Ik ben…

Tja, vul daar nu eens iets achter in. Nee, niet dat je een man of een vrouw bent of je beroep of dat je vader of moeder bent. Die dingen zijn namelijk bekend bij iedereen om je heen. Oh, ik wil je helemaal niet beledigen hoor door te zeggen dat al die dingen niet belangrijk zijn, want voor jou zijn ze dat natuurlijk wel. Aan de andere kant moet je natuurlijk wel beseffen dat alle bovenstaande omschrijvingen van wat je bent natuurlijk standaard – gewoonte omschrijvingen zijn die je vanaf je geboorte hebt aangeleerd. Tja, wat zit ik nou weer te zeuren hè?

Een paar dingen vallen me in: Op school zongen we een liedje. Het was een Engels liedje: Row, row, row you boat, gently down the stream. Merrily, merrily, merrily, merrily, life is but a dream. Ja, inderdaad, het was een canon die we als kinderen zongen… Maar de inhoud of liever de conclusie: dat je rustig je levensbootje stroomafwaarts moet roeien, want dat het leven slechts een droom is. Bij mij rijst dan de vraag: maar als het leven een droom zou zijn, wat ben ik dan? Eigenlijk een identiteitsvraag, toch?

Ja en dan moet ik denken aan die mensen – vroeger meer dan tegenwoordig moet ik er wel bij zeggen – die hun hele identiteit ophangen aan hun religieuze overtuiging.

Misschien heb je het ooit gelezen omdat het verplichte literatuur was, maar nee, dat was ook vroeger toen ik op de middelbare school ging in de vijftiger jaren van de vorige eeuw: De buitengewoon amusante bundel van Multatuli “Woutertje Pieterse”, waarin het kostelijke hoofdstukje voorkwam van het salieavondje bij de Pieterses. Daar spreekt Moeder Pieterse haar zoon Stoffel toe, om de aanwezige kennissen toch vooral te laten weten dat haar familie over ontwikkeling beschikt en zij zegt (ik citeer) ‘Stoffel zeg jij nou ereis wat.’ Waarop Stoffel zich er eerst uit tracht te redden door de gedenkwaardige woorden te spreken aan zijn tabakspijp lurkend: ‘Ik weet niks’. Moeder Pietersen laat hem daar echter niet mee weg komen, want Stoffel zit op letterzetten en moet toch waarachtig wel iets weten. Stoffel wendt zich dan met een gewichtig gezicht tot de in het gezelschap aanwezige Juffrouw Laps met de woorden: ‘Juffrouw Laps, weet ge wat gij zijt?’ Waarop de aangesprokene reageert met: ‘Ik? Wel ik ben griffmeert,’ gereformeerd bedoelt het mensje natuurlijk, daarmee aangevend dat die aanduiding haar hele identiteit omschrijft. In het vervolg van dat amusante hoofdstuk ontstaat er bijna een oorlog in de huiskamer van juffrouw Pieterse als Stoffel, opnieuw aan zijn pijp lurkend juffrouw Laps uitlegt dat hij wenst te weten wat Juffrouw Laps is vanuit een dierlijk oogpunt. Juffrouw Laps laat dan weten dat zij liever heen gaat als het onfatsoenlijk wordt, waar op Stoffel haar meedeelt dat ze een zoogdier is. Grote commotie als de gereformeerde juffrouw woedend begint uit te leggen dat genoemde omschrijving nooit op haar van toepassing kan zijn, dat zij door en door fatsoenlijk is en dat haar vader in de granen was, daarmee diens handelspositie aan duidend als verklaring voor haar mening dat zij nimmer als een zoogdier kan worden aangeduid.

Multatuli schildert prachtig de benepen kleinburgerlijkheid, maar raakt en passant toch even aan het identiteitsvraagstuk. Want tja, wie of wat ben ik. En dan nog, ben ik één van velen of ben ik een uniek verschijnsel of – en nu wordt het helemaal ingewikkeld – ben ik misschien allebei?

Stel nu eens dat ik voor mijzelf beslis dat de werkelijkheid, mijn werkelijkheid dan, het best en het meest kernachtig is omschreven in de bovengenoemde canon, dat het leven, mijn leven, een droom is, een droom die ik mijn hele leven droom en als werkelijkheid ervaar en dat ik dus helemaal al dromend niet besef dat ik droom, maar alles wat ik droom als werkelijk ervaar. Tja, wat valt daar eigenlijk tegenin te brengen. Mijn ervaring met dromen laat mij op overtuigende wijze weten dat ik dromend de overtuiging heb dat wat ik droom echt is en dat ik al dromend nooit de gedachte voel opkomen dat het niet echt is en dat ik weet dat ik droom. Daar komt nog eens een keer bij dat een droom in mijn beleving dagen en soms weken kan duren, terwijl we dan toch geleerd hebben dat een droom zich doorgaans afspeelt tijdens de korte momenten van de zogenaamde REM slaap (Rapid Eye Mouvement).

Leuk om te weten toch? Maar wie of wat garandeert me nu dat het verschijnsel droom niet, om een beeldspraak te gebruiken, een gebouw met verdiepingen is en dat ik, wanneer ik denk dat ik wakker wordt gewoon overga naar de volgende etage in een nog realistischer droom.

Nou, tot zover dan maar weer. Natuurlijk heb ik zo mijn eigen filosofietjes over het leven, mijn leven bedoel ik natuurlijk, want in jouw geest kan ik niet waarnemen.

Hier moet ik het even bij laten al moet ik zeggen dat ik het leuk zou vinden als je reageert, want ik vind het altijd heerlijk om over dit soort zaken met anderen verder te dromen.