Wat is het nu allemaal dat ik gewoonlijk “ik” noem.

Vanmorgen, nadat ik wakker was geworden dacht ik: waaruit bestaat nu die kennelijke conglomeratie van dagelijks langskomende bewustzijnsverschijnselen waartegen ik, iedereen trouwens “ik” zeg. Omdat het door afgetrapte gewoontepaden zo vaak bewandeld is kom ik bijna niet tot een bruikbaar inzicht. Maar ik ga het toch proberen.

Als ik terugkijk in mijn leven heb ik eigenlijk de betreffende probleemstelling al op vierjarige leeftijd aan mijn moeder voorgelegd. Ik vroeg: ‘Mam, wat is ik eigenlijk?’ Mijn moeder zei toen: ‘Jij bent Petertje, dat weet je toch wel? Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘ja dat is wel zo maar dat bedoel ik niet’. Maar ik wist toen ook niet hoe ik het anders moest vragen. Trouwens, mijn lieve, maar zeer eenvoudige moeder had me toch niet kunnen antwoorden, anders had ze op dat moment wel geweten dat ik een van die kinderen was die op zijn vierde jaar al met oeroude probleemstellingen bezig was omdat hij zich zo nodig vroegere levens moest herinneren. Dat van die vroegere levens en wat ik daarover toen dacht ben ik daarna trouwens jaren kwijtgeraakt. Bij mij is dat later weer flardsgewijs teruggekomen, maar daarover wil ik het nu niet hebben. Waarover ik het nu wil hebben is dat ik me vanmorgen voor het eerst helder realiseerde hoe de organisatie die ik met dat kleine woordje “ik” aanduid eigenlijk in elkaar zit. Laat ik proberen eens niet te wijdlopig te zijn. Er is dat stukje, de kern waarvan ook wel beweerd wordt dat het hier in de massa die we bijeenbrengen 21 gram weegt waaraan we dan de naam ‘ziel’ hebben gegeven. Het is echter de sturende kern in de levende mens, waarvan wordt aangenomen dat hij niet begint te desintegreren als het versleten oude lichaam dat wel doet. Het kan niet anders dan een georganiseerd energiepatroon zijn. Een onvergankelijk en onvernietigbaar energiepatroon dan wel. Nu heb ik begrepen – dat idee is dus niet van mij zoals zal blijken – dat onze hersenen niet de makers van het bewustzijn vormen, maar eerder luisteraar ontvanger dan zender zijn. Die kern waarover ik het had die staat dus voortdurend in contact met het energetisch buitenveld, zeg maar de enorme wereld van georganiseerde energie waarin we na het overlijden in terechtkomen en waar we ook eigenlijk voortdurend uitkomen en uitgekomen zijn en uit zullen komen, Een spirituele tegenhanger van dat wat we in de materiële wereld benoemen als het universum.

Nu kom ik dan toch eindelijk tot de bekende vraag: Waarom doen we dit dan, waarom leven we dan mensenlevens? Nu moet ik overigens wel oppassen dat ik niet de vraag stel: wat is de bedoeling hiermee, maar wat is ‘mijn’ bedoeling hiermee. Tja, dan blijkt althans voor mij een even simpele als doeltreffende oplossing zich aan te dienen: oefeningen in het verzet tegen de ontmoediging tegen de bij geboorte zelfgekozen beperkingen. Let maar op. De meeste mensen zijn een leven lang bezig ergens, wat het ook zijn mag, beter in te worden of ze laten het na verloop van tijd ontmoedigd uit hun handen vallen. Nou ja, dat laatste zou je kunnen begrijpen als je kijkt naar onze verwoede pogingen om langer en gezonder te leven. Daardoor kunnen we namelijk langer doorgaan met het oefenen in het overwinnen van onze zelfgekozen beperkingen. Veel mensen kiezen intuïtief voor sport. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze zich het welbegrepen uitzicht op restschade door topsport willen getroosten. Nou goed, toegegeven, het is triomfantelijk ergens iets uit te halen waarvan je eigenlijk wel weet dat het er misschien niet inzit. Dat is nu ultimo oefenen om zo dicht mogelijk te komen bij wat in een lichaam eigenlijk niet kan.

Ach weet je, eigenlijk heb ik langzamerhand best in de gaten waarom ik dit soort stukjes schrijf. De medaille van oefenen heeft namelijk allerlei kanten die zich afspelen tussen opgeven, teleurgesteld afhaken, tegen beter weten in volhouden en heel af en toe ook triomfantelijk slagen. Ik heb het geluk dat ik hier en daar een beetje begin te begrijpen – nou ja, voor mezelf dan – wat mijn vermoedelijke antwoord moet gaan worden op de vraag: wat kom ik eigenlijk deze keer doen op deze wereld. Voor mij is het antwoord nu redelijk duidelijk. Ik probeer te begrijpen waarom ik hier wat ook weer aan het proberen ben. Nou ja, ik heb het gevoel dat ik steeds maar bezig ben aan een lange reeks van zeer verhelderende teleurstellingen en dat het begint te lukken… een beetje, toch?

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.