Zomaar een verhaal.

Geen idee.

Hij werd wakker doordat het begon te regenen. Maar hij werd nat. Dat was erg ongebruikelijk. Buiten zat hij, merkte hij nu. Op een bank aan het water. Had hij zich dan gedachteloos uren geleden op deze bank laten zakken? Trouwens, hoe was hij dan hier gekomen. Verbijsterd keek hij om zich heen. Vreemd, Waar was dit? Hij herkende helemaal niets. Trouwens… wie was hij zelf? Koortsachtig ging zijn hand omhoog. Zijn hoofd deed pijn. Hij voelde aan zijn hoofd, Boven zijn rechteroor voelde hij een wond. De aanraking deed pijn. Geschrokken trok hij zijn hand terug. Bloed zat er aan zijn hand. Angst greep hem nu naar de keel. In paniek greep hij naar zijn jaszakken, naar zijn broekzakken. Niets, geen portemonnee, geen telefoon geen portefeuille. Niets, helemaal niets.

Langzaam drong het tot hem door. Uren had hij hier gezeten met zijn jas open en in geen van zijn zakken was iets te vinden dat hem kon vertellen wie hij was. Hij had een behoorlijke hoofdwond en een bonzende hoofdpijn en hij kon zich met geen mogelijkheid oriënteren of zelfs legitimeren.                                                                                         Hij besloot op te staan, zijn hele lichaam voelde stijf. Maar zodra hij opstond belette een duizeling hem verder in beweging te komen. Nog juist kon hij vorkomen dat hij viel door weer snel op die houten bank te gaan zitten. Niet bewegen was het enige dat hielp.

Het begon nu harder te regenen. Het was niet erg het kalmeerde hem een beetje. Alles was toch al nat en erg koud was het gelukkig niet. Maar dat zijn broek zo nat was kwam vast niet alleen door de regen. Blijkbaar had hij zijn urine laten lopen.

Heel vaag kwam nu de herinnering boven van de klap tegen zijn hoofd. Niemand had hij gezien. De klap moest van achter gekomen zijn. Hij moest beroofd zijn. Plotseling voelde hij zich misselijk. Hij braakte. Net op tijd kon hij vooroverbuigen en tussen zijn knieën op de grond braken. Met zijn ellebogen op zijn knieën en zijn hoofd tussen zijn handen bleef hij een poos zitten. Hij voelde dat hij weer wegzakte. Toen hij een uur later weer wakker werd was de regen opgehouden. Het licht onder de bewolkte hemel leek ongeveer het einde van de middag aan te geven.

Stijf voelde hij zich. Hij moest hier weg, hij kon hier toch niet blijven zitten. Maar waar moest hij heen? Hij had geen idee. Zich vasthoudend aan de rugleuning probeerde hij op te staan. Even later stond hij op zijn trillende benen. Nu kon hij om zich heen kijken. Het was een soort dijk waar hij op stond. De bank waarop hij had gezeten stond in het gras aan de wegkant. Een kleine honderd meter van hem af zag hij dat er vanaf de weg een weggetje naar beneden liep naar iets wat op een woonwijk leek. Hij haalde diep adem en begon te lopen. Die huizen daar in die woonwijk… daar moest toch iemand zijn die hem kon helpen. Een duizeling deed hem bijna voorovervallen, maar hij wist overeind te blijven. Langzaam, slingerend als een dronkenman kwam hij vooruit en aan het eind van zijn krachten bereikte hij het eerste huisje. Het was de hoek van een rijtje. Een huis met een keurig voortuintje met een hekje ervoor. Hij opende het hekje, liep het paadje op naar de voordeur en belde aan. Na ongeveer een minuut ging de voordeur halfopen. Hij zag een vrouw in de opening. Omdat zijn benen het bijna begaven stond hij stil, maar wist nog juist uit te brengen: ‘mevrouw ik heb hulp nodig’. De vrouw reageerde door haar hoofd om te draaien en te roepen: ‘Henk, kom eens even naar de deur’. Even later verdween de vrouw uit de half geopende deur en ging de deur verder open en verscheen een man. Een kaal, maar niet onvriendelijk hoofd staarde hem aan. ‘Wat is er aan de hand’, vroeg de man. ‘Ik ben gewond en beroofd wist hij nog uit te brengen voordat hij op dat tuinpaadje in elkaar zakte, waarbij hij helaas weer zijn gewonde hoofd stootte en alles weer zwart om hem heen werd.

Door de beweging kwam hij weer bij. Aan het plafond boven hem zag hij dat hij op zijn rug in een ambulance lag. ‘Zo meneer, wordt u weer wakker’, vroeg een vriendelijke vrouwenstem. Hij draaide zijn gewicht in de richting vanwaar hij de stem had gehoord en zag glimlachende in het groen geklede ambulancezuster. ‘We brengen u maar even naar het ziekenhuis anders belooft het niet goed met u te gaan’, zei ze.                                                 ‘Maar wat is er toch gebeurd’, stamelde hij. ‘Rustig maar meneer, het komt allemaal goed. Doe uw ogen nog maar even dicht. We zijn zo bij het ziekenhuis en daar wacht de arts op u’. Hij begreep het. Vaag herinnerde hij zich dat hij ooit eerder in een ambulance naar het ziekenhuis was vervoerd, maar wanneer was dat ook alweer…

De ambulance kwam aan bij de achterzijde van het ziekenhuis, de afdeling spoedeisende hulp. Hij was alweer half weggedoezeld. Hij voelde hoe de brancard waarop hij lag uit de ambulance getrokken werd, hoe hij voortgereden werd. Hij knipperde met zijn ogen toen de brancard een helverlichte kamer werd binnengereden. Boven zich zag hij een gezicht met een mondbescherming en een haar bedekkend hoofkapje. ‘zo meneer’, klonk het door het mondkapje, ‘laten we maar eens kijken wat er met u is gebeurd’. Hij voelde hoe zijn hoofd zachtjes naar links werd gedraaid, waardoor de hoofdwond bovenkwam. ‘Nou, nou, dat ziet er heel lelijk uit sprak de arts. Het is een wonder dat u nog leeft. We zullen een foto van uw schedel maken en een MRI van uw hersenen om te zien hoe we u kunnen helpen. Kunt u zich herinneren wie u bent?’            Hij voelde een golf van misselijkheid terwijl het weer zwart om hem heen werd.

Veel later die dag kwam hij weer bij. Hij lag, zag hij, in een soort nachthemd in een ziekenhuisbed. Naast zich ontwaarde hij een politieman in uniform. Toen de politieman merkte dat hij zijn ogen opende stond hij op en kwam naast het bed staan. ‘Zo meneer’, sprak de politieman langzaam, ‘wij hebben begrepen dat u een roofoverval met bijna dodelijke afloop hebt overleefd’. Verbijsterd hoorde hij de politieman aan. De man ging verder: ‘kunt u vertellen wie u bent?’ Hij schudde zachtjes met zijn nog pijnlijke hoofd. Hij merkte dat er verband om zijn hoofd zat. ‘Dus u kunt zich werkelijk niet herinneren wat er gebeurd is’, herhaalde de politieman. ‘Klap van achteren’, wist hij met enige moeite uit te brengen. ‘En verder helemaal niets?’ probeerde de politieman nog een keer. De deur van de kamer ging open en twee artsen in operatie kleding kwamen binnen. ‘Het is waarschijnlijk beter om uw ondervraging op een later tijdstip te herhalen’,  zei een van hen. De politieman knikte, stond op van de stoel waarop hij weer was gaan zitten en verliet de kamer. ‘We hebben uw nummer, we houden u op de hoogte’, hoorde hij een van de artsen nog zeggen, terwijl hij langs hen de deur uitliep.

Krantenbericht: geheimzinnige moordpoging. Gisteravond werd een zwaargewonde man en een ernstige schedelwond in het ziekenhuis gebracht. Tot nu toe is op geen enkele manier iets over de omstandigheden waarop deze misdaad is begaan gebleken. De identiteit van het slachtoffer is onbekend. De politie tast in het duister. Het zou aan te bevelen zijn u te melden bij de politie in uw woon – of verblijfplaats, of desnoods bij meld misdaad anoniem als u iets weet over de toedracht van dit misdrijf.

En inderdaad kwam er een bericht binnen via meld misdaad anoniem. Het bericht luidde als volgt: ‘nou voor deze keer dan, hoewel we niet de gewoonte hebben om over dieven van onze spullen te praten, maar we waren hem spuugzat nadat – ie voor de vierde keer voor een miljoen van onze handel had verduisterd. Hij heeft een stevige klap in zijn nek gekregen. In de veronderstelling dat – ie de pijp uit zou gaan hebben we hem op een bankje aan een Gelderse dijk gezet. Doe maar geen moeite voor die loser.

Krantenbericht: Lokaal nieuws: de politie meld dat de onbekende man die enige dagen geleden met een ernstige hoofdwond in het ziekenhuis werd opgenomen tenslotte toch aan zijn verwondingen is overleden zonder dat wij zijn identiteit hebben kunnen vaststellen.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.