Vaccinholocaust

Voorspelling kwam uit: De VACCINHOLOCAUST die nu over de hele wereld plaatsvindt

december 19, 2022, een artikel uit Frontnieuws.

Ik kan het absoluut niet laten om tegen de regulier verspreide leugens in te gaan. Het is de elite van onze wereld, mensen waar we met bewondering zouden moeten kunnen opzien, die ons naar het leven staan, ons als een ondersoort behandelen dat mag worden uitgeroeid als het geen winst oplevert. Wij moeten echt heel veel beter voor onszelf gaan zorgen. De elite doet dat nu geheel op onze kosten en op ons leven.

Bijna drieënhalf jaar geleden voorspelde de Health Ranger Mike Adams het verminken, verwonden en vermoorden van honderden miljoenen mensen over de hele wereld. Hij noemde het een Vaccinholocaust die zou worden bereikt door een gecoördineerde censuur (onder leiding van het corrupte CDC) van “alle kritiek op vaccins op elk technologieplatform”, waaronder Google, Fakebook, Twitter en YouTube, schrijft S.D. Wells.

In feite zei de Health Ranger dat ALLE kanalen met video’s of inhoud die durfden te wijzen op door vaccins veroorzaakte verwondingen en sterfgevallen die direct beschikbaar zijn op VAERS, zouden worden gecensureerd, verboden, gedeplatformeerd en gezuiverd. Dit was ruim zes maanden voordat het nieuws bekend werd, met het valse narratief dat het “nieuwe virus” zich verspreidde omdat mensen geïnfecteerde vleermuizen aten op een dierenmarkt in China.

Een van de redenen waarom deze voorspelling rijp was voor de praktijk was dat de vaccinindustrie volledige immuniteit (pun intended) geniet tegen rechtszaken, dankzij zeer corrupte regeringen die in bed liggen met Big Pharma. Geen enkele patiënt die door een dodelijk vaccin gewond is geraakt of is gedood, kan de fabrikanten aanklagen wegens gebrekkige producten, oneerlijke klinische proeven of de bedoeling schade te veroorzaken. Als criminelen eenmaal weten dat ze kunnen wegkomen met moord, en massamoord in de vorm van genocide, waarom zouden ze dan niet doorgaan met een Vaccinholocaust en er miljarden dollars mee verdienen?

Health Ranger voorspelde Vaccinholocaust en de Vaccincultus die in het aas zou trappen, lijntje-loodje-en haakje

Omdat vaccins worden gepropageerd als de “heilige graal” van de westerse geneeskunde, was het sekte-achtige “geloof” een perfecte katapult om de plandemie van 2020 te lanceren. Vergeet niet dat een totaal geloof in vaccins überhaupt vereist is door het CDC en de Amerikaanse regering, anders wordt u beschouwd als een “anti-vaxxer” die “anti-wetenschap” is en een “binnenlandse terrorist” die ziekten wil verspreiden en medelanders wil doden.

2021 top artikelen – Tragedie in Spanje: 761 ouderen stierven in één week in verpleeghuizen, de meesten van hen na te zijn gevaccineerd

Techgiganten, MSM “persstituees” en de pratende hoofden van de regelgevende instanties (denk aan Fauci en Walensky hier) zijn allemaal schuldig aan het propageren van de Vaccinholocaust van 2020 en daarna. Dit zal, zoals de Health Ranger 3,5 jaar geleden voorspelde, tientallen jaren duren en een paar miljard mensen uitroeien die grotendeels lid zijn van de vaccincultus en die elke dodelijke prik krijgen waarvan de CDC zegt dat ze die moeten krijgen. Zoals de Health Ranger verklaarde: “De massale dood is nu op ons neergedaald, en het wordt allemaal uitgevoerd in naam van de ‘wetenschap’.”

Hier ziet u de Health Ranger die de Vaccinholocaust 3,5 jaar geleden voorspelde, nog voor het begon:

De Vaccinholocaust heeft al wereldwijd een tsunami van doden en een apocalyps van “onverklaarbare” ziektes en plotselinge sterfgevallen gebracht

Sommigen noemen het Pfizer-Gate. Anderen noemen het het Spike-Eiwit Syndroom. Hoe je het ook wendt of keert, de massale sterfgevallen als gevolg van de Covid-prik kunnen niet langer in de doofpot worden gestopt. Kijk maar eens goed naar de gegevens en statistieken. Er zijn al meer doden gevallen door de Covid-griepprikken dan alle doden door overdosis drugs, auto-ongelukken en wapengeweld samen in de afgelopen twee jaar.

Iedereen heeft gehoord over de oorlog tegen drugs en de strijd tegen opioïdenverslaving, maar waar is de oorlog tegen vaccins? mRNA “vuile vaccin” injecties zijn erger dan de slechte drugs en kogels, in feite zijn het massavernietigingswapens. Het is geen toeval dat miljoenen gezonde mensen over de hele wereld, die de Covid-griepprikken kregen, nu plotseling myocarditis, pericarditis, extreme allergische reacties krijgen en plotseling sterven door “onverklaarbare oorzaken”, waaronder atleten, militairen en piloten.

Studie: kunstmatige COVID vaccin “immuniteit” neemt na slechts zes weken reeds af


Copyright © 2022 vertaling door Frontnieuws. Toestemming tot gehele of gedeeltelijke herdruk wordt graag verleend, mits volledige creditering en een directe link worden gegeven.

Onkruid?

In maart volgend jaar zal Canada beginnen met het euthanaseren van mensen met psychische problemen om de regering geld te besparen en de bevolking van het land te verminderen, schrijft Newspunch.com.

De nieuwe wet houdt in dat als iemand zich depressief voelt, er slechts twee artsen nodig zijn om een dodelijke cocktail van serums te legaliseren om snel een einde te maken aan zijn leven.

De maatregel om mensen te ontvolken die lijden aan psychische aandoeningen komt nadat het Trudeau-regime ook had aangekondigd dat het zou beginnen met het euthanaseren van mensen die arm zijn.

Rmx.news meldt:

Dit is gewoon de volgende fase van een proces dat begon in 2016 toen het Canadese parlement de wet op Medical Assistance in Dying (MAID) aannam die euthanasie effectief legaliseerde. “Maid” werd dus een woord dat synoniem werd voor de wens om te sterven.

De wet mocht alleen worden toegepast bij ongeneeslijke ziekten of bij mensen die door hun gezondheidstoestand op het punt stonden te sterven. In het eerste jaar van de wet werden iets meer dan 1.000 mensen, voornamelijk met kanker, op deze manier ter dood gebracht.

In 2021 werd de wet gewijzigd zodat ook andere aandoeningen die patiënten als “ondraaglijk” beschouwden, onder de wet vielen. Daardoor kwam het aantal op deze manier gelegaliseerde sterfgevallen op meer dan 10.000, ruim 30 procent hoger dan in 2020.

Nu, in maart 2023, zal de Canadese wet de euthanasie van psychiatrische patiënten toestaan. Volgens hoogleraar rechten Trudo Lemmens uit Toronto betekent dit dat zelfmoord in wezen een manier wordt om psychiatrische ziekten te behandelen. Het opent de mogelijkheid dat iemand die lijdt aan een chronische depressie en hulp zoekt, door een therapeut de dood als uitweg wordt aanbevolen.

Dit stukje heb ik overgenomen uit “Frontnieuws”

Uit het feit dat ik nadrukkelijk vermeld dat ik het heb overgenomen kun je opmaken dat ik het onmogelijk zelf had kunnen verzinnen. Als dit zelfs maar een beetje waar is, dan vraag ik me af in welke nachtmerrie de wereld is beland en wat voor soort roofdier Justin Trudeau eigenlijk is.

Omdat ik mij meer dan vijfenveertig jaar met natuurgeneeskunde heb bezig gehouden las ik vroeger het blad “Onkruid”. Ik heb eigenlijk geen idee of het nog bestaat, maar wat ik hier nu zie gebeuren is dat de term “onkruid” een heel nieuwe en vooral kwaadaardige invulling heeft gekregen. Volgens de megalomane Canadese premier zijn alle mensen die maar even buiten het gemiddelde vallen te definiëren als onkruid dat gewied en vernietigd moet worden. Trudeau vindt blijkbaar dat er met al die giftige zogenaamde covid vaccinaties niet voldoende mensen zijn gestorven. Nu gaat hij dus over tot het actief ruimen, alsof depressieve of arme mensen als vee kunnen worden beschouwd en geëuthanaseerd kunnen worden omdat ze te veel kosten.

Als ik dit lees dan denk ik: wat zou het goed zijn als overal ter wereld megalomane volks verlakkende regeringsbaasjes zichzelf uit pure schaamte voldoende fentanyl inspoten om niet meer wakker te worden. Ze zullen dat inderdaad zelf moeten doen, want wij lenen ons niet voor moord.

Achterom kijken

Van omhoog kijken krijg je pijn in je nek heb ik altijd geleerd. Dat was een grapje dat bedoeld was om je ervan te weerhouden tegen mensen op te kijken. Misschien een goed advies? Ik heb er weinig ervaring mee omdat ik van nature al niet geneigd ben tegen mensen op te kijken. Maar nu wat dat achterom kijken betreft. Gisteravond kwamen we al zappend bij dat programma van Özcan Akyol terecht. Iedereen noemt hem Eus en hij heeft een eigen manier van interviewen, waarbij hij de rol van kapper speelt.

Gisteren had hij een afspraak met Eva Jinek die toch inmiddels een heel bekende televisie persoonlijkheid is geworden. Hoe dan ook, ik vond het een heel verhelderend gesprek wat die twee daar voerden. Van Eva had ik altijd de indruk dat ze een glasharde tante was maar tot mijn verbazing onthulde zij dat ze heel snel ontroerd raakt en in tranen uitbarst. Dan laat je wel iets van jezelf zien. Eva gunde ons een terugblik in haar leven als kind van ouders die ooit gevlucht waren uit een toenmalig Oostblokland. Natuurlijk zat er wel een commercieel kantje aan het verhaal, want Eva had een portrettenboek geschreven – en er komt er nog een – over mensen met een bijzondere achtergrond die ze geïnterviewd had. En omdat dit soort handelen nu heel dicht ligt bij het onderwerp waarover ik wil schrijven ga ik er niets negatiefs over zeggen. Welk onderwerp vraag je? Het najagen van succes.

Als ik achterom kijk naar mijn jeugd, die net als bij iedereen de voorbereiding en de bron vormt voor mijn verdere leven, dan zie ik mijzelf als een onbevangen kind aan het einde van de tweede wereldoorlog. Samen met mijn moeder en later ook haar zuster Truus waren wij geëvacueerd uit mijn geboorteplaats, Den Helder. Dat was overigens geen overbodige luxe want een feit dat weinig mensen kennen is Dat Den Helder gedurende die oorlog rond de zeshonderdvijftig keer is gebombardeerd, zowel door de Duitsers als door de geallieerden. Niet zo heel vreemd want het was tenslotte een marinehaven.  Alle mensen die niet strikt nodig waren weren dus geëvacueerd. Wij kwamen terecht op Schagerbrug, een dorpje in de buurt van Schagen. Mijn grootmoeder had daar een zuster wonen die getrouwd was met een man die dagelijks met een platte stalen schuit de melkbussen ophaalde en omruilde voor lege, om vervolgens naar de melkfabriek ‘De Eensgezindheid’ in Sintmaartensvlotbrug te varen.

Ik kan niet anders zeggen dan dat ik daar op dat rustige boerendorpje een heel harmonisch en gelukkig begin van mijn leven heb beleefd. Op een dag in 1944, waarom weet ik niet, gingen we terug naar Den Helder. Lopend tussen mijn moeder en tante Truus die stevig mijn handjes vasthielden liepen we die twintig kilometer naar Den Helder. Ik herinner me trouwens dat ik vanaf Julianadorp bij een meneer die mijn tante of mijn moeder blijkbaar kende achterop de fiets gezeten heb. Blijkbaar waren mijn kleine beentjes na ruim vijftien kilometer uitgeput.

Bij opa en oma Slot in de van Hoogendorpstraat hebben wij het laatste oorlogsjaar en de hongerwinter doorgebracht. Ik kan me trouwens niet herinneren dat ik honger heb gehad. Wel herinner ik me dat mijn ellebogen en knieën een soort open wonden hadden. Daar moesten elke dag lappen omheen worden gewikkeld die van oude lakens waren gescheurd. De aandoening werd veroorzaakt door het bloembollenmeel dat in het brood werd verwerkt. Men noemde het broodschurft. Toen in het voorjaar de zon ging schijnen en opa tegen mijn moeder zei: ‘je moet dat kind ermee in de zon laten lopen,’ ging het over.

Van mijn vader hadden wij een foto. Hij was tijdens het bombardement op Rotterdam als marineman met een half afgebouwde onderzeeër over de bodem van de Noordzee naar Engeland gevaren.

In september 1945 kwam hij thuis. Die dag zal ik nooit vergeten. Het was heel vroeg in de morgen. Ik zat op de tweede tree van de trap in de gang. De voordeur ging open en ik zag hoe een matroos achteruit een vrachtauto sprong en een plunjezak meenam. Het volgende beeld dat in mijn geheugen is gegrift is dat mijn moeder in innige omhelzing met die vreemde matroos stond. Ik had mijn moeder nog nooit iemand zo zien omhelzen en ik had mij daar op die traptrede zittend nog nooit zo eenzaam gevoeld. Uiteindelijk ging die matroos – nou ja, mijn vader dan – mee de kamer in waar de hele inmiddels ontwaakte familie hem enthousiast begroette. Ik werd overgeslagen. Ik werd niet opgepakt in zijn armen. Er waren blijkbaar andere dingen die zijn aandacht nodig hadden.

Toen hij vertrok in 1940 was ik een baby. Nu was ik een jongetje van vijf jaar. Als mijn vader in die tijd over mij sprak had hij het over ‘dat apparaat’ dat ‘o ja’ ook mee moest.

Wat ik mij als kind natuurlijk niet realiseerde was dat mijn vader door alleen al zesendertig patrouilles van zes weken naar de Middellandse Zee met een utility class ondezeeërtje zowel lichamelijk als geestelijk vreselijk had geleden en eigenlijk ernstig ziek was. Ik wist dat natuurlijk allemaal niet, maar ik had een oorlogsvader die om het minste of geringste in drift sloeg, tot grote angst van mij en mijn moeder. Ach mijn arme moedertje. Haar kleine mannetje dat ze zo manmoedig de oorlog had door gesleept werd nu steeds, als mijn vader ergens boos of driftig over werd, geslagen. Als ik eraan terug denk hoor ik nog haar angstig smekende stem: ‘Oh Piet, Piet niet doen!!

De oorlog had mijn arme vader van een belangrijk deel van zijn innerlijke rust en zelfbeheersing beroofd. Hij kon er niets aan doen. Maar ja, ik ook niet, maar ik werd bang. Ik was nog nooit geslagen. Ik werd een vreesachtig mannetje, bang voor mislukkingen die hij me dan weer verweet. Wat mij in dat begin echter het meest stak was dat hij totaal geen aandacht voor me had. Het leek wel alsof ik niet bestond en ik wilde dat ik me zag dat ik belangrijk voor hem was. Maar ach, de arme man zat vast in dat oorlogsverleden.

Toen moet er zich bij mij onbewust een wanhoop proces hebben ontwikkeld. Het kan onmogelijk opzettelijk gebeurd zijn. Als ik eraan terug denk vermoed ik dat mijn onzekerheid mij onvoorzichtig heeft gemaakt. Hoe dan ook, op 23 april 1946, de dag voor mijn moeders verjaardag, liep ik de voordeur uit tussen twee geparkeerde auto’s door voor een klein vrachtwagentje van een vishandelaar die met een lading ijs op weg was naar de haven.

Ik kan me het ongeluk zelf niet meer herinneren maar het moet een harde klap geweest zijn want mijn ene klompje lag tientallen meters verder in de straat en ik was zeker anderhalf uur buiten bewustzijn.

Toen ik bijkwam lag ik in de voorkamer op het bed van mijn ouders. De gordijnen waren gesloten, de dokter was er en mijn vader was er en mijn rechter knie was heel dik.

Als ik, wat ik vaak doe, terugdenk aan die gebeurtenis die mijn leven ingrijpend heeft veranderd, dan denk dat het een wanhoopsoffer is geweest. Toen had ik in elk geval de aandacht van mijn vader. Elke dag van de drie maanden die ik in het ziekenhuis heb gelegen was hij bij me, las me voor, vertelde verhalen.

Nooit ben ik meer uit zijn aandacht geweest. Natuurlijk bleef hij de onberekenbaar driftige oorlogsvader waar ik bang voor was, maar er was na dat noodlottige ongeluk voor het eerst een band tussen ons.

Achteraf heb ik leren begrijpen dat mijn wellicht door wanhoop ingegeven onoplettendheid een cruciale wending in mijn leven heeft betekend. Als jongetje van zes, voor dat ongeluk,  liep ik harder dan alle grote jongens in de straat. Ik zou ongetwijfeld een succesvol sportief leven tegemoet zijn gegaan. Doordat ik echter naar het verkeerde ziekenhuis werd gebracht in opdracht van mijn vader liep alles verkeerd. Nou ja, dat moet ik wel even uitleggen.

Mijn vader kwam uit een vroom katholiek gezin. Zijn vader was collectant in de kerk en zelf was hij misdienaar geweest. Gebeurtenissen in die oorlog in de Middellandse zee, waarbij het regelmatig was voorgekomen dat hij Italiaanse geloofsgenoten had zien sterven, hadden bij mijn vader een grote weerzin tegen het katholicisme gewekt.

Nu hadden we in Den Helder twee ziekenhuizen. Het katholieke Sint Lidwina ziekenhuis dat vlak bij het centrum was en het niet confessionele Parkzicht ziekenhuis aan de buitenrand van de stad, dat voor mijn moeder die altijd alles lopend moest doen omdat ze bang was om te fietsen, elke dag veel tijd kostte.

Natuurlijk had mijn vader niet kunnen weten waar we later door schade en schande achter kwamen, maar het Parkzicht ziekenhuisje had slechts één chirurg, dokter van Driel, een oud marine arts. Ongetwijfeld kon hij heel goed een blindedarm operatie verrichten en misschien had hij zelfs met het verwijderen van een ontstoken galblaas weinig moeite. Er liepen echter in Den Helder betrekkelijk veel mensen rond met krom en scheef gezette armen en benen.

Toen ik daar werd binnengebracht was het onderste stukje van mijn dijbeen over het bovenliggende deel geschoven. Dat moest dus weer op zijn plaats worden getrokken. Ik herinner me dat het buitengewoon pijnlijk was. Wat ik me echter niet herinner is dat er röntgenfoto’s zijn gemaakt. Het been werd in tractie gelegd, zoals dat heet. De dokter boorde  dwars door hielbeen een gaatje waar hij een pen doorheen stak. Daar lag ik in een bed met mijn been recht omhoog met aan die pen een beugel en touw en katrollen en een gewicht, waardoor mijn gebroken dijbeen op zijn plaats werd gehouden. Jammer was echter dat deze dokter vergat dat zo’n pen door het hielbeen gemakkelijk ontstekingen kon veroorzaken als je niet meteen vanaf het begin penicilline gaf. Toen hij daar eindelijk mee begon was mijn temperatuur opgelopen naar 42 graden en was mijn rechtervoet een zwerende bal met teentjes.

Met die voet is het nooit meer goed gekomen, want nu op mijn tweeëntachtigste loop ik weer met een ontsteking aan de hiel waarop dagelijks een schone pleister moet worden geplakt.  Maar dokter van Driel was nog niet klaar. Hij ontdekte dat hij het been verkeerd had gezet. Dus brak hij het opnieuw. Dit keer kreeg ik een pen door de knie en een dekenkooi over de hele constructie zodat er deze keer geen vliegen op dat kleine gaatje waar de pen het beentje binnendrong konden komen. Al met al lag ik drie maanden in het ziekenhuis met een gebroken been wat normaal binnen zes weken een totaal herstel te zien geeft. Als zesjarig jongetje dat razendsnel kon lopen ging ik met een boven de knie gebroken been het ziekenhuis in om er drie maanden later als een invalide hinkepinkie uit te komen met een totaal verknoeide rechtervoet die nooit meer echt genezen is.

Wat heeft dit nu allemaal voor mijn leven betekend. Heel veel. Vermoedelijk heeft die klap die ik van dat vrachtautootje kreeg ook mijn hoofd niet veel goed gedaan, maar daar kwam ik pas veel later achter omdat ik last heb van een vorm van dyslexie die veroorzaakt wordt door een klein verschil in kijkrichting van beide ogen, waardoor je steeds op een andere regel terecht komt en heel slecht je fouten kunt corrigeren. Oh ja, dat mag ik ook niet vergeten. Toen we de piano van mijn grootvader van vaders kant hadden geërfd kreeg ik pianoles. Maar je snapt natuurlijk wel dat muziek lezen een crime was. Juffrouw Schaap, mijn eerste piano juf gaf mij als ik iets voor de derde keer fout speelde steevast een draai om mijn oren. Ze wist natuurlijk niet dat ik van een harde klap tegen mijn hoofd juist dyslectisch geworden was. En dan was er Juffrouw van der Zande in de tweede klas. Het was 1947 een van de warmste zomers ooit. Om kwart voor vier ‘s middags stonden mijn moeder en haar jongste zusje bij de school op mij te wachten. We zouden naar het strand gaan. Juffrouw van der Zande liet me nablijven om steeds weer het zelfde lesje van het bord over te schrijven als er weer een fout in zat.

Ja, die klap van die auto echoot nog steeds na. Wat echter ook nog altijd na galmt is mijn oorlogsvader. Mijn onbewuste offer (zielig en hulpbehoevend worden voor een poos) heeft natuurlijk zijn  agressieve driftbuien niet weggenomen met als gevolg dat ik eigenlijk altijd in een weliswaar creatieve maar toch vreesachtige droomwereld ben blijven leven. Ik heb daardoor nooit de moed gehad om te ondernemen, terwijl ik daarvoor intelligent genoeg ben. Ik denk wel eens dat de meeste van mijn talenten op de plank zijn blijven liggen door gebrek aan durf.

Het leven…tja. Ik denk vaak: ik had er meer van verwacht, maar ik durfde niet. Eigen schuld? Ja, maar inwrijven maakt het erger, net als wrijven in een vlek.

Het gewicht van de ziel, een wonderlijke theorie

Lang geleden, toen de wereld ogenschijnlijk nog tamelijk onschuldig was, woonde ik met mijn eerste echtgenote in een flat in Den Helder. Na eerst een jaar bij haar ouders met een opklapbed en een tafel met vier stoelen op haar kamer te hebben gewoond  hadden we die flat gekregen. Huisvesting was toen net zo’n groot probleem als tegenwoordig. De acht flatgebouwen waar wij ons flatje hadden zijn trouwens alweer tegen de grond gegaan.

Ik was onderwijzer op een Helderse school waar ik elke dag op de brommer heen ging. Erg veel luxe hadden we niet, maar dat was ook niet nodig, want we waren gelukkig. We hadden een zwart-wit tv, keken naar Paytonplace , lazen de Helderse Courant en de Panorama, wat toen nog een keurig kuis familieblad was zonder blote meiden. En daar in dat blad las ik een artikel getiteld:

 DE ZIEL WEEGT 26 GRAM

Een buitengewoon intrigerende titel vond ik dus met rode oren las ik het, want in spirituele zaken die verbinding met de werkelijkheid lijken te hebben ben ik als typische bèta altijd geïnteresseerd geweest. Wat bleek. Het artikel betrof een interview met een arts die een groot aantal mensen die bezig waren te sterven met bed en al op een grote, maar zeer nauwkeurige weegschaal had gereden. Hij had iets zeer wonderlijks vastgesteld: op het moment van overlijden werden alle mensen op die weegschaal plotseling 26 gram lichter. De brave arts, die misschien wel heel gelovig was had waarschijnlijk al zijn leven lang met grote vragen rond gelopen. Waarschijnlijk had hij zich afgevraagd wat de ziel van een mens nou wel zou kunnen zijn. Tja, dat zijn levensvragen. Weinig mensen twijfelen eraan dat we meer zijn dat een lichaam hoewel… In elk geval had hij bedacht dat als de ziel al zou bestaan dat die er dan vandoor zou gaan als we sterven en tot zijn verrassing kwam hij er via het bovengenoemde experiment achter dat er bij het sterven een kleine, maar tamelijk nauwkeurig te bepalen hoeveelheid massa verdween. Dus concludeerde hij: de ziel bestaat en weegt 26 gram.

Dit verhaal bleef jaar in jaar uit maar terug komen in mijn gedachten, want wat weegt er nu 26 gram. De laatste adem kan het niet geweest zijn want 26 gram lucht past bij lange na niet in ons lichaam. Ik moest bedenken wat het kon zijn, want ik heb de onbedwingbare neiging om altijd alles te willen snappen.

Hoe dan ook, ik kwam op een bruikbaar idee toen ik boeken over Oosterse filosofie begon te lezen. Daar wordt namelijk gesproken over chakra’s. Dat zijn heel subtiele draaiende energievelden die met ons lichaam verbonden zijn. Zo subtiel dat wij, zogenaamd nuchtere westerse mensen ze niet waar kunnen nemen en dus als geitenwollen sokken onzin beschouwen. Maar het bleef me toch intrigeren. Maar toen kwamen mijn medische belangstelling en de fysica mij te hulp. In ons lijf gebeurt namelijk bijna alles door elektrische krachten. Onze celletjes hebben een gemiddelde oppervlaktespanning van 25 millivolt. En dat is maar goed ook, want daardoor kan voedsel met een tegengestelde lading worden aangetrokken en afval met de gelijke spanning worden afgestoten. Kortom, het leven is dus eigenlijk behoorlijk elektrisch, zal ik maar zeggen. Eigenlijk vond ik het toen helemaal niet meer zo vreemd dat er werd gesproken over draaiende energievelden, de chakra’s. Maar ja, die 26 gram bleef nog steeds een raadsel. Totdat ik bedacht – ik had op school natuurlijk fysicalessen gehad – dat onze subatomaire deeltjes, de elektronen en protonen en wat heb je allemaal nog meer ook worden beschouwd als superkleine draaivelden en dat die deeltjes juist massa en dus gewicht hebben door het feit dat ze draaien. Ja, toen ik dat besefte was ik er voor mijzelf wel uit. Die chakra’s, waarvan beweerd wordt dat er wel twaalf zijn veroorzaken dus al draaiende een gewicht oftewel massa van 26 gram. En als je overlijdt dan houden die chakra’s natuurlijk op met draaien, want die horen bij levende mensen. Ik moet zeggen dat ik heel tevreden over mezelf was toen ik dat allemaal had verzonnen.

Het verhaal bleef me echter bezig houden, want in diezelfde fysicalessen had ik geleerd dat massa equivalent (gelijkwaardig) is aan energie. Albert Einstein heeft daar een formule voor bedacht waarmee je kunt uitrekenen met hoeveel energie een bepaalde hoeveelheid massa gelijk staat eigenlijk wel is. Uit de leer van de kernenergie weten we namelijk dat een betrekkelijk kleine hoeveelheid massa een gigantische hoeveelheid energie kan betekenen.

De formule van Einstein luidt E=MC2. In woorden gezegd is dat het volgende: De hoeveelheid energie is gelijk aan de massa maal het kwadraat van de lichtsnelheid. Sjonge dacht ik, dat is nog al wat en ik schreef het hele rekensommetje uit: De vrijkomende energie = 26 x 300.000 x 300.00 (de lichtsnelheid C is 300.000 kilometer per seconde) Is dus 26 x 90.000.000.000 gram = 26 x 9.000.000 kilogram = 26 x 9000 ton =234.000 ton. 234 kiloton dus. De atoombom Little Boy die op Hiroshima viel was 15 kiloton (gelijkwaardig aan de explosieve kracht van 15000 ton TNT).

Het is, dacht ik toen ik dat allemaal had uitgerekend maar goed dat die energie die vrij komt als wij sterven van een heel subtiele soort is, want het is ruim 15 keer zoveel als die eerste atoombom. Zoveel energie houdt ons dus bij elkaar en in leven. Wij moeten dus wel uit een heel machtige bron voortkomen.

Raadselachtig lijkt het toch, dat zoveel energie in het korte moment van ons sterven verdwijnt en niet heel gewelddadig vrij komt. Vooralsnog, ik bedoel tot ik een betere theorie heb, ga ik ervan uit dat het niet anders kan dan dat die enorme hoeveelheid energie wordt geabsorbeerd door de kennelijk bestaande werkelijkheid die buiten ons leven en onze bekende levende natuur een kennelijk zeer massale realiteit is.

Als je je nu mocht afvragen of ik deze theorie nu ooit ergens bewezen heb gezien dan moet ik toegeven dat ik vermoedelijk alleen sta met deze gedachtegang. Mocht je evenwel willen reageren dan ben je van harte welkom.

W.E.F.

Een stukje overgenomen uit NineForNews, dat naar mijn oordeel belangrijk genoeg is om het aan iedereen te vertellen.

Citaat:

Dankzij onderzoeksjournalist Marc van der Vegt zijn vorige week documenten gepubliceerd over projecten van het World Economic Forum in ons land. Het gaat om meer dan 1000 pagina’s.

“Wat blijkt? De Nederlandse regering en het WEF zijn volledig met elkaar verweven via allerlei projecten,” schrijft FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen, die meermaals Kamervragen stelde over de banden tussen het WEF en de regering.

We zien ministers Kaag en Hoekstra in de vrijgegeven stukken terug in diverse clubjes van het WEF. Ook koningin Maxima duikt op.

Niet democratisch

Daarnaast heeft het ministerie van Landbouw ingezet op het vestigen van een ‘Centre for Fourth Industrial Revolution’ van het WEF in Nederland.

Een ambtenaar van het ministerie schreef in 2020 in een e-mail gericht aan een collega van het ministerie van Buitenlandse Zaken: “Gezien jullie betrokkenheid bij voedselzekerheid en jullie rol ten aanzien van internationale handel en ontwikkelingssamenwerking en de rol die Nederland daarin kan spelen via deze WEF-instituties, zou het denk ik goed zijn als vanuit Buitenlandse Zaken ook wordt geparticipeerd in de taskforce.”

“Het feit dat stakeholders beleid uitzetten en bepalen, daar vervolgens ook grof aan gaan verdienen en er dus stakeholder capitalism ontstaat in plaats van state capitalism, is niet democratisch,” licht Van der Vegt toe.

Als complotgek weggezet

“Politici van de regeringspartijen stonden twee jaar lang te liegen in de Kamer over betrokkenheid bij het WEF,” reageert data-analist Cees van den Bos. “Parlementariërs die vragen stelden, werden als complotgek weggezet. Alle ambtenaren die bij WEF-projecten waren betrokken, hielden de kaken stijf op elkaar.”

Het establishment besteedde geen aandacht aan de vragen die FVD stelde over de banden tussen het WEF en de regering, maar probeerde de aandacht af te leiden door te suggereren dat de partij banden met Rusland heeft.

Toen vorige week bleek dat oud-Senaatsvoorzitter René van der Linden (CDA) jarenlang de Russische belangen behartigde, bleef het ijzingwekkend stil. De CDA-politicus werd volgens NRC door het Kremlin ingezet om westerse politici en de publieke opinie te beïnvloeden.

Einde citaat.

Je kunt het ook rustig naast je neerleggen, maar dan straks verbaasd zijn als we straks geen baas meer in eigen leven zijn. Denk aan het corona bedrog hoe smerig slim dat werd gespeeld.

Je stem vertelt het en wat er mist in je stem geneest het

Vanmorgen in het bekende programma op Nederland één kwam tot mijn verbazing maar ook tot mijn blijdschap een onderwerp aan het bod waarmee ik inmiddels al meer dan twintig jaar bezig ben. Er werd namelijk verteld dat voor het diagnosticeren van de ziekte van Parkinson het analyseren van de spreekstem voldoende zekerheid bood en dat de methode mogelijk voldoende mogelijkheden biedt om andere aandoeningen te diagnosticeren.

Laat me eerst maar kort samenvatten wat ik zelf al twintig jaar doe met het geluid van de spreekstem. Ik was en ben er namelijk van overtuigd dat het geluid van onze stem en van de omringende geluiden overigens een belangrijke invloed op onze lichaamsfuncties uitoefent.

In onze door de farmacie overheerste gezondheidscultuur die gaat over prikken of slikken als het om geneesmiddelen gaat is natuurlijk – zoals ik al snel tot mijn teleurstelling merkte – weinig ruimte voor een dergelijk ogenschijnlijk vergezocht idee. Ik zal proberen mijn beweegredenen om met dit vergezochte idee toch twintig jaar door te gaan proberen te onderbouwen.

Ons lichaam bestaat voor het grootste deel tot bijna 90% uit water. Als we bijvoorbeeld merken wat er overblijft wanneer na een crematie de urn wordt opgehaald is dat meestal niet veel meer drie à drie en een halve kilo en daar zitten dan de verbrandingsresten van de kist ook nog bij. Dat we voor een groot deel uit water bestaan wordt daarmee duidelijk bewezen. Water is echter niet samendrukbaar volgens de wetten van de leer van de hydraulica. Dat betekent dan ook dat elk geluid dat water in ons lichaam in trilling brengt en de grootste, want meest nabije trillingsbron is de eigen stem. Maar tevens zal die trilling in al die lichaamsvloeistof van invloed zijn op de stem. Maar ook zullen afwijkingen eigenaardigheden, maar ook ziekteverschijnselen van invloed zijn op de klank van de stem.

Ik bedacht vervolgens – het was vergezocht, ik weet het – dat het mogelijk moest zijn om met klanken die in de stem ontbraken een genezend effect te bereiken. Opnieuw, ik geef het helaas toe, geen idee waar de huidige medicijngerichte geneeskunde blij van wordt, want als je iets met klanken kunt genezen worden er geen winstgevende medicijnen verkocht. Het is mij dan ook pijnlijk duidelijk dat de grote medicijnenlobby (je weet wel, van die coronaprikken) helemaal niet op mijn geluidstherapie zit te wachten.

Hierboven is een spectrum analyse te zien van vijf minuten spraak van een man van rond de zestig jaar. De getallen in de verticale lijn geven de geluidsterkte aan. De getallen in de horizontale lijn het aantal trillingen per seconde. Met grafieken zoals deze kan ik dus precies zien bij welke frequentie de stem het minder goed doet, waar de stem minder kracht heeft.

Nou dat is leuk, zul je misschien zeggen, dan weet je dat, maar wat moet je ermee.

Welnu, daar kwam dan mijn gedurfde fantasie naar buiten. Ik dacht: misschien worden die dips in het stemvolume wel veroorzaakt door een lichamelijk gebrek…en vervolgens: misschien kan dat lichamelijke gebrek wel verbeteren door extra die klank toe te dienen met die frequentie waarvan we in de spectrumanalyse kunnen zien dat hij minder sterk is.

Twintig jaar lijkt een lange tijd maar is toch niet zo heel veel als je alleen werkt. Geld voor personeel heb ik nog nooit gehad en zoiets fantasierijks als dit vindt bij alle gebaande paden ook weinig belangstelling en weinig zin om te investeren in groot onderzoek.

Hoe dan ook, door een mooi wervend bericht in de Amersfoortse krant van mijn eerste proefpersoon werd ik uitgenodigd om mijn verhaal te komen vertellen in het radioprogramma Cappuccino dat toen elke zaterdagmorgen te beluisteren was. Dat leverde mij in een week tijd twintig proefpersonen op.

Na al die jaren heeft mijn onderzoek in elk geval één bemoedigend resultaat opgeleverd: Ademhalingsproblemen, ouderdomsemfyseem lieten door toediening van de juiste klankfrequenties in praktisch alle gevallen verbetering zien. Zo ging mijn eerste proefpersoon van 19% vitale capaciteit waardoor hij de hele dag extra zuurstof nodig had naar 33% vitale capaciteit, waardoor hij alleen als hij van huis ging het zuurstoftankje nodig had.

Ik kan lang en enthousiast uitweiden over dit onderwerp wat wel een belangrijk deel van mijn levenswerk is geworden. Dat nu door anderen ook is ontdekt dat de stem nauwkeurige diagnostische mogelijkheden biedt is in feite eeuwenoude kennis. De Veda’s uit het oude India maakten al gewag van het feit dat de “goede genezer” aan de stem van de zieke kon horen wat er aan de hand was. Nu wordt het straks technisch mogelijk, uiteraard door heel veel vergelijkend onderzoek, enorm geld besparende diagnostiek te bedrijven met behulp van gestandaardiseerde spectrumanalyse van de stem.

Hopelijk zien nu meer mensen de fantastische mogelijkheden van de spectrumanalyse van de stem. Snelle en nauwkeurige medische diagnosetechniek zal in onze vergrijzende samenleving een enorme besparing op de kosten voor de gezondheidszorg kunnen opleveren. Heel welkom want tot nu toe wordt het elk jaar alleen maar duurder.

Ik zit langzamerhand niet meer te wachten op luidkeelse erkenning. Ik hoop alleen dat dit onderwerp zoveel aandacht krijgt dat we er allemaal efficiëntere geneeskundige ontwikkelingen door kunnen beleven. Stel je voor, ik fantaseer maar door, je praat vijf minuten in een diagnose apparaat en je weet onmiddellijk wat er met je aan de hand is en wat er ook meteen aan gedaan kan worden. Nou ja, meestal dan…

Het ging niet door

Ik vermoed dat iedereen in deze wereld wel enige ervaring heeft met dingen of gebeurtenissen waarop je eigenlijk rekende, maar die niet doorgingen. Afhankelijk van je karakter en hoe je dat ervaart en vooral ook in welke fase van je leven het gebeurt zullen dingen die niet doorgaan al dan niet diepe sporen van teleurstelling achterlaten, met alle gevolgen van dien.

Als zelfbenoemde ervaringsdeskundige wil ik daarover eens mijn verhaal vertellen, omdat ik ervaren heb dat dingen die niet doorgaan zowel lichamelijk als geestelijk wonden kunnen slaan die verbazend slecht lijken te kunnen genezen.

Ik werd geboren vlak voor de tweede wereldoorlog. Mijn vader was een marine man die direct al tijdens het bombardement op Rotterdam via de Nieuwe Waterweg met een half afgebouwde onderzeeër zo ongeveer over de bodem van de Noordzee naar Engeland is gevaren. Ik ontmoette hem voor het eerst in september 1945

Als in het begin één ding duidelijk was, dan was het wel dat wij niet aan elkaar gewend waren. Mijn arme vader, ooit een vrolijke vent kwam zowel lichamelijk als geestelijk zwaar beschadigd uit de duikbootoorlog in de Middellandse Zee. Voor mij was hij driftig en onberekenbaar en sloeg mij bij de geringste ontstemming. Mijn moeder was dan doodsbang en smeekte – als ik eraan denk hoor ik het nog – Oh Piet, Piet niet doen… Ik was bang voor zijn driftbuien. Voor mezelf opkomen? Verontwaardigd reageren? Zelfs maar een beetje boos worden? Ik keek wel uit. Dan kreeg ik klappen. Voor mezelf opkomen kon alleen in de vriendelijkste en aller beleefdste bewoordingen. Meestal vroeg ik mijn moeder maar dingen voor me te vragen. O, geen bijzondere dingen hoor, nee, een schoolavondje, daar was speciale toestemming voor nodig en dan moest Pappa’s humeur goed zijn. Aan vijf jaar onderzeeboot had hij een pijnlijke maagzweer over gehouden die hem ook een aantal keren met een hevige maagbloeding in het ziekenhuis deed belanden.

Belangrijk was het hem steeds weer naar de zin te maken.

Eigenlijk had hij weinig aandacht voor mij toen hij pas thuis was. Die aandacht kreeg ik eindelijk wel toen ik, naar ik veel later heb begrepen een wanhoop offer bracht. Dat begreep ik toen natuurlijk niet. In ons straatje in Den Helder was een autoherstel garage. Langs onze kant stond altijd een hele rij auto’s. Op 23 april 1946, een dag voor mijn moeders verjaardag, werd ik aangereden door een klein vrachtautootje van een visboer die met een lading ijs op weg was naar de visafslag. Vanaf die dag was ik bij mijn vader in beeld. Weliswaar bleef hij onberekenbaar driftig, maar in de drie maanden die ik in het ziekenhuis doorbracht was hij er elke dag en las mij voor.

Een heel duur offer is het trouwens voor mij geworden. Als het nu alleen een gebroken beentje was geweest, maar de stuntelende chirurg, een oud marine arts bezorgde mij een chronische zweer in een totaal verminkte rechter voet, terwijl mijn been boven de knie gebroken was.

Het grote keerpunt in mij jonge leven. Als knulletje van zes liep ik harder dan alle grote jongens in de straat. Vast en zeker zou ik een sportief leven geleid hebben als ik toen dat vreemde offer niet had gebracht. Ik zeg dat misschien een beetje ongebruikelijk, maar ik geloof niet in toeval en ik denk ook niet dat anderen dan ikzelf mijn leven en werkelijkheid bepalen. Mijn leven wordt volgens mij grotendeels bepaald door de manier waarop ik reageer op wat er om mij heen gebeurt en hoe de mensen om mij heen mij behandelen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het ongeluk mijn keuze was, een noodsprong weliswaar, maar wel mijn keuze. Dat mijn leven vanaf dat moment totaal anders werd dan oorspronkelijk mogelijk was geweest laat eigenlijk alleen maar zien dat het een wanhoopskeuze was. Mijn vader zag mij niet staan en ik was bang voor hem en na het ongeluk had hij in elk geval een hele poos veel aandacht voor mij.

Maar, en daar begint het grote thema van mijn leven: “het gaat niet door”. Nee, ik word geen spraakmakende sportman, nee, in militaire dienst willen ze mij niet hebben. Ik krijg na de keuring een briefje mee waar schuin overheen in rode letters gedrukt staat: VOORGOED ONGESCHIKT. Tja, dan hoef je niet in dienst, ben je dan blij? Nou ja, met een heel bittere bijsmaak.

Maar lijk ik dan in niets op die vader van mij, die er door zijn agressieve driftuitvallen voor zorgde dat ik nooit genoeg voor mezelf opkwam, opkom eigenlijk. Ja, ik lijk op hem. Ik ben ook driftig, maar nooit gewelddadig, ik houd me in en ik heb dan ook een chronische hoge bloeddruk, want dat krijg je ervan. Soms denk ik wel eens: op mijn grafsteen als die er zou komen moet gebeiteld staan: HET ENIGE DAT ECHT AAN HEM VERSLETEN WAS WAREN ZIJN REMMEN. Ja beetje bitter ben ik zo af en toe. Door mijn agressieve vader moesten woorden en meningen altijd op een goudschaaltje. Als overigens intelligente en getalenteerde jongen heb ik daardoor veel te weinig gewaagd. Teleurstelling is namelijk iets waar ik veel beter tegen kan dan tegen angst. Ik kreeg best veel talenten mee van die vader van mij: ik ben slim, ik vind dingen uit, ik ben muzikaal, ik kan op mijn twee en tachtigste nog steeds aardig jazznummers zingen, maar een beroepsartiest heb ik nooit willen worden, want dan moet je goed voor jezelf kunnen opkomen.

Ach ja, teleurstellingen waartegen ik me niet verzette of waartegen geen verzet mogelijk was: Ooit schreef ik een verhaaltje onder de titel “Hessel”. Vlak na de oorlog hadden we niet veel. Heel bijzonder was het bijvoorbeeld als een kind een karretje had met oude kinderwagen wieltjes waarop je kon worden voortgeduwd. Een knulletje bij mij in de straat, Hielke van der Vaart had zo’n karretje en ik had met hem afgesproken dat wij de volgende dag samen met dat karretje zouden spelen. Toen ik dan die volgende ochtend bij hem aankwam vertelde hij dat wij niet met het karretje konden gaan spelen omdat er een wiel los zat. De spijker die het losraken moest tegen houden was weg en hij had geen andere. Straten verder op ging ik bij opa en oma uit de schuur een spijker zoeken. Maar toen ik een klein half uur later met die warme, enigszins roestige spijker in mijn handje aankwam had Hessel Bakker van de overkant al eerder een spijker gevonden. Hessel zei alleen maar: ‘je ken niet meedoen’, en daar stond ik dan met mijn spijker. Ik werd ook niet boos, alleen maar verdrietig.

Och ik weet het wel er zijn ergere dingen, maar kinderverdriet kan etsend zijn voor de rest van je leven.

Het eerste kindje dat mijn eerste vrouw en ik verwachten werd dood geboren. Vanwege een torenhoge bloeddruk was mijn vrouw opgenomen in het ziekenhuis. Het kind leefde en zou een maand later geboren kunnen worden, maar mijn vrouw kreeg ’s avonds een niet te stelpen neusbloeding. De KNO arts die gewaarschuwd was zei dat hij morgenochtend wel eens kwam kijken, Maar toen was het kind in de baarmoeder overleden vanwege de enorme bloeddrukdaling. Het was een jongentje. Een paar dagen later belde het ziekenhuis. Wanneer ik dat kind nu ging begraven. Op zaterdag morgen stond er een taxi voor de deur bij mijn ouders waar ik toen even logeerde. Naast mij op de achterbank stond een klein zwart kistje. Wij reden naar het kerkhof waar ik op die zonnige zaterdagmorgen met dat kistje in mijn handen over een knerpend grindpad liep tot we aankwamen bij een klein grafje. Ik kon knielen op de plank die ernaast lag om dat kistje met het lijkje van mijn zoon in de kuil te zetten. Een van de twee begrafenis kraaien die me gebracht hadden en gevolgd hadden vroeg of ik nog wat zeggen wilde. Ik schudde mijn hoofd, mijn keel zat dicht.

Daarna hebben mijn eerste vrouw en ik nog twee meisjes gekregen die allebei de taaislijm ziekte, Cystic Fibrosis, hadden. De oudste, Katinka, is in 2000 op zesendertig jarige leeftijd aan die ziekte overleden. Mijn Jongste dochter die net vijftig is geworden leeft nog dankzij een nieuw medicijn, waardoor ze meer lucht heeft gekregen, waarvoor ik heel dankbaar ben.

Nu zou je misschien denken dat ik een somber mens ben, maar dat ben ik niet. Van nature ben ik vrolijk. Ik zing eigenlijk altijd, maar weet je, ik heb nooit hoge verwachtingen gehad en dat heeft ook te maken, denk ik, dat ik nooit uit alle macht dingen heb gewaagd en voor mezelf succes heb nagejaagd. Het lijkt er een beetje op dat toen op zesjarige leeftijd mijn beentje brak, mijn wil om te slagen ook een beetje gebroken is.

Een paar jaar geleden schreef ik eens een verhaal waarin ik als volwassene terug keerde naar de Nieuwstraat in Den Helder. Op 23 april 1946 projecteerde ik mijzelf als volwassene. Ik stond te wachten voor de slagerswinkel van Krijgsman, op de hoek, twintig meter verwijderd van de voordeur waaruit ik als zesjarige straks op dat fatale moment tevoorschijn zou komen. Op het moment dat ik het kleine vrachtautootje met ijs van Willen Gersen op weg naar de visafslag zou horen aankomen zou ik naar nummer 21 waar we toen woonden toe lopen en als kleine zesjarige Petertje dan de deur uitkwam en wilde oversteken tussen de geparkeerde auto’s door, dat zou ik heel even mijn hand op die kleine schouder leggen en ik zou in mijn zesjarige gedaante omkijken, maar natuurlijk niets zien. Op dat moment zou dat dat vrachtautootje voorbij rijden en was het ongeluk niet gebeurd. Maar toen ik in gedachten met mijn volwassen hand boven mijn kinderschouder stond durfde ik niet. Ik durfde niet te proberen erachter te komen hoe dan mijn leven geweest zou zijn. Ik heb me er maar bij neergelegd dat mijn leven totaal anders is gelopen dan ik vermoedelijk oorspronkelijk had bedoeld.

Hoe dan ook, met mij hoef je geen medelijden te hebben. Voor grote successen is het nu toch te laat en die laatste jaren in de herfst van mijn leven probeer ik wel zo genoeglijk mogelijk door te komen. Ik hoop alleen dat we geen oorlog krijgen, want die heb ik al een keer gehad.

Guus Berkhout

Hij en ik komen van de zelfde middelbare school, de Rijks HBS in Den Helder die we allebei tussen 1952 en 1958 bezochten. Het was een goede degelijke school. Na het behalen van het diploma 5-jarige HBS-B volgde ik een onderwijsopleiding. Guus ging, als ik me goed herinner naar Delft, waar hij Geofysica studeerde. Tamelijk succesvol heb ik begrepen want hij is nu hoogleraar emeritus en heeft nog steeds belangrijke dingen te melden, zeker als het gaat over de belachelijke klimaatonzin die bijna alle Europese overheden ons door de strot proberen te duwen. Slimme en goed ingelichte man, Guus.

De overheid zet hoog in op de stekkerauto. Want elektrisch rijden is milieuvriendelijk, is de overtuiging. Onzin, betoogt Guus Berkhout. „We worden weer zwaar voor de gek gehouden. Elektrische auto’s rijden op kolen, gas en hout. En het net kan de elektrificatie helemaal niet aan.”

Met houtstook subsidiëren we onze eigen luchtvervuiling, met het subsidiëren van windparken en zonne-akkers bederven we onze woonomgeving en krijgen er nauwelijks energie voor terug, zoals Ronald Plasterk al uiteenzette in zijn Telegraaf-column, met waterstof gaat zo’n 70% (!) kostbare energie verloren en ik zal nu uitleggen dat we met de subsidiëring van elektrische auto’s ons mooie stroomnet opblazen.

In de afgelopen jaren is het stroomverbruik in ons land snel toegenomen naar 120 miljard kWh. Dat is bijna 20% van het totale energieverbruik. Waar komt al die elektriciteit vandaan? Afgerond was volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in 2019 de verdeling als volgt: kolen en gas 77%, wind en zon 13%, biobrandstof 5% en nucleair 5%. We kennen geen elektriciteitsnet per energiebron, waardoor je precies zou weten van welke bron je elektriciteit tapt. Dus de elektriciteit van alle verschillende energiebronnen gaat gezamenlijk één net in. De elektronen kunnen niet worden gemerkt, dus als je stroom afneemt kan de consument geen onderscheid meer maken.

Het lijkt allemaal zo mooi. Volgens de overheid tanken we groene stroom; dat geeft minder luchtvervuiling en minder CO2-uitstoot. Dus met elektrisch rijden helpen we de natuur en het klimaat. Helaas, de werkelijkheid is duidelijk anders.

Onbetrouwbaar

Iemand die met zijn elektrische auto stroom tankt, tankt voor ruim 87% elektriciteit uit hout, kolen, gas en kernenergie, en maar voor 13% uit zon en wind. Bovendien, zon- en windaanbod is onbetrouwbaar. Met de waterstofhype als ’oplossing’, blijft er van die 13% slechts 4% over. Waar zijn we mee bezig?


Prof. dr. ir. Guus Berkhout is emeritus hoogleraar geofysica en president van CLINTEL  ANKO STOFFELS


Batterijpakketten zijn loodzwaar. Daardoor is de stekkerauto aanzienlijk zwaarder dan de moderne benzineauto. Bij het vele remmen en optrekken in de stad wordt daardoor aanzienlijk meer fijnstof geproduceerd. Bovendien, niet alleen is de productie van batterijen extreem milieuonvriendelijk. We weten ook niet wat we met al die afgedankte batterijpakketten moeten doen.

Er wordt al jaren door TENNET gewaarschuwd dat het bestaande stroomnet al die nieuwe functies niet meer aan kan. De overheid speelt met vuur, want stroomstoringen zijn een ramp voor elke moderne samenleving.

Jogger

De nadelen van elektrisch rijden blijken vele malen groter dan de voordelen. Waarom krijgen we dat niet te horen? Waarom weigert de overheid te kiezen voor véél betere oplossingen? Zo hebben we een onverwacht geschenk gekregen van de auto-industrie. De allernieuwste dieselauto blijkt superzuinig en superschoon te zijn, emitteert nauwelijks nog stikstofoxyden (NOx) en stoot veel minder CO2 uit (TNO). Wist u dat zo’n schone auto even weinig CO2 uitstoot als een jogger (95gr/km)?

Verstandig

Als we dan toch zo graag willen elektrificeren, de elektrische fiets is al een groot succes en bouw daar op voort! Nu beginnen met elektrificatie van de ruim één miljoen brom- en snorfietsen in ons land is een verstandig vervolg. Dat plan kan ons stroomnet goed aan en zal ook nog eens mensen de auto uithalen. Weg met de laadpalen, leve de elektrische micromobiliteit!

Er wordt ons verteld het klimaat te redden door elektrisch te gaan rijden. Daarmee worden we zwaar voor de gek gehouden. Helaas niets nieuws in klimaatbeleid.

Bron: Telegraaf – Prof. dr. ir. Guus Berkhout is emeritus hoogleraar geofysica en president van CLINTEL

dmi elektrifikatie elektrisch-batterijen elektrische-auto opinie

Nu lees je het ook eens van iemand die er echt verstand van heeft.

Hoe het waarschijnlijk echt zit

Dat wat we allemaal graag willen, wereldwijd, lang, gezond en gelukkig leven, dat kan echt niet hoor. Ik moet zeggen dat ik er persoonlijk geen bezwaar tegen zou hebben, maar de wereldelite denkt daar anders over tegenwoordig. Er is een tijd geweest, nog niet zo heel lang geleden, dat de elite daar anders over dacht. Althans, ze waren het daarover niet met elkaar eens. Aan de ene kant had je de transhumanisten die altijd al vonden dat het op onze wereld met veel minder mensen moet. Dat moeten dan wel allemaal door natuurlijke soortveredeling mensen uit voornamelijk hun groep of aanverwant begunstigde groepen zijn. Eigenlijk waren dat de mensen die er net zo over dachten als de nazi’s. Die hadden het over Übermenschen en Untermenschen. Aan de andere kant waren er de langzaam opkomende miljardairs die het moesten hebben van zoveel mogelijk klanten om hun vaak volstrekt overbodige producten te kopen die door slimme psychologisch gestuurde reclames aan de man werden gebracht. Die hadden dan altijd weer belang bij heel veel goedgelovige mensen.

In beide elitegroepen ging en gaat het natuurlijk om de macht. Het blijkt nog altijd hoogst aantrekkelijk – ook voor niet elitaire mensen trouwens – om je wil te kunnen opleggen aan liefst zoveel mogelijk mensen.

Het lang kunnen leven en lang jong blijven is, zoals ik in een eerder blog schreef, niet voor ons bedoeld. Ik illustreerde die bewering toen met een tekst uit de bijbel, Genesis 6 vers drie, waar geschreven wordt over de naar we nu weten maximaal 120 jaar die ons zijn toegemeten. Als we dat allemaal zouden halen zou het volgens de wereldelite toch nog veel te kostbaar worden. Ga maar na, zeg nou dat de pensioen gerechtigde leeftijd op den duur naar 75 jaar gaat. Die 65 jaar is tenslotte al lang losgelaten. Dan zit men – zo denkt de elite – met een gat van 45 improductieve jaren, mensen dus die wel dagelijks moeten eten, maar die officieel niets meer verdienen en dus pensioen krijgen. De adviseur van Klaus Schwab, Yuval Harari, noemt die mensen nutteloze eters die in feite, volgens hem dan, moeten verdwijnen. Daarom heeft het eliteclubje in hun afdeling “stiekem” al heel lang geleden een van de smerigste plannen bedacht die er ooit bedacht zijn. Ze vinden – en dat menen ze echt – dat er eigenlijk veel minder dan de helft van alle mensen moeten overblijven. De vraag was dus: hoe doen we dat?

Antwoord: we doen alsof er een dodelijke pandemie is waaraan over de hele wereld miljoenen mensen zullen sterven.

Dat is natuurlijk niet waar, maar als alle overheden meewerken dan geloven de mensen dat en ze worden bang en bange mensen kun je gemakkelijk belazeren. Die geloven alles waarvan je ze laat denken dat ze erdoor buiten gevaar raken.

Dan gaan we ze zogenaamd vaccineren met een middel dat wel dodelijk is. Ze gaan dan bij bosjes dood en ook kinderen sterven eraan. Ook heel effectief is dat vrouwen bijna niet meer zwanger kunnen worden en dat er ook enorm veel miskramen zijn en mismaakte kinderen geboren worden. Het mooie is natuurlijk dat het hele suffe volk gelooft dat we enorm ons best doen om de gezondheid van de mensheid te redden, omdat niet alleen de Wereld Gezondheids Organisatie, maar ook alle overheden – nou ja, bijna alle overheden – onze boodschap brengen: boosterprikken nemen want het virus is nog lang niet weg. Intussen begint het al lekker op te ruimen.

Vervelend was overigens dat bekend werd dat de president van Frankrijk en de meeste Franse politici zich niet hebben laten vaccineren. Dat had natuurlijk niemand mogen weten, maar och, het volk vergeet snel.

Kijk, en zo komen we in een mooi tempo van heel veel nutteloze eters af door een weliswaar kunstmatige maar daarom niet minder effectieve ontvolking.

Wat ik nu persoonlijk het meest verdrietige vind is dat waar we vroeger op vertrouwden, de eerlijke bedoeling van de geneeskunde om voor onze gezondheid te zorgen, die eerlijke bedoeling is op veel plaatsen verloren gegaan. Heel langzaam worden we wakker als het om geneeskunde gaat. Meer en meer zien we dat de  almachtige farmaceutische industrie, meestal aangeduid als BigFarma, er geen belang bij heeft dat wij gezond zijn en dus geen medicijnen nodig hebben. Zij maken dan ook bijna nooit geneesmiddelen. Ze maken middelen waardoor we zo weinig mogelijk van onze ziekteverschijnselen merken zolang wij, afhankelijk als we zijn gemaakt, hun rommel blijven gebruiken.

Een en ander stelt mij tenslotte toch voor de volgende vraag: moet ik vertrouwen hebben in organisaties die er belang bij hebben dat ik ziek ben zolang ik leef?

En dan nog te bedenken dat sedert het begin van het vaccinatiebedrog dat laatste stukje van mijn vraag, zolang ik leef, eigenlijk ook niet meer van toepassing is. BigFarma heeft er alleen nog belang bij dat ik ziek ben.

Wat kunnen wij nu nog doen? Ik kan niets anders bedenken dan redden wat te redden valt. Zoveel mogelijk mensen met hun vergissing confronteren en duidelijk maken dat ook onze regering niet meer te vertrouwen is en dat het hele pandemie verhaal één grote perverse leugen was die nu de rampzalige gevolgen begint te tonen.

Op het ogenblijk wordt – ook heel slim – onze aandacht van het wereldwijde bedrog afgeleid door de oorlog in Oekraïne, waardoor we voorlopig door hobbelen in het bedrieglijke corona narratief tot het te laat is.

Ik kan alleen zeggen: vaccinaties van welke soort ook bevatten stoffen, onder andere kwik en aluminium zouten waardoor er een sterke toename van Alzheimerpatiënten en andere gemene aandoeningen is en het grafenoxide dat is aangetroffen in de coronaspuiten beschadigt je bloedvaten en zorgt voor grote stolsels en hartproblemen. Veel te grote eiwitmoleculen in de vaccins kunnen in ons bloed niet worden afgebroken en gaan ontbinden, waardoor giftige stoffen vrij komen. Er zijn in ons milieu meer dan genoeg smerige en ziekmakende factoren. Maak het nou niet nog erger met vaccinaties en zeker niet voor kinderen.