote scherm dat de vrije wand in haar keuken vormde dat Brian Uliger voor de deur stond.

‘Open,’ sprak ze tegen de wand en even later stapte Brian haar keuken binnen. Hij zette de fles Pinot Gris die hij in zijn hand had naast de koeler op de tafel en omhelsde Judith ter begroeting. ‘Ik dacht, laat ik maar een flesje meenemen, voor het geval dat die van jou ineens leeg blijkt te zijn.

‘Ben jij vroeg of ben ik laat?’ zei Judith.

‘O jee, ben ik te vroeg?’ Brian keek enigszins geschrokken.

‘Nee hoor,’ zei Judith, ‘ik plaag je maar. Je bent altijd op de seconde op tijd. Je moet me ooit maar eens uitleggen hoe je dat doet, want mij lukt dat nooit.

Brian keek haar aan met een glimlach. ‘Ach, weet je Judith, dat heeft waarschijnlijk te maken met de kleine verschilletjes tussen jongens en meisjes.

Ze trok haar wenkbrauwen op, ‘ja, ja,’ lachte ze, ‘ik wist wel dat je het me kon uitleggen. Eerst maar een glaasje wijn?’

Hij knikte. Judith schonk twee glazen in en reikte hem er een aan. ‘Proost, op ons nimmer aflatend technisch vernuft,’ zei ze.

‘Daar drink ik al jaren graag op,’ zei Brian terwijl hij zijn glas hief.

Tegenover elkaar gingen ze aan Judiths keukentafel zitten.

Heel vaak hadden ze in de afgelopen jaren zo tegenover elkaar gezeten, als oude vrienden die ook zakelijk een bondgenootschap hadden gesloten.

‘Wat denk je Brian, heb je al erge honger of zullen we eerst even bijpraten?’

Judith wist wel wat Brian zou zeggen, maar het was een soort spelletje geworden om die vraag steeds weer te stellen.

Brian Uliger keek haar grinnikend aan en zei: ‘het is elke keer weer een lastige vraag, omdat je zo verdomd lekker kookt, maar van haast is nog nooit iets mooier geworden. Wat heb je voor nieuws?’

Judith keek plotseling wat peinzend voor zich uit. Ze moest ineens weer denken aan die verdwenen wijnvlek.

Brian zag haar aarzeling. ‘Er is toch niets verontrustends, Judith?’

Judith schudde haar hoofd: ‘Ach nee, ik denk dat het niets is.’

‘Vertel het dan toch maar.’ Brian kende haar lang genoeg om te weten dat Judith de neiging had om dingen, vaak kleinigheden, die ze niet direct begreep voor zich te houden tot ze er zelf een oplossing voor had gevonden.

‘Ach,’ begon ze, ‘Het is eigenlijk niets bijzonders denk ik. Maar goed, als je het weten wilt.’

Brian knikte.

‘Daarstraks, voor ik in het bad stapte ging ik eens even voor de spiegel staan. Je kent me langzamerhand wel goed genoeg om te weten dat spiegels mij nooit erg getrokken hebben. Misschien was dat ook wel de reden dat mijn moeder vroeger altijd zei dat ik misschien beter een jongetje had kunnen zijn, maar goed, daar gaat het nu niet om. Waar het wel om gaat is dat ik vroeger onder mijn linker oksel en voor een deel over mijn linker schouderblad een grote donkere wijnvlek had. Ik schaamde me daar als kind behoorlijk voor en ik zorgde er altijd wel voor dat niemand hem te zien kreeg. Bij de gymnastiek lessen zorgde ik er altijd voor dat ik achteraan stond en zwemmen daaraan onttrok ik me zoveel mogelijk. Daarstraks, voor het bad stond ik voor de spiegel en deed mijn armen omhoog. Tot mijn stomme verbazing zag ik niets meer van die vlek. Dat is raar, want ik weet dat zulke vlekken eigenlijk nooit echt verdwijnen. En er is trouwens nog iets wat ik eigenaardig vind, maar dat heb jij misschien ook wel opgemerkt.’

‘Wat bedoel je?’ Brian keek haar aandachtig aan.

‘Ik weet eigenlijk niet zo goed hoe ik het zeggen moet, maar als ik naar mezelf kijk in de spiegel, dan is het net alsof ik in de afgelopen tien jaar helemaal niet veranderd ben. Ik bedoel…’ze aarzelde. ‘Ik bedoel dat het me vandaag ineens opviel dat ik geen enkele veroudering opmerk. Wat vind jij?’

Brian Uliger leunde achterover met zijn handen voor zich op de tafel. ‘Ja, nu je het zegt. Eigenlijk zie ik geen enkele verandering in je uiterlijk als ik het beeld vergelijk wat ik me van je herinner uit de tijd toen je voor H.U.C. kwam werken en hoe je er nu uitziet. Het lijkt wel alsof de tijd volledig aan je voorbij is gegaan. Zelf ben ik ook tien jaar ouder geworden. Zoals je ongetwijfeld weet nader ik nu de zestig. Ik zal niet zeggen dat ik me oud voel, want dat is beslist niet zo, maar ik voel en zie wel dat ik geen achttien meer ben.’

‘Dat is precies wat ik bedoel, Brian. Ik voel me juist alsof ik nog steeds achttien ben, heel vreemd. En als ik nu naar Barbara Timble kijk, ons wiskundewonder, zoals je weet, dan zie ik kraaienpootjes rond de ogen en rimpels in het voorhoofd en hier en daar een grijze haar, terwijl Barbara net zou oud is als ik.’

Brian Uliger schudde langzaam zijn hoofd. ‘Tja Judith, het kan natuurlijk zijn dat je enorm boft met je genetisch materiaal, maar wonderlijk is het wel.’

Judith Krantz dronk het laatste slokje Pinot Gris uit haar glas en stond op. ‘Ik denk dat ik maar eens iets voor je moet gaan koken anders krijg je straks misschien wel echt honger. Blijf jij maar lekker zitten en schenk ons nog maar een glaasje in dan ga ik eens proberen iets moois met tonijn te maken.’

Brian Uliger voldeed graag aan haar verzoek.

2.

            Op de achtergrond klonk het feestelijke gedruis vanuit de iets verderop gelegen personeelskantine. Verder was het doodstil in het grote gebouw van G.T.C. de Genetic Tech Corporation. Jaren geleden was het bedrijf opgezet door Brian Uliger als speciale tak van de farmaceutische bedrijven die onder H.U.C. vielen. Nadat er echter jarenlang door de wereldwijde organisaties, die streden voor natuurlijk voedsel, strijd was gevoerd tegen het voortdurend genetisch modificeren van gewassen en dieren had Brian Uliger het de hoogste tijd gevonden om het bedrijf te verkopen. Zeker zou zijn vroegere kompaan Cecil Hoyt hem hiervan weerhouden hebben, maar Cecil was na een noodlottig ongeval met een teleportatiemachine geestelijk geheel van zijn zinnen beroofd en vertoefde als een soort zombie in een verzorgingstehuis, waar men zich wel leek te verwonderen over het feit dat hij lichamelijk fit bleef en niet leek te verouderen.

            Er was nu echter alle reden om een feestje te vieren. De onderzoekers van het laboratorium van G.T.C. waren er na jaren vruchteloos en geldverslindend onderzoek in geslaagd de allerbelangrijkste bron van veroudering een halt toe te roepen.

William Carter, doctor in de genetica, de erfelijkheidsleer, die technisch directeur was van de onderneming, had besloten dat de afsluitende onderzoeken zonneklaar hadden aangetoond dat het doel bereikt was. Het grootste probleem bij veroudering was opgelost. Het steeds korter worden van de zogenaamde telomeren aan het begin en het eind van het DNA was een bijna onoplosbaar probleem geweest. Maar het was gelukt. Zolang de telomeren afbrokkelden na elke celdeling raakten ze op den duur op. Dan kon de cellen zich niet meer delen en nieuwe vervangende cellen vormen. Daardoor moesten processen in het lichaam met steeds minder werkzame cellen gedaan worden, een verschijnsel dat bekend staat als veroudering. Het modificeren van het enzym telomerase had de oplossing dichterbij gebracht. Jarenlang was duidelijk geweest dat het natuurlijke enzym een onophoudelijke en welhaast onbeperkte celdeling in de menselijke geslachtscellen mogelijk maakte. Maar niet in alle andere lichaamscellen. Daar zorgde het enzym vaak voor onbeheersbare celdeling, kanker dus.

Heel veel onderzoek dat gepaard was gegaan met een lange reeks van teleurstellende mislukkingen was nodig geweest om het probleem op te lossen. Doel van het jarenlange – en nu voltooide onderzoek was geweest onbeperkte gezonde cel vernieuwing in de mens mogelijk te maken. Daarmee zouden ouderdomskwalen tot het verleden behoren en kon het einde van het leven jaren worden opgeschoven. Niet dat de mens hiermee nu onsterfelijk was geworden; er konden nog meer dan genoeg dingen in het lichaam ontsporen en daarmee de dood veroorzaken. Hier kon evenwel gesproken worden van een enorme stap voorwaarts.

Het uiteindelijke product, het gemodificeerde telomerase enzym, bleek tenslotte onverwacht gemakkelijk en goedkoop te produceren. De prijs zou echter worden bepaald op basis van de uniciteit van het geneesmiddel. Een lang en gezond leven, wie wil dat nou niet, was de filosofie. Daar zou de mensheid veel geld voor over hebben, was de gedachte van Ronald Camden, de bijna uitsluitend op winst gerichte financiële chef van het bedrijf en die eerder voor grote Farmabedrijven had gewerkt.

Ronald Camden was, zoals dat in farmaceutisch bedrijven vaker voorkomt, een totaal ander type man dan zijn mededirecteuren William Carter en Alex Fowler die typische wetenschappers waren. Carter had een vrij stevig postuur, Ales Fowler was wat slanker, maar beiden kon je hen dagelijks aantreffen in een open hangende witte laboratoriumjas doorgaans over een open overhemd zonder das. Als het koud was werd over het overhemd een trui gedragen. Eerlijk gezegd hadden beider echtgenoten het opgegeven om iets van de toch ietwat slordige kledingstijl te zeggen. ‘Als er vlekken op zitten mag het naar de stomerij’, had William een tegen zijn vrouw gezegd.

Opvallend groot was her verschil wanneer men keek naar het uiterlijk van Ronald Camden. Nooit zag men hem zonder kostuum, overhemd en das, terwijl in het jasje altijd een pochette te zien was. Camden was ongehuwd maar in zijn luxe appartement ontving hij graag charmante dames. Carter en Fowler hadden de man aangenomen omdat hij als afgestudeerd econoom bewezen had de financiën van het bedrijf in goede banen kon leiden. Eigenlijk – maar daar hadden ze het onder elkaar maar nooit over – bestond er weinig affiniteit tussen de beide enhousiaste farmaceutische wetenschapper en deze precieuze CFO, Ronald Camden.

Hoe dan ook, G.T.C. had bewezen dat het mogelijk was een totaal tweede type telomerase te maken. Uiteraard was de productie en verkoop door patenten wereldwijd voor de eerstkomende twintig jaar hermetisch dichtgetimmerd. Een vrij duur reclamebureau had een handelsnaam voor het nieuwe middel bedacht: something ELS, Eternal Life Solution, moest het gaan heten. ‘Nee, nee’, hadden de reclamejongens zich gehaast te zeggen, ‘natuurlijk heb je er niet het eeuwige leven mee, maar je kunt er gemakkelijk langer dan anderhalve eeuw gezond mee leven. Toch had Camden die naam afgekeurd. ‘Niet chique,’ had hij gezegd. Bedenk iets anders. Tenslotte was de naam “Telomax” voor het nieuwe middel gekozen, een beetje fantasieloos in de lijn van de typisch farmaceutische productnamen.

            William Carter had samen met celbioloog Alex Fowler, een wetenschapper die was opgeleid aan de Oxford Universiteit in Engeland, een vervolgonderzoek op het oog.

Doel was te ontdekken hoe de productie van de gemodificeerde telomerase in alle lichaamscellen kon worden gestart, zodat het lichaam naast het normale enzym, in de cellen die met de voortplanting te maken hadden, zelf ook het gemodificeerde enzym zou maken. Als dat onderzoek succesvol zou zijn, dan was een maandelijkse zeer kostbare injectie niet meer noodzakelijk, hoewel, dan zou die kostbare maandelijkse injectie mogelijk vervangen worden door een iets minder kostbaar tabletje.

 Dit plan werd echter met kracht tegengehouden door CFO Ronald Camden.

Zoals bijna in elk bedrijf was de financiële man altijd degene die het laatste woord had als het erom ging toekomstige activiteiten en strategieën te bepalen en goed te keuren.

Tijdens het feestje in de kantine, na de succesvolle afsluiting van het gemodificeerd telomerase onderzoek had Camden  zijn wetenschappelijke mededirecteuren op zijn kantoor geroepen. William Carter en Alex Fowler hadden het feest in de personeelskantine verlaten en waren in een tamelijk uitgelaten stemming het kantoor binnengestapt. Het gebeurde tenslotte niet elke dag dat je de ontdekking kon vieren van het middel dat de te verwachten levensduur van de mens tenminste verdubbelde. Camden was echter stijfjes achter zijn bureau blijven zitten en had hun gevraagd in de stoelen die hij ervoor had neer laten zetten plaats te nemen. Zijn secretaresse had hij weggestuurd met de woorden: doe de deur achter je dicht en zorg dat we het eerste uur niet worden gestoord.’

Carter en Fowler hadden verbaasd hun wenkbrauwen opgetrokken. ‘Wat is er aan de hand Ronald’?’ vroeg William Carter. ‘Wat is dit voor geheimzinnigdoenerij?

Camden hief beide handen en zei: ‘luister, ik wil het met jullie hebben over de strategie van dit bedrijf in de nabije en ook verdere toekomst.’

‘Je bedoelt de strategie van òns bedrijf,’ zei Alex Fowler met een lichte stemverheffing.

Ronald Camden voelde dat hij voorzichtiger moest zijn om zijn doel te bereiken. ‘Ja, natuurlijk, dat bedoel ik natuurlijk ook, ons bedrijf, waarvoor ik mede namens jullie op de centjes mag passen.

Carter en Fowler keken hem afwachtend aan. Na een korte stilte nam William Carter het woord. ‘Wat is nou precies de reden dat we hier op jouw kantoor en met de deur dicht en je secretaresse weg minstens een uur niet gestoord mogen worden. Binnen dit bedrijf hebben we altijd de policy van openheid gehad. Wat is dit nou ineens voor een vreemde toestand.’

Hij ging achterover zitten en kruiste zijn armen.

Ronald Camden bladerde in wat papieren die voor hem op het bureau lagen. Na enkele ogenblikken leek hij te hebben gevonden wat hij zocht. Hij hield een A4-tje omhoog. ‘Dit,’ zei hij, ‘hierover wil ik met jullie spreken. Dit is wat jullie beschrijven en kennelijk zien als de logische vervolgstap in het gemodificeerd telomerase onderzoek. Jullie geven hier aan te willen gaan zoeken naar het middel dat ervoor moet zorgen dat het menselijk lichaam zelf die gemodificeerde telomerase aanmaakt.’

Er verscheen een verheugde en enigszins trotse glimlach op de gezichten van de twee wetenschappers. ‘Oh, dat bedoel je,’ Zei Alex Fowler, ‘ja, dat is inderdaad het logische vervolgonderzoek. Als ons dat zou lukken dan staan wij aan de wieg van een totaal nieuwe mens.’ Hij keek zijn vriend en collega William Carter aan die enthousiast naast hem zat te knikken.

Het gezicht van Camden verstrakte. Met samengeknepen ogen keek hij zijn technisch mededirecteuren aan. ‘Maar jongens, dat is toch het paard achter de wagen spannen. Jullie hebben zojuist de deur naar een gouden toekomst geopend. We hebben nu een geneesmiddel in handen waar de mensheid eeuwenlang van gedroomd heeft: het levenselixer uit de oude verhalen. En nu willen jullie het werk alweer overbodig maken. Laten we nou toch eerst eens rustig rijk worden met zijn allen.’

Het gezicht van William Carter betrok. ‘Weet je Ronald,’ zei hij, ‘Alex en ik zijn tot nu toe eigenlijk nooit bezig geweest met rijk worden. Wij zijn elke dag bezig met ons werk en ik mag hopen dat het je niet is ontgaan dat we daar heel succesvol in zijn. Overigens komen we niets te kort. We hebben een behoorlijk inkomen zoals je ongetwijfeld heel goed weet, maar het vinden van oplossingen voor de geheimen die nog ontsluierd moeten worden is onze grootste passie. Zoals ik daarstraks al zei, in het geval van de gemodificeerde telomerase is het sluitstuk van de puzzel gelegen in het menselijk lichaam. Wij willen absoluut ontdekken hoe wij het lichaam kunnen stimuleren om in de gewone cellen zelf het gemodificeerde telomerase aan te maken, want dan zullen onze cellen zich tot in lengte van jaren moeiteloos blijven vernieuwen. Het lichamelijk verouderingsproces hoort dan tot het verleden, zonder dat er telkens weer gemodificeerde telomerase moet worden toegediend. Bovendien – en misschien is het je ontgaan – treedt er bij het staken van de behandeling met ons nieuwe middel versnelde veroudering op, wat we eigenlijk nog steeds als een lelijke bijwerking zien en waarvan de gebruiker goed moet worden doordrongen. Wij moeten dus wel aan die nieuwe uitdaging beginnen, maar we zijn van heel ver gekomen en ik vermoed dat we daar zeker nog een jaar of drie – of misschien wel langer mee bezig zullen zijn. Dan moet er trouwens niet al te veel tegenzitten, maar pas als dat gelukt is hebben we de hele puzzel opgelost.’

‘Maar met die oplossing brengen jullie ons hele verdienmodel in gevaar of zijn jullie soms van plan het mogelijke resultaat van dat nieuwe onderzoek op de plank te laten liggen?’ Vroeg Camden met een zweem van wanhoop in zijn stem.

William Carter zat nu heftig met zijn hoofd te schudden. ‘Nee, natuurlijk niet. Een oplossing voor het welzijn van de hele mensheid bezitten en hem verbergen is amoreel, volkomen in strijd met onze beroepsethiek.

Ronald Camden was opgestaan. Zijn gezicht was nu vuurrood: ‘Maar zijn jullie dan helemaal gek geworden,’ schreeuwde hij. ‘Willen jullie dan meteen al beginnen met het slachten van de kip met de gouden eieren die we nu net hebben. Stelletje sukkels. Begrijpen jullie dan helemaal niets van zaken doen. Miljarden kunnen we verdienen met het gemodificeerde telomerase. En zelfs voor de beëindiging van de laatste testfase op menselijke proefpersonen willen jullie alweer aan de gang gaan om het middel overbodig te maken. Ik verbied het! Dat onderzoek gaan we niet doen.’

Het gezicht van William Carter was nu ook rood geworden. Hij trilde van woede en hij was opgestaan. ‘Je schijnt vrij gemakkelijk te vergeten dat we met zijn drieën de directie van dit bedrijf vormen.’

Het gezicht van Ronald Camden was nu wit weggetrokken. ‘Ja, zei hij langzaam, daarom had ik gehoopt op wat meer verstand in die wetenschappelijke hoofden van jullie, maar laat me over een ding volstrekt duidelijk zijn, als C.F.O. heb ik de mogelijkheid om onzinnige uitgaven te blokkeren. Als jullie dus met alle geweld aan dat vervolgonderzoek willen beginnen dan mag je het uit eigen zak betalen.’

William Carter en Alex Fowler knikten kort en stonden gelijktijdig op. ‘Je weet je erkentelijkheid voor je belangrijkste wetenschappers meesterlijk te verbergen.’ Alex Fowler hijgde van verontwaardiging. Carter zei: Alex en ik hebben tien jaar geleden samen dit bedrijf van Brian Uliger overgenomen. Hij was een man met visie. Jou hebben we erbij gehaald om op de winkel te passen. Daar heb ik nu spijt van.’

‘Je zult het ermee moeten doen,’ sneerde Ronald Camden. ‘Ik ben niet van plan me een zekere en zonnige toekomst door de neus te laten boren door een paar op hol geslagen biologie knutselaars.’

Alex Fowler was al woedend de deur uitgelopen. William Carter was nog even blijven staan. ‘Je denkt heel wat van jezelf hè, armzalige duitendief, maar je weet blijkbaar niet dat regeren vooruitzien is en dat je altijd het volgende nieuwe op de plank moet hebben liggen als je met iets nieuws de markt op komt. Weet je wat jouw probleem is? Je zou een koopman moeten zijn, maar je bent alleen maar een sneue boekhouder.’ Hij liep de deur uit en gooide die met een klap achter zich dicht.

Alex Fowler stond een stukje verderop in de gang op hem te wachten. ‘Denk jij dat dit snel weer goed komt,’ zei hij.

Het gezicht van William Carter toonde nog steeds zijn verontwaardiging. ‘Ik heb bij die man alleen maar dollartekens in zijn ogen gezien. Er is geen spoor van passie voor wat we doen. Het gaat hem alleen om geld verdienen en hij begrijpt absoluut niets van wat ons drijft. Ik vrees dat we afscheid van hem moeten nemen, maar ik vermoed dat hij nu druk bezig is om alle sleutels te verzamelen.’ Hij zweeg plotseling.

‘Wat is er, William? Alex Fowler keek zijn collega ongerust aan.

‘Ik ben bang dat we hem die sleutels al in goed vertrouwen in handen hebben gegeven. Ik ben bang dat we nauwelijks mogelijkheden hebben om hem ooit weer kwijt te raken.

Plotseling klaarde het gezicht van William Carter op. ‘Kom Alex, laten we ons maar weer onder de feestende meute begeven. Per slot van rekening hebben we iets te vieren en met die narigheid van onze miezerige boekhouder gaan we het feest niet bederven. Ik heb ineens bedacht dat jij en ik morgen eens een afspraak met Brian Uliger gaan maken. Als ik me goed herinner heb ik ooit een verhaal gehoord waarin Brian op bijna dezelfde manier als wij nu in de klem zat bij zijn financiële man… eh, Hoyt heette die vent, geloof ik. Hoe dan ook, zet een grijns op je kop voor we naar binnen gaan. Niemand moet dit weten.’

            Achter zijn bureau gezeten staarde Ronald Camden voor zich uit. Zijn gezicht vertoonde een gespannen trek, maar na enkele minuten ontspande hij enigszins. Hij pakte zijn 3D communicator uit de la naast hem. ‘Beveiliging,’ sprak hij tegen het scherm. Na enkele seconden stond een levensecht hologram van een man in een donker uniform tegenover hem.

‘Ah, mooi, daar ben je al Banner. Luister, kun jij met jouw jongens twee personen twentyfour seven heel nauwkeurig  monitoren?

Het hologram van George Banner, hoofd van de particuliere bewakingsdienst die de gebouwen van G.T.C. continu bewaakte, knikte instemmend. ‘Zeker meneer Camden, geen probleem,’ klonk het.

‘Mooi,’ zei Camden, ‘dat dacht ik al. Ik wil graag een dagelijks en gedetailleerd rapport van de handelingen van de heren William Carter en Alex Fowler, hier in ons bedrijf werkzaam.’

‘Maar meneer Camden, neem me niet kwalijk, maar dat zijn toch uw mededirecteuren?’ Banner leek verbaasd.

‘Luister goed Banner, ik heb reden om aan te nemen dat de veiligheid van ons bedrijf in gevaar kan worden gebracht door de neiging tot onzorgvuldigheid van mijn collega’s. Je rapporteert aan mij en aan mij alleen en voor deze opdracht stuur je de rekening naar mijn privé adres. En voor ik het vergeet, dit blijft tussen ons.’

Het hologram van Banner knikte: ‘uitstekend meneer,’ zei hij.

Camden tikte op zijn communicator. Het hologram verdween.

Hij stond op, liep naar de deur van zijn kantoor en liep de gang in. Hij hoorde de feestelijke geluiden uit de kantine. ‘Ik moet mij daar even laten zien dacht hij. Bovendien moet ik even een toneelstukje opvoeren.’ Hij liep de kantine binnen en keek rond om te zien waar Carter en Fowler waren. Ze stonden met een glas wijn in de hand aan de andere kant van de zaal met elkaar te praten. Fowler zag hem het eerst. Hij stootte William Carter aan en wees in de richting van de deur waar Camden zojuist was binnengekomen. Camden wenkte hen met een armgebaar om naderbij te komen. Hij zag de norse gezichten van zijn twee mede directeuren, maar bleef met een gespeelde schuldbewuste uitdrukking op zijn gezicht staan.

‘Jongens,’ zei Camden, ‘toen jullie de deur uitwaren realiseerde ik me wat een ontstellende hork ik ben. Jullie hebben absoluut gelijk, sorry, sorry en nogmaals sorry. Wij vieren hier vandaag een feest en ik kom met mijn bankierskop zakken vol roet in het eten gooien. Zo moet ik niet zijn als ik wil dat wij samenwerken.’

William Carter en Alex Fowler keken elkaar aan en knikten. ‘Oké Ronald, zand erover. We gaan gezellig als een eenheid met ons personeel dit feestje vieren.

Het leek inderdaad een ontspannen feestje wat die middag daar in de personeelskantine van G.T.C. werd gevierd.

            Ronald Camden hield het na een half uur op het personeelsfeest in de grote kantine voor gezien. Hij excuseerde zich bij Carter en Fowler met de mededeling dat hij nog een paar dingen moest afmaken. Toen hij weg was legde William Carter zijn hand op de arm van Alex Fowler. ‘Geloof jij hem?’ vroeg hij.

Fowler schudde zijn hoofd. ‘Goed idee van je om met Brian Uliger te gaan praten. Morgen is het zaterdag.’

‘Straks, als ik thuis ben probeer ik hem even te bereiken,’ William Carters gezicht stond ernstig. ‘Ik heb het gevoel dat we heel voorzichtig moeten worden en dat zijn we niet gewend.’

3.

            George Banner legde zijn 3D communicator rechts naast zich op het grote werkblad.  Tegenover hem was op nog geen meter afstand de nu nog lege wand die hij met een stemcommando in het grote scherm van het veiligheidscomputersysteem kon laten veranderen. ‘3D communicator William Carter,’ sprak hij in de richting van de muur. Voor hem, tussen personeelsleden in de kantine stond nu William Carter met een glas in zijn hand met een strakke blik in zijn ogen. Naast hem stond Alex Fowler.

‘Vooruit Alex,’ William legde zijn hand op de schouder van zijn compagnon. ‘Wij zijn vandaag in een feestelijke stemming, weet je nog? Nou ja, die stemming was in elk geval feestelijk tot we dat hersenloze gebekvecht met Camden daarstraks hadden.’

George Banner, hoofd beveiliging, ging rechtop achter zijn bureau zitten. ‘Opname,’ zei hij in de richting van het beeld op de wand dat nu drie dimensionaal was geworden en de hele ruimte vulde. De heren hadden dus ruzie met elkaar gekregen en daarom had Camden hem natuurlijk opgedragen ze in de gaten te houden. Banner schudde zachtjes zijn hoofd. Ondanks het feit dat hij al sedert de begintijd van dit bedrijf de beveiliging verzorgde had hij een grondige hekel aan onnodig wantrouwige mensen; en Camden was wantrouwig, paranoïde leek hij af en toe wel. Om die reden had Camden ook bevolen dat de 3D communicators van alle personeelsleden onmiddellijk in verbinding stonden met het bureau van de beveiliging. Carter en Fowler hadden zich daartegen verzet, maar Camden had zijn zin doorgedreven met de belofte dat in elke 3D communicator een led zou gaan knipperen en een piepsignaaltje te horen zou zijn als de beveiliging de verbinding met die betreffende communicator maakte en elk woord en elke beweging van de eigenaar van die communicator kon volgen zonder dat die volger overigens zelf te zien was. Carter en Fowler hadden om die reden schoorvoetend ingestemd in de overtuiging dat iedereen dan tenminste kon zien en horen wanneer hij of zij gevolgd werd en eventueel de communicator kon uitschakelen.

Camden had er echter opdracht gegeven de waarschuwingsfunctie alleen op zijn eigen toestel te programmeren. De communicators van Carter en Fowler hadden natuurlijk geen volgfunctie, had Camden beloofd. Dat vormde in Camdens geest echter een te groot risico.  Hij kon iedereen laten volgen op elke plek waar de 3D communicator meegenomen werd en aan stond. Iets waar hij en Banner alleen van op de hoogte waren.

            Banner was de enige man buiten Camden die afwist van de bijzondere programmering van de communicators, die alle werknemers dagelijks bij zich hadden en die ook verplicht aan moest staan, althans dat was een voorwaarde die ondertekend moest worden wanneer een werknemer in dienst trad van G.T.C.

Camden had hierover een tamelijk langdurig – en overwegend eenzijdig gesprek met Banner gevoerd. Hij had daarbij duidelijk gemaakt dat hij altijd bezorgd was over het mogelijk lekken van bedrijfsgegevens. ‘Wij zijn een bedrijf dat unieke farmaceutische producten ontwikkelt, begrijp je Banner? Als kennis weglekt en een concurrent gaat ermee aan de haal, dan is het leed voor G.T.C. niet te overzien.’ Hij had Banner ernstig aangekeken en Banner had ijverig geknikt. ‘Je positie hier hangt helemaal af van geheimhouding over de instelling van de communicators. Niemand maar dan ook niemand mag dit weten. Mijn mededirecteuren stel ik zelf wel op de hoogte.’ En terwijl hij Banner naar de deur van zijn kantoor begeleidde zei hij nog eens met nadruk: ‘dus je weet wat je te doen staat en waarover wel en niet gesproken wordt.’ Banner had geknikt. ‘Zeker meneer Camden,’ had hij gezegd, maar terwijl hij de gang uitliep had hij over de hele geheimzinnigdoenerij van Camden toch een vervelende twijfel gevoeld.

            George Banner was zijn carrière ooit begonnen bij de politie. Hij was een intelligente man en het recherche vak was hem op het lijf geschreven. Na enkele jaren bij de politie merkte hij echter dat het eeuwige probleem van die overheidsdienst nooit zou worden opgelost. Altijd zou er te veel werk door te weinig mensen gedaan moeten worden en altijd zou er heel weinig tijd voor vrouw en kinderen zijn als je eindelijk heel laat doodmoe thuiskwam.

Bij G.T.C. was hij gevraagd te solliciteren. Waaraan hij dat te danken had wist hij toen niet. Later wel. Toen had hij via via vernomen dat zijn hoofcommissaris een vriendje was van Camden. Blijkbaar had Camden zijn vriendje gevraagd of hij misschien een geschikte topman voor de beveiliging van het nieuwe bedrijf wist. Banner had het toen allang prachtig gevonden. Mooie regelmatige werktijden. Tijd voor vrouw en kinderen. Kon hij in de weekenden zich bezig houden met de sportieve ontwikkeling van zijn twee zoontjes.

In het begin was dat ook zo geweest, maar Camden had zelf de organisatie van de beveiligingsdienst naar zich toe getrokken. In het begin had hij Banner er nog wel bij betrokken, zogenaamd om zijn advies te vragen. Banner had echter al snel gemerkt dat Camden een volledig eigen koers voer en dat het in feite helemaal niets uitmaakte wat hij adviseerde. Camden knikte aandachtig, deed alsof hij naar hem luisterde en deed vervolgens wat hij zelf wilde. En wat Camden wilde was zoveel mogelijk automatisering en zo weinig mogelijk personeel. Het kwam erop neer dat de hele beveiligingsdienst uit drie man bestond en een ongelooflijke berg kostbare apparatuur die het mogelijk maakte om ieder van de rond honderdvijftig personeelsleden van G.T.C. vierentwintig uur per dag te monitoren. Dat monitoren was de taak van George Banner. Zijn personeelsleden Frank Burns en Roger Hamilton onderhielden de techniek en implementeerden af en toe nieuwere versies van de bewakingsprogramma’s die ze zelf ontwikkelden. Natuurlijk hadden Burns en Hamilton filter algoritmen geprogrammeerd, waardoor echte privé zaken goeddeels werden weg gefilterd. Anders was er helemaal geen beginnen aan, maar door het voortdurend groeiende wensenpakket van Camden had George Banner werkdagen van soms wel zestien uur.

Eigenlijk stond hij er alleen voor. Zijn riante salaris maakte dat slechts ten dele goed, vond hij.

            Zijn aandacht werd nu weer getrokken naar de gebeurtenissen in de kantine, zoals die  virtueel om hem heen gebeurden. William Carter en Alex Fowler waren nu met het glas in de hand naar een hoek van de ruimte gelopen waar geen andere personeelsleden stonden.

Alex Fowler keek zijn collega vragend aan: ‘Toch vind ik het gek,’ begon hij, ‘denk jij nou dat Camden echt meende dat we die laatste fase van het onderzoek niet mogen beginnen?’ Carter knikte mistroostig met zijn hoofd. ‘Ik ben bang van wel,’ zei hij. Terwijl hij zijn glas op het tafeltje naast hem neerzette haalde hij zijn 3D communicator uit zijn broekzak en keek naar het scherm. Hij haalde opgelucht adem.

Alex Fowler grinnikte: ‘we worden niet gevolgd?’

William Carter schudde zachtjes met zijn hoofd: ‘zo te zien niet, maar ik begin eigenlijk het vertrouwen in deze apparaatjes een beetje te verliezen.’

‘Ben je niet een beetje paranoia aan het worden Will?’ vroeg Fowler.

‘Ach ja, misschien heb je gelijk, maar door de ontmoeting met Camden daarstraks is er bij mij van binnen iets veranderd.

            Aan zijn bureau knikte George Banner instemmend. ‘Carter heeft gelijk, dit is eigenlijk te gek voor woorden,’ dacht hij. ‘Ik moet verdomme de twee oprichters van het bedrijf bespioneren zonder dat ze het merken. Niemand mag het weten, alleen de man die over de centen gaat moet alles weten wat ze doen. Dit zijn verdomme de twee mannen die dit bedrijf met hart en ziel hebben opgebouwd. Hij zag hoe Carter zijn gezicht dicht naar het oor van Fowler bewoog. Onwillekeurig moest hij grinniken. ‘Dit helpt echt niet, jongens, je kunt fluisteren wat je wilt, maar de apparaten die we gebruiken kunnen bijna horen wat je denkt.’ Dat was natuurlijk onzin, maar wat absoluut geen onzin was betrof de gevoeligheid en de filtermogelijkheden van de spionage apparatuur.

George Banner besloot de omvang van de opname te beperken. Hoewel hij er eigenlijk zeker van was dat Camden daar kwaad over zou zijn als hij maandagochtend de opnames van het weekend te zien kreeg zei hij: ‘Vervolg opname uitsluitend bij gesproken tekst boven tachtig decibel. Op deze manier zou er bij zacht spreken en natuurlijk ook bij fluisteren absoluut niets verstaanbaars te horen zijn. Hij zakte achterover tegen de rugleuning van zijn bureaustoel. Om zijn lippen krulde een glimlach. ‘Van die apparatuur van jou deugt geen donder,’ hoorde hij in gedachten Camden al briesen. ‘Ja, ik heb het ook gehoord, meneer Camden,’ zou hij met een schuldige uitdrukking op zijn gezicht zeggen. ‘Ik zal Roger Hamilton opdragen de automatische niveauregeling opnieuw in te stellen. Het is weer een nieuwe versie, weet u, en dan kan een storinkje nog wel eens voorkomen.’

Camden zou dan absoluut roepen dat hij niet voor storingen betaalde en daarna zou hij, Banner, gedienstig knikkend de deur uitlopen. Vervelend was natuurlijk wel dat hij het spelletje onmogelijk kon volhouden. Hij besloot een oud diplomatiek trucje te gebruiken. Hij stuurde Carter en Fowler een geschreven berichtje dat automatisch en volledig zou worden gewist als de ontvanger het gelezen had. Het berichtje luidde: Uw 3D communicator kan ten gevolge van een storing in de stand ‘volgen’ blijven staan, zonder dat de indicatoren dit aangeven. Het is daarom aan te bevelen de communicator bij het verlaten van het bedrijf in uw werkruimte achter te laten. Gedurende het komende weekeinde zullen de betreffende apparaten automatisch opnieuw gekalibreerd worden. Beveiliging verzoekt u vriendelijk deze informatie niet te verspreiden.’

George Banner sloot het systeem in zijn werkkamer af, sloot de deur achter hem zorgvuldig af door met zijn rechteroog in de scanner aan de buitenzijde te kijken. Daarna liep hij naar de personeelskantine. Weliswaar had ongeveer de helft van het personeel het pand al verlaten, op weg naar huis met het voornemen gedurende het nu aangebroken weekend van het mooie voorjaarsweer te gaan genieten.

Nog steeds aan het aparte tafeltje in een hoek van de ruimte zaten Will Carter en Alex Fowler met hun 3D communicators in de hand. Toen ze Banner zagen naderen trokken ze vragend hun wenkbrauwen op. Terwijl hij op de laatste vrije stoel aan het tafeltje ging zitten keek Banner beide mannen aan en schudde bijna onmerkbaar met zijn hoofd, een klein gebaar dat ze gelukkig direct begrepen.

4.

‘Will Carter, dat is een poos geleden man, leuk je te zien.’ Brian Uliger legde zijn 3D communicator voor zich op de lage tafel, terwijl hij het hologram van Carter vriendelijk toeknikte.

Het beeld trilde en haperde een beetje. ‘Ben je in een geïsoleerde ruimte Will, de verbinding is onstabiel?’ vroeg Brian. Plotseling werd het beeld echter stabiel. Tegenover hem zat William Carter. Hij zag er onrustig en vermoeid uit.

‘Het spijt me als ik je stoor Brian,’ hoorde Uliger hem zeggen, hoewel er erg veel ruis in het geluid zat.

Brian Uliger keek het ietwat verwarde hologram van William Carter tegenover hem met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘Je lijkt met niet helemaal op je gemak Will. Je geluid is ook niet goed,’ Hij aarzelde.

Carter was rechtop gaan zitten en keek hem nu aan. ‘Ja, Brian, je hebt gelijk. Mijn 3D communicator is op dit ogenblijk een goedkoop prepaid apparaatje waarmee ik niet kan worden gevolgd.’

Brian Uliger was nu rechtop gaan zitten. ‘Maar wat is er in vredesnaam aan de hand jongen. Ik hoor en lees de laatste weken niets anders dan geweldige succesverhalen van jullie. Jullie hebben de telomeren puzzel opgelost, de nieuwe klanten stromen toe. Jullie hebben een heel oude productiefout in het menselijk lichaam opgelost. Ik was juist van plan jullie weer eens op te zoeken. Tenslotte ben ik van oorsprong ook farmacoloog en ik ben van mening dat jullie een ongelooflijke prestatie hebben geleverd.’

Carter zat nerveus met zijn hoofd te knikken. ‘Ja, ja, daar heb je wel gelijk in Brian, het is ook een geweldige kans voor het menselijk welbevinden. We hebben het middel gevonden waarmee zonder dat het gevaar oplevert voor ongewenste mutaties in het DNA de telomeren zich voor langere tijd herstellen. Zeer tegen onze zin heeft de financiële man, Camden, die we enkele jaren terug hebben aangesteld een wat ons betreft waanzinnig hoge prijs voor het nieuwe middel vastgesteld. Ook is het zo dat er elke maand een injectie moet worden gegeven. Als daarin een onderbreking komt treedt juist de tegengestelde werking op. Als een patiënt eenmaal begonnen is met de injecties moet hij ermee doorgaan, anders treedt een versnelde veroudering door een versneld afbrokkelen van de telomeren op. Je zou dat kunnen zien als een verslaving. Alex en ik hebben geprobeerd Camden uit te leggen dat het middel inderdaad een prachtig succes genoemd mag worden, maar dat het immoreel is om het nu al voor algemeen gebruik op de markt te brengen als we niet verder gaan met onderzoek. Wij vinden dat de toepassing voorlopig beperkt behoort te worden tot oudere mensen bij wie de verouderingsprocessen tot levensbedreigende situaties leiden.’

Brian Uliger keek zijn rusteloos ogende collega aan en wreef over zijn kin. ‘Tja Will,’ zei hij, ‘jullie zijn tegen een van de oudste morele strijdpunten van de farmacie aan gelopen. Zelf ben ik vroeger ook een aantal keren in botsing gekomen met Cecil Hoyt, je herinnert je hem vast nog wel, mijn vroegere partner. Fancy prijzen vragen voor middelen die eigenlijk helemaal zo duur niet hoeven te zijn, maar waarvan mensen afhankelijk worden. Nadat Hoyt onder tamelijk ongelukkige omstandigheden arbeidsongeschikt raakte, iets meer dan tien jaar geleden, heb ik besloten onze farmaceutische tak te verkopen. Nou ja, dat weet je, want Alex Fowler en jij hebben toen de zaak overgenomen.’

‘Er gebeurt nu weer precies hetzelfde,’ Carter schudde vertwijfeld met zijn hoofd. ‘Camden heeft nu de heksenjacht geopend op alles en iedereen die zijn kip met de gouden eieren, zoals hij het noemt, zou kunnen bedreigen. De vent is gewoon paranoïde. Hij heeft de controle op alle mensen binnen het bedrijf tot het uiterste opgevoerd. Alex en ik hebben geen toegang meer tot onze laboratoria, maar ons onderzoek is niet klaar. Camden heeft de macht in ons bedrijf naar zich toe getrokken. Hij heeft ons volledig buiten spel gezet. De grootschalige productie van het nieuwe gemodificeerde telomerase heeft hij in handen gegeven van een paar jonge farmaceuten die hij zelf in dienst genomen heeft. Alex en ik hebben niet eens kennis met die lui kunnen maken. De enige plekken binnen het bedrijf waar wij nu nog kunnen komen zijn onze werkkamers, maar volgens mij is hij bezig onze toegang tot ons eigen bedrijf helemaal te blokkeren. Het enige probleem dat hij daarbij heeft is dat bijna het hele personeel op onze hand is, maar ik heb al gehoord dat veel mensen weg willen. Je begrijpt, Brian, dat we wanhopig zijn. Ons prachtige bedrijf, waar we trots op zijn verandert in een beschamende fabriek waar uitsluitend een duur en verslavend verjongingsmiddel wordt gemaakt.’ Carter staarde zwijgend voor zich uit.

‘Ik moet zeggen dat ik dit niet had verwacht.’ Brian Uliger schudde peinzend zijn hoofd. ‘En weet je, er is ook verbazend weinig dat ik kan doen, behalve naar jou en Alex luisteren en met jullie meedenken. Graaiers als Ronald Camden hebben doorgaans alles om hen heen waterdicht juridisch dichtgespijkerd. Elke voor hem bedreigende actie zal onmiddellijk met heel veel pijnlijke tegenmaatregelen worden afgestraft.’ Brian Uliger stond op. ‘Luister Will, laat ik dit zeggen. Ik ken uit ervaring het machteloze rotgevoel waar jullie nu mee rondlopen. Ik kan je niet beloven dat ik jullie kan helpen, maar ik ken wel mensen die ongelooflijk creatief zijn. Ik wil best proberen een soort brainstormsessie met enkelen van hen te organiseren. Je moet alleen niet verwachten dat ik dat heel snel kan regelen. Weet je wat? Kom voorlopig een keer in de week bij me langs om me op de hoogte te houden. Overigens raad ik je aan wel elke keer een andere prepaid te gebruiken.’ Hij stak zijn hand op bij wijze van groet en zag dat Carter opgelucht ademde en eveneens zijn had op stak. ‘Dank je Brian,’ zei hij.

Het contact werd verbroken.

            Brian Uliger liep naar de kast die achterin zijn woonkamer tegen de wand stond. Hij pakte een whiskytumbler en een halfvolle fles whisky waaruit hij zichzelf een bodempje inschonk. Met het glas in de hand ging hij voor het grote raam staan dat uitkeek op het dakterras van zijn appartement. Er viel de hele middag al een druilerige regen. Peinzend keek hij naar de grijze wereld buiten.

‘Hoe was het toch mogelijk dat graaiers met uitsluitend de hebberige begeerte naar geld alles wat goed en creatief was zo grondig konden verpesten terwijl ze toch altijd weer kans zagen zich door de wet te laten beschermen. Gesanctioneerde diefstal, dat was het. Brian knikte en nam een klein slokje van zijn whisky.

5.

‘Jongens, ik heb hier een aanvraag voor een onderzoek,’ Ronald Walters, doorgaans voorzitter bij de brainstormsessies van het bonte gezelschap van zeven whizzkids, die samen N.I.C. de Neuro Imaging Company vormden, stond bij de tafel, waaromheen iedereen met een beker koffie of thee zojuist was gaan zitten. De gesprekken vielen even stil en alle ogen waren op Ronald gericht. Voor hij echter verder kon spreken sprak Judith Krantz: ‘Nou, dat werd tijd, eindelijk iets nieuws. Ik hoop dat het de moeite waard is.’

Nils Bexon, neuroloog en ontwikkelaar, legde zijn hand op Judiths arm: ‘Wacht nou even Juud, laat Ronald nou eerst even vertellen wat hij heeft.’ Judith knikte ongeduldig.

Ronald Walters vervolgde: ‘Het gaat over het gebruik van ons teleportatietoestel voor het snelvervoer van levende have.’

Judith Krantz wilde alweer reageren, maar Ronald Walters stak zijn hand op. ‘Ik weet wat je zeggen wil Judith. Het leidt tot volkomen geestelijke verwoesting, zoals indertijd bij het transporteren van Cecil Hoyt is gebleken. De vraag is echter of teleportatie mogelijk is in volkomen bewusteloze toestand.

Judith Krantz was nu opgestaan: ‘Je weet toch dat ik een paar keer in volkomen bewusteloze toestand geteleporteerd ben en dat ik daarvan geen hinder heb ondervonden. Maar om nou telkens buiten westen te moeten raken om geteleporteerd te kunnen worden lijkt me toch een beetje onwenselijk.’

‘Ja, Judith,’ Ronald Walters ging onverstoorbaar verder, ‘de vraag komt van een van de universiteitsklinieken. Ze hebben het idee geopperd dat het teleporteren van mensen die door een ongeluk levensgevaarlijk gewond zijn geraakt levensreddend zou kunnen zijn. Die mensen zouden dan ter plaatse om pijn te verminderen in een kunstmatig coma gebracht kunnen worden, als ze al door het ongeval niet in coma zijn.’

Judith wilde alweer reageren, maar Ronald Walters ging grinnikend verder. ‘Speciaal om jou gerust te stellen hebben ze contact opgenomen met de faculteit diergeneeskunde om te overleggen of het ook mogelijk zou zijn de proeven eerst met dieren uit te voeren. Het is niet zo heel erg ingrijpend een gewond dier te verdoven en vervolgens binnen een seconde op de operatietafel te brengen, waar direct aan het herstel kan worden gewerkt. Nou, Judith, wat vind je ervan?’

            Judith Krantz keek het kringetje aan de tafel rond en zei: ‘Briljant plan, Ronald, daar wil ik heel graag bij betrokken worden en misschien is het een goed idee om niet af te wachten tot er gewonde dieren als gevolg van ongelukken beschikbaar zijn.’

‘Hoe bedoel je?’ Ronalds stem klonk licht geïrriteerd.

‘Nou,’ ging Judith nu heel kalm verder, ‘Iemand komt met zijn huisdier bij de dierenarts en er blijkt voor het welzijn van het beestje toch een iets ingrijpender behandeling noodzakelijk te zijn dan de dierenarts zelf kan uitvoeren. Zelf geeft de dierenarts de narcose en vervolgens wordt het dier naar de operatietafel in de diergeneeskundige faculteit geteleporteerd.’

Rondom werd instemmend gereageerd.

‘Dank je Judith,’ zei Ronald Walters met een glimlach een lichte buiging naar Judith makend. ‘We zijn natuurlijk niet anders gewend van je, maar dit voorstel is inderdaad de meest praktische en minst gevaarlijke oplossing voor het testen van de methode. Ik denk dat de dierenarts die altijd onze brave Labrador behandelt wel mee wil werken. Nils, zou jij dan samen met Judith dit onderzoek willen opzetten. Ik geef jullie de adresgegevens van de dierenkliniek waar wij altijd komen en ik zal de dierenarts laten weten dat jullie contact opnemen.’

            De betreffende diergeneeskundige kliniek bleek niet ver uit de buurt te liggen en bovendien kon Nils zich de dierenarts uit zijn studietijd herinneren, omdat ze in hetzelfde dispuut hadden gezeten.

De ontvangst was hartelijk en informeel genoeg voor Judith om zich direct thuis te voelen. ‘Lars Havers,’ stelde de man zich voor, maar Lars is voldoende om mijn aandacht te trekken. Jullie treffen het trouwens, want ik heb niet elke dag een patiënt die naar de faculteit moet, maar gisteren heb ik een Ierse setter binnengekregen die een nachtje bij ons geslapen heeft en die een paar grote tumoren in de melklijsten heeft. Dat komt nogal eens voor bij setter teven. In dit geval zijn er al zoveel uitzaaiingen in de ribben dat ik eigenlijk denk dat de jongens van de universiteit er ook niet meer zoveel mee kunnen, maar je weet maar nooit en het is natuurlijk voor jullie een ideaal proefdier.’ Hij knikte Judith en Nils bemoedigend toe. ‘Ik zal het arme dier even halen.’ Hij liep de spreekkamer uit om even later terug te komen met een vermoeid ogende setter die al wat grijs rond de snuit was en waaraan onderaan de buik duidelijk te zien was dat er veel was gegroeid dat er vermoedelijk niet thuishoorde. Het dier kreunde toen de dierenarts het voorzichtig op zijn behandeltafel tilde.

‘Gisteravond hebben we het teleportatieapparaat op de faculteit al klaargezet. Hier heb je een marker, waarmee de faculteit op deze hond kan focussen. Je kunt hem gewoon vlak naast de hond leggen.’ Nils pakte zijn 3D communicator. Na enkele seconden stond het hologram van hoogleraar dierenoncologie Wesley Bronston in de spreekkamer. ‘Hi Wesley,’ zei Lars Havers tegen zijn vroegere hoogleraar. ‘Ik heb hier een ingewikkeld probleem voor je. Ik heb haar al narcose gegeven.’

‘Oké,’ zei Bronston, ‘Laat me dat beestje maar eens bekijken.’

De zieke setter lag nu op haar zij op de behandeltafel. Het hologram van Bronston liep er omheen en bekeek het dier. ‘Dat ziet er inderdaad niet heel erg bemoedigend meer uit,’ sprak hij bezorgd. ‘We zullen haar hierheen halen en zien wat we voor haar kunnen doen. Ik heb overigens geen ervaring met teleportatie apparaten. Zeg maar wat ik doen moet.

‘Ik zie dat je nu precies op de juiste plek bij het teleportatieapparaat staat.’ Judith nam nu de leiding terwijl Lars en Nils geïnteresseerd toekeken. Alles wat geobserveerd moest worden was helder in het zicht: de behandeltafel met de hond in de spreekkamer van de dierenarts alsook het teleportatie apparaat op de universiteit.

‘Het enige wat je hoeft te doen is op de rode knop bij je rechterhand drukken en dan ligt deze doodzieke hond voor je op het apparaat. Eenvoudig, nietwaar? Judiths stem klonk enthousiast. Bronston knikte aandachtig en drukte op de rode knop. Op het zelfde moment zagen ze de hond op de behandeltafel voor zich in hoog tempo doorzichtig worden om binnen een seconde te verschijnen in de universiteitskliniek. Ze zagen hoe Bronston zijn hand op de linkerflank van de hond legde.

Bronston keek nu zijn collega dierenarts aan. ‘Weet je zeker dat je de juiste hond hierheen hebt gestuurd?’ Vroeg hij na enkele seconden.

Lars Havers schudde verward met zijn hoofd. ‘Wat bedoel je Wesley? Natuurlijk weet ik dat zeker. Je hebt de hond hier trouwens kunnen zien verdwijnen en bij jou weer verschijnen.

De mensen van N.I.C. die hier naast me staan hebben toegekeken en duidelijk gezien waarom dit arme beest zo ziek is. Trouwens, je hebt het zo-even zelf ook gezien.

Bronstons hand lag nog steeds op de flank van de hond voor hem. Hij schudde zachtjes met zijn hoofd. ‘Dan is er onderweg hierheen iets heel vreemds gebeurd,’ zei hij, ‘want ik heb hier voor me een Ierse setter die diep ligt te slapen en waarvan ik het hartje rustig voel kloppen, maar tumoren zie ik op dit moment in elk geval niet. Ik denk dat jullie maar even zo vlug mogelijk hierheen moeten komen, want we hebben hier nu te maken met iets wat in mijn ogen onmogelijk waar kan zijn. O, wacht even. Ik neem aan dat je de gegevens van de identificatie chip van dit beestje hebt. Kijk daar eens naar.’

Last Havers liep naar zijn computer en opende de file die hij van de setter had. ‘Ik stuur de gegevens nu naar je toe Wesley.’

Met de ogen wijd open van verbijstering keerde Lars zich weer naar Nils en Judith.

‘Kun je hier nu weg?’ wilde Nils weten. Lars Havers knikte, ‘Ik had deze middag helemaal voor jullie vrij gehouden. Laten we maar naar de faculteit gaan om te zien wat er gebeurd is.

We komen er nu onmiddellijk aan Wesley.’

Bronston knikte en verbrak de verbinding.

Het automatisch stadsvervoer bracht hen in twintig minuten bij de faculteit diergeneeskunde, waar direct de deur werd geopend en een tamelijk opgewonden coassistent van Bronston hen naar de operatiekamer bracht.

            Met de handen in de lucht kwam Wesley Bronston op hen af. Hij schudde Judith en Nils de hand en bleef met gespreide armen voor zijn vroegere student Lars Havers staan.

‘Goeie God Havers, ik heb in het verleden heel wat met je meegemaakt, want je verzon in je studententijd altijd de raarste fratsen, maar vandaag heb je jezelf echt overtroffen.’

Lars Havers keek zijn vroegere hoogleraar met opgetrokken wenkbrauwen en omhoog getrokken schouders aan. ‘Echt, Wesley, dit is echt de zelfde hond die je bij mij op de tafel zag liggen. Ik sta hier volkomen voor een raadsel.’

‘Ja, dat kun je wel zeggen.’ Wesley Bronston maakte een armgebaar om allen mee te gebaren naar het teleportatieapparaat waar de setter nog steeds onder narcose lag. Ze liepen met hem mee.

Aarzelend liep Lars Havers op de hond af. Zijn hele houding verried totale verbijstering toen hij met zijn hand langs de buik van de hond ging en geen enkele verdikking voelde die op de aanwezigheid van tumoren zou kunnen duiden.

‘Dit is echt onmogelijk,’ zei hij hees. ‘Er zaten twee tumoren in de rechter melklijst die open waren, waar af en toe een beetje pus en bloed uit liep. Ik had dit arme beestje afgeschreven of in het gunstigste geval dat jullie er hier nog wat mee konden.’ Hij schudde zijn hoofd.

Met gespreide handen wendde hij zich tot Bronston die op enkele passen afstand was blijven staan. ‘Ik heb je blijkbaar een gezonde hond gestuurd, maar ik begrijp hier niets van.’

Wesley Bronston stond langzaam met zijn hoofd te knikken in de richting van zijn oud student. ‘Vind je het goed dat we hier wat diepgravend onderzoek aan dit beestje doen Lars? Jij en ik zullen toch in ieder geval willen weten wat hier aan de hand is en welke onwaarschijnlijke mutaties in dit beestje hebben plaats gevonden. Trouwens, ik heb net de identificatiechip van dit beestje uitgelezen. Het zijn precies dezelfde gegevens als die je mij daarstraks stuurde. Het moet dezelfde hond zijn.

‘Ik gooi mijn praktijk een paar dagen dicht. Kun je met je vervolgonderzoeken wachten tot morgenochtend negen uur, want ik wil er niets van missen.’

‘Wij eigenlijk ook niet,’ zei Nils Bexon.

Voor één keer knikte Judith alleen maar enthousiast instemmend.

6.

Wesley Bronston had de zaken voor de volgende morgen goed voorbereid. Hij had ervoor gezorgd dat er voldoende camera’s aanwezig waren in zijn operatiekamer. Ook had hij drie van zijn meest getalenteerde coassistenten gevraagd aanwezig te zijn om de simpele reden dat waarnemen toch altijd mensenwerk is en dat er verschillen in de waarneming kunnen ontstaan die op zich alleen al tot interessante conclusies kunnen leiden, maar die toch altijd om vergelijking vragen.

Lars Havers had op de dag dat hij de doodzieke setter had binnengekregen uit bloed en slijm een DNA profiel van de hond gemaakt, waarbij hem was opgevallen dat de hond sowieso niet erg veel ouder zou worden, omdat de telomerenreeksen aan het eind van het bestudeerde DNA erg kort waren en hier en daar geheel ontbraken. Cellen waarvan de telomeren verbruikt zijn kunnen zich niet meer delen, dat was al heel lang bekend. Het DNA profiel had hij de vorige avond vlak na thuiskomst samen met zijn bevindingen al naar de universiteit gezonden.

Wesley Bronston had hetzelfde gedaan. Hij had wat wangslijm uit de bek van de hond genomen en voor de zekerheid had hij een kleine biops uit een melkklier genomen. Het DNA profiel dat hij daarna gemaakt had was voor Wesley Bronston een belevenis geweest die hem in zijn hele leven nog nooit was overkomen. Hij had de hele nacht geen oog dicht kunnen doen van de spanning. Rond vier uur kon hij het in bed niet langer uithouden. Hij had zich aangekleed en was naar zijn laboratorium op de universiteit gegaan. Van de nerveuze spanning had hij zich bij het bewakingssysteem wel twee keer moeten identificeren. Eenmaal in zijn laboratorium was hij begonnen de twee DNA-samples van voor – en na de teleportatie keer op keer met elkaar te vergelijken. Als er al iets duidelijk was, dan was het wel dat het samples van dezelfde hond waren. Voor de teleportatie was er duidelijk sprake van oud en afgeleefd DNA, dat zich bijna niet meer kon delen. Na de teleportatie zag het er totaal anders uit. Oh ja, er was geen twijfel mogelijk, het was absoluut de zelfde hond, maar dit DNA leek wel van een heel jonge hond. Prachtige lange telomeren reeksen zag hij bij de tests die hij verbijsterd een aantal keren herhaalde. Wesley Bronston stond voor een raadsel. Deze hele onderneming had in de eerste plaats ten doel gehad om te zien of een ziek levend wezen, een hond in dit geval, zonder gevaar door middel van teleportatie kon worden verplaatst naar een plek waar adequate hulp kon worden geboden. Maar nu had er zich plotseling een zeer ingrijpend genezingsproces voorgedaan, waarbij niet alleen de uitgebreide uitgezaaide kanker in de melklijsten van deze Ierse setter niet meer viel waar te nemen, maar de hele toestand van het dier maakte overduidelijk de indruk van een nog jonge – en vitale hond. In totale verbijstering had hij in de vroege uren van die dag keer op keer alle gegevens opnieuw bekeken om telkens weer vast te stellen dat er geen fouten gemaakt waren en dat de werkelijkheid zoals hij die kende binnen zijn vakgebied nooit meer hetzelfde zou zijn.

Eén enkele vraag drong zich nu voortdurend aan Wesley Bronston op: Was dit nu de poort naar het eeuwige leven, waarvan de mensheid sinds eeuwen droomde of stond hij te kijken naar het resultaat van een bizarre grap of een gigantisch artefact. Alles in hem schreeuwde: ‘dit kan niet, dit is onmogelijk, je vergist je, pas op, je zult je onsterfelijk belachelijk maken als je dit bekend maakt.’ Hij stond voor het grootste dilemma in zijn leven.

Stipt om negen uur stonden Lars Havers, Nils Bexon en Judith Krantz voor de deur van de faculteit. Een van de ook al vroeg gearriveerde coassistenten liet hen binnen.

Bij hun aankomst op de afdeling had Wesley Bronston de hond, die inmiddels uit haar narcose was ontwaakt, uit de bench gehaald. Het dier kwam kwispelend op Lars Havers aflopen, de enige van het gezelschap die hij al jaren kende. Lars was op een stoel gaan zitten en de hond was naast hem gaan zitten. Lars streelde de hond en liet liefkozend de lange oren van het dier tussen zijn vingers doorglijden. Met grote ogen keek hij naar het setterteefje dat al meer dan tien jaar regelmatig zijn patiënt was geweest. ‘Ach kijk nou toch, daar hebben we mijn lieve settertje Beau.’ Lars had tranen van ontroering in zijn ogen. ‘Och mijn hondje, ben je nu terug van bijna helemaal weg.’ Hij nam de kop van de hond in beide handen en raakte even met zijn neus aan de neus van de hond, wat hem een klein likje op zijn neus opleverde. Lars liet de hond los die nu aan zijn voeten ging liggen en keek om zich heen. ‘De eigenaar van deze hond is zelf een oude man,’ zei hij. ‘Hij had me gevraagd de hond te laten inslapen als er niets meer voor het dier kon worden gedaan. Zelf kon hij het emotioneel niet aan om daarbij aanwezig te zijn. Overigens geloof ik ook niet dat deze eigenaar nog aan een nieuwe hond zou beginnen als ik deze inderdaad had moeten laten inslapen. Maar nu sta ik toch voor een ernstig dilemma.’

‘Hoezo een ernstig dilemma?’ wilde Wesley Bronston weten.

‘Ach, weetje,’ zei Lars opstaand, ‘ik ken deze eigenaar en deze hond vanaf het moment dat ze een puppy was. Met dit dier zijn we nu in een heel ongebruikelijke – en daarmee voor mij heel ongemakkelijke situatie gekomen. Als ik jullie zou vragen wat jullie ervan zouden vinden om onze bevindingen met dit dier maar wereldkundig te maken, dat vermoed ik dat jullie daartegen ernstig bezwaar zouden maken op grond van het feit dat een dergelijke publicatie wel erg prematuur zou zijn en dat we dit experiment zeker een groot aantal keren moeten herhalen. Het is natuurlijk wel buitengewoon onwetenschappelijk om het rapporteren van wat een geweldige ontdekking zou kunnen zijn te laten berusten op een enkele waarneming. Maar wat vertel ik nu het oude baasje van deze inmiddels weer springlevende hond?’

Er viel een stilte.

Lars Havers wendde zich tot Judith Krantz: ‘wat vinden jullie, dit onderzoek is tenslotte jullie initiatief.’

Judith leek te weifelen. Nils Bexon zei: ‘Uit wat je vertelde over de oude baas van de hond kreeg ik de indruk dat hij eigenlijk al afscheid van de hond had genomen toen hij haar bij je bracht Lars.’

Lars Havers was weer gaan zitten en knikte zachtjes met zijn hoofd. ‘Ja,’ zei hij, dat is wel zo. De oude man had tranen in zijn ogen toen hij de deur uit ging.’

‘Je zou even contact met de man moeten opnemen en hem zeggen dat je met de hond naar de faculteit diergeneeskunde bent gegaan om onderzoek te laten doen ten behoeve van de wetenschap en omdat je – wat ook waar is – zelf geen behandelmogelijkheden meer had.

Judith was nu opgestaan. Met verontwaardiging in haar stem zei ze: ‘ja, ja, maar dan staan we voor dat verdrietige hondenbaasje wel de boel bij elkaar te liegen.’

‘Ja Juud, natuurlijk heb je daar gelijk in,’ kwam Nils Bexon tussenbeide, maar wat er nu gebeurd is kunnen we echt nog lang niet bekend maken. Dit is zo groot en veelomvattend. Bovendien is wat we dan tegen de oude baas van de hond zeggen ook de bedoeling geweest toen we het dier teleporteerden.’

Nu vond Wesley Bronston het tijd om de regie te pakken. Het was tenslotte zijn faculteit en het waren zijn coassistenten. ‘Luister mensen, ik heb een plan. Laten wij ons even terugtrekken in mijn werkkamer. Neem de hond maar mee, het is een rustig beestje en ik vermoed dat ze zich bij Lars het prettigst voelt. Mijn secretaresse zal inmiddels ook wel achter haar bureau zitten en ik zal haar opdracht geven even een standaard geheimhoudingsdocument naar jullie 3D communicators te sturen, zodat we het tijdens de koffie kunnen bespreken en eventuele aanpassingen invoeren.’

Met zijn zevenen zaten ze even later aan de vergadertafel in de kamer van Wesley Bronston.

Een heel klein beetje ongemakkelijk vond Judith Krantz het wel, omdat ze gewend was in hun eigen bedrijf eigenlijk alle beslissingen grotendeels haar kant op te praten, iets wat iedereen doorgaans goed vond, omdat ze eigenlijk de spil van het bedrijf was. Hier, besefte ze, waren ze bezig binnen de faculteit diergeneeskunde iets te ontdekken dat zeker niet wereldkundig moest worden gemaakt voordat uit grondig onderzoek was gebleken dat alles klopte en dat de conclusies juist waren. En ook dan moest uiterste geheimhouding in acht worden genomen. Verstrekkende implicaties voor de hele medische wetenschap, maar vooral ook voor de farmaceutische wetenschap, wanneer misschien wel een nu nog onbekend deel van alle farmaceutische producten overbodig zouden worden.

Kort gezegd: misschien was het wel raadzaam helemaal niets over deze toevallige ontdekking bekend te maken.

Wesley Bronston had het iedereen gemakkelijk gemaakt. De geheimhoudings-verklaring, die iedereen in zijn 3D communicator kon lezen beoogde niet anders dan een communicatiestilte naar buiten tot aan het moment dat de initiatiefnemers het erover eens waren dat het eindresultaat van het onderzoek eenduidig was geformuleerd. Het doel was vanzelfsprekend: wat het ook was dat ze zouden ontdekken, er moest pas over gepubliceerd worden nadat onomstotelijk vast zou staan dat ze niet met het een of andere artefact te maken hadden en zich door publicatie ervan onsterfelijk belachelijk zouden maken. Stel je voor, het ging hier mogelijk om een ongelooflijke levensverlenging. Weliswaar was hier sprake van een hond en niet van een mens. Bovendien moest nog worden vastgesteld dat deze hond hierdoor inderdaad aan een nieuw en lang leven begon. Hoe dan ook, hoopvol was het en buitengewoon interessant. Iedereen was het met deze geheimhoudingsverklaring eens en bevestigde dat. Wesley Bronston zag in gedachten zijn ster rijzen in de wetenschappelijke wereld.

Judith Krantz dacht aan het gesprek dat ze kort geleden met Brian Uliger had gehad en hoe ze zich eigenlijk plotseling bewust was geworden van het feit dat zijzelf eigenlijk ook geen verouderingstekenen vertoonde. Weliswaar was ze nu nog jong genoeg. Het zou nog niemand erg zijn opgevallen, behalve dat iemand die haar goed kende misschien af en toe dacht: ‘Judith hoe komt het toch dat je er altijd zo jong en stralend uitziet?’ Een vraag die haar tot nu toe overigens nooit gesteld was en waarmee ze zich eigenlijk ook nooit bezig hield.

Er werd besloten dat Nils Bexon en Lars Havers wekelijks enkele dagdelen mee zouden werken aan het onderzoek naar de veranderde anatomische en fysiologische kenmerken van de Ierse setter en dat deze regeling in stand zou blijven tot het de eindrapportage gereed was. Lars Havers zou, indien de gelegenheid zich voordeed, andere terminale dieren aanbrengen, waarvan de eigenaren ervan afzagen aanwezig zijn bij het inslapen. Lars wist te vertellen dat ongeveer één op de vier eigenaren het sterven van hun lieveling emotioneel niet aankonden. Een probleem waar hij echter wel de aandacht op vestigde was de vraag wat er met de dieren moest gebeuren, nadat ze door de teleportatie gered waren. ‘Ik heb daar misschien wel een bruikbaar idee over,’ zei Wesley Bronston, ‘maar op dit moment kunnen we besluiten daarover nog even voor ons uit schuiven.

Stevige afspraken waren er gemaakt over het voorlopig zwijgen over dit project. Er waren echter geen afspraken gemaakt met betrekking tot het toepassen van de eindresultaten, wat misschien beter wel had kunnen gebeuren.

Overigens had Judith nog een gedachte die aan haar geweten knaagde. De teleportatiemachine was jaren geleden in zijn oorspronkelijke vorm eigenlijk ontworpen in het bedrijf van haar goede vriend Brian Uliger. Brian had er zelf ook een flink aandeel in gehad. De verfijningen die ertoe hadden geleid dat een levend wezen, weliswaar gedrogeerd, kon worden geteleporteerd was het werk van Judith zelf. Een en ander overwegend vroeg Judith zich af of ze eigenlijk Brian niet moest betrekken bij dit project. Razendsnel dacht ze na over eventuele argumenten die voor het betrekken van Brian bij dit onderzoek zouden zijn. Zeker was dat Brian het zonder twijfel buitengewoon interessant zou vinden en dat hij alleen al op grond daarvan bereid zou zijn een belangrijk deel van de benodigde financiële middelen te sponsoren. Ze stond op van haar stoel aan de vergadertafel in de kamer van Wesley Bronston en zette haar handen op het tafelblad, terwijl ze de kring rond keek. Er viel een stilte en alle ogen richtten zich op Judith. ‘Ik wil graag even jullie aandacht voor het volgende,’ Judith had moeite haar enthousiasme in toom te houden en een kalme en beheerste indruk te maken. Nils Bexon, die haar al jaren door en door kende, keek van terzijde naar haar en knikte zachtjes goedkeurend.

‘Ik vermoed dat Brian Uliger, met wie ik indertijd samen de eerste versie van de teleportatiemachine heb ontwikkeld, heel graag zal willen participeren in dit project. Ik weet nu al zeker dat alleen voldoende grootschalig onderzoek de benodigde betrouwbare resultaten zal opleveren en ik weet ook zeker…’ ze keek nu Wesley Bronston aan, ‘dat dergelijk onderzoek ver boven het daarvoor beschikbare universitaire budget uit zal gaan. Het lijkt mij dan ook heel verstandig Brian Uliger op zo kort mogelijke termijn uit te nodigen.’

Bronston keek aanvankelijk een beetje zuur. Hij had gehoopt helemaal alleen bovenaan dit project te kunnen staan, maar hij zag in dat de financiële middelen voor wetenschappelijk onderzoek van de faculteit diergeneeskunde waarschijnlijk binnen zeer korte tijd uitgeput zouden zijn en in gedachten hoorde hij de verwijten van collega’s al die hij voorlopig sowieso al niet veel wijzer zou kunnen maken omtrent het doel van het onderzoek, want dan lag het hele verhaal binnen de kortste keren op straat. Geheimzinnigdoenerij was in universitaire kringen vaker gewoonte dan uitzondering, wanneer iemand iets sensationeel nieuws meende te hebben. In dit geval wist Bronston dat uitlekken waarschijnlijk een definitief einde aan zijn participatie zou betekenen. Brian Uliger was natuurlijk ervaren in het beschermen van nieuwe ideeën. Met enige afgunst in de geest moest Wesley erkennen dat Brian Uliger waarschijnlijk de beste kans bood op succes met dit project. Hij stemde in.

Judith beloofde Brian op de hoogte te stellen en uit te nodigen voor de volgende bijeenkomst. In het laboratorium van Wesley werd dadelijk begonnen met het opstellen van een uitgebreid onderzoeksprotocol.

Tegen negen uur in de avond sloot Wesley Bronston de deur van zijn afdeling met een hoofd vol weliswaar gemengde – maar toch heel hoopvolle gevoelens.

Judith, Nils en Lars waren samen naar buiten gegaan. Lars had gegroet en was naar huis gegaan. Judith was met Nils blijven staan praten tot Lars verdwenen was. ‘Wij moesten samen nog maar even iets gaan drinken,’ zei Judith, terwijl ze Nils doordringend aankeek.

Nils knikte nadenkend: ‘Ja, goed idee Judith. Komt Jesse ook weer naar huis?’

Judith knikte. ‘Mooi, want het lijkt me goed als hij volledig betrokken wordt bij alles wat er nu gaat gebeuren.

7.

Brian Uliger hoefde niet lang na te denken toen Judith Krantz hem uitnodigde om deel te nemen aan de volgende bijeenkomst in het project ‘geteleporteerde hond’, zoals Judith het had genoemd. ‘Ik ben zo opgewonden als een puber voor haar eerste afspraakje,’ had ze tegen Brian gezegd. ‘Eindelijk weer iets volkomen nieuws. Het mooiste vind ik nog dat ik zelf, zonder het te beseffen, de allereerste onbedoelde proefpersoon in de aanloop tot deze gebeurtenissen ben geweest.

Brian had haar glimlachend aangekeken. ‘Ja Judith,’ had hij gezegd, ‘wat er toen met jou gebeurde kwam weliswaar door het paranoïde gedram van Cecil Hoyt, maar kennelijk heeft de teleportatie in bewusteloze toestand jou de bijna eeuwige jeugd gegeven.’

Judith zat zachtjes te knikken. Peinzend zei ze: ‘Je zult zien wat er met die hond gebeurde. Je zult je ogen uit kijken als je ziet hoe een doodziek dier binnen enkele seconden verandert in een jeugdig en kerngezond dier.

Brian Uliger zette zijn ellebogen op de tafel en steunde zijn kin op zijn gevouwen handen terwijl hij Judith aankeek. ‘Ik denk niet dat ik de enige ben die bij dit onderzoek moet worden uitgenodigd om deel te nemen.’

Judith keek hem vragend aan. ‘Wat bedoel je?’

‘Het is goed dat we hier met zijn tweeën zitten,’ zei Brian, want er is iets wat ik je in het diepste geheim wil zeggen.’

Judith keek hem met wijd open ogen aan. ‘Je weet dat je mij wat dat betreft altijd kunt vertrouwen.’

Brian knikte. ‘Ja, natuurlijk weet ik dat, maar het gaat in dit geval niet over mij zelf, maar over de twee kerels die Gen Tech een aantal jaren geleden van mij hebben overgenomen en er een eigen farmaceutische company van hebben gemaakt. Een van die jongens heeft mij laatst benaderd. De man was angstig, nam contact op met gebruikmaking van een prepaid 3D communicator. Nu ja, het lange verhaal kort, het was weer eens het bekende conflict tussen commercie en wetenschap. Natuurlijk heb ik daar ervaring mee, want ik heb jaren in de knel gezeten vanwege Hoyt, maar dat weet je. Bij deze jongens is het weer precies het zelfde. Ze zijn erin geslaagd een gemodificeerd telomerase preparaat te ontwikkelen dat weliswaar met vaste tussenpozen ingespoten moet worden, maar dat een enorme levensverlenging belooft.’

Judith veerde overeind: ‘maar dat is precies wat er…’

Ze kon haar zin niet afmaken, want Brian Uliger had zijn hand opgestoken: ‘Wacht heel even Juud,’ zei hij, ‘laat me eerst het verhaal over deze twee kerels afmaken, dan weet je, als ik je goed ken, precies voor welke opgave we staan.

Judith knikte.

‘Die twee kerels,’ ging Brian verder, ‘hadden een vervolgonderzoek al gepland. Ze hadden zelfs het protocol al geschreven. Ze wilden verder gaan met het onderzoek naar de factoren die ervoor kunnen zorgen dat het enkelstrengs telomerase zoals dat door de geslachtscellen wordt gemaakt gewoon geproduceerd blijft worden, maar dat er een dubbelstrengs telomerase in de overige zich delende lichaamscellen geproduceerd wordt en dat dus bij de mens identiek wordt aan het gemodificeerde telomerase dat ze juist ontwikkeld hebben en dat ervoor zorgt dat de verouderingsprocessen in ons lichaam misschien niet helemaal ophouden, maar in elk geval veel langzamer verlopen. Hun financiële man ziet dergelijk onderzoek als een gevaar voor de omzet van het nieuwe gemodificeerde telomerase. Overigens zit er aan dat nieuwe middel een heel gemeen en vooral typisch farmaceutisch kantje. Als je het middel met de voorgeschreven regelmaat inspuit blijf je jong en gezond. Als je ophoudt met de behandeling, bijvoorbeeld omdat je het niet meer kunt betalen, dan slaat het verouderingsproces versneld toe. Je zou kunnen zeggen dat er dan een veel te groot afbraakproces op te veel plaatsen in het lichaam gelijktijdig optreedt. Op die manier heeft de fabrikant de patiënt weer eens in een wurgpositie: betaal of raak versneld je gezondheid kwijt. Op de avond dat Will Carter mij opriep heb ik een afspraak met hem gemaakt. Hij en zijn kompaan Alex Fowler zijn goeie gewetensvolle kerels. Toen ik hem bij mij thuis ontmoette zat er een dood nerveuze en bijna huilende man tegenover me die me vertelde dat de CFO, ene Ronald Camden een rond de klok bewaking op hen beiden had gezet. Hij en Fowler konden werkelijk geen kant op. Camden had gezegd dat ze hun verdere onderzoek maar uit eigen zak moesten betalen, maar had tegelijkertijd security opdracht gegeven ze nooit uit het oog te verliezen. Nou, je weet wat we tegenwoordig op dat gebied allemaal kunnen. Maar naar aanleiding van wat je mij nu hebt verteld over jullie proeven met die hond denk ik dat Carter en Fowler dolgraag zouden meedoen aan dat onderzoek.’ Brian zweeg en leunde achterover.

‘Eerst maar koffie, vind je niet?’ zei Judith.

‘Tja, dat zouden we bijna vergeten,’ grinnikte Brian. ‘Maar wat vind je ervan. Ik voel er erg veel voor om sponsor van dit hele onderzoek te zijn. Misschien dat Wesley Bronston zich een beetje gepasseerd zou voelen, maar er zijn genoeg manieren te bedenken om dat goed te maken.’

Judith Krantz zette twee kopjes koffie op de tafel en ging weer zitten. ‘Ik heb van het groepje dat tot nu toe bij deze zaak betrokken is in elk geval goedkeuring om jou mee te nemen. Laten we daar maar eens mee beginnen.’

Voordat Brian vertrok hadden ze een korte 3D ontmoeting met Nils Bexon, Wesley Bronston en Lars Havers. Het vooruitzicht dat het hele onderzoek mogelijk gesponsord zou worden maakte het gesprek heel gemakkelijk. Dat Brian Uliger zou aanschuiven bij het gezelschap bleek niets meer of minder dan zeer verheugend.  Om zo weinig mogelijk tijd te verliezen werd afgesproken en petit comité de volgende ochtend op de faculteit diergeneeskunde in de werkkamer van Wesley Bronston bijeen te komen. De coassistenten konden gemist worden, maar zouden zeker uitvoerende taken bij het onderzoek krijgen.

Brian wist zeker dat William Carter en Alex Fowler bij het onderzoek onmisbaar zouden zijn, maar hij wilde vooral niet vooruitlopen op gebeurtenissen die zouden komen en die al snel een veel grimmiger karakter zouden aannemen dan ieder verwacht had.

8.

‘Zeg Banner, luister eens, dit lijkt nergens op. Je hebt die 3D communicators van Carter en Fowler toch wel ingesteld zoals ik je had opgedragen.’ Met een stuurse blik keek Ronald Camden zijn hoofd beveiliging, George Banner, aan die een beetje timide tegenover hem aan zijn bureau zat.

‘Ik weet werkelijk niet wat ze ermee gedaan hebben meneer. Het lijkt wel alsof ze die dingen hebben weggegooid of in een loden kist gestopt.’

Het was maandagmorgen en George Banner had juist tamelijk nerveus aan CFO Camden moeten rapporteren dat het plan om William Carter en Ronald Fowler, beide farmaceutische genieën en mede eigenaren van de Gen Tech Corporation, vierentwintig uur per dag volledig te laten volgen volkomen mislukt was. Behalve de opnames van vrijdagavond rond een uur of zeven, waarbij het geluid plotseling wegviel en het beeld donker, was er niets opgenomen. Diep in zijn hart was Banner opgelucht want hij had deze opdracht een schandelijke inbreuk op de privacy van de twee directeuren gevonden, maar dat kon hij onder de huidige gezagsverhoudingen niet kenbaar maken.

Ronald Camden was woedend. Hij wist dat de twee mede eigenaren plannen hadden voor verder onderzoek dat in zijn ogen desastreus kon uitpakken voor de winsten van het bedrijf. Wel had hij gemeend er verstandig aan te doen de beide heren aan een kort lijntje te leggen in die zin dat hij hen duidelijk had gemaakt dat er voor het door hun bedoelde onderzoek geen middelen beschikbaar zouden worden gesteld. Natuurlijk wist hij maar al te goed dat beide heren oorspronkelijk een meerderheidsbelang in het bedrijf hadden, maar door slimme financiële manipulaties was hij erin geslaagd zijn invloed te vergroten. Camden had een duidelijke – en al sinds zijn studietijd vaste overtuiging. Bedrijven en andere organisaties moesten niet geleid worden door whizzkids die altijd met hun hoofd buiten de alledaagse werkelijkheid leefden. Leiding moest wat Camden betrof altijd in handen zijn van economen, mensen die konden zorgen dat er een gezonde en winstgevende bedrijfsvoering was. Zijn plannetje om op een slimme manier te volgen wat zijn twee mededirecteuren achter zijn rug aan het uitbroeden waren was echter mislukt. Hij moest ander wegen vinden. Banner was alleen op de achtergrond bruikbaar. Carter en Fowler zouden de securityman ongetwijfeld niets vertellen. Ze zouden zeker niet zo naïef zijn te denken dat Banner niet alles wat hij hoorde aan hem, Camden zou vertellen. ‘Probeer jij eens met een goed werkend plan te komen,’ zei hij tegen George Banner, een wegwuivende beweging met zijn hand makend.

Banner begreep onmiddellijk de wenk en stond op om de kamer te verlaten en naar zijn eigen kantoor te gaan, waar hij de hele dag alles en iedereen in de gaten kon houden, behalve nu juist Carter en Fowler. Inwendig moest hij grinniken. Hij kende de twee oprichters van het bedrijf al jaren. Hij kon zich dan ook met geen mogelijkheid voorstellen dat uitgerekend die twee het bedrijf schade zouden willen – of zelfs kunnen doen. Weliswaar begreep hij in de technische zin niet helemaal waarom Camden zo paranoïde reageerde, maar dat nam niet weg dat hij de twee topfarmaceuten van het bedrijf niet alleen als vriendelijke kerels kende, maar ook als zeer betrouwbaar en met hart en ziel werkend voor het bedrijf. George Banner vond dat CFO Camden hem met deze idiote opdracht in gewetensnood bracht. Het voelde helemaal verkeerd.

Ronald Camden zat onderuit gezakt achter zijn bureau. Tot tweemaal toe had hij de praktisch lege opnames van de 3D-communicators van Carter en Fowler afgedraaid. Het systeem maakte het gelukkig mogelijk de opnames op hoge snelheid te bekijken omdat het tempo onmiddellijk werd genormaliseerd als er ook maar iets van een menselijke stem of beeld viel waar te nemen. Maar er was niets, helemaal niets.

Camden vloekte. Ze hadden hem door, hij voelde het. Hij zou slimmer moeten zijn. Bovendien had hij het gevoel dat Banner met tamelijk veel tegenzin tegenover de opdracht stond. Somber staarde hij voor zich uit. Bijna gedachteloos trok hij met zijn linkerhand en bureaulade open. Hij was binnen het bedrijf de enige die nog achter een heel groot ouderwets eikenhouten bureau werkte. Stiekem werd er binnen het bedrijf wel eens gelachen om het ouderwetse meubel, maar Camden wilde er geen afstand van doen. Het bureau was al meer dan tweehonderd jaar in zijn familie.

Onderuitgezakt in zijn stoel zittend had hij gedachteloos de bovenste lade aan de linkerkant open getrokken. Schuin opzij kijkend staarde hij met enige verbazing naar een voorwerpje dat nagenoeg het enige was wat in de lade lag. Het was ongeveer zo groot als een creditcard, iets dikker misschien, maar niet veel. Hij pakte het uit de la en legde het voor zich op het bureau. Wat was dit ook alweer. Vaag herinnerde hij zich dat hij het jaren geleden in een opwelling had gekocht, maar eigenlijk nooit gebruikt. Heel vaag herinnerde hij zich dat dit dingetje indertijd een hype was geweest. Ja, het kwam langzaam weer boven. Het had iets te maken met de natuurlijke beïnvloeding van de stemming van mensen. Hij nam het kaartje nu in de hand. “SYNCHRONIZER” stond er op en daaronder: om de gebruiksaanwijzing te kunnen lezen, leg de synchronizer tegen de achterzijde van uw 3D-communicator.

‘Hm, beetje onzinnig gedoe, maar de gebruiksaanwijzing lezen kan in elk geval geen kwaad,’ dacht hij. Hij legde de synchronizer voor zich op het bureau en legde zijn 3D-communicator er bovenop. Onmiddellijk verscheen voor hem een witte pagina, ter grootte van een A4-tje met daarop de tekst:

            De synchronizer doet u zowel lichamelijk als geestelijk ontspannen.

            U ervaart een prettige stemming waarin u zich niet slechts lichamelijk

            Plezierig voelt, maar waarin u ook buitengewoon helder kunt denken.

            Neem de synchronizer tussen duim en wijsvinger en plaats hem op uw

            borstbeen. U zult het effect direct ervaren. De energiebron is uw eigen

            lichaamswarmte. Voorts zult u merken dat de synchronizer vast zit en

            niet kan worden verschoven tot u opnieuw met duim en wijsvinger de

            randen beetpakt, waarna de hechting onmiddellijk loslaat.

            De synchronizer behoeft geen enkele vorm van onderhoud.

            Dit is een N.I.C. product.

Ronald Camden had het voorwerpje dat kennelijk een compleet welzijnsapparaatje was opnieuw opgepakt. Met gefronste wenkbrauwen keek hij ernaar. De eerste gedachte die bij hem opkwam was: ‘wat een baarlijke nonsens. Dat kan natuurlijk niet anders dan oplichterij zijn.’ Hij herinnerde zich weer het moment waarop hij het dingetje had gekocht. Tot zijn ergernis had hij toen moeten bekennen dat het een impulsaankoop was geweest, een soort gedrag dat hij altijd verfoeide. Toen het ding bezorgd werd had zijn toenmalige vriendin, die net als hij ook economie studeerde, hem uitgelachen en gevraagd hoe het toch kwam dat hij op zijn leeftijd nog in sprookjes geloofde. Beschaamd had hij het ding in deze lade gelegd en er nooit meer naar omgekeken. Die vriendin van toen had hem niet alleen uitgelachen, maar hem niet heel lang daarna ook verlaten omdat ze hem ongelooflijk saai vond. En saai op een tamelijk monomane manier was Ronald Camden. Veel geld betekende onafhankelijkheid. Ronald Camden had niemand nodig. De achterliggende waarheid was dat hij net een keer te vaak was afgewezen om zijn inderdaad wel erg kleurloze karakter – maar niettemin slechts op economische winst gerichte houding. Al jaren hing hij voor zichzelf het praatje op dat zijn ongebondenheid de enig juiste en bevredigende manier van leven betekende.

Gedachteloos zat hij nu opnieuw met de synchronizer in zijn hand. Bijna automatisch knoopte hij de bovenste knoopjes van zijn overhemd los en drukte het apparaatje op zijn borstbeen. Een vreemde sensatie ging door hem heen. Het leek plotseling alsof het licht in zijn kamer zonniger was. Hij voelde zich kalm en helder. Hij stond op en begon door de kamer heen en weer te lopen. Zijn woede van daarstraks was als sneeuw voor de zon verdwenen. Hij voelde dat hij in deze gemoedstoestand de juiste strategische stappen kon zetten. Eigenlijk wist hij dat de toestand waarin hij nu door de synchronizer gekomen was hem in staat zou stellen een juiste strategie te ontwikkelen. Ach, natuurlijk had hij altijd geweten dat een gevecht in een toestand van woede bij voorbaat verloren was. Nu zijn woede gezakt was en zijn geest helder en rustig kwamen er ideeën in zijn geest boven borrelen die hij niet eerder had gehad. Wat hij wilde bereiken kon niet langs de keurige weg van netjes zakendoen en het werk laten doen door de overigens uitstekende eigen securityman. Diep in zijn hart wist hij zeker dat Banner meer sympathie voelde voor William Carter en Alex Fowler dan voor hem. Niet dat Banner nu meteen slecht functioneerde, maar in deze situatie had hij andere en zeker meer competente hulp nodig. Hij ging weer achter zijn bureau zitten en terwijl hij zijn vingertoppen zachtjes tegen elkaar tikte leunde hij achterover. ‘Ja, dat was het, een meester hacker had hij nodig. Hij besloot de rest van de dag niet op zijn kantoor, maar thuis verder te werken. Hij zou oude contacten op de universiteit nodig hebben. Heel even stokte zijn gedachtestroom. ‘Eigenlijk verdomd jammer dat hij zo ontzettend weinig ophad met sociale contacten, want dan had je veel vriendjes en kennissen aan wie je nog eens iets kon vragen. ‘Lastig,’ dacht hij, maar niet onoplosbaar. Er was natuurlijk het IT-bedrijf  dat de hele communicatie en automatisering binnen GTC had gebouwd en onderhield. ‘Thuis maar eens contact met die jongens opnemen, de juiste smoes verzinnen en een whizzkid bij hem thuis uitnodigen.’

Ronald Camden knikte tevreden terwijl hij opstond en naar huis vertrok. Er waren mogelijkheden om gedaan te krijgen wat hij wilde. De twijfel die hij nog slechts kort geleden had gevoeld was verdwenen. De synchronizer liet hij zitten.

9.

Jesse Henson,’ stelde de student zich voor.

Ronald Camden ontving hem in een privékamer in een restaurant. Het bedrijf dat de security van zijn bedrijf, G.T.C. had ontworpen en geïnstalleerd werkte, zoals bijna alle IT bedrijven met studenten die in hun laatste studiejaar stages liepen. Op die manier was het gemakkelijk de briljante geesten eruit te pikken. Natuurlijk kon een student op die manier aardig wat bijverdienen, hoewel dat officieel geen doel was en daarover eigenlijk ook niet gesproken werd.

Camden had alleen de directeur van het beveiligingsbedrijf gesproken. In het verleden had George Banner een safety scan op een flink aantal bedrijven losgelaten. Dit bedrijf , Private Security, P.S, had met kop en schouders boven de rest uitgestoken, althans volgens Banners onderzoek. Camden ging er nu, na enkele jaren goede ervaringen met het bedrijf, dan ook vanuit dat de P.S. jongens hun vak verstonden. Hij had een poosje nagedacht over de manier waarop hij deze IT knul zou ontvangen. In de eerste plaats was het beter dat zijn jonge bezoeker niet wist wie hij voor zich had, had hij gedacht.

Camden had een paar dagen vrij genomen. Wat hij wilde moest buiten het zicht van het bedrijf gebeuren. Het was tenslotte de bedoeling zijn positie verder te versterken door te proberen volledig grip te krijgen op zijn mededirecteuren. Alles moest hij van ze weten echt alles.

Het feit dat hij nu voortdurend de synchronizer droeg maakte dat hij zich ontspannen voelde. Dat was nu precies de stemming waarin hij deze jongeman wilde ontmoeten. Er moest een luchtige stemming worden opgebouwd. Geen ge-meneer, geen formaliteiten. Deze knul hoefde helemaal niet meteen te weten om welke mensen het ging. Nee sterker nog, hij hoefde dat helemaal niet te weten wie hij was en wat hij deed.

‘Sander Middelburg,’ stelde Camden zich voor, terwijl hij Jesse Henson de hand schudde.

Ze zetten zich aan de tafel.

‘Wil je iets drinken?’ vroeg Camden.

‘Een glas koud water alstublieft.’

‘Een glas koud water en een koffie zwart,’ sprak Camden in de foodreplicater aan de wand achter hem. Na enkele seconden ging het luik open en nam hij het bestelde eruit. Jesse pakte het glas water aan en Camden zette zijn koffie voor zich op de tafel. Hij keek naar het gezicht van de jonge man tegenover hem. Een open gezicht zag hij, ogen die hem rustig afwachtend aankeken.

Camden had tevoren overdacht hoe hij zijn opdracht zou inkleden. Het moest zeker niet de indruk wekken dat hij om iets vroeg dat wettelijk niet was toegestaan en anderzijds moest er urgentie zijn, maar ook moest hij laten doorschemeren dat het een tijdelijk probleem was dat opgelost moest worden. Een tijdelijke geheime operatie, ja, dat leek de beste vraagstelling. Er moesten in het belang van het bedrijf binnen de organisatie mensen worden opgespoord die er met bedrijfsgegevens vandoor gingen.

Jesse Henson zat afwachtend tegenover hem en dronk bedachtzaam een slokje water.

‘Ik ben erachter gekomen dat er een lek in onze bedrijfsbeveiliging zit,’ begon Camden. ‘Iemand binnen onze organisatie vertelde me dat hij buiten het bedrijf informatie was tegen gekomen die onmogelijk vrijgegeven kon zijn.

‘Maar meneer Middelburg,’ begon Jesse, ‘ik weet niet wat voor bedrijf u hebt, maar de octrooien moeten toch uw eigendom beschermen tegen kopiëren.’

Camden knikte aandachtig, ‘alerte knul,’ dacht hij.

‘Waar het om gaat zijn de zaken die bij ons in ontwikkeling zijn en waar dus nog geen octrooien voor gelden. Elke informatie daarover mag onder geen beding naar buiten.’ Camden nam een slokje van zijn koffie en knikte ernstig naar Jesse. ‘Daar zit nou net het probleem.’ Hij zette zijn kopje weer neer. ‘Ik wil de kans dat er bij ons kansrijke ontwikkelingen worden gestolen, waarop uiteraard zoals ik al zei nog geen octrooi rust, tot nul terugbrengen. Bovendien wil ik niet dat het een blijvend controlesysteem wordt, want dat wordt op den duur toch ontdekt. Bovendien vind ik het voorlopig niet nodig om zulk zwaar geschut op te tuigen. Het mooiste zou zijn als ik voor mij alleen een stukje software in mijn 3D communicator zou kunnen krijgen wat na een tevoren ingestelde periode zichzelf vernietigt.’ Hij keek Jesse aan met en aarzelende blik.

‘Ik besef dat ik eigenlijk iets illegaals van je vraag.’

Jesse zat roerloos tegenover hem.

‘Nou ja,’ ging Camden verder, ‘ik moet je maar eerlijk zeggen dat ik eigenlijk met mijn rug tegen de muur sta. Mijn beveiligingsman zegt dat zijn middelen en kennis te beperkt zijn om te doen wat ik verlang. Ik wil deze opdracht dan ook volledig anoniem uitgevoerd hebben.’

Jesse Henson keek de man tegenover hem aan. ‘Maar wat zou u precies willen dat ik voor u doe, meneer Middelburg? Ik kan qua software van alles bouwen: dingen die mogen, dingen die niet mogen en zelfs dingen die absoluut niet mogen, maar die laatste twee dingen mag ik alleen bouwen als de overheid mij daartoe opdracht geeft.’

Camden zat met de handen onder de kin en de ellebogen op tafel naar hem te kijken, terwijl Jesse een klein beetje onrustig achterover leunde. ‘Maar vertelt u nu eerst maar eens wat u precies nodig hebt.’ Jesse stelde de vraag op een wat aarzelende toon. Een vaag onrustig gevoel bekroop hem.

Camden legde zijn handen voor zich op de tafel. ‘Ik moet ongemerkt binnendringen in twee 3D communicators die in het bezit zijn van twee, wat mij betreft verdachte figuren binnen het bedrijf.

Jesse knikte: ‘Weet u, meneer Middelburg, wat u wilt mag ik niet maken, maar dat weet u natuurlijk. Als iemand erachter komt dat ik zoiets maak, dan kan ik voor de rest van mijn leven vergeten dat ik nog door iemand vertrouwd wordt, laat staan ingehuurd. Vertrouwen is in ons werk de belangrijkste basis.

Camden wreef met zijn hand over zijn kin. ‘Ach jee, een integere jongeman met vast en zeker hoge idealen.’ Inwendig moest hij grinniken. Integere mensen waren aandoenlijk en als hij aan die twee sukkels dacht waarvoor hij hier nu uit het zicht aan het werk was, waren ze vaak ook verdomd hinderlijk.  Bovendien bereikten ze nooit grote dingen. De wereld was nu eenmaal niet ingericht op integere mensen. Je moest een beetje mee vloeien met de stroom. Maar hoe kreeg hij deze integere jonge slimmerik nu zo ver dat hij maakte wat hij wilde hebben.

Ineens kreeg hij een idee. ‘Ik begrijp het wel hoor Jesse,’ zei hij. Ik weet ook niet of wat ik nu ga zeggen uitvoerbaar is, maar stel je het volgende voor: er zit een foutje in je software, maar de eigen veiligheidscode maakt dat het foute stukje na drie dagen zichzelf vernietigt, omdat het de rest van de al aanwezige software stoort. Ja, weet je, ik moet die gasten te pakken krijgen voor ze me ruïneren.

Het gebeurde hem niet vaak, maar Jesse had de grootste moeite te bedenken hoe hij de zeer zware beveiligingscode van de 3D communicator moest breken. Het was een opdracht om binnen te dringen in een softwaregebied waarvan de beveiliging wereldwijd gecertificeerd was. Er was een lichtpuntje, wist hij. Als het hem zou lukken, wat lang niet zeker was, dan kon hij later zijn werk kwijt, waarschijnlijk tegen een vorstelijke beloning aan de 3D-Comunity, die al meer dan honderd jaar alles in het werk stelde om de privéverbindingen privé te houden. Elk lek was jarenlang succesvol gedicht. Drie dagen lang had Jesse als een zombie voor zich uit zitten staren. Op de avond van de derde dag had hij alle info die hij te pakken kon krijgen over de hackers van de laatste twee eeuwen doorgezocht tot hij stuitte op een stuk toevallig vrijgekomen informatietechnologie die in de eenentwintigste eeuw ontwikkeld was door de slimme jongens van de Israëlische geheime dienst. Het ging toen om een gezamenlijke vijand van twee landen die eigenlijk geen vriendschappelijke banden met elkaar hadden, maar die zich op pragmatische gronden enigszins verbonden voelden in de strijd tegen een gezamenlijke vijand.

Zoals in bijna elk wereldconflict lag de basis van de controverse in religieuze ideologische verschillen. ‘Dom, nutteloos gezeur,’ dacht Jesse toen hij de betreffende informatiebron opende. De hackerstechnologie die de Israëli hadden ontwikkeld bood echter de mogelijkheid om in elk geval de audiosporen te hacken. Jesse hoopte dat zijn opdrachtgever daarmee tevreden zou zijn. Helemaal precies waarom wist hij niet, maar de man stond hem tegen. Hij had zichzelf voorgehouden dat hij niet moest zeuren en dat het een prachtige vertrouwelijke opdracht was. Gelukkig wist hij precies hoe hij zijn software na drie dagen zichzelf kon laten vernietigen. Hij moest er dan wel voor zorgen dat de klok deel uitmaakte van dat nieuwe stukje clandestiene software, anders hoefde de opdrachtgever alleen maar de klok van zijn 3D communicator uit te schakelen om te voorkomen dat het programma zichzelf zou vernietigen.

Er was trouwens nog iets vreemds aan deze opdrachtgever. Hij had zich voorgesteld als Sander Middelburg. Als informaticaspecialist had Jesse geleerd te luisteren naar de klank van stemmen en hoe dingen werden uitgesproken en te kijken naar gelaatsuitdrukkingen, vooral naar oogbewegingen. Hoe dan ook, toen de man zich voorstelde als Sander Middelburg had Jesse direct als gedacht: ‘Hij heet niet zo. Ik mag blijkbaar niet weten hoe hij echt heet.’ Gelukkig had hij zelf geleerd om zijn gezicht in de plooi te houden. Middelburg, of hoe hij ook heten mocht leek in elk geval heel tevreden met het resultaat van het gesprek. Ook had hij in een tussentijds gesprekje laten weten dat audioverbinding het voornaamste was. De 3D code breken, als dat al mogelijk was, was een zwaar misdrijf. Jesse voelde daar niets voor. Bij alleen audio ging de microfoon van de luisteraar dicht en was de kans op ontdekking minimaal.

Ronald Camden had het slim gespeeld, vond hij zelf. Hij had wel gemerkt dat Jesse geaarzeld had, maar hij had toch onder de beperkende voorwaarden besloten dat het redelijk was om dieven van intellectueel eigendom de voet dwars te zetten.

Het was tamelijk veel werk. Jesse was er twee weken lang zestien uur per dag mee bezig. Camden was heel tevreden, maar beging de domme fout de betaling door de administratie van GTC opdracht te geven de rekening die Jesse had gestuurd te betalen. Hij was woedend op zichzelf en probeerde te laat betaling te storneren.

10.

            Het was een warme namiddag in juni. Judith Krantz had alle ramen van haar appartement open gezet. Natuurlijk kon ze de airconditioning aan laten. Maar waarom zou ze niet de heerlijke zoele buitenlucht binnen laten komen. Luchtvervuiling kwam al meer dan honderd jaar helemaal niet meer voor om de eenvoudige reden dat er nooit meer iets in de open lucht werd verbrand omdat het gebruik van fossiele brandstoffen niet meer nodig was. Zonne-energie, windenergie,  aardwarmte en de energie die gewonnen werd uit de rivieren en uit de getijde-verschillen leverden meer dan genoeg vermogen om iedereen op de wereld te voorzien. Eén tamelijk antieke vorm van energieopwekking werd nog wel gebruikt in voertuigen die een lange actieradius moesten hebben. Een schone energievorm waardoor de atmosfeer niet werd belast. De brandstofcel met waterstof als energiebron had als enig afvalproduct water. Dat mocht, hoewel er altijd nog kritische burgers waren die het morsen van afvalwater in de openbare ruimte verwerpelijk vonden. Om die reden hadden fabrikanten alle voertuigen met een brandstofcel voorzien van een tank waarin het afvalwater terechtkwam en op die manier voor hergebruik mee naar huis kon worden genomen. Tja, waarom zou je per slot van rekening zuiver water weggooien.

            Judith had de maaltijd bedacht die ze zelf wilde klaarmaken. Jesse zou komen eten en ze wist precies wat hij lekker vond. Eigenlijk vond Jesse bijna alles lekker waar zijn moeder ook van hield: vis, in het bijzonder tonijn, maar ook zeeduivel en kabeljauw vond hij heerlijk. Deze keer had Jesse erop gestaan dat hij de boodschappen deed. In een korte 3D boodschap vertelde hij:‘ Ik heb een leuk meevallertje gehad Mam. Ik breng alles mee en ik kom bij je koken.’

‘Een meevallertje Jesse?’ vroeg Judith nieuwsgierig.

‘Ja ik had een opdracht waarmee ik aardig wat heb verdiend. Rare vent was dat trouwens. Hij stelde zich voor onder een andere naam, maar hij liet de betaling gewoon door zijn bedrijf doen. Beetje suffig eigenlijk, maar ik vertel het straks allemaal wel. Vraag je of Brian ook komt eten want ik heb geloof ik van alles nogal veel ingekocht.’

‘Nou, je maakt me weer behoorlijk nieuwsgierig, Jess. Ik zie je straks wel verschijnen en ik zal Brian vragen.’

Glimlachend verbrak ze de verbinding waardoor het levensechte beeld van Jesse in de kamer plotseling verdween.

            Brian Uliger zei dat hij onmogelijk kon bedenken waarom hij niet bij Judith zou komen eten. ‘Koken zoals jij leer ik toch nooit.’

‘Vanavond kookt Jesse voor ons,’ zei Judith.

‘Ah, de top-leerling van de meester-chef. Hoe laat verwacht je me? Brian was net als Judith een liefhebber van zelf bereid voedsel in plaats van de o zo verantwoorde, perfecte producten die uit de foodreplicaters kwamen.

‘Als je om een uur of half vijf komt drinken we eerst een glaasje wijn.’

‘Prima,’ zei Brian, ‘Tot straks.’

            Jesse stond al om kwart over vier bij zijn moeder voor de deur met een flinke tas met boodschappen. Hij had ervoor gekozen om zowel het voorgerecht als het hoofdgerecht met tonijn te maken. Een simpel Japans aandoend voorgerechtje: rauwe tonijnplakjes op een bedje van zeewier waarover wat vers citroensap was gesprenkeld en daarbij had hij een milde wasabi.

‘Prikkelend Jess,’ zei Judith.

Voor het hoofdgerecht had Jess bedacht dat de mooie moot tonijn die hij had gekocht in gesmeerd moest worden met walnoot olie om na tien minuten in de heteluchtoven geserveerd te worden met een eenvoudige dressing van dille en yoghurt.  Een verse rauwkost salade en wat aardappelkroketjes maakte het menu af. Die mochten dan uit de foodreplicater komen.   In hun overleg van die middag had hij Judith gevraagd – en niemand kon dat echt beter dan Judith – crème brulée te maken.

Nou Jess’,’ had Judith gezegd, ‘een heel mooie maaltijd, als je ooit niet door wilt gaan in de IT dan moet je maar een restaurant openen.

            Brian Uliger was om half vijf binnengekomen. Ze waren aan de grote tafel in Judiths keuken gaan zitten met een eerste glas witte wijn, Pouilly fumé, die Brian had meegebracht.

Er was een soort huiselijke gezelligheid waarbij Jesse het diep in zijn hart altijd jammer had gevonden dat zijn moeder en vader nooit in staat waren geweest die atmosfeer samen op te bouwen. Hij wist heel goed dat het niet anders kon en dat die twee op geen enkele manier bij elkaar pasten, maar toch vond hij het jammer.

            ‘Vertel je straks nog over je meevallertje Jess,’ zei Judith, terwijl ze Brian over de tafel aankeek. Jesse stond achter haar aan het aanrecht de tonijn in te smeren met walnootolie.

‘Had je een meevallertje,’ wilde Brian nu ook weten.

‘Ja, mijn opdrachtgever deed eerst heel geheimzinnig. Wat hij wilde was dat ik een soort spionage software voor hem moest bouwen, maar omdat ik natuurlijk nooit dat soort software mag bouwen, tenzij de overheid of de politie erom vraagt, zou ik een algoritme voor hem maken dat uitsluitend met geluid werkte en dat zichzelf na drie dagen zou vernietigen. Normaliter zou ik het niet hebben willen maken, maar hij drong nog al aan. Hij vertelde dat hij gewaarschuwd was dat bedrijfsgegevens betreffende projecten in ontwikkeling buiten het bedrijf circuleerden en dat het hem zou ruïneren als dat doorging. Heel geheimzinnig allemaal. Ik mocht dus de naam van het bedrijf en wat ze doen ook niet weten. Nou, voor het bouwen van dat stukje software had ik die kennis ook niet nodig. Maar toen ik het geleverd had en geïnstalleerd in zijn 3D communicator betaalde hij gewoon via de boekhouding van zijn bedrijf. Zo geheim was het dus ook blijkbaar weer niet. Misschien was hij van gedachten veranderd. Als hij het privé langs een omweg had betaald had ik er natuurlijk niets over kunnen vertellen.

            Je maakt ons nu wel nieuwsgierig Jesse,’ zei Brian. ‘Welk bedrijf was dat dan?

‘De naam zei me niet zoveel. Het was iets van Gen Technologie.’ Jesse aarzelde.

‘Was het soms GTC, Gen Tech Corporation,’ Vroeg Brian nu snel. Hij zag wel dat Jesse aarzelde.

‘Ja, dat was het,’ zei Jesse nu.

‘Dat is de Farmaceutische divisie die ik een jaar of zes geleden heb verkocht aan twee van de beste wetenschapper die er toen werkten: William Carter en Alex Fowler. Ik heb begrepen dat ze een financiële man in dienst hebben genomen, maar die heb ik nooit ontmoet. Wat ik wel weet is dat ‘GTC een gemodificeerd telomerase preparaat op de markt heeft gebracht. Elke twee weken een injectie tegen een bedragje van tweeduizend dollar en je veroudert nauwelijks meer. Als je er echter mee stopt dan slaat de veroudering van je lichaam in versnelde mate toe. Ik noem dat de bekende ouderwetse farmaceutische diefstal door afhankelijkheid. Helaas is dat nog steeds niet verboden.’

‘Maar hoe weet je dat allemaal,’ vroegen Judith en Jesse als uit één mond.

‘Van de week kreeg ik een nauwelijks herkenbare 3D oproep van een doodsbenauwde William Carter. Hij smeekte bijna of hij heel even met me mocht komen praten. Ik zei dat het goed was en hij kwam. Maar toen ik hem zag schrok ik me dood. Ik zag een angstige opgejaagde man. Helemaal niet meer de vrolijke enthousiaste William Carter die ik me herinnerde. Hij struikelde bijna over zijn woorden toen hij begon te praten. Hij en Fowler hadden het verstandig gevonden om een financiële directeur te benoemen, een CFO. Zij konden zich dan met hun belangrijkste werk, het ontwikkelen van nieuwe middelen bezig houden. Camden was de naam die hij noemde, Ronald Camden. In de eerste tijd leek dat heel aardig te gaan met deze CFO. Nou ja, ze moesten wat wennen aan elkaar. Al snel begon deze Camden echter voor allerlei noodzakelijke zaken verantwoorde financiering vooraf te verlangen. Dat is best lastig, omdat je bij onderzoek altijd tegenvallende zaken tegenkomt. Dat is nu eenmaal inherent aan onderzoek. Camden verlangde steeds vaker begrotingen vooraf, carter en Fowler vonden dat een vervelende onderbreking van de aandacht voor hun werk, maar Camden stond erop en omdat deze CFO een sterke financiële positie in het bedrijf had weten te verwerven hadden ze eigenlijk geen verweer tegen zijn eisen. Nou ja, het zal Jou, Judith niet verbazen dat ik meteen moest denken aan onze toestand met Cecil Hoyt indertijd. Hoe dan ook, Carter en Fowler hadden een plan met een begroting bij Camden neergelegd om verder onderzoek te doen naar de mogelijkheid om het menselijk lichaam zelf dat gemodificeerde telomerase te laten maken, waardoor die tweewekelijkse injecties niet meer nodig zouden zijn, of in ieder geval vervangen konden worden dat minder ingrijpen zou zijn dan die invasieve behandeling met injecties. Een nobel streven, al moet ik zeggen dat het een prachtig idealistisch idee is maar in het licht van de te verwachten bedrijfsresultaten wel een heel klein beetje naïef.’

‘Hoezo?’ vroeg Jesse.

‘Nou ja, jij was toen misschien nog een beetje te jong om het allemaal te herinneren, maar je moeder en ik weten ons echt nog haarscherp te herinneren wat een enorme en ook onredelijke tegenstand uit de financiële hoek kan komen. Mij is het indertijd gebeurd  – ik noemde dat zo-even al – toen Cecil Hoyt mijn CFO was. Je moeder, Nils en Wilbur kwamen met een fantastisch plan toen ze klaar waren met de ontwikkeling van de android. Cecil riep toen dat weer een geldverslindende ontwikkelingsperiode uit den boze was en dat eerst de handel met de android maar eens break even moest komen. Dat was eigenlijk helemaal niet nodig, want onze wereldwijde vervoersdivisie draaide heel grote winsten, waarmee heel gemakkelijk allerlei nieuwe ontwikkelingen hadden kunnen worden betaald. Hoe dan ook, Cecil zette de hakken diep in het zand.’

Judith zat glimlachend te knikken. ‘Wij, Nils, Wilbur en ik hebben toen op staande voet ontslag genomen en zijn ons eigen bedrijf, N.I.C. begonnen.’

‘Ik vond het werkelijk rampzalig, want ik was mijn beste creatieve ontwikkelaars kwijt,’ zei Brian, zachtjes met zijn hoofd schuddend.

‘Maar waarom heb je dan niet Cecil Hoyt tegen gehouden?’ Jesse zat Brian met grote ogen aan te kijken.’

‘Het eerlijke antwoord, Jesse is, dat ik niet tegen Hoyt op kon. Hij had alle financiële touwtjes in handen. Ik zie dat hier met Carter en Fowler tegen over die Camden weer gebeuren. De creatieve mensen willen iets nieuws maken, maar ze worden vaak tegen gehouden door de financiële mensen die alleen maar oog hebben voor de bedrijfswinsten. De wanhopige Carter vertelde me dat hij en Fowler hun 3Dcommunicatoren niet meer durfden te gebruiken. Camden had ze werkelijk voor rotte vis gescholden en gevraagd of ze helemaal gek waren om te gaan zoeken naar een middel dat het gemodificeerde telomerase overbodig zou maken. Hij had letterlijk gezegd dat hij alles zou doen om te voorkomen dat zij de kip met de gouden eieren – daarmee vergeleek hij het middel – onmiddellijk weer zouden gaan slachten. En of Carter en Fowler nou riepen dat het onderzoek wat ze beoogden waarschijnlijk jaren zou duren maakte geen enkel verschil. Camden verbood het onderzoek domweg door te zeggen dat ze het allemaal uit eigen zak mochten betalen als ze met alle geweld door wilden gaan.’

‘Ik hoor nog Cecil Hoyt hetzelfde roepen, toen wij met ons voorstel kwamen,’ zei Judith.

‘Zeg dat wel, een beschamende toestand die ik nooit heb kunnen vergeten,’ zuchtte Brian.

            ‘Het lijkt wel alsof de combinatie farmacie en winst tot de meest ongelukkige toestanden moet leiden.’ Brian Uliger zuchtte diep en staarde voor zich uit. Ineens voelde hij zich moe. Judith zag hoe zijn ogen een starende uitdrukking aannamen en hoe hij achterover leunend met de handen over het tafelblad de indruk maakte heel ver weg te zijn.

‘Wat kunnen we doen, hebben die kerels hulp nodig?’ Judith was strijdlustig rechtop gaan zitten. Jesse was bezig met het voorgerecht. Judith wilde hem niet bij deze zaken betrekken als het niet nodig was. Hij moest tenslotte nog afstuderen en een integriteitsklacht tegen hem was wel het laatste wat zij voor haar zoon wilde. Maar aan de andere kant, als Camden nu, misschien wel door slordigheid zijn identiteit had bloot gegeven, dan kon het Jesse natuurlijk niet kwalijk genomen worden als hij erover praatte.

‘Jesse, luister eens,’ zei ze.

Jesse draaide zich om, maar bleef bij het aanrecht staan. Het vocht en de geur van de vis zaten nu aan zijn handen en hij zou ze wassen zodra hij klaar was. Hij hief zijn hoofd ten teken dat hij luisterde.

‘Heeft de man, die Camden, je iets als een geheimhoudingsverklaring laten tekenen?’

Jesse schudde zijn hoofd. ‘Nee, dat vond ik eigenlijk ook wel een beetje vreemd.’

‘Mooi,’ Judith haalde opgelucht adem. ‘Dan zit je nergens aan vast.’ Ze keek Brian Uliger over de tafel aan. Die knikte: ‘Helaas ken ik het soort mensen als Camden maar al te goed. Die arme Carter en Fowler kunnen wel wat hulp gebruiken.’

‘Ik denk dat die hulp wel eens uit een totaal onverwachte hoek zou kunnen komen, als ik jou, Jesse vertel waar Nils Bexon, ikzelf met enthousiaste steun van Brian op dit moment mee bezig zijn. Het heeft trouwens ook in hoge mate met mijzelf te maken.’ Judith stond op om een nieuwe fles witte wijn te pakken.

‘Maar eerste gaan we vast heel lekker eten. Jesse heeft niet voor niets zijn uiterste best gedaan om iets moois klaar te maken.’

‘Vertel op mam,’ zei Jesse.

‘Ja, ja, ik zal het zo dadelijk vertellen, kom nou eerst maar aan tafel.’

Judith dwong zichzelf de innerlijke rust te bewaren, hoewel de verontwaardiging over wat de arme Carter en Fowler overkwam haar innerlijk woedend maakte.

‘Het wordt waarschijnlijk weer een zeer grimmige toestand,’ verzuchtte Brian Uliger. ‘Maar goed, het heeft geen enkele zin deze voortreffelijke maaltijd te verknoeien door met iets anders bezig te zijn.’

Daar waren Judith en Jesse het mee eens.

            ‘Nou Mam, kom op met je verhaal.’ Jesse had samen met Judith afgeruimd. Verwachtingsvol keek hij beurtelings naar zijn moeder en naar Brian.

‘Vertel jij het verhaal nou maar Judith,’ zei Brian. Misschien is het trouwens goed om de ramen weer te sluiten. Er kan dan helemaal niets naar buiten komen van wat we bespreken.’

Judith kreeg een kleur. ‘Ja, daar had ik zelf aan moeten denken,’ zei ze geërgerd. Ze stond op en sloot snel alle ramen. Toen alle ramen gesloten waren keken ze elkaar alle drie geschrokken aan. Maar in plaats van de verwachte stilte was er nu een zacht, maar doordringend scherp gezoem hoorbaar.

Het gezicht van Judith had alle kleur verloren. ‘Er is een tag,’ hijgde ze. ‘Een tag in mijn huis. Iets of iemand luistert of kijkt verdomme mee met wat wij doen en zeggen. Gelukkig heb ik zelf de beveiliging aangebracht. Daardoor horen we hem.’

Brian Uliger zat in tussen somber voor zich uit te kijken. ‘Ik vermoed dat ik wel weet waar die tag vandaan komt. Een van ons heeft hem op zijn lichaam of op zijn communicator, maar daar kunnen we heel snel achter komen. Jesse, wil jij even buiten het appartement op straat gaan staan.’

Jesse knikte ten teken dat hij het begreep en verliet het appartement. Op het moment dat Jesse buiten stond was de zoemtoon verdwenen. Judith riep Jesse via zijn 3D communicator op. Zodra hij binnen kwam was onmiddellijk de zoemtoon er weer.

‘Het zit in Jesses communicator. Hij is verdomme gehackt. Stop dat ding in de metalen doos achter de deur en kom dan maar weer binnen Jesse.’ Judiths gezicht was nu paars van woede.

De zoemtoon verdween en Jesse kwam de keuken weer binnen. Met gebogen hoofd stond hij in de deuropening. ‘Stom, stom, stom, Ik had beter op moeten letten. Thuis haal ik zo’n hack er zo uit, maar ik ben erin getuind. Ik dacht: hij is een klant, ik moet iets voor hem maken waar hij me voor betaalt. Blijkbaar wist hij wie ik ben en wilde hij alleen maar bij mij binnenkomen om zo bij jullie binnen te komen. Wel een beetje dom en ouderwets hackprogrammatje trouwens. Tegenwoordig kun je bijna elke beveiliging omzeilen. Ik vermoed dat hij zelf een beetje aan het klooien is geweest.’

Er klonk een harde knal. Ze keken elkaar verschrikt aan.

Judiths ogen stonden wijd open van schrik. ‘Hij zal toch niet…’

Ze renden naar de voordeur waar de stevige metalen doos met Jesses 3D communicator moest staan. Van de doos was weinig meer over dan de verbogen uiteen geslagen wanden. De 3D communicator was veranderd in stof dat in de hal van het appartement ongeveer alles als mistige flarden bedekte.

Een beetje wezenloos stonden ze daar, Jesse voorop, al bukkend naar een onderdeel van de metalen doos. Achter hem stond Judith, daarachter in de deuropening Brian.

‘Niet aanraken Jesse,’ riep Brian nog, maar het was al te laat.

Jesse had een van de verbogen metalen onderdelen opgepakt. Een vreemde sensatie trok via zijn hand door zijn arm. Hij voelde hoe zijn gezicht gloeiend heet werd voor hij het bewustzijn verloor.

11.

            Als versteend stond Judith Krantz naar het krijtwitte gezicht van haar zoon Jesse te kijken die voor haar voeten in de hal van haar appartement op de grond lag. Brian Uliger had zijn tegenwoordigheid van geest behouden en had snel een handdoek uit de keuken gegrepen. Op zijn knieën naast Jesse zittend pakte hij voorzichtig het verbogen stuk metaal uit de hand van de bewusteloze Jesse. Hij wikkelde de handdoek om het stuk metaal. Vragend keek hij Judith aan: ‘Je hebt zeker niet een zak of tas waarin we al deze stukken van die trommel kunnen stoppen?

Brian had het ingerolde metaal naast zich op de grond gelegd terwijl hij bij Jesse neerknielde om aan zijn hals en pols de hartslag te zoeken.

‘Ik voel een pols, een heel langzame pols,’ zei hij toen hij Jesses hart duidelijk in de pols voelde kloppen.

Jesse bewoog niet en Judith staarde met wijdgeopende ogen naar haar zoon.

‘Oh mijn god, Brian, wat moet ik doen,’ wist ze er tenslotte uit te brengen.

Brian Uliger had snel een besluit genomen. ‘We moet Jesse in deze bewusteloze toestand teleporteren Judith,’ zei hij.

Judith stond te trillen, ze wilde iets zeggen, maar haar stem weigerde.

Brian begreep intussen dat er geen tijd te verliezen was. Hij had zijn 3D communicator gepakt en riep Nils Bexon op. Nils nam op en stond op het zelfde moment als hologram bij hen in de hal.

‘Wat is er met Jesse gebeurd?’ vroeg hij geschrokken naar de lijkbleke jongen op de grond kijkend.

‘Dat ga ik je allemaal vertellen, maar nu wil ik eigenlijk eerst weten hoe snel je Jesse kunt teleporteren. Hij is bewusteloos en dat maakt dat het risico voor Jesse heel klein is.’

‘Ik ben nu bij Lars Havers, de dierenarts, want we wilden een doodzieke kat teleporteren naar de faculteit.’

‘Goed Nils, die kat moet maar even wachten. Haal alsjeblieft eerst Jesse daarheen. Ik ben er zeker van dat we daarmee veel oplossen.’

Het hologram van Nils Bexon stond nu naast Jesse.

‘Het zou handig zijn als jij je 3D communicator op Jesses buik legt, dan kan ik daarop focussen. Je communicator gaat dan mee, dus kom maar direct nadat we Jesse geteleporteerd hebben hierheen, dan krijg je hem weer terug.’

Brian knikte instemmend. ‘We komen allebei naar je toe zodra Jesse weg is Nils.

Judith stond nog steeds star naar haar zoon te kijken. Brian legde zijn communicator op Jesses buik en ging naast Judith staan. Hij sloeg een arm om haar heen en zei: ‘Doe je ogen maar even dicht als je het griezelig vindt Judith. Maar Judith schudde zachtjes haar hoofd en terwijl het lichaam van Jesse snel doorzichtig werd en tenslotte verdween barstte ze in snikken uit.

‘Oh Brian, als dit maar goed gaat.’

Het waren vermoedelijk de spannendste en griezeligste seconden van haar leven, maar de stem van Nils Bexon klonk alweer naast haar. Nu de communicator van Brian mee was geteleporteerd was de 3D verbinding even verbroken geweest, maar Nils had Judith opgeroepen en zijn hologram stond alweer tegenover haar in de hal.

‘Ik heb je zoon hier Judith, hij zegt dat hij hoofdpijn heeft en een behoorlijke dorst. We gaan nu even met hem naar het ziekenhuis om alles even te laten checken. Ik neem aan dat jij en Brian daar ook naartoe komen. En.. Judith,’ hij pauzeerde even. Judith tilde haar hoofd op. Nils ging verder: ‘Jesse was natuurlijk al helemaal zo perfect als een mens maar zijn kan, maar je moet niet verbaasd zijn als hij er een paar extra supereigenschappen bij heeft gekregen.’

Judiths stem klonk zwak en aarzelend toen ze antwoordde: ‘Ja, ja, het zal best Nils, als alles eerst maar goed met hem is.’

Het kostte Brian Uliger en de doodongeruste Judith Krantz ongeveer een half uur om het ziekenhuis te bereiken waar Nils Bexon een kwartier eerder met Jesse was aangekomen. Op Jesses lichte protest dat het helemaal niet nodig was om naar het ziekenhuis te gaan en dat hij eigenlijk al niets meer voelde had Nils gezegd dat je met je gezondheid nooit voorzichtig genoeg kon zijn en dat het daarom belangrijk was te onderzoeken wat Jesses bewusteloosheid had veroorzaakt.

Het was dezelfde arts, Bernard Henshaw, die nog altijd de afdeling traumatologie in het ziekenhuis leidde. Judith herkende hem wel, hoewel zijn haar grijs was geworden en zijn vroeger zo blozende gezicht de rimpelende tekenen van veroudering begon te vertonen.

Henshaw had Jesse gescand. ‘Heel merkwaardig,’ had hij gezegd. Er is een zeer kortstondige ompoling van de Natrium en Kalium ionen in Jesses zenuwstelsel geweest. Het moet minder dan een tiende seconde geduurd hebben, anders had Jesse het niet overleefd. We zullen een grondige analyse maken van het stof dat op zijn huid overgebleven is na de explosie van de 3D communicator van Jesse. Dat gaat wel even duren, maar jullie horen daar heel snel van. Overigens lijkt het erop dat Jesse verder in een uitstekende gezondheid verkeert en geen nadelen heeft ondervonden van de explosie.

Nils, Judith en Brian keken elkaar aan. Brian schudde zachtjes en veelbetekenend met zijn hoofd. Hierdoor begreep ook Jesse dat er niet over zijn teleportatie moest worden gesproken.

Henshaw was enigszins verbaasd over de haast die de vier mensen plotseling leken te hebben om afscheid te nemen. Hij stond hen in elk geval met een verbouwereerd gezicht na te kijken terwijl ze de gang uitliepen naar de uitgang. De arme traumatoloog zou in elk geval voorlopig niet wijzer worden gemaakt.

Brian Uliger had de uiteengebarsten delen van de metalen bus bewaard in een stevige plastic zak. Weliswaar had hij jaren geleden de farmaceutische tak van zijn bedrijven verkocht aan William Carter en Alex Fowler, maar hij had om allerlei voornamelijk technische redenen, waaronder verdere research ten behoeve van de android productie nog steeds een zeer uitgebreid geoutilleerd laboratorium.

In zijn hart was en bleef Brian Uliger een nieuwsgierige onderzoeker. Hij verwachtte ook niet dat de analyse van het bedoelde materiaal meer dan enkele uren zou kosten. Dat bleek ook het geval. Wel had het resultaat van de analyse hem doen schrikken en had de herinnering aan een eerdere confrontatie met de gevonden stof hem teruggebracht naar een periode in zijn leven waaraan hij slechts met schaamte terugdacht.

Jaren geleden waren de verhoudingen tussen zijn bedrijf, HUC en Judith Krantz, Nils Bexon en Wilbur Taylor op een absoluut dieptepunt. De drie topontwikkelaars van zijn bedrijf waren op een middag woedend opgestapt vanwege de onbuigzame, maar vooral denigrerende houding van Cecil Hoyt, toen de financiële baas, de CFO. Toen had hij zich eigenlijk tegen zijn zin laten ompraten door Hoyt, die wenste dat er bij Judith een klein hersen implantaat zou worden gezet, met als enig doel al haar handelingen nauwkeurig te kunnen volgen en beïnvloeden. Het waren nota bene technische vondsten van Judith zelf die gebruikt waren bij de constructie van het implantaat, wat overigens via de handel verkrijgbaar was. Met dat doel was Judith in bewusteloze toestand geteleporteerd. En de stof die als narcoticum was gebruikt was Curare plus, doorontwikkeld op de stof waar vroeger de Zuid-Amerikaanse indianen hun pijlpunten in doopten, waardoor de prooi in een toestand van schijndood lang houdbaar bleef. Die stof kwam hij nu weer tegen, maar in een veel gevaarlijkere vorm. Het stof van de verbogen brievenbusdelen bevatte het zelfde narcoticum, maar in de vorm van nanodeeltjes die bij de explosie in grote concentratie door de huid drongen.

Als er niet was ingegrepen en Jesse niet geteleporteerd was, zou hij maanden – en misschien zelfs jaren buiten bewustzijn gebleven kunnen zijn. Het effect was hoe dan ook onbekend.

Brian besloot dat deze tegenstander tot alles in staat was en tot iedere prijs moest worden gestopt.

Brian was echter nog een tweede oude bekende tegengekomen in het stof dat hij van de verbogen trommel had gehaald, maar dat in werkelijkheid via Jesses 3D communicator daar was gekomen. Het was het vergetelheidstofje dat door HUC was ontwikkeld en dat ooit gebruikt was op een spionage mug. Als de mug op afstand tot ontploffing werd gebracht kwam de stof vrij en zorgde ervoor dat de voorafgaande relevante gebeurtenissen plus het ontploffen van de mug uit het geheugen van de aanwezigen werden gewist. De stof veroorzaakte een geheugenverlies van ongeveer een kwartier. Eigenlijk overeenkomend met de verschijnselen die optreden wanneer iemand door hoofdletsel een zware hersenschudding oploopt. Alle kans dus dat Jesse helemaal geen idee meer had wat er met zijn 3D communicator was gebeurd toen hij het bestelde programmatje kwam afleveren. En dat het enige moment was geweest dat Jesse zijn 3D communicator nauwelijks een minuut uit handen had gegeven. Dat was sowieso nogal geheimzinnig gegaan.

Een beetje ineen gezakt op zijn laboratoriumkruk zat Brian somber voor zich uit te kijken. De vraag die beantwoord moest worden was: hoe kon de 3D communicator van Jesse geïnfecteerd zijn geraakt met zo ontzettend veel gevaarlijke en agressieve narigheid.

            Plotseling stond hij op, want hij realiseerde zich dat hij bezig was om te proberen het allemaal alleen op te lossen, daarbij vergetend dat hij in Judith en Nils en eigenlijk ook Jesse zelf buitengewoon intelligente meedenkers had. Het was weliswaar tien uur in de avond, maar dit kon niet wachten. NIC had een ondoordringbare brainstorm kamer. Een half uur later liet Judith hem als gast en als laatste bezoeker binnen in het gebouw.

12.

            Judith moest onwillekeurig terugdenken aan de avond, lang geleden, toen ze samen met Nils Bexon, Wilbur Taylor en Barbara Kindle Cecil Hoyt naar het dak van het H.U.C. gebouw hadden geteleporteerd. Dat Hoyt daardoor zijn verstandelijke vermogens verloren was, was een ongeluk geweest. Toen wisten ze nog niet dat een mens door teleporteren bij zijn volle bewustzijn geestelijk blijvend verward kan raken. Cecil Hoyt was daarvan het trieste voorbeeld. De man leefde verder in blakende gezondheid, maar met het verstand van een kind. De ervaring met Hoyt was de reden geweest dat teleportatie jarenlang uitsluitend voor het transporteren van goederen werd gebruikt.

Nu, na de ervaring met de geteleporteerde dieren naar de diergeneeskunde faculteit en nu ook de teleportatie van de bewusteloze Jesse leek teleportatie in een ander en veelbelovender licht te komen.

            Samen met Brian liep Judith de brainstormkamer binnen. Nils en Jesse zouden ook weldra arriveren. Het was de hoogste tijd om een volledig plan voor aanval en verdediging te maken. Ronald Camden had duidelijk elke grens overschreden. Hij moest gemerkt hebben dat zijn opzet om Jesse voorgoed uit te schakelen niet gelukt was en gezien de huidige ervaringen met hem was het zeer waarschijnlijk dat hij het opnieuw zou proberen. Belangrijk was nu een strategie te bedenken waarin een val kon worden gezet die Camden zelf zou moeten activeren.

            Uit de replicator in de wand had Judith twee bekers koffie had gehaald en voor hen op de grote vergadertafel gezet. Zwijgend dronken ze hun koffie. Nils en Jesse kwamen de kamer binnen. Judith sprong onmiddellijk op om haar zoon te omarmen. Jesse liet haar geduldig begaan. ‘Ik voel me echt uitstekend mam,’ zei hij, ‘sterker nog, ik heb me nog nooit zo goed gevoeld.’ Judith knikte en Brian zei: ‘dat is eigenlijk een van de belangrijkste redenen waarom we juist hier in deze volkomen ondoordringbare kamer zitten. Ik denk dat je moet horen wat er met je is gebeurd en eigenlijk wat in het verleden ook met je moeder is gebeurd en wat we nu eigenlijk voorlopig heel erg geheim willen houden.

Jesse deed een stap naar achteren en zijn ogen stonden wijd open. ‘Er is toch niets gevaarlijks gebeurd, mam?’

‘Nee lieverd, in tegendeel, doordat je buiten bewustzijn was tijdens de teleportatie juist niet, maar dat willen we juist uitleggen op een plek waar niemand ons kan horen of zien. Het is van het grootste belang dat je alles wat je hier vandaag hoort en wat je hebt meegemaakt aan niemand buiten onze kring vertelt.

Jesse draaide zijn hoofd om en keek Nils met opgetrokken wenkbrauwen aan.

Nils knikte: ‘het is precies zoals Judith zegt Jesse. Informatie naar buiten brengen op dit moment zou tot rampzalige gevolgen kunnen leiden, omdat afgunst en hebzucht nu eenmaal helaas nog steeds de slechtste menselijke eigenschappen zijn. Gelukkig weten we uit welke richting het gevaar in eerste instantie kan komen. En we moeten tot iedere prijs vermijden dat Ronald Camden – want die is op dit moment de grootste bedreiging – zich genoodzaakt ziet allerlei hulptroepen te mobiliseren. Ik denk overigens niet dat een goed verdedigingsplan in een handomdraai kan worden verzonnen. Het zou mooi zijn als we zijn acties wat konden vertragen.

Jesse was opgestaan en leunde met beide handen op de tafel. Ik heb wel een ideetje zei hij, terwijl een glimlach op zijn gezicht verscheen.

De drie anderen keken hem verwachtingsvol aan. ‘Vertel Jesse’. Op Judiths gezicht was een mengeling van trots en ongeduld te lezen.

Jesse keek zijn moeder grijnzend aan. ‘Ja, rustig maar mam, ik zie heus wel aan je gezicht dat het al klaar had moeten zijn’.

Allen moesten lachen en dat brak de spanning enigszins.

‘Thuis heb ik nog alle kopieën  van de hele technische en logische structuur van die 3D communicator die ik voor Camden moest programmeren. Dat was de eerste fout die hij maakte en waarmee hij bewees dat hij wel een erg simpele boekhouder is. De tweede fout die hij maakte was dat hij zijn bedrijf mijn rekening liet betalen, waardoor ik met enige moeite toegang kan krijgen tot alle financiële gegevens van het bedrijf’.

Het was even stil in de brainstorm kamer.

‘Bedoel je dat je die bank gaat hacken?’ vroeg Brian.

‘Nou, heel beperkt,’ ging Jesse verder. ‘Ik heb het volgende bedacht: het zou mooi zijn als we op een gemakkelijk te herstellen manier de hele communicatie van zijn bedrijf in de war kunnen sturen. Ik zal het kort houden, want jullie hebben op dit moment meer aan de beoogde effecten dan aan een technische verhandeling. Ik kan ervoor zorgen dat de 3D communicator van Camden steeds een andere is, namelijk van een andere werknemer in het bedrijf. Ik kan die ontzettend nare grap zo bouwen dat alles helemaal normaal is op het moment dat er door de klachtendienst van het communicatie bedrijf een door de woedende Camden geëiste controle wordt uitgevoerd.’

‘Maar Jesse, dat is hacken, dat is strafbaar’. In Judiths stem klonk een zeker angst door.

‘Ja mam, dat weet ik, maar ik kan de vent die net geprobeerd heeft me te vermoorden toch ook niet zomaar een volgende poging laten voorbereiden.

Er viel een geladen stilte, terwijl ze Jesse met vragende ogen aankeken.

‘Als het al strafbaar is, wat ik wil voorstellen, dan hoeft het in elk geval niet lang te duren en bovendien kan de uitvoering door niemand worden ontdekt, omdat we gebruik maken van techniek die alleen hier in huis is.’

‘Klinkt interessant Jesse,’ vond Nils, ‘maar we kunnen pas iets besluiten als je wat meer duidelijkheid geeft.’

‘Goed dan,’ Jesse trok zijn stoel naar achteren en ging weer zitten. ‘Denken jullie dat Wilbur dat prachtige hologram apparaat nog heeft?’

‘Je bedoeld dat apparaat waarmee hij indertijd bij ons de hele promotiebijeenkomst voor de teleportatiemachine zichtbaar heeft kunnen maken. En ook dat alle potentiële kopers onder hoongelach de deur uit gingen, waardoor gelukkig niemand de teleportatiemachine voor personenvervoer kocht?’ Brian Uliger grijnsde. ‘Op het moment dat het gebeurde ervoer ik het als rampzalig, maar onbedoeld hebben jullie toen voor ons bedrijf een ramp voorkomen.’

‘Ja, dat apparaat bedoel ik,’ ging Jesse verder. ‘Met teleportatie en het hologram apparaat van Wilbur kunnen we een stoorunit zo groot als een klein wit stipje in de kamer van Camden aanbrengen. Ongetwijfeld heeft hij de hele boel daar goed beveiligd, maar uit het feit dat hij mij gewoon vanuit het bedrijf betaalde maak ik op dat hij ofwel zich veilig waant, ofwel heel slordig is.’

Judith keek het kringetje rond. ‘Wat vinden jullie, doen?’

Het begin van het aanvalsplan was geboren.

13.

Wilbur Taylor was ondanks het late uur binnen een kwartier in de brainstormkamer van het N.I.C gebouw gearriveerd. Uit de grote weekendtas die hij bij zich had kwam een stevige kartonnen doos tevoorschijn die het hologram apparaat bleek te bevatten.

‘Dit ding is sinds we destijds Hoyt teleporteerden heel ver achterin mijn opslag gebleven. Ik schaamde me bijna voor wat ik er toen mee had aangericht. Na jullie bericht, een half uur geleden, heb ik nog geen tijd gehad om te proberen of het allemaal nog werkt.’

Wilbur zette het apparaat op tafel en schakelde het in. Er gebeurde niets.

‘Oeps, ik denk dat de powerbank helemaal leeg is’, zei Wilbur weifelend. ‘Ik weet niet of we dat hier kunnen oplossen.’

‘Dat zou ik moeten kunnen,’ zei Judith opstaand. ‘Loop even mee naar mijn lab, als het een beetje meezit heb ik nog wel een paar van die powerbanks onder lading staan.’

‘Mag ik ook even meelopen’, vroeg Jesse, ‘ik ben als heel lang niet in jouw lab geweest.’

Judith knikte dat het goed was en gedrieën verlieten ze de brainstormkamer om even later het laboratorium van Judith binnen te stappen.

            ‘Laten we even gaan zitten’, zei Judith, een stoel bij haar grote werktafel achteruit trekkend. Wilbur en Jesse volgden haar voorbeeld, maar keken haar met opgetrokken wenkbrauwen vragend aan. ‘Nou, ik dacht: laten we even met zijn drieën een plannetje bedenken’, ging Judith verder. ‘Vertel nu even precies wat je bedacht hebt, dan kan ik hier zo dadelijk meteen even rondkijken of ik alle spulletjes die je misschien nodig hebt hier al heb liggen.’

‘Die powerbank?’ begon Wilbur.

Judith stond direct op en liep naar een van de wandkasten. Ze kwam terug met een opgeladen powerbank. ‘Denk je dat deze goed is, Wilbur?’ vroeg ze.

Wilbur zette het hologram apparaat op de tafel en klikte de lege powerbank eruit, waarna hij het opgeladen exemplaar dat hij zojuist van Judith had gekregen erin schoof. Vervolgens schakelde hij het apparaat in. ‘Nu moet je even opletten Jesse,’ zei hij. ‘Dit kunstje heb je vast nog niet vaak gezien.’

Jesses ogen werden groot van de schrik toen hij zag hoe uit de zittende Wilbur een volkomen identieke figuur opstond, terwijl Wilbur zelf gewoon op de stoel bleef zitten.

‘Hij is ongevaarlijk hoor Jesse, maar ik kan hem overal naartoe sturen en als hij verbonden is met mijn 3D communicator kan ik alle thuisblijvers laten meebeleven wat ik zie en hoor. Oh ja, wat ook niet onbelangrijk is, ik kan precies laten zien waar iets dat geteleporteerd is terecht komt, zodat we weten dat het precies op de juiste plek komt.

            Judith stond op. ‘Kom op jongens, we gaan weer naar Nils en Brian in de brainstormkamer. Ik denk dat ik iets heel leuks heb om onze vriend Camden mee onder controle te krijgen. Judith trok de deur van haar laboratorium achter zich dicht. Ze liepen de brainstormkamer weer binnen waar Nils en Brian druk in gesprek waren.

‘Kijk Brian, daar is onze technische staf weer,’ grapte Nils.

Iedereen zat weer rond de tafel. Judith keek de kring rond. ‘Zal ik dan maar?’

Er werd instemmend geknikt. ‘Het idee van Jesse om In zijn kantoor of misschien op zijn lichaam iets bij Camden te plaatsen waardoor we kunnen waarnemen wat daar gedaan en gezegd wordt spreekt mij wel aan. Het tijdelijk in wanorde brengen van zijn persoonlijke communicatie, zoals Jesse voorstelde is zeker een idee dat we redelijk gemakkelijk kunnen uitvoeren. De man is kennelijk dom genoeg om te onderschatten wat wij kunnen of hij is helemaal niet op de hoogte van wat N.I.C. voor een bedrijf is, wat ik tamelijk onvoorstelbaar vind, maar goed, dat is in dit geval alleen maar in ons voordeel.’

Brian Uliger boog zich naar voren: ‘Kom op Judith, wat is het geniale plan?’

Judith keek hem heel even lichtelijk verstoord aan. ‘Even geduld Brian, ik begin net op dreef te komen. Goed, daar gaan we dan. Het idee van Jesse om de communicatie die rechtstreeks vanuit Camden komt in de war te sturen is een uitstekend idee. Er zit echter één nadeel aan. Het kan in principe door security ontdekt worden. Nu zal het zo’n vaart niet lopen als het maar één of twee dagen gebeurt, maar als we het langer nodig hebben kan het in de gaten lopen.’

‘Begrijp ik nu goed dat je iets heel anders wilt?’ vroeg Nils.

‘Nee, niet iets anders, maar op een andere manier, die langer houdbaar is en die veel minder gemakkelijk ontdekt kan worden. Ik heb namelijk in mijn lab nog wat van het weefsel gevonden dat ik indertijd gebruikte bij het ontwerp van de persoonlijke Virtual Reality.

Die prachtige stof hecht zich door middel van een gelpack-computer aan het lichaam.

Indertijd liet ik die stof het hele naakte lichaam bedekken. Als de hechting er eenmaal was kon de stof niet meer worden waargenomen. Met een andere stof die Brian ooit heeft ontwikkeld kunnen we een plofmug insmeren en kunnen we ervoor zorgen dat de heer Camden een kwartiertje wazig voor zich uitkijkt en zich niet bewust is van wat er om hem heen gebeurt.’

‘Nu kan ik je even niet volgen mam,’ kwam Jesse tussenbeide.

Brian hief nu zijn hand. ‘Laat mij dat maar even uitleggen Judith, het was tenslotte mijn vijandige actie die deze stof hier in de kamer zijn werk liet doen. Je moet je wel realiseren dat onze bedrijven toen concurrenten in oorlog waren.’

Jesse knikte, ‘ik heb er wel eens iets over gehoord, ga alsjeblieft verder, ik brand van nieuwsgierigheid.’

Ze moesten allemaal lachen om de ernstige gespannen opmerking van Jesse.

‘We hadden een mooie automatische mug ontwikkeld die zelfstandig taken kon volbrengen. Hij kon als spionage camera werken, maar daar hadden we hier bij N.I.C. niets aan, want deze ruimte is in elektronische zin een ondoordringbare bunker. De mug kon gezichten herkennen en geprogrammeerd worden. Deze mug had twee taken. Hij moest langs Judiths wang scheren en in een minuscuul wondje een minicapsule achterlaten met een stof die ik Curare plus plus had genoemd en die na inwerking van enkele uren een tamelijk lange periode van schijndood veroorzaakt, zonder echt schade te doen. Zo hebben we toen je moeder naar ons bedrijf geteleporteerd.’

‘Maar hoe hebben jullie dan kans gezien die mug in deze hermetisch geslote bunker binnen te krijgen?’

Brian grinnikte: ‘weet je Jesse, de menselijke factor is altijd en overal de zwakste.

Het berdrijf dat hier de vloeren eens per week reinigde kon onmogelijk herkend worden als een van onze bedrijven, maar dat was het wel. De schoonmaker die de vloer had gereinigd had een speciaal schoonmaakmiddel in een container bij zich. Op die bewuste vrijdag morgen had hij die container midden onder de tafel laten staan. De inhoud was geurloos, dus niemand merkte het, maar de dop van de container was eraf, zodat onze mug eruit kon om vervolgens op een plekje aan het plafond te gaan hangen tot hij aan het werk kon. Toen de mug zijn werk bij Judith gedaan had kreeg iedereen hem in de gaten. Ze probeerden hem te vangen, maar voordat dat lukte ontplofte hij en verspreidde een paarsachtige wolk waar door alle aanwezigen een kwartier lang wezenloos voor zich uit keken en zich daarna het hele voorval niet meer herinnerden. In dat kwartier haalde onze schoonmaker de container met vloerreiniger onder de tafel vandaan en zette hem naar gewoonte met de dop er weer op in de werkkast. De menselijke factor dus. Als we iets elektronisch hadden geprobeerd waren we nooit binnen gekomen.’

            Judith nam een beetje kregelig het woord weer. ‘Ja, we hebben elkaar aardig dwars gezeten in het verleden, maar dat is gelukkig al heel lang voorbij en ik zou er zeker niet graag aan herinnerd worden, maar nu staan we weer voor het feit dat het gevaar voor gezonde en noodzakelijke wetenschappelijke ontwikkeling wordt bedreigd en wel door dezelfde stomme menselijke eigenschap: hebzucht. In dit geval hebben we gelukkig maar met één vijand te maken die naar ik hoop op alle terreinen waarin wij goed zijn niet al te slim is, Ronald Camden.

            Wat ik voorstel is het volgende. Als, wat ik verwacht, zijn kantoor niet volgens de nieuwste techniek volledig beveiligd is Kunnen we gebruik maken van teleportatie om een plofmug in zijn kantoor te brengen. Gedurende het kwartier dat we hebben voordat de gaswolk is uitgewerkt kan ik met visuele begeleiding van Wilbur een gelpack sticker op de onderste halswervel aanbrengen. Die sticker is na vijfminuten al niet meer waarneembaar, maar stelt ons is staat al het handelen van deze meneer te volgen. Een hersen implantaat, zoals ik indertijd van de heren Hoyt en Uliger kreeg is met deze techniek die ik heb ontwikkeld niet meer nodig. Judith keek Brian triomfantelijk aan. Brian knikte schuldbewust.

‘Je weet dat ik spijt heb dat ik toen zo weinig tegengas aan Hoyt heb gegeven Judith.’

‘Ja Brian, zand erover, maar met deze techniek bereiken we het zelfde. Ook kan onze sticker als hij zijn werk gedaan heeft ongemerkt weg geteleporteerd worden.

Het plan voor de tegenaanval was klaar.

Nils stond op: ‘ik ben bang dat we in onze ijver en verontwaardiging iets belangrijks vergeten.’

‘Wat zijn we dan vergeten?’ vroeg Judith nu lichtelijk geagiteerd.

‘Vind je niet dat we de rest van onze eigen club, Ronald, Barbara en Tibor tenminste moeten bijpraten voor we tot deze vijandelijkheden overgaan?’

Even viel er een stilte. Brian Uliger zat zachtjes te knikken terwijl hij Judith aankeek.

Judith had een hoogrode kleur gekregen. ‘Jeetje,’ stamelde ze, ‘ik moet toch eens afleren me zo te laten meeslepen. Bij de eerstvolgende brainstorm dan maar?’

Er klonk wat instemmend gegrinnik om haar heen.

Het was de hoogste tijd om naar huis te gaan.

14.

            Het was iets na zeven uur in de avond. Alle werknemers van Genetic Tech Company waren al bijna twee uur geleden naar huis gegaan. Ronald Camden niet. Hij was na dat iedereen was vertrokken door het hele gebouw gelopen met zijn 3D communicator in zijn hand. Op willekeurig gekozen plekken was hij stil blijven staan om te kijken en te luisteren naar de communicatie die werknemers met elkaar hadden gedurende de werkdag.

Behalve George Banner was niemand ervan op de hoogte, maar Camden had van het hele gebouw een grote opname unit laten maken. Dat was dan ook de reden dat hij bijna elke dag, als iedereen naar huis was, met zijn 3D communicator door het gebouw liep.

Camden grinnikte zelfvoldaan Banner deed precies wat hem was opgedragen en dat was ervoor zorgen dat alles, maar dan ook alles wat er in het bedrijf gebeurde door hem gezien en gehoord kon worden.

Vervelend was dat hij door een tamelijk diepgaand verschil van mening afscheid had moeten nemen van zijn technische staf, William Carter en Alex Fowler. Maar zo erg was dat nou ook weer niet. De productie van de belangrijkste overwinning van de farmacie aller tijden, het gemoduleerde telomerase dat inmiddels met veel succes op de markt was gebracht onder de naam Telomax bracht kapitalen op.

Lichamelijk niet of nauwelijks meer verouderen was tenslotte wat elk weldenkend mens wilde. Wie dat wilde moest zich elke twee weken een injectie door een van de speciaal geselecteerde artsen laten toedienen. Camden had de prijs zodanig berekend dat de iets boven modaal verdieners het zich met enige moeite konden permitteren. Er was trouwens voldoende marge, want met het thans geldende prijspeil was de hele investering van alle jaren van research er binnen een maand al uit geweest. Wat ook een prachtige eigenschap van het wondermiddel was, waaraan tot geen enkele prijs getornd mocht worden, was het feit dat gebruikers die eenmaal met de tweewekelijkse injecties begonnen waren er niet meer mee konden stoppen, of ze moesten accepteren dat ze versneld lichamelijk verouderden.

Ja, dat is een nadeel, maar we zijn ook nog niet klaar hadden de twee sukkelige onderzoekers gezegd. We zoeken verder naar een middel dat ervoor zorgt dat het lichaam zelf Telomax gaat aanmaken. Ronald Camden was razend geworden en hen verder onderzoek in die richting verboden. Uiteindelijk waren de heren met een afvloeiingsregeling weggesluisd. Het patent op Telomax bleef bij G.T.C. Daar konden ze niet meer aankomen.

Camden was weer teruggekeerd na zijn controleronde door het gebouw. In zijn kantoor zat hij achter het grote bureau. De wand tegenover hem was een groot computerscherm.

Tevreden was hij wel over het feit dat hij met zo weinig moeite erin geslaagd was dit super winstgevende bedrijf te verwerven, waar hij drie jaar eerder nog slechts als financieel adviseur was ingehuurd.

Tevreden zachtjes met zijn hoofd knikkend keek hij voor zich uit.

Plotseling schrok hij op van iets dat midden op zijn bureau verscheen. Zijn ogen werden groot van verbazing. Daar zat ineens een grote mug. Het beest zat stil. Zachtjes bewoog Camden zijn hand in de richting van het dier. Hij wilde de mug met een snelle greep van zijn rechterhand pakken. De mug leek de naderende hand wel waar te nemen, maar maakte geen aanstalten om op te vliegen.

Enkele centimeters was de behoedzaam naderbij schuivende hand van Ronald Camden van de merkwaardig grote mug verwijderd, toen het dier met een zacht plofje ontplofte en in een oogwenk de hele kamer vulde met een lila-achtige wolk.

Ronald Camden keek plotseling glazig voor zich uit. Zij hoofd hing naar voren en de arm die hij enkele seconden eerder naar de mug had uitgestoken lag doelloos over het bureaublad uitgestrekt. Doordat hij apathisch voorover was gezakt had een oplettende buitenstaander – als die er was geweest – iets wonderlijks in de nek van de man kunnen zien. Ter hoogte van de onderste halswervel was plotseling een geleiachtige bobbel te zien. Niet groot, een centimeter of twee. De bobbel werd vlakker en vlakker en was weldra niet meer te zien op de huid van Ronald Camden.

Ongeveer een kwartier later ontwaakte Camden uit zijn apathie. Even schudde hij met zijn hoofd. Het leek waarachtig wel of hij in slaap was gevallen. Misschien werkte hij te hard. Een paar dagen rust was misschien… ach, nou ja, onzin, het weekend stond voor de deur.

Iets kriebelde in zijn nek. Hij wreef erover maar er was niets te voelen.

15.

            Op vrijdag morgen was het hele N.I.C. team bijeen gekomen in de brainstormkamer. Omdat er besluiten genomen moesten worden waren er geen buitenstaanders aanwezig.

Brian Uliger had met Jesse afgesproken in Judiths appartement om de bijzonderheden van het plan van aanval nog eens aan een kritische beschouwing te onderwerpen, waarbij het accent zou liggen op totale onopvallendheid, waardoor Camden er tijdens de uitvoering ervan niets zou ontdekken. In de dagen die volgden op het ontploffen van zijn 3D communicator en alle gevolgen van dien was het steeds meer tot Jesse doorgedrongen dat Camden een levensbedreigende aanval op hem had gepleegd. ‘Ik had wel volkomen invalide kunnen zijn Mam,’ had hij tegen Judith gezegd. Judith rilde bij de gedachte.

Nu zat Jesse samen met Brian aan de koffie in Judiths keuken.

‘Mooi plannetje heb je bedacht Jesse,’ zei Brian. ‘Verder kunnen wij niet veel doen. Eerst moet de hele N.I.C. club het erover eens zijn dat de aanval in dit geval de beste verdediging is. Je moeder zal ongetwijfeld met haar bekende passie en voortvarendheid het plan verdedigen. Ik ben echter benieuwd of Ronald Walters en Tibor Horvat er hun steun aan zullen geven. Barbara Timble en Tony Henderson zullen vermoedelijk instemmen. Maar Ronald is altijd nogal voorzichtig en geneigd de eventuele repercussies te vrezen en voor Tibor is elke vorm van aanval die geen economische winst oplevert doorgaans uit den boze.

Ze zullen beginnen met aanvoeren dat het weliswaar buitengewoon kwalijk is wat Camden jou geflikt heeft, maar dat de belangen van N.I.C. daarmee niet geschaad zijn.

Brian keek Jesse glimlachend aan en schonk zich nog een kop koffie in uit de kan die Jesse tussen hen in op tafel had gezet.

‘Ik denk dat Mamma zal aanvoeren dat wij doordat we de effecten hebben ontdekt die teleportatie veroorzaakt, de zwaarste concurrent van Camden zijn geworden en dat we vermoedelijk allemaal ons leven niet meer zeker zullen zijn als dat tot hem doordringt.

Brian knikte: ‘voor wat betreft de oorspronkelijke N.I.C. club heb ik eigenlijk niet veel twijfel dat ze mee zullen gaan in het plan van aanval. De enige van wie ik me afvraag of hij erg blij met de situatie zal zijn is Tibor. Hij is tenslotte het gezicht naar buiten, de marketeer.’

Jesse knikte met een ernstig gezicht: ‘ik hoop dat Mam het erdoor krijgt want die Camden is levensgevaarlijk.

Brian pakte de koffiekan en schonk nog eens in.

            De analyse die Brian Uliger had gegeven over de te verwachten reacties van de N.I.C. leden klopte vrij aardig. Inderdaad had Tibor Horvat aanvankelijk stevige bezwaren gehad, omdat hij voor het imago van N.I.C. vreesde als geruchten in de openbaarheid zouden komen.

Ook Ronald Walters had niet blij gekeken. Barbara Timble had alleen maar geknikt.

Nils Bexon had samen met Judith echter naar voren gebracht dat het niet alleen ging om het feit dat Camden op buitengewoon onfatsoenlijke wijze zijn mededirecteuren buiten had gewerkt. Waar het wel om ging waren in feite twee argumenten. Ten eerste had Camden zich meester gemaakt van de productie en distributie van een geneesmiddel waarvan de effecten weliswaar bijna als een wonder voor de gezondheid en de levensduur waren, maar dat een ernstig verslavingseffect had. Immers bij stoppen met de toediening zou versnelde veroudering optreden. Bovendien was het middel vele malen duurder dan nodig was en had Camden verdere ontwikkeling geblokkeerd.

Ook het feit dat Judiths zoon Jesse een levensgevaarlijke aanval had moeten verduren bracht nog niet de gewenste eenstemmigheid bij het gezelschap.

Nu was Nils Bexon echter opgestaan. Hij had uitvoerig het hele experiment met de teleportatie uit de doeken gedaan. ‘Luister mensen,’ had Nils gezegd, ‘dat de farmaceuten gek zijn op medicijnafhankelijkheid weten we al meer dan honderd jaar en dat ze belachelijke prijzen vragen voor veel middelen die ook nog afhankelijkheid veroorzaken is ook geen nieuws. Belangrijker is dat we nu nagenoeg zeker weten dat het door Camden geclaimde effect van het gemodificeerde telomerase evenzeer door teleportatie kan worden bereikt zonder dat er medicijnafhankelijkheid ontstaat. Als we Camden laten doorgaan met zijn naar mijn menig criminele activiteiten zullen we hem als concurrent tegenover ons vinden. Ik durf te stellen dat we allemaal, zoals we hier zitten, persoonlijk in gevaar zullen komen, wanneer hij ontdekt waarmee wij bezig zijn. En waarschijnlijk niet alleen hij. Het zou mij niet verbazen als we op een gegeven moment de hele maffia afdeling van BigFarma achter ons aankrijgen’.

Tibor Horvat zat ernstig knikkend over zijn voorhoofd te wrijven.

Ronald Walters, die zoals gewoonlijk de vergadering voorzat, had nog een moeizame uitdrukking op zijn gezicht: ‘maar we kunnen toch niet zomaar een actie tegen de vent beginnen als hij nog helemaal geen enkel ding in ons nadeel heeft gedaan.’

Judiths gezicht was rood geworden: ‘Hij heeft mijn zoon aangevallen omdat hij niet de kans wilde lopen dat zijn stiekeme geknoei met de 3D communicatie zou uitkomen. Als een dergelijke futiele reden al voldoende is om iemand zomaar uit te schakelen, dan denk ik dat meneer Camden een volledige aanval inzet als hij ontdekt waar we mee bazig zijn. Ik vind dat in dit geval de aanval de beste – en gerechtvaardigde verdediging is.’

Niemand kon nog tegenargumenten bedenken. Na vele jaren harmonische samenwerking met H.U.C., het bedrijf van Brian Uliger, was er nu helaas een gevaarlijke vijand aan de horizon verschenen. Een vijand die er blijk van had gegeven niet voor geweld terug te deinzen en die bovendien een product op de markt bracht dat verslaving opriep, waarbij weliswaar geen nadelige bijwerkingen waren geconstateerd, maar waarbij wel uitermate dubieuze effecten optraden wanneer het gebruik werd gestaakt. Camden en diens bedrijf hadden het middel versneld door de goedkeuring gekregen – dat mocht natuurlijk niemand weten, maar het was bekend – door de heren en dames van de keuringsdienst een vergoeding te betalen voor het versnellen van de procedure, omkoping dus. Als argument tegen het bezwaar dat bij staken van het gebruik van het middel versnelde veroudering op zou treden hadden de slimme advocaten van het hoog aangeschreven advocatenbureau dat voor zijn bedrijf de juridische zaken behartigde een duidelijk en blijkbaar afdoend weerwoord geformuleerd. Zij stelden – en dat was niet heel ver bezijden de waarheid – dat iemand die stopte met het gebruik van Telomax binnen enkele maanden weer de lichamelijke leeftijd zou hebben die hij of zij gehad zouden hebben als er nooit Telomax gebruikt was. Wat echter niet werd vermeld en wat door onderzoek wel was aangetoond was dat mensen die stopten met Telomax zich gedurende die zogenaamd onschadelijke inhaalperiode ongelooflijk beroerd voelden en vaak voor langere tijd in een ziekenhuis behandeld moesten worden. Nee, ongevaarlijk was afscheid nemen van de eeuwige jeugd bepaald niet.

Carter en Fowler wisten dit uiteraard en hadden hierin dan ook de voornaamste reden gevonden om hun onderzoek voort te zetten. Een mogelijkheid die hen nu, althans voorlopig was ontnomen. Maar daarin zou verandering komen.

16.

            George Banner stond op nog geen meter afstand van het grote bureau van zijn baas, Ronald Camden. Het was nog vroeg, negen uur en Banner had zich geërgerd aan de hoge toon waarop Camden hem had gesommeerd onmiddellijk naar zijn kantoor te komen. Dat was toch nergens voor nodig. Er was een uitstekende 3D verbinding zodat hij zittend achter zijn eigen bureau tegenover Camden zat, maar dat was voor Camden blijkbaar niet goed genoeg.

Bij zijn binnenkomst in het kantoor van Camden was zijn eerste vraag dan ook geweest of Camden reden had om aan te nemen dat de beveiligde 3D verbinding niet veilig was.

Camden had zijn vraag echter ongeduldig weggewuifd met de woorden: ‘als ik je vraag hier te komen is het niet mijn bedoeling daarover een discussie met je te hebben. Luister, ik heb laatst een slimme laatstejaars I.T. student een klusje voor me laten doen.’’

De wenkbrauwen van George Banner schoten omhoog en voordat hij zich kon inhouden zei hij: ‘dat was vrij onvoorzichtig meneer, als ik zo vrij mag zijn.’

Camden wuifde zijn opmerking opnieuw kregelig weg: ‘ja laat nou maar, ik heb een foutje gemaakt. Ik heb hem voor zijn werk betaald vanuit het bedrijf. Ik weet dat het stom was, maar anders had ik hem vanaf een privé rekening moeten betalen en ik wilde niet dat hij erachter zou komen wie ik ben.’

George Banner stak zijn hand op om iets te zeggen, maar Camden weerhield hem daarvan met de woorden: ‘ja, wacht nou maar even, ik ben nog niet klaar. Ik heb ervoor gezorgd dat die knul het allemaal vergeten is en dat hij misschien wel een tamelijk lange tijd wazig voor zich uit ligt te kijken. Wat ik echter niet van te voren wist is dat die jongen de zoon is van Judith Krantz, het brein van N.I.C. Wat jij moet doen, hij keek Banner doordringend aan, is alle sporen uitwissen die hiernaartoe kunnen leiden. De 3D communicator die ik gebruikt heb voor die actie bestaat niet meer.’

George Banner knikte. Hij wist dat het beter was geen commentaar te leveren op deze ongelooflijk stomme actie van zijn baas, maar te proberen erachter te komen of er sporen naar het bedrijf liepen. Het zoekmaken van het betalingsspoor via de bank was het eerste wat hij ging doen en wat weinig moeite zou kosten. Toch had hij wat meer informatie nodig hoewel hij wel besefte dat Camden die niet graag prijs gaf.

‘Het spijt me, meneer Camden,’ begon hij. ‘Als u wilt dat ik echt succesvol alle sporen uitwis zult u me toch in detail moeten vertellen over uw actie met de telefoon van die student.’

Camden keek hen geïrriteerd aan, maar knikte tenslotte stug. ‘Nou goed, je zult wel gelijk hebben, security is tenslotte je vak. Toen het bedrijf door Carter en Fowler werd overgenomen van Brian Uliger lag er nog een aantal weinig gebruikte farmacologische stofjes in de kast, de formules bedoel ik en de bereidingswijze. Een van die stofjes heet curare plus-plus. Volgens de beschrijving is het een honderdvoudig versterkte versie van Curare, een stofje waarmee de Zuid-Amerikaanse indianen hun pijlpunten insmeerden waardoor hun jachtprooi in een toestand van schijndood raakte en op die manier langer bewaard kon worden zonder te bederven in de tropische warmte. Van dat stofje zat nog een beetje in een flesje. Toen ik die jongen, Jesse heette hij geloof ik, voor de tweede keer ontmoette droeg ik een onzichtbare handschoen aan mijn linkerhand waaraan ik wat van dat curare plus-plus had gesmeerd. Ik zorgde ervoor dat ik met die hand zijn 3D communicator aanpakte toen hij mij liet zien wat hij gemaakt had. Het middel zou pas actief worden boven vijftig graden Celsius. Dus heb ik hem op een bepaald moment een explosief programmatje gestuurd.

Goed, de 3D communicator waarmee ik dat verstuurd heb bestaat niet meer, die handschoen ook niet. Weet je nou eindelijk genoeg?’ Geërgerd keek hij naar George Banner die het hele verhaal op het oog onbewogen had aangehoord. Banner knikte. ‘Kan ik gaan meneer?’

‘Ja, ja, je had allang bezig moeten zijn,’ was het botte antwoord dat hij kreeg.

Banner liep de kamer uit en sloot de deur achter zich. Meer en meer begon hij te beseffen dat deze werkgever alles vertegenwoordigde waar hij zijn leven lang tegen had gestreden, maar dat hij inmiddels zo diep bij alles wat hem tegen de borst stuitte betrokken was geraakt dat hij geen kant op kon. George Banner voelde zich ernstig in gewetensnood.

            Wilbur Taylor zat ik de enige gemakkelijke stoel die hij bezat en schakelde zijn hologram apparaat uit. Met zijn 3D communicator had hij opgenomen wat hij in het afgelopen half uur als in de wand verborgen hologram in het kantoor van Ronald Camden had meegemaakt. Wilbur was er bijna onpasselijk van geworden. Camden was een schurk die voor niets terugdeinsde, zoveel was duidelijk. Hij had het leven van Jesse ernstig in gevaar gebracht en blijkbaar was hij daar nog tevreden over ook. Het enige waar Camden bang voor was, was dat zijn criminele activiteiten ontdekt zouden worden.

Ha, hij had nieuws voor hem. Het vervelende was echter dat dit soort bewijs volgens de geldende wet op onwettige wijze was verkregen. Zonder rechterlijke opdracht binnendringen gold nog steeds als huis – of lokaalvredebreuk of zelfs als inbraak. Wilbur stopte zijn hologramapparaat in een tas en riep Judith op met zijn 3D communicator. ‘Goede morgen Judith, Ik heb gedaan wat we hadden afgesproken. Het afgelopen half uur heb ik een gesprek van Camden met zijn beveiligingsman meebeleefd en opgenomen. Het was afschuwelijk kan ik je melden. Ik kom zo dadelijk naar de zaak, maar teleporteer even deze tas. Daarin stop ik mijn 3D communicator en het hologramapparaat, want ik wil er niet mee over straat als je begrijpt wat ik bedoel.’

Judith moest grinniken om de voorzichtigheid van Wilbur maar was het er toch zeer mee eens. ‘Goed idee Wilbur,’ zei ze. ‘Zodra je het teken geeft haal ik de tas hier heen.’

Even later zag Wilbur de tas met het kostbare bewijsmateriaal doorzichtig worden en verdwijnen. Opgelucht ging hij op weg naar N.I.C.

            Het was rond half drie toen Ronald Walters erin geslaagd was alle zeven partners binnen N.I.C. rond de tafel in de brainstormkamer te krijgen. Judith Krantz had Ronald Walters, die doorgaans de vergaderingen voorzat, via haar 3D communicator al uitgebreid ingelicht, maar Tony Henderson, Barbara Timble en Tibor Horvat wisten waarschijnlijk wel dat er een netelige kwestie begon te spelen, maar niet precies wat.

‘Het lijkt me het beste dat Nils en Judith samen deze toestand uit de doeken doen. Het heeft tenslotte mogelijk een grote impact op het nieuwe project waarmee jullie onlangs begonnen zijn.’

Judith en Nils keken elkaar aan. ‘Het lijkt me het beste dat jij maar begint,’ zei Judith, ‘Ik ben bang dat het bij mij een woedend en emotioneel verhaal zou worden.’ Nils glimlachte en knikte: ‘verstandig Judith, maar je mag best één keer ontploffen hoor.’ Zijn opmerking wekte  gegrinnik bij de anderen en haalde wat spanning uit de lucht.

Nils begon: Een jaar of wat geleden verkocht Brian Uliger, met wie we al lange tijd heel plezierig zaken doen, zijn farmaceutische divisie aan twee wetenschappers, William Carter en Alex Fowler, twee fantastisch goede en bezeten wetenschappers. Deze twee mannen zijn erin geslaagd een variant op een al bestaand enzym te ontwikkelen waardoor onze lichaamscellen op een gezonde manier vele malen langer en vaker kunnen delen, waardoor de levensduur van de mens waarschijnlijk verdubbeld wordt. Een enorme prestatie. Het medicijn moet echter elke twee weken worden ingespoten, omdat anders een versnelde veroudering toeslaat. Carter en Fowler waren verrukt over hun resultaat, maar beschouwden het werk als slechts half klaar. Ze wilden verder onderzoeken wat er nodig is om het menselijk lichaam zelf dat enzym te laten maken. Dat komt vermoedelijk neer op een tamelijk ingewikkelde, nog niet ontdekte ingreep in bepaalde genen. Hoe dan ook, ze hadden samen al de nodige protocollen voor verder onderzoek uitgewerkt en legden die – meer ter kennisgeving dan ter goedkeuring voor aan Camden, hun CFO. De kans om aan dat onderzoek te beginnen werd hen echter ontnomen. De financiële directeur die ze zelf hadden aangesteld, Ronald Camden, heeft op listige wijze alle bevoegdheden binnen het bedrijf naar zich toe getrokken. Hij heeft de twee wetenschappers buiten spel gezet en gezegd dat hij niet van plan was de kip met de gouden eieren te slachten. De injecties met het enzym, waarvoor niet alleen in de medische wereld, maar ook onder een breed publiek veel belangstelling is heeft hij zo duur gemaakt dat hij mag verwachten dat er een groep zeer welgestelde trouwe gebruikers zal zijn die samen voor een riante opbrengst zullen zorgen. Nu is er niets tegen slim zaken doen, maar deze CFO maakt het echt te bont. Hij is op een volkomen paranoïde manier aan de gang gegaan door de communicatiesystemen van alle medewerkers, inclusief zijn mededirecteuren te hacken. Camden en Fowler durven hun eigen bedrijf niet meer te betreden.

Maar dat was allemaal niet genoeg voor meneer Camden. Hij heeft onder een valse naam een laatstejaars IT student een spionage programma voor zijn 3D communicator laten maken. Die jonge man heeft door zijn toedoen blootgestaan aan een stof die hem maanden, zo niet jaren in een toestand van schijndood had kunnen houden.’

Judith Krantz stond nu van haar stoel op en terwijl Nils Bexon even zweeg zei ze: ‘die slimme laatstejaars IT student was Jesse, mijn zoon.’ Judith was wit weggetrokken, maar ging toch weer zitten en Nils vervolgde.

‘Het zou misschien een zaak voor justitie geweest zijn en dat is het misschien nog wel, maar er is meer, waardoor wij er dichter bij betrokken zijn. Judith en ik zijn de afgelopen dagen druk geweest met een experiment met het teleportatie apparaat. Zoals jullie weten was het tot nu toe niet verantwoord om levende wezens te teleporteren omdat hun verstandelijke vermogens dan nagenoeg verloren gaan. Het worden zombies maar… Nils wachtte even, lichamelijk onverwoestbaar gezonde zombies. Het is met de vroegere CFO van Brian Uliger gebeurd, dat weten jullie allemaal. Met enige gene hebben wij moeten toegeven dat de door ons bedoelde tegenzet in de vorm van een practical joke op een trieste wijze eindigde.

Judith was weer opgestaan. ‘Ik ben drie keer geteleporteerd in een toestand van bewusteloosheid. Wat dat met me gedaan heeft heb ik eigenlijk pas ontdekt. Tot mijn stomme verbazing verouder ik lichamelijk niet of nauwelijks. Dat bracht ons op het idee dat het snelle transport van bewusteloze gewonden, slachtoffers van ongelukken bijvoorbeeld door middel van teleportatie wèl moest kunnen. Zoals jullie weten zijn we eerst begonnen met het teleporteren van een doodzieke en onder narcose gebrachte hond. Van dat experiment bij de dierenarts met die hond hebben we een mooie 3D videopresentatie. De hoogleraar waarbij onze dierenarts, Lars Havers, ooit afstudeerde is nu bij het onderzoek betrokken. Alles gaat nog in het diepste geheim want, en nu komt het belangrijkste wat we vandaag te zeggen hebben. Het effect van teleportatie lijkt het zelfde te zijn als dat van de injecties met het nieuw geproduceerde enzym, met dien verstande dat de teleportatie een blijvend effect lijkt te hebben, waar het enzym elke twee weken moet worden ingespoten en erg duur is. Wij zullen ons moeten voorbereiden op een mogelijk levensgevaarlijke concurrentiestrijd.

Ik moet zeggen dat we hier te maken hebben met een onbedoeld effect. Dit heeft ons verbijsterd, maar het heeft ook ver gaande consequenties. We zijn nu plotseling voor Camden een vernietigende concurrent geworden. In het licht van wat we nu van deze schurk weten moeten we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat hij niet doorkrijgt wat we aan het doen zijn, maar we kunnen het niet voor eeuwig verborgen houden.’

Ronald Walters was opgestaan.

‘Mensen wij staan op de drempel van een totaal nieuw tijdperk in het bestaan van de mensheid. We moeten ons echter realiseren dat met wat we nu aan het ontwikkelen zijn heel veel zakelijke belangen in de geneeskunde en aanverwante industrieën ernstig geschaad kunnen worden. Het zou wel eens een heel dure en gevaarlijke triomf kunnen worden, maar’ – hij richtte zich op en met de kin naar voren sprak hij: ‘een triomf wordt het, maar we zullen de hulp moeten inroepen van Carter en Fowler.’

‘En ik denk dat het ook goed is om Brian Uliger te raadplegen. Per slot van rekening heeft hij na een zeer grondige kennismaking het bedrijf aan die twee verkocht,’ mengde Judith zich in de discussie. ‘Natuurlijk heb ik er met Brian al uitgebreid over gesproken. Hij was mijn gast toen die misdadige aanslag op Jesse werd gepleegd. Hij heeft ook al contact gehad met een doodsbange William Carter, vandaar dat ik vermoed dat we hem en misschien die twee farmaceuten ook bij een plan van aanpak moeten betrekken.’

‘Goed idee Judith,’ zei Ronald Walters, waarom roep je hem nu niet op. We kennen hem allemaal en hij is hier zeker welkom.’

Judith Krantz haalde haar 3D communicator uit haar tas en riep Brian Uliger op. Brian nam op en stond op het zelfde moment virtueel naast Judith in de kamer.

‘Brian we hebben je nodig,’ viel Judith met de deur in huis.

‘Ja, dat zie ik antwoordde Brian lachend. Hallo allemaal, daar ben ik weer in jullie brainstorm kamer.’

‘Brian, je kent de hele situatie. Je kent ook Carter en Fowler. Bovendien weet je met welk ongelooflijk onderzoek we net zijn begonnen,’ ging Judith verder. Wij zijn ervan overtuigd dat Camden erachter zal komen waarmee we bezig zijn en we denken dat hij een levensgevaarlijke tegenstander is. Door de aanslag op Jesse weten we nu dat hij voor niets terugdeinst.

‘Ik heb een begin van een plan,’ zei Brian enigszins aarzelend. Vinden jullie het goed dat we daar morgen in jullie eigen brainstormkamer samen over praten?’

Daar kon iedereen zich in vinden. Het werd tijd om naar huis te gaan.

17.

            Zeven uur in de ochtend; faculteit diergeneeskunde. Wesley Bronston ging zitten achter zijn bureau. Hij schakelde het communicatiesysteem in. Het grote scherm voor hem kwam tot leven. Secretaresse sprak hij terwijl hij het haar dat voor zijn ogen viel wegstreek. Voor hem stond nu Nora Benson met haar jas nog aan. ‘Goh professor, u bent minstens een uur vroeger binnen dan ik gewend ben,’ zei de vrouw.  ‘Ja Nora ik ben hier al een poosje. Koffie lijkt me erg lekker.

Nauwelijks twee minuten later stond er een kopje koffie voor hem. Nora Benson wilde al weer weglopen, maar Bronston weerhield haar daarvan. ‘Wacht even Nora. Ik wil graag dat je alle informatie over telomeren en telomerase in een info-unit klaarzet.’

‘Ik ga het meteen doen,’ zei de vrouw terwijl ze de kamer weer verliet.

Wesley Bronston leunde achterover in zijn stoel en dronk kalm zijn koffie. Nadat hij zijn beker had teruggezet op de tafel voor hem sprak hij met enige nadruk het woord ‘telomeren’ in de richting van het scherm. Er verscheen een groot aantal genummerde tekstregels voor hem. Op nummer twee las hij: Historie, successen en mislukkingen in het onderzoek naar telomeren, beeld en geluid.

‘Nummer twee,’ sprak Lesley.

Hij zag nu een film waarin eerst getoond werd wat het doel en de werking van telomeren is, wat natuurlijk geen nieuws voor hem was. De film toonde dat deze uiteinden aan chromosomen de stabiliteit beschermen en dat ze – maar dat wist Wesley natuurlijk al – bij elke celdeling korter worden waardoor de kwetsbaarheid van de chromosomen bij het ouder worden steeds groter wordt en dat bij het ontbreken van telomeren als ook de laatste is afgebrokkeld geen celdeling en vernieuwing meer plaats vindt, waardoor een permanente reductie van het aantal beschikbare cellen plaatsvindt, een verschijnsel dat de volksmond ‘veroudering’ noemt. Verder toonde de film een groot aantal ogenschijnlijke kleine successen van experimentele geneesmiddelen waarmee in het verleden gepoogd was de telomeren hun oorspronkelijke lengte te doen behouden. Het was voor het overgrote deel op weinig concreets berustend advertentie gekakel geweest. Er was een ogenschijnlijk veelbelovend stofje gevonden dat de productie van het enzym telomerase moest kunnen stimuleren. Daardoor zouden de afbrokkelende telomeren dan weer langer worden.

Misschien was het inderdaad veelbelovend geweest, maar in die periode, de eerste helft van de eenentwintigste eeuw, was er zo verwarrend veel commercieel geschreeuw over wat je allemaal moest kopen en gebruiken om langer gezond en vitaal te blijven dat mogelijk werkelijk nuttige dingen in de veelheid verloren gingen. ‘Veel te veel aanbod en weinig echte vindingen van waarde,’ dacht Wesley Bronston, terwijl hij verder zocht.

De Ierse setter die nu nog rustig in een van de daarvoor beschikbare hokken lag te slapen moest natuurlijk even worden uitgelaten. Op de campus van de universiteit was daarvoor een speciaal omheind veldje. Wesley besloot dat het wel lekker was om zelf maar even een stukje met het dier te gaan lopen. Een frisse ochtendwandeling is altijd goed, dacht hij.

Van een haak in de buurt van de hokken pakte hij een hondenriem en een halsband. Hij opende de deur van het hok. Heel langzaam kwam de hond het hok uit. Lesley keek over zijn schouder naar de deur waardoor hij binnen was gekomen en stelde tot zijn tevredenheid vast dat hij die achter zich had gesloten. De hond kon niet weglopen. Maar het dier bleek ook niet die neiging te vertonen. Rustig kwispelend kwam ze op Lesley toelopen. ‘Ach, natuurlijk,’ dacht Lesley. Het baasje van deze hond was zelf al oud en mogelijk was de hond daardoor gewend om door verschillende mensen te worden uitgelaten. Nadat hij de hond een halsband had omgedaan en de riem eraan had bevestigd liep hij naar buiten. Tegen zijn secretaresse zei hij: ‘Ik ben met een half uurtje terug Nora, ik ga even dit hondje uitlaten. Je weet wie er straks allemaal komen hè?’

‘Ja, professor,’ zei de vrouw. Zal ik de mensen in het laboratorium laten als u nog niet terug bent?’

‘Zet ze maar in mijn kamer aan de vergadertafel en geef ze koffie.’

‘Zal ik doen professor.’

Lesley Bronston liep het gebouw uit. De hond liep heel bedaard met hem mee.

‘Wonderlijk,’ dacht Lesley. Het is toch een fitte jonge hond, maar hij gedraagt zich nog als de oude zieke hond die hij eerst was. Blijkbaar zit dit dier vast in zijn oude gewenningspatroon. Het zal mij werkelijk benieuwen hoe hij zich straks op het uitlaatveld gedraagt.

            Rond kwart voor negen stonden Lars Havers, Nils Bexon en Judith Krantz aan de deur van de faculteit. Het automatisch meldsysteem had hen aangemeld bij de secretaresse en de deur ging als vanzelf over. Nora Simpson, de secretaresse van Lesley Bronston ontving hen met een glimlach en leidde hen naar de grote vergadertafel in de werkkamer van Lesley. ‘Ik had de professor al een half uur geleden terug verwacht, maar zijn wandeling met ons proefdier bevalt hem blijkbaar. Kan ik u intussen iets aanbieden?’ Alle drie wilden ze wel koffie. Elkaar enigszins verbaasd aankijkend waren ze gaan zitten. Dat Wesley de hond mee naar buiten zou nemen hadden ze niet verwacht.

De koffie was nog niet op toen Wesley Bronston binnen kwam met de hond die heel rustig met hem mee liep. ‘Sorry mensen, dat ik niet op tijd terug ben. Ik was hier vanmorgen al voor zeven uur binnen. Dit raadselachtige dier heeft me de hele nacht uit de slaap gehouden en ik dacht: ik ben heel benieuwd hoe deze verjongde hond – want dat is het tenslotte – zich gedraagt als hij uitgelaten wordt. Ik ben tot een heel merkwaardige impressie gekomen. Het lichaam van dit dier is jong, maar ze gedraagt zich als een bejaarde dame.’

Lars Havers leek niet heel erg verbaasd: ‘De stijfheid en vaak ook de pijn bij het lopen die een oude hond vaak heeft geeft een conditionerend gedragspatroon denk ik. Toen ik de hond een paar dagen geleden binnen kreeg was dat heel goed te merken aan al haar bewegingen. Ze zal nog een poosje achterwege laten wat de laatste tijd pijnlijk voor haar was, maar ik vermoed dat die ervaringen zullen worden gewist door nieuwe ervaringen waarbij ze als het ware automatisch zich weer levendiger gaat bewegen. Heb je hier een mogelijkheid om dat uit te proberen Wesley?’

Wesley Bronston stond enthousiast op. ‘Ja, natuurlijk, je hebt gelijk. Dat had ik zelf ook wel kunnen verzinnen. We hebben hier een loopband waar een dier op kan lopen. Het dier word met de halsband aan het toestel vast gemaakt en dan wordt de band langzaam gestart. Laten we maar een gaan kijken hoe deze setterdame het op de loopband doet.

            Allemaal waren ze achter Wesley aangelopen om de hond mee te nemen naar het laboratorium, waar achterin een speciale loopband stond. De bewegende band was eigenlijk precies het zelfde als van het zelfde soort toestellen voor menselijk gebruik, alleen handgrepen ontbraken en de ruimte op de band was aan driezijden begrensd door plexiglas schotten.

Aan een korte halsband werd de hond op de loopband gezet. De band werd gestart. Heel langzaam werd de bandsnelheid opgevoerd. Vol spanning keken alle aanwezigen naar de verrassende souplesse en snelheid van de steeds sneller rennende hond. Het was alsof de jaren van haar afgleden. De hond rende als of ze een jaar of vier oud was.

Toen de band gestopt was en de halsband losgemaakt was kwam ze zonder merkbare sporen van vermoeidheid aan de voeten van Lars Havers liggen. Lars aaide liefkozend het kopje en de lange oren van de hond en klopte zachtjes op haar flank, maar plotseling stopte hij daarmee en keek de anderen aan. ‘Ja, dit is allemaal hartverwarmend, bovendien ken ik dit beestje al zo lang, maar we zullen haar toch af en toe een beetje moeten plagen met wat weefselonderzoek.’

‘Ja, absoluut’, meende Wesley Bronston. En gezien de relatieve complexiteit van datgene waarnaar we onderzoek willen doen, de telomeren, zou ik me persoonlijk eerlijk gezegd toch zekerder voelen als een of beide onderzoekers van dat bedrijf dat het telomerase preparaat ontwikkelde.

Lars Havers keek Nils en Judith vragend aan. ‘Is dat te realiseren, wat denken jullie daarvan?’

Judith zweeg even maar zei dan toch: ‘Wat we ons moeten realiseren is dat we vermoedelijk in de zelfde vijver aan het vissen zijn. Wat hier met deze hond gebeurt lijkt wel heel sterk op wat die twee farmaceuten met hun preparaat bereiken dat zou ons met hen in concurrentie kunnen brengen. Aan de andere kant is het wetenschappelijk natuurlijk prachtig als we hiermee bezig zijnde aantonen dat we hier te maken hebben met een universeel biologisch principe dat actief kan zijn in warmbloedige dieren.’

‘Prachtig, een doelmatig frame voor een diepgaand onderzoek waarbij niet BigFarma onmiddellijk hijgende concurrentie in de nek voelt. Hoewel’, Hij aarzelde even, ‘Ik toch het gevoel heb dat ik dit onderzoek nog maar beter even niet aan de grote klok kan hangen.’

‘Wij zullen heel voorzichtig Carter en Fowler polsen. Die mannen hebben op het ogenblik veel onverdiende zorgen aan hun hoofd waarmee ik jullie hier voorlopig niet wil confronteren. Laten we afspreken dat we deze hond in de voorlopig veilige zorg van deze faculteit laten, dat we met Wesley afspreken dat alles wat met deze hond wordt gedaan altijd na overeenstemming gebeurt en dat we voor het einde van deze dag vervolgcontact hebben.’

Iedereen kon zich in deze afspraak vinden. Judith en Nils vertrokken. Lars bleef nog even napraten met zijn oud hoogleraar om mogelijk wat onderzoek ideeën te ontwikkelen.

18.

            Tot zijn ergernis kon Ronald Camden in geen enkele opgeslagen gedachtewisseling tussen de werknemers van de Gen Tech Corporation iets ontdekken wat hij zou kunnen duiden als tegen de belangen van het bedrijf of tegen hem persoonlijk. Het leek wel of het hele personeel met elkaar had afgesproken dat zijn naam niet moest worden genoemd. Wel had hij enkele malen de namen van Carter en Fowler horen noemen, maar steeds om een aanwijzing of standpunt van een van de beide heren te noemen in verband met de werkzaamheden waarmee men bezig was. Camden ergerde zich. Was hij dan bezig op paranoïde wijze zijn hele personeel te controleren.

De verkoop van het prachtige middel Telomax dat de gebruiker langdurige jeugdigheid garandeerde liep boven verwachting, ondanks de exorbitante prijs. Camden had het goed ingeschat: de grootste angst van de meeste mensen gold toch ouder worden, de onzekerheid van te gaan mankeren en gaan lijden aan allerlei ongemakken die zelfs de voortreffelijke medische zorg toch nooit helemaal kon voorkomen. Camden wist het allemaal heel goed. Zijn studie economie had hem geleerd dat veruit de meeste mensen in hun keuzes en besluitvorming worden gedreven door angst en onzekerheid. Natuurlijk wist hij heel goed dat Telomax geen garantie voor eeuwige jeugd bood. Maar ook had hij geleerd dat uitstel van alles waar mensen maar tegenop kunnen zien ook een belangrijke drijfveer van menselijk gedrag is, vooral als dat uitstel aanzienlijk is.

Peinzend leunde hij achterover in zijn bureaustoel. Met zijn vingertoppen tegen elkaar tikkend bedacht hij dat hij eigenlijk alle reden had om tevreden te zijn. De kip met de gouden eieren had hij Telomax genoemd en die vergelijking was waarschijnlijk ook zeer passend. Toch voelde hij een vage twijfel. Natuurlijk had zijn studie economie hem ook geleerd dat stilstand achteruitgang betekende en dat er bij de lancering van een nieuw product het volgende nieuwe product al in voorbereiding moest zijn. Waarom moesten die verdomde Carter en Fowler nu aankomen met een protocol voor een onderzoek dat Telomax volledig overbodig zou maken. Waarom konden ze niet gewoon als ieder weldenkend mens beginnen aan een onderzoek naar verbetering van Telomax. Een mooie opvolger had kunnen zijn een product dat bijvoorbeeld Telomax plus genoemd kon worden. Dat zou dan bijvoorbeeld de helft duurder op de markt gebracht kunnen worden, omdat het twee keer zo lang werkte. Ja dat zou mooi zijn, één keer per maand een injectie met – nou vooruit – een beetje korting, om nieuwe gebruikers te winnen natuurlijk.

Nou ja, het had weinig zin om hierover te fantaseren. Carter en Fowler hadden onder tamelijk onplezierige omstandigheden het bedrijf verlaten en bij de jonge wetenschappers binnen het bedrijf had nog niet een de ambitie getoond om op dat topniveau wetenschappelijk onderzoek te doen. Alex Camden staarde voor zich uit. Hij realiseerde zich plotseling dat de geest uit het bedrijf was. De productie van Telomax was al geruime tijd het enige waarmee het bedrijf zich bezighield, productie en toelevering aan verjongingscentra die na de verschijning van Telomax als paddenstoelen uit de grond waren begonnen te schieten.

Ronald Camden keek somber voor zich uit. Plotseling kwamen allerlei twijfels in zijn hoofd op. Patent, ja natuurlijk was er patent op Telomax, maar hoe eenvoudig was het voor slimme farmacologen om het na te maken, om uit te vinden hoe het gemaakt moest worden, om minimale veranderingen aan te brengen die niet of nauwelijks invloed hadden op de werking. Hoe eenvoudig zou het voor concurrenten zijn om een middel met een iets mindere werking tegen een veel lagere prijs op de markt te brengen.

Nee, waar was dat er daarover zelfs geen geruchten waren. Nu nog niet. Maar deed hij er niet verstandig aan nu, nu het succes overduidelijk was, de hele boel maar te verkopen aan de meest biedende. Maar het hele bedrijf zomaar verkopen zou zeker een boel juridisch gezeur geven met Carter en Fowler die aandeelhouders waren. Hij moest proberen die twee weer enigszins terug in de bedrijfsmand te krijgen.

Het was jammer en eigenlijk ook wel een beetje dom van hem geweest om de beide grondleggers van het huidige succes buiten de deur te zetten realiseerde hij zich nu. Zijn bedrijf maakte één peperduur product dat om die reden hoogstwaarschijnlijk gekopieerd zou worden. Dat zou ook alweer een boel juridische ellende geven. Ronald Camden voelde zich even onzeker, ietwat depressief. Zonder Carter en Fowler kon hij zeker het bedrijf voortzetten in de huidige toestand, maar de tijd zou aanbreken dat er iets nieuws op de plank gevonden moest worden en dat nieuwe had al een poosje in voorbereiding moeten zijn.

            Ronald Camden besloot het erop te wagen. Hij pakte zijn 3D communicator en tikte op het icoontje van William Carter. Er gebeurde echter niets. Geërgerd tikte hij op het icoontje van Alex Fowler. Weer geen enkele reactie. Woedend smeet hij de communicator op zijn bureau, leunde achterover in zijn stoel en kruiste zijn armen voor de borst. De mannetjes hadden hem dus buitengesloten. Dat hun communicators toevallig uit stonden midden op de dag geloofde hij natuurlijk niet. ‘George Banner,’ riep hij tenslotte. Hij graaide zijn communicator van het bureau en tikte op het icoontje van Banner. Het hologram van Banner zat in zijn stoel tegenover hem. ‘Wat kan ik voor u doen meneer?’ vroeg Banner.

‘Je kunt voor mij Carter en Fowler lokaliseren. Hun communicators lijken uit te staan en ik moet hen spreken.’

Banner trok verbaasd de wenkbrauwen op. ‘Maar meneer, u weet toch dat de beide heren hun communicators bij mij hebben ingeleverd toen ze met hun werk in het bedrijf stopten?’

Camden had steeds meer moeite een opkomende driftbui te onderdrukken. ‘Natuurlijk weet ik dat,’ sneerde hij, maar ik betaal die kerels nog steeds en ik wil ze kunnen bereiken. Zoek contact met ze en laat me weten hoe ik met hen in verbinding kan komen.’

Camden was woedend op zichzelf dat hij zo abrupt de contacten met de oprichters van het bedrijf had verbroken.

19.

            Het was zeker niet toevallig dat William Carter en Alex Fowler bij elkaar zaten op die regenachtige ochtend. Voor alle zekerheid hadden ze in een hotel buiten de stad afgesproken met Brian Uliger, van wie ze ooit hun bedrijf hadden overgenomen. Een dag eerder waren ze al naar dit hotel vertrokken om een effectief strategisch overleg met Brian voor te bereiden. De spanning waaronder beide mannen op dit moment leefden had er echter voor gezorgd dat het drankgebruik na het diner de vorige avond toch iets uit de hand was gelopen zodat ze elkaar enigszins vermoeid aan zaten te kijken, een uur voordat Brian zou verschijnen.

            Het was bijna half elf toen Brian Uliger de lobby van het hotel binnenstapte. Carter en Fowler liepen direct op hem af. Als bescherming tegen eventuele nieuwsgierige oren had Carter een private room besteld waar ze rustig en onbespied konden vergaderen.

Nadat een kelner een pot koffie op de vergadertafel had gezet met verdere toebehoren en nadat de kelner de kamer had verlaten, nam Carter het woord: ‘Fijn dat je kon komen Brian, we zijn door onze financiële man in een moeilijk parket terecht gekomen. Het is ons ten ene male onmogelijk gemaakt om wetenschappelijk gezien de logische vervolgstappen te nemen in de verdere ontwikkeling van ons belangrijkste product.’

‘Ja,’ beaamde Fowler, ‘en dan te bedenken dat we een prachtig kant en klaar onderzoeksprotocol klaar hebben liggen waarin voor ons, samen met eventueel ongeveer zeven medewerkers voor een jaar of drie werk te doen is. Die wilde paniek en dat gehuil over de kip met de gouden eieren van Camden slaat helemaal nergens op. Het vervolgonderzoek zou slechts een zeer kleine aanslag op de huidige opbrengsten betekenen en verder is het zo dat het na succesvol beëindigen van ons nieuwe onderzoek er sowieso alleen wettelijk al nog tenminste vijf jaren met een langzaam toenemend aantal proefpersonen onderzoek moet worden gedaan. We zouden dan acht jaar verder zijn. Camden houdt blijkbaar ook geen rekening met de altijd bijna vanzelfsprekende onwenselijkheid die nu eenmaal inherent is aan onze business van namaak met minimale verschillen. Zo dicht kun je een octrooi niet timmeren of iemand vindt er wel een gaatje in.

Er viel een stilte. Brian Uliger keek de beide mannen peinzend aan. Plotseling verscheen er een glimlach om zijn mond: ‘Weet je wat grappig is? Die ruimte binnen mijn bedrijf waar vroeger een deel van onze farmaceutische activiteiten plaatsvonden hebben we afgesloten nadat jullie de boel hadden overgenomen. De eerste drie maanden hebben jullie toen in onze ruimtes gewerkt en daarna zijn jullie vertrokken naar de mooie vestiging waar jullie bedrijf nu zit.

William Carter zat somber voor zich uit te kijken terwijl Fowler met een ietwat vragende blijk naar Brian keek. Er viel een stilte. Plotseling schraapte Brian Uliger zijn keel. ‘Als het nu een kwestie van werkruimte is kan ik jullie natuurlijk wel helpen. De vraag is of de benodigde materialen en gereedschappen even eenvoudig beschikbaar kunnen komen.

William Carter was opgestaan en begonnen heen en weer te lopen.

‘We gaan natuurlijk volledig tegen de bedrijfsbeveiliging in.’ ‘Als Banner erachter komt wat we aan het doen zijn breekt de hel los,’ wierp Fowler tegen.

Carter was weer gaan zitten: ‘Ik ben daar eerlijk gezegd niet zo zeker van,’ zei hij. ‘Banner is een goudeerlijke vent, maar ik heb de sterke indruk dat hij een pesthekel aan Camden heeft en dat hij diens houding en acties volkomen paranoïde vindt.

Op dat moment begon er een vreemd piepend geluid uit Carters prepaid communicator te komen. Op het schermpje was niets te zien. Carter drukte op het knopje “alleen geluid”. ‘Ja?’

‘Banner zoekt Carter,’ klonk de stem van Banner. Carters ogen werden groot en zijn wenkbrauwen gingen omhoog. ‘Hoe heb je me gevonden?’ wilde hij weten.

‘Dat zijn oude politietruukjes,’ zei de stem van Banner, maar dat doet er nu niet zoveel toe. Wat er wel toe doet is dat ik geen opdracht heb om dit te doen, maar dat ik jullie wil laten weten dat Camden naar jullie op zoek is. Hij zegt dat hij met jullie wil praten. Hij probeert nu uit te vinden hoe hij jullie moet bereiken en ik ga hem vertellen dat ik dat ook niet weet.

Er viel opnieuw een stilte. Tenslotte zei Carter: ‘Dank voor de waarschuwing.’ Hij schakelde de communicator uit.

Met grote ogen zaten de drie mannen elkaar aan te kijken. ‘Wat moeten we hier nu in vredesnaam mee,’ vroeg Fowler zich af.

Brian Uliger had alles hoofdschuddend aangehoord: ‘Ik denk dat hij voor één keer aan de toekomst heeft gedacht, in plaats van aan zijn verdienmodel. Zijn opmerking lokte een licht grommend gehinnik uit bij de twee andere heren. Wat vinden jullie overigens van mijn opmerking.

‘Tja,’ zei Carter, ‘tijdens de woedende preek die we in zijn kantoor over ons heen kregen zei hij dat we de verdere uitontwikkeling zoals we die in ons protocol hadden geschreven dan maar zelf moesten betalen. Bovendien heb ik begrepen van een contact dat ik toevallig met een van onze beste analisten had, dat Camden is begonnen met mensen uit de ontwikkelingsploeg te ontslaan.

Brian Uliger was nu opgestaan. Met de handen naar beide anderen uitgestoken zei hij: ‘het lijkt verdomme wel of de geschiedenis zich herhaalt. Ik ben indertijd mijn beste ontwikkelaars kwijtgeraakt door mijn krenterig zuinige financiële man, Cecil Hoyt.’

‘Ja, dat verhaal ging indertijd in de hele industriële wereld rond,’ beaamde Fowler.

‘Die twee jongens en dat meisje waren echt super keien als het op ontwikkelen aankwam. Gelukkig mag ik ze tegenwoordig tot mijn persoonlijke vrienden rekenen.’ Brian knikte tevreden, ‘maar ik heb een voorstel waarover jullie samen maar eens diep moeten nadenken. Ik vind het namelijk om meerdere redenen een te mooi project dat beslist door moet gaan. Mijn voorstel is dit: Ik stel de ruimte ter beschikking. Jullie zoeken uit welke nuttige medewerkers Camden inmiddels op straat heeft gezet en benaderen het die jullie van belang vinden. Ik stel alles wat jullie nodig hebben ter beschikking en…’ Brian aarzelde even, nu ja, ik ben tenslotte oorspronkelijk ook farmacoloog en ik wil meedoen op basis van gelijkheid. Ik kan me voorstellen dat ik jullie hiermee overval en het lijkt me dan ook het beste dat we zo dadelijk uiteen gaan en dat jullie over mijn voorstel nadenken over de mogelijke voor – en nadelen van dit voorstel, zodat we van te voren weten waaraan we al dan niet beginnen.’

Carter en Fowler zegden toe binnen een week met een uitgebreide reactie op Brians voorstel te komen. Toen ze opstonden om de bijeenkomst te verlaten had Brian zijn hand opgestoken. Ik zou jullie willen vragen nog even te blijven want er is iemand aan wie ik jullie graag wil voorstellen. Hij pakte zijn 3D-communicator en riep Judith op.  ‘Ben jij ergens druk mee bezig of kun je weg voor de lunch?’ vroeg hij.

‘Als ik naar je gezicht kijk heb je iets bijzonders,’ antwoordde Judith, maar wat je vraag betreft, ik kan wel een uurtje weg.’

‘Ik zit…’ Brian noemde het hotel waar hij zat.

‘O,’ zei Judith, ‘dan ben ik over een kwartier bij je.

Brian knikte tevreden en schakelde zijn communicator uit, waardoor de gestalte van Judith Krantz even plotseling verdween als dat ze verschenen was.

20

Het had inderdaad nauwelijks een kwartier geduurd voordat Judith Krantz het even buiten de stad gelegen hotel binnenstapte waar William Carter en Alex Fowler zich hadden terug getrokken en nu in gezelschap van Brian Uliger op haar zaten te wachten.

Brian Uliger had het begin van een plan in zijn hoofd, maar wilde dit eigenlijk eerst met Judith bespreken alvorens Carter en Fowler ermee te confronteren. Judith had de beide heren nooit eerder ontmoet. Brian had daarom besloten haar kort bij te praten aangaande het prachtige succes van beide heren als mede over het lastige parket waarin ze door toedoen van hun financiële CEO beland waren.

Brian was opgestaan toen Judith binnenkwam. ‘Hallo Judith,’ had hij gezegd, ‘ik wil je graag voorstellen aan twee oud collega’s die na het wegvallen van Hoyt mijn farmaceutische afdeling hebben overgenomen. Dat gebeurde ruimschoots nadat jullie bij ons weg waren gegaan na de ruzie met Hoyt. Ik denk dan ook niet dat je ze kent.’

Judith Stelde zich aan de mannen voor en ging zitten.

‘Ik vermoed dat je een bedoeling met deze uitnodiging hebt,’ zei Judith lachend.

‘Uiteraard,’ zei Brian, ‘maar ik denk dat het het beste is als de heren zelf hun verhaal vertellen.’ Hij knikte naar Carter.

Carter schoof enigszins ongemakkelijk op zijn stoel en begon: ‘Mevrouw Krantz, wat wij te vertellen hebben is van vertrouwelijke aard, maar uit het feit dat Brian u speciaal bij deze bijeenkomst wilde hebben mag ik naar ik hoop opmaken dat u gewend bent in vertrouwelijke sfeer te werken.’

‘Bijna nooit anders dan dat,’ reageerde Judith en doet u mij een plezier, ik heet Judith, mevrouw past niet zo erg bij me.’

‘Oh juist,’ ging Carter verder, ‘dat tekent de sfeer van het moment.’

‘Laat ik maar beginnen ons verhaal te vertellen,’ en terwijl hij zich naar Alex Fowler omdraaide: ‘als ik iets vergeet spring je maar bij Alex’.

Fowler knikte.

‘Ik weet niet of u bekend bent met het enzym telomerase.’

‘Ik ben geen farmacoloog, maar de term is me bekend,’ zei Judith.

‘Goed dan,’ ging Carter verder, ‘na veel jaren moeizaam onderzoek en veel kostbare mislukkingen zijn Alex en ik, samen met onze medewerkers, erin geslaagd een variant van het enzym te ontwikkelen dat niet uitsluitend in de geslachtscellen, maar juist in alle andere lichaamscellen de telomeren reeksen herstelt en daarmee veroudering voorkomt.’

‘Een resultaat dat mijn diepste bewondering verdient,’ kwam Brian heel even tussen beide, maar ga verder Will.’

‘Ja, ik moet ook toegeven dat wij daar ook trots op zijn,’ vervolgde Carter. ‘Echter, ons onderzoek is niet klaar. Eerlijk gezegd zijn we pas op de helft. O ja, als mensen elke veertien dagen een injectie met het nieuwe telomerase nemen verouderen ze niet of nauwelijks meer. Gebleken is echter dat de veroudering versneld toeslaat wanneer de tweewekelijkse injecties gestopt worden. Het product is inmiddels goedgekeurd en op de markt gebracht, wat je misschien gehoord of gelezen hebt.’

Judith schudde haar hoofd.

‘Hoe dan ook,’ ging Carter verder, ‘je zult begrijpen dat we zelf vinden dat we op de helft zijn. Het vervolg onderzoek, waarvan ik denk dat het toch wel weer enkele jaren zal vergen, is bedoeld om een manier te vinden waarop het menselijk lichaam geprikkeld kan worden om zelf de bedoelde variant van het telomerase te maken. Daarvoor zal uiteraard genetisch en mogelijk manipulatief onderzoek nodig zijn. We weten inmiddels welke genen bij de telomerase productie betrokken kunnen zijn. We zijn er echter nog niet in geslaagd een zodanige mutatie in het menselijk genoom mogelijk te maken dat – uiteraard werken we met proefdieren – het lichaam zelf het bedoelde enzym gaat produceren, waardoor veroudering en alle daardoor veroorzaakte klachten en verval tot het verleden behoren. We hebben nu dus een product op de markt gebracht dat wij in feite zien als verslavend. Dat zou, wat Alex en mij betreft – hij keek zijn collega even aan, die knikte – allemaal niet zo erg zijn, als onze financiële CFO niet een krankzinnig hoge prijs aan het product had gehangen. Jeugdig blijven met ons product Telomax is dus een heel dure verslaving. Nou goed dachten Alex en ik, laat dat dan maar een paar jaar zo zijn terwijl we verder ontwikkelen. Tenslotte zullen er altijd wel middelen en behandelingen zijn die alleen weggelegd zijn voor het kapitaalkrachtige deel van de mensheid. Erg eerlijk is het niet want het produceren van het middel kost een fractie van de prijs die Camden, de CFO eraan heeft gehangen. Toch hadden Alex en ik besloten dat we daarmee dan maar genoegen moesten nemen. De angel in ons verhaal zit echter in Ronald Camden, die CFO van ons. Toen het tot hem doordrong dat we van plan zijn door vervolg onderzoek het vraagstuk van de eigen telomeraseproductie op te lossen heeft hij ons het verder werken onmogelijk gemaakt en in feite ons de toegang tot ons eigen bedrijf ontzegd. Wij ervaren dit echt als oorlog en als diefstal van ons bedrijf en ons werk. Nu zitten we hier met Brian die onverwacht veel meer blijkt te zijn dan de man die ons een bedrijf heeft verkocht.’

‘Dat verbaasd mij in het geheel niet,’ kwam Judith tussenbeide. ‘De start van ons bedrijf lijkt erg veel op wat er nu in jullie bedrijf is gebeurd, maar ga alsjeblieft verder.’

William Carter schraapte zijn keel en vervolgde: ‘Het enzym telomerase 2 dat we ontwikkeld hebben belooft een middel te zijn waarmee wij mensen veel langer en gezonder kunnen blijven leven. Dat het een middel is om eeuwig te leven lijkt me enigszins prematuur, nog afgezien van de vraag of we dat nu moeten willen. Een lang en gezond leven zonder dat kwalen die verbonden zijn met het verschijnsel dat we kennen als veroudering is echter door de toepassing van dit enzym mogelijk geworden. Dat is dan ook de reden dat Alex en ik hebben besloten dat we de manier willen vinden om het menselijk lichaam dit enzym zelf te produceren. Ik weet dat het in ieders oren wat vreemd zal klinken, maar Alex en ik zijn vanaf het begin van onze samenwerking het over één ding eens: goede geneeskunde behoort zichzelf gaandeweg overbodig te maken.’

Judiths ogen werden groot: ‘Maar dat is… dat is…’ Ze aarzelde.

‘Inderdaad,’ ging William Carter verder, ‘dat is wat geneeskunde behoort te zijn. Wat onze farmaceutische collega’s maar niet willen begrijpen is dat het werkelijk oplossen van problemen met de menselijke gezondheid niet zal stoppen nadat een chronisch probleem is opgelost. Zij zien met name chronische aandoeningen als het belangrijkste verdienmodel. Daarom ziet onze uitsluitend op geld beluste CFO het telomerase 2 dat we hebben ontwikkeld als de kip men de gouden eieren. Kortzichtig en dom.’

William Carter had zich tijdens het spreken blijkbaar opgewonden, want hij nam een zakdoek uit zijn zak om zijn voorhoofd af te vegen.

‘wat ik tenslotte zeggen wil,’ zei hij, ‘is dat zoveel nooit aan het licht gekomen problemen het menselijk welzijn en de gezondheid bedreigen die tot nu toe toegedekt worden doordat mensen niet heel oud worden en sterven door in feite een gebrek aan gezonde werkzame lichaamscellen.’

Judith Krantz staarde in gedachten voor zich uit. Ze wendde haar gezicht naar Carter en Fowler die ietwat vermoeid voor zich uit staarden. ‘Stel nu eens dat jullie iemand tegenkwamen die niet lijkt te verouderen, wat zouden jullie dan doen?

21.

William Carter en Alex Fowler staarden enigszins verbaasd naar de jonge vrouw die zich met de naam Judith Krantz aan hen had voorgesteld. ‘Een wonderlijke vraag,’ merkte Carter op. ‘Ik ga ervan uit dat u daar en bedoeling mee hebt. U bent zelf nog geen dertig jaar als ik u zo bekijk…’

‘Ik ben met u eens dat het verschil niet heel groot is,’ kwam Judith tussenbeide, maar ik ben zesenveertig en ik doe nimmer iets aan schoonheidsbehandeling of iets dergelijks en inderdaad heb ik het over mijzelf. Sedert bepaalde gebeurtenissen in mijn leven lijk ik lichamelijk niet meer te verouderen, zonder overigens uw prachtige nieuwe telomerase 2 te gebruiken. Ik weet dan ook, Mijn oude vriend Brian kennende, dat hij van mening is dat iemand als ik van groot belang kan zijn voor jullie verdere onderzoek. Ik kan in elk geval tot nu toe niets met enig wetenschappelijk bewijs staven, maar het vermoeden dat wij hebben is dat ik na de bedoelde gebeurtenissen als vanzelf de cel veroudering in mijn lichaam heb opgelost. Als ik goed naar uw uiteenzetting heb geluisterd kan een mogelijke oorzaak hiervoor zijn dat ik in mijn lichaam zelf de telomerase 2 aanmaakt, hoewel andere mogelijkheden niet kunnen worden uitgesloten.

Alex Fowler was nu opgesprongen. Met zijn armen omhoog riep hij: ‘maar dat is onmogelijk dat zou betekenen dat jouw lichaam ingrijpend genetisch veranderd is en dergelijk spontane mutaties komen nooit voor. Er moet wel iets heel bijzonders gebeurd zijn om een dergelijke verandering is het genoom te veroorzaken.’

Judith keek Alex Fowler ernstig aan: ‘Dat is dan ook gebeurd, zelfs twee maal.’

‘Drie maal,’ verbeterde Brian Uliger haar.

‘Oh ja, die laatste keer was ik vergeten,’ zei Judith.

‘Maar wat voor gebeurtenis dan?’ mengde William Carter zich nu in het gesprek.

‘Judith is enkele malen geteleporteerd.’ Ik ben er bepaald niet trots op, maar dankzij mijn toenmalige CFO, Cecil Hoyt, waren onze bedrijven – ik kan het helaas niet anders noemen – oorlog aan het voeren. Zeer tegen mijn zin zeg ik erbij, maar ik kon niet tegen Hoyt op, die net als jullie financiële man alle touwtjes in handen had. Het is met Hoyt niet goed afgelopen, maar daarover misschien later.

Alex Fowler was weer gaan zitten. ‘Ik weet dat we tegenwoordig van teleporteren erg veel plezier hebben als het om goederen gaat, maar ik heb begrepen dat levende wezens teleporteren tot ernstige problemen kan leiden.’

Brian Uliger krabde op zijn hoofd en keek Judith aan. ‘Judith ben je met me eens dat we er niet aan ontkomen om het hele onverkwikkelijke verhaal van onze strijd indertijd maar met deze twee heren moeten delen, anders zullen ze niet begrijpen waarom het gaat en meer in het bijzonder waarom juist jij hier bent.’

Judith knikte.

‘Goed dan, het hele verhaal dan maar,’ zei Brian. ‘Zoals jullie weten heeft mijn bedrijf de volkomen menselijke robot ontwikkeld, een nog steeds heel kostbare menselijk ogende machine die voor iedereen die er een bezit ook nog eens goed gezelschap is. Van de drie whizzkids die het belangrijkste deel van de ontwikkeling hadden gedaan was Judith de belangrijkste. Toen ze het ontwikkelingsprogramma hadden afgesloten  kon er met de marketing worden begonnen. Echter, de ontwikkeling was zeer kostbaar geweest en het zou zeker enkele jaren duren alvorens we met de productie break even konden staan. Ik zelf vond dat geen probleem, want we hadden andere goedlopende bedrijfsonderdelen, waaronder het farmaceutische deel dat jullie hebben overgenomen, die genoeg opleverden om de voorlopige verliezen te dekken. Mijn drie beste ontwikkelaars wilden graag aan een nieuw project beginnen en iets ontwikkelen dat minder kostbaar was dan die prachtige robot, maar waarmee mensen met een lager inkomen iets konden beleven dat ze zich anders nooit zouden kunnen veroorloven.’

William Carter was zeer geïnteresseerd. ‘Wat moest dat dan wel zijn Brian. Je maakt ons heel nieuwsgierig.

‘Een virtuele reisbus.

‘Een wat? Alex Fowler kwam met zijn bovenlijf naar voren.

Judith keek Brian aan. ‘Zal ik dit stuk maar vertellen Brian, ik heb het tenslotte voor een belangrijk deel zelf ontworpen.

‘Goed idee Judith,’ zei Brian.

‘Je moet je voorstellen dat je in een klein busje stapt om op reis te gaan. Zo zag het ding er trouwens oorspronkelijk ook uit. Omdat we dankzij de neurologische kennis die we ter beschikking hadden en de kennis over hormonale processen, konden we mensen in dat voertuig in een tijdsbestek van enkele minuten virtueel een vakantie van drie weken laten beleven. Klinkt misschien heel ongeloofwaardig, maar wat we bereikten was een volkomen levensechte lucide droom waarin mensen zelf het gevoel hadden beslissingen te kunnen nemen en ook de lichamelijke effecten te beleven, nou ja, zeg maar een kunstmatige versterkte lucide droom. Dat is een verschijnsel dat ook op natuurlijke wijze voorkomt en zelfs kan worden aangeleerd. Door onze techniek kon iedereen er echter van genieten.

Voor we echter aan die ontwikkeling konden beginnen moesten we in elk geval toestemming hebben van de directie, Brian en Cecil Hoyt. Brian was direct al voorzichtig enthousiast, maar liet meteen al weten dat Hoyt uiteindelijk moest beslissen of het financieel haalbaar zou zijn. Die bijeenkomst met Hoyt zal ik mijn leven lang niet vergeten. Hij verwees ons voorgestelde project op een ongelooflijk lompe manier naar de prullenbak. Het zou allemaal te veel gaan kosten. Met zijn drieën zijn we toen werkelijk woedend weg gelopen om de volgende dag ons eigen bedrijf op te zetten, Neuro Imaging Corporation, waar we nu al meer dan tien jaar met zeven mensen succesvol ontwikkelen en productie aansturen. Eerst hebben we een heel klein ding ontwikkeld, de harmonizer, die jullie waarschijnlijk wel kennen.’

William Carter onderbrak Judiths betoog even door op te merken: ‘Ja, dat apparaatje kennen we heel goed. Wij hebben zelf ons nooit bezig gehouden met de mistige producten die de zogenaamde psychofarmaca vormen, maar die harmonizer van jullie heeft daar voor grote verliezen en bedrijfssluitingen gezorgd. Overigens is dat nu een reden voor ons om heel voorzichtig te zijn met de promotie van ons nieuwe product. We weten zeker dat onvoorzichtige en agressieve promotie ons gevaarlijke vijanden gaat opleveren in de farmaceutische wereld. Helaas stampt onze CFO als een olifant door de porseleinkast om maar zoveel mogelijk winst te maken.’ Carter zweeg even, maar zei dan: ‘Oh sorry Judith, ik onderbreek je verhaal.’

‘Niet erg,’ ging Judith verder. Je hebt het over een zelfde soort muur waartegen wij indertijd zijn aangelopen.

‘Hoyt was vastbesloten ons bedrijf te vernietigen. Toen ons project proefdraaide bij een bedrijf waar mijn ex echtgenoot werkte heeft hij mij in een heel diep coma in het ziekenhuis gekregen, ik bespaar je de details, maar uit dat ziekenhuis ben ik toen in die comateuze toestand geteleporteerd en is er in het oude bedrijf door Brian iets in mijn hoofd geplaatst waar door ik bij een eerste onderhoudsbeurt een bijna fatale softwarefout veroorzaakte waardoor zowel mijn ex als mijn zoon die toen zes was in het ziekenhuis moesten worden opgenomen. Nou ja, de man die bij het apparaat hoorde te zitten was even naar het toilet gegaan, maar het had niet mogen gebeuren. Hoe dan ook, na die en latere teleportatie ben ik, naar ik eigenlijk pas gemerkt heb, niet meer verouderd.’

Er viel een beklemmende stilte.

Brian Uliger schraapte tenslotte zijn keel en zei: ‘Jarenlang heb ik me schuldig gevoeld en gelukkig begreep Judith tenslotte wat er gebeurd was en dat ik onder druk heb gehandeld en dat het bovendien tenslotte heel gunstig is afgelopen, waardoor wij uiteindelijk goede vrienden geworden zijn.

Judith stond op: ‘Heren, voor ik weg ga, want ik heb vandaag nog een massa werk te doen, moeten jullie weten dat ik waar nodig voor jullie vervolgonderzoek beschikbaar ben.

Wij zien elkaar vast spoedig weer.’ Ze gaf Carter en Fowler een hand en Brian een aai over zijn wang en stapte de deur uit, Carter en Fowler in opperste verwarring achterlatend.

22

William Carter was de eerst die zijn spraakvermogen terugvond nadat Judith de kamer had verlaten. ‘Brian, wat deze vrouw die jij kennelijk goed kent ons hier vertelde lijkt ongelooflijk.’

‘Ja,’ viel Fowler hem bij, ‘en ook enigszins ontmoedigend.’

‘Hoezo ontmoedigend?’ wilde Brian weten.

Alex Fowler haalde diep adem: ‘Je hoeft je dus maar te laten teleporteren en ons hele werk van de afgelopen tien jaar kan de prullenbak in.’ Hij sloeg zijn armen over elkaar en leunde achterover in zijn stoel.

‘Op het eerste gezicht zou je daarin gelijk kunnen hebben Alex, maar ik denk niet dat het zo werkt.’ Brian Uliger was rechtop gaan zitten en keek Fowler strak aan. ‘Vertel eens Alex, wat weten jullie tot nu toe van de belangstelling voor jullie telomerase 2? Welke mensen en hoeveel komen eropaf. Ik neem tenminste aan dat de bijzonderheden aan alle huisartsen gemeld zijn.’

‘Dat is ook zo, tenminste dat denk ik, want wij houden ons natuurlijk niet bezig met de commerciële kant van ons bedrijf en bovendien is het middel pas enkele maanden goedgekeurd en op de markt. Maar nu je het vraagt, waarschijnlijk door de krankzinnig hoge

prijs die Camden heeft doorgedrukt is de omzet nog niet heel groot. Enkele zeer welgestelde mensen gebruiken het. Het is nu een middel voor de elite.’

‘En zonder doktersvoorschrift verkrijgbaar?’ wilde Brian weten.

‘Nee, dat zeker niet,’ viel Fowler in. ‘voor mensen met een duidelijke kanker diagnose vinden wij het ondanks de modulatie van het middel waardoor het veilig is voor gezonde lichaamscellen toch af te raden voor kankerpatiënten, want ook beschadigde cellen kunnen zich delen dat is helaas maar al te duidelijk. Eigenlijk is dat ook de voornaamste reden dat wij het onderzoek wilden voortzetten. Als met telomerase 2 onzorgvuldig wordt gewerkt kunnen wij niet instaan voor de veiligheid. Toediening moet gedurende de eerste tien jaren zeker onder nauwkeurige maandelijkse controle geschieden. Helaas heb ik niet het idee dan Camden dat heel duidelijk communiceert. Hij zal de artsenbezoekers die voor ons werken grote bonussen voorhouden bij elke geslaagde verkoop, want eenmaal begonnen met de maandelijkse injecties is stoppen geen optie. Oh ik wou dat we die gulzige centenpikker nooit hadden aangenomen.’

Brian Uliger was opgestaan. ‘Mannen ik zie nu een lichtpuntje. Ik moet erbij zeggen dat het vervelend is dat het zo moet, maar het is niet anders. Maar eerst even iets anders: ‘Is er vanuit jullie marketingafdeling een onderzoek onder de bevolking gedaan naar de behoefte aan een dergelijk middel?’

Nu mengde William Carter zich weer in het gesprek: ‘Volgens mij heb jij ideeën over ons product die bij ons als, nou ja, zeg maar eenvoudige ontwikkelaars nooit zijn opgekomen. Wij dachten simpelweg : eindeloos leven, wie wil dat nou niet?’

‘Precies Will,’ ging Brian verder. Dat is nou net de vraag waar alles om draait. Het is zelfs door de eeuwen heen zo geweest dat technisch veel meer mogelijk was, op allerlei gebieden, dan door de meerderheid van de mensheid gewenst werd. Ja, en daar zit je dan met je briljante uitvinding. En dan is er nog een heel belangrijk aspect aan met name jullie uitvinding. Als mensen nu telomerase 2 gebruiken staat hun veroudering zo goed als stil. Aardig zou dan zijn als de dierbaren om hen heen het middel ook gebruiken, maar dat zal in veel gevallen niet zo zijn. Denk je eens in, jij wordt volgende week honderdvijfenveertig jaar en alle vrienden die je sedert je jeugd kende zijn al jaren dood, want die dure grap met dat telomerase 2 vertrouwden ze niet en konden ze trouwens ook niet betalen. Ik vermoed, ook omdat wij niet gewend zijn om zo oud te worden, dat je op een gegeven moment begint te denken dat je die injecties maar af en toe eens moet overslaan omdat je eigenlijk diep in je hart vindt dat je eigenlijk lang genoeg hebt geleefd. Het eeuwige leven kan een zegen lijken dat tenslotte een straf blijkt. Bovendien moet je bedenken dat het leven je bijzonder goed moet bevallen om heel lang te willen leven. Mensen die veel verdriet en teleurstellingen in hun leven meemaken zullen niet zo snel erg lang willen leven. Wat ik eigenlijk zeggen wil is dat jullie prachtige uitvinding in de allereerste plaats een wetenschappelijke topprestatie is. De mensheid is echter nog niet in staat de consequenties ervan te overzien.’

Er viel een lange stilte in de kamer waarin William Carter en Alex Fowler peinzend voor zich uit zaten te kijken. 

Brian was de eerste die de stilte verbrak: ‘Ik had het daarstraks over een lichtpuntje. Dat wil ik nu wel graag toelichten. Jullie hebben zorgen over de mogelijke ongewenste nevenwerkingen van het middel. Uit de tot nu toe gemaakte opmerkingen daarover begrijp ik jullie zorg voor het welzijn van de patiënten. Als industrieel zie ik echter ook duidelijk de kant van de aansprakelijkheid en alle mogelijke juridische gevolgen. Hoe dan ook, dergelijke gevolgen kunnen alleen ontstaan door onverantwoorde en onzorgvuldige toepassing. Zijn jullie het daarmee eens?’

‘Absoluut waar,’ zei Carter. ‘In het ergste geval kan ons dat totaal ruïneren.’

‘Dat zou rampzalig zijn en de totale ondergang van ons product betekenen,’ voegde Alex Fowler toe.

‘Ik denk daarom dat ik een beter plan heb,’ vervolgde Brian. ‘Wel zullen jullie een heel klein beetje toneel moeten spelen… Maar voor ik dit hele idee op tafel leg lijkt het mij goed de bediening te roepen en eerst maar eens wat te eten en te drinken te bestellen.’

William Carter en Alex Fowler stemden lachend in met dat idee.

23.

‘Het huidige Irak is grotendeels het gebied waar de alleroudste beschaving zich bevond, Mesopotamië, het land van Eufraat en Tigris, daar heeft zich een opzienbarend deel van de wereldgeschiedenis afgespeeld.’ Brian Uliger had zeer nadrukkelijk zitten knikken terwijl hij dit nieuwe onderwerp naar voren bracht.

Carter en Fowler hadden hem met opgetrokken wenkbrauwen aangekeken. ‘Waar wil je naar toe met deze opmerking?’ vroeg Carter.

Nadat Judith Krantz hen weer verlaten had was de ober binnengekomen met koffie en een schaal donuts, zodat ze even vooruit konden. Maar er was een stilte gevallen, waarin Brian Uliger na enkele minuten deze opmerking had geplaatst.

‘Nou ja, het leidt misschien nergens toe, maar thuis heb ik een heel oud boek, nog uit de nalatenschap van mijn grootvader die, zoals jullie misschien niet weten, ook farmacoloog was met een speciale belangstelling voor genetica. Eigenlijk was hij zijn hele werkzame leven bezig te ontdekken hoe en misschien ook wel door wie de moderne mens geworden was zoals hij is.’

‘Ik begrijp niet helemaal waar je naar toe wilt Brian,’ merkte Alex Fowler op.

‘In dat boek wat ik noemde,’ ging Brian verder, ‘wordt uitgebreid het werk van een onderzoeker uit de twintigste eeuw, Zecharia Sitchin, Beschreven. Hij beschrijft heel uitgebreid de gebeurtenissen in een land dat Soemerië werd genoemd en dat beschouwd wordt als het gebied waar oudste menselijke beschaving op onze planeet zich bevond. Dat land lag aan de Perzische golf en het schijnt, als we Sitchin mogen geloven, ooit helemaal verwoest te zijn.’

‘Maar wat moeten wij met die oude geschiedenis, wij zijn toch juist bezig met de toekomst?’ Carter keek nu enigszins verstoord.

Brian Uliger keek hem glimlachend aan. ‘Rustig maar Will, je wordt straks op je wenken bediend, maar herinner je in elk geval dat de toekomst een nauwkeurige voortzetting van de geschiedenis is.

‘Ja daar heb je natuurlijk gelijk in.’ William Carter voelde zich enigszins beschaamd over zijn korzelige opmerking.

‘Maar goed,’ ging Uliger verder, ‘je hebt gelijk hoor, ik loop iets te hard van stapel met mijn plannetje, er moeten eerst andere dingen besproken worden, waardoor Alex en jij vrij zijn en rustig verder kunnen met de dingen die voor jullie belangrijk zijn, namelijk het vervolgonderzoek.’ William Carter en Alex Fowler keken hem hoopvol aan.

‘Ik heb het volgende bedacht,’ vervolgde Brian. ‘Ik treed op als belangeloos bemiddelaar tussen jullie en Camden. Het is volkomen duidelijk dat hij niets anders wil dan het pas ontwikkelde product, telomerase twee, zo lang mogelijk en zo profijtelijk mogelijk verkopen. Hij heeft jullie nu wel ogenschijnlijk de deur uitgezet, maar hij beseft natuurlijk donders goed dat hij als het erop aankomt juridisch geen poot heeft om op te staan, want gek is hij natuurlijk niet. Daarom wil ik namens jullie met een buitengewoon aantrekkelijk voorstel naar hem toe.

William Carter en Alex Fowler waren met over elkaar geslagen armen en opgetrokken wenkbrauwen achterover gaan zitten. ‘Waar denk je in vredesnaam aan Brian?’

Brian Uliger liet even een stilte vallen en sprak dan langzaam de volgende woorden: ‘Namens jullie kan ik hem zeggen dat jullie je terugtrekken uit het bedrijf tegen een prijs. Ik stel voor een prijs te noemen die twee keer zo hoog is als waaraan jullie zelf zouden denken, want Camden wil natuurlijk slim onderhandelen en als hij de helft eraf kan sjacheren zal hij het gevoel hebben een top deal te hebben gedaan. Deze gang van zaken zal jullie mogelijk de armslag geven die je nodig hebt. Zoals ik al eerder zei, mijn laboratorium ruimte die jullie een poosje gebruikt hebben toen je het bedrijf net had overgenomen staat leeg en tegen redelijke vergoeding tot jullie beschikking. Misschien kun je nog wat van je beste en meest creatieve onderzoekers onder het personeel meenemen. Camden wil toch alleen maar productie, dus die mensen zou hij sowieso ontslaan.’

Brian Uliger zweeg en keek verwachtingsvol naar de verbouwereerde gezichten tegenover hem.

William Carter was opgestaan. ‘Dit is wel een heel verrassende wending in ons gesprek Brian. Hier moeten we samen even over spreken,’ en tegen zijn mede vennoot: ‘Kom Alex, wij gaan even in de buitenlucht rond dit hotel wandelen, zodat we klaar zijn met zeuren als we weer hier bij Brian terug komen.’

‘Ik zie jullie straks,’ grinnikte Brian.

William Carter en Alex Fowler stapten samen de deur uit.

24.

William Carter en Alex Fowler waren een kwartier later alweer terug in de vergaderkamer waar Brian Uliger intussen tweemaal zijn koffiekopje had bijgeschonken. Van de donuts was hij geen liefhebber, die had hij onberoerd gelaten.

‘Zo snel had ik jullie nog niet verwacht,’ reageerde Brian op de terugkeer van beide mannen.

‘Tja, wij konden het eigenlijk vrij snel eens worden,’ zei Carter, ‘al moet ik zeggen dat je ons wel enigszins overviel met je voorstel.’

‘Jullie hebben dus een besluit genomen?’ Brian keek de mannen verwachtingsvol aan.

‘Het lijkt ons goed om je advies op te volgen met een kleine verandering.’

‘Vertel,’ zei Brian verheugd.

Alex Fowler nam nu het woord: ‘Naast de vaste prijs willen wij toch wel een winstaandeel. Het is per slot van rekening ons werk van jaren dat we uit handen geven en Camden moet niet denken dat hij zomaar het eigendomsrecht kan krijgen. Ja, en dan de prijs. Voor het gebouw hebben we tien jaar geleden twintig miljoen dollar betaald. Daar kwam de laboratoriuminrichting bij, aankleding, personeelsvoorzieningen, computers, beveiligingssystemen, trouwens grotendeels door Camden zelf bedacht, nog eens zeker twintig miljoen. En dan komen we bij de waarde van het bedrijf in de huidige toestand tegen het licht van de nu geldende winstverwachting. Dat houden we gemakshalve op zestig miljoen. En dan is er natuurlijk het winstaandeel. Wij denken aan tien procent voor elk van ons op jaarbasis, uit te betalen binnen dertig dagen na het jaarlijkse accountantsrapport, dus twintig procent. Maar dat zal uiteraard van de bedrijfsresultaten afhangen. Houd het maar op een eerste betaling van honderd miljoen. Hij kan met de huidige bedrijfsverwachtingen gemakkelijk geld lenen op de kapitaalmarkt. De betaling buiten het genoemde winstaandeel kan over vijf jaar gespreid worden en eerder betalen mag natuurlijk ook.’ Fowler zweeg.

Carter en Fowler waren intussen weer tegenover Brian Uliger aan de tafel gaan zitten. Mogelijk hebben jullie toch iets wat zeker geëist zal worden over het hoofd gezien. Camden gaat er natuurlijk vanuit dat jullie het in zijn ogen gevaarlijk concurrerende onderzoek zullen gaan doen. Hij zal minimaal een tijdslimiet eisen betreffende het moment dat jullie mogelijk zouden komen met het middel of de methode die het telomerase type twee overbodig maakt. Jullie zullen de gedachten moeten laten gaan over de vraag welke periode voor dit concurrentiebeding, want dat is het, redelijk is.

Brian keek de mannen tegenover hem beurtelings aan.

‘Ik begrijp dat jullie in elk geval de financiële ruimte willen hebben om in een nieuw laboratorium alle het instrumentarium te kunnen aanschaffen dat nodig is bij jullie verdere onderzoek.’

William Carter knikte bedachtzaam: ‘Zeker, bovendien zullen we – misschien niet veel – maar toch wel enkele betrouwbare personeelsleden nodig hebben en die zullen ook betaald willen worden.’

‘Met het teleportatie project zijn intussen heel voorzichtig enkele proeven geweest,’ ging Brian verder. ‘Nu ja, één min of meer nog onbedoeld en onwetend betreffende de effecten en één bedoeld namelijk met een oude hond met kanker in de melklijsten, een Ierse setterteefje. Eigenlijk kwam het idee van het bedrijf van Judith, N.I.C. Het idee was om te onderzoeken of het zinnig zou zijn acute patiënten in comateuze toestand te teleporteren naar het ziekenhuis, zodat er geen tijdverlies zou optreden bij het vervoer daarheen. Wij hebben toen via een bevriende dierenarts die hond onder narcose laten brengen en laten teleporteren naar de faculteit diergeneeskunde. Daar kwam men echter tot de verbijsterende ontdekking dat de hond na teleportatie kerngezond was en zelf geen ouderdomstekenen meer vertoonde.’

Brian onderbrak zijn betoog met de vraag: ‘het loopt naar het middaguur, zal ik niet even de bediening bellen om hier een lunch op te dienen.

Carter en Fowler waren het daarmee eens.

De ober kwam en nam de bestelling op. Een kwartier later kwam een dienstertje placemats en bestek neer leggen. Ook vroeg ze of ‘de heren’ eerst iets wilden drinken. Er werd besloten tot een flesje Chardonnay, dat in de volgende minuten vergezeld door een wijnkoeler en drie glazen door de ober werd binnen gebracht.

Terwijl ze de glazen hieven zei William Carter: ‘ik moet eerlijk zeggen dat ik in de loop van dit gesprek dat wij hier vanochtend met jou hebben, Brian, het klemmende gevoel van ongerustheid en boosheid eigenlijk ook, dat mij in zijn greep hield sinds we niet meer het gebouw van ons bedrijf betreden hebben, in de loop van deze morgen heb voelen weg vloeien. Ik wil je daarvoor danken Brian. Alex en ik zijn, moet ik bekennen, geen gehaaide zakenlieden en daardoor zijn we in deze vervelende toestand geraakt.

Brian hief zijn hand op en zei: ‘uit wat ik jullie over mijn geschiedenis met Cecil Hoyt heb verteld heb je hopelijk kunnen begrijpen dat ik het ook door schade en schande heb moeten leren. Bovendien ben ik door Judith Krantz die jullie daarstraks ontmoet hebben niet alleen opnieuw geïnteresseerd geraakt in de hele materie van het teleporteren, maar daardoor juist zeer recentelijk in de effecten op de lichamelijke veroudering. Maar kom, laten we deze lunch niet koud laten worden.’

Terwijl ze aten zwegen ze.

Na een kwartier, toen de borden leeg waren dronken ze de rest van de fles wijn op en leunden even achterover.

‘Wat mij betreft was dit een uitstekende lunch,’ zei Alex Fowler, ‘ik moet eerlijk bekennen dat ik wel trek had gekregen.

‘Mooi,’ zei Brian, ‘dan kunnen we versterkt verder praten over het plan. Uiteraard ben ik heel geïnteresseerd naar jullie onderzoeksmethode en met name op welke lichaamsfuncties jullie aandacht in de eerste plaats is uitgegaan, maar dat kan wachten tot we hier ons plan van aanval, om het zo maar te noemen, op Camden klaar hebben.’

‘Als ik het dus goed begrepen heb zou jij voor ons willen onderhandelen,’ zei Alex Fowler.

‘Dat lijkt mij gezien de recente spanning die er tussen jullie en Camden is ontstaan het beste,’ antwoordde Brian. ‘Ik wil dat ook graag doen, al was het alleen al omdat ik op basis van mijn eigen ervaringen met een CFO zeer met jullie mee kan voelen. Bovendien vind ik het wetenschappelijke verhaal dermate prikkelend dat ik mij erop verheug er op enigerlei wijze in te participeren. Per slot van rekening zijn wij alle drie toegewijde wetenschappers en gaat voor ons de nieuwsgierigheid altijd voor de verdienste.’

William Carter en Alex Fowler zaten zachtjes te knikken tegenover Brian Uliger.

‘Dan lijkt het mij nu goed als jullie wat huiswerk gaan doen,’ zei Brian. ‘Net als jullie heb ik er een enorme hekel aan om dingen verkeerd te begrijpen door onzorgvuldigheid. Ik wil dan graag dat jullie samen even de koppen bij elkaar steken en een mandaat voor mij op papier zetten waarmee ik Camden kan benaderen. Ik moet tenslotte tegenover hem niet alleen duidelijk kunnen maken dat ik namens jullie optreedt, maar ook moet ik weten welke onderhandelingsruimte jullie bereid zijn mij te geven, zoals uit mijn eerdere opmerkingen al bleek, voor het zeer waarschijnlijke geval dat Camden niet klakkeloos instemt met jullie eerder genoemde voorwaarden. Ik stel dan voor dat wij elkaar hier morgen weer ontmoeten en dat jullie dan een en ander hebben uitgewerkt.

Het was een uiterst nuttig bestede ochtend geweest en met een ‘tot morgen’ gingen de drie mannen uit elkaar.

25.

Het was een natte voorjaarsdag. Buiten kletterde de regen neer. Het zag er niet naar uit dat het daglicht zijn kantoor echt zou verlichten. Ronald Camden had de verlichting in zijn kantoor aangedaan. Het was nog vroeg, half acht in de morgen, maar hij wilde iets uitzoeken voordat zij secretaresse binnen zou komen. Vervelend was het eigenlijk, realiseerde hij zich, dat na het vertrek van zijn beide mededirecteuren hij steeds meer het gevoel had niemand te kunnen vertrouwen. Nou ja, hij stond ook overal alleen voor. Niet dat het slecht ging, in tegendeel. Telomax, het belangrijkste product van het bedrijf liep als een trein. Om meer gebruikers ook uit financieel minder gesitueerden te kunnen trekken was er sinds kort ook een goedkopere versie op de markt gebracht onder de oorspronkelijke stofnaam, Telomerase, dat half zo duur was als Telomax. Wat de bijsluiter evenwel niet vermeldde was dat de inhoud ook de helft was en dat de werking van het middel daardoor ook tweemaal zo lang op zich liet wachten. Maar dat hoefde natuurlijk ook niet te worden vermeld, omdat een bijsluiter nu eenmaal alleen feitelijke informatie hoefde te geven over het middel dat het onderwerp was van de beschrijving. Een vergelijking met het andere middel viel derhalve buiten de verplichtingen die golden voor een bijsluiter.

Zakelijk leek alles goed te gaan, besefte Ronald Camden terwijl het op deze vroege voorjaarsmorgen achter zijn bureau zat. Zelfs George Banner, de securityman, was nog niet in het gebouw. Kom, hij moest opschieten. Hij moest uitzoeken wie precies Brian Uliger was voordat hij rond tien uur volgens afspraak contact met hem zou opnemen.

‘Zoek Brian Uliger’ sprak hij tegen het grote computerscherm voor hem.

Op het scherm verscheen nu het beeld van Brian met daaronder een stuk tekst. Hij las: Brian Uliger is directeur – groot aandeelhouder van H.U.C. (Hoyt Uliger Corporation), een onderneming waarin de voornaamste producten robotica en vervoer van zowel personen als goederen een belangrijke activiteitenbron zijn. Tot tien jaar geleden bezat H.U.C. ook een farmaceutische bedrijfstak, maar die werd door de huidige directeur verkocht.

Ronald Camden zat licht geïrriteerd naar het scherm te kijken. Waarom stond er nou niet bij aan wie die Farma tent verkocht was. De reden dat hij daar nieuwsgierig naar was, was omdat deze Brian Uliger gisteravond vrij laat contact met hem had opgenomen. Geheel volgens zijn gewoonte had hij uitsluitend de spraakmodus in zijn 3D communicator aan staan. Uliger had gezegd dat hij graag een afspraak met hem wilde maken om hem een interessant zakelijk voorstel te kunnen doen. Natuurlijk had Ronald Camden onmiddellijk gevraagd waarover het ging, maar Uliger had dat in het midden gelaten door te zeggen dat het belangrijk genoeg was om dat vis à vis te doen. Ronald Camden had eigenlijk een pesthekel aan verrassingen. Eigenlijk had hij een hekel aan alles dat hij niet van te voren op eigen initiatief kon regelen.

Inmiddels was het acht uur en moest George Banner binnen zijn. En inderdaad zat Banner drie dimensionaal tegenover hem toe hij zijn naam uitsprak.

‘Banner luister,’ sprak Camden, ‘Ik wil voor halftien alles weten wat je kunt vinden over Brian Uliger, de baas van H.U.C. Voor dat Banner kon antwoorden verbrak hij de verbinding.

Nu had hij het gevoel dat hij in ieder geval alles wat hij kon voorbereiden ook inderdaad had voorbereid. Banner zou wel even tijd nodig hebben voor hij met antwoorden kwam.

Ronald Camden stond op en wandelde zijn kantoor uit naar de kantine. Het was op deze vroege ochtend nog niet van ontbijten gekomen. Als gewoonlijk volstond hij met een beker zwarte koffie en een schaaltje yoghurt met cornflakes. ‘Suiker meneer Camden?’ ‘Nee geen suiker Betty, dat moet je nu toch zo langzamerhand weten.’ De kantinedame was zijn lompe korzeligheid gewend wel en was al weer met de bestelling van de volgende ontbijtgast bezig.

Ronald Camden bleef nog wat in de kantine hangen nadat hij klaar was met zijn ontbijt. Eigenlijk verbaasde hij zich over de innerlijke onrust die hij voelde. Hij pakte zijn 3D communicator uit zijn zak en keek op het schermpje wie er verbinding hadden gezocht. Tot zijn genoegen zag hij de naam van George Banner. Camden besloot dat hij net zo goed even naar Banners kantoor kon lopen, dan was er ook weinig kans dat zijn secretaresse zich verplicht zou voelen om van alles te noteren.

Banner zat op het grote scherm voor hem te kijken toen Camden binnen liep.

‘En, wat heb je voor me,’ riep Camden al terwijl hij nog in de deuropening stond.

George Banner draaide zich op zijn stoel in de richting van de deur. ‘Niet heel veel meneer,’ zei hij. ‘maar omdat u pas bij de zaak bent gekomen toen we al een jaar in dit gebouw zaten, ben ik even terug gaan kijken in de geschiedenis van het bedrijf. Zo vond ik dat Carter en Fowler indertijd het bedrijf hebben overgenomen van H.U.C., van Uliger dus. Aanvankelijk hebben ze daar ook gewerkt in de bedrijfsruimtes die in het complex van H.U.C. daarvoor werden gebruikt.’

‘Jij bedoelt dus dat Carter en Fowler en Uliger oude bekenden zijn. Dank je Banner, hier heb ik wat aan.’ Hij trok de deur van Banners kantoor weer achter zich dicht en liep naar zijn eigen kantoor.

Het gebeurde Ronald Camden niet vaak dat hij moeite had zijn geduld te bewaren. Omdat hij met Brian Uliger had afgesproken om tien uur contact op te nemen had het hem veel moeite gekost om pas tien minuten over tien contact op te nemen. Een gebruikelijk zakentruukje wist hij zelf ook wel, maar Uliger moest vooral niet denken dat hij op hem zat te wachten, wat hij ook te vertellen mocht hebben. Op het moment dat Uliger opnam verscheen zijn hologram tot ergernis van Camden in zijn kantoor. Hij had gehoopt en verwacht tenminste het beeld van Uligers eigen omgeving te zien, maar Brian Uliger had blijkbaar een speciaal voor hem geprogrammeerde 3D communicator die dat beeld weg filterde. Brian zag intussen natuurlijk wel zijn kantoor. Ronald Camden voelde zich bekeken. ‘Goede morgen meneer Uliger,’ zei hij enigszins korzelig. ‘Excuus voor de vertraging, ik was nog even bezig.’

‘Geen probleem,’ zei Brian vriendelijk, ‘ik heb niet echt haast, maar het is goed dat u nu contact hebt opgenomen.’

‘U sprak over een zakelijk voorstel dat u mij wilde doen?’ Ronald Camden schrok van zijn eigen gretigheid. Direct met de deur in huis vallen was natuurlijk helemaal niet goed. Hij had eerst met wat neutrale prietpraat moeten beginnen…Nou ja, het was gebeurd. Hij had iets te veel van zichzelf laten zien.

Brian Uliger deed alsof hij niets merkte en ging op vriendelijke toon verder. ‘Ja, inderdaad meneer Camden, laten we de plichtplegingen maar even overslaan. Per slot van rekening hebben we allebei meer te doen. De reden waarom ik contact met u heb gezocht is dat twee bevriende relaties van mij, de heren Carter en Fowler mij hebben gevraagd hen te vertegenwoordigen in het contact met u, waarvan ik begrepen heb dat de gewenste harmonische samenwerking enigszins verstoord is.’

Het gezicht van Ronald Camden verstrakte. ‘Oh, ze hebben de zaak dus op staat gegooid, ’zei hij stroef. ‘Nou, nou, trekt u alstublieft geen voorbarige conclusies. Ik heb een jarenlange goede relatie met beide heren en ze hebben mij verzocht een bemiddelingspoging te doen alvorens tot noodzakelijke juridische stappen over te gaan, wat voor alle partijen onprettig zou zijn.

Ronald Camden begreep dat hij nu voorzichtig moest zijn. ‘Wat stelt u voor,’ zei hij, terwijl hij zijn handen enigszins hulpeloos op het bureau legde. Zijn weifelende houding ontging Uliger niet en hij ging verder: ‘Ik wil graag een ontmoeting met u afspreken op een neutrale plaats waar we niet gestoord kunnen worden. Misschien kunt u nadat we deze 3D conversatie hebben afgesloten even uw agenda raadplegen en mij later vandaag laten weten wat een goed moment is voor deze ontmoeting.

‘Ik…eh… zal vandaag nog contact met u opnemen,’ wist Camden uit te brengen.

Brian Uliger verbrak de verbinding.

Ronald Camden zat wel een kwartier voor zich uit te staren achter zijn bureau.

26

Het was al tegen vijven toen Camden besloot contact met Brian Uliger op te nemen. Eigenlijk had hij het de hele middag voor zich uit geschoven met de gedachte dat Uliger vooral niet moest denken dat hij op voorstellen namens zijn twee mededirecteuren zat te wachten. Aan de andere kant begreep hij wel dat de verstoorde relatie tussen hemzelf en Carter en Fowler op den duur zeer in zijn nadeel uit kon pakken. Zeker, met enige bluf had hij de twee wetenschappers wel duidelijk kunnen maken dat zomin hun verdere werk als hun verdere aanwezigheid binnen het bedrijf nodig waren, omdat hij zich handig een meerderheidsbelang had weten te verwerven. Camden wist natuurlijk dat zijn positie niet heel sterk zou zijn als een ervaren jurist de manier zou gaan bekijken waarop hij dat meerderheidsaandeel verworven had, achter de rug van zijn mededirecteuren om. Zolang het hele geval zich tussen hem en die twee afspeelde kon hij de status quo handhaven. Voor een verzekerde toekomst was echter meer nodig. Wat nu gebeurde met deze Uliger leek op een bemiddelingspoging. Enfin, hij had wel begrepen dat Uliger ook zo’n typische techneut was. Die kon hij waarschijnlijk wel aan als financieel expert.

Net als die morgen zat het hologram van Brian Uliger weet tegenover hem in zijn eigen kantoor. Het ergerde hem een beetje. De man was blijkbaar handig met communicatie.

‘Ah, daar bent u dan, ik had u al verwacht,’ glimlachte Brian. Ik heb voor dit soort gelegenheden een vaste conferenceroom in het City Hotel. Schikt het u om daar morgen zo rond een uur of elf te zijn?’

Camden schrok van de doortastende toon waarop Uliger zijn voorstel deed. ‘Maar, eh,’ hakkelde hij, ‘we kunnen ook wel hier op mijn kantoor…’

Brian Uliger stak beide handen bezwerend op: ‘luister m’n beste, Deze zaak vraagt de hoogste mate van privacy, in een voor mij nieuwe en onbekende omgeving is het ondenkbaar dat wij de zaken kunnen behandelen die ik voor heb. Doet u mij derhalve – en zeker ook in uw eigen belang een plezier en komt u morgen rond elf uur gewoon naar het City Hotel.’

Ronald Camden voelde onzekerheid. O ja, hij had vanmorgen in de vorige communicatie met deze man al veel te gretig gereageerd. Hij kon nu niet veel anders dan zijn meerdere in deze Uliger erkennen.

Hij knikte: ‘goed, ik zal er zijn,’ zei hij.

Brian Uliger had de verbinding verbroken. Ronald Camden blikte wazig voor zich uit. Hij was absoluut niet gewend dat iemand anders beslissingen voor hem nam. Hij voelde zich vreemd, onbestemd.

Brian Uliger had inmiddels contact opgenomen met Carter en Fowler. Het was een klein beetje een lacherig gesprek geworden toen Uliger de beide mannen uitlegde dat hij zijn overduidelijke senioriteit in het zakenleven had gebruikt om Camden zo mak als een lammetje aan de gesprekstafel van de volgende dag te brengen.

‘Vind je dat wij daarbij moeten zijn, Brian?’ wilde Carter weten.

‘Beter van niet,’ antwoordde Brian. ‘Jullie hebben duidelijk laten weten onder welke voorwaarden het bedrijf geheel in zijn handen kan komen. Als hij verstandig is zal hij zeker niet dadelijk toehappen, waarna hij vervolgens met een tegenvoorstel zal komen. We komen dan in een onderhandelingsfase, waarvan ik hoop en eerlijk gezegd ook wel verwacht dat er een afsprakenpakket uit zal voortkomen op basis waarvan er uiteindelijk een juridisch sluitend contract kan worden gemaakt. Ik vermoed dat hij eigenlijk wel weet dat hij door de manier waarop hij zijn meerderheidsaandeel achter jullie rug om heeft verworven en daarnaast het feit dat jullie met succes kunnen betwisten dat hij zijn werk in dat bedrijf van jullie nog kan doen, hem duidelijk zal maken dat hij niet al te moeilijk moet doen. Maar goed, dat zullen we merken.’

Het was intussen het begin van de avond. Brian vond het de hoogste tijd om Judith bij te praten. Hij riep Judith op met zijn 3D communicator.

‘Hoi Brian’ riep Judith vrolijk, ‘ik kom net thuis, wat is het nieuws?’

‘Ik wil je eigenlijk even bijpraten over die zaak van die twee farmaceuten.’

‘Gezellig,’ riep Judith. ‘Ik heb een visstoofschotel in de oven staan…’

‘Ik neem een mooie Pouilly Fume mee,’ riep Brian en verbrak de verbinding.

Minder dan een half uur later stapte Brian Uliger met de beloofde fles witte wijn in de hand de keuken van Judith Krantz binnen.

‘Ik weet dat het hele verhaal mij natuurlijk niet direct aangaat,’ zei Judith, ‘maar ik ben er op de een of andere manier toch ontzettend nieuwsgierig naar.’

Brian keek haar bedachtzaam aan: ‘Juud, ik denk dat je je behoorlijk vergist als je denkt dat het jou niet aangaat. Sterker nog, ik weet eigenlijk zeker dat niet alleen jij, maar ook jouw zoon Jesse in dit verhaal een centrale rol spelen.’

Terwijl ze een stoel naar achteren had getrokken en was gaan zitten had ze Brian verbaasd aangekeken. Brian had de fles die hij in zijn hand had op tafel gezet en was ook gaan zitten.

‘Luister Judith, dat wat er door de teleportatie met jou is gebeurd heeft een zo sterke correlatie met de effecten die met de succesformule Telomerase 2 worden bereikt dat het volstrekt ondenkbaar is dat hiernaar geen onderzoek gedaan zou worden…’Brian zweeg even om Judith de gelegenheid te geven te reageren voor hij verder ging.

Judiths ogen waren groot geworden en met een lichte verontwaardiging in haar stem hoorde Brian haar zeggen: ‘maar je bedoelt toch niet dat Jesse en ik als proefkonijnen in dit onderzoek moeten dienen. Daar voel ik toch heel weinig voor en voor Jesse betekent het vast en zeker ook een inbreuk op zijn drukken programma.’

Heel even hing er een geladen stilte in Judiths keuken, waardoor beiden heel even moesten terugdenken aan de spanning die door de houding van de vroegere CFO, Cecil Hoyt van de Hoyt Uliger Corporation was geweest en die toen tot het ontslag van Judith en de tijdelijke verwijdering tussen hen had gezorgd.

Bijna gelijktijdig drong deze herinnering tot hen door en op het zelfde moment schoten ze in de lach. ‘O jee Brian,’ lachte Judith, ‘driftkopje Judith heeft nog steeds haar temperament niet onder controle, sorry Brian, vertel hoe je onze rol daarin ziet.’

Brian was intussen begonnen met het ontkurken van de fles wijn, terwijl Judith opstond en twee glazen pakte.

‘Waar we achter moeten komen, en dat zullen jouw medisch geschoolde vrienden je ook vertellen, is welke lichaamsfunctie of functies door de teleportatie zijn veranderd. Ik kan wel zeggen dat het vermoedelijk om de stamcellen gaat, maar ik kan me niet voorstellen dat dat het enige zou zijn. Gelukkig hebben we tegenwoordig prachtige niet invasieve medische technieken om dat soort dingen in korte tijd te onderzoeken. De onderzoeken zullen dus niet belastend voor je zijn en ook niet heel veel tijd vragen, maar aangezien jij en Jesse de enige personen zijn die zonder schade geteleporteerd zijn zullen mijn twee brave farmaceuten waarschijnlijk tot dezelfde conclusie komen, namelijk dat we niet ontkomen aan jullie betrokkenheid bij dit noodzakelijke onderzoek.’

Judith zat zachtjes te knikken en na enige ogenblikken keek ze Brian stralend aan en zei: ‘nou goed, we zijn het natuurlijk eens, maar wat dacht je nu van mijn vis stoofschotel?’

Brian Uliger schoot in de lach: ‘dat lijkt me voor nu de smakelijkste oplossing Judith. Nog een glaasje wijn?

27.

Brian Uliger was na de eenvoudige en vooral ook gezellige maaltijd bij Judith Krantz niet al te laat vertrokken. Hij wilde thuis nog even wat feiten betreffende Ronald Camden natrekken. Verder vond hij het gewoontegetrouw altijd nuttig om belangrijke gesprekken goed voor te bereiden en een duidelijke strategie te bedenken. Om te beginnen had hij de man zelf nooit eerder ontmoet. Wel had hij door de gesprekken met Carter en Fowler een tamelijk negatief beeld van hem. ‘Ik moet toch proberen hem zo onbevangen mogelijk te benaderen,’ dacht Brian. ‘Voor een eerste indruk krijg tenslotte je maar één kans.’

Goed dat hij een conferenceroom aan de achterzijde van het hotel permanent had gereserveerd omdat hij het altijd prettig vond om zakelijke relaties in een neutrale omgeving te ontmoeten en ook goed dat de kamer niet via de lobby van het hotel bereikt hoefde te worden, maar van buitenaf toegankelijk was.

De volgende morgen zat Brian Uliger al om tien uur in de kamer waar hij zijn gesprekspartner wilde ontvangen. Hij had de kelner een licht ontbijt en koffie laten brengen dat hij om halfelf weer had laten afruimen.

Om vijf voor elf was hij via de gang naar de lobby gelopen. Vanuit de gang keek hij de lobby in. Er waren nog weinig mensen. Aan een tafeltje bij het raam zag hij een nog vrij jeugdig ogende man in een donker kostuum. Het gezicht van de man kon hij niet zien wat hij zat met zijn rug naar hem toe kennelijk naar buiten te kijken, vermoedelijk om hem, Brian, te zien naderen. Brian wandelde, geholpen door het zachte tapijt in de lobby geruisloos op de man toe. Toen hij hem op anderhalve meter genaderd was zei hij: ‘meneer Camden veronderstel ik?’ De man draaide zich plotsklaps geschrokken om, keek Brian verward aan, leek zich plotseling te realiseren wie hij voor zich had. Tamelijk bruusk stond hij op waardoor zijn stoel bijna omviel en stak zijn hand uit naar Brian. Brian nam de hand aan. ‘Beetje klam handje’ dacht Brian.

‘Ronald Camden,’ stelde de man zich voor. ‘Brian Uliger,’ zei Brian, ik stel voor dat we naar mijn conferenceroom gaan, gaat u mee.

Met stevige passen liep Brian voor de man uit en opende de deur van zijn conferenceroom. In de deuropening maakte hij een uitnodigende armbeweging. Ronald Camden trad enigszins aarzelend de kamer binnen. Hij was gewend in nagenoeg alles de leiding te hebben. Hier bij deze Brian Uliger voelde hij zich onzeker.

Brian was in tussen op een stoel aan een kant van de lange tafel toegelopen. Hij had de stoel naar achteren getrokken en was gaan zitten achter een stapeltje papieren dat daar al lag. Met een armgebaar wuifde hij naar de overzijde van de tafel: ‘Neemt u plaats alstublieft.’

Camden liep wat weifelend naar de aangewezen stoel en merkte op dat Brian met zijn rug naar het venster zat, terwijl hij in het licht zat.

Terwijl Camden nauwelijks had plaatsgenomen riep Brian de bediening op. Opkijkend naar Camden zei hij: ‘U ook koffie meneer Camden?’

‘Oh ja, graag,’ hakkelde Camden.

Brian bestelde de koffie die enkele ogenblikken later door een kelner werd geserveerd.

Tot dat moment had Brian nog nauwelijks iets gezegd. Wel observeerde hij het gezicht van de man tegenover hem en stelde vast dat die zich enigszins onbehaaglijk leek te voelen.

‘Goed,’ open de Brian het gesprek, ‘laten we ter zake komen. Sta mij toe even kort in te leiden wat mij hier heeft gebracht en wat mijn relatie tot uw mededirecteuren is. Het zal nu ruim tien jaar geleden zijn dat ik besloot de farmaceutische tak van onze bedrijven te verkopen. De redenen daarvoor doen hier niet ter zake. Wel ter zake is het feit dat twee toen nog jonge biowetenschappers, Carter en Fowler, met een grondige farmaceutische achtergrond belangstelling hadden voor mijn aanbod. Gedurende de eerste paar jaar maakten zij gebruik van onze bedrijfsruimte en laboratoria die wij hen uiteraard tegen een redelijke huurprijs ter beschikking stelden. De heren bleken al snel vindingrijk en succesvol. Toen hun personeel zich begon uit te breiden hebben zij het pand betrokken waar het bedrijf – ook uw bedrijf naar ik heb begrepen – zich nu bevindt en dat thans eigendom is van uw bedrijf G.T.C.

Door de jaren heen heb ik – zelf ben ik tenslotte van oorsprong ook farmacoloog – van tijd tot tijd het contact met beide heren opgenomen. Ik ben derhalve ook op de hoogte van het topproduct, het telomerase 2, dat zij hebben ontwikkeld. Ik moet u zeggen dat ik dan ook pijnlijk getroffen was toen een van deze twee collegae zijn nood bij mij kwam klagen over het feit dat u, meneer Camden, bepaalde nieuw onderzoek binnen de wetenschappelijke ontwikkelingen blokkeerde.’

Brian zweeg en keek Camden doordringend aan. Hij zag dat het gezicht van de man tegenover hem verhardde. Zijn antwoord kwam ietwat korzelig: ‘Ik moet zeggen dat ik het buitengewoon vervelend vind dat beide heren hiermee kennelijk naar buiten zijn gegaan, waardoor ik nu in feite geen kans meer heb om tot een passende oplossing op basis van onderling overleg te komen. Maar goed het is juist dat ik mij verzet heb tegen verdere zeer kostbare onderzoekingen terwijl we met het nieuwe overigens zeer kansrijke product nog verre van break even zijn.’

Brian stak nu de hand op om Camden te onderbreken en zei: ‘van beide heren kreeg ik de stellige boodschap dat het break even punt al na enkele maanden bereikt was en dat u, althans naar hun mening, een totaal andere reden had om u te verzetten tegen verdere ontwikkeling, namelijk dat u vreesde dat het huidige product overbodig zou worden. ’Brian liet nu een stilte vallen, waar Camden onmiddellijk driftig op insprong. ‘Ja, natuurlijk, het middel is de kip met de gouden eieren, het is het mooist denkbare verdienmodel. Zoiets moet je zo lang mogelijk op de markt houden, maar de beide heren zijn van mening dat het er helemaal niet toe doet hoe de economie van het bedrijf zich ontwikkelt.’ Met een verontwaardigde uitdrukking op zijn gezicht leunde hij achterover op zijn stoel en sloeg zijn armen over elkaar.

Brian antwoordde niet direct. Hij keek de man tegenover hem strak aan en na bijna een minuut stilte zei hij: ‘Ik ben bang m’n beste Camden dat u weinig begrijpt van het farmaceutisch bedrijf.’

‘Hoe bedoelt u?’ Ronald Camden schreeuwde nu bijna. ‘Ik heb in de boekhouding voor verschillende farmabedrijven gewerkt en…’ Brian onderbrak hem. ‘Dat is het nu precies meneer Camden. U hebt zich tot nu toe alleen maar met de cijfertjes bezig gehouden. Toen u dus door Carter en Fowler werd geaccepteerd als CFO van hun bedrijf had u geen enkele leidinggevende of strategievormende ervaring. Ik moet u helaas verzekeren dat een farmaceutisch bedrijf dat zelfs maar voor een korte periode stopt met een ontwikkelingsstrategie geen lang leven is beschoren, omdat het door de concurrentie langs alle kanten wordt ingehaald. Een nieuw en goedlopend product op de markt hebben betekent nooit anders dan hard aan het volgende product werken, zodat het klaar ligt als het huidige succesvolle product langzaam in de schaduw begint te raken. Of dacht u soms dat de concurrentie niet binnen de kortste keren een bijna kopie van uw product kan maken.’

‘Wij hebben de best denkbare beveiliging,’ wierp Camden nu tegen.

‘Bedoelt u nu dat uw product niet buiten de muren van het bedrijf komt?’ Brian lachte spottend. ‘Binnen op zijn best een jaar komen soortgelijke, zo niet betere producten tegen sterk concurrerende prijzen op de markt.’

Ronald Camden zat hem nu met een gezicht vol ongeloof aan te staren.

‘Maar goed,’ ging Brian verder, ‘dat gaat mij ook allemaal niet aan en het is zeker niet de reden waarom ik met u deze afspraak heb gemaakt.’ Hij liet weer even een stilte vallen om met genoegen te kunnen vaststellen dat het gezicht van Camden verwarring uitdrukte.

‘Ik heb,’ ging hij verder, ‘met uw beide kompanen enkele gesprekken gehad. Beide heren hebben mij meer dan duidelijk gemaakt dat zij verdere samenwerking met u niet meer zien zitten. Het vertrouwen is weg en zonder vertrouwen kun je niet samenwerken. Vooral waren ze pijnlijk getroffen over de manier waarop u achter hun rug om een meerderheidsbelang hebt verworven. Het lijkt voor beide heren een duidelijke motie van wantrouwen die zij als oudste eigenaren van u om de oren kregen. Zeker hebben ze overwogen juridische stappen te ondernemen. Dat heb ik hen echter ontraden. Niet omdat ze die zaak zeker zouden verliezen, maar omdat het een dure en veel tijd kostende en buitengewoon onverkwikkelijke zaak zou worden, die bovendien op nadelige wijze het product in de publiciteit zou brengen. Daarbij heeft niemand belang.’

Camden leek nu enigszins opgelucht te ademen.

‘De heren Carter en Fowler komen nu echter met een voorstel. Zij bieden u hun hele aandelenpakket aan. Als u dat aanbod accepteert bent u alleen eigenaar van het bedrijf en kunt u uw eigen strategische overwegingen in praktijk brengen. De prognoses zijn zeer gunstig heb ik begrepen en ik zou graag van u horen of u in principe de overname van de resterende aandelenpakketten zou willen overwegen.’

Het gezicht tegenover Brian toonde naast gretigheid tweestrijd.

‘Het alternatief,’ ging Brian verder is dat Carter en Fowler hun participaties op de markt brengen. In dat geval kan ik u verzekeren dat u in het gunstigste geval moet rekenen op een heel ander soort aandeelhouders dan de beide noest werkende farmaceuten waarmee u tot nu toe gewerkt hebt.’

Ronald Camden was opgestaan en was begonnen aan zijn kant van de tafel heen en weer te lopen. ‘Ja, sorry,’ zei hij, ‘maar zo kan ik beter nadenken.’ Na enkele minuten zei hij: ‘u zult hopelijk willen begrijpen dat ik niet hier onmiddellijk ja of nee kan zeggen. Ik wil hier graag op terugkomen als ik het noodzakelijke onderzoek heb gedaan.’

‘Dat begrijp ik,’ zei Brian, ‘we praten tenslotte over veel geld.’

‘Waar denken ze aan?’ wilde Camden weten.

‘De totale waarde van de beide aandelenpakketten hebben we geschat op honderd miljoen, mede in overweging nemende dat de heren opnieuw willen starten.’

Ronald Camden was weer gaan zitten. Enigszins gebogen zat hij tegenover Brian Uliger.

Sta mij toe dat ik een paar dagen gebruik om financiële orde op zaken te stellen. Honderd miljoen heb ik niet zo in een la liggen, zoals u zult begrijpen.’

‘Zullen we zeggen dat ik binnen een week in elk geval iets van u hoor?’ stelde Brian voor.

‘Dat lijkt me een redelijk voorstel.’ Camden was opgestaan en Brian was zijn voorbeeld gevolgd en liep richting de deur waar zij elkaar de hand schudden. ‘Tot ziens meneer Camden, ’zei Brian.

Camden knikte en liep de gang in. Brian sloot de deur achter hem.

28.

Brian Uliger voelde zich tamelijk tevreden. Weliswaar was er nog geen uiteindelijke koopprijs genoemd, maar uit het hele gedrag en de reacties van Camden was het voor hem meer dan duidelijk dat die zeker een ultieme inspanning zou doen om met een aanvaardbaar bod te komen. Ongetwijfeld moest Camden financiering zoeken. Het was daarbij waarschijnlijk dat hij een deel van het aandelenpakket als onderpand moest gebruiken.

Enfin, eerst maar eens Carter en Fowler om de tafel roepen. Hij pakte zijn 3D communicator uit zijn broekzak, legde hem voor zich op de tafel en sprak: William Carter. Enkele seconden later keek Carter hem aan vanuit zijn huiskamer. Tot zijn genoegen zag Brian Alex Fowler op de achtergrond zitten.

‘Mooi dat jullie samen zitten,’ zei Brian, ‘dan hoef ik dit verhaal maar één keer te vertellen. Zojuist is jullie CFO hier bij mij de deur uit gewandeld nadat we, mag ik wel zeggen, een goed gesprek hebben gehad.’ Brian keek twee afwachtende gezichten aan die hem met opgetrokken wenkbrauwen aankeken.

‘Ik trof een tamelijk stugge en enigszins nerveuze man die zich behoorlijk ongemakkelijk leek te voelen toen ik hem uitlegde dat de manier waarop hij zich een meerderheidsbelang in jullie bedrijf had weten te verwerven bepaald niet de schoonheidsprijs verdiende en hem juridisch wel eens in een lelijke struikelpartij zou kunnen leiden. Ik kon vrij gemakkelijk uit zijn houding afleiden dat nu juist dat zijn grootste vrees was. Hij was dan ook zichtbaar opgelucht toen ik hem duidelijk maakte dat jullie onder geen beding meer met hem samen wilden werken maar hem jullie aandelen aanboden. Ik heb daarbij op zijn vraag een bedrag van honderd miljoen genoemd, wat hij niet direct afwees. Ik zou zeggen: komen jullie hier naartoe dan kunnen we de verdere strategie bespreken.’

William Carter was enthousiast overeind geveerd. ‘Met een half uur kunnen we bij je zijn. Is dat wat jou betreft ook oké Alex?’ zei hij.

Fowler knikte. ‘Tot zo dadelijk dan.’

Brian verbrak de verbinding. Even overwoog hij Judith te bellen, maar hij bedacht dat ze vermoedelijk met de collega’s bij N.I.C. aan het werk was. Goed, Judith op de hoogte brengen kon tot de avond wachten.

Brian liet zich een sandwich en een kop koffie brengen. Hij bedacht dat hij in elk geval in de situatie waarin de beide trouwhartige farmaceuten beland waren toch de meeste ervaring had. Uiteindelijk had hij door de jaren heen vaker bedrijfsonderdelen verkocht of juist aangekocht. Het feit dat hij daardoor kon beschikken over de resultaten van een gezonde bedrijfsvoering maakte het mogelijk deze twee juist op dit terrein onervaren vrienden bij te staan.

Brian herinnerde zich hoe de twee zich jaren geleden hadden aangemeld toen hij had besloten het onderdeel farmacie van H.U.C. te verkopen op een punt waar de exploitatie nog voldoende winstgevend was maar hij, Brian Uliger, zich liever wilde bezighouden met het verder perfectioneren van de menselijke robots die indertijd onder de bezielende leiding van Judith Krantz waren ontwikkeld. Nog altijd dacht hij met spijt terug hoe de stugge onbuigzame houding van zijn CFO, Cecil Hoyt er de oorzaak van was geweest dat zij drie meest briljante ontwikkelaars op staande voet ontslag hadden genomen. Maar goed, dat was nakaarten en had geen zin om zich daar nu nog druk over te maken. Bovendien was er na enige tijd een weliswaar zakelijke, maar toch heel warme vriendschap met Judith uit voort gekomen. Eerlijk gezegd zag Brian in de nabije toekomst weer interessante samenwerkingsmogelijkheden met de briljante Judith en mogelijk ook haar zoon Jesse.

Het had zelfs minder dan een kwartier geduurd voordat William Carter en Alex Fowler de private room waar Brian zat binnenstapten. Brian schudde beide mannen hartelijk de hand en gebaarde naar de stoelen tegenover hem aan de tafel.

‘Eerlijk gezegd,’ opende Brian het gesprek, ‘geloof ik niet dat Camden zich de kans om alleen eigenaar van jullie bedrijf te worden zal laten ontgaan. Anderzijds denk ik niet dat hij deze overname heel gemakkelijk voor elkaar zal krijgen.’

Alex Fowler reageerde nu: ‘als hij een bank benadert zullen ze in de eerste plaats kijken naar de bedrijfsresultaten en die zijn de laatste maanden als een raket omhoog gegaan.’ Carter zat ijverig mee te knikken bij deze opmerking.

‘Ik geef toe dat de omzetten er zeer veelbelovend uitzien,’ ging Brian verder, ‘maar ik heb waarschijnlijk wat meer ervaring met banken dan jullie. Feit is in elk geval dat geen enkele bank waarschijnlijk alleen een risicolening van honderd miljoen zal willen geven. Ik vermoed dat ze tot de helft zullen gaan en dat ze vervolgens Camden zullen adviseren en tweede partij te benaderen of – waarschijnlijker nog – hem in contact zullen brengen met een tweede partij. Ik vermoed nu dat er in dat geval een partij naar voren geschoven zal worden uit de hoek van de farmacie. Met andere woorden, ik acht de kans tamelijk groot dat Camden het patentrecht op het product zal moeten overdragen of in ieder geval delen. Daardoor zal de bescherming van het belang verdeeld raken en jullie zijn farmacoloog genoeg om te weten wat er met producten gebeurt waarvan de octrooi bescherming dubieus is. Vaak zien we dan bijna kopieën van bedenkelijke kwaliteit waar het uitsluitend om financiële winsten gaat.

Even was het stil in de kamer. Carter en Fowler keken elkaar aan. Tenslotte opende William Carter zijn mond: ‘weet je Brian, natuurlijk heb je gelijk als je zegt dat wij geen doorgewinterde onderhandelaars zijn en we zijn je dan ook dankbaar voor je hulp. Het punt wat je zojuist echter aanroerde heeft ook eerder onze aandacht getrokken. Als gebeurt wat je beschrijft – en ik ben met je eens dat het zeer realistisch is om een dergelijke wending te vrezen en mogelijk te verwachten – dan is dat wat ons betreft het probleem van Camden. Natuurlijk blijven wij hem niet tot in lengte van jaren nadragen dat hij ons in wezen heeft belazerd door achter onze rug om een meerderheidsbelang in ons eigen bedrijf te verwerven. Wij, Alex en ik, zijn het er echter over eens dat het allemaal zijn probleem is als hij met onbetrouwbare partners in zee gaat. Wij zullen bij een overdracht vast laten leggen dat de hele productaansprakelijkheid van af het begin van het op de markt brengen van het Telomerase twee geheel zijn verantwoordelijkheid is. Volgens ons is dat de enige manier om eventuele rechtszaken te vermijden als er om welke reden dan ook met het product geknoeid wordt.’

Brian Uliger keek beide mannen tegenover hem lachend aan.

‘Proficiat heren, jullie zijn minder naïef dan ik eerder vreesde. Ik stel voor dat wij elkaar weer ontmoeten als een van ons een reactie van Camden ontvangt. Ik stel voor dat ik de bediening nog maar eens roep want ik heb eigenlijk wel dorst gekregen.’

William Carter knikte eens bedachtzaam. ‘Lijkt me een goed idee om nu, rustig bij een drankje, eens over onze toekomst te filosoferen.’

‘Hebben jullie zelf eigenlijk, ondanks alle pas achter jullie liggende commotie, samen al over plannen voor de toekomst gesproken?’

‘Eerlijk gezegd hebben we dat niet,’ zei Alex Fowler. ‘We zaten allebei nog zo vol van boosheid en verontwaardiging – ja, slecht voor de gezondheid, ik weet het – maar je hebt natuurlijk gelijk. Het leven gaat verder.’

‘Hadden jullie eigenlijk al geluncht?’ wilde Brian weten.

‘Nee, verder dan een paar koppen koffie waren we nog niet gekomen,’ zei Carter.

Een zachte klop op de deur kondigde de ober aan. Ze bestelden en niet veel later was de lunch op tafel gezet.

‘Het is een prachtig begin dat jij met de onderhandeling met Camden hebt gemaakt Brian.’ William Carter wierp een dankbare blik in Brians richting.

‘Nou, laten we maar pas juichen als de deal rond is,’ reageerde Brian, ‘maar nu toch even over jullie ideeën voor de toekomst.’

Even was het bijna pijnlijk stil. Dan schraapte William Carter zijn keel en zei: ‘weet je Brian, wij zijn tot nu toe altijd bezig geweest met onderzoek en in ons geval leidde dat onderzoek tot een mooi resultaat. Nu echter onze eigen CFO ons op een volstrekt smerige manier heeft laten struikelen zijn wij even uit het veld geslagen. Om opnieuw een farmaceutisch bedrijf te beginnen… tja, daarvoor hebben we eigenlijk de leeftijd niet meer. We zijn allebei middelbaar en het soort bedrijven zoals we dat hadden vraagt een lange adem en heel veel kapitaal. En nu weet ik wel dat er waarschijnlijk voldoende kapitaal uit de verkoop van ons bedrijf zal komen, maar om nou helemaal opnieuw te starten…ik weet het niet.’

Aarzelen keek hij zijn vriend en collega Alex Fowler aan. ‘Wat vind jij Alex?’

Fowler knikte. ‘Ja, het is wat je zegt Will, we zijn eigenlijk een beetje lamgeslagen.’

Ze zwegen een poosje, terwijl ze verder aten.

‘Misschien heb ik een bruikbaar idee,’ begon Brian. De beide mannen tegenover hem legden plotseling hun messen en vorken neer en keken hem met opgetrokken wenkbrauwen aan.

‘Ja, het is maar een idee hoor,’ ging Brian verder. ‘Anderzijds betreft het onderzoek dat volkomen in het verlengde ligt van datgene waarmee jullie tot nu toe bezig waren, zonder dat er overigens sprake van een conflicterende concurrentiepositie door kan ontstaan.’

‘Je maakt ons nu heel nieuwsgierig Brian,’ wist Carter eruit te brengen.

‘Nu ja, om het simpel samen te vatten gaat het over het onderzoek waarover jullie met Camden Crashten. Samenvattend: hoe krijgen we het menselijk organisme ertoe om zelf in alle lichaamscellen de juiste vorm van telomerase te maken.’

‘Ja, inderdaad.’ Carter en Fowler zaten nu eensgezind te knikken.

‘Goed,’ reageerde Brian. ‘Dit wil ik netjes doen, zoals het hoort. Dit verhaal moet eigenlijk verteld worden door Judith Krantz. Jullie hebben haar één keer ontmoet, maar zij speelt hier een centrale rol. Ik stel voor dat ik contact met haar opneem en een afspraak met haar maak, zodat we zinnig met elkaar kunnen brainstormen.

Er was weer hoop op de gezichten van William Carter en Alex Fowler te lezen toen ze aan het einde van die middag uit elkaar gingen.

29.

Judith Krantz had net besloten het die dag op de zaak niet te laat te maken. In haar laboratorium ruimde ze het gereedschap waarmee ze had zitten werken aan een nieuw prototype voor de bedieningsmodule voor de teleportatiemachine. Samen met haar collega Nils Bexon had ze maandenlang gewerkt aan een verbetering van de teleportatietechniek. De bedoeling was dat mens en dier geteleporteerd konden worden zonder dat – zoals dat ooit met de CFO van het bedrijf waar ze vroeger werkte, Cecil Hoyt, was gebeurd – er totale en blijvende geestelijke verwarring optrad. Het probleem bleek moeilijk op te lossen, tot ze met Nils samen tot de conclusie kwam dat de beste oplossing uit de machine zelf moest voorkomen. Heel kort voorafgaande aan de teleportatie, waarbij de geteleporteerde tot een uniek, maar zeer gecompliceerd signaal werd ontbonden was er nu een verdovingssignaal dat een kunstmatige maar diepe coma veroorzaakte. Onmiddellijk na de teleportatie als de geteleporteerde juist weer zijn natuurlijke gestalte had aangenomen was er een signaal waardoor de comateuze toestand werd opgeheven.

Zoals vaker gebeurde had het eerste gebruik van dit nieuwe type teleportatiemachine de nodige spanning binnen de N.I.C. groep opgeleverd, want iemand moest toch de eerste zijn die bij volledig bewustzijn geteleporteerd werd. Zou die snelle verdoving wel werken.

Uiteindelijk werd besloten om deze verdovingstechniek apart te testen. Was het veilig en kon van deze techniek gebruik worden gemaakt zonder dat er restverschijnselen als al dan niet blijvend nadeel opdoken. Als dit een veilige techniek was dan konden de meeste per infuus toe te dienen narcosemiddelen de vuilnisbak in. Ongetwijfeld zou dit leiden tot conflicten en claims in een harde concurrentiestrijd met de farmaceutische industrie die deze narcosemiddelen produceerde. Als het allemaal lukte waren het wel mooi twee vliegen in een klap. Zelfs al waren al die narcosemiddelen uit en te na getest en veilig bevonden, toch kwam het een doodenkele keer nog voor dat een operatiepatiënt langdurige verwarring toonde.

Maar goed, tot een echte concurrentiestrijd kwam het niet, want de “stunningfase” zoals de elektronische verdoving genoemd werd bleek geen tegensignaal nodig te hebben en duurde uit zichzelf minder dan een minuut, terwijl de teleportatie zelf binnen enkele seconden plaats vond. Ook waren er geen bijwerkingen. Het gevoel dat de geteleporteerde had na de teleportatie was alsof men had zitten knikkebollen en weer wakker schrok.

Het feit dat de noodzakelijke “stunningfase” slechts één minuut of soms zelfs nog iets korter aanhield maakte dat deze vernieuwing van het teleportatieprogramma op geen enkele wijze als concurrerend door de farmaceutische industrie kon worden gezien. Marketeer Tibor Horvat die al jaren de verkoopstrategieën voor het bedrijf bedacht was zeer opgelucht. ‘Dit scheelt ons een heleboel tijd en een berg onnodige kosten,’ meende Tibor.

Judith had juist haar jas aangetrokken en stond op het punt de deur van haar laboratorium achter zich te sluiten toen ze het oproepsignaal van haar 3D communicator uit haar tas hoorde klinken. Ze haalde het ding tevoorschijn en schakelde in. Brian Uliger keek haar glimlachend aan. ‘Hallo Judith, het is een beetje onverwacht en ik hoop dat ik je niet overval, maar ik moet je nodig even spreken als je tenminste tijd hebt.’

‘Ach Brian,’ glimlachte Judith, ‘Ik heb geen bijzondere plannen. Ik sta net op het punt om naar huis te gaan. Kom over een uurtje maar eten. Vis of vlees?’

‘Je verwent me weer Judith, vis als het mag,’ zei Brian.

‘Waar wil je het eigenlijk over hebben Brian?’

‘Ik wil die twee telomerase jongens die je laatst hebt ontmoet betrekken bij – en indien mogelijk integreren in het immortality onderzoek. Uiteindelijk zijn het farmajongens met een jarenlange ervaring en eerlijk gezegd zie ik niet hoe we het onderzoek naar de werking van telomerase zoals die ontstaat door teleportatie moeten doorgronden zonder dat zij medewerking aan dit onderzoek geven.

Judith stond in de deuropening van haar laboratorium. ‘Moet ik van de zaak iets meenemen Brian?’

‘Ik denk niet dat we er op dit moment iets anders dan onszelf bij nodig hebben, maar ik moet je straks wel spreken over toestemming en gegevensuitwisseling.’

‘Ik begrijp het,’ Judith ritste haar jas dicht en trok de deur van haar laboratorium achter zich dicht. ‘Je doelt op gegevensuitwisseling over onze teleportatie machine.’

‘Precies,’ antwoordde Brian.

‘Met een uurtje bij mij Brian.’ Judith verbrak de verbinding. Ze moest nu beslist even boodschappen gaan doen. Gelukkig wist ze precies waar haar oude vriend van hield

30.

Het was half tien in de ochtend.

Ronald Camden zat achter het grote antieke bureau in zijn directiekamer. Hij voelde zich tevreden op een enigszins opgewonden manier. Hij was erin geslaagd zijn twee mede-eigenaren van het bedrijf niet alleen buiten spel te zetten, maar blijkbaar grondig te ontmoedigen. In elk geval hadden beide heren blijkbaar geen enkele behoefte om hun in werkelijkheid rechtmatige plaats – dat wist hij ook wel – weer op te eisen. Hij, Camden kon nu de hele tent kopen.

Een tintelend overwinningsgevoel maakte zich van hem meester. Met het telomerase twee konden mensen net zo lang blijven leven als ze maar wilden, als ze maar betaalden om op tijd hun injecties te krijgen.

En dan, dit product was zoveel mooier en onschuldiger als een stof waarover hij wel eens gelezen had, een buitengewoon illegaal product uit de eenentwintigste eeuw, adrenochroom. Dat was ook een product dat ingespoten moest worden om jong en aantrekkelijk te blijven. Het was een product geweest dat alleen gebruikt werd door gewetenloze krankzinnig rijke mensen, een product waarvoor kinderen afgrijselijke doodsangst het leven moesten laten, opdat het uit hun bloed gewonnen kon worden. Nee, telomerase twee was veilig, effectief en onschuldig. Alle protocollen voor wat betreft veiligheid en effectiviteit waren nog keurig door die twee wetenschapsbollebozen afgewerkt. Het zou zelfs in het meest ongunstige geval niet tot klachten, laat staan vervolging leiden. Mensen die om welke reden dan ook de behandeling staakten waren tevoren duidelijk geïnformeerd dat dan versnelde veroudering zou optreden. Vervelend overigens maar goed, voor een heel lang en gezond leven moest nu eenmaal worden betaald. Wie een langdurig levensconcert wilde moest nu eenmaal het orkest betalen.

Tevreden blikte Ronald Camden om zich heen. Honderd miljoen was de vraagprijs, geen kleinigheid, maar er zouden financiers genoeg te vinden zijn om hem te helpen dit risicoloze bedrijf over te nemen samen met de octrooien die inmiddels verleend waren.

Plotseling lichtte het grote 3D scherm dat de wand tegenover hem vormde op. Hij keek in het verwarde en enigszins angstige gezicht van George Banner, het hoofd van zijn beveiligingsdienst. Achter Banner zag hij drie mannen in keurige zwarte pakken staan. Ze hadden kort geknipt haar en op hun gezichten viel geen enkele emotie af te lezen.

‘Meneer Camden, deze heren beweren dat ze een afspraak met u hebben, maar ik zie niets op de agenda staan.’

Camden zag hoe George Banner met stoel en al opzij werd geduwd en hoe nu een van de drie mannen hem aankeek. ‘Goede morgen meneer Camden,’ zei de man. ‘Ja och, we overvallen u op dit moment misschien een beetje, maar we zijn tot de overtuiging gekomen dat het gesprek dat we zo dadelijk met u zullen hebben geen uitstel duldde. Wij komen nu naar uw kantoor. Uw beveiligingsman is zo vriendelijk ons de weg te wijzen en de nodige deuren voor ons te openen.

Camden zag nog juist hoe de twee andere mannen George Banner onder zijn armen pakten en uit zijn stoel trokken voordat het beeldscherm op zwart ging.

Ronald Camden zat te trillen in zijn stoel. Nog nooit eerder in zijn leven was hij met geweld geconfronteerd. Hij voelde een panische angst.

Na minder dan vijf minuten zwaaide de deur van zijn kamer  open. De mannen stapten binnen. Twee sterke kerels hielden George Banner tussen zich in. George was zich kennelijk niet bewust van de situatie. Zijn gezicht vertoonde een verdwaasde glazige uitdrukking. De voorste man die ook het woord voerde trok een stoel naar zich toe. De twee andere mannen zetten de arme wezenloze George Banner op de stoel waar hij onderuitgezakt met het hoofd naar voren hangend bleef zitten.

Ronald Camden voelde plotseling woede in zich opborrelen. ‘Wat hebben jullie verdomme met mijn beveiliger gedaan,’ brulde hij.

De man in het zwart die kennelijk de woordvoerder was sprak op sussende toon: ‘Maakt u zich over meneer Banner maar geen zorgen. Als hij straks wakker wordt is hij weer zo goed als nieuw. Maar laten we het over belangrijkere zaken hebben. Wij hebben begrepen dat u heel graag de eigenaar van dit bedrijf wilt worden en dat u daarbij wat financiële hulp nodig hebt. Nu, dat laatste komen wij vandaag, eigenlijk moet ik zeggen hier en nu met u regelen. Als u vandaag prettig meewerkt zijn uw financiële zorgen voorbij. Vervolgens kunt u rustig en veilig uw bedrijf blijven leiden en er een zorgeloze manier van leven op na houden. Nou, meneer Camden, dat klinkt toch aantrekkelijk vindt u niet.’

Ronald Camden zat met uitpuilende ogen lamgeslagen achter zijn bureau.

‘Maar hoe….’ Wilde hij beginnen, maar de woordvoerder stak zijn hand op.

Luister nu goed meneer Camden. Alles is veel eenvoudiger dan u denkt. Wij hebben begrepen dat de vraagprijs honderd miljoen is…

Camden veerde op uit zijn stoel. ‘Hoe weet u…’

Opnieuw stak de woordvoerder zijn hand op: ‘Als u mij nu niet steeds in de rede valt gaat het echt vlugger, meneer Camden.

De ongeduldige dreiging in de toon van de man was Camden niet ontgaan.

‘Ik adviseer u een bod uit te brengen van zeventig miljoen,’ ging de man verder. ‘Zij zullen terugkomen met een tegenbod van tachtig miljoen. Dat meldt u ons op de manier die ik u aan het eind van deze conversatie zal meedelen. Wij zullen daarmee akkoord gaan. Vervolgens kunt u aan uw huidige mede-eigenaren melden dat u erin geslaagd bent voor dat bedrag financiering te krijgen, waarna de overdracht op uw naam kan plaats vinden. Echter,’ de man trok nu een bundeltje in de lengte gevouwen A-viertjes uit zijn binnenzak dat hij voor Camden op diens bureau legde. ‘Dit,’ sprak hij, ‘is een contract waarin u verklaart dat u het zojuist aan u overgedragen bedrijf, dit bedrijf dus, aan ons overdraagt. Leest u rustig dit contract door, dan weet u ook eindelijk wie wij zijn, dat u na de overdracht aan ons maandelijks honderdduizend dollar op uw bankrekening krijgt met daarbij over tien jaar een riante pensioenregeling.

Als u tenslotte de naam van ons bedrijf hebt gelezen, dan weet u waarschijnlijk ook meteen uit informatie die vast en zeker wel eens bij u is binnengekomen via allerlei… ach, hoe zal ik het noemen… nou ja, wandelgangen zullen we maar zeggen, dat wij gewoon zijn één keer een riant aanbod te doen. Natuurlijk bent u vrij ons aanbod te weigeren. Een doodenkele keer heeft iemand dat wel eens gedaan. Helaas zijn die paar mensen vrij snel daarna ziek geworden, zodat we achteraf die ondernemingen goedkoper in handen kregen. Wat ik maar zeggen wil, als u de overeenkomst die voor u ligt nu tekent bent u verzekerd van een schitterende toekomst.’

Ronald Camden voelde het koude zeet over zijn hele lichaam uitbreken. Hij keek eens naar George Banner die nog steeds half bewusteloos over zijn stoel hing, hoewel, er leek weer enige beweging in de man te komen.

De woordvoerder van het trio was tegenover hem op een stoel gaan zitten en wees met zijn wijsvinger de plek aan waar hij op het open liggende contract een handtekening wilde. Met zijn vrije hand reikte hij in zijn binnenzak en trok een pen tevoorschijn die hij naast het contract legde.

Zuchtend pakte Ronald Camden de pen op.

De man tegenover hem knikte aanmoedigend. ‘Toe maar Camden,’ zei hij, je zult merken dat wij doen wat we beloven en dat dit echt voor je eigen bestwil is.’

Ronald Camden trilde zo hevig dat de pen waarmee hij zou moeten tekenen hem tot twee keer toe uit de handen gleed. De man in het zwart tegenover hem hield zijn blik strak op Camdens gezicht. Camden rilde. Hij had het gevoel dat hij tegenover een robot zat. Aan de bovenzijde van het eerste blad van het contract las hij een woord dat vermoedelijk de naam van de organisatie moest zijn waarvoor de mannen werkten, FINANILUMI las hij. Het zei hem helemaal niets.

‘Ik zie dat je ons toch niet kent Camden,’ zei de woordvoerder. ‘Dat is niet zo vreemd hoor, wij financieren wereldwijd op de achtergrond voor opdrachtgevers die liever onbekend willen blijven.’

‘Oh, private equity,’ mompelde Ronald Camden zijn hoofd optillend.

‘Ja, zoiets,’ hoorde hij de man zeggen. Hij zag hoe een grote hand uit een zwarte mouw op zijn bureau werd gelegd en een wijsvinger enigszins ongeduldig op het voor hem liggende contract tikte. ‘En graag op alle andere pagina’s een paraafje zei de woordvoerder, terwijl hij het eerste blad van het contract voor Camden legde. Zo volgden veertien pagina’s.

Met bevende handen zette Ronald Camden zijn handtekening onder het de laatste pagina van het contract.

Wat er daarna gebeurde zou Ronald Camden zijn hele leven niet vergeten.

Het getekende contract werd opgeborgen in een zwarte diplomatenkoffer en de drie mannen in zwarte pakken werden binnen enkele seconden doorzichtig en waren verdwenen.

George Banner leek op zijn stoel bij te komen. Hij opende tenminste zijn ogen en keek verbaasd naar Camden. ‘Hoe kom ik in vredesnaam hier?’ zei hij.

‘Het is goed George,’ zei Camden. ‘Loop even langs de bedrijfsarts, ik denk dat je even een soort absence had. Laat voor de zekerheid maar even een scannetje maken. Banner stond op en knikte. ‘Zal ik doen meneer,’ zei hij en liep de deur uit.

Ronald Camden zat het daaropvolgende uur voor zich uit te staren in een gemoedstoestand waarin hij nooit eerder in zijn leven had verkeerd.

31.

Verbijstering was de beste omschrijving voor de stemming die er rond een uur of tien heerste in de brainstormkamer van N.I.C. Door de applicatie die onder de invloed van een geteleporteerde plofmug laag in de nek van Ronald Camden was geplaatst had Wilbur Taylor alles kunnen volgen wat die morgen in het kantoor van Camden was gebeurd. Tamelijk opgewonden had Wilbur verslag gedaan van wat hij had zien en horen gebeuren. Duidelijk was in ieder geval dat de drie mannen die in het kantoor van Camden waren geweest geen mensen waren, maar androids. Mensen konden niet bij bewustzijn geteleporteerd worden, zoveel was inmiddels bekend.

Er moest op de een of andere manier een lek zijn geweest waardoor een partij meende kans te zien voor de vijandige overnamepoging waarvan allereerst Wilbur Taylor, maar nu de hele N.I.C. staf getuige was.

De stemming was tamelijk bedrukt. Dat activiteiten buiten de brainstormkamer gelekt waren was nooit eerder gebeurd. Weliswaar ging het hier niet om een N.I.C. activiteit, maar wel een activiteit waarbij de medewerking van N.I.C. betrokken was. Gelukkig was alles gezien door gebruik te maken van de hologram projectie machine van Wilbur Taylor. Maar wie zaten er achter FINANILUMI die kennelijk met androids werkten.

‘De enige die daarop misschien een antwoord kan geven is Brian Uliger,’ zei Judith Krantz die was opgestaan. ‘Ik weet dat zijn bedrijf tot nu toe het enige bedrijf ter wereld is dat androids van die kwaliteit bouwt. Niels, Wilbur en ik hebben ze zelf ontworpen toen we voor H.U.C. werkten. Omdat de androids alleen geleased kunnen worden in verband met voortdurende updating kan Brian er misschien meer over vertellen. Zorgelijker vind ik echter het feit dat iemand kennelijk de verkoop van het bedrijf van Carter en Fowler aan Camden heeft gelekt. Die overdracht kan onmogelijk zo snel geregistreerd en gepubliceerd zijn. Ik ben erg benieuwd waar dat lek zit. Ik denk dat ik maar weer eens een gesprek met Brian moet hebben om te zien of we achter het lek kunnen komen.

Ronald Walters die doorgaans de vergadering leidde had nu zijn hand opgestoken. ‘Luister mensen,’ zei hij. ‘Ik krijg een beetje een benauwd gevoel, want ik moet er niet aan denken dat wij als bedrijf betrokken raken in illegale zaakjes. Om te beginnen moet inderdaad die tag uit de nek van Camden verwijderd worden voordat iemand er de lucht van krijgt.

Wilbur nam nu het woord. Ik zal dat met het kleinst denkbare risico doen om zeg maar drie uur in de nacht, de periode van de diepe slaap. Overigens kan hij er niet meer van voelen dan dat bijvoorbeeld een veertje langs zijn hals strijkt. Op het moment dat hij zou reageren en met zijn hand langs zijn nek gaan is er al niets meer waar te nemen, trouwens zo lang het ding daar zit ook niet.

‘Goed, ik hoop er het beste van,’ zei Ronald Walters, ‘want nogmaals, met dit soort illegale grappen moeten we heel erg voorzichtig zijn.

‘Maak je maar geen zorgen Ronald,’ zei Wilbur. We kunnen het dingetje weg teleporteren, dan merkt hij helemaal niets. Ik kan het nu doen met Judith samen in haar lab waar we een teleporter hebben staan.

‘Hoe eerder het gebeurd is, hoe liever het me is,’ meende Ronald.

Judith en Wilbur stonden op en liepen naar Judiths laboratorium.

Wilbur startte direct zijn Hologram machine en zijn 3D communicator. Het beeld van de kantoorkamer van Ronald Camden zat blijkbaar nog in het geheugen, want Judith en Wilbur zagen het beeld van die kamer als of ze achter de stoel van Camden stonden. ‘Dit komt even mooi uit,’ sprak Wilbur. Hij heeft zijn jasje uit en zijn overhemd zonder das met de bovenste knoop los. Oh ja, hij had het nogal warm gekregen bij het bezoek van die androids waarvan hij niet wist dat het androids waren. Ik focus nu op de plek waar zijn zevende halswervel zit, want daar heb ik de tag geplakt. Judith had haar hand aan de knop van de teleporter. Ze zag hoe Wilbur een kringetje projecteerde op de plek waar, verborgen onder het overhemd, de zevende halswervel moest zitten. ‘Nu’ zei Wilbur. Judith drukte op de rode knop. Ze zagen hoe Ronald Camdens rechterhand omhoog ging en hoe hij even over zijn nek streek. Daarna ging de hand weer naar beneden. Camden leek overigens niets te doen. Hij zat wat voor zich uit te kijken.

Intussen lag de uiterst kleine tag op de teleporter onder een klein doorzichtig stukje van Judiths kunsthuid. Wilbur nam het instrumentje tussen duim en wijsvinger. Hij legde het op een klein metalen plaatje op de achterzijde van zijn 3D communicator. Wij kunnen nu aan onze club laten zien wat zich daar bij Camden in het kantoor vanmorgen heeft afgespeeld. Ja, zou kunnen, ‘ zei Judith, ‘maar is het niet handig om daar mee te wachten tot we Brian Uliger hier hebben. Hij kan misschien direct zien van wie die androids zijn.’

Samen besloten ze eerst maar even verslag van de zojuist gepasseerde activiteiten te doen in de brainstormkamer.

‘Mooi, jullie zijn vlug terug,’ zei Ronald Walters verheugd. ‘Laat maar zien wat jullie hebben.’

‘Nou, prima,’ zei Judith, maar om dubbel werk te voorkomen lijkt het mij handiger als we Brian Uliger even uitnodigen. Er is bij Camden op kantoor een actie geweest die werd uitgevoerd door drie naar binnen geteleporteerde androids en ik vermoed dat Brian op de een of andere manier ze wel thuis kan brengen.’

Er ontstond enig geroezemoes. Iedereen wilde eigenlijk aan het werk. ‘Goed, ik zal Brian vragen wanneer hij tijd heeft,’ zei Judith tenslotte. ‘Het kan zijn dat dit ons allemaal niet aangaat, maar aangezien wij toch via de proeven met teleportatie op een andere dan medicinale manier met levensverlenging bezig zijn denk ik dat we niet alleen moeten opletten, maar ook voorlopig heel zorgvuldig uit het zicht moeten blijven. En dan, ik zou toch verdraaid graag willen weten wie de club waar die androids vandaan kwamen heeft getipt over het feit dat er een zeer veelbelovend farmaceutisch bedrijf te koop is. Volgens mij is Camden veel te slim om dat zo maar in het wilde weg te ventileren. Maar ik denk ook dat we toch niet te veel tijd moeten verliezen. Ik kan proberen een afspraak met Brian te maken samen met Wilbur bij mij thuis. Dat kan ik in elk geval goed isoleren.’

‘Daar wil ik dan ook graag bij zijn,’ zei Niels Bexon.

‘Oké,’ zei Judith. ‘Ik zie dat iedereen graag aan het werk wil. Ik zelf trouwens ook. Ik maak een afspraak met Brian, dat doe ik dadelijk op mijn lab.’ En tegen Niels en Wilbur: ‘Ik laat het jullie weten.’

Judith stapte naar haar laboratorium. Het contact met Brian was snel gelegd. Judith beloofde die avond een prettig diner voor vier personen te maken. Veel meer aanmoediging had Brian niet nodig.

Om even voor half zeven zaten ze met zijn vieren bij Judith in de keuken. Wilbur had alles meegebracht om alle gebeurtenissen van die ochtend in het kantoor van Ronald Camden te kunnen projecteren.

Eerst maar een glaasje wijn zei Judith terwijl ze haar keukenschort af deed en aan een haakje in de kast hing.

‘Denk jij dat je de androids kunt identificeren Brian?’ vroeg Niels.

‘Elke android komt twee keer per jaar, of vaker als er iets mis is, terug bij de fabriek alles wat betreft het functioneren wordt geregistreerd en integraal aan de gebruiker of huurder doorgestuurd en bij ons gewist, behalve de identiteit van de android.’

‘Maar kun je zo zien voor wie een android werkt?’

Brian haalde zijn 3Dcommunicator uit zijn zak. Deze heeft een speciale functie, waarmee ik elke android die van ons bedrijf komt kan identificeren. En aangezien wij de enige producent tot nu toe zijn is het antwoord: ja, dat kan ik.

Niels was echter nog niet klaar met vragen stellen. ‘Maar Brian, kun je dat ook als het een projectie betreft?’

‘Ook dan mag het geen probleem opleveren,’ antwoordde Brian vol zelfvertrouwen.

‘Nou Wilbur, laat dan de mannen in het zwart maar eens opdraven.’

Wilbur had zijn apparaat plus 3D communicator op de tafel gelegd. Hij startte de projectie. Ze zagen inderdaad het kantoor van Camden. Ze zagen Camden van achteren. Ze zagen de deur openzwaaien. Ze zagen hoe George Banner, de security man enigszins ruw op een stoel werd gezet door onzichtbare handen. Ze zagen hoe op een gegeven moment een hoeveelheid papieren op Camdens bureau werden gelegd en hoe Camden die parafeerde en tekende. De androids die het deden zagen en hoorden ze niet. Met grote ogen van verbazing zaten ze in de keuken van Judith om de tafel.

Er viel een stilte. Waren ze nu getuige van een geheime operatie.

Brian was de eerste die zijn mond open deed: dit is een knap staaltje filterwerk. Het is blijkbaar de bedoeling van de opdrachtgever dat er geen enkele herkenning plaats vindt. Deze androids zijn geprogrammeerd voor een militaire operatie.

Judith was opgestaan. ‘Het is volgens mij bijna twaalf jaar geleden of nog langer dat we hier vraag naar kregen. Wilbur, Niels, kunnen jullie je nog iets daarvan herinneren.

De beide mannen zaten langzaam met hun hoofd te schudden tot Niels ineens rechtop ging zitten en de anderen aankeek. ‘Ik weet het weer,’ zei hij: deze androids hebben een klein stukje hardware aan boord, waarmee de visuele uitstraling precies honderdtachtig graden fase gedraaid wordt. Iemand die erbij is merkt niets en ziet en hoort alles, maar een opname ziet en hoort niets. Dat ontwerp, een soort ver uitgewerkte opamp moet nog ergens in jouw bedrijf zijn Brian.’

Brian aarzelde nu: ‘Ja, nu herinner ik het me ook weer. Het was inderdaad een opdracht van defensie en ze wilden toen ook het ontwerp hebben met de garantie dat het nooit opnieuw geproduceerd zou worden.’

‘Wilbur,’ Judith keek Wilbur nu strak aan. ‘Wij hebben dat ding toen samen gemaakt. Weet je nog?’ Wilbur knikte langzaam.

‘Morgen doen we dat nog eens,’ zei Judith. ‘En nu is het hoog tijd dat ik jullie iets te eten geef.

Daartegen werd geen enkel bezwaar gehoord.

32.

Het ontwerp van de programmatuur die de opnames van androids onzichtbaar maakte bleek inderdaad volgens de wens van defensie gewist te zijn. Het opnieuw schrijven was natuurlijk niet onmogelijk, maar zou Wilbur in samenwerking met Tony Henderson, de eigen I.T. specialist waarschijnlijk dagen kosten. Gelukkig had Tony bij het programmeren van het bedoelde stuk software een aantal vaste bouwstenen gebruikt en al even gelukkig herinnerde hij zich levendig de speciale opdracht van defensie, waaraan hij zich toen, al die jaren geleden nogal had geërgerd en had geroepen dat hij een pesthekel had aan geheimzinnigdoenerij. Doordat Tony zich gaandeweg steeds meer herinnerde kon het stuk maskerings-programmatuur eigenlijk binnen een dag al grotendeels klaar zijn.

Plotseling drong het echter tot Nils Bexon door dat er iets vreemds aan de hand was.

‘Hoe kan het nu,’ begon hij, ‘dat we eerst in het lab van Judith die androids in hun zwarte pakken in dat kantoor van Camden wel zagen en bij Judith in de keuken niet meer? Want op deze manier kunnen we die mannen in het zwart niet aan Brian laten zien.

‘Ik snap het al,’ zei Tony Henderson plotseling, ‘of beter, ik herinner het me nu weer. Dit programma heb ik zelf geschreven. Van defensie moesten toen de protocollen gewist worden, maar mijn geheugen is in ieder geval niet gewist. Maar over wissen gesproken, als die bedoelde opname wordt afgespeeld worden er successievelijk steeds meer elementen gewist, tot er niets meer overblijft. Ik denk dat we vlugger informatie kunnen krijgen als we in de administratie van H.U.C. kunnen kijken hoe de deal met defensie indertijd tot stand is gekomen en wie er daar toen verantwoordelijk waren voor die order. ‘Tja, zuchtte Tony, het is een vervelende lange weg, maar intussen kan Wilbur met zijn hologram machine wat op onderzoek uit gaan en zal ik toch proberen dat programma weer toegankelijk te maken. Tenslotte hebben we die zichzelf wissende opname. Daar moet ik toch nog iets mee kunnen, althans met het stuk dat nog niet gewist is.’

( De hologrammachine van Wilbur werd eerder genoemd in “Trojan Horse”, een machine waarmee een persoon zich als waarnemend hologram, al dan niet visueel waarneembaar, kon verplaatsen naar elke gewenste plek)

Wilbur had bij een van de defensiegebouwen vrij gemakkelijk de plek gevonden waar zich de hardware bevond waarop zich met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de bedoelde software bevond. Eigenlijk was het vrij eenvoudig geweest, omdat het angstig stiekeme defensiepersoneel wel een code op de rand van een beeldscherm had gezet die Wilbur herkende omdat hij die herkende uit zijn herinnering aan de destijds gevoerde e-mail correspondentie. Een beetje suffige manier van geheimzinnig doen vond hij, maar inmiddels kon hij in zijn hologramvorm die computer daar ter plekke natuurlijk niet activeren. Tony liet hem echter weten dat het hacken van de bedoelde computer vanuit het N.I.C gebouw geen probleem zou opleveren nu hij wist waar hij stond en welke code op het apparaat stond.

Twee dagen later had hij het stukje software geschreven waarmee hij de gewiste opnames van de androids in het zwart kon reconstrueren.

Brian Uliger was uitgenodigd om in de brainstormkamer van N.I.C. de opnames te komen bekijken en mogelijk de vraag op te lossen van wie de robots waren, wie ze gestuurd had.

Brian had de opnames twee maal hoofdschuddend bekeken en staarde somber voor zich uit. Wilbur en Tony en Judith waren op dat moment in de kamer en keken gespannen afwachtend naar Brian.

‘Heb je ze herkend Brian?’ begon Judith.

Brian Knikte langzaam: ‘Ja, ik heb deze robots inderdaad herkend. We hebben ze in het eerste jaar van de productie – jullie waren toen al weg – geleverd aan een farmaceutische reus die zich op een heel ander vlak van de geneeskunde bezig hield dan wij. Nou ja, wij hebben de farmacie tak toen al vrij snel verkocht aan Carter en Fowler. Deze drie robots zijn toen verkocht aan C.F.S., wat staat voor Complete Farmaceutical Solutions, zoals ik zei een heel grote club die naar ik later begreep er niet vies van zijn patenten aan te vallen en met dwang over te nemen. Hun belangrijkste markt is psychofarmaca en pijnbestrijding, bijna uitsluitend middelen voor chronische toepassing. Die hebben zeker geen belang bij stralende blijvende gezondheid onder voorwaarde van betaling.’

‘Maar wat moesten ze dan met die robots?’ wilde Tony Henderson weten.

‘Ze zeiden toen dat ze daar de perfecte artsenbezoekers van wilden maken. Dat leek mij toen trouwens heel plausibel,’ verzuchtte Brian. ‘Maar nu ik deze opname heb gezien weet ik wel beter. En dan, wat ik het ergste vind, onze robots zijn zo geprogrammeerd dat ze niet in staat zijn geweld tegen een mens te plegen, daarvoor hebben jullie zelf gezorgd. Wat ik in deze opnames heb gezien doet mij vrezen dat zij het programma hebben opengebroken. Het optreden van deze drie heren in het zwart was op zijn zachtst gezegd intimiderend. Voeg daarbij hun grote lichaamskracht en betrekkelijke onkwetsbaarheid en we hebben de perfecte condities voor het werk van een misdaadorganisatie die nergens voor terugdeinst.’

Brian zweeg. Het was stil in de kamer. Niemand wist wat te doen of te zeggen.

Wilbur Taylor schraapte zijn keel: ‘Het ziet ernaar uit dat het prachtige product van William Carter en Alex Fowler in de verkeerde handen terecht is gekomen. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vrees dat er voor de enthousiaste welgestelde gebruikers die het betalen kunnen gevaar dreigt. Wij moeten dit snel onder de aandacht van Carter en Fowler brengen. Die C.F.S. jongens zijn mogelijk in staat met een product te knoeien en de productaansprakelijkheid bij de ontwikkelaars te leggen. Ze zullen met een heel leger aan advocaten komen en aantonen dat er in de formule van Telomerase twee een verborgen gebrek zit en dat Carter en Fowler dat geweten moeten hebben en het verborgen hebben gehouden. Het is inderdaad het beste dat we zo snel mogelijk met Carter en Fowler praten, want ik vermoed dat ze na de profijtelijke verkoop van hun bedrijf aan hun CFO meer in de stemming zijn om feest te vieren dan om argwanend naar de toekomst te kijken.

Brian Uliger was opgestaan. ‘Mensen, ik weet dat ik overdrijf, maar als bemiddelaar voel ik me toch verantwoordelijk voor het beloop van het proces. Ik ga contact met ze maken en ze uitnodigen voor een gesprek om te zien welke stappen we kunnen ondernemen om erger te voorkomen.’ Hij keek Judith aan. ‘Ik zou het op prijs stellen als jij bij deze ontmoeting wilt zijn Judith. Bij onze eerdere ontmoeting kreeg ik sterk de indruk dat beide heren naar jou luisteren.’

Judith knikte: ‘Ja dat is goed Brian en het lijkt me ook goed dat Nils meekomt.’

‘Goed,’ zei Brian, ‘ik zal de gebruikelijke conference room reserveren, daar zijn ze eerder geweest, dat kunnen ze gemakkelijk vinden. Ik laat jullie weten hoe laat en wanneer.

Met bezorgde gezichten verlieten ze het N.I.C. gebouw.

33.

Eerlijk gezegd kwam de uitnodiging om te komen lunchen Ronald Camden heel onverwacht voor. Eigenlijk was hij nog niet helemaal van de schrik van de ontmoeting met de drie heren in het zwart bekomen. Slim en weerbaar als hij gewoonlijk was had hij er toch niet aan gedacht dat deze heren wel eens androids konden zijn. Van binnen trilde hij nog na van de schrik en de emotie. George Banner die een sterke, sportieve kerel was, had na het vertrek van de drie heren met een wit weggetrokken gezicht op de stoel in het kantoor van Camden gezeten en zich nauwelijks verroerd toen de heren vertrokken waren en met medeneming van een stapeltje getekende papieren in een attachékoffertje de deur van Camdens kantoor achter zich dicht hadden getrokken.

Banner was na een paar minuten uit een soort lethargie ontwaakt en had zijn baas aangekeken die al even wezenloos voor zich uit had zitten kijken.

‘Hoe zijn die kerels hier nou binnen gekomen, hoe zijn ze langs jou heen kunnen komen, waarom heb je ze binnen gelaten Banner,’ was de vraag die Camden er tenslotte uit wist te krijgen.

‘Ik weet het niet meneer’ antwoordde Banner naar waarheid. ‘Ik begrijp er helemaal niets van. Ze stonden plotseling in mijn kantoor en ik moet eerlijk zeggen dat ik niet het gevoel had dat ik iets tegen ze kon inbrengen toen ze wilden dat ik hen persoonlijk naar uw kantoor zou brengen. Ze dwongen me eigenlijk hen naar uw kantoor te brengen.’

Ronald Camden keek met gefronste wenkbrauwen naar zijn veiligheidsman. Tot nu toe was de stoere en vakkundige oud politieman er in geslaagd om alles het bedrijf betreffende feilloos onder controle te houden. Het bezoek dat zojuist de deur was uitgegaan en in feite het bedrijf had overgenomen kon moeilijk als normaal bezoek beschouwd worden. Het leek meer op een overval.

Wat denk jij Banner, wat waren dit voor mensen?

George Banner stond op en ging op de leuning steunend achter zijn stoel staan. Hij moest zich vasthouden om niet te vallen. Camden zag met grote ogen hoe zijn veiligheidsman bijna bezweek. ‘Het gaat niet echt goed met je geloof ik? Zei hij.

‘Meneer Camden, u heeft zo niets aan mij. Ik ga even naar onze bedrijfsarts en ik denk dat ik daarna maar even naar huis ga want ik voel mij helemaal niet goed.’ ‘Ja, doe dat maar’, zei Camden aarzelend, terwijl hij moedeloos achterover in zijn stoel leunde.

George Banner wankelde het kantoor uit, Camden verbijsterd achterlatend.

Het 3D scherm in de wand tegenover hem lichtte op. ‘Camden’ sprak hij . Onmiddellijk zat hij tegenover het bureau waarachter een charmante dame van middelbare leeftijd hem met een glimlach aankeek.

‘Goede morgen mijnheer Camden’ sprak ze. Mijn naam is Benthe Morenus. Ik ben algemeen directeur van C.F.S. en ik moet u direct mijn welgemeende excuses aanbieden voor de weinig elegante manier waarop drie van onze mensen u zojuist voor een voldongen feit hebben gesteld. Uit zeer urgente berichten in het circuit is ons gebleken dat het bedrijf waarvan u tot voor enkele minuten nog eigenaar was bovenaan het verlanglijstje stond van enkele criminele zwaargewichten. Wij hebben dat nu met onze snelle – en voor u helaas ietwat verbijsterende actie voorkomen.

Verward keek Ronald Camden de vrouw tegenover hem aan nog te verbaasd om alert te reageren. Vaag speelde een opkomende twijfel in zijn geest: ‘Het was toch een andere naam die er door een van die kerels genoemd werd?’. Maar de gedachte vervaagde.

Hij had zich enigszins hersteld, maar voelde nu woede in zich opborrelen.

‘Verbijsterend’, gromde hij, ‘dat is zwak uitgedrukt. Dit was een roofoverval. Ik zal zo dadelijk deze misdaad aangeven.’ Zijn stem trilde van woede.

Benthe Morenus bleef glimlachen en zei: ‘Ik begrijp uw terechte woede volkomen, maar ik wil u toch vragen uw aangifte heel even uit te stellen tot wij u naar behoren hebben kunnen uitleggen dat wij niet anders dan in grote haast en onder druk hadden kunnen handelen, omdat het leed voor u anders niet te overzien geweest zou zijn en u met lege handen achtergebleven zou zijn.’

De stem van de vrouw had iets kalmerends merkte Camden. Hij voelde zijn woede wegzakken. Een eigenaardige gelatenheid die hem verwarde kwam over hem.

‘Ach meneer Camden, het werk in uw bedrijf gaat gewoon door. Over tien minuten staat een van onze mensen voor de deur van uw kantoor. Hij zal deze keer netjes aankloppen. Hij zal u uitnodigen voor de lunch. We kunnen u dan in alle rust uitleggen wat er allemaal in de BigFarma samenleving buiten uw medeweten is gebeurd in de afgelopen maanden. Het is van het grootste belang dat u dat weet, want uw belangrijkste product, telomerase twee, staat op het punt de hele farmawereld op zijn kop te zetten. U zult er niet blij van worden, gelooft u mij maar. Anderzijds, wanneer we ons verstandig opstellen, kunnen we een aanzienlijke voorsprong behalen. Belangrijk is in dat geval dat u en ik goede afspraken maken.’

Ronald Camden was plotseling weer alleen in zijn kantoor nadat de ook alweer onverwachte gesprekspartner het gesprek plotseling had beëindigd. Even overwoog hij zijn secretaresse binnen te roepen, maar voor hij hieraan gevolg kon geven werd er op de deur geklopt.

Een heer in een net grijs kostuum opende de deur nadat hij ‘binnen’ had geroepen. ‘Goede morgen meneer Camden zei de man. Ik hoop dat u weer een beetje van de schrik bent bekomen. Ik kom u halen voor de lunch, zoals onze directeur , mevrouw Morenus u zojuist meedeelde. Gaat u mee?’

Ronald Camden was nog lang niet hersteld van de verwarring. Onhandig en licht bevend stond hij op en volgde de man naar buiten waar een luxe voertuig op hen wachtte. De deuren van het voertuig schoven automatisch open en de man die hem kennelijk moest halen wachtte tot hij ingestapt was, liep om het voertuig heen en stapte aan de andere zijde naast hem in.

Het voertuig zette zich in beweging. Ronald Camden voelde plotseling alle kracht uit zijn lichaam wegvloeien. Hij probeerde de man die hem gehaald had een vraag te stellen, maar zijn stem weigerde dienst.

Rondom Ronald Camden werd het in een vrij hoog tempo donker. Hij voelde een hevige druk op zijn borst. Zijn ademhaling stokte. In paniek probeerde hij zich te bewegen. Duisternis omringde hem. Ronald Camden verloor het bewustzijn. Het voertuig stopte nadat het een tunnel was ingereden. Even later werd het lichaam van Ronald Camden door de sterke handen van mannen in zwarte kleding in een langwerpige schuiflade van een mortuarium gelegd. De ingang van het mortuarium was daarna niet meer zichtbaar in de wand van de tunnel.

34.

In het gebouw van de Gen Tech Corporation was midden in de nacht een alarm afgegaan. Na een halve minuut was het gestopt. George Banner lag thuis in zijn bed. Hij was die dag vroeg thuisgekomen na de vreemde confrontatie met drie heren die zomaar ineens in zijn kantoor stonden en hem niet vertelden hoe ze  ongezien het bedrijf binnen waren gekomen. Banner was er nog steeds verbaasd over dat hij zich eigenlijk weinig herinnerde. Vaag zag hij voor zich hoe hij die mannen naar het kantoor van Camden bracht. Dat hij zich daarna helemaal niet lekker voelde. Die mannen waren ineens weggeweest, net zo vreemd als ze gekomen waren.  In de middag had hij thuis rustig in een stoel wat zitten suffen. Toen zijn vrouw thuis kwam voelde hij zich wel weer redelijk. Hij had haar ook niets over het vreemde bezoek gezegd. Hij wilde haar nooit vermoeien met zaken betreffende zijn werk. Bovendien liet de aard van zijn werk dat eigenlijk ook niet toe.

Hij was net in slaap gevallen, maar de flikkerende lichten en het sirenegeloei hadden hem rechtop in zijn bed gezet, maar even plotseling als het alarm begonnen was, was het alweer gestopt. Dat was één keer eerder gebeurd wist George toen de automatische verbinding tussen het bedrijf en zijn huis en het gebouw waar het bedrijf gevestigd was een storing vertoonde die met een kleine installatiefout te maken had.

De vrouw van George die gehoorbeschermers droeg omdat George te zwaar snurkte om doorheen te kunnen slapen had niets gemerkt. Wel had ze zich omgedraaid maar ze was gewoon doorgeslapen. George Banner was in dubio of hij toch maar niet even zou gaan kijken. Zijn aarzeling werd echter verstoord. Zijn 3D communicator die voor de nacht altijd op only voice stond in verband met de privacy begon luide alarmsignalen te geven. George herkende aan het geluid dat het de politie was. Hij schakelde het toestel in. ‘Agent Sanders van de politie meneer Banner. Kom alstublieft naar het bedrijf. Het hele gebouw staat in lichterlaaie. We hebben de brandweer gewaarschuwd, maar de hitte is verzengend. Er zijn al delen van het gebouw ingestort.’

George Banner zat op de rand van zijn bed met een verwilderde blik in zijn ogen. ‘Ja, ik kom eraan,’ wist hij er met moeite uit te brengen voordat hij de communicator uitschakelde.

Het GTC gebouw stond op een industrieterrein waar meerdere bedrijven hun domicilie gekozen hadden. Om veiligheidsredenen stonden de gebouwen ver genoeg uit elkaar om ze bereikbaar te maken voor de meest ernstige vormen van rampenbestrijding. Dat was nu maar goed ook. De brandweer was uitgerukt met het allergrootste materieel. Maar na een uur blussen werd duidelijk dat deze brand niet te blussen viel. Telkens als een van de vuurhaarden af leek te nemen waren er plotseling explosies en begon een andere plek met steekvlammen die tot wel honderd meter hoog leken te schieten te branden.

George Banner was bij de brand aan gekomen en had onmiddellijk de commandant opgezocht. Uit zijn politietijd en ook uit later regelmatig veiligheidsoverleg kende hij deze man, Philip Daniëls als een zeer competente collega en veiligheidsdeskundige. Daniëls had een strategische positie gekozen op het dak van een van de wagens waar hij de hele actie goed kon overzien. Banner wist waar hij Daniëls zou aantreffen en begaf zich naar de betreffende wagen. Daniëls zag hem komen en wenkte hem om via de ladder aan de achterkant van de wagen naar hem toe te komen.

‘Dit is wel een van de meest hopeloze branden die ik tot nu toe heb meegemaakt George,’ begon Daniëls. Banner had voor de zekerheid ook beschermende kleding aan getrokken en het eerste contact bij deze ontmoeting was via elleboogcontact gegaan.

‘Wat hebben jullie daar in vredesnaam binnen liggen dat wij niet weten.

George Banner keek hem niet begrijpend aan. ‘Wat bedoel je?’

Daniëls fronste zijn voorhoofd. ‘Maar George, je ziet toch zelf wel dat met alle materialen die op jullie voorraadlijsten voorkomen nooit een zo explosieve brand kan ontstaan als deze enorme agressieve vuurzee die we hier hebben?’

George Banner raakte nu echt in verwarring. ‘Nee, dat kan onmogelijk, dit moet aangestoken zijn en er moet van alles binnen gebracht zijn maar dat kan gewoon niet.’ Hij zweeg, leek te aarzelen. Daniëls merkte zijn aarzeling. ‘Wat is het George, schiet je iets te binnen? Zeg het man misschien kan je informatie helpen.

George Banner trok vertwijfeld zijn schouders op. ‘Eén vreemd ding heb ik maar. Vijsminuten voor de politie mij opriep was het alarm afgegaan, maar na minder dan een halve minuut stopte het weer. Ik zat al overeind om toch maar even te gaan kijken. Zo’n kort alarmsignaaltje hebben we ooit eens gehad toen het systeem pas opgestart was en daarna nooit meer. Vandaar dat ik bezig was op te staan om toch maar even naar de zaak te gaan. Maar toen belde de politie die vertelde dat jullie hier al waren en dat de brand enorm was. Ik heb werkelijk geen idee wat er gebeurd is en hoe deze brand is ontstaan.’

‘Het zal mij benieuwen of na deze extreme hitte er nog wat te vinden is waaruit we kunnen afleiden waardoor de brand is ontstaan.’ Daniëls pakte zijn 3D communicator uit zijn zak en drukte op de knop. Het beeld van een van de brandweermannen aan de andere kant van het gebouw stond plotseling naast hen. De mans gezicht vertoonde doodsangst. ‘Commandant, we houden het hier niet. Het wordt steeds heter. We moeten ons terugtrekken. We kunnen van hieruit niet anders dan de boel maar uit laten branden. Alles begint ook witgloeiend in elkaar te zakken. Het lijkt wel te smelten. Commandant, het wordt voor twee gebouwen hierachter ook erg heet. ‘Daar ook nat houden jongens!’ brulde Daniëls. En zich tot Banner wendend: ‘er is hier niets wat je kunt doen George. Ik vrees dat er van deze hele tent niets overblijft, het spijt me. Ga maar naar huis man en drink een pot koffie leeg want de politie zal straks ongetwijfeld een heleboel vragen voor je hebben.’

George Banner vertrok. Een wee gevoel in zijn maag vertelde hem dat zijn leven zoals hij dat tot nu toe kende plotseling voorbij was en dat de toekomst niets als vraagtekens bood.

Thuisgekomen trof hij zijn vrouw in de keuken. ‘Gut lieverd, je was ineens weg en ik heb nog geprobeerd je op te roepen maar je reageerde niet. Ik maakte me ongerust, ik dacht er zal toch niks met je gebeurd zijn. Nou, gelukkig niet maar je ziet er wel geschrokken uit.’

George Banner had moeite uit zijn woorden te komen. ‘Het is heel erg meisje,’ wist hij er tenslotte uit te brengen. GTC staat in de fik er zal niets van over blijven. Ik heb even met Phillip Daniëls gesproken, je weet wel van de brandweer en die zegt dat hij nog nooit zo’n krankzinnige brand heeft meegemaakt. Elk moment zijn er explosies en steekvlammen tot wel honderd meter hoog. De gebouwen in de omgeving die toch behoorlijk ver uit de buurt staan lopen door de hitte ook gevaar. Het is gewoon krankzinnig en wij hebben op de zaak helemaal nooit zulk gevaarlijk brandbaar materiaal ik snap het niet.

Ongetwijfeld zal de politie de nodige vragen hebben, maar dat zie ik straks wel. Geef me maar sterke koffie want ik moet goed wakker blijven. Oh ja, ik ga nu eerst Camden bellen. Eigenlijk had ik verwacht hem daar te zien en dat de politie hem ook had opgeroepen, maar hij was er niet, hm vreemd.’

George Banner pakte zijn 3D communicator en sprak de naam van Camden. Maar er gebeurde niets. ‘Dit is vreemd’, zei hij tegen zijn vrouw. George Banner voelde zich verre van zelfverzekerd.

35.

Het nieuws van de brand had William Carter en zijn vriend en collega Alex Fowler hard getroffen. Daarnaast hadden ze uit de mond van George Banner vernomen dat de man die juist een aanbod had gedaan voor een eigenlijk vijandige overname, de man van wie ze dan nog in hun eigen bedrijf afscheid hadden genomen wegens onverenigbare strategische inzichten, dat uitgerekend die man spoorloos verdwenen was.

De ochtend na de brand waren ze samen naar de uitgebrande resten gaan kijken. William Carter had zijn tranen niet kunnen bedwingen toen hij de resten van het ooit prachtige gebouw zag en hoe er verbazingwekkend weinig van de structuur over gebleven was. Geen muur was overeind gebleven. De politie had er nog rondgelopen. Ook herkenden ze enkele mensen van de verzekeringsmaatschappij die op en tussen de restanten rondliepen. Toen ze het terrein wilden betreden werden ze echter door de aanwezige politiemensen tegen gehouden. ‘Wij willen straks graag met u praten, maar pas als de experts van de verzekering klaar zijn,’ was er gezegd.  Carter en Fowler besloten maar naar huis te gaan en daar de berichten af te wachten. Die berichten kwamen inderdaad snel genoeg.

De verzekeringsmaatschappij was de eerste die hen opriep. De vertegenwoordiger bij wie ze tien jaar eerder de polis hadden afgesloten was inmiddels directeur van het bedrijf en vond het blijkbaar belangrijk genoeg om deze verzekerde, Gen Tech Corporation zelf te benaderen.

Na het afsluiten van de verzekering voor het gebouw en de benodigde personeelsvoorzieningen voor inmiddels tachtig man personeel, waarvoor jaarlijks enkele tienduizenden dollars aan premie betaald waren, hadden Carter noch Fowler contact met de verzekeraar gehad. Voor zover die contacten er wel geweest waren hadden die altijd via Camden gelopen, die tenslotte alle financiële zaken behartigde.

‘Harry Barlow’ stelde de verzekeringsman zich voor. ‘Ja heren, na ruim tien jaar kan ik mij goed voorstellen dat u mijn naam bent vergeten. Uiteraard heb ik eerst geprobeerd uw CFO te bereiken, maar die blijkt ineens onvindbaar, hoewel ik hem twee weken geleden nog sprak over een kleine wijziging is de polis. Gelukkig had ik uw beider gegevens nog. Vandaar dat ik u nu helaas moet lastigvallen.  Laat me maar direct met de deur in huis vallen. Toen ik twee weken geleden de heer Camden sprak vertelde hij dat er wat meningsverschillen over de bedrijfsvoering hadden gespeeld en dat u beiden boos de deur van het bedrijf achter u had dicht getrokken.’

Carter stak nu zijn hand op en zei: ‘Nou, mijn waarde verzekeraar, zo is het niet helemaal gegaan, maar gaat u vooral verder.

Barlow knikte en vervolgde: ‘Er is indertijd een polis afgesloten als verzekering tegen brand en schade anderszins tot een bedrag van twintig miljoen. Dat bedrag is door de jaren heen een aantal keren verhoogd tot vijfendertig miljoen. U zult echter willen begrijpen dat wij een dergelijk bedrag niet zonder grondig onderzoek uitkeren. Tenslotte zullen we moeten bepalen hoe de brand is ontstaan en wie er eventueel als schuldig kan worden aangemerkt op wie de schuld of een deel daarvan kan worden verhaald. Tot nu toe hebben onze experts op de plek van de brand onderzoek gedaan en een aantal plaatsen gevonden waar explosies de brand kunnen hebben veroorzaakt. Dat betekent dat er kennelijk opzet in het spel is geweest. Reden voor mijn maatschappij om niet direct tot uitkering over te gaan.

Will Carter voelde wrevel in zich opkomen. Hij keek zijn kompaan Alex Fowler aan. ‘Het blijkt dus waar te zijn dat verhaal over verzekeraars.’ ‘Wat bedoel je Will?’

‘Nou, over verzekeraars, als je een zaak afsluit tegen regenschade krijg je een paraplu, maar als het echt gaat regenen moet je hem inleveren.’

‘Heren, heren, dat is een heel flauwe grap met een lange baard’, kwam Barlow tussenbeide.

‘Ja, maar helaas heel toepasselijk. Je hoort van ons Barlow.’ William Carter verbrak geïrriteerd de verbinding. ‘We moeten eerst maar eens met de politie gaan praten Alex.

Zijn 3D communicator liet opnieuw een alarm signaal horen. Carter schakelde in en zat op het zelfde moment tegen over een politieman in uniform: ‘adjudant Delsing’, stelde de man zich voor. ‘U zult inmiddels weten dat een alles verwoestende brand vannacht uw bedrijfspand in de as heeft gelegd. Mijn oprechte deelname daarmee. Wij hebben echter meerdere redenen gevonden via de experts die de brand onderzoeken om u te willen spreken. Overigens is het onderzoek naar de oorzaken nog lang niet afgelopen. Het zal waarschijnlijk nog een week duren voordat we een definitief schaderapport kunnen verwachten. Echter in het licht van de verstoorde verhoudingen tussen de directieleden is het toch nodig dat wij met u spreken, ook al om het feit dat uw CFO merkwaardigerwijze onvindbaar blijkt. Ik wil u daarom vragen om vanmiddag u op het hoofdbureau van politie hier te stede te melden.’

‘Ik begrijp het’,  zei Carter. Alex Fowler knikte.

Die middag meldden ze zich op het politiebureau. De agent aan de receptie wees hen naar de tweede etage waar adjudant Delsing hen ontving in een verhoorkamer. Ze namen plaats aan een kant van de tafel tegenover Delsing die aan zijn kant van de tafel vergezeld werd door een secretaresse met opname apparatuur. Carter en Fowler namen wat nerveus plaats, enigszins geprikkeld door de gereserveerde houding van de adjudant die niet eens de moeite had genomen hen de hand te schudden.

Nadat hij datum en tijd had genoemd sprak hij: ‘Verhoor van de heren William Carter en Alex Fowler betreffende de verwoestende brand die in de afgelopen nacht het gebouw van de Gen Tech Corporation alhier volledig heeft verwoest. Wij zoeken opheldering over de verdachte omstandigheden die tot de brand hebben geleid.’

‘Heren,’ richtte hij zich nu tot de enigszins verbouwereerde mannen tegenover hem. “het zal u mogelijk niet verbazen dat wij de omstandigheden waaronder de brand is ontstaan, zo is inmiddels al uit het onderzoek gebleken, als verdacht hebben aangemerkt. Dat is de reden dat we u juist hier op het politiebureau hebben genodigd. Het staat vast dat strafbare feiten de brand hebben veroorzaakt en we hopen dat u hierover enige opheldering kunt geven. En ik verzoek u dan ook mijn vragen naar waarheid te beantwoorden.’

De ambtelijke toon van de politieman liet niet na een onrustig gevoel bij Carter en Fowler te veroorzaken.

Delsing ging verder: ‘Uit een eerder gesprek dat een van onze medewerkers had met uw security man, Banner, overigens oud collega van ons, hebben we begrepen dat er tussen u en uw CFO een forse clash heeft plaats gehad, waarna u beiden woedend het pand hebt verlaten.’

Alex Fowler stak nu zijn hand op: ‘Ik kan mij niet voorstellen dat Banner dat zo gezegd heeft. Hij was veel beter op de hoogte van de redenen van de onenigheid.’

‘Ik vermoedde al dat onze medewerker die het interview ter plekke van de heer Banner heeft afgenomen wat erg beknopt in zijn beschrijving was geweest.’ Delsing wendde zich tot zijn secretaresse: ‘Nodig Banner uit zodat we hem zelf kunnen horen.’ En tot Carter en Fowler: ‘U moet goed begrijpen heren dat jarenlange ervaring in het oplossen van misdaden die het gevolg zijn van ruzies ons erg nieuwsgierig maken naar wie zich niet heeft kunnen beheersen. Ik begrijp nu echter dat ik door u nu al uit te nodigen enigszins voorbarig heb gehandeld. Wij zullen eerst zelf oud collega Banner horen. U kunt gaan. ‘Verhoor beëindigen’, zei hij nog tegen zijn secretaresse terwijl hij op een knop drukte waardoor de deur automatisch open ging.

William Carter en Alex Fowler verlieten verbijsterd het politiebureau nauwelijks een half uur nadat ze het betreden hadden.

36.

Nadat het levenloze lichaam van Ronald Camden het verborgen mortuarium was binnengebracht was het na uit de lade gehaald te zijn in een vloeistof gelegd waarin alle lichaamsweefsels inclusief de beenderen oplosten tot een licht geleiachtige vloeistof. Ongeveer tachtig liter was er van deze enigszins grijsachtige vloeistof.

De tunnel waarin zich de verborgen deur van het mortuarium bevond maakte deel uit van een netwerk van ondergrondse wegen. Ondergronds bevonden zich dan ook vele bedrijfsruimten die onderling verbonden waren. Het verwerken en vermengen van organisch afval, waardoor individuele herkenbaarheid praktisch uitgesloten werd behoorde tot de kerntaken van enkele daar gelegen bedrijven. Producten die weer van economisch belang konden zijn werden daaruit gefabriceerd. Daarbij viel te denken aan kunststoffen, maar ook papier en met name kledingstoffen.

Van Ronald Camden zou weinig meer gehoord of gezien worden. Door het product Telomerase 2 openlijk en tamelijk opzichtig, ja bijna agressief  op de markt te brengen was de aandacht van de belangrijkste farmaceutische bedrijven getrokken. Al ruim twee eeuwen was de farmaceutische industrie bezig met het beheren van de menselijke gezondheid en welzijn. Het ligt dan ook voor de hand dat de gezamenlijke farmaceutische bedrijven geen belang hebben bij volkomen gezonde mensen. Voor zieke mensen het leven leefbaar houden met hun producten was altijd het ultieme doel, maar in vredesnaam niet genezen. Dat zou de dood van de meeste bedrijven betekenen. Telomerase 2 beloofde veel thans noodzakelijke farmaceutische zorg voor lange tijd onnodig te maken. Het product moest derhalve gecorrumpeerd worden.

Vier weken na de brand kwam er een uitnodiging van de directie van een van de grootste farmabedrijven, Farma Com, die luidde:

Uitnodiging voor een zakelijke bespreking.

De Heer William Carter.

De verwoestende brand die uw bedrijf geheel in de as legde heeft ons zeer getroffen. U had zich, zo begrepen wij uit het bedrijf teruggetrokken om zich aan verdere ontwikkelingen te kunnen wijden zonder u nog met de productie van het bestaande product te moeten bezig houden. Echter door tijdig onderhandelen met uw CFO hebben wij de patenten die in zijn bezit waren kunnen verwerven. Uw reputatie als wetenschappers kennende willen wij u in de gelegenheid pogen te stellen binnen ons bedrijf een positie te verwerven waarbinnen u uw onderzoek kunt voortzetten.

Laat ons s.v.p. weten wanneer het u schikt.

Met vriendelijke groet

Benthe Morenus (CEO)

Alex Fowler kreeg een identieke uitnodiging.

Fowler had Carter bezocht om te vernemen wat hij van deze uitnodiging vond.

‘Wat denk jij Will?’ vroeg Alex Fowler. Zaten we hier op te wachten of hebben we te maken met een poging om ons definitief van de markt te halen.

William Carter zat somber voor zich uit te kijken. ‘Het zou niet de eerste keer zijn dat de bekende strategie wordt gevolgd om een geniale vinding binnen een bedrijf te laten ontwikkelen om hem vervolgens voor goed op de plank te laten liggen vanwege de verwoestende concurrentie die erdoor zou ontstaan. Ik wil wel dat ons werk de mensheid ten goede komt en als het gaat zoals ik vermoed dat het zal gaan zal deze grote Farmaceut  roepen dat bij de brand alle productie mogelijkheden verloren zijn gegaan.’

Alex Fowler keek zijn partner aan. Na meer dan tien jaar ontwikkelen met als resultaat een prachtig product begon de harde werkelijkheid tot hem door te dringen. Hij merkte aan Carter dat het vroegere vuur gedoofd was. De vroeger zo briljante en enthousiaste wetenschapper William Carter leek lamgeslagen, uitgeblust.

‘Het ergste is,’ ging Carter verder, ‘dat we de deal niet hebben kunnen afronden, we hebben niets meer, we zijn alles kwijt. De verzekering gaat voorlopig niets uitkeren. Straks moeten we ons nog verweren tegen de beschuldiging dat we de boel zelf in de fik hebben gestoken.’ William Carter was opgestaan en naar het raam van zijn woonkamer gelopen. Fowler zag hoe hij vermoeid en licht gebogen naar buiten staarde.

‘Hoe dan ook Will, we zullen verder moeten. Vind je niet dat we in ieder geval op deze uitnodiging in moeten gaan? Misschien krijgen we de mogelijkheid om het vervolgonderzoek op te starten.’

‘Ach beste Alex, ben je nu werkelijk zo naïef? Ik kan je nu al ongeveer voorspellen wat er gebeuren gaat…’ Alex Fowler keek zijn kompaan in verwarring aan. Nooit eerder in de achterliggende jaren had hij hem zo pessimistisch meegemaakt.

‘Maar wat denk je dan?’ vroeg hij.

William Carter was weer gaan zitten. ‘Luister oude vriend, ik vertel je nu het scenario van de gebeurtenissen die geleid hebben tot de ondergang van ons bedrijf. Ik heb namelijk een sterk vermoeden dat het als volgt is gegaan: Camden met uitsluitend winstverwachtingen op zijn netvlies heeft naar de medische wereld veel te wervende promotie bedreven waardoor het merendeel van de collega-bedrijven geschrokken zijn. Een geneesmiddel waarvan vast staat dat mensen langer en probleemloos gezond blijven en dat redelijk verkrijgbaar is vernietigd elke positieve winstverwachting van de anderen. Let op mijn woorden: het onderzoek naar de oorzaak van de brand gaat maanden duren. Tenslotte zal het resultaat van het onderzoek zijn dat de verzekering constateert dat de brand is aangestoken maar dat de dader of daders niet gevonden kunnen worden. Kortom een professionele klus. Wij zullen worden afgescheept met een fooi. Let maar op mijn woorden. We mogen blij zijn als we in plaats van de honderd miljoen die we vroegen tien miljoen of minder nog krijgen aangeboden. Hoe dan ook, in de verste verte niet genoeg om opnieuw te beginnen. Resultaat: onze collega’s blij. Een gevaarlijke concurrent uitgeschakeld en geen haan die er naar kraait. En wat doen ze dan met die twee sukkels die dachten dat ze het heilig levenselixer gevonden hadden?’

‘Ja wat dan?’ reageerde Alex Fowler die verbijsterd naar de tirade van zijn vriend had zitten luisteren.

‘Nou Alex, dat zal ik je ook vertellen. Als ultiem teken van medeleven krijgen we het schijnheilige aanbod om voor een van de grootste Farmabedrijven ons onderzoek voort te zetten. We krijgen er zelfs een riant inkomen voor aangeboden. Maar wat we vinden, de uiteindelijk resultaten van ons onderzoek zal altijd op de plank blijven liggen. Altijd zullen er reeksen CFO’s klaarstaan om duidelijk te maken dat de tijd niet rijp is of andere slappe onzin. Dat, m’n beste Alex is wat er gebeuren zal.

‘Nou ja Will, ik deel je mening goeddeels, maar ik ben toch iets minder somber’, Alex Fowler was nu opgestaan en stond voor zijn vriend die in zijn stoel was blijven zitten. ’Maar denk jij ook niet dat het hoog tijd is dat we weer eens met Brian Uliger praten?’

‘Ja, dat moesten we maar weer eens doen, misschien kan Brian nog enig licht in de duisternis werpen’ antwoordde zij vriend.

37

De brand die het GTC gebouw had verwoest was uiteraard het gesprek van de dag geweest tijdens de brainstorm de volgende morgen bij NIC.

Nils Bexon was van mening dat het wel heel onfatsoenlijk zou zijn om op te merken dat de verzekering de schade wel zou betalen maar dat het eigenlijk wel mooi uitkwam dat Carter en Fowler in het nieuwe project een prominente rol zouden kunnen spelen.

Ronald Walters die gewoonlijk de bijeenkomsten voorzat vond dat het inderdaad vrij onfatsoenlijk zou zijn om het voor de beide heren ontstane probleem op die manier in hun bijzijn te benaderen, maar dat het zeker gewenst zou zijn te proberen beide heren bij het teleportatieproject te betrekken.

Judith was van mening dat het voor de hand lag dat Carter en Fowler eerst contact zouden zoeken met Brian Uliger die al eerder betrokken was geweest, samen met haar overigens, bij de onderhandelingen over de overname van het bedrijf door de thans spoorloze Ronald Camden.

Judith werd gevraagd Brian Uliger te benaderen, wat zij toezegde.

Will Carter en Lex Fowler zaten twee dagen later samen met Brian Uliger enigszins onwennig aan de keukentafel bij Judith. ‘Ik kook wel wat en een glaasje wijn erbij. Ik vermoed dat die mannen zo gespannen als een snaar zijn door alle gebeurtenissen’, had Judith gezegd. ‘Volgens mij ontdooit de huiselijke kring het beste. Carter en Fowler zijn allebei vrijgezellen en altijd aan het werk geweest. Een beetje ontspanning kan geen kwaad. Bovendien kennen ze Brian al jaren en mij hebben ze tijdens de onderhandelingen over de verkoop van de rest van de aandelen van het bedrijf aan Camden ook al eens ontmoet. Dat kan een geruststellend effect op hen hebben. Natuurlijk zullen we een voorzichtige poging doen om hen te betrekken bij het teleportatie project. Het ligt per slot van rekening waarschijnlijk in het verlengde van wat tot nu toe de kern van hun werk was.

Judith had een smakelijke stoofschotel van rundvlees gemaakt, gemarineerd in rode wijn. Brian had op haar verzoek een paar flessen Pomerol meegenomen.

‘Laten we eerst maar wat eten en drinken’, had Judith voorgesteld dan kunnen jullie onderwijl je verhaal over die verschrikkelijke brand kwijt. 

William Carter kon aanvankelijk zijn verdriet en woede over de brand bijna niet verbergen, zodat Alex Fowler het verhaal maar overnam. ‘Het was met recht een confrontatie met de harde werkelijkheid’, zei hij. Ík zat die ochtend bij Will thuis toen die vent van de verzekering contact opnam. Wij kregen allebei het gevoel dat hij insinueerde dat wij de brand misschien wel zelf hadden aangestoken. We waren tenslotte met onenigheid uit ons eigen bedrijf weggegaan, zei hij en er waren sporen gevonden van explosies. Wij kregen echt het gevoel dat hij ons beschuldigde, nou ja, beschuldigde misschien niet, maar het wekte de indruk dat zulke dingen in zijn ervaring wel vaker gebeurden.’

William Carter had zich weer wat beter onder controle gekregen. ‘Het hele bedrijfspand was, of is moet ik eigenlijk zeggen, verzekerd voor vijfenveertig miljoen en dan heb ik het nog niet over de verzekeringen die we op het personeel hebben lopen en op de verzekerde leningen die we op de productie en de aansprakelijkheidsverzekering hebben lopen. Voorlopig is het een droevige zaak want ook de hele voorraad van het product dat inmiddels verkocht en betaald was is in de brand verloren gegaan. Op het ogenblik staan we er hopeloos voor. En dan praat ik nog maar niet over de loonderving van het personeel en over wat die verdomde Ronald Camden nog meer was aangegaan. Nou ja, dan is er misschien één enkel licht puntje. William Carter haalde de uitnodiging van Benthe Morenus uit zijn binnenzak en overhandigde die aan Brian.

‘Mijn hemel’, zei Brian nadat hij de uitnodiging had gelezen, dit zou ik niet als een lichtpuntje zien ,aar eerder als een rood licht. Allemachtig, zit die ouwe tang daar nog steeds op de troon? Dan is het oppassen geblazen jongens. Ze staat aan het hoofd van een syndicaat waaronder een paar kleinere en twee grote Farma bedrijven vallen. Ik begrijp nu dat ze geprobeerd heeft via Camden jullie bedrijf te kopen, althans dat moest hij geloven. Hij is zoek is het niet? Zorgelijk’, zei Brian.

Hoezo, wat bedoel je? Wilde Alex Fowler weten.

Brian keek de beide mannen bezorgd aan. ‘Het is goed dat deze uitnodiging hier ter sprake komt. Het is duidelijk dat jullie je alleen maar met productontwikkeling hebben bemoeid en niet met de handel erin.

‘Dit klinkt allemaal vrij dreigend’, zei Carter, ‘moeten we ons dan ongerust maken?’

Brian was opgestaan om een tweede fles wijn te openen die op de aanrecht stond.

Over zijn schouder naar hen kijkend zei hij: ‘Als ik het heel vriendelijk zou moeten uitdrukken, dan is de wereld van BigFarma na alle jaren en alles wat ertegen is ondernomen nog steeds een gevaarlijke beerput en Benthe Morenus roert er met grote vaardigheid in.

Er viel een diepe stilte.

Tenslotte verbrak Will Carter de stilte: ‘Maar wat vind je dan wat we doen moeten, we kunnen toch niet helemaal niet reageren?’

‘Luister mannen, ging Brian verder. Neem van mij aan dat Bente Morenus en haar spionnen al een paar jaar op de hoogte zijn van wat jullie aan het doen waren. Dat jullie een CFO hebben ingehuurd die niet bij hun club hoorde hebben ze achteraf een domme fout van hun organisatie gevonden. Ik heb indertijd niet voor niets mijn Farma afdeling afgestoten. Wij hebben nog steeds een grote organisatie met heel veel security medewerkers, maar de strijd in de Farma wereld is gevaarlijk. Een product dat werkelijk bewezen mensen een heel lang en gezond leven brengt wekt bergen criminele tegenstand op als regel wordt publiek verschijnen met succes tegen gewerkt waarbij niet zelden mensen verdwijnen. Het zou mij dan ook in het geheel niet verbazen als er van Ronald Camden nooit meer iets wordt vernomen. Dat soort verdwijningen hebben we vaker gezien.’

‘Maar doet de politie daar dan helemaal niets tegen?’ Riep Alex Fowler verontwaardigd.

‘Beste wetenschapper, vergeleken bij BigFarma staat de politie als een dorpsveldwachter tegenover het leger. Farmaceuten kennen als geen ander ogenschijnlijk natuurlijke methoden om levens snel te doen ophouden en voor geraffineerde gewelddadigheden hebben ze een leger aan specialisten waar de geheime diensten een puntje aan kunnen zuigen.

William Carter en Alex Fowler zaten als versteend op hun stoelen.

‘Eigenlijk’,  ging Brian verder, zijn jullie tot nu toe de dans ontsprongen door het feit dat Camden eigenlijk een armetierige gulzige graaier was. Maar goed, dit gezegd hebbend, ik denk dat er licht aan het eind van deze tunnel is. Ik stel voor dat we heel even de zorgen opzij zetten en even het nu al heerlijk ruikende werk van onze gastvrouw eer aan doen.’

‘Licht aan het eind van de tunnel, bestaat dat nog?’ vroeg William Carter enigszins angstig.’ Wij dachten al in rustig vaarwater gekomen te zijn toen de onderhandelingen met Camden over de overname de goede kant op leken te gaan.’

‘Ja, daar wil ik het straks na het eten graag met jullie over hebben, maar zet nu eerst die verrukkelijke stoofpot van je maar op tafel Judith. Ik denk dat we het grimmigste gedeelte nu wel hebben gehad.’

Enigszins verbouwereerd schoven Carter en Fowler aan tafel.

Brian hief zijn glas. ‘Ik drink op onze geweldige gastvrouw en op een verrassende toekomst.’

William Carter en Alex Fowler keken elkaar aan met ogen vol vragen.

38.

De brand waarbij het GTC gebouw volledig verwoest was pas een week geleden.

Het was maandagochtend, negen uur. De gebruikelijke brainstorm sessie zou beginnen. Brian Uliger was ook uitgenodigd en Begonnen zou worden met een update met betrekking tot het proefdier onderzoek betreffend de effecten van teleportatie.

Op de faculteit diergeneeskunde vond eveneens regelmatig overleg plaats, waarbij hoogleraar Wesley Bronston en dierenarts Lars Havers en twee studenten van de faculteit. Het hele project liep onder geheimhouding en moest om die reden zo weinig mogelijk opvallen.

Het bestuur van de universiteit had onder voorwaarde van volstrekte openheid een belangrijke bron van sponsorring vanuit de farmaceutische industrie. Eigenlijk was het zo dat onderzoek dat leidde – of kon leiden tot uitkomsten die niet in het belang van BigFarma waren, of zelfs daar tegen, sterk ontraden werden. De farmaceutische industrie sponsorde jaarlijks voor miljoenen en de universiteit was daardoor nagenoeg volledig afhankelijk van deze sponsorgelden. Het lag dan ook voor de hand dat het onderzoek naar het effect van teleportatie op het welzijn van dieren geen instemming van de sponsor zou krijgen.

‘Ach weet je’, had Wesley Bronston tegen Lars Havers gezegd: ‘Als je realistisch denkt zoals onze sponsor, dat moet je wel toegeven dat de hele farmaceutische industrie geen rooie cent verdient aan dieren die blakend gezond zijn en geen medicijnen nodig hebben.’

‘Nou ja, behalve dan al die vaccinaties dan, waarvan ik me ook steeds vaker begin af te vragen of dat nu nodig is.’

Bronston had hem even aangekeken, maar hij had niets gezegd.

Via de praktijk van Lars Havers waren intussen nog vijf zieke honden op soortgelijke wijze binnen gekomen als het eerste setterteefje. Ze waren na behandeling en observatie steeds meegenomen naar een bevriende kennel buiten de universiteitscampus. Maar toch, de  geheimzinnigdoenerijen, de werkwijze waarbij men voortdurend op zijn hoede moest zijn leverde op den duur te veel stress op.

Jeffrey Bronston had zich inmiddels diepgaand gecommitteerd aan het onderzoek. Om de druk van de verplichting om les te geven aan studenten diergeneeskunde te verminderen, wat tenslotte zijn rol voor de universiteit was, had hij zich gaandeweg laten vervangen door oudstejaars studenten in wie hij vertrouwen had en die communicatief een zeker begaafdheid hadden. Deze studenten waren dikwijls tijdens disputen en wetenschappelijke discussies al opgevallen om hun goede en gemakkelijke taalvaardigheid. Het bleef echter wel zo dat er een aantal colleges door Bronston zelf gegeven moesten blijven worden. Het ergerde hem in toenemende mate dat hij niet al zijn tijd aan het onderzoek kon wijden.

Lars Havers was tien jaar eerder cum laude afgestudeerd. Lars was tegenwoordig uitgebreid betrokken bij het “Onderzoek van de effecten van teleportatie op gezonde weefsel structuren bij honden” zoals ze het onderzoek veiligheidshalve maar hadden genoemd.

Die betreffende maandagmorgen in de brainstormkamer van N.I.C. was het onderzoek aan de orde gekomen en bij uitzondering – Ronald Walters – hield externen, zoals hij iedereen aanduidde die niet tot hun directe kringetje behoorde, het liefst buiten de deur. Op deze bijzondere morgen was er met ieders instemming evenwel een wel heel grote uitzondering gemaakt. Nou ja, Brian Uliger hadden ze al vaker in hun midden toegelaten, Maar Lars Havers was nieuw, hoewel zijn naam via Nils wel bekend was, en zijn vroegere hoogleraar, Jeffrey Bronston ook en dan natuurlijk die twee mannen wier hele bedrijf door een gigantische brand in de as was gelegd, William Carter en Alex Fowler die kenden alleen Brian en Judith. Judith had het allemaal georganiseerd. Verstandig als ze was, zichzelf en haar ongeduldige gedrag wat haar soms parten speelde als ze niet snel genoeg begrepen werd kennende, had ze Nils Bexon gevraagd een uitgebreide inleiding te houden. Nils had zich goed voorbereid en dat was ook nodig zoals zou blijken.

Nils begon: ‘Beste mensen, het zal jullie niet zijn ontgaan, de media staan er tenslotte vol van, dat William Carter en Alex Fowler, voor het eerst in ons midden, een gevoelig verlies hebben geleden. Het bedrijf waarbinnen zijn in ruim tien jaar zo succesvol werkten aan een volstrekt nieuwe farmaceutisch product is recentelijk in vlammen opgegaan, waarbij zelfs de gehele handelsvoorraad verloren is gegaan. Uiteraard is er enige, zij het schrale hoop dat de verzekering nog iets van het verlies goedmaakt, maar dat zal afhangen van het uitgebreide onderzoek ter plaatse. Graag zou ik een van de heren willen vragen te vertellen welk product in de achterliggende jaren door hen is ontwikkeld zodat wij mogelijk een reden voor onze eventuele betrokkenheid of toekomstige betrokkenheid kunnen zien.’

Nils had zijn korte inleiding staand uitgesproken en keek Carter en Fowler nu vragend aan.

Carter die de zestig naderde was stevig van postuur. Met een lichte aarzeling was hij opgestaan.

‘Dames, heren, begon hij, ‘mijn naam is William Carter. Evenals mijn collega Alex Fowler heb ik farmacie gestudeerd met als specialisatie celbiologie, genetica en endocrinologie – voor uw duidelijkheid, endocrinologie handelt over klieren die hun stoffen aan ons bloed meegeven en die we vaak kennen als hormonen en ook als enzymen. Nee, wees niet bang, ik zal hier niet een lang referaat farmacie houden, maar mij beperken tot een verklaring met betrekking tot het specifieke product waarop wij trots waren – of zijn moet ik misschien beter zeggen.’

William Carter schraapte zijn keel en keek de aanwezigen aan.

‘Welnu,’ ging hij verder, op welke wijze onze aanwezigheid hier voor ieder van u en van ons iets oplevert zal moeten blijken, maar na de vreselijke teleurstellende verliezen in de afgelopen periode proberen Alex en ik de moed te vinden om een beeld van een mogelijke toekomst voor ons beiden te zien en eerlijk gezegd zijn wij dankbaar dat we vandaag hier voor het eerste buiten wat eens ons bedrijf was een verhaal mogen houden voor een gezelschap – naar we begrepen hebben – van serieuze wetenschappers, waaronder naar ik begrepen heb ook medici.’ William Carter pauzeerde een ogenblik om opnieuw even de blikken te peilen die aandachtig op hem gericht waren. Dan ging hij verder: ‘Wie heeft er als kind of misschien zelfs later nooit de sprookjesachtige verhalen over een zogenaamd levenselixer gehoord. Wonderbaarlijke brouwsels die de mogelijke levensduur van de mens konden verlengen tot in het oneindige. Of misschien anders de verhalen met als heel zeldzame hoofdpersonen zogenaamde Highlanders die om eeuwig in leven te blijven elkaar moesten bestrijden en doden. Ik zie aan uw gezichten dat in een aantal van u nu enige twijfel begint te rijzen aangaande mijn verstandelijke vermogens. Ik kan u echter verzekeren dat wij in de achter ons liggende jaren niet bezig zijn geweest met het najagen van sprookjes, maar met wetenschap. Kort samengevat hebben wij een variant van een bestaand enzym ontwikkeld onder de handelsnaam “Telomax” dat voor de regelmatige gebruiker, intraveneuze toediening voorlopig, uitzicht biedt op een beduidend langer en ook gezonder leven.’

William zweeg nu even omdat er nu een verbaasd geroezemoes ontstond dat hem overigens de gelegenheid bood even een glas water te drinken. Dan ging hij weer verder.

‘Het product was pas kort op de markt en op grond van het feit dat u allemaal nog relatief jong bent had u er vermoedelijk nog nooit van gehoord, maar aan de andere kant was het ook zo dat door de visie van onze inmiddels spoorloos verdwenen CFO de prijs van het product exorbitant hoog was. Eigenlijk hebben we daardoor ook geen sprekende successen uit de publieke ervaring te melden. Klinische studies laten evenwel zien dat de werking van het product ontegenzeggelijk is.

Als uitgangsaanname zijn wij ervan uit gegaan dat de gebruikelijke verklaring voor veroudering juist is. Dat die gelegen is in het feit dat voortschrijdende reductie van het aantal actieve en effectieve lichaamscellen als voornaamste oorzaak moet worden gezien en dat deze reductie voornamelijk te wijten is aan het onvermogen van cellen om zich te vernieuwen door de zogenaamde mitose, de celdeling door kopiëring van het DNA. Dit is het gevolg van het opraken van de zogenaamde telomeren die, gelegen aan begin en einde van het DNA molecuul de veilige en vooral foutloze mitose mogelijk moeten maken. Wij hadden initieel in ons onderzoek wel gevonden dat de geslachtscellen zich veel langer bleven reproduceren dan de overige lichaamscellen en dat dit weer te danken was aan een aldaar geproduceerd enzym, telomerase dat zorgt voor de vervanging van de telomeren die na elke deling afbrokkelen.

Echter, de telomeren die in de geslachtscellen, de meiose, de typische celdeling waarbij ofwel de vaderlijke of wel de moederlijke halve DNA streng gevormd wordt moeten gescheiden worden gehouden van de gewone lichaamscellen. Halve telomeren lijken de normale celdeling op hol te doen slaan en zo kankervorming te bespoedigen.

Als anekdote het volgende verhaal,’ William zweeg opnieuw even om zich ervan te overtuigen dat alle ogen nu op hem gericht waren.

In het eerste kwart van de eenentwintigste eeuw was er een puissant rijke industrieel die zich verbeeldde vlees voor menselijke consumptie te kunnen produceren zonder dat daar levende dieren aan te pas hoefden te komen. Hij voegde het enzym telomerase, zoals in de vorming van spermatozoön voorkwam toe aan spierweefsel van rundvlees of kippenvlees of varkensvlees en zag tot zijn genoegen de wonderlijke amorfe vleeshoeveelheid groeien. Een poosje werd het product verkocht als kweekvlees. Mensen vonden dat het eruit zag als vlees, dat het rook als vlees en dat het smaakte als vlees en dat ze het dus wel konden eten als vlees. Veel consumenten ontwikkelden echter verschillende kankers. Het kweekvlees dat ze aten was eigenlijk tumorweefsel.’

Er ontstond nu enig geroezemoes onder de toehoorders:

‘Maar was er dan in die tijd helemaal geen controle op de voedselveiligheid?’ wilde Ronald Walters weten.

‘Oh ja zeker wel,’ Antwoordde William Carter, ‘maar met de kennis van toen, dus primitief eigenlijk. Onderzoek werd in die tijd eigenlijk pas gedaan als er iets ernstig mis ging. Trouwens, als er grote financiële belangen op het spel stonden vaak zelfs dan niet. We zijn tegenwoordig gelukkig wat zorgvuldiger geworden. Maar kom laat me uw aandacht niet langer vragen dan nodig. We hebben na jaren onderzoek een variant van het enzym telomerase ontwikkeld. De ervaring heeft geleerd dat voor een goed resultaat een intraveneuze injectie van dit enzym gegeven moet worden, waarbij de dosering onder meer afhankelijk is van het lichaamsgewicht. Het resultaat is dan dat de verouderingsverschijnselen zo goed als stoppen.

Met een beperkt aantal kapitaalkrachtige proefpersonen hebben we nu net geen drie jaar goede resultaten, moet ik met enige schaamte toegeven. Helaas is ons resultaat door de brand nu verloren gegaan.’

William Carter wiste zich het zweet van het voorhoofd en ging weer zitten.

Ronald Walters was opgestaan. ‘Een goed moment voor een koffiepauze’, zei hij.

39

Ronald Walters was opgestaan nadat er koffie gedronken was en ieder van de aanwezigen een beetje links en rechts met elkaar gesproken had.

‘Mensen, zullen we weer to the point komen? Deze twee heren die vandaag voor het eerst in ons gezelschap verkeren hebben in de achterliggende jaren iets uitgevonden wat niemand ooit eerder heeft kunnen doen. De zeer toepasselijke referentie aan de verhalen over het wonderbaarlijke levenselixer sprak mij niet alleen aan, maar zij hebben bewezen dat de werkelijkheid oude sprookjes begint in te halen. Hoe dan ook, juist in verband met een onderzoek wat wij zelf hebben opgestart is het zeer passend dat deze twee heren,’ – hij knikte veelbetekenend naar Carter en Fowler – bij ons zijn. Onze proef is opgezet door Nils Bexon en Judith Krantz’. Hij keek Judith aan.

Judith glimlachte: ‘Nee Ronald, voor de rust en de zorgvuldigheid heb ik met Nils afgesproken dat hij ons verhaal zal vertellen. In mijn haastige ongeduld zou ik belangrijke dingen kunnen vergeten.’

Er was een gemoedelijk gegrinnik te horen. Nils Bexon was opgestaan.

‘Een jaar of tien geleden heeft Judith de belangrijkste technieken ontwikkeld waarmee geteleporteerd kan worden. Het zal ongetwijfeld iedereen wel bekend zijn dat tegenwoordig belangrijke en vooral kostbare en kwetsbare voorwerpen geteleporteerd worden. De techniek bespaart enorm veel tijd en energie en uiteraard ook transportkosten, om nog maar niet te spreken van vervoerschade die op deze wijze voorkomen wordt, met alle narigheid van dien. De teleportatie techniek is jarenlang uitsluitend gebruikt voor levenloze voorwerpen. De reden daarvoor is de ervaring die wij hebben gehad met de vroegere CFO van Brian Uliger. Ach Brian, het is eigenlijk meer jouw verhaal, ons gezelschap kent het verhaal. Vind jij het erg om het voor Carter en Fowler te vertellen?’

Brian knikte: ‘Ja dat zal ik dan nog maar eens doen, maar ik moet er bij zeggen dat het gaat over een deel van mijn leven waarop ik niet trots ben. Nadat ik uit ons bedrijf mijn drie meest briljante ontwikkelaars kwijt was geraakt door buitengewoon bot optreden van onze toenmalige CFO, Cecil Hoyt, begonnen deze drie, Judith Krantz, Nils Bexon en Wilbur Taylor voor zichzelf, NIC, waar wij drieën nu ontvangen worden, en met succes, want vandaag na meer dan tien jaar zijn wij nu hun gast in een bloeiend bedrijf dat de meest uiteenlopende technische hoogstandjes ontwikkelt.

Een belangrijke vinding die voornamelijk Judiths werk was is vandaag nog steeds overal in gebruik bij speciaal goederenvervoer. Toen, moet ik zeggen, heb ik onvoldoende tegenstand aan Hoyt geboden. Hij was razend dat de drie ontwikkelaars weg waren en nog kwader dat ze succesvol waren. Judith kreeg de schuld van Hoyt. Hij wilde wraak. Hij wilde haar denken beïnvloeden door een minuscuul implantaat in haar hoofd te zetten. Daarvoor is zij in diep comateuze toestand naar ons bedrijf geteleporteerd. De gluiperige manier waarop dat gedaan is zal ik jullie besparen. Het gevolg was dat Judith een ernstige fout maakte die haar ex man en zoontje een ernstige schok heeft bezorgd die achteraf gelukkig te herstellen was. Daarna hebben we op de zelfde manier het implantaat weer weggehaald. Judith is dus enkele malen geteleporteerd. In mijn overmoed dacht ik dat het teleporteren een prachtige manier van razendsnel vervoeren was. Bij een demonstratie waar veel cliënten bij waren heeft Cecil Hoyt zich laten teleporteren. Judith en haar mensen hadden echter iets voorbereid wat een practical joke had moeten zijn. Cecil Hoyt werd op die dag naar het dak van het gebouw geteleporteerd. Het was een dag vol storm en regen. Gelukkig begrepen Judith en haar vrienden dat ik even hulp moest hebben om Hoyt weer te vinden. Toen we hem echter van het dak haalden was hij volledig van zijn verstand beroofd. Sindsdien zit hij in een verzorgingshuis. Wonderlijk is echter dat hij niet veroudert. Ik denk dat Nils het nu maar weer moet overnemen’.

Brian stopte en ging weer zitten.

Nils was opgestaan: ‘Ja Brian dank je wel. Nou, jij zei dat je niet trots op die periode was, maar dat waren wij ook niet. Natuurlijk hadden we toen behoorlijk de pest aan Hoyt met zijn jaloerse concurrentie streken, maar dit blijvend gebrek hadden we zeker niet gewild. Wel is deze gebeurtenis de reden dat we nooit levende have door middel van teleportatie hebben vervoerd. En eigenlijk – zeker voor een club ontwikkelaars – is het wonderlijk dat we nooit verder onderzoek hebben gedaan. Niet lang geleden begon het ons eigenlijk op te vallen dat wij allemaal er een beetje ouder uit beginnen te zien, behalve Judith. De gedachte kwam op, ik weet niet meer bij wie van ons, dat het mogelijk moest zijn om ernstig gewonde en bewusteloze slachtoffers naar een ziekenhuis te teleporteren en dat daarmee een boel kostbare tijd gewonnen zou kunnen worden. Tenslotte was Judith indertijd ook in bewusteloze toestand geteleporteerd en had die behandeling bij haar geen geestelijke afbraak veroorzaakt. Het moest dus om de bewuste waaktoestand gaan die kennelijk uitermate kwetsbaar was voor teleportatie. Om geen onnodige risico’s te nemen besloten we een hond in heel zieke toestand en onder verdoving te teleporteren naar de faculteit diergeneeskunde. We kregen daarbij de medewerking van dierenarts Lars Havers en hoogleraar Wesley Bronston. Goed, Lars is hier, die kan uit de eerste hand de gebeurtenissen vertellen.’

Lars Havers was opgestaan: Bij mij bracht een oude cliënt een setterteefje met kanker in de melklijsten. De oude man was verdrietig want de hond die hij van pup af aan had gehad moest nu geëuthanaseerd worden. Of ik dan ook maar voor de destructie wilde zorgen. Hij ging eigenlijk huilend weg. Ik dacht aan het verzoek om een dier te teleporteren dat ik van Nils had ontvangen en ik belde mijn oude hoogleraar, Wesley Bronston. Wesley vond het een interessant idee en stemde in. Toen wij echter de hond geteleporteerd hadden was ze onherkenbaar veranderd. Het was goed dat het dier gechipt was anders was de verwarring oneindig geweest. In plaats van een doodzieke hond met kanker onder narcose – uit die eerste ervaring met Hoyt wisten we dat het dier buiten bewustzijn moest zijn. Aan het geteleporteerde dier was echter niets van ziekte meer te vinden. Na ontwaken uit de narcose kregen we een rustige maar kerngezonde hond te zien. Bronston is laaiend enthousiast met het onderzoek bezig. Helaas moet dit onderzoek buiten medeweten van de universiteitsdirectie worden gedaan omdat BigFarma, net als in de gewone geneeskunde, nagenoeg alles sponsort. Wij houden de honden buiten de campus, maar we kijken uit naar een plek waar we niets met de universiteit van doen hebben.

Lars Havers was gaan zitten.

Nils was weer opgestaan. Hij keek William Carter en Alex Fowler aan: ‘Ja, en dan nu de vraag waar het ons vandaag allemaal om draait. Die vraag zouden we overigens ook gesteld hebben als jullie bedrijf nog bestond, wat helaas niet het geval is. De vraag is: zouden jullie bereid zijn mee te werken of zelfs initiatieven te ontwikkelen voor het onderzoek naar biologische ontwikkelingen ten gevolge van teleportatie. Het lijkt namelijk voor de hand te liggen dat er overeenkomsten zijn tussen mensen die behandeld werden met Telomax en de gevolgen van teleportatie?’

Carter en Fowler keken elkaar aan. Eigenlijk wisten ze even niet goed wat te zeggen.

Tenslotte zei Carter: Ik zou dit idee graag uitgebreid willen bespreken met mijn vriend en collega en als het kan zou ik graag zien dat jij, Brian daar ook bij bent.

‘Vinden jullie het goed dat we Judith er ook bij hebben?’ vroeg Brian.

‘Ik kook wel weer wat als iemand de wijn meeneemt’, lachte Judith.

Het gezelschap ging voor het merendeel aan het werk.

De gasten vertrokken.

40.

Het regende en er stond een flinke wind die avond.

In Judiths appartement was het altijd lekker warm. Judith hield van warmte en sinds nagenoeg alle kerncentrales waren vervangen door fusiecentrales was het probleem van kernafval eigenlijk ook opgelost. Eindelijk had de wereld goedkope energie. De centrales waren evenals andere nutsvoorzieningen gezamenlijk eigendom van de bevolking, waardoor de kosten laag bleven. Grote industriële producties waren er eigenlijk niet meer sinds het bezit van persoonlijke vervoermiddelen weinig voordelen bood boven gratis vervoer, behalve dan natuurlijk de altijd door slimme communicatiemethoden en reclametechniek BigFarma die nog steeds door het verkopen van hele en halve waarheden een machtig onderdeel van de economie vormde. Overheden probeerden al jaren de schijnvrijheid van farmaceutisch bedrog te weren, maar het leger van advocaten dat de rijkste industrietak ondersteunde en verdedigde leek onverslaanbaar.

Brian Uliger, zelf van oorsprong farmaceut, had er jaren geleden eigenlijk al afscheid van genomen, maar pas nadat zijn CFO Cecil Hoyt door een jammerlijk mislukte practical joke zijn verstand was verloren had hij zijn farmaceutische onderneming verkocht aan Carter en Fowler, die in zijn ogen oprechte wetenschappers waren.

Judith had even nagevraagd hoe Carter en Fowler tegenover visgerechten stonden. Toen bleek dat ze er allebei van hielden had ze besloten haar favoriete vispotje te maken. Jesse zou die avond ook mee-eten. Carter en Fowler hadden daar geen bezwaar tegen gehad, in tegendeel. Zijn roep was de briljante Jesse vooruit gegaan. Een zeer gewenste gesprekspartner.

Het ging ergens over deze avond er hing een verwachtingsvolle spanning in de lucht.

Voor William Carter en Alex Fowler was in de voorgaande week een belangrijke bron van zorg en ongerustheid weggevallen. Enig bewijs voor participatie in de oorzaak van de noodlottige bedrijfsbrand was niet gevonden. Integendeel. Uit de overdrachtspapieren die Benthe Morenus uiteindelijk bij de verzekering had getoond bleek tot haar grote woede dat zij haar androids prematuur op pad had gestuurd. Weliswaar was hun optreden zodanig angstaanjagend geweest dat de van de zenuwen trillende Camden alles maar had getekend, maar dat de voor Benthe uiterst pijnlijke waarheid was dat er weliswaar een mondelinge overeenkomst tussen Camden en Carter en Fowler was, maar dat de feitelijke onderhandelingen nog niet afgerond waren en de eigendomsoverdracht en de daarbij behorende financiële afwikkeling nog niet hadden plaats gevonden. Met andere woorden, Carter en Fowler waren de enige nog traceerbare eigenaren van het bedrijf. Natuurlijk zou er nog een zekere periode naar Camden als derde gerechtigde partij worden gezocht. Aan de door de androids meegenomen overdrachtspapieren kon evenwel onmogelijk enig recht worden ontleend. Hoewel de productie van Telomax stil was komen te liggen en dat voorlopig ook wel zou blijven had BigFarma 1n casu Benthe Morenus de nederlaag moeten incasseren. Het was haar niet gelukt het werkelijk succesvolle Telomax van de markt te krijgen. In de altijd met dubieuze middelen strijdende Benthe was de bedreiging van dit werkelijk geniale geneesmiddel nog levensgroot en zou ze elk middel inzetten om die dreiging in de kiem te smoren.

Enigszins knarsetandend moest de verzekering het volle verzekerde bedrag van vijfenveertig miljoen uitkeren. Grijnzend had Brian Uliger geroepen dat hij die graaierige tang, Bente Morenus al jaren kende en dat het duidelijk haar enige streven was geweest om Telomax, de op dat moment grootste bedreiging voor BigFarma kapot te maken.

‘Kijk’, zei Brian. Wat ik nu het allermooiste vind is dat Morenus nu denkt dat ze een dodelijke concurrent heeft gesloopt, terwijl in werkelijkheid die concurrent levendiger dan ooit is.’

‘Loop je nu niet wat hard van stapel Brian?’ zei Alex Fowler.

‘Ach, natuurlijk, je hebt gelijk. Mijn enthousiasme komt voort uit mijn verwachtingen betreffende de uitkomsten van een onderzoek – meerdere onderzoeken zelfs – die nog gedaan moeten worden, maar waarvan ik eigenlijk verwacht dat ik de uitkomsten al weet.’

William Carter keek Jesse aan die tegenover hem aan de tafel zat. Jesse had een verheugde uitdrukking op zijn gezicht en zat enthousiast te knikken.

‘Wat begrijp jij kennelijk wat wij nog niet zien Jesse?’ vroeg Carter.

‘Nou ik wil niet in mijn overmoedige jeugdigheid hier voor mijn beurt sprekend de discussie overnemen,’ antwoordde Jesse. En tegen zijn moeder en Nils Bexon: ‘maar mag ik even?’

‘Ga wat mij betreft gerust je gang,’ zei Nils. ‘Als ik het niet met je eens ben roep ik wel stop.’

‘Laat maat horen Jesse.’ Zei Judith.

‘Wat we tot nu toe hebben gezien bij de honden, na teleportatie, is dat ze als stralend gezond tevoorschijn kwamen. Verder moet ik eraan herinneren dat mijn moeder en ikzelf ook geteleporteerd zijn. Bij mij zie je, omdat ik jong ben en het verschil nog klein is er nog weinig van, maar ik heb wel het gevoel alsof ik nooit meer kapot kan. Mijn moeder ziet er nog uit als de jonge vrouw van zesentwintig die ze was toen het gebeurde. De lastige vraag die nog niet opgelost lijkt te zijn is die met betrekking tot het bewustzijn en de verstandelijke vermogens. De zaak Hoyt maakt duidelijk dat teleporteren in de waaktoestand vermeden moet worden, tenzij je een hersenloos voorwerp bent. Ikzelf werd geteleporteerd toen Camden mij door middel van een exploderende 3D communicator had getrakteerd op een grote dosis Curare twee, de sterkere variant van een pijlpunt gif dat schijndood opwekt, waardoor de geschoten prooidieren in het smoorhete klimaat niet bederven. Mamma had er vroeger ook al eens kennis mee gemaakt, waarna ze probleemloos geteleporteerd kon worden.’

‘Ja,’ zei Brian, dat hoort ook bij dat stuk waar ik bepaald niet trots op ben.’

‘Maar je wilt toch niet de mensen met curare behandelen voor ze geteleporteerd kunnen worden?’ Wilde Alex Fowler nu weten.

‘Nee, dat niet,’ ging Jesse verder. Maar wat we niet, of beter nog niet weten is het antwoord op de vraag wat er met de geest van iemand gebeurt als hij of zij geteleporteerd wordt als hij in een diepe droomtoestand verkeert want wat we zeker weten is dat de droom – en zeker de kunstmatig gecreëerde droom een heldere bewustzijnstoestand is.

Er viel een diepe stilte aan de tafel…

‘Maar beschikken we dan over een bruikbare diepe droomtoestand?, wilde Alex Fowler weten.

‘Ach, natuurlijk viel Judith nu in, jullie hebben als ijverige hardwerkende wetenschappers jarenlang geen vakantie genomen en zodoende ook geen kennis gemaakt met mijn uitvinding: de Holiday Leisure Imager, de HLI, zoals we die in vele bedrijven hebben staan. Werknemers kunnen daarin binnen vijf minuten een totale vakantie van drie weken naar keuze beleven zonder de kans op ongelukken, maar wel met alle lichamelijke effecten.’

‘Oh maar wacht even,’ zei William Carter nu, ‘Zo’n apparaat heeft Camden nog voor het personeel geleaset.’ En tegen Fowler: ‘Gut, daar bemoeiden we ons allemaal niet mee. Hij beweerde toen dat het zoveel goedkoper zou zijn in de ziektekosten door ongelukken, weet je nog?

Alex Fowler knikte peinzend.

Nils Bexon veerde nu plotseling overeind. ‘Ik kan me nog heel goed herinneren dat Jesse met zijn vader zo’n vakantie gingen houden in de HLI en dat het toen gruwelijk fout ging, dat ze plotseling in een brandend vliegtuig zaten…’ “

‘Ja, ik weet het nog goed riep Jesse nu.’

Brian stak zijn hand op: ‘Voordat het verhaal nu een grote warboel wordt voor William en Alex, laat mij nu maar vertellen wat er toen door helaas onze schuld – nou ja van Hoyt dan – echt gebeurd is. We hadden Judith in comateuze toestand naar ons bedrijf geteleporteerd. Hoyt was absoluut geen programmeur, maar hij had via de markt een minuscuul hersenimplantaat gekocht van een eiwitachtige structuur en waarmee de gedachtegang van iemand bestuurd kon worden. Dat hebben we geïmplanteerd en later na gebruik weer weggehaald.

In de tussentijd had Judith tijdens een HLI-controle een door ons gecontroleerde verwisseling en combinatie van twee droomprogramma’s veroorzaakt zonder het te beseffen. Het leek nu in de droom, waar een knapperend haardvuur in de passagiersruimte van een vliegtuig werd getoond als of het heel heet was en alsof het vliegtuig in brand stond. Twee beelden die doordat ze niet bij elkaar pasten paniek veroorzaakten in de dromende geesten.

‘Ja,’ kwam Jesse tussenbeide, tot overmaat van ramp was de man die voor de veiligheid moest zorgen en die onmiddellijk op de stopknop had moeten drukken even naar het toilet, wat tijdens de actie absoluut verboden was.

‘Maar wat willen jullie nou eigenlijk met die HLI? Nou ja, enigszins raken we nu toch wat in verwarring,’ zei Carter. Alex Fowler zat ook te knikken.

‘Dat begrijp ik zei Jesse, jullie zitten hier als twee serieuze farmaceuten tussen apparaten ontwerpers die heel veel invloeden op de belevingswereld van levende mensen hebben.,’ Nils Bexon had het woord genomen. Voor jullie is daaraan overigens heel veel diepgaand onderzoek te doen. Wij, apparatenbouwers hebben er ons tot nu toe tevreden mee gesteld dat we in elk geval op geen enkele manier schade veroorzaakten. En ondanks het feit dat we indertijd geweldig de pest aan Hoyt hadden spijt het ons toch meer dan we zeggen kunnen dat het zo met hem gelopen is bij de teleportatie.

Judith was opgestaan: ‘Ik denk dat we nu op het punt zijn aangekomen waar we vanavond tot een besluit en een mogelijk inzicht kunnen komen wat de nieuwe en vooral bruikbare oplossing moet zijn. Maar ik denk dat het een goed moment is voor een eenvoudige maaltijd en een goed glas wijn om de inwendige mens weer wat te versterken.’

Iedereen vond dat een smakelijk idee. Judith en Jesse dekten de tafel en een geurig vispotje met een heerlijk glas Pouilly Fume gaf ieder van de aanwezigen het gevoel van genoeglijkheid.

41.

Hoe komen we erachter of we in de HLI veilig geteleporteerd kunnen worden. Want dat de HLI een onverwachte – en zeker ook onverdachte dekmantel zou kunnen zijn was wel duidelijk. De activiteiten zouden een totale vernieuwing betreffen van het toch al vrij uitgebreide vakantie aanbod. Commercieel gezien was het een goede zaak om altijd weer met vakanties op nieuwe plekken op de wereld te komen. De reisorganisaties probeerden nog steeds hun programma’s te beschermen tegen de HLI programmatuur. Eerlijk gezegd was het aan de ene kant ook wel een beetje oneerlijk tegenover de mensen van de reiswereld die hun uiterste deden om onvergetelijke reizen te organiseren tegenover de gebruikers van de inmiddels meer dan duizend HLI organisaties. Het had bijna tot de ondergang van de meeste reisbureaus geleid. Zoals het echter met geweldige en grote uitvindingen gaat, meer en meer mensen begonnen toch te kiezen voor de echte reis met alle al dan niet echte risico’s eraan. De HLI installaties werden zeker nog gebruikt, ten slotte was de HLI beleving ook niet van een echte drieweekse vakantie te onderscheiden maar ach, nou ja, je wilde toch af en toe ook wel weer eens de echte vakantiebeleving waar dingen mis konden gaan en waarbij je bovendien in aanraking kwam met echte buitenlanders.

Sommige reisorganisaties waren echter verstandiger. Zij hadden de filosofie van het zakendoen in de reiswereld beter begrepen en gebruikten de HLI als aanvulling vanuit luxe resorts om de gasten spectaculaire aanvullingen te bieden. Een prachtige en zeer luxe combinatie. Met name belevenissen die normaal gesproken veel te gevaarlijk waren voor gewone mensen om te beleven konden via de HLI door nagenoeg iedereen beleefd worden.

Judith Krantz herinnerde zich nog met spijt een project dat bedoeld was geweest om mensen die iets meer dan gemiddeld te besteden hadden een soort dagelijkse persoonlijke beleving naar eigen keuze te bieden. Daartoe had ze voor het blote oog onzichtbare en trouwens ook ongemerkt draagbare stof ontwikkeld in combinatie met een sturende gel-computer van slechts enkele centimeters. De dragers van deze combinatie die Judith overigens samen met Nils Bexon had ontwikkeld konden op elk gewenst moment beleven waar ze rustig aan dachten. Het leek zo mooi, zo fantastisch. Zoals vaak in het leven van mensen kwam de echte waarheid hard naar buiten. Als iets te mooi lijkt om waar te zijn is het dat doorgaans ook. Waar Judith Noch Nils aan hadden gedacht was dat het gebruik van het zogenaamde leef je fantasie pak – zoals ze het genoemd hadden – was dat het gebruik achtereenvolgens leidde tot verslaving en vervolgens tot apathie. Woedend was Judith geweest, alleen al om de verspilling. De gel-computer was trouwens nog wel een keer goed van pas gekomen toen hij geteleporteerd was naar Ronald Camden in combinatie met het hologram apparaat van Wilbur Taylor. Nou ja, clandestien eigenlijk, maar Camden had het er dan ook wel naar gemaakt.

‘Ik zit te dagdromen’, dacht Judith.

‘Ik denk dat ik het perfecte punt van teleportatie weet. In elk reisprogramma zijn het trouwens meerdere identieke punten,’ zei Nils Bexon nu.

‘Waar denk je dan aan Nils?’ De vraag kwam tegelijk van alle kanten.

‘Ik weet het bijna zeker en ik zou het voor de zekerheid met Wilbur moeten overleggen die er hier eigenlijk ook bij had moeten zitten, bedenk ik nu, maar het gaat om de volgende identieke momenten: aan het eind van elke virtuele vakantiedag in de HLI gaat de vakantieganger slapen. Tussen het feitelijke in slaap vallen en het de virtuele volgende dag ontwaken hebben we een lege spatie geprogrammeerd, momenten van afwezigheid van enige vorm van waakbewustzijn. Die spaties komen verder in het hele programma niet voor en zijn gemakkelijk te detecteren. Volgens mij zijn dat de ideale momenten om teleportatie te proberen. Nils sloot zijn mond en keek om zich heen.

Na een korte stilte brak iedereen los in een enthousiaste kakafonie. Maar tenslotte bedaarde de storm toen Brian beide handen in de lucht stak.

‘Judith, ik moet jou natuurlijk als eerste de op dit moment in mijn hoofd meest brandende vraag stellen. Denk je dat het mogelijk is om de HLI zo te verbouwen dat hij tevens als teleportatieapparaat kan dienen zonder dat het aan het apparaat te zien is?’

‘Zonder dat het te zien is, bedoel je dat het niet een heel nieuw ontwerp moet worden waarmee we dan de markt weer op kunnen?’

Judiths stem klonk duidelijk teleurgesteld.

Even aarzelde Brian: Denk even aan de recente geschiedenis en de ellende die onze vrienden Carter en Fowler net getroffen heeft. Dat zij de volledige verzekering uitgekeerd hebben gekregen maakt dat ze nu voorlopig zorgeloos binnen onze kring hun wetenschappelijk onderzoek kunnen doen. Als we direct op de nieuwe HLI apparaten schrijven dat je van de reizen die je daar maakt ook gezonder wordt en veel langer leeft dan kunnen we wachten op een aantal goed georkestreerde processen en een groot aantal vernietigende en vooral zeer ontmoedigende en levensgevaarlijke aanslagen, nog afgezien van de anti-concurrentie eisen waarmee de ene na de andere aanval op ons zal openen. BigFarma zal zich voor het eerst in haar langjarige en nogal graaierige bestaan echt bedreigd voelen. Ik zeg twee dingen:’ Brian pauzeerde even. Iedereen zweeg.

Brian Uliger was opgestaan: ‘Dat we beginnen te begrijpen dat we dankbaar onderzoek mogen gaan doen naar iets dat voor nagenoeg elk mens ongelooflijk is, is de grootste gelukstreffer die ik in mijn leven heb meegemaakt. Wat ik daarnaast echter ook onmiddellijk begrijp is dat buiten deze kring niemand het mag weten. Allemaal kunnen wij van wat we doen uitstekend leven. We zijn creatief genoeg om dat nog jaren vol te houden. Maar het is goed om met de teleportatie en de effecten ervan uitermate selectief om te gaan. Uiteraard zullen diegenen van ons die hier zijn van deze prachtige mogelijkheid gebruik mogen en kunnen maken.’

William Carter keek de kring rond en keek vervolgens zijn partner Alex Fowler aan: ‘Wat denk je Alex, zit hier voor ons wel een paar jaar interessant onderzoek in?’

‘dat dacht ik wel,’ Lachte Alex. ‘Wij zullen om te beginnen een alomvattend inventariserend onderzoek moeten doen om er tot in de kleinste details achter te komen welke biologische processen zich afspelen bij de teleportatie waarbij we gebruik kunnen maken van de kennis van de betreffende elektronische processen zoals hier ontwikkeld’.

Ruim elf jaar was de HLI nu op de markt. Het nieuwtje was er wel af. Het uiterlijk zowel als de capaciteit qua het aantal personen dat als gezelschap of als individuele vakantieganger had nog wat creatieve aanpassingen gekend. Zo kon bijvoorbeeld de HLI het voorkomen hebben van een trein of een vliegtuig. Het maximum aantal personen dat mee kon was opgelopen tot honderdvijftig. Judith Nils en Wilbur hadden door de jaren heen de meest bizarre opgaven moeten oplossen om het natuurlijke reisgevoel voor de HLI gebruikers te behouden. Het was nu evenwel tijd voor iets nieuws, iets nieuws dat stilletjes, ja bijna in het geheim naar binnen moest komen en dat maar dan ook echt heel langzaam eindelijk het einde van BigFarma zou inluiden.

Het vispotje was gelukkig groot genoeg uitgevallen. Er was genoeg voor iedereen. De tafel was afgeruimd op de wijnglazen na. Gelukkig was de Pouilly Fumé Ruim ingekocht. Er moesten taken worden verdeeld en duidelijke afspraken gemaakt.

Brian en Judith waren gewoontegetrouw in een diepgaand gesprek gewikkeld geweest toen iedereen langzamerhand vertrokken was. Tegenover elkaar zaten ze aan tafel. De fles Pouilly Fumé was nog iets meer dan half vol. ‘Die drinken wij samen nog wel even leeg toch?’ zei Judith.

‘Eigenlijk loop ik hier al een hele poos over te denken,’ zei Brian opeens.

‘Waar heb je het nu over?’

‘Nou, zodra jij in een HLI een teleportatieapparaat hebt binnen gesmokkeld en iedereen van de betrokkenen is het erover eens dat het niet opvalt, dan ga ik daarin als eerste op vakantie.’

‘In dat ding?’

‘Ja, in dat ding.’

‘Maar waarom?’

Brian Uliger keek haar aan: ‘Weet je Judith, ik ben al heel lang niet op vakantie geweest, maar wat ik aan deze vakantie dan het aardigste ga vinden is het feit dat na terugkomst het merkbare leeftijdsverschil tussen jou en mij niet nog verder uit elkander zal lopen.’

Judith keek hem zwijgend aan, ze merkte dat ze bloosde.

42

‘Hoe dan ook, mij is in elk geval duidelijk dat voor ons dit eigenlijk het moment is dat ons belangrijkste werk moet beginnen.’ William Carter en Alex Fowler hadden hun intrek genomen in de inmiddels weer goed ingerichte laboratoriumruimte waarin ze jaren geleden hun wetenschappelijke zo succesvolle reis begonnen waren, William richtte zich tot zijn vriend en kompaan. ‘Een nieuwe productielijn moeten we volgens mij voorlopig vergeten.’

Alex Fowler had zich in zijn stoel wat voorover gebogen. ‘Nou, meen je dat nou Will, we hebben toch de hele receptuur en de apparatuur. Bovendien zitten een paar honderd mensen te wachten op hun volgende injectie.’

‘Ja, dat weet ik wel Lex, sterker nog, dat is me pijnlijk duidelijk, maar als de brand in ons bedrijf er niet was geweest, waarvan tot nu toe niemand de oorzaak kan vinden – of wil vinden denk ik dan bij mezelf – dan is mij één ding duidelijk.’

Alex Fowler keek hem nu met hoog opgehaalde wenkbrauwen aan. ‘Wat bedoel je in vredesnaam Will?’

‘Je naïveteit siert je Alex, maar ik leg het even voor je op een rijtje: Eerst raakt onze CFO zoek en wordt nooit meer teruggevonden. Vervolgens brand ons hele bedrijf zo grondig af dat er werkelijk niets meer over is waarmee sprake kan zijn van voortzetting. Tenslotte blijkt de verzekering veel vlugger dan verwacht geen moeite te hebben met de bepaling dat jij en ik in elk geval geen schuld aan deze brand kunnen hebben.’

‘Nou, dat is toch prachtig. Mooier kan eigenlijk niet.’ Alex Fowler keek William Carter in opperste verbazing aan.

‘Je ziet iets heel belangrijks over het hoofd Lex.’ William Carter zakte hoofdschuddend onderuit in zijn bureaustoel.

Nog leek Fowler niet begrepen te hebben wat hij bedoelde.

Vermoeid stond Carter op en steunde met zijn handen op het bureau dat tussen hen in stond.

‘Nou goed, we zitten hier redelijk geïsoleerd en ik ga dit ook maar één keer zeggen: Onze CFO is omgebracht door de krachten die BigFarma beheersen.  Ja, Benthe Morenus is een levensgevaarlijke criminele tegenstandster. Haar organisatie had al heel lang in de gaten waar wij mee bezig waren. Dat moet wel via enkele leden van ons personeel zijn gegaan dat ons product de grootste bedreiging ooit voor hun winsten betekende. Voordat er teveel succes was moest het verdwijnen. Dat, beste Alex, is wat er volgens mij heeft plaats gevonden. Op dezelfde manier weer beginnen en de productie opnieuw opstarten zou ons tot persona non grata in de farmaceutische wereld maken. Het zou zeker tot allerlei subversieve acties tegen ons of erger nog tegen de gebruikers van het product leiden. Ik heb er pijnlijk lang over nagedacht, maar wij moeten een andere koers gaan varen, namelijk voornamelijk onderzoek. Bedenk even dit, er is zoveel groter en kleiner onderzoek dat door farmaceutische bedrijven gemakshalve of om prijstechnische redenen kan worden uitbesteed. Wij hebben alle kennis in huis om een dergelijk onafhankelijk onderzoeksbedrijf te zijn. Dat kan vaak een heleboel redelijk betaald werk opleveren en daarnaast ons de ruimte geven om eigen onderzoek te doen, wat we dan, voorzichtig als we geworden zijn, wel voor ons zelf houden. We moeten eens kijken of we misschien nog een aantal van de door Camden ontslagen medewerkers van het eerste uur terug kunnen vinden en dan voorlopig hier maar beginnen.’

Alex Fowler moest erkennen dat Carter gelijk had. Binnen een jaar was het gelukt om in de van Brian Uliger gehuurde bedrijfsruimte samen met een twintigtal opnieuw ingehuurde medewerkers een farmaceutisch onderzoeksbedrijf met een goede reputatie op te zetten. Veel van buitenaf aangeboden onderzoek vulde goed betaalde tijd voor de medewerkers. Ruimte was er daardoor voor onderzoeken de teleportatie betreffende. Dit onderzoek werd echter strikt privé door Carter en Fowler gedaan, waardoor bij zelfs grondige beschouwing het nieuwe bedrijf een regulier en gezond onderzoeksbedrijf leek. Natuurlijk lag daar de eerste twijfel al op de loer. Voor wat betreft de teleportatie is eigenlijk alleen de techniek bekend. Een toeval ontdekking met een bijzondere gebruikmaking van hoogfrequente elektrische velden. Dat het werkte was bekend, maar hoe en waarom…een groot en geheimzinnig vraagteken. Overigens verklaarde deze wonderlijke en enigmatische kwaliteit van het verschijnsel ook wel de strenge geldende terughoudendheid waar het ging om teleportatie van levende wezens. Bij Judith – en misschien ook bij Jesse, maar dat weten we nog niet – is er geen spoor van veroudering te melden. Carter en Fowler hadden eigenlijk direct al door dat het enzym Telomax misschien wel onderdeel van het lichamelijk herstel uitmaakt, maar dat het blijvend effect dat te zien is bij de teleportatie bij de regelmatige toediening van Telomax niet optreedt. Zij besloten de zaak met Brian te bespreken. Laten we hier de betreffende conversatie noteren.

Brian liet zich als gewoonlijk graag vergezellen door Judith, want als één ding duidelijk was dan was het wel dat Judith en hij in ieder geval technisch en intellectueel twee handen op een buik waren.

‘Weet je Brian wat wij nu graag willen’, begon Carter. ‘Het vervolgonderzoek, dat we al bij Camden op zijn bureau hadden gelegd, eindelijk maar eens opzetten.

‘Je bedoelt dus dat je op zoek wilt gaan naar een genetisch ontbrekende factor?’ antwoord Brian.

‘Ja, want waarom wordt het enzym van nature wel geproduceerd in de omgeving van de geslachtscellen en niet bijvoorbeeld in nagenoeg de hele rest van het lichaam? In feite is daardoor in de menselijke natuur alleen de reproductie van de soort zeker. De Bijbelse vaststelling uit het begin van Genesis zes, dat de jaren van de mens geteld zullen zijn op honderd en twintig jaar kan mijns inziens slechts berusten op het feit dat in alle gewone lichaamscellen de spontaan afbrekende – en tenslotte oprakende telomeren bij de uiteindelijk laatste mitose het onbeperkt voortbestaan beëindigen. Met andere woorden, we kunnen in ons leven veel kinderen krijgen, maar we worden snel oud. Het lijkt er daardoor op dat de natuur of wie dan ook het belangrijk vond dat er snel grote aantallen van onze soort geproduceerd moesten worden.’ Er viel een stilte…

Judith stond op om koffie in te schenken.

‘Het lijkt erop’, zei ze over haar schouder, ‘dat wij als soort gekweekt zijn en dat er op de een of andere manier belang bij was om snel een flinke populatie te kweken. Lijkt in mijn gevoel enigszins op een slavenvolkje. In elk geval een volkje waar er snel veel van nodig waren.’

‘Ik kan mij herinneren, ging Brian verder, dat mijn vader, die zoals jullie weten ook farmaceut was, zich in zijn vrije tijd altijd bezig hield met het verzamelen van kennis over het ontstaan van onze soort. Hij beweerde altijd dat een heel groot ras mensen ooit hier op Aarde woonde en dat waarschijnlijk  niet van hier kwam en dat die mensen zelf wel heel oud konden worden, dat die mensen ons door allerlei genetische proeven gemaakt hebben, wel met een deel van hun eigen DNA. Nou ja, het kunnen sprookjes zijn, maar mijn vader zei altijd dat soortgelijke sprookjes overal op de wereld verteld werden en dat je dan moet gaan denken dat er toch wel iets van waar moet zijn.’

Alex Fowler rekte zich uit. ‘Mooi verhaal Brian, maar zat er in die verhalen van jouw vader nou ook nog ergens een stukje harde informatie?’

Brian streek met zijn hand over zijn kin voor hij antwoordde. ‘Nou ja, nu je het zegt, mijn vader had het over één plant die voor die grote mensen blijkbaar heel belangrijk was.’

‘Welke plant was dat dan?’ vroegen Carter en Fowler nu als uit één mond.

‘Ik hoop dat ik het goed zeg,’ antwoordde Brian nu aarzelend. De Astragalus, maar plantjes zijn in mijn studententijd vanwege de steeds maar toenemende opdringerige opvatting sinds ene Rockefeller het bestuur van onze opleidingen begon te domineren eigenlijk uit de boeken geschrapt. Alle plantenpreparaten moesten vervangen worden door petrochemie. Nou ja, daar zitten we nog steeds mee. Maar zoek maar eens wat je kunt vinden over Astragalus’. Sloot Brian zijn betoog af.

‘Het klinkt als het begin van een spannende zoektocht,’ zei William Carter.

Alex Fowler keek zeer verheugd toen hij zei: ‘Kijk dat is nu echt iets nieuws, een plant zoeken en volledig analyseren en de effecten op alle mogelijke levensgebieden bestuderen. Prachtig werk’.

Brian keek hem verheugd aan. ‘Maar wat vind je van deze Alex: we nemen biopten van zieke honden voor teleportatie en daarna.’

‘Ja, absoluut’, meende Alex, ‘en dan kijken we meer in het bijzonder naar de telomeren. Daar zou dan significante toename moeten zijn.’

Brian stak nu zijn hand op: ‘Wat mij nu ineens invalt is de volgende vraag: moeten wij niet ook onderzoeken of het afbrokkelen van telomeren na teleportatie niet gewoon opnieuw begint? Daar hebben we nooit aan gedacht. We zouden dan te maken hebben met een telkens opnieuw beginnen van de veroudering na elke teleportatie. Alsof je na teleportatie weer een heel leven tegoed hebt.

‘Ja’, zei William Carter, ‘of een maatregel, Telomax bij voorbeeld, die een soortgelijk effect heeft.’

Uit de grondige en methodische onderzoeken die het gezelschap in de volgende anderhalf jaar uitvoerde bleek in grote lijnen dat de aannames klopten.

Judith vervolmaakte de HLI met een teleportatiefunctie, met dien verstande dat de teleportatie plaats vond op het moment dat er in de beleving van de persoon in de HLI een moment van inslapen was en dat er bovendien geen feitelijke verplaatsing plaats vond. Na teleportatie was men dus nog op dezelfde plek.

Brian was de eerste die via de HLI tijdens de drieweekse vakantie geteleporteerd werd. Hij stapte zichtbaar twintig jaar jonger uit de HLI. En natuurlijk volgde de hele ploeg van het bedrijf van Judith en de haren, inclusief de dierenarts en zijn oud professor en diens twee assistenten om William Carter en Alex Fowler niet te vergeten. Lange tijd slaagde men erin de hele actie geheim te houden, maar tenslotte lekten de steeds meer opvallende prachtige positieve gegevens naar buiten.

Dan laaiden de zelfs openlijke vijandigheden, vanzelfsprekend valselijk verborgen vanuit de richting van BigFarma op. Natuurlijk bleek al snel dat het onmogelijk was deze kennis van de hele wereld bevolking weg te houden. Helaas zit de steenrijke elite van de aardbevolking niet zo in elkaar dat er openheid over ontdekkingen als deze kon zijn. Het uiteraard vervalste en gekochte nieuws toeterde al snel over de wereld dat het ging om bedrog en oplichting en bovendien over levensgevaarlijke experimenten die zogenaamd al vele dodelijke slachtoffers hadden geëist. Tja, de geschiedenis van de mens op Aarde toont helaas dat we keer op keer liever naar welbespraakte bedriegers luisteren dan naar een waarheid waarvan we kunnen dromen.

Maar de meest hoopvolle gedachte is toch dat de waarheid niet eeuwig verborgen kan blijven.

Misschien zullen wij het daarmee voorlopig moeten doen.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.