Droom.

Eerder schreef ik al geïnspireerd door het kinderliedje: “life is but a dream”. Vanmorgen, na het ontwaken lag ik daar weer aan te denken. Het overkomt me vaker, heb ik gemerkt, naarmate de jaren vorderen. Wat me nu is opgevallen is dat er zoveel duidelijke natuurlijke parallellen in de levende natuur zijn die eigenlijk allemaal het zelfde verhaal vertellen. In de natuur zien we elk jaar weer in de herfst het grote sterven weer beginnen en in de lente komt er weer nieuw leven. Niet alleen in de plantenwereld, maar ook de dierenwereld laat zich niet onbetuigd. Nu weet ik natuurlijk wel dat de geslachtelijke voortplanting, zowel bij de flora als bij de fauna iets anders is dan de winterslaap. Die voortplanting vraagt namelijk om nieuwe individuen, of om het anders te zeggen een nieuwe combinatie van twee voor de allereerste keer aan elkaar voorgestelde koppels DNA hebben toch een bereidwillige ziel nodig die goedvindt om gedurende een levensloop zich te binden. Het maakt echt niet uit of het om een plant of een dier gaat.

De kwantumfysica heeft ons na miljoenen jaren struikelen en gissen eindelijk geleerd dat er eigenlijk maar één deeltje is dat zich in myriaden van verschijningen toont en waarmee evenveel dromen gebouwd kunnen worden. Maar ja, de kwantumfysica mensen denken nu – en waarschijnlijk terecht – hoe de gedroomde wereld van de materie ontstaat. Ja precies, als een droom. Wat wij er buiten die prachtige wetenschappelijke oplossing zelf nog bij moeten… ja, wat moeten we er eigenlijk bij… Nou vooruit, fantaseren. Wat denk je daarvan. Wat zou het doel zijn van al die dromen die het leven vormen. Daar moet toch iets uitkomen als we alle aardse perikelen beschouwen. Nee, laat nou deze keer de godsdienst maar zitten. Probeer nou maar logische en praktische zingeving te bedenken. Werk zat, zou ik zo zeggen.

Beginnetje maken aan de structuur van alles.

De oude verhalen over hemel en hel zijn uiteraard volledig verzonnen ten behoeve van de volgzaamheid. Toch moet enige ooit herinnerde vaagheid vaak geleid hebben tot een poging tot herinneren. Vragen doemden namelijk altijd al op. Natuurlijk was het voor de stichters, maar vooral voor de professionele volgers in de verschillende religies aantrekkelijk om een gemakkelijk te volgen beloningssysteem te bedenken. Meelopende betalers voor goederen die nooit geleverd worden, al was het alleen om dat men wist dat de beloningen zelf bedacht waren als de hoofdprijzen in enige loterij, een bedenksel dat overigens nog enige realiteit bezit. Plat gezegd zouden we dat oplichterij noemen, maar kom, laten we vrome wereld niet verder kwetsen dat ze zelf al doen. Niettemin wil ik toch een begin maken te zoeken naar de werkelijkheid. Het mooie is dat we die werkelijkheid allemaal talloze malen hebben meegemaakt, maar het lastige is dat we in die tussenwereld – die volkomen energetisch is gestructureerd – zoveel meer bergrips – en onderscheidingsvermogen hebben dan hier. We zijn dan aangewezen op parallellen in de trant van zo hier, zo daar.

Ik ga nu, het kan niet anders, wat ongerijmde vergelijking proberen. Daar gaan we dan. Als ik mag aannemen dat wat wij materie noemen en wat substantie lijkt slecht bestaat uit zeer kleine draaiende energievormen die door het dromende bewustzijn – life is but a dream – bijeen worden gehouden, dat moet ik wel concluderen dat ik blijkbaar in slaap ben gevallen. Kennelijk word ik net als hier in die puur energetische – laten we voor het gemak zeggen hemelse vorm – op een gegeven ogenblik in mijn eeuwige bestaan moe, of misschien verveeld en begin ik aan een gestructureerde droom. Om de totale eenheid van het geheel nog te benadrukken glijd ik door de droom die mijn moeder wordt voor die keer na de substantiële goedkeuring van die mijn vader wordt de ogenschijnlijke zelfstandigheid in. In veel gevallen is mijn leven in die droom van dien aard dat ik nieuwe informatie mag verwachten. In dat geval herinner ik mij niets van vorige dromen (levens). Als er echter veel raakpunten zijn of ik ben bijvoorbeeld bezig aan een serie, dan zullen herinneringen aan zogenaamd vorige levens mij wat meer duidelijkheid geven in deze overigens beperkte droomvorm die we het leven zijn gaan noemen, maar die dat natuurlijk niet zijn… of ja, wat voor een naam moeten we er dan aan geven.

Hoe dan ook, nu blijkt dat wij er al dromend in geslaagd zijn vanuit een van hieruit gezien virtuele niet tijdelijke aanwezigheid ten behoeve van onze dromen die we omschrijven als “het leven” een energetisch en vooral heel rijk gevuld energetisch universum te creëren. Intelligentere mensen dan ik hebben de kwantummechanica ontdekt waar in een aantal gevallen de lichtsnelheid er niet toe doet. Toen ik dat las dacht ik: waar hebben we nu te maken met ware onvergankelijkheid? Het zijn maar woorden hoor, maar toch: IK BEN DIE BEN. Is dat misschien wat? Of kom ik al redenerend misschien terecht in de vergelijking met de drie natuurlijke aggregatietoestanden: vast, vloeibaar en gasvormig. Nou ja, hoe dan ook, ik denk toch in parallellen.

Het quantumprobleem.

Het gebeurt vrij regelmatig dat we via dit medium worden verrast met een toespraakje van een wetenschappelijk jongmens die ons uit probeert te leggen dat de werkelijkheid in afzonderlijke en voor ons waarneembare eenheden niet bestaat. Meestal begint hij dan te praten over subatomaire deeltjes en dat die deeltjes niet één zijn, maar meer en zich kunnen manifesteren op onwaarschijnlijk grote afstanden van elkaar met een gelijktijdigheid, waarbij er geen tijd lijkt te verlopen tijdens het overbruggen van de afstand. Met andere woorden, de lichtsnelheid die opgeld doet in ons zo reëel lijkende universum doet er ineens niet meer toe. Aan het gezicht van de betreffende spreker kun je dan zien dat hij iets onmogelijks vertelt en dat de hele werkelijkheid op zijn kop moet. Ik ben evenwel van mening dat dit niet zo is. Wel moeten we dan bereid zijn te accepteren dat we te maken hebben met twee werkelijkheden. Nou ja, waar dat in het verhaal van de betreffende verteller op neer komt is dan dat we moeten begrijpen dat verleden, heden en toekomst simultaan bestaan. Ja, ik begrijp best dat het moeilijk is om aan te nemen dat we hier met een serieuze waarneming te maken hebben. Als je evenwel bereid bent om een vergelijking te gebruiken om de gapende opening tot elkaar te brengen dan zeg ik het volgende: de film die wordt afgespeeld kennen wij als de werkelijkheid. Natuurlijk bestaat die film al, anders kan hij niet worden afgespeeld. Wij beleven die film als een werkelijkheid, maar ik moet dan denken aan dat liedje:

Row, row, row your boat, gently down the stream.                                                                              Merrily, merrily, merrily, merrily, life is but a dream.

Het enige wat je hebt te doen is een omkering van hetgeen we benoemen als leven en zogenaamd dood, wat natuurlijk helemaal niet belevenisloos is. Het is namelijk de toestand waarin je in slaap valt en het leven droomt. Als je die omkering kunt maken blijkt alles ineens niet meer raadselachtig te zijn. Dit mag je ontdekken en om de ontdekking wat meer voor de meeste mensen te verstoppen – het moet tenslotte wel een beetje spannend blijven – kun je binnen het leven ook slapen en dromen, waar sommige filosofen hebben opgemerkt dat de droom de vriend is van de dood.

Nou ja, je begrijpt het al, hoop ik. De film loopt en je speelt mee en net als vroeger in de Cineac zijn er een heleboel films en als er een is afgelopen wordt er een andere opgezet.