Vluchten.

Ja vluchten is eigenlijk wat ik gedaan heb sinds het moment dat Irene dat afschuwelijke auto-ongeluk kreeg en ik bang was dat ze het niet zou overleven. Nu is de situatie anders, maar ik ben nog niet meegegaan in deze nieuwe werkelijkheid. Eigenlijk weet ik al dagen dat haar leven niet in gevaar is. Eigenlijk kan ik dus gerust zijn. Nu kijk ik tegen een ander probleem aan dat als ik eerlijk ben veel meer mijn probleem is dan het hare. Oh ja ik weet het wel, mijn eigen ongemakkelijke en vermoeide lijf is nu het grootste probleem. Ik moet me redden in mijn eentje. In dat ziekenhuis moet ik me met mijn rare benen voortdurend naar haar toe laten rijden. En als ik nadien weer moet worden opgehaald, dan zit ik ongeduldig te wachten op transport omdat de verpleging wel wat anders te doen heeft dan voor die ene wat onzeker lopende meneer een vrijwilliger te bellen. Druk maar op de bel zeiden ze vandaag. Daar was ik onterecht flink ontevreden over. Op de IC ging het allemaal zo makkelijk. Nu hebben we te maken met de afdeling waar mensen na ongevallen belanden als het levensgevaar geweken is, Traumatologie dus.

Drie vrouwen hebben in mijn leven altijd voor me gezorgd. Nooit heb ik het in mijn eentje hoeven doen. Jazeker, ik ben eigenlijk hartstikke verwend. Maar nu is het opeens allemaal anders. Op mijn zesentachtigste moet ik opeens leren mijn lichamelijke problemen terzijde te schuiven en vooral niet zielig te zijn, maar netjes dit één persoons huishouden bij te houden. Ja ik moet ineens iets doen wat nooit hoefde: mijn best!