Managerial damage.

Hoe krijgen we het samen voor elkaar om beschikbare budgetten te laten besteden voor datgene waarvoor ze bedoeld zijn. We hebben een regering bestaande uit een premier en een aantal ministers die allemaal een ministerie achter zich hebben dat moet uitvoeren wat in de ministerraad besloten is en daarna indien relevant goedgekeurd door de volksvertegenwoordiging. Ja, het lijkt allemaal wel simpel en doorzichtig, maar dat is het niet.                                                                                                                                       Laat ik nu eens twee grote ‘strijkstok gevoelige’ terreinen bij de kop nemen: het onderwijs en de zorg.

In het onderwijs hebben we jarenlang schaalvergroting zien plaatsvinden. De oude Rijks HBS die ik op mijn negentiende met het diploma 5-jarige HBS-B verliet en waar we met iets meer dan twintig klaslokalen en een gymzaal, die ook voor de schoolfeesten werd gebruikt, heel goed onderwijs kregen, die school bestaat niet meer. Hij is vervangen door heel grote scholen met vaak een paar duizend leerlingen in diverse stromingen.

Heeft die school nog een directeur, waar je naar toe diende te gaan als je weer eens de klas was uitgestuurd? Och, die directeur of rector is er nog wel, maar hij wordt tegenwoordig geassisteerd door een aantal managers die boven de vakgroepen staan en daaraan leiding geven. Zijn dat dan onderwijsmensen, die managers?                                   Dat kan, maar het hoeft niet. Een leraar kan manager worden. Je ziet hem dan nooit meer voor de klas, maar het kan ook gerust iemand met een heel andere opleiding zijn die bijvoorbeeld helemaal geen verstand van onderwijs heeft, zo’n… ja, hoe moet ik dat nou zeggen… ja zo’n regelneef die met een iets beter salaris dan een leraar naar huis gaat, maar waarvan het onderwijs eigenlijk geen voordeel heeft. De lessen worden er niet beter door. Eigenlijk is zijn verschijnen veroorzaakt door de schaalvergroting.

De oorspronkelijke bedoeling van de schaalvergroting was dat door grotere instituten er minder kleine scholen zouden zijn en dat één schoolgebouw voor vierduizend leerlingen goedkoper moest zijn dan acht schoolgebouwen voor elk vijfhonderd leerlingen.                 Achteloos werd echter vergeten dat die acht kleinere schoolgebouwen er al waren en doorgaans redelijk goed voldeden, terwijl dat enorme nieuwe schoolgebouw door grote bouwondernemers moest worden gebouwd en dat prijzen in de bouw nog wel eens ondoorzichtig willen zijn. Bovendien lijkt het geaccepteerd gebruik dat afgesproken prijzen altijd ruimschoots worden overschreden.

De oude, kleinere scholen hadden geen managers nodig. Directeur en leraren konden de hele boel, samen met een uitstekende conciërge prima redden. Die laatste hield namelijk altijd alles en iedereen in de gaten en als leerling paste je wel op dat de conciërge je niet bij je kladden pakte.

Ik beweer: De gestegen kosten in het onderwijs zijn grotendeels veroorzaakt door schaalvergroting, nieuwbouw en managers. Leerlingen hebben er allemaal niets aan, integendeel. Er is zoveel geld weggelopen in bovenbeschreven misvattingen dat er onvoldoende voor het onderwijs zelf overblijft. Te weinig ook om leerkrachten zodanig te betalen dat het vak van leraar voor jonge mensen weer aantrekkelijk wordt. Onze eeuwig wantrouwige overheid maakt het zelfs nog veel erger. De mensen in het onderwijs worden doodgegooid met allerlei formulieren die voortdurend moeten worden ingevuld en waarvan niemand ooit nut of resultaat te zien krijgt.                                                                               Laten we deze hele bemoeienis van de overheid met het onderwijs samenvatten met één woord: gepruts!

In de zorg gebeurt eigenlijk precies het zelfde: Nieuwbouw, schaalvergroting en zwermen managers. Doen die managers dat iets nuttigs? Ze moeten ervoor zorgen dat de coördinatie in de mega-ondernemingen die ziekenhuizen tegenwoordig zijn in tact blijft. Ook hier kost nieuwbouw ongelooflijk veel geld en worden kleinere, bestaande en nog goed functionerende ziekenhuizen zonder werkelijke noodzaak verlaten: kapitaalvernietiging!

Als we de berichtgeving volgen met betrekking tot medische missers in die grote patiënten fabrieken, waar alles volkomen onpersoonlijk is geworden, rijzen je de haren te berge. Veel gedoe met ziekenhuisinfecties met onder meer de beruchte MRSA bacterie.             Ook hier is er duidelijk minder tijd en geld voor de werkelijke zorg, omdat de bouwwereld en de managers samen het gigantische gat vormen waardoor het geld weg loopt dat helemaal niet kan worden gemist bij de werkelijke zorg voor de patiënten.

Wat doet zo’n manager dan precies? Nou vast een heleboel, voornamelijk praten natuurlijk. Ik kan het echter toch niet laten om een praktijkvoorbeeld te geven:                     Een goede vriend van mij, nu gepensioneerd, was internist en als zodanig gespecialiseerd in diabetes zorg. Ooit had hij een samenwerkingsverband helpen organiseren, de diabetes poli. Diabetespatiënten hebben verschillende specialisten nodig, voor de ziekte als geheel, voor de ogen, voor de voeten, enz. De diabetes poli regelde het zo dat alles op een en de zelfde dag kon gebeuren, zodat toch al zwaar belaste patiënten niet keer op keer voor al die consulten behoefden terug komen. Die poli zat in een aardige oude villa en draaide in economische zin uitstekend. Overheid zorgde er echter voor dat het goed lopende onderdeel opgenomen werd in een verlies lijdend ziekenhuis in Utrecht. Daar trof ik mijn vriend op een keer in een ietwat mismoedige stemming.

Nu moet je weten dat diabetespatiënten vaak jaar in jaar uit bij die zelfde internist komen. Er is een gemoedelijke – min of meer huiselijke sfeer. Zo droeg mij vriend nooit een witte jas, omdat alleen die jas al afstand schept en dat kan misschien in sommige gevallen nuttig zijn, maar niet tussen de arts en de tevreden en goed ingeregelde diabetespatiënten die hem al jaren kennen en doorgaans bij de voornaam aanspreken.

Daar kwam op een dag de manager binnen. Niet een man met een medische achtergrond of opleiding trouwens. Hij eiste dat mijn vriend voortaan een witte jas droeg met de knoopjes dicht. Er werden in die spreekkamer nooit medische handelingen verricht, maar uitsluitend gesprekken gevoerd. Voor de medische handelingen was daar het laboratorium en de diabetesverpleegkundige die natuurlijk wel witte jassen droegen.

Met dat soort onzinnige dwingelandij verdiende deze manager een vorstelijk salaris, welk bedrag dan natuurlijk weer in mindering kwam op het voor echte zorg beschikbare budget.

Wat wil ik nu eigenlijk zeggen met deze twee uiteenzettingen? Dit: het onderwijs en de zorg – en naar ik vrees nog veel meer terreinen in de samenleving – worden misbruikt door geldverdieners, kostenposten die er alleen maar zijn om zichzelf in stand te houden ten koste van de organisaties die hen in goed – maar helaas misplaatst vertrouwen hebben ingehuurd.

Wij zijn langzamerhand overgeleverd aan parasieten die er op slimme wijze voor zorgen dat de bronnen die ze leegzuigen net niet helemaal overlijden. Uit zelfbehoud natuurlijk. Wat dacht je!

Eerlijk(e) waar, het mag allemaal, dat wel, maar wie heeft dat goedgekeurd?

De zogenaamd beschaafde wereld heeft door de jaren heen kans gezien een wonderlijke definitie van het begrip eerlijkheid te ontwikkelen. Waarom ik dit nu schrijf heeft te maken met het waarschijnlijk achterhaald inzicht in mijn hoofd dat eerlijkheid en eervolheid op de een of andere wijze met elkaar van doen hebben. Dat blijkt in de dagelijkse werkelijkheid echter heel anders te zijn.
Eerlijk lijkt in onze samenleving ongeveer alles te zijn wat niet op enigerlei wijze verboden is. Zo is het natuurlijk niet verboden om winst te maken. Ook is het niet verboden om exorbitant hoge winsten te maken op producten die iedereen nodig heeft. Dat is niet verboden, dus is het eerlijk.
Het begrip eerlijkheid is al vele jaren losgekoppeld van morele wenselijkheid.
Zo zien we bijvoorbeeld in de voedselindustrie het gebruik van toevoegingen hand over hand toenemen. Die toevoegingen hebben wij voor het overgrote merendeel niet nodig. Enkele toevoegingen hebben van doen met de houdbaarheid. Deze worden voornamelijk gevonden in geconserveerde voedingsmiddelen (pakken, potten, blikken, e.d.) Ook zijn er toevoegingen die van invloed zijn op de smaak. Deze zijn bedoeld om het behandelde voedsel lekkerder te laten smaken. Prima, zou je zeggen. Er zit evenwel een flinke adder onder het gras. Ik citeer nu uit een artikel van voedingsdeskundige Robert van Boxtel betreffende een stof die de voedingsmiddelenindustrie veel en graag toevoegt:  ve-tsin, bekend onder de code E621

Wat doet E621 precies en waarom moet ik het vermijden?                                             Het zorgt er in ons lichaam onder meer voor dat onze hormoonhuishouding verstoord wordt en dat we honger krijgen/houden. E621 is neurotoxisch (schadelijk voor de hersenen) en het heeft een eetlust verhogende werking omdat dit het endocriene systeem (hormoonhuishouding) ontregeld. Dit hormoonsysteem regelt namelijk je honger- en verzadigingscentrum. E621 verbreekt de verbinding tussen ons verzadigingscentrum in de hersenen en de maag waardoor de hersenen van de maag niet meer het sein ‘vol’ krijgen en we blijven eten. Mononatriumglutamaat doet dus de eetlust toenemen, zonder dat het lichaam eigenlijk extra voedsel nodig heeft. Dat is ook de reden dat die zak chips in één keer op moet. En dat is wat de voedingsindustrie graag wil. Meer honger is meer  eten, is meer eten kopen, is meer geld. En geld lijkt in veel gevallen het enige wat telt, er is bij veel voedingsproducenten geen moreel besef om voeding echt gezond te maken. Als ze dat wel zouden hebben, zouden ze op zijn minst E621, en eigenlijk alle E-nummers, verwijderen en dat kan. Want in de biologische winkel kom je het niet of uiterst zelden, tegen.

Ik heb nog een aardige, of liever kwaadaardige stof, die ook op ruime schaal door de industrie wordt toegepast, ook een smaakversterker: E631 dinatriuminosinaat. Dinatriuminosinaat wordt synthetisch, bereid uit inosinezuur (E630).                                     Natriuminosinaat vindt je in rijstsnacks, bouillonblokjes en in vleeswaren, vaak in combinatie met het veel goedkopere natriumglutamaat (E621). De combinatie van 95% glutamaat met 5% inosinaat is een 10x sterkere smaakversterker dan natriumglutamaat alleen. Als mogelijke bijwerkingen zijn astma-aanvallen, allergische verschijnselen zoals netelroos en jeuk en vochtophoping bekend.                                                           Natriuminosinaat mag niet gebruikt worden voor jonge kinderen en is absoluut te vermijden door mensen die aan jicht lijden.

Ziezo, dat was het weer voor vandaag. En nu hoop ik maar dat het weer gelukt is om mijn lezers de dubbele moraal van onze goedkeurende overheidsinstanties in samenhang met de voedingsindustrie te tonen. Het voert te ver om alle samenhangen en belangen van de voedingsindustrie te laten zien. Maar vooruit, voor de duidelijkheid zet ik er even een paar op een rijtje:

  1. Op de producten van de voedingsmiddelen industrie worden verschillende belastingen geheven. De schatkist wordt hierdoor gevuld.
  2. Er wordt druk campagne gevoerd tegen het gebruik van alcohol en tabak. Dit zijn echter producten die heel veel geld in het belastinglaatje brengen. Uiteraard zijn deze producten schadelijk voor de gezondheid en werken sterk ten nadele voor de kosten voor de volksgezondheid.
  3. Allerlei zogenaamde soft – en harddrugs zijn verboden en op de producenten en aanbieders wordt gejaagd. Naast illegaliteits – en daaruit voortvloeiende politionele problemen stelt de overheid natuurlijk knarsetandend vast dat op die producten geen heffingen kunnen worden gelegd.

Wat ik nou wil beweren?                                                                                                         Dat is toch duidelijk: onze overheid heeft belang bij alle bovenstaande narigheid, dus mag het. Bij de soft – en harddrugs heeft de overheid geen belang. Dus mag het niet.                 Eerlijk waar!

 

 

Mannenkwaaltje

Een van de RTL zenders blaat altijd over méér voor mannen. Nou, laat ik daar vandaag dan ook maar eens een bijdrage aan leveren. Dus dames, kijk maar even de andere kant op. Lees dit stukje maar niet, tenzij je echt zo’n liefdevolle vrouw bent die zegt: ‘ik zou een slechte vrouw zijn als ik mij afzijdig zou houden van de problemen die zo kenmerkend zijn voor het verouderende mannenlijf. Tenslotte kunnen de stumperds best lief zijn, ook als ze even heel erg kwetsbaar zijn. Het gaat over de ongemakken en narigheid die zich letterlijk diep in de mannelijke onderbuik kunnen manifesteren. Daar gaat het vandaag over

Zo, dat was me het weekje wel.                                                                                               Het is in mijn leven vrij lang probleemloos verlopen. Dat is tenminste wat ik mezelf altijd heb voor gehouden.                                                                                                                 Wat ik bedoel?                                                                                                                           Nou ja, een van de miezerigste problemen die je in je mannenleventje tegen kunt komen natuurlijk. De dokter heeft het dan over mixieproblemen, wat erop neerkomt dat je van tijd tot tijd problemen hebt met plassen. Je voelt dat je moet, maar als je er dan staat is het wachten geblazen op een miezerig klein beetje dat zich voor je gevoel aankondigde als de zondvloed.                                                                                                                                 Ik kan je verzekeren dat zo’n af en aan optredend probleem een aanzienlijke bron van ongerustheid is. Het is ook een probleem dat ikzelf althans vrij lang voor me heb gehouden en voor me uit heb geschoven. Dat is natuurlijk niet echt verstandig, maar alles wat tot onze meest nederige lichaamsprocessen gerekend kan worden valt nu eenmaal nog altijd een beetje onder de door en door fatsoenlijke taboesfeer. Je praat er niet gemakkelijk over, je duwt het opzij, het gaat vast wel weer over. Maar dat is nu de vergissing. Het gaat niet over, het wordt steeds vervelender.

Vijfenveertig jaar lang heb ik me bezig gehouden met natuurgeneeskunde, maar ik heb daarbij wel gezorgd dat ik naast de natuurgeneeskundige vaardigheden in ieder geval voldoende medische basiskennis had om geen bokken te schieten.

Aangaande het onderwerp waarover ik hier nu schrijf: de groter wordende prostaat of voorstander klier blijk ik toch nooit voldoende besef en kennis te hebben gehad. Die kennis is nu, in de afgelopen week door eigen ervaring behoorlijk bijgespijkerd.

Ik beschrijf nu even de volgorde van de gebeurtenissen en ervaringen in de hoop dat de mannen onder mijn Facebook – en weblog vrienden in hun eigen belang de moeite willen nemen dit stukje even helemaal te lezen. Reageren mag uiteraard ook.

Van mijn huisarts had ik een jaar of twee geleden een pilletje voorgeschreven gekregen, Finasteride, dat de groei van de prostaat moest remmen. Dat leek eerst heel aardig te gaan, maar een paar maanden geleden kreeg ik een blaasontsteking. Dat kan worden veroorzaakt door het feit dat je de blaas niet meer helemaal kunt legen. Mijn huisarts gaf me een antibiotica kuurtje en keek me veelbetekenend aan en zei: ‘luister jongen, hiermee kunnen we niet te lang doorgaan.                                                                                             Ik knikte een beetje witjes. Gelukkig hielp het kuurtje wel en leek het weer goed te gaan met de plasserij. Dat bleek echter de stilte voor de storm, want een paar weken later had ik opnieuw een blaasontsteking. Toen zei mij huisarts: je weet wat ik gezegd heb, nietwaar. Als het met deze kuur niet echt over is, dan moeten we verder kijken.

Het lange verhaal kort, het was natuurlijk niet over en ik ben met een verwijsbriefje van mijn huisarts in de hand even gaan googelen op het wordt ‘urologie’.                                     Nu vraag je je misschien af waarom ik niet gewoon een afspraak maakte met een uroloog hier in het ziekenhuis.                                                                                                               Misschien herinner je je mijn twee blogs over bacteriofagen nog, waarin ik onder meer refereer aan het feit dat de antibiotica niet of nauwelijks meer werken, op een enkel middel na, en dat er dientengevolge ongelooflijk veel ziekmakende bacteriën in leven blijven. Een van de bekendste is de MRSA bacterie (Multi Resistant Staphilococcus Aureus) Daar voor moeten van tijd tot tijd hele ziekenhuisafdelingen tijdelijk gesloten en gereinigd worden. Je snapt natuurlijk wel dat ik daar geen trek in heb.

Nu zijn er tegenwoordig kleinschalige specialistische centra. Hier, in het Gooi, hebben we bijvoorbeeld de Bergman Kliniek. Daar doen ze fantastische dingen voor mensen bij wie een gewricht moet worden vervangen. Urologie doen ze er echter niet, daarom ging ik op zoek naar een gespecialiseerde urologen kliniek. Die vond ik in Vleuten. Kliniek Vleuten heet het instituut. Ze hebben een plezierige lichte wachtkamer, één operatiekamer, één uitslaap kamer en een gezellige huiskamer waar je iets te eten krijgt als je weer wakker bent. Ook hebben ze er specialisten die tijd voor je hebben en waarbij je een heleboel opschiet als je alleen al met ze praat. Ze hebben duidelijk geen haast en dat is prettig.

Van de operatie die de arts daar met een groen-licht laser uitvoert heb ik niets gemerkt, want ik sliep. Na ongeveer anderhalf uur ben ik wakker geworden. Uiteraard heb je dan een katheter vanuit de blaas naar een opvang zakje dat je die hele dag aan de binnenkant van je broekband hebt hangen. En inderdaad, dat is ongemak, maar het is klein ongemak, want je realiseert je dat je het achter de rug hebt, dat je nu op weg bent naar echt herstel.   Wel moet je er rekening mee houden dat het volledige herstel gemiddeld vier tot zes weken na de operatie vraagt.

Na de maaltijd die ik na de operatie kreeg aangeboden gingen we met een busje naar een nabij gelegen hotel. We waren met zijn vieren en er ging met ons een gespecialiseerde verpleegster mee. Het verblijf in het hotel, het diner ’s avonds en het ontbijt de volgende morgen worden allemaal door de kliniek betaald.

Ik belde mijn zorgverzekeraar voor ik besloot deze kliniek te kiezen. Ik wilde wel graag weten of deze luxe behandeling wel vergoed werd. Mijn verzekering zei dat het vergoed werd, dus ik kon veilig een afspraak maken. Ik begrijp nu ook wel waarom. Een dag in een ziekenhuis liggen komt de verzekering doorgaans te staan op zo’n zeven à achthonderd euro. De kamer in het hotel met ontbijt kostte daar negentig euro.

Ik ben nu aan het herstellen en daar voel ik me heel prettig bij.                                               Een paar nuttige wenken kregen we nog mee: minstens twee liter water per dag drinken, geen alcohol, niet fietsen, ook niet op de hometrainer. Wandelen mag, wandelen is prima.

In het begin, nadat de verpleegster me had bevrijd van de katheter wilde ik wel graag elk kwartier even naar het toilet. Nu, na zes dagen, zit ik al op een uur en vaak langer.             Echt pijn heb ik niet gehad. Mooi toch?

Maar nu wilde je natuurlijk ook weten waarom ik het zo lang voor me uit heb geschoven. Tja weet je, ik dacht bij mezelf: wat gaat die dokter tegenkomen als hij naar mijn prostaat kijkt en in mijn blaas. Er kan allerlei kwaadaardige narigheid aan het licht komen.                 Wat zeg je? Schijterigheid?                                                                                                       Ja, dat weet ik ook wel.                                                                                                             Maar ik ben toch gegaan?                                                                                                         En er was gelukkig ook niets kwaadaardigs aan de hand

Doe er je voordeel mee jongens en onthoud: niet uitstellen!

Overtuiging?

In het verleden heb ik op dit weblog wel eens geschreven over geloven.                           Daarmee moet je in deze samenleving trouwens een beetje voorzichtig zijn hebben we gemerkt. De mensen die ik bij die gelegenheid aanduidde met het woord ‘gelovers’ weten de zogenaamd vrije meningsuiting niet altijd op waarde te schatten, vooral wanneer je hen probeert duidelijk te maken dat een meer kritische levenshouding dan de hunne en een sterk verminderde bereidheid om wat de diverse predikers uitkramen voor zoete koek slikken waarschijnlijk geen goed idee is, omdat je je daarmee al snel hun woede op de hals haalt.                                                                                                                               Het is dan, zoals ik zojuist opmerkte. Toch van belang om voorzichtig – en vooral vriendelijk en begrijpend te zijn. Er is tenslotte al meer dan genoeg conflictstof op de wereld. Daarom lijkt het mij in het licht van de spanningen op de wereld, die op de een of andere manier toch met geloof te maken hebben, belangrijk om eens een ander licht op die maar onderling voort strijdende religies te werpen.

Laat ik maar eens beginnen met wat feiten.

  1. Behoefte om in hogere machten dan wij zelf zijn te geloven lijkt van alle tijden. Van het aanbidden en aanroepen van tientallen natuurkrachten tot het vereren van de ene onzichtbare en vooral onbewijsbare God zien we mensen zich devoot laten meeslepen.
  2. Veel mensen hebben een sterke behoefte te streven naar vereniging met anderen in groepen. Samen zijn we sterker is het idee, uitmondend in de meer verwerpelijke neiging de eigen groep beter te vinden dan andere groepen wat – de geschiedenis toont het meedogenloos helder – leidt tot discriminatie en oorlog. ‘Wij zijn beter dan zij’ is een gedachte die een opening biedt naar de zo mogelijk nog verwerpelijkere opvatting: ‘Ik ben beter dan jij’.
  3. De feiten in de bovenstaande twee punten en de consequenties die daaruit voortvloeien vormen de bron voor het alles verterende vuur dat al duizenden jaren zo kenmerkend is voor de menselijke samenleving: het streven naar de ultieme macht. En macht gaat doorgaans samen met hebzucht, egoïsme, vernietiging en misbruik van hen die niet tot de eigen groepering behoren. Kortom: uitzichtloze ellende.

Het is bij oppervlakkige beschouwing een enorme warwinkel, waarin de mensen op de wereld verwikkeld zijn. Wat mij nu bezig houdt is de vraag hoe dat komt.                             Hoe komt het dat wereldwijd al eeuwen lang de sterke drang elkaar te vernietigen het onwaarschijnlijk doet lijken dat religie iets goeds is.

Nu kan ik mij uit mijn jeugd de wiskunde lessen op mijn middelbare school herinneren.     Er waren vaak opgaven waarbij het bewijs voor een stelling moest worden geleverd. Doorgaans ging het er dan om dat je moest zien te bewijzen dat twee vormen of twee formules gelijk – of juist ongelijk aan elkaar waren. Een bruikbare methode was dan dat je even iets moest aannemen, een vooronderstelling dus, om het bewijs te kunnen leveren.   Men noemde dat een bewijs uit het ongerijmde: je nam even iets aan dat (nog) niet bewezen was.                                                                                                                         Dan zei je bijvoorbeeld: stel dat de breedte van deze rechthoek gelijk is aan de lengte van dat deel van de weg, en stel dat de lengte van deze rechthoek gelijk is aan de breedte van de weg, dan is bewezen dat de oppervlakte van de rechthoek  gelijk is aan die van het bedoelde deel van de weg.

Nu is dit natuurlijk een eenvoudig – en misschien zelfs wat kinderachtig voorbeeld, daarom ga ik nu over tot de beschouwing van onze innerlijke beleving.                                 Wat we gebruiken, echt allemaal, zijn referentiekaders. Eigenlijk worden daarmee dingen bedoeld die je weet of die je beleefd hebt en die als achtergrond dienen om nieuwe gegevens of belevenissen te kunnen begrijpen.

Een voorbeeld: een vriend vertelt je dat hij een fantastische beleving heeft gehad toen hij een zeiltocht naar Engeland maakte, maar jij hebt zelfs nog nooit ergens mee gevaren. Je kunt je er dan weinig bij voorstellen.                                                                                         Wat ik met dit simpele voorbeeld bedoel is, dat je tot deelname kunt overgaan als er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Als er geen kapstokken zijn kun je niets ophangen. Als er niet bepaalde herinneringen zijn is er geen referentiekader.  Zonder een referentiekader kun je niets begrijpen, kun je je geen voorstelling maken. Dan kun je ook niet mee worden gevoerd in een al dan niet enthousiaste gedachtegang.

Ik denk nu dat dit ook in hoge mate geldt voor religie, geloven. Daarom begin ik nu aan een bewijs uit het ongerijmde. Ik ga dus iets tijdelijk aannemen dat ik niet eerst heb bewezen, een vooronderstelling dus. Als de bewijsvoering die ik daarmee voer niet klopt,   Dan gooi ik de vooronderstelling weer weg als niet kloppend en dus onbruikbaar.

Stel: wat je werkelijk bent begint niet pas bij je geboorte en eindigt niet bij je dood, maar het is een soort continuüm, een vloeiende beweging die even oud is als ons universum, of misschien wel helemaal tijdloos.                                                                                               Dit is mijn eerste onbewezen vooronderstelling.

Voor wat betreft de materie waaruit je bestaat, de atomen en moleculen is dat overigens al lang bewezen. De stoffen waaruit je lichaam is opgebouwd zijn echt zo oud als dit heelal. Dat kan ook niet anders, want materie en energie zijn gelijkwaardig en energie kan niet worden vernietigd. Het kan worden omgezet, veranderd, maar niet vernietigd. Hier hoef ik niet lang over te praten, want dat hebben de grote wetenschappers in de natuurkunde al heel lang geleden bewezen.

Mooi, dat de materie van je lichaam eeuwig is heb ik nu weer even duidelijk gemaakt.         Maar stel nou dat er in al die materie nog ergens verborgen een bepaalde geheugenfunctie zit.                                                                                                                                             Dit is mijn tweede onbewezen vooronderstelling.

Nou, onbewezen is niet helemaal waar. Ik bedoel, nou ja, het is natuurlijk duidelijk dat er allerlei oeroude gegevens uit de DNA reeksen van je familie bij je binnenkomen op het moment dat je ouders je verwekken. Dat is iets wat we natuurlijk ook al jaren zeker weten. Maar stel nou ook eens dat al die levende weefsels van je lichaam zich heel vaag herinneren waar ze eerder geweest zijn. Dat zijn natuurlijk geen herinneringen die echt logisch uit dit leven komen. Als dat soort herinneringen bij jou af en toe de kop op steekt, dan is het vaak alleen maar een gevoel. Zo’n gevoel van… ja, hoe moet ik dat nu zeggen… ja, er moet wel iets zijn, maar ik weet het niet. Laat ik het nu voor het gemak maar even een gevoel van een soort onzekerheid noemen waarmee je zelf eigenlijk niets kunt, maar dat er toch vaak is. Of ja, onbegrijpelijke flarden, beelden, klanken…

Eerlijk gezegd denk ik dat iedereen dat soort gevoelens wel kent en dat de meeste mensen vage herinneringen, die niet met dit leven te maken lijken te hebben, gewoon wegschuiven.                                                                                                                           Maar stel nou dat die vage gevoelens, herinneringen en onzekerheden die vermoedelijk iedereen heeft door de machtige promotoren van de religies worden gebruikt om hun standaard oplossingen aan op te hangen. Tenslotte zijn onzekerheden als lege kapstokken aan de muur, het zijn referentiekaders. Je hebt geen eigen antwoorden om die onzekerheden in te vullen en je bent ook niet de grote vrijdenker die het zelf allemaal wel oplost en een eigen wereldbeeld schept.                                                                                 Weet je wat er dan gebeurt al eeuwen lang bij miljoenen mensen?                                         Nee?                                                                                                                                       Ik heb sterke aanwijzingen.                                                                                                     Ze nemen dan de aangeboden verklaringen van de zogenaamde geestelijkheid voor waar. Het sluit namelijk aan bij de referentiekaders die je steeds weer zeggen: er is iets, ik begrijp het niet, maar er is iets, dat weet ik eigenlijk wel zeker, maar wat? Dat weet ik niet. Onzekerheid vraagt nu eenmaal zekerheid. En dat is niet alleen lekker gemakkelijk, nee, want heel vaak leerde de bittere ervaring dat openlijk twijfelen aan de gezamenlijk aanvaarde waarheid heel gevaarlijk is. Want wat in alle vroomheid snel wordt vergeten is dat de wereldwijde religies enorme economische ondernemingen zijn die hun belangen verdedigen.

De geschiedenis van het christendom kende de Inquisitie, de geloofsrechtbank die andersdenkenden martelde en op de brandstapel zette. En ze dachten nog dat ze gelijk hadden ook. Trouwens, vergis je niet, ook tegenwoordig nog zijn er religieuze groeperingen die dood en verderf zaaien onder allen die het niet met hen eens zijn.

Ook in onze zogenaamd beschaafde samenleving wordt er nog om geloofsovertuiging gediscrimineerd en ontstaan spanningen en ruzies om volstrekt irreële redenen.                ‘Wij zijn beter dan jij,’ krijg je dan te horen.

Maar weet je, de echte waarheid zit heel diep in de herinnering van het eeuwige wezen dat je bent verborgen en ligt klaar om ontdekt te worden.                                                             Dus niet in de weg lopen met allerlei onzinnig aangeleerd gezeur maar luisteren en kijken naar wat je echt bent.                                                                                                             Op een keer weet je het: fantastisch!

Bacteriofagen 2

Het gebeurt niet heel vaak dat ik op een onderwerp terug kom en er voor de tweede keer een blog over schrijf. Deze keer kan ik het echter niet laten.                                               Het tv-programma ‘Zorg’ onder leiding van Antoinette Herzberger behandelde vanavond dit onderwerp.                                                                                                                           Eerder schreef ik dat mijn oudste kind, Katinka, misschien nog had geleefd als niet de rigide – want winst beluste  prematuur van de farmaceutische industrie had geheerst, maar dat meer naar het belang van de patiënt was gekeken.

In het programma zat naast een arts – hoogleraar ook een CF patiënt aan tafel. (CF = taaislijmziekte)                                                                                                                           Wij zagen een filmpje van een uitstapje naar Georgië waar al – ja, dit ga je echt niet geloven – al ruim honderd jaar infecties succesvol met bacteriofagen worden bestreden, zonder bijwerkingen, zonder allergische reacties, kortom zonder narigheid. Ook voor de Pseudomonas Aeruginosa bacterie die in de laatste fase van het leven van een CF-patiënt dodelijk is, omdat hij niet met enig antibiotica kan worden bestreden, is een veilig werkzame bacteriofaag beschikbaar.                                                                                       Er zat ook een wetenschapper – en ontwikkelaar uit Delft daar aan de tafel, die hier in Nederland inmiddels zo’n honderdvijftig verschillende bacteriofagen heeft gevonden en ontwikkeld. Van overheidswege wordt het echter niet aangemoedigd of ondersteund.

De hoogleraar wees er fijntjes op dat we hier wetgeving hebben die ervoor zorgt dat geen enkel geneesmiddel op de markt mag komen, dan wel ingezet bij welke patiënt dan ook als het niet officieel is goedgekeurd en toegelaten, tenzij er bewijsbaar niets meer werkt voor een individuele patiënt. Succes van een dergelijke noodgreep mag evenwel niet leiden tot een conclusie in de zin van: ‘Kijk nou eens, dat werkt, dat gaan we vaker doen.’ Dat mag niet, dat is strafbaar, want regels zijn nu eenmaal veel belangrijker dan doodzieke patiënten.Maar ik ben er stellig van overtuigd dat hier de wal het schip keert en dat de regeldrift de absoluut noodzakelijke ontwikkelingen in het belang van ons aller welzijn en gezondheid bijna volledig blokkeert.

Maar er is hoop. In een Brussels ziekenhuis ligt een Nederlandse patiënt die aan ernstige en verspreide infecties zou gaan sterven, maar wiens leven gered is met behulp van de bacteriofagen therapie.

Nou, jullie zijn allemaal weer op de hoogte of… nee, ho, stop, ik vergeet het belangrijkste nog. Via het internet kun je in Georgië bij een staats gecontroleerd bedrijf, Eurofarm, bacteriofagen bestellen. Prijzen? Ik ben er twee tegen gekomen: voor de bacteriofaag tegen die Pseudomonas kost 20 ml. 690 roebel. De bacteriofaag tegen streptokokken kost voor 20 ml 890 roebel. Enne… zonder recept, pfff.                                                                   Veel geld denk je?                                                                                                                     Valt best mee hoor. De roebel staat op dit moment op 2 eurocent.                                         En nou ben ik toch ontzettend benieuwd hoe lang het hier nog duurt en hoeveel mensen er nog aan infecties moeten sterven die met antibiotica niet meer te bestrijden zijn voor dat hier de protectionistische hakken uit het zand gaan en er besluiten worden genomen die werkelijk in het belang van de gezondheidszorg zijn.

De weg kwijt?

Nou, nee, dat niet, zo erg is het nou ook weer niet, maar vreemd is het wel.                     Vandaag een week geleden, maandag dertien maart, net een dag voor haar veertiende verjaardag, hebben we Spot laten inslapen. Ja, ik weet het, je had het allemaal al meegekregen.                                                                                                                         De volgende dag hebben we haar opgehaald bij de dierenarts die zo vriendelijk was haar gedurende nacht op de koeling te leggen. We hebben haar kleine koude lijfje naar het dierencrematorium in Naarden gebracht en ‘s middags heb ik alle spulletjes die nu eenmaal bij een hond horen opgeruimd, weggedaan. Allemaal dingen, dekentjes, speeltjes de bench, de sliplijn, de korte ketting, die van Sugar, ons eerste hondje hing er ook nog.     Alles weg gedaan. Het is vreemd leeg op die plek onder de trap.                                           Ach, er staan nu een paar dozen witte wijn. Je moet de ruimte tenslotte invullen.

Het is op het ogenblik helemaal geen aanlokkelijk weer, maar ik ben toch elke dag maar gaan wandelen. Dat deed ik tenslotte al die jaren met haar ook.                                           Maar toch is er iets dat nog niet op gang wil komen.

Toen ze er nog was zat ik hier op mijn kamer achter de computer te werken aan iets, nou ja, verschillende dingen, dat heb je natuurlijk wel van me gezien. Ik kon dan geweldig de pest ik krijgen als ik bezig was en ze begon beneden in de gang duidelijk te maken dat zij vond dat ze naar buiten wilde of als er iemand belde of voorbij liep en ze ging te keer of ze gek was.

Nu is het stil. Ik zou zoveel kunnen doen, willen doen, maar ik doe het niet.                       Ik zit mijn tijd te verlummelen, computerspelletjes te spelen, een paar hondenrassen vluchtig bekijken en weer afsluiten. Weet je, ik kom even tot niets.

Zou dat nou zijn wat ze rouwen noemen?

Appsoluut

Geen woord denkt je?                                                                                                               Maar je vergist je, want het is al begonnen.                                                                             Het clubje “Geen Peil” heeft een IT specialist aan de top en die wil dat er vanuit alle Nederlanders die net niet te stom zijn om een smartphone te kunnen bedienen bindende adviezen aan de politiek, ons landsbestuur, gegeven moeten kunnen worden.

Ik zie het voor me.                                                                                                                     ‘Pling!!!’ zegt je telefoon, terwijl je net bezig bent in een zakelijke bespreking.                     Vragend kijk je om je heen, maar dan begrijp je ineens waarom dat geluid van je mobieltje zo keihard klonk. Alle anderen aan de vergadertafel hebben inmiddels hun smartphones tevoorschijn gehaald, want bij iedereen kwam die dwingende “Pling” en twintig maal… nou ja, keihard natuurlijk.

Er valt een ietwat onbehaaglijke stilte. De voorzitter kijkt geërgerd de kring rond. Zijn smartphone ligt nog op zijn bureau. Gehaast verlaat hij de vergadering om vijf minuten later bezweet terug te keren. Maar ja, om mee te kunnen praten in de besluitvorming is hij natuurlijk al te laat. Iedereen heeft al gestemd.

Wat was er nou deze keer weer aan de hand?                                                                       Waar moest de kamer dan nu weer over stemmen?                                                               Wat konden die Haagse politici dan nu weer niet zelf beslissen, zo dat het hele volk via de app mee moest stemmen?                                                                                                       Ach ja, het was ook wel een heel ingewikkeld onderwerp. Daar konden ze met zijn honderdvijftigen met geen mogelijkheid uitkomen.

Wat de vraag was?                                                                                                                   De kwestie was dat er eindelijk een besluit moest worden genomen of er een aanbeveling voor alle bestuurslagen moest komen dat voorafgaand aan eventuele kandidaatstelling er een antecedenten onderzoek moest worden gedaan naar eventuele subversieve, dan wel malafide handelingen in een periode van tien jaar voorafgaand aan de kandidaatstelling en zo ja waarom wel of zo nee waarom niet. Het was een heikele kwestie en door de drie vorige kabinetten was het onderwerp als een hete aardappel voor zich uit geschoven.

De vergadering had al snel gestemd. In verband met ieders persoonlijke achtergrond had men uiteraard verschillend gestemd, maar je hoefde tenslotte niemand te vertellen wat je stemde. De voorzitter had ook nog even snel ‘nee’ gestemd en had daarna zijn telefoon weer snel in zijn jaszak laten glijden.                                                                                     Ach, de mensen met een beetje gezond verstand dat ging allemaal wel, maar intussen zat de tweede kamer maar te wachten, vier dagen lang en toen was het quotum nog steeds niet bereikt.

Weet jij nou wat antecedenten voor dingen zijn en wat ze bedoelen met ‘subversieve’? had mevrouw Willems van de koffie aan haar collegaatje gevraagd, ja en met ‘malafide’? Trouwens ik weet helemaal niet waar de kandidaatstelling ligt. Is dat soms een fort uit de Franse tijd of zo….                                                                                                                   ‘Ach meid,’ had haar collegaatje gezegd, doe nou maar even je ogen dicht en druk, dan zie je vanzelf of je ja of nee hebt gestemd, toch?

Ja ja, meestemmen per app?                                                                                                   Appsoluut niet!

Spot

Ja, zo heet ze, Spot. Klein bedrijvig Jack Russel teefje.                                                         Ze werd spot genoemd omdat ze maar één vlek heeft, rond haar linker oog en oor. Trouwens, nu ze oud is heeft bij haar ook de vergrijzing toegeslagen en zie je weinig bruin meer op de linkerkant van haar snuit.

Ze kijkt me nu aan op deze foto met een angstig vragende blik in haar altijd alerte oogjes. Het gaat niet goed met me hè baas?                                                                                       Nee Spot, het gaat niet goed.                                                                                                 Je begon al een poos geleden met op de matten voor de voordeur en voor de achterdeur te plassen als we even niet snel genoeg waren. Toen merkten we trouwens ook dat je vaak misselijk was. Je bak met hondenbrokken, waarvoor je altijd om me heen danste en die je dan binnen twee minuten leeg had, interesseerde je niet meer.                                   En misselijk was je steeds. Alsmaar overgeven.

Dierenarts Pauline had wat bloed afgenomen. Na een uur belde ze al.                                   Slecht nieuws Spot. Het zijn je nieren die het bijna niet meer doen en daar kan weinig meer aan gedaan worden op jouw leeftijd.                                                                             14 maart zul je precies 14 jaar oud worden.                                                                           Ik hoop wel dat je dat nog haalt.

Er waren tijden dat ik je wel achter het behang kon plakken als je als een hysterisch wijf stond te krijsen en te blaffen als er gebeld werd of als er maar iemand in de straat voorbij liep. Maar nu weet ik heel zeker dat ik je erg ga missen met dat kleine warme lijfje van je dat zo graag op schoot kwam zitten en dat ik dan helemaal onder die puntige rotharen van je zat die er haast niet uit te krijgen zijn.                                                                                 Ja, dat zal ik gek genoeg ook missen.

You’re in my blood

Nog een Engels tekstje, een beetje pretentieloos deze keer. Eerst had ik het muziekje geschreven, beetje bossanova. Staat op een Cd die Tim Welvaars nog heeft ingespeeld. Mooi hoor.

Toen de oudste dochter van Ireen trouwde had ik er nog een Nederlands tekstje op geschreven. Voor dat huwelijk heeft het trouwens niet geholpen, want dat heeft maar een jaar of zeven geduurd. Nou ja, aan het liedje heeft het vast niet gelegen.

You’re in my blood (teks/muziek by Peter P. van Oosterum)

A1.                                                                                                                                             You’re in my blood, I can feel it,                                                                                               There’s nothing much I can do,                                                                                                 Springtime or fall, you’ve got it all,                                                                                             I just yearn of you,

A2.                                                                                                                                             You’re in my veins, I just know it,                                                                                             Making me happy or blue,                                                                                                         I can’t escape your magical touch,                                                                                           My heart longs for you.

B.                                                                                                                                             Searching my deepest emotions,                                                                                             Please don’t make me feel blue,                                                                                               I found that my speculations,                                                                                                   Added all up to you.

A3.                                                                                                                                           You’re in my system, I know it,                                                                                                 I’me sure this has to be true,                                                                                                     Heaven or hell is for you to tell,                                                                                                 All I see is you.

 

Peter P. van Oosterum

Wolven…

Een muzikale vried zei, terwijl we gezellig aan de bar een drankje dronken: ‘Kun jij niet eens een tekst over wolven schrijven?                                                                                   ‘Ik ga een serieuze poging voor je doen,’ zei ik.

Hier komt-ie:

The wolves

The dark enfolds the freezing night                                                                                         The howling wolves I hear.                                                                                                       Here in the woods and up the heiths,                                                                                       There’s no place safe I fear

The wolves the wolves they come for me,                                                                               I don’t know where to go,                                                                                                         No place for hiding can I see,                                                                                                   Of  peace that I still know.

Oh, once my life was filled with bliss,                                                                                       It was all cream and honey,                                                                                                   A very happy life was this,                                                                                                           But I just craved for money.

And my sweet woman took my eye,                                                                                       And tried so to withhold me,                                                                                                     I did not listen, my oh my,                                                                                                         Her tears I did not see.

Here am I now I pay the price,                                                                                                 Lost all that I was needing,                                                                                                       And my poor love, she tried so hard,                                                                                       I ran and left her bleeding.

The wolves the wolves please come for me,                                                                           Come end  this life of sorrow,                                                                                                   No happiness that I can see,                                                                                                   For me to steal or borrow.

Peter P van Oosterum

Als dit geen middeleeuwse blues is, dan weet ik het niet.