Overtuiging?

In het verleden heb ik op dit weblog wel eens geschreven over geloven.                           Daarmee moet je in deze samenleving trouwens een beetje voorzichtig zijn hebben we gemerkt. De mensen die ik bij die gelegenheid aanduidde met het woord ‘gelovers’ weten de zogenaamd vrije meningsuiting niet altijd op waarde te schatten, vooral wanneer je hen probeert duidelijk te maken dat een meer kritische levenshouding dan de hunne en een sterk verminderde bereidheid om wat de diverse predikers uitkramen voor zoete koek slikken waarschijnlijk geen goed idee is, omdat je je daarmee al snel hun woede op de hals haalt.                                                                                                                               Het is dan, zoals ik zojuist opmerkte. Toch van belang om voorzichtig – en vooral vriendelijk en begrijpend te zijn. Er is tenslotte al meer dan genoeg conflictstof op de wereld. Daarom lijkt het mij in het licht van de spanningen op de wereld, die op de een of andere manier toch met geloof te maken hebben, belangrijk om eens een ander licht op die maar onderling voort strijdende religies te werpen.

Laat ik maar eens beginnen met wat feiten.

  1. Behoefte om in hogere machten dan wij zelf zijn te geloven lijkt van alle tijden. Van het aanbidden en aanroepen van tientallen natuurkrachten tot het vereren van de ene onzichtbare en vooral onbewijsbare God zien we mensen zich devoot laten meeslepen.
  2. Veel mensen hebben een sterke behoefte te streven naar vereniging met anderen in groepen. Samen zijn we sterker is het idee, uitmondend in de meer verwerpelijke neiging de eigen groep beter te vinden dan andere groepen wat – de geschiedenis toont het meedogenloos helder – leidt tot discriminatie en oorlog. ‘Wij zijn beter dan zij’ is een gedachte die een opening biedt naar de zo mogelijk nog verwerpelijkere opvatting: ‘Ik ben beter dan jij’.
  3. De feiten in de bovenstaande twee punten en de consequenties die daaruit voortvloeien vormen de bron voor het alles verterende vuur dat al duizenden jaren zo kenmerkend is voor de menselijke samenleving: het streven naar de ultieme macht. En macht gaat doorgaans samen met hebzucht, egoïsme, vernietiging en misbruik van hen die niet tot de eigen groepering behoren. Kortom: uitzichtloze ellende.

Het is bij oppervlakkige beschouwing een enorme warwinkel, waarin de mensen op de wereld verwikkeld zijn. Wat mij nu bezig houdt is de vraag hoe dat komt.                             Hoe komt het dat wereldwijd al eeuwen lang de sterke drang elkaar te vernietigen het onwaarschijnlijk doet lijken dat religie iets goeds is.

Nu kan ik mij uit mijn jeugd de wiskunde lessen op mijn middelbare school herinneren.     Er waren vaak opgaven waarbij het bewijs voor een stelling moest worden geleverd. Doorgaans ging het er dan om dat je moest zien te bewijzen dat twee vormen of twee formules gelijk – of juist ongelijk aan elkaar waren. Een bruikbare methode was dan dat je even iets moest aannemen, een vooronderstelling dus, om het bewijs te kunnen leveren.   Men noemde dat een bewijs uit het ongerijmde: je nam even iets aan dat (nog) niet bewezen was.                                                                                                                         Dan zei je bijvoorbeeld: stel dat de breedte van deze rechthoek gelijk is aan de lengte van dat deel van de weg, en stel dat de lengte van deze rechthoek gelijk is aan de breedte van de weg, dan is bewezen dat de oppervlakte van de rechthoek  gelijk is aan die van het bedoelde deel van de weg.

Nu is dit natuurlijk een eenvoudig – en misschien zelfs wat kinderachtig voorbeeld, daarom ga ik nu over tot de beschouwing van onze innerlijke beleving.                                 Wat we gebruiken, echt allemaal, zijn referentiekaders. Eigenlijk worden daarmee dingen bedoeld die je weet of die je beleefd hebt en die als achtergrond dienen om nieuwe gegevens of belevenissen te kunnen begrijpen.

Een voorbeeld: een vriend vertelt je dat hij een fantastische beleving heeft gehad toen hij een zeiltocht naar Engeland maakte, maar jij hebt zelfs nog nooit ergens mee gevaren. Je kunt je er dan weinig bij voorstellen.                                                                                         Wat ik met dit simpele voorbeeld bedoel is, dat je tot deelname kunt overgaan als er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Als er geen kapstokken zijn kun je niets ophangen. Als er niet bepaalde herinneringen zijn is er geen referentiekader.  Zonder een referentiekader kun je niets begrijpen, kun je je geen voorstelling maken. Dan kun je ook niet mee worden gevoerd in een al dan niet enthousiaste gedachtegang.

Ik denk nu dat dit ook in hoge mate geldt voor religie, geloven. Daarom begin ik nu aan een bewijs uit het ongerijmde. Ik ga dus iets tijdelijk aannemen dat ik niet eerst heb bewezen, een vooronderstelling dus. Als de bewijsvoering die ik daarmee voer niet klopt,   Dan gooi ik de vooronderstelling weer weg als niet kloppend en dus onbruikbaar.

Stel: wat je werkelijk bent begint niet pas bij je geboorte en eindigt niet bij je dood, maar het is een soort continuüm, een vloeiende beweging die even oud is als ons universum, of misschien wel helemaal tijdloos.                                                                                               Dit is mijn eerste onbewezen vooronderstelling.

Voor wat betreft de materie waaruit je bestaat, de atomen en moleculen is dat overigens al lang bewezen. De stoffen waaruit je lichaam is opgebouwd zijn echt zo oud als dit heelal. Dat kan ook niet anders, want materie en energie zijn gelijkwaardig en energie kan niet worden vernietigd. Het kan worden omgezet, veranderd, maar niet vernietigd. Hier hoef ik niet lang over te praten, want dat hebben de grote wetenschappers in de natuurkunde al heel lang geleden bewezen.

Mooi, dat de materie van je lichaam eeuwig is heb ik nu weer even duidelijk gemaakt.         Maar stel nou dat er in al die materie nog ergens verborgen een bepaalde geheugenfunctie zit.                                                                                                                                             Dit is mijn tweede onbewezen vooronderstelling.

Nou, onbewezen is niet helemaal waar. Ik bedoel, nou ja, het is natuurlijk duidelijk dat er allerlei oeroude gegevens uit de DNA reeksen van je familie bij je binnenkomen op het moment dat je ouders je verwekken. Dat is iets wat we natuurlijk ook al jaren zeker weten. Maar stel nou ook eens dat al die levende weefsels van je lichaam zich heel vaag herinneren waar ze eerder geweest zijn. Dat zijn natuurlijk geen herinneringen die echt logisch uit dit leven komen. Als dat soort herinneringen bij jou af en toe de kop op steekt, dan is het vaak alleen maar een gevoel. Zo’n gevoel van… ja, hoe moet ik dat nu zeggen… ja, er moet wel iets zijn, maar ik weet het niet. Laat ik het nu voor het gemak maar even een gevoel van een soort onzekerheid noemen waarmee je zelf eigenlijk niets kunt, maar dat er toch vaak is. Of ja, onbegrijpelijke flarden, beelden, klanken…

Eerlijk gezegd denk ik dat iedereen dat soort gevoelens wel kent en dat de meeste mensen vage herinneringen, die niet met dit leven te maken lijken te hebben, gewoon wegschuiven.                                                                                                                           Maar stel nou dat die vage gevoelens, herinneringen en onzekerheden die vermoedelijk iedereen heeft door de machtige promotoren van de religies worden gebruikt om hun standaard oplossingen aan op te hangen. Tenslotte zijn onzekerheden als lege kapstokken aan de muur, het zijn referentiekaders. Je hebt geen eigen antwoorden om die onzekerheden in te vullen en je bent ook niet de grote vrijdenker die het zelf allemaal wel oplost en een eigen wereldbeeld schept.                                                                                 Weet je wat er dan gebeurt al eeuwen lang bij miljoenen mensen?                                         Nee?                                                                                                                                       Ik heb sterke aanwijzingen.                                                                                                     Ze nemen dan de aangeboden verklaringen van de zogenaamde geestelijkheid voor waar. Het sluit namelijk aan bij de referentiekaders die je steeds weer zeggen: er is iets, ik begrijp het niet, maar er is iets, dat weet ik eigenlijk wel zeker, maar wat? Dat weet ik niet. Onzekerheid vraagt nu eenmaal zekerheid. En dat is niet alleen lekker gemakkelijk, nee, want heel vaak leerde de bittere ervaring dat openlijk twijfelen aan de gezamenlijk aanvaarde waarheid heel gevaarlijk is. Want wat in alle vroomheid snel wordt vergeten is dat de wereldwijde religies enorme economische ondernemingen zijn die hun belangen verdedigen.

De geschiedenis van het christendom kende de Inquisitie, de geloofsrechtbank die andersdenkenden martelde en op de brandstapel zette. En ze dachten nog dat ze gelijk hadden ook. Trouwens, vergis je niet, ook tegenwoordig nog zijn er religieuze groeperingen die dood en verderf zaaien onder allen die het niet met hen eens zijn.

Ook in onze zogenaamd beschaafde samenleving wordt er nog om geloofsovertuiging gediscrimineerd en ontstaan spanningen en ruzies om volstrekt irreële redenen.                ‘Wij zijn beter dan jij,’ krijg je dan te horen.

Maar weet je, de echte waarheid zit heel diep in de herinnering van het eeuwige wezen dat je bent verborgen en ligt klaar om ontdekt te worden.                                                             Dus niet in de weg lopen met allerlei onzinnig aangeleerd gezeur maar luisteren en kijken naar wat je echt bent.                                                                                                             Op een keer weet je het: fantastisch!

Bacteriofagen 2

Het gebeurt niet heel vaak dat ik op een onderwerp terug kom en er voor de tweede keer een blog over schrijf. Deze keer kan ik het echter niet laten.                                               Het tv-programma ‘Zorg’ onder leiding van Antoinette Herzberger behandelde vanavond dit onderwerp.                                                                                                                           Eerder schreef ik dat mijn oudste kind, Katinka, misschien nog had geleefd als niet de rigide – want winst beluste  prematuur van de farmaceutische industrie had geheerst, maar dat meer naar het belang van de patiënt was gekeken.

In het programma zat naast een arts – hoogleraar ook een CF patiënt aan tafel. (CF = taaislijmziekte)                                                                                                                           Wij zagen een filmpje van een uitstapje naar Georgië waar al – ja, dit ga je echt niet geloven – al ruim honderd jaar infecties succesvol met bacteriofagen worden bestreden, zonder bijwerkingen, zonder allergische reacties, kortom zonder narigheid. Ook voor de Pseudomonas Aeruginosa bacterie die in de laatste fase van het leven van een CF-patiënt dodelijk is, omdat hij niet met enig antibiotica kan worden bestreden, is een veilig werkzame bacteriofaag beschikbaar.                                                                                       Er zat ook een wetenschapper – en ontwikkelaar uit Delft daar aan de tafel, die hier in Nederland inmiddels zo’n honderdvijftig verschillende bacteriofagen heeft gevonden en ontwikkeld. Van overheidswege wordt het echter niet aangemoedigd of ondersteund.

De hoogleraar wees er fijntjes op dat we hier wetgeving hebben die ervoor zorgt dat geen enkel geneesmiddel op de markt mag komen, dan wel ingezet bij welke patiënt dan ook als het niet officieel is goedgekeurd en toegelaten, tenzij er bewijsbaar niets meer werkt voor een individuele patiënt. Succes van een dergelijke noodgreep mag evenwel niet leiden tot een conclusie in de zin van: ‘Kijk nou eens, dat werkt, dat gaan we vaker doen.’ Dat mag niet, dat is strafbaar, want regels zijn nu eenmaal veel belangrijker dan doodzieke patiënten.Maar ik ben er stellig van overtuigd dat hier de wal het schip keert en dat de regeldrift de absoluut noodzakelijke ontwikkelingen in het belang van ons aller welzijn en gezondheid bijna volledig blokkeert.

Maar er is hoop. In een Brussels ziekenhuis ligt een Nederlandse patiënt die aan ernstige en verspreide infecties zou gaan sterven, maar wiens leven gered is met behulp van de bacteriofagen therapie.

Nou, jullie zijn allemaal weer op de hoogte of… nee, ho, stop, ik vergeet het belangrijkste nog. Via het internet kun je in Georgië bij een staats gecontroleerd bedrijf, Eurofarm, bacteriofagen bestellen. Prijzen? Ik ben er twee tegen gekomen: voor de bacteriofaag tegen die Pseudomonas kost 20 ml. 690 roebel. De bacteriofaag tegen streptokokken kost voor 20 ml 890 roebel. Enne… zonder recept, pfff.                                                                   Veel geld denk je?                                                                                                                     Valt best mee hoor. De roebel staat op dit moment op 2 eurocent.                                         En nou ben ik toch ontzettend benieuwd hoe lang het hier nog duurt en hoeveel mensen er nog aan infecties moeten sterven die met antibiotica niet meer te bestrijden zijn voor dat hier de protectionistische hakken uit het zand gaan en er besluiten worden genomen die werkelijk in het belang van de gezondheidszorg zijn.

De weg kwijt?

Nou, nee, dat niet, zo erg is het nou ook weer niet, maar vreemd is het wel.                     Vandaag een week geleden, maandag dertien maart, net een dag voor haar veertiende verjaardag, hebben we Spot laten inslapen. Ja, ik weet het, je had het allemaal al meegekregen.                                                                                                                         De volgende dag hebben we haar opgehaald bij de dierenarts die zo vriendelijk was haar gedurende nacht op de koeling te leggen. We hebben haar kleine koude lijfje naar het dierencrematorium in Naarden gebracht en ‘s middags heb ik alle spulletjes die nu eenmaal bij een hond horen opgeruimd, weggedaan. Allemaal dingen, dekentjes, speeltjes de bench, de sliplijn, de korte ketting, die van Sugar, ons eerste hondje hing er ook nog.     Alles weg gedaan. Het is vreemd leeg op die plek onder de trap.                                           Ach, er staan nu een paar dozen witte wijn. Je moet de ruimte tenslotte invullen.

Het is op het ogenblik helemaal geen aanlokkelijk weer, maar ik ben toch elke dag maar gaan wandelen. Dat deed ik tenslotte al die jaren met haar ook.                                           Maar toch is er iets dat nog niet op gang wil komen.

Toen ze er nog was zat ik hier op mijn kamer achter de computer te werken aan iets, nou ja, verschillende dingen, dat heb je natuurlijk wel van me gezien. Ik kon dan geweldig de pest ik krijgen als ik bezig was en ze begon beneden in de gang duidelijk te maken dat zij vond dat ze naar buiten wilde of als er iemand belde of voorbij liep en ze ging te keer of ze gek was.

Nu is het stil. Ik zou zoveel kunnen doen, willen doen, maar ik doe het niet.                       Ik zit mijn tijd te verlummelen, computerspelletjes te spelen, een paar hondenrassen vluchtig bekijken en weer afsluiten. Weet je, ik kom even tot niets.

Zou dat nou zijn wat ze rouwen noemen?

Appsoluut

Geen woord denkt je?                                                                                                               Maar je vergist je, want het is al begonnen.                                                                             Het clubje “Geen Peil” heeft een IT specialist aan de top en die wil dat er vanuit alle Nederlanders die net niet te stom zijn om een smartphone te kunnen bedienen bindende adviezen aan de politiek, ons landsbestuur, gegeven moeten kunnen worden.

Ik zie het voor me.                                                                                                                     ‘Pling!!!’ zegt je telefoon, terwijl je net bezig bent in een zakelijke bespreking.                     Vragend kijk je om je heen, maar dan begrijp je ineens waarom dat geluid van je mobieltje zo keihard klonk. Alle anderen aan de vergadertafel hebben inmiddels hun smartphones tevoorschijn gehaald, want bij iedereen kwam die dwingende “Pling” en twintig maal… nou ja, keihard natuurlijk.

Er valt een ietwat onbehaaglijke stilte. De voorzitter kijkt geërgerd de kring rond. Zijn smartphone ligt nog op zijn bureau. Gehaast verlaat hij de vergadering om vijf minuten later bezweet terug te keren. Maar ja, om mee te kunnen praten in de besluitvorming is hij natuurlijk al te laat. Iedereen heeft al gestemd.

Wat was er nou deze keer weer aan de hand?                                                                       Waar moest de kamer dan nu weer over stemmen?                                                               Wat konden die Haagse politici dan nu weer niet zelf beslissen, zo dat het hele volk via de app mee moest stemmen?                                                                                                       Ach ja, het was ook wel een heel ingewikkeld onderwerp. Daar konden ze met zijn honderdvijftigen met geen mogelijkheid uitkomen.

Wat de vraag was?                                                                                                                   De kwestie was dat er eindelijk een besluit moest worden genomen of er een aanbeveling voor alle bestuurslagen moest komen dat voorafgaand aan eventuele kandidaatstelling er een antecedenten onderzoek moest worden gedaan naar eventuele subversieve, dan wel malafide handelingen in een periode van tien jaar voorafgaand aan de kandidaatstelling en zo ja waarom wel of zo nee waarom niet. Het was een heikele kwestie en door de drie vorige kabinetten was het onderwerp als een hete aardappel voor zich uit geschoven.

De vergadering had al snel gestemd. In verband met ieders persoonlijke achtergrond had men uiteraard verschillend gestemd, maar je hoefde tenslotte niemand te vertellen wat je stemde. De voorzitter had ook nog even snel ‘nee’ gestemd en had daarna zijn telefoon weer snel in zijn jaszak laten glijden.                                                                                     Ach, de mensen met een beetje gezond verstand dat ging allemaal wel, maar intussen zat de tweede kamer maar te wachten, vier dagen lang en toen was het quotum nog steeds niet bereikt.

Weet jij nou wat antecedenten voor dingen zijn en wat ze bedoelen met ‘subversieve’? had mevrouw Willems van de koffie aan haar collegaatje gevraagd, ja en met ‘malafide’? Trouwens ik weet helemaal niet waar de kandidaatstelling ligt. Is dat soms een fort uit de Franse tijd of zo….                                                                                                                   ‘Ach meid,’ had haar collegaatje gezegd, doe nou maar even je ogen dicht en druk, dan zie je vanzelf of je ja of nee hebt gestemd, toch?

Ja ja, meestemmen per app?                                                                                                   Appsoluut niet!

Spot

Ja, zo heet ze, Spot. Klein bedrijvig Jack Russel teefje.                                                         Ze werd spot genoemd omdat ze maar één vlek heeft, rond haar linker oog en oor. Trouwens, nu ze oud is heeft bij haar ook de vergrijzing toegeslagen en zie je weinig bruin meer op de linkerkant van haar snuit.

Ze kijkt me nu aan op deze foto met een angstig vragende blik in haar altijd alerte oogjes. Het gaat niet goed met me hè baas?                                                                                       Nee Spot, het gaat niet goed.                                                                                                 Je begon al een poos geleden met op de matten voor de voordeur en voor de achterdeur te plassen als we even niet snel genoeg waren. Toen merkten we trouwens ook dat je vaak misselijk was. Je bak met hondenbrokken, waarvoor je altijd om me heen danste en die je dan binnen twee minuten leeg had, interesseerde je niet meer.                                   En misselijk was je steeds. Alsmaar overgeven.

Dierenarts Pauline had wat bloed afgenomen. Na een uur belde ze al.                                   Slecht nieuws Spot. Het zijn je nieren die het bijna niet meer doen en daar kan weinig meer aan gedaan worden op jouw leeftijd.                                                                             14 maart zul je precies 14 jaar oud worden.                                                                           Ik hoop wel dat je dat nog haalt.

Er waren tijden dat ik je wel achter het behang kon plakken als je als een hysterisch wijf stond te krijsen en te blaffen als er gebeld werd of als er maar iemand in de straat voorbij liep. Maar nu weet ik heel zeker dat ik je erg ga missen met dat kleine warme lijfje van je dat zo graag op schoot kwam zitten en dat ik dan helemaal onder die puntige rotharen van je zat die er haast niet uit te krijgen zijn.                                                                                 Ja, dat zal ik gek genoeg ook missen.

You’re in my blood

Nog een Engels tekstje, een beetje pretentieloos deze keer. Eerst had ik het muziekje geschreven, beetje bossanova. Staat op een Cd die Tim Welvaars nog heeft ingespeeld. Mooi hoor.

Toen de oudste dochter van Ireen trouwde had ik er nog een Nederlands tekstje op geschreven. Voor dat huwelijk heeft het trouwens niet geholpen, want dat heeft maar een jaar of zeven geduurd. Nou ja, aan het liedje heeft het vast niet gelegen.

You’re in my blood (teks/muziek by Peter P. van Oosterum)

A1.                                                                                                                                             You’re in my blood, I can feel it,                                                                                               There’s nothing much I can do,                                                                                                 Springtime or fall, you’ve got it all,                                                                                             I just yearn of you,

A2.                                                                                                                                             You’re in my veins, I just know it,                                                                                             Making me happy or blue,                                                                                                         I can’t escape your magical touch,                                                                                           My heart longs for you.

B.                                                                                                                                             Searching my deepest emotions,                                                                                             Please don’t make me feel blue,                                                                                               I found that my speculations,                                                                                                   Added all up to you.

A3.                                                                                                                                           You’re in my system, I know it,                                                                                                 I’me sure this has to be true,                                                                                                     Heaven or hell is for you to tell,                                                                                                 All I see is you.

 

Peter P. van Oosterum

Wolven…

Een muzikale vried zei, terwijl we gezellig aan de bar een drankje dronken: ‘Kun jij niet eens een tekst over wolven schrijven?                                                                                   ‘Ik ga een serieuze poging voor je doen,’ zei ik.

Hier komt-ie:

The wolves

The dark enfolds the freezing night                                                                                         The howling wolves I hear.                                                                                                       Here in the woods and up the heiths,                                                                                       There’s no place safe I fear

The wolves the wolves they come for me,                                                                               I don’t know where to go,                                                                                                         No place for hiding can I see,                                                                                                   Of  peace that I still know.

Oh, once my life was filled with bliss,                                                                                       It was all cream and honey,                                                                                                   A very happy life was this,                                                                                                           But I just craved for money.

And my sweet woman took my eye,                                                                                       And tried so to withhold me,                                                                                                     I did not listen, my oh my,                                                                                                         Her tears I did not see.

Here am I now I pay the price,                                                                                                 Lost all that I was needing,                                                                                                       And my poor love, she tried so hard,                                                                                       I ran and left her bleeding.

The wolves the wolves please come for me,                                                                           Come end  this life of sorrow,                                                                                                   No happiness that I can see,                                                                                                   For me to steal or borrow.

Peter P van Oosterum

Als dit geen middeleeuwse blues is, dan weet ik het niet.

 

 

Nog maar een

Een Engelse songtekst deze keer. De vorige die hieronder staat is tot nu toe door twintig mensen gelezen. Deze keer heb ik een Engelse tekst.

When my time runs out.

(tekst & muziek Peter P. van Oosterum)

A1                                                                                                                                             When my time runs out,                                                                                                           I’ll turn my back to tomorrow                                                                                                     And set my mind                                                                                                                       To the days of long before                                                                                                         For when my time is up,                                                                                                           I will feel no longer sorrow,                                                                                                       And think of you                                                                                                                       As the one I still adore

A2                                                                                                                                             When my days have passed,                                                                                                   And the spring is long forgotten,                                                                                             When my passion fades,                                                                                                         With the last of the autumn sun.                                                                                               Then, when my song will end,                                                                                                 Will you still sit beside me,                                                                                                     And will you hold my hand,                                                                                                   The way we once begun.

B                                                                                                                                               Then I will know we had a meaning,                                                                                         That we made sense throughout our days.                                                                             I know we just can’t live forever,                                                                                               And that the end will come for us in separate ways.

A3                                                                                                                                           But when my life grows old,                                                                                                     And the sun no longer warms me,                                                                                           When the lights get low,                                                                                                           I will slowly turn my head,                                                                                                         Then I will surely find                                                                                                                 That old forgotten feeling,                                                                                                         The way you took my heart                                                                                                     And went straight on to my head.

 

Peter P. van Oosterum.

Gescheiden kind

Ik vermoed dat iedereen wel dat soort herinneringen heeft. Herinneringen die gevoelens oproepen, waarvan je denkt: ‘dat verdient in mijn leven nou niet bepaald de schoonheidsprijs.’ Daar zitten de dingen tussen waar je later op terugkijkt en waar je spijt van hebt, maar die je toch niet anders had kunnen doen.                                                     Altijd blijven die herinneringen aan je knagen, maar er is niets dat je eraan kunt veranderen.                                                                                                                             Ik ook niet hoor, maar soms ga ik in zo’n stemming iets schrijven voor iemand die ik pijn heb gedaan, waaraan ik niets meer kan veranderen.

Gescheiden kind.

O, mijn lief kind, wat is er aan ’t gebeuren,                                                                             Ik zie jouw angst en je onzekerheid heus wel,                                                                         En in mijn hart moet ik het wel betreuren,                                                                               Maar ach mijn leven, m’n lief kind, gaat nu zo snel.

Eerst was er rust en liefde in je leven,                                                                                   Jij stond voortdurend op de eerste plaats, echt waar,                                                       Maar nu je ouders dan niet langer samen bleven,                                                                 Stort onvermijdelijk jouw wereld in elkaar.

’t Is niet jouw schuld, maar jij moet het verdragen,                                                               Het overkomt je en ik weet: het maakt je bang,                                                                     Als ik je aan kijk zie ik al je bange vragen,                                                                               En ik alleen weet, kind, dit duurt je leven lang.

Ons vroeger leven heb ik in mijn hart geborgen,                                                                     De grootste zorg komt in jouw leven niet van mij,                                                                   Er zal nu, hoop ik, iemand anders voor jou zorgen,                                                                 Maar jij, mijn kind, betaalt de prijs en ik ben vrij.

Ik weet niet goed hoe ik het verder nog moet zeggen,                                                         Dat ik het allemaal voor jou rampzalig vind,                                                                             Ik heb jou, vrees ik, later heel veel uit te leggen,                                                                     Want jij bent levenslang nu een gescheiden kind.

Peter P. van Oosterum

 

.

Bekladden

De nieuwe nationale sport die uit Amerika is overgewaaid. Eigenlijk had ik het al een hele poos zien aankomen, maar nu, ja, natuurlijk, met het voor het grijpen liggende voorbeeld van een Amerikaanse president die van voren niet lijkt te weten dat hij van achter leeft, ja nu is ook hier het hek van de dam.

Even voor de duidelijkheid: heel mijn leven – nou, laten we de jaren tussen 1940 en 1945 maar even buiten beschouwing laten, maar verder was het altijd zo dat er in onze residentie mensen waren die wij gekozen hadden om wat we veronderstelden dat ze voor ons in dit land wilden realiseren. Dat heette – en heet nog steeds – de politiek.                   Leuk nationaal gebeuren, nou ja, vroeger dan, waarbij eigenlijk nooit precies werd gekeken wat er nou toch met al die beloftes was gebeurd en hoe dat nou kwam.

Tja, er was ons van alles beloofd als we op partij A van meneer Jansen stemden. Nou, dan stemden we daar op en dan kwam het doorgaans zo uit dat de partijen B en C en soms ook D nog een beetje ervoor zorgden dat wat ons beloofd was door meneer Jansen niet door kon gaan. Zij, die partijen B, C en D ook nog een beetje vonden dan – maar dat zeiden ze dan in heel bedekte termen – dat meneer Jansen van partij A misschien wel een gat in zijn hand had, maar dat juist dat gat nog minder groot was dan de krater in zijn achterhoofd.                                                                                                                             Die woorden gebruikten ze natuurlijk niet. Dat gat in zijn hand en die krater in zijn achterhoofd die ze vermoedden noemden ze dan heel keurig een gat in zijn begroting.

Hoe dan ook, begrotelijk was het wel. Je had op Jansen gestemd en wat Jansen wilde ging niet door. Vervelend allemaal, maar gelukkig kon je na vier jaar, of soms zelfs korter, weer opnieuw stemmen. Weet je wat, dacht je dan, laat ik nou maar eens op Van Hepscheuten van partij B stemmen, want die Jansen had de hele vorige periode een gat in zijn…eh, wat was het ook al weer, oh ja, begroting en die Van Hepscheuten die had dat haarfijn in de gaten. Dus je stemde op Van Hepscheuten. Maar ja, dan bleek na een half jaar alweer dat ze daar de boel alleen maar draaiende konden houden als alles duurder werd, vooral de belasting.                                                                                                       En zo ging het maar door. Vaak was het een beetje een flauw spelletje vliegen afvangen, maar daar is nu verandering in gekomen.

De nieuwe benadering van en door politieke figuren heeft steeds minder met de werkelijke doelstellingen te maken en steeds meer met onderbuikgevoelens. De dames – maar vooral heren politici kronkelen zich met hun vetste glimlach de talkshow studio’s binnen in de strijd om in ieder geval het aardigst gevonden te worden. Dat biedt prachtige openingen voor simplistische en cabareteske benaderingen. Wat daarbij trouwens wel opvalt is dat het belachelijk maken van politieke figuren zich hier te lande meer lijkt te richten op de mannetjes dan op de vrouwtjes. Zou dat te maken hebben met vaderlands burgermansfatsoen, want in Amerika heeft mevrouw Clinton het absolute tegendeel ondervonden.

Een paar dingen vind ik erg jammer en de ergste daarvan is deze. Je mag stemmen, maar het hoeft niet. Je mag wel de hele dag lopen roepen wat je er allemaal van vindt.                 Nou, laat ik nou ook eens iets vinden: als je niet stemt moet je wat mij betreft je mening over ongeacht welk politiek issue voor je houden. Nee, sterker nog. Ik vind eigenlijk dat een oude verplichting weer terug moet, namelijk dat stemmen verplicht is. Niet stemmen betekent wat mij betreft dat je zegt: ‘Het kan me allemaal geen reet schelen hoe dit land wordt geregeerd.’ Fijn hoor, zo’n instelling. Kom gezellig mee profiteren.

Dan moet je desnoods maar leren om uit veel kwaaien de minst kwaaie te kiezen. Dan vind je tenminste ook een iets waar we wat aan hebben. Het lamzakkerige gedoe wat ik om mij heen en via de media meekrijg, van: ‘ach, die politiek interesseert me eigenlijk niet’. Dat vind ik nou een opvatting die ik alleen huisdieren wil vergeven.

Maar even terugkomend op het eerdere onderwerp, op de man spelen. Dat gaat hier ook binnen de kortste keren onfrisse vormen aannemen. Vanmorgen las ik al dat Jesse Klaver zijn jeugd wat had laten oppoetsen door de mannetjesmakers. We gaan het krijgen hoor ja, zult het meemaken dat een geachte afgevaardigde vanuit een opponerende hoek in de kamer de vraag krijgt hoe hij het in zijn hoofd kon halen om in de kamer te verschijnen terwijl hij al twee dagen dezelfde onderbroek aan heeft. Nee, het wordt hoe langer hoe beuzelachtiger als we de trend uit Amerika volgen.                                                               Straks komen de verkiezingen neer op het kiezen van de minst erge flapdrol.                   Wat mij betreft mag het langzamerhand wel weer eens een onsje meer zijn.