Zweedse aanpak zo anders…

Ik kan het natuurlijk toch niet laten om weer over de ellende te schrijven waarin we nu zitten. Ik vond op het internet een sterk artikel over de Zweedse aanpak en over een diametraal andere benadering van het corona probleem die in elk geval veel minder maatschappelijke schade meebrengt.

Zweeds top-epidemioloog maakt brandhout van ‘lockdowns’: ‘Zelden heeft een onofficiële studie zo veel impact gehad op de globale beleidsvoering’

21 april 2020 – Auteur: Dominique Dewitte – Bron: https://businessam.be

‘De studie van het Imperial College was niet erg goed. Nooit heb ik een ongepubliceerde studie gezien die zoveel impact heeft gehad op het globale beleid.’ Dat zegt Johan Giesecke, een Zweeds epidemioloog van wereldfaam, die de Zweedse overheid adviseert in de coronacrisis. Giesecke is niet de eerste de beste. Deze wetenschapper is ondertussen 70 en met pensioen, maar was de allereerste Chief Scientist van het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding (ECDC) en ook adviseur bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Zweden is wat betreft de strijd tegen het coronavirus een buitenbeentje in de internationale gemeenschap en volgde een afwijkende en eigenzinnige aanpak. Scholen, cafés, bars en restaurants bleven open. Burgers werden volwassen genoeg geacht om ‘social distancing’ te respecteren. De resultaten zijn – ondanks de aanzwellende kritiek – zeker niet slechter dan die in landen  waar wel een volledige lockdown van kracht is. Met meer dan 10 miljoen inwoners telt het land voorlopig minder dan 15.000 bevestigde gevallen en 1.580 overlijdens.

‘Uitgangspunt van de studie was al fout’

Giesecke werd geïnterviewd door de Britse publicatie The Post. De video (zie onderaan) is ondertussen al bijna een miljoen keer bekeken. Volgens de Zweed was de Britse beslissing om af te stappen van groepsimmuniteit fout. Hij laat opmerken dat die beslissing werd genomen na de publicatie van de studie van het Imperial College. Die studie ging uit van een half miljoen doden zonder maatregelen, een kwart miljoen met een soepele lockdown en 20.000 met een totale lockdown. Verder ging de studie uit van een ongewijzigde ziekenhuiscapaciteit, iets wat zich nergens heeft voorgedaan. ‘Hier in Zweden hebben we die capaciteit verdrievoudigd.’

‘Die studie werd gepubliceerd zonder te zijn ‘peer reviewed’, een vakterm voor ‘nagelezen en beoordeeld door collega-wetenschappers’. Ook stond die studie vol veronderstellingen en was ze te pessimistisch,’ aldus de Zweed. ‘Eigenlijk is de studie niets meer dan een interne nota van het Imperial College. Zelden heeft een ongecontroleerde studie zo veel impact gehad op de globale beleidsvoering. En dat voor een om het zacht uit te drukken betwistbare studie.’

‘Enkel oudere en kwetsbare mensen moeten worden beschermd’

Volgens hem moeten enkel de oudere en kwetsbare mensen worden beschermd. De afzwakking van de curve die nu in verschillende Europese landen wordt opgemeten is even goed het gevolg van het vroegtijdig overlijden van de meest kwetsbare mensen als van de lockdown zelf. Tijdens de ‘exit’, die nu in vele landen moet starten, zullen jullie nog met overlijdens te maken krijgen die wij al hebben gehad.’

Giesecke denkt ook dat als deel van de ‘exit’ elk land zal moeten evalueren wat werkt en wat niet werkt en dat hoeft niet noodzakelijk overal hetzelfde zijn.

‘Wat men ook doet, je kan dit virus niet meer tegenhouden. Het is als een tsunami, die ons bij verrassing heeft overrompeld. We zijn vooral bang geweest omdat het om een onbekende ziekte gaat.’

‘Mensen die vandaag overlijden zouden anders binnen korte tijd ook zijn overleden’

Volgens Giesecke is covid-19 wel degelijk ‘een milde ziekte die vergelijkbaar is met de griep’. ‘Mensen die vandaag overlijden zouden anders binnen korte tijd ook zijn overleden.’

‘Stel je voor dat we de griep niet zouden kennen en ze plots opduikt. Dan zouden we exact dezelfde reactie hebben. Maar jaarlijks sterven ook die mensen aan de griep, die sowieso niet lang meer te leven zouden hebben gehad. Dus ja, hun leven wordt met een aantal maanden ingekort en dat is niet fijn.’

Bevreesd voor de gevolgen voor onze democratie

Giesecke is vooral bevreesd voor de gevolgen voor onze democratie. Hoe lang kan je mensen verplichten op deze manier thuis te houden? In China kan je dat, maar als gevolg daarvan is Orbàn in Hongarije nu ‘dictator voor het leven’. Politici waren snel om zeer strenge maatregelen af te kondigen, maar hebben ze ook nagedacht over hoe je hier weer uitraakt?

Volgens Giesecke zal de overlijdensratio uiteindelijk rond de 0,1 procent liggen en zal blijken dat tenminste de helft van de bevolking de ziekte heeft gehad zonder het te weten. Daarvoor is het wachten op de anti-lichaamstests, maar die zijn nog niet waterdicht.

‘Trede per trede de ladder afdalen’

Lockdowns nu volledig opheffen kan je onmogelijk doen, denkt Giesecke, want dan krijg je binnen twee weken een nieuwe piek. Wat je moet doen is ‘trede per trede de ladder afdalen’. Scholen heropenen, dan winkels,… maatregelen die de Scandinavische landen en ook Duitsland en Oostenrijk nu invoeren.

‘Wachten op een vaccin is zinloos’, aldus Giesecke, gewoon omdat het te lang duurt. ‘Werkt niet in een democratie.’ Hij denkt eerder in de richting van een immuniteitsbewijs, dat mensen die immuun zijn de kans geeft terug aan de slag te gaan. Tot nader order blijft ‘social distancing’ de sleutel. Ook in Zweden. Het zal volgens de professor nog maanden duren vooraleer ook dat kan worden afgeschaft.

Ja beste lezer, zeg het maar. Ik ben een zeurpiet, een querulant, een oproerkraaier die het nooit ergens mee eens is. Maar weet je, mijn probleem is dat ik dat ik heel veel van dit land en van de mensen houd en dat ik nu merk dat een groot aantal dingen die ons dierbaar zijn ons worden afgenomen, zelfs onder politiedwang, wat sedert 1940 – 1945 niet meer is voorgekomen. We moeten wachten op een vaccin, wordt er gezegd. Een vaccin is om te voorkomen dat je een besmetting oploopt. Duurt nog wel een jaar en tegen die tijd is het coronavirus of weg, of gemuteerd en kan de vaccin zoektocht opnieuw beginnen. Dat vaccin daar hebben de mensen die nu besmet zijn niets aan. Waar ze wel wat aan hebben zijn gewone geneesmiddelen die helpen tegen de besmetting. De Brabantse huisarts die heel mooi op weg was en een leuke combinatie van beschikbare middelen had gevonden werd het verboden door te gaan met het genezen van corona patiënten.

Kun je het nog een beetje volgen? Zelf ben ik nog maar naar één ding benieuwd: Wie hebben hier belang bij?

Privacy?

Wat mag ik of ieder ander van je weten en wat niet? Het is in onze tijd en in ons deel van de wereld, waarin we eigenlijk een beetje als sardines in een blik bovenop elkaar leven een luid rondzingende vraag.

Waarom is dit nu een onderwerp dat bijna iedereen aanspreekt. Ook mensen die spontaan roepen dat ze niets te verbergen hebben vinden doorgaans toch dat er dingen zijn waarvan ze niet willen dat anderen ze weten. Hoe komt het dat wij toch bepaalde dingen die we doen, die we leuk of prettig vinden of waarvan we op een overigens heel natuurlijke manier genieten uit het zicht van anderen willen houden. Ondanks het feit dat we er van overtuigd zijn dat andere mensen waarschijnlijk precies de zelfde handelingen, eigenschappen of feiten verborgen houden. Allemaal vragen die oproepen tot privacy die ons ruimte moet bieden om onbeschaamd te doen wat we willen en te zijn wie we zijn. Als we nu maar het gevoel hebben tot op zekere hoogte onbespied en vooral ook onbesproken te zijn geeft ons dat een kennelijk rust.

Een paar vragen komen bij mij op als het over privacy gaat.

  1. Heeft de wetgeving en uitgebreide daaraan gekoppelde regelgeving met betrekking tot privacy effect in die zin dat het voor de gemiddelde mens zo is dat niemand te weten kan komen wat hij of zij verborgen wenst te houden?
  2. In hoeverre wordt de door de wet verlangde zekerheid voor onze privacy voortdurend geschonden doordat de huidige stand van alle IT-mogelijkheden het praktisch onmogelijk maakt om nog veel verborgen te houden? Met andere woorden, is de wetgeving er feitelijk slechts voor de bühne?
  3. Wat is het in ons dat de kennelijke behoefte aan privacy zo evident maakt dat er zeker in alle westers georiënteerde culturen hier en daar beklemmende wettelijke hindernissen ervoor moeten zorgen dat persoonlijke data niet zichtbaar worden voor anderen, tenzij de persoon in kwestie zelf beslist dat dit wèl mag? Inderdaad, de vraag waarom.
  4. En dan de vraag die vermoedelijk door ieder individu anders zal worden beantwoord: Hoe belangrijk is het om moeite te blijven doen om een betrouwbare indruk te handhaven dat privacy belangrijk en haalbaar is?
  5. En dan tenslotte misschien wel de belangrijkste vraag: voelden we ons nu prettig onder deze strakke officiële privacy wetgeving, wetende dat al dit geregel waarschijnlijk zijn doel mist.

Omtrent de mogelijke antwoorden op de eerste vraag is veel onzeker. De meeste mensen weten weinig  van de ontwikkelingen op het gebied van Informatie Technologie, over het algemeen afgekort als IT. Wat van mij zichtbaar of hoorbaar is zonder dat ik dat wil weet ik niet. Zo weet ik bijvoorbeeld niet wat mijn mobiele telefoon die vierentwintig uur per dag aanstaat allemaal mogelijk maakt. Ik weet dat een mobiele telefoon die aanstaat gelokaliseerd kan worden. Dus waar mijn telefoon is die meestal in mijn broekzak zit zich bevindt is geen gemakkelijk geheim te houden feit. Ook zal het niet meevallen mijn dagelijkse verplaatsingen geheim te houden. Wat ik echter niet weet en wat echt niet uitgesloten kan worden is dat mijn telefoon meeluistert met alle klank in mijn omgeving en die ik zelf veroorzaak via dat zelfde signaaltje dat de bepaling van mijn positie en beweging mogelijk maakt. Misschien gebeurt dat of niet, maar ik weet het in elk geval niet. Wat ik wel weet of in ieder geval heel sterk vermoed is dat het kan.

Ik hoor nu in gedachten sommige mensen reageren op mijn reactie op deze eerste vraag. Ik hoor ze zeggen: ‘Ach man, hoe belangrijk denk je nou helemaal dat je bent? Denk je nou echt dat iemand de hele dag naar jouw geouwehoer gaat zitten luisteren?’

Nee, natuurlijk denk ik dat niet, maar ik denk wel dat ik op zeer regelmatige tijden iemands klant ben en dat er zeker mensen zullen zijn die er belang bij hebben te weten wat ik leuk vind of mooi of lekker, kortom mijn voorkeuren. Mocht het je even zijn ontgaan, mijn voorkeuren kunnen en zullen ook te maken hebben met mijn diepste roerselen, maar zeker met mijn koopgedrag.

Wat de tweede vraag betreft, of de wet – en regelgeving op de privacy geschonden wordt. Hierbij moet je bedenken dat het hier voornamelijk gaat om belangen. Daarbij komt, wetten maken is één. Wetten kunnen heel slim gemaakt worden waardoor het lijkt alsof alles wat erin staat en waarvoor de wet bedoeld is geregeld is. Als een wet gemaakt is en door de volksvertegenwoordiging goedgekeurd wordt de wet gepubliceerd in de Staatskrant. Daarna – en dat staat ook in een wet – wordt iedere burger geacht te wet te kennen. Dat laatste is natuurlijk nooit het geval en dat kan ook bijna niet, want er zijn zo enorm veel wetten en er komen er elk jaar wel één of meer bij. Het ligt dus voor de hand dat veel mensen wel zo ongeveer weten dat er een heleboel wetten zijn, maar wat daar nou allemaal instaat… tja, het zal wel hoor ik veel mensen zeggen.

Grote bedrijven, ja, die hebben mensen in dienst, juristen, die behoren de wet te kennen en die kennen ze doorgaans ook wel, maar grote bedrijven hebben er niet altijd belang bij om zich precies aan de wet te houden. Daar hebben ze nou die juristen voor. In dit geval, de wetgeving op de privacy zijn die juristen er juist om ervoor te zorgen dat er op het zich aan de wet houden van het bedrijf niets valt aan te merken, maar dat er toch van allerlei data over bijna iedereen verzameld kunnen worden. Tenslotte is er het oude gezegde “kennis is macht” en dat geldt zeker voor de nauwkeurige kennis die je hebt over het doen en laten van mensen. Het is al heel lang zo dat bedrijven niet alleen juristen in dienst hebben die ervoor moeten zorgen dat niet kan worden vastgesteld dat de privacy van mensen wordt geschonden, maar ze hebben vaak ook gedragswetenschappers in dienst die er weer voor moeten zorgen dat ze met alles wat ze van je weten bijvoorbeeld je koopgedrag kunnen beïnvloeden. Dit gaat dan op voor de grote organisaties die consumentenproducten verkopen.

Dan hebben we natuurlijk ook de verzekeraars. Een zorgverzekeraar mag zich officieel niet bemoeien met wat de dokter je voorschrijft. Dus zijn de zorgverzekeraars  tegenwoordig betrokken bij alle medicijnen die in de apotheek worden verkocht. De verzekeraar, niet de apotheker bepaald de keuze aan geneesmiddelen in de apotheek. En omdat je zorgverzekeraar ook alle gespecificeerde rekeningen betreffende al jouw behandelingen betaalt, weten zij ook alles van jouw ziekte of gezondheid.

De derde vraag ging over het waarom van onze behoefte aan privacy.

De schrijver Maarten ’t Hart is ook bioloog en in zijn studietijd heeft hij tamelijk veel onderzoek gedaan naar het gedrag van ratten. Heel veel dingen betreffende het beïnvloeden van het gedrag van deze ideale proefdieren onderzocht hij. Een van de opvallende dingen die uit een van zijn onderzoeken naar voren kwamen was dat ratten agressief worden als ze te dicht op elkaar zitten. Ik denk dat ratten in dat opzicht niet heel sterk van ons verschillen. Alles horen en zien van iedereen maakt dat we ervan overtuigd raken dat we voortdurend gezien en ook besproken worden, dat om ons heen iedereen van alles van ons vindt, waarmee we het ook nog eens grotendeels niet eens zijn.

Het gaat dus eigenlijk om het gevoel: ik ben van mij en ik alleen bepaal wat ik van mij vind.

De vierde vraag, hoe belangrijk is het voor ons dat we weten dat onze privacy wordt beschermd en gerespecteerd? Tja, voor een deel willen we beschermen wat van ons is en daarom vinden we het niet nodig dat iedereen weet wat we hebben. Voor een ander deel heeft iedereen wel een soort schaamte als het over ons intieme gedrag gaat. Daar heeft niemand wat mee te maken, zeggen we dan.

En dan tenslotte, voelen we ons prettig onder de strakke privacy wetgeving die er tegenwoordig is. Ik denk niet dat daarnaar tot nu toe veel onderzoek is gedaan. De wetgeving heeft op de meeste mensen voornamelijk de werking van de bedoeling. We weten dat de overheid de wet heeft gemaakt om ons het gevoel te geven dat van ons alleen dat bekend mag worden wat we zelf goed vinden.

Tja, de bedoeling is goed, maar zoals we heel goed weten is de weg naar de hel geplaveid met goede bedoelingen. De wetgeving op de privacy is zo’n voorbeeld van wetgeving die door de hedendaagse technische mogelijkheden op het gebied van telecommunicatie en de vele slimmeriken die in elk systeem kunnen binnendringen niet veel meer is dan een wassen neus.

L’ignorité est tres voisine de L’imoralité

Onder deze titel heb ik eerder een blog geschreven en nu, in deze tijd van de wereldwijde dreiging van het coronavirus komt het mij voor dat het onderwerp meer dan actueel genoemd kan worden. Ik schreef toen dat ik deze uitspraak had gelezen op een bordje van triplex, waarop deze spreuk met een gloeiende spijker was ingebrand. De man die mij het bordje toonde was apotheker en hij had het sedert zijn studietijd boven zijn bureau hangen.

Veel onwetendheid zien we tegenwoordig samen met angst voor het onbekende virus en de doodsdreiging ervan die gevoed wordt door de dagelijkse mediahype die we allemaal over ons heen krijgen. Het zou levensbedreigend zijn, het zou ons allemaal kunnen treffen. De indruk die langzamerhand gewekt wordt en die met draconische maatregelen wordt ondersteund is dat ons aller leven in gevaar is, want we weten niets van dit virus (dat is niet waar). En alle berichtgeving bestaat slechts uit getallen, getallen van ziekenhuisopnames, I.C. bezetting, doden ten gevolge van dit virus, kortom een voor gewone burgers niet controleerbare reeks van feiten van het soort dat de eenvoudige, weinig ontwikkelde mens kan begrijpen. Ik wil graag even samenvatten wat we via de summiere berichtgeving, maar namens onze overheid, gesteund door uitsluitend het RIVM vooral moeten goed moeten weten en doen.

  1. De toestand is levensgevaarlijk.
  2. We moeten elk contact met medemensen dat niet strikt noodzakelijk is vermijden.
  3. We moeten allemaal meedoen (samen, samen, samen) het lijkt op religieuze indoctrinatie en dat is het ook.
  4. Wie weigert mee te doen krijgt een boete of wordt in het ergste geval gearresteerd. (in wat voor soort samenleving hoort dat ook alweer thuis?)

Mensen, denk nou toch eindelijk in vredesnaam een even na. In wat voor een krankzinnige dictatuur zijn we beland. En waarvoor. De arme mensen in de zorg, waarvan er vlak voor deze crisis al zoveel waren wegbezuinigd, moeten nu hun benen uit hun lijf lopen en onder de meest benauwende omstandigheden werken. En nu zijn het helden, ja onderbetaald en overbezet.

Corona wordt hier behandeld als Ebola, maar dat is het helemaal niet. Toch draait de angstmachine maar door. Het is als de bekende kudde die geschrokken is en op hol geslagen. Ja, ja zeg je nu misschien, maar dat zijn dieren. Nou, luister, niet alle dieren zijn mensen, maar alle mensen zijn wel dieren en op hol geslagen zijn we ook.

Heel erg is ook dat – maar dat hoort allemaal bij paniek en bij op hol geslagen zijn – dat mensen die ertegenin gaan of die met logische en eenvoudige oplossingen komen de mond wordt gesnoerd. Ik denk in dat verband aan de Limburgse huisarts uit het dorp Meijel, die zeer ervaren is en ook een poos als tropenarts heeft gewerkt. Zijn zeer effectieve recept, toegepast op tien coronapatiënten, die allen binnen vier dagen genazen, werd verboden door de inspectie voor de volksgezondheid. Is dat een schandaal? Ik denk het.

Wij worden in een bijna religieuze kramp gedwongen: Zij die door ons zijn aangesteld als de deskundigen hebben besloten dat het probleem groot en moeilijk is. Die overtuiging wordt ons dagelijks met veel pathos tussen de oren gegoten.

En dan komt er zo’n huisartsje, ik hoor het ze zeggen daar bij het RIVM, een dorpsdoktertje nog wel en die denkt het even opgelost te hebben.

Je ziet en hoort de bobo’s in dit spel aan regeringszijde denken: Is die vent nou helemaal belazerd. Dat kost mij mijn belangrijke positie. Bovendien heb ik gelijk omdat ik gelijk heb en daarom zullen we hem even stoppen.

Ach lieve vrienden, kom in vredesnaam in opstand tegen dit nationale bedrog. Kijk eens naar Zweden waar ze laten zien hoe het ook kan en bedenk:

ONWETENDHEID IS DE NAASTE BUUR VAN GEWETENLOOSHEID

Luister bijvoorbeeld eens op YouTube naar mensen als Karel van Wolferen of Ab Gietelink. Kortom, zoek je eigen feiten bij elkaar en wees geen domme meeloper en bedenk dat op hol slaan bij kuddes koeien gebeurt. Wij moeten beter weten.

Wat zeg je? Overdrijf ik? Ja natuurlijk overdrijf ik, anders luister je helemaal niet, toch?

De waarheid?

Worden we nu door de overheid belazerd of is onze overheid zelf van mening dat het allemaal een ongelukkig toeval is. Het eerste deel van onderstaand bericht heb ik van het internet gehaald. Hierin wordt de Israëlische geheime dienst als bron geciteerd. Deze geheime dienst beschouw ik zelf als grondig en betrouwbaar.

De dodelijke epidemie van het dierenvirus die zich wereldwijd verspreidt, kan volgens een Israëlische biologische oorlogsvoeringsexpert ontstaan zijn in een laboratorium in Wuhan, in de in China centraal gelegen provincie Hubei, dat is gekoppeld aan het geheime biologische wapenprogramma van China. Het laboratorium is de enige verklaarde locatie in China die in staat is om met dodelijke virussen te werken.

Dany Shoham, een voormalige Israëlische militaire inlichtingenofficier die Chinese biologische oorlogsvoering heeft bestudeerd, zei volgens The Washington Post dat het instituut verbonden is met het geheime biologische wapenprogramma van Peking. Het meest geavanceerde virusonderzoekslaboratorium van China is het Wuhan Institute of Virology.

Bepaalde laboratoria in het instituut zijn waarschijnlijk, in termen van onderzoek en ontwikkeling, bezig geweest met Chinese [biologische wapens], althans in onderpand, maar niet als een hoofdfaciliteit van de Chinese BW-afstemming“, vertelde Shoham aan The Washington Times. “Het werk aan biologische wapens wordt uitgevoerd als onderdeel van een dubbel civiel-militair onderzoek en is ‘absoluut geheim’“, zei hij in een e-mail.

Dany Shoham heeft een doctoraat in de medische microbiologie. Van 1970 tot 1991 was hij senior analist bij de Israëlische militaire inlichtingendienst voor biologische en chemische oorlogsvoering in het Midden-Oosten en wereldwijd en bekleedde de rang van luitenant-kolonel.

China heeft in het verleden ontkend biologische biologische wapens te hebben. Het ministerie van Buitenlandse Zaken zei in een rapport vorig jaar dat het vermoedt dat China geheime biologische oorlogsvoering heeft verricht.

Coronavirussen (met name SARS) zijn onderzocht in het instituut en worden daar waarschijnlijk vastgehouden“, zei Shoham. “SARS is in het algemeen opgenomen in het Chinese BW-programma en wordt behandeld in verschillende relevante faciliteiten. Het is niet bekend of de reeks coronavirussen van het instituut specifiek is opgenomen in het biologische wapenprogramma, maar het is mogelijk,” zei hij.

Gevraagd of het nieuwe coronavirus mogelijk is gelekt, zei Shoham: “In principe kan uitwendige virusinfiltratie plaatsvinden als lekkage of als een onopgemerkte binneninfectie van een persoon die normaal gesproken de betreffende faciliteit verliet. Dit zou het geval kunnen zijn bij het Wuhan Institute of Virology, maar tot dusver is er geen bewijs of indicatie voor een dergelijk incident.

De uitbraak van het coronavirus (SARS-CoV-2) in België was op 3 februari 2020 een feit toen het virus werd vastgesteld bij een van de negen Belgische geëvacueerden die de dag ervoor met een vliegtuig arriveerden uit de Chinese stad Wuhan. De Belgen zaten in hetzelfde vliegtuig als de 15 Nederlanders die uit Wuhan zijn geëvacueerd.

Volgens de Belgische federale minister van Volksgezondheid Maggie De Block op 4 februari verkeerde de patient in goede gezondheid en vertoonde geen symptomen. Hij was op 15 februari 2020 weer volledig virusvrij.

Zes weken later zijn er per 15 maart 2020 689 Belgen besmet en 4 doden. In Nederland 959 besmettingen en 12 doden.

Bronnen: Brabosh

♦ naar een artikel “Israeli Expert: China Might Have Created the Coronavirus; Former IDF intelligence officer and expert on biological warfare suggests coronavirus no accident” van 9 februari 2020 op de site van Israel Today
♦ naar een artikel van Bill Gertz “Virus-hit Wuhan has two laboratories linked to Chinese bio-warfare program” van 24 januari 2020 op de site van The Washington Times
♦ naar een artikel van William Ebbs “Israeli Analyst Says One Coronavirus Conspiracy Theory Is Less Crazy Than You Think” van 27 januari 2020 op de site van CCN
♦ naar een artikel van Tyler Durden “Did China Steal Coronavirus From Canada And Weaponize It?” van 26 januari 2020 op de site van Zero Hedge
♦ naar een artikel van Justin Ling “The Wuhan Virus Is Not a Lab-Made Bioweapon; Conspiracy theories are spreading faster than the coronavirus itself” van 29 januari 2020

Ik denk dat er nu zoveel verwarring en ook grote bezorgdheid op de wereld is, dat de vraag wiens schuld het allemaal is waarschijlijk naar de achtergrond is geraakt. Mogelijk terecht, want we hebben wel wat anders te doen dan jij-bakken. Anderzijds zou het ook wel eens zo kunnen zijn dat als de bewuste Chinese laboratoria werkelijk de boosdoener zijn, dat ze dan ook het mogelijke antwoord kant en klaar op de plank hebben liggen. In dat geval willen we met grote spoed dat vaccin inplaats van heel veel gratis mondkapjes en handschoenen, toch?

Afscheid

Voortaan zal ik voorzichtig zijn, wij raken ver uiteen. Een vreemde ziekte bracht ons pijn, en angst bij iedereen,

de warme handdruk en veel meer, de tedere begroeting, Wij durven niet meer als weleer, zijn schuw bij een ontmoeting.

De ziekte bracht meer dan verdriet, alles wordt nu vermeden, Het is een nieuwe eenzaamheid, waar nu aan wordt geleden.

Met groot misbaar en ook met dwang, is nu ons lot bezegeld, Wat als, wat als? dat maakt ons bang, lijkt buiten ons geregeld.

Slechts woorden resten ons nu nog, taal moet de kus vervangen. Dit is een afscheid van onszelf. Wat rest is triest verlangen.

De wond der angst breekt ieder hart, die moeten we genezen, Opdat we ooit weer samen zijn, ja, samen zonder vrezen.

Dan, zonder vrees zullen wij weer, elkanders hart verwarmen, Omdat we dan weer elke keer, elkaar zullen omarmen.

Peter P. van Oosterum

Raymond Royal Rife

Raymon Royal Rife

Rife en zijn onderzoek naar kanker
In een onderzoek onder 16 terminale kankerpatienten die behandeld werden met de Rife machine op de frequentie van de kankerbacterie, de T-baccilli, werd volgens Rife een 100% succespercentage behaald. Een fenomenaal resultaat, dat niet onopgemerkt bleef. Er werd niet veel later een banket gehouden waar vele vooraanstaande artsen en onderzoekers uit de Verenigde Staten aanwezig waren. Het einde van alle ziekten leek nabij en de artsen toostten op dit geweldige resultaat.
Doofpot
Korte tijd hierna bleek echter geen enkele arts of onderzoeker ooit van Rife gehoord te hebben, ondanks het feit dat er fotomateriaal bestond van het betreffende banket. Sindsdien zijn Rife’s bevindingen weggemoffeld en is hij voor gek uitgemaakt. Hoewel hij zijn bevindingen makkelijk kon bewijzen, werd er door andere onderzoekers geweigerd om door zijn microscoop te kijken. Zoals vaker gebeurt in de wetenschap wanneer één persoon met onderzoeksresultaten komt die het heersende beeld onderuit halen, werd Rife de rest van zijn leven tegengewerkt. Hij is vele jaren later arm en verslagen gestorven.
Herontdekking van het werk van Rife
In de jaren 80 ontstond er hernieuwde belangstelling voor het werk van Rife, onder andere door Barry Lynes die het boek “the cancer cure that worked” schreef. Sindsdien wordt op verschillende plekken in de wereld weer onderzoek gedaan naar de rife machines en technologieën. De resonantietherapie die door NGC Energy Healing wordt gegeven, is voortgebouwd op de bevindingen van Rife en die van andere wetenschappers zoals George Lakhovsky, Hulda Clark, Nikola Tesla en Wilhelm Reich. (dit gedeelte is gekopieerd van het internet)

Voor ik verder over dit onderwerp schrijf wil ik eerst even het volgende kwijt. Voor de wetenschap is dit onderwerp dubieus, wetenschappelijk gezien onzin. Ik wijs erop dat ik niet beweer dat er waarheid in zit of sterker nog, dat alles wat Rife beweerde waar is. Zeker is dat hij een heel slimme man was, dat hij zich bezig hield met experimenten om echte volksvijanden als kanker te genezen. Dat hij aan de hele toenmalige wetenschappelijke wereld uit zijn tijd liet zien wat hij deed. Dat er daarop dol enthousiast gereageerd werd en dat hij een aanbod om samen te werken vanuit door de Amerikaanse regering gesteunde organisaties van de hand heeft gewezen, waarschijnlijk omdat hij het gevoel had dat – en zo is later ook gebleken – zijn vindingen moesten worden gebagatelliseerd en vervolgens weggewerkt. Dat is ook gebeurd.

Waarschijnlijk is zijn “waarheid” ten onder gegaan aan afgunst, lobby van de heersende medische industrie en mij zou het niet verbazen als de tegenkrachten waar hij tegen moest strijden wel voldoende mensen hebben betaald om iedereen te laten denken dat Rife de zoveelste megalomane idioot in medicaland was. Hoe dit ook zij, Raymond Royal Rife is arm en ontgoocheld gestorven. Van zijn werk, de zeer bijzondere microscoop, alsmede zijn protocollen en geschriften is weinig bewaard gebleven.

Rife beweerde kanker te kunnen genezen. Hij bewees dat ook in een aantal gevallen. Dat wil zeggen, er waren mensen bij wie door artsen kanker was geconstateerd. Die mensen werden met een door Rife bedachte methode behandeld. Dat was een heel comfortabele, niet invasieve methode. Ze hoefden niet te worden geopereerd en hoefden ook geen medicijnen te gebruiken. Dat was natuurlijk zeker in die tijd een reden om met grote twijfels naar zijn werk te kijken. Medische wetenschap bestond in die tijd uit twee grote richtingen: er waren medicijnen door eeuwen ervaring en vervolgens nagemaakt door de farmaceutische industrie. Die medicijnen moest je innemen en als het op was moest je nieuwe kopen als je nog niet genezen was. Als het allemaal niet hielp met die medicijnen, dan was er de invasieve methode, de operatie. Later zijn er natuurlijk nog bestralingen en soortgelijke technieken bij gekomen.

In de wetenschappelijke wereld – niet alleen waar het geneeskunde betreft, maar bijvoorbeeld ook bij het zoeken naar fossiele brandstoffen – worden mensen die met iets dat in hun ogen spectaculair vernieuwend is van de weg gereden, tegen gewerkt, belachelijk gemaakt. Het is begrijpelijk, omdat anderen zich daardoor bedreigd voelen in hun positie, hun macht, hun geld of aanzien. Begrijpelijk als het misschien is, is het daarom niet nog aanvaardbaar. Ja, ik weet het wel, moge de beste en de sterkste winnen roepen we vaak. De geschiedenis laat echter heel vaak zien dat er verschrikkelijk en vaak mensonterend vals gespeeld wordt.

Daardoor gaan veel belangrijke, nuttige, vernieuwende en dikwijls ook geniale vindingen verloren. En dat is nu waarover ik me ongerust maak. Die verloren dingen kunnen in sommige gevallen voor de hele mensheid van belang zijn. In de zaak Rife bleek bij herhaling dat de wetenschappers niet bereid waren om naar zijn bewijsvoering te kijken. Waarom, vraag je je dan af. Had de man zich misdragen, had hij belangrijke wetenschappers beledigd of brachten zijn ideeën alleen maar schade toe aan de leidende industrie?

Natuurlijk valt er niets meer te bewijzen hoewel, een echte scherpzinnig speurende organisatie van heel integere mensen zou waarschijnlijk dingen boven water kunnen halen, waaruit achter de zogenaamde feiten een wereld van list en bedrog schuil blijkt te gaan. Ach, niets menselijks is ons immers vreemd en het hemd blijft altijd nader dan de rok of, zoals de Engelsen het zeggen “blood is thicker than water”.

Maar wat beweerde Rife nu eigenlijk en zit daar misschien iets tussen waaraan we vandaag de dag in deze corona crisis nog wat hebben. Ik zal proberen het simpel uit te leggen op gevaar af dat ik al te zeer populariseer.

Ik begin met een anekdote over een destijds beroemde zanger, Caruso. Hij kon tegen een glas tikken en vervolgens met zijn stem de klank van het glas overnemen. Hij zong die toon dan zo lang en zo luid dat het glas begon mee te trillen, resoneren heet dat met een mooi wordt. Het glas moest dan zo hard meetrillen dat het stuk sprong.

Resoneren doen stoffen die, zoals we dat noemen kristallijn zijn. Kristal dus, maar niet alleen dat, want er zijn meerder stoffen die kristallijn reageren. Tja, hoe weet je nou of een stof kristallijn is en dus kapot gezongen kan worden. Nou, dat is gelukkig niet heel moeilijk om te weten te komen. Kristallijne stoffen hebben een vast smeltpunt. Water is bijvoorbeeld kristallijn; smelt – en vriespunt is exact nul graden Celsius. IJsfiguren zou je dus in principe met geluid kapot kunnen laten springen. Gewoon glas is bijvoorbeeld niet kristallijn. Als je het heet maakt wordt het eerst zachter en stroperig en hoe warmer het wordt hoe vloeibaarder. Dat soort stoffen noemen we amorf.

Zijn er ook organische stoffen die kristallijn zijn? Ja hoor, eiwitten bijvoorbeeld. Kijk en nu komt de oude Rife om de hoek. Virussen zijn eiwitten. Het kleine stukje DNA wat ze bevatten en wat ze gebruiken om in ons eigen DNA te plaatsen, zodat onze cellen kopieën van dit virus gaan maken is eiwit en derhalve kristallijn. En als je er nu in slaagt trillingsbronnen te vinden die het virus kapot laten trillen, dan hoef je voor die infectie in elk geval niet naar de intensive care.

Heel langzaam – en je begrijpt het al – bij de alternatieve geneeskunde, onder luid hoongelach, maar ook af en toe dreigende taal vanuit de vereniging tegen de kwakzalverij – komen de berichten die erop duiden dat het wel degelijk mogelijk is om sommige virale en/of bacteriële aandoeningen met frequenties te lijf te gaan en succesvol te genezen. Deze technieken zijn samen te vatten onder de term “Bio resonantie”.

Zoek het op, lees erover, lees over de grote pionier op dit gebied, Raymond Royal Rife, aan wie groot onrecht is gedaan.

Is er dan helemaal niets dat ik uit eigen ervaring met betrekking tot dit onderwerp kan vertellen. Ja, toch wel, één onderzoekje. Dit onderzoek vond plaats in de praktijk van een Brabantse collega die beschikte over een zogenaamde levendbloedmicroscoop. Daaronder kun je zien hoe bloedcellen, maar ook bacteriën reageren op bepaalde invloeden. We waren met zijn vieren gekomen, er was een bevriende arts, mijn twee technische vrienden die mij geholpen hebben het elektroacupunctuur meetsysteem per computer te ontwikkelen en ikzelf.

Wat we wilden weten was of bacteriën door middel van elektromagnetische frequenties (soort radiogolven) gedood kunnen worden. De arts had gezorgd voor de springlevende bacteriën, de bekende ziekenhuisbacterie MRSA had hij meegenomen. Wij legden een glazen plaatje met die bacteriën onder de microscoop en nog een controle plaatje op een tafel achter ons. Onder de microscoop lieten we elektromagnetische golven op de bacteriën los. Na ongeveer vijftien minuten bewogen die MRSA bacteriën niet meer. Vervolgens legden we het controleplaatje onder de microscoop want die hadden na een kwartier in de buiten lucht ook wel helemaal stil kunnen liggen. Die bacteriën bewogen zich echter nog zeer levendig. Na geruime tijd keken we door de microscoop nog eens naar het eerste plaatje dat we bewerkt hadden met de elektromagnetische golven. Op die betreffende avond zijn de bacteriën op het behandelde glasplaatje in elk geval niet meer tot leven gekomen.  Betekent dat nu dat je zonder meer mag aannemen dat bacteriën ook in het menselijk lichaam op die manier kunnen worden gedood met bepaalde frequenties elektromagnetisme? Het zou kunnen, maar dit was een zogenaamde “in vitro “ proef. In glas betekent dat letterlijk. “In vivo”, in het levende lichaam hebben we dat niet kunnen onderzoeken. Daar heb je een heel ziekenhuis laboratorium voor nodig en dat hadden we even niet. Wel vond ik – en dat vind ik nog steeds – onze bevinding bemoedigend en geheel in lijn met de bevindingen van de zo jammerlijk miskende Raymond Royal Rife

Tenslotte: ik informeer jullie, mijn lezers over dingen die ik heb uitgezocht en waarvan ik zelf geloof dat het klopt wat ik zeg. Ik heb in elk geval geen reden om allerlei dingen te verzinnen opdat waarheden verborgen blijven. Mijn advies is: geloof niet voetstoots wat beweerd wordt als je zelf vind dat het anders is. Bedenk dat er net zoveel waarheden zijn als mensen, maar voor jou is waar wat steeds weer voor jou werkt.

Mijn Moedertje

Op acht april negentien zesennegentig, zo rond een uur of twaalf overleed mijn moeder. Op acht april dit jaar is dat precies vierentwintig jaar geleden. Voor het raam in de huiskamer in de Lijsterstraat in Den Helder stond het bed waarin ze haar laatste maanden had doorgebracht. Mijn vader sliep op de bank en week niet van haar zijde. Drie keer in de week was ik in die laatste maanden vanuit Hilversum naar haar toe gereden want – en dat vond en vind ik nog steeds – zij was er toen ik via haar kleine maar sterke lichaam op deze wereld kwam. Ik moest bij haar zijn als zij dit leven verliet. Dat is gelukt en daar ben ik nog altijd blij om. Niet dat ik in haar stervensuur nu zoveel voor haar kon doen, nou ja, als er dan al iets was dan was het een heel klein beetje mijn vader kalmeren. De arme man wist zich geen raad bij de overigens normale gebeurtenissen die nu eenmaal heel vaak optreden als iemand een natuurlijke dood sterft.

Misschien gaan mijn lezers dit een niet zo leuk verhaaltje vinden. Bedenk dan maar dat er veel volkomen natuurlijke dingen bij ons leven horen die nu eenmaal niet heel erg prettig zijn om mee te maken.

Rond een uur of half elf was ik binnen gekomen. Mamma deed langzaam haar ogen open toen ik tegen haar sprak. ‘ah Peggie,’ zei ze. Dat was mijn hele leven lang mijn koosnaampje geweest dat alleen mijn moeder gebruikte. Daarna gingen haar ogen weer dicht. Eerder op de ochtend was de huisarts geweest om haar wat morfine in te spuiten, want pijn was in het grootste deel van het leven van mijn moedertje een nimmer wijkende metgezel waarover ze evenwel nooit klaagde. Altijd als ik vroeg: ‘hoe gaat het nu Mam,’ dan zei ze: ‘goed hoor kind’.

Ze moet rond de veertig geweest zijn toen bij haar baarmoederkanker werd geconstateerd. Dat was de grootste ramp die haar en mijn vader trouwens ook kon overkomen. Door de oorlog waren mijn ouders vijf jaar van elkaar gescheiden geweest. Pappa was behoorlijk beschadigd uit de onderzeebootoorlog in de Middellandse zee terug gekomen, maar die ouders van mij waren dolverliefd op elkaar. Zoveel intimiteit hadden ze in te halen, maar na nauwelijks meer dan tien jaar was de intense lichamelijke intimiteit niet meer mogelijk.

Mamma kwam in het Antonius van Leeuwenhoek ziekenhuis terecht in Amsterdam, toen nog aan de Sarphatiestraat. Er werd een radioactieve capsule in de baarmoedermond geplaatst. Daarmee moest ze zesendertig uur blijven liggen. Het leek goed te gaan, maar bij de controle die enkele maanden later werd gedaan achtte men het nodig de behandeling te herhalen. Helaas was de behandelende oncoloog met vakantie en de radioactieve capsule werd door een vervanger ingebracht. De daaropvolgende zesendertig uur waren de pijnlijkste en krampachtigste uit haar leven. Pijnbestrijding werd niet nodig geacht. Na de behandelperiode mocht ze weer naar huis. Maar de pijn bleef.

In de buurt woonde een vriendelijke oudere man die de gave had pijn te verlichten door handoplegging. Het leek beter te gaan. Er was weer een spoortje hoop.

Op een dag liep ze boodschappen te doen in de stad – Mamma deel alles altijd lopend. Bij het afstappen van een trottoir voelde ze onder in haar buik iets knappen. De ramp was compleet. De tweede radioactieve capsule had veel meer verwoest dan bedoeld. Van voor naar achter was een open verbinding in haar lichaam ontstaan. De persoonlijke ramp die mijn arme moedertje had getroffen was compleet. Er volgden operaties die bedoeld waren de schade te herstellen, wat nooit lukte en alleen maar meer pijn opleverde. Door de zware stralingstherapie – men wist toen nog niet beter – was veel meer aangetast dan de bedoeling was geweest. Als mijn arme moedertje in deze tijd geleefd had was vermoedelijk simpelweg de baarmoeder operatief verwijderd en had ze daarna nog heel gelukkig met haar grote liefde kunnen voortleven.

Op acht april negentienzesennegentig zat ik naast haar en hield haar hand vast. Het zachte pruttelende geluid van haar ademhaling maakte duidelijk dat de longen vol met water waren gelopen. Op zulke momenten is de natuur ons genadig. Als de longen vol water komen te staan kan het lichaam het normale afvalproduct CO2 niet meer kwijt en raken we op een heel natuurlijke manier in een coma dat langzaam overgaat in de dood. Dat is eigenlijk een prachtige zachte dood.

Ach, mijn arme vader, hij begreep het niet hij was ervan overtuigd dat Mamma ondraaglijk leed en dat de huisarts moest komen om daar een eind aan te maken. Woedend was hij toen de huisarts veel later kwam toen Mamma al dood was.

Veel later heb ik hem gelukkig kunnen uitleggen hoe genadig de natuur ons soms zelfs bij het sterven te hulp komt.

Na het overlijden vroeg ik mijn zusje en mijn vader kleding voor Mamma te gaan uitzoeken. Ze moest per slot van rekening netjes opgebaard worden. Toen die twee de trap op gestommeld waren heb ik in de keuken mijn handen gewassen en een glaasje jenever ingeschonken. Vervolgens heb ik bij mijn moeder het glas geheven en haar verteld dat ze de liefste moeder was geweest die een mens maar kan hebben en dat was waar.

Foekje heette ze Foekje Slot. Geweldig lief klein mens.

Steentjes

Een bijzondere beleving had ik gisteren. Soms zijn er van die dingen in het leven die je alsmaar voor je uit schuift, weet je wel.‘Het hoeft nog niet,’ zeg je dan tegen jezelf. Of: ‘ja, ik weet wel dat het een keer zal moeten gebeuren, maar ik heb er eigenlijk weinig last van.’ Ongetwijfeld kennen de meeste mensen in hun leven wel dingen die ze naar eigen inzicht “verantwoord” uitstellen.

Een paar maanden geleden, bij een zogenaamde pet-scan was behalve de gezochte informatie ook nog – zoals ik het nu maar noem – bijvangst naar boven gekomen, namelijk een aneurysma in de buik (daar moet je echt redelijk vlug mee naar de dokter, wat ik ook heb gedaan) en een niersteen van bijna twee centimeter groot en dat is echt een hele flinke.

Meer dan dertig jaar geleden hadden we voor een weekje een motorscheepje gehuurd. Het was een oud scheepje en gelukkig niet zo duur, want veel geld hadden we niet, maar we wilden toch een weekje varen met de kinderen. Bij het varen waren er nogal wat trillingen. Wij dachten dat het zo hoorde en blijkbaar hinderde het ook niet want de motor deed het altijd. Toen we echter na die week weer in ons eigen bed lagen had ik een knagende pijn in mijn rug. Het was niet een pijn waaraan je iets kon veranderen door een andere houding aan te nemen. ‘Een niersteen,’ dacht ik. Ik sliep die nacht weinig en de volgende ochtend bezocht ik de weekendarts, een vriendelijke dame die mij vroeg wat ze voor me kon doen. Ik zei: ‘ik denk dat ik een niersteenaanval heb. ‘ Nou, dat zou best kunnen,’ zei de dokter, nadat ze mij met de zijkant van haar hand een zacht maar niettemin pijnlijk tikje in mijn lende had gegeven. ‘Ik zal u een injectie geven en als u gelijk hebt is de pijn al verdwenen als de naald nog in uw arm zit.’Het wonder geschiedde met die injectie – Buscopan Compositum naar ik later hoorde – verdween de krampende pijn als sneeuw voor de zon.

Ik dacht  ‘ach, dat niersteentje zal ik nu wel kwijt zijn.’ Dat is toch vrij normaal om te denken. De pijn was weg, bleef jaren weg totdat ik een keer twee dagen achter elkaar iets at wat ik lekker vond en nog altijd vind. De eerste dag aten we asperges en de dag daarop was broccoli de groente. In de daarop volgende nacht had ik een niersteenaanval. Mijn huisarts kon mij de volgende dag niet die injectie geven waar ik om vroeg, Buscopan. Hij zei: ‘dat mogen wij niet meer gebruiken.’ Later hoorde ik dat alleen de ziekenhuizen het nog kunnen gebruiken. Er zullen vast veiligheidseisen aan ten grondslag gelegen hebben of – wat misschien meer voor de hand ligt – de prijs.

Hoe ik eraan kwam? Dat begreep ik ook later en omdat het iedereen kan overkomen die heel veel van een bepaald soort medicijnen in zijn leven heeft moeten gebruiken schrijf ik er hier over.

Ik heb het nu over antibiotica, althans de antibiotica van de oude generatie. Vanaf negentienzesenveertig heb ik heel vaak de eerste penicilline als injectie gekregen. Toen die eerste penicilline niet meer werkte werden er op basis van die stof nieuwe middelen gemaakt. Een ervan zal iedereen weleens gehoord hebben, Clamoxil. Scheikundig waren het allemaal middelen die gemaakt waren op basis van oxaalzuur. Al die middelen waren bedoeld om gevaarlijke bacteriën te doden en dat deden ze vaak ook. Maar bij overvloedig gebruik kon in ons lichaam het calciumzout van dat oxaalzuur ontstaan, calciumoxalaat. Deze stof kan in de nieren neerslaan en tamelijk harde stenen vormen. Gelukkig bij mij maar in één nier. En nu zul je misschien denken wat hebben die asperges en die broccoli er nu mee te maken, maar in die groenten zit relatief veel oxaalzuur, vandaar. Vanaf mijn zesde jaar tot nu, bijna tachtig, ben ik dus met dat stuk oxalaat in mijn lijf blijven lopen omdat ik het niet wist.

Gisteren ben ik voor de eerste keer in mijn leven behandeld met de niersteen vergruizer, want die grote steen zit waarschijnlijk aardig vast en met een operatieve verwijdering wacht ik liever even tot het moment dat vergruizen niet lukt. Misschien toch even een goede raad: als je last van nierstenen hebt zoek dan even op het internet naar een lijst van voedingsmiddelen waarin veel oxaalzuur voorkomt. Het is niet zo dat je dan bijvoorbeeld nooit postelein (zit veel oxaalzuur in) mag eten, maar niet drie dagen achter elkaar, begrijp je.

Dan tenslotte voor de nieuwsgierigen of misschien ook wel voor sommigen die wat angstig naar dit soort onderwerpen kijken, de behandeling met de niersteenvergruizer is niet pijnlijk. Ik voelde een half uur lang tikjes tegen mijn zij, ongeveer waar de nier zit natuurlijk. Gelukkig had ik een mp3 spelertje met muziek meegenomen, want een half uur lang meetellen met drieduizend tikjes vind ik behoorlijk saai. Over een week of twee ga ik maar weer een scan laten maken om te zien of het al een beetje opschiet met de sloop van die kei.

Ik hoop het maar, want dat gedoe met mijn lijf vreet tijd.

Filo Sofietje

Een meisje dat hevig nadenkt over vele levensvragen, maar meer in het bijzonder over wat wijsheid is. Vandaag neem ik voor korte tijd haar rolletje – want meer is het natuurlijk niet – over. Het nieuws is weer vol van voor en tegenstanders van het al dan niet landelijk regelen of je wel of niet baas over je eigen leven bent. Die vraag blijkt verbazend veel discussie op te roepen, voornamelijk tussen religieuze – en niet religieuze mensen. Ik zeg opzettelijk voornamelijk, want tussen de niet religieuzen zitten toch onverwacht veel hardliners die vinden dat dit een vraagstuk is waarin de overheid – of in elk geval gecertificeerde vertegenwoordigers daarvan het laatste woord in deze moeten hebben. Hoe komt dat nou toch? Waarom willen andere mensen dan jijzelf beslissen over het moment dat jij ophoudt met leven. Misschien nog wel een belangrijkere vraag zou kunnen zijn of dat goed is of niet.

Laat ik voor het gemak beginnen met de gelovige mensen. Daarmee bedoel ik natuurlijk de mensen die tot de christelijke geloofsrichtingen behoren. Van al die andere richtingen weet ik te weinig om me daarover een oordeel aan te matigen.

Wie het nieuws volgt heeft kunnen merken dat in de politiek, met name in de opvattingen die we horen van de parlementariërs in de tweede kamer, dat de leden van de CDA fractie, van de Christen Unie en van de SGP faliekant tegen het idee zijn dat een mens – wie dan ook – beslist over zijn eigen levenseinde. Alle mensen die het gedachtegoed van deze partijen aanhangen zijn van mening dat de mens niet zichzelf, maar God toebehoort.

Voor een goed begrip moeten we wel beseffen dat dit vaak heel sterke geloof in een hoger wezen van kinds af aan is meegegeven aan deze mensen. Uit ervaring kan ik vertellen dat het heel erg moeilijk is om dat wat je van kinds af aan geleerd is door meestal ook nog de mensen van wie je houdt en voor wie je respect hebt los te laten. Tot de overtuiging komen dat het allemaal niet waar is, dat godsdienst een menselijk verzinsel is met doorgaans niet eens zulke nobele bedoelingen als we bedoeld zijn te geloven, is buitengewoon moeilijk. Het is niet alleen moeilijk omdat je binnen je eigen denken en voelen een gigantische omwenteling moet maken, maar ook omdat je met een dergelijke draai jezelf sociaal isoleert van alles en iedereen die veiligheid en vertrouwdheid voor je betekenen.

Goed, houd dit even vast: kom je uit die gelovige hoek dan is jouw leven ondergeschikt aan de voor jou volstrekt onbekende wil van een hogere macht, God. Je hebt geleerd dat jouw leven een geschenk van God is en dat het daarmee niet aan jou is om je schepper te beledigen door zelf te beslissen dat je leven moet eindigen. In religieuze kringen wordt het godsbegrip ook wel eens verklaard met de overigens kritiekloze aanname dat God onze goede herder is en wij zijn schapen die door hem liefdevol worden geleid.

Mocht je desondanks en behorend tot een dezer gemeenschappen, vragen hebben over de ongelooflijke rotzooi op deze wereld die de schepper kennelijk oogluikend toestaat, dan zul je in je vertwijfeling telkens het zelfde antwoord van geestelijke leiders krijgen, namelijk dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn en voor ons als nietig mens daarom niet te begrijpen. Accepteer! Daar komt het op neer. Persoonlijk zie ik dat anders, maar laat me nu vooral duidelijk zijn: als je gelukkig bent met deze opvatting van het leven en de plaats die je daarin hebt, pas dat dan vooral toe in je eigen leven. Jij vindt dat jouw hele werkelijkheid in Gods hand ligt, prima. Wat je echter niet zou moeten willen is beslissen dat andere mensen volgens jouw overtuigingen moeten leven. Elk mens is uniek en daarom is ook de werkelijkheid van elk mens uniek. Jij verlangt begrip en respect voor jou levensopvatting, voor jouw geloof. Maar je moet wel begrijpen dat je dat alleen kunt verlangen als je bereid bent precies dat zelfde begrip en respect op te brengen voor iemand die diametraal anders in het leven staat. Als je dat begrip en respect niet kunt opbrengen heb je eigenlijk geen recht van spreken, omdat je dan kennelijk van mening bent dat jouw levensopvatting deugt en die van de ander niet. Met andere woorden, je verheft je boven een medemens met de opvatting “ik deug en jij niet”. Weet je, van dergelijke opvattingen wordt onze werkelijkheid al een paar duizend jaar absoluut niet beter. Kort samengevat: Geloof wat je wilt en gun elk ander dat zelfde recht.

In de aanhef van dit stukje schreef ik ook al dat er naast de mensen met religieuze beweegredenen om het recht over het eigen leven niet aan elk individu te laten ook overheidsdienaren en ook anderen zijn die ook van mening zijn dat jouw moment van sterven niet uitsluitend jouw zaak is. Ook hierbij komen we verschillende beweegredenen tegen. Om te beginnen is er de arts die geleerd heeft dat hij alles moet doen om het leven in stand te houden. Om die reden zijn er nog steeds vele artsen die niet bereid zijn euthanasie te plegen op doodzieke patiënten. Lelijker wordt dit echter als we, vaak tandenknarsend moeten vaststellen dat doodzieke mensen gedwongen worden het ellendige en vaak pijnlijke leven voort te zetten omdat er – als je tenminste goed kijkt – veel geld aan wordt verdiend. Schande, of niet?

Tja, en dan hebben we nog de politici die om allerlei uiteenlopende redenen er tegen zijn dat elk mens zelf uitmaakt dat het leven lang genoeg heeft geduurd. Dat zijn de regelneven. Vaak met ogenschijnlijk goede bedoelingen; vinden ze zelf doorgaans ook. Zij handelen meestal vanuit de typische zelfvoldaanheid waarvoor de politieke verantwoordelijkheid hen de ruimte laat. Vaak hebben ze het dan over gevallen waarbij bijvoorbeeld kinderen van een gefortuneerde erflater belang hebben bij diens overlijden.

Welnu, laat ik dit stukje afsluiten met het volgende: Ik heb respect voor de euthanasie dwarsliggers die dat vanuit hun geloofsovertuiging doen, omdat ik weet dat die mensen rotsvast in hun vertrouwen in een hogere macht zitten. Ook heb ik respect voor die artsen die wezenlijk in gewetensnood raken bij de gedachte aan actieve hulp bij sterven. Voor politieke opvattingen anders dan uit het hierboven genoemde heb ik geen respect, omdat die opvattingen voortkomen uit opportunisme.

Bob

Zo noemden we hem allemaal. Tandarts was hij. Toen hij afgestudeerd was kon hij de praktijk van zijn vader overnemen in een kleine provinciestad in de Betuwe. Een doodgoeie jongen zou de volksmond zeggen.

In het stadje waar hij woonde was een groep – ik wil het nog net geen sekte noemen – nou ja, een soort geloofsgemeenschap met een eigen kerkgebouwtje en een bijna hondersprocentige sociale controle. Wat er op neer kwam dat er in elk geval elke zondag in dat kerkje gezeten en geluisterd moest worden naar een voorlezing van… ja, hoe zal ik het zeggen, hij werd ome Karel (niet zijn juiste naam) genoemd en wekelijks moesten de groepsleden luisteren naar een voorlezing van een van zijn uitgeschreven preken. Blijkbaar vond met het ook van cruciaal belang dat er niets gemist werd, want de voorlezingen gingen het jaar rond door en het was zeer ongewenst als je vanwege vakantie op zondag niet verscheen. Vakantie was dus toegestaan van maandag tot en met zaterdag. Bob hield zich er strak aan want de sociale druk was groot.

Toen Bob de praktijk van zijn vader had overgenomen kwam automatisch de assistente mee. Ze was een betrekkelijk onooglijke vrouw met – zoals de uitdrukking luidt – weinig mannenvlees. Ze behoorde echter tot de ‘familie’ zoals de groep onderling werd aangeduid. Enkele lieden die de leiding aan zich hadden getrokken vonden dat Bob maar met haar moest trouwen.Dat deed hij, gehoorzaam als hij was.

Het huwelijk werd een onafzienbare reeks van verdrietige gebeurtenissen. De vrouw bleek diep depressief en er waren meerdere zelfmoordpogingen van het soort dat steeds net niet lukte. Er werd één kind geboren, een dochter. Naar ik later hoorde was de zwangerschap de enige periode in het huwelijk van Bob dat zijn vrouw zich normaal kon gedragen. Na de bevalling sloeg de depressie weer toe. Een ouder echtpaar, behorende tot de ‘familie’ nam de opvoeding en de zorg voor het kind over. Bob zal daar ongetwijfeld flink voor hebben moeten betalen. Tenslotte was hij tandarts en daarmee waarschijnlijk de hoogst opgeleide grootverdiener in de familie.

De vrouw van Bob was heel vaak voor kortere of langere perioden opgenomen voor psychiatrische zorg, maar ze was ongeneeslijk. Tenslotte werd ze blijvend opgenomen.

Toen had ik – en met mij nog enkele goede vrienden die niet meer tot de familie behoorden – het idee dat Bob nu zijn vrijheid zou pakken. En zo leek het ook. Hij kreeg weer contact met zijn enige jeugdliefde en het duurde niet lang of ze trok bij hem in. De praktijkruimte was inmiddels vrij gekomen want Bob had de praktijk ondergebracht in een commerciële groepspraktijk, waar hij door de eigenaar ongelooflijk belazerd werd, maar dat is een ander verhaal.

De jeugdliefde kwam en bracht haar zoon mee die de mooie vrijgekomen ruimte als kamer kreeg. Jammer was dat de jongen een tamelijk fervente en onbenaderbare drugsgebruiker was. Het sprookje tussen Bob en zijn jeugdliefde was al snel uit.

Helaas ben ik deze oude vriend uit het oog verloren. We hadden een enkele keer nog wel een telefonisch contact en ik begreep dat er toch wel weer een andere mevrouw belangstelling had voor deze tandarts die alleen nog wat mondzorg in bejaardenhuizen deed.

Zojuist kreeg ik van een gemeenschappelijke vriend een berichtje waarvan ik toch even stil werd. Hij schreef: Wist jij dat Bob op elf januari is overleden? Nee, dat wist ik niet en we zijn intussen tien dagen verder.

Wie was er bij hem toen hij stierf; of was hij net als in zijn hele leven alleen? Ach Bob. Je vak vond je altijd prachtig, maar je had totaal geen talent voor levensgeluk. Als ik voor jou iets zou wensen dan zou het zijn dat er inderdaad een warm en gastvrij hiernamaals is waar ze, speciaal voor jou een wereld vol van de meest verrukkelijke frivoliteiten hebben gecreëerd en dat je dan beseft dat het feest alleen af en toe ophoudt om even uit te rusten. Ben je eindelijk ook eens aan de beurt.