Het eigen risico voor de zorg, list en bedrog.

Als het doorgaat moet iedereen die gebruik maakt van medische hulp, iedereen die een zorgverzekering heeft, daarvoor volgend jaar € 400,- bijbetalen. Dit jaar was het al € 385,- maar er komt mogelijk doodleuk vijftien euro bij. Dat is een verhoging van dat eigen risico van bijna 4%. Ongetwijfeld zullen de premies die de verzekeraars van ons vragen ook wel weer om hoog gaan.

Redelijk zou zijn als de verhoging van de zorgkosten min of meer gelijke tred zou houden met de eventuele inflatie. Ik heb het even opgezocht, de gemiddelde inflatie (geldontwaarding) bedraagt voor dit jaar 1,63%. Daardoor veroorzaakte prijsstijgingen zijn natuurlijk veel lager dan wat de zorgjongens ons nu weer flikken. En wat ik me nu afvraag is hoe dat nou komt dat die zorgkosten zoveel harder stijgen dan alle andere kosten, als dat tenminste echt waar is. Vervolgens vraag ik me af hoe het komt dat wij ons dat met de ogen in wanhoop ten hemel geslagen zo gemakkelijk door de strot laten duwen.                                                                                                                                 Het antwoord op de laatste vraag denk ik trouwens wel te weten: angst.                           Hoezo angst?                                                                                                                     Nou heel simpel, als je eenvoudig mens bent en eenvoudig denkt – en dat doen de meeste mensen – dan denk je: ‘de zorg kunnen we niet missen. De mensen van de verzekeringen zeggen allemaal dat de prijzen omhoog moeten, maar heel vaak kan ik toch niet de medicijnen krijgen die de dokter heeft voorgeschreven. Dan moet ik maar een goedkoper merk slikken dat ergens in Verweggistan is gemaakt, maar daar krijg ik dan weer last van. Huh? Ik begrijp het geloof ik niet.’

Tja, die verzekeraars. Ten aanzien van deze bedrijfstak hanteer ik altijd de volgende stelling: Verzekeraars zijn kooplieden in angst. Altijd houden ze je voor wat er gebeurt als dit, als dat, als zus, als zo. Altijd zijn dat gebeurtenissen, rampen kun je wel zeggen, waarvan iedereen hoopt ze nooit mee te maken. Met een rampscenario dat voor het merendeel van het volk aannemelijk klinkt kun je veel geld verdienen.

Maar goed, stel dat de verzekeraars min of meer gewetensvolle lieden zijn, dan nog zijn het handelshuizen die altijd in het eigen belang en dat van hun aandeelhouders moeten proberen zoveel mogelijk winst te maken. Dat is ook de reden dat ze nu alle huisartsen zwaar in de tang hebben. Die arme huisarts komt dagelijks in situaties waar de verzekeraar hem belet te doen wat hij geleerd heeft dat goed en nodig is.

De verzekeraars noem ik daarom de goed verdienende tussenhandel, die zich bemoeit met zaken waarvan hij onvoldoende kennis heeft, maar waarmee hij zich om uitsluitend financiële redenen bemoeit, met alle kwalijke gevolgen van dien.

Dan komen we bij de geneesmiddelen industrie, de farmacie. Die kunnen gemakkelijk hun prijzen zelf bepalen. Vaak gebeurt het dat de handelsprijs van een geneesmiddel honderden malen de werkelijke kostprijs is. Bovendien, moet je echt weten, wereldwijd is de invloed van de Amerikaanse Food & Drug Administration (FDA) heel groot als het erom gaat welke geneesmiddelen op de markt worden toegelaten. Van dat deel van de Amerikaanse markt is bekend dat hier de vriendjespolitiek en eigenbelang veruit de belangrijkste drijfveren zijn.

Nu heb ik twee bronnen benoemd die een belangrijke factor zijn bij het uit de pas lopen van de zorgkosten. Maar er is er nog een en met enige spijt moet ik zeggen dat we dat zelf hebben laten gebeuren.                                                                                             Als je ergens verantwoordelijk voor bent en het gaat fout, je doet iets verkeerd, je hebt niet goed opgelet, je wist het niet echt precies hoe het moest, nou ja, noem maar op, dan komt er een moment dat je wordt aangesproken op je fouten. Dat is natuurlijk heel vervelend. Per slot van rekening maak je niet expres fouten.                                             De zorg kent dit soort problemen beter dan welk ander gebied ook. Je weet wel; dokter maakt foutje, patiënt dood, of voor de rest van zijn leven invalide.

Het dragen van verantwoordelijkheid is best moeilijk als je er alleen voor staat. Dan is het namelijk altijd jouw schuld als er iets mis gaat. Daar hebben ze nu in de zorg een oplossing voor gevonden, die als je beter kijkt eigenlijk een schijnoplossing is. Nee, juich nou niet, het is namelijk een oplossing waar geen enkele patiënt baat bij heeft. In tegendeel. Voor de zorg aan de patiënt blijft er door die oplossing steeds minder over voor de echte zorg.                                                                                                           Maar die o zo moeilijk te dragen verantwoordelijkheid die wordt opgelost met duur betaalde adviseurs en managers. Die adviseurs en managers steken geen poot uit naar de patiënten, maar ze krijgen wel elke maand grote sommen geld binnen. Ze noemen dat salaris, dan lijkt het alsof ze het verdienen. Klauwen met geld kost het managers – en adviseurs apparaat in alle ziekenhuizen en andere zorgorganisaties.                           Voor de mensen die het echte werk moeten doen blijft er dan veel minder over en… oh ja, voor ik vergeet het te zeggen, de mensen die het echte werk doen zijn nog steeds verantwoordelijk voor hun eigen fouten. Het is alleen een stuk lastiger geworden om er de vinger op te leggen.

Samenvattend, waardoor stijgen de zorgkosten zo onevenredig snel:

  1. Winstbejag (farmacie, verzekeraars)
  2. Bedrog (farmacie)
  3. Angst voor verantwoordelijkheid (ziekenhuisleiding en zorgorganisaties)

Het zit allemaal zo slim in elkaar dat het net lijkt alsof het niet anders kan. Toegegeven, de oplossing is moeilijk, maar ook duidelijk. Wij zouden een landsbestuur moeten hebben dat de moed heeft om heel veel mensen die dat betreft te dwingen te stoppen met datgene te doen wat niet nodig is. In plaats van manager of adviseur zijn kunnen ze misschien wel nuttig werk doen in de zorg…                                                                     Of nee, zoals gewoonlijk idealiseer ik natuurlijk weer. De handen van die mensen staan natuurlijk helemaal verkeerd. Ze zijn helemaal niet gewend om echt werk te doen. Dat kunnen ze natuurlijk helemaal niet.                                                                                     Nou ja, omscholen dan maar, toch? Ik zie het al voor me zo’n omscholingscursus onder de titel: Van een ander laten doen naar zelf eindelijk je luie klauwen eens leren gebruiken. Dat wordt zweten jongens. Maar wel lachen, nou ja, wij dan hè.

De heilige vrijheid van meningsuiting leidt tot doden en gewonden.

Het wordt langzamerhand behoorlijk onduidelijk in deze wereld.                                       Het verspreiden van giftige – en doorgaans ook nog onware en indoctrinerende informatie door de zogenaamde haat-imams kan niet worden gestopt. Wij hebben vrijheid van meningsuiting.  Je mag zeggen wat je wilt. Je mag met je opruiende, haat zaaiende betoog de geest van onwetende jonge mannen zodanig verwarren dat ze werkelijk gaan geloven dat ze een goede daad verrichten en de toekomst van de wereld zeker stellen als ze iedereen die niet slaafs en ziekelijk gehoorzaam de extreme islam aanhangt doden, zodoende de Aarde reinigend van, ja, van wat eigenlijk.

Na alles wat er gebeurd is zou ik toch een lans willen breken om het begrip ‘handelen’ eens nader te definiëren. Het is in onze wetgeving namelijk redelijk duidelijk wat maatschappelijk als handelen is toegestaan en wat niet.

In onze wet is een aantal handelingen strafbaar gesteld: geweld, diefstal, smokkel. Verboden daden, zou je kunnen zeggen. Onze geheime diensten zoeken zich blind naar mogelijke voorbereidingen van jihadistisch geweld. Maar die voorbereidingen beginnen bij dat opruiende gezwets van die haatimam.                                                   Wat nu als we het spreken van zo’n figuur eens aanduiden als een handeling. Per slot van rekening is (s)preken zijn vak. Hij verdient er zijn brood mee.

Ja, ik hoor het geschreeuw al. De heilige vrijheid van meningsuiting. Want als spreken onder voorwaarde een strafbare handeling zou zijn – en waarom zou spreken niet als een handeling kunnen worden opgevat – het is tenslotte iets wat een mens doet – en je mag nou een keer niet alles doen wat er maar in je gekke kop opkomt. Dat zou er namelijk toe kunnen leiden dat spreken strafbaar kan worden als het erop gericht is mensen aan te zetten tot subversief dan wel jihadistisch of wel maatschappij ontwrichtend gedrag.

Wat moet er nu veranderen? Het spreken van een haatimam zou moeten worden opgevat als onderdeel van de voorbereiding van terroristische aanslagen.                     Waarom?                                                                                                                           Ach, misschien heb ik ongelijk hoor, maar ik denk dat de simpele zielen die door die haatimams volgepompt zijn met de absolute noodzaak om iedereen die het zogenaamd ware geloof niet aanhangt om zeep te helpen uit zichzelf niet op dat idee zouden komen.

Haatimams indoctrineren die simpele, vaak onvolwassen jongens dat ze martelaren en helden kunnen worden door niet moslims te doden. Nou ja zeg, als je zestien of zeventien bent, dan is held en martelaar worden toch geweldig.                                     En die imams zelf? Nou, die blijven alleen maar praten, lekker op de achtergrond, want praten mag. Hier wel in ieder geval.                                                                                 ‘Ik doe toch niks?’ zeggen ze met een schijnheilige grijns. ‘Ik zeg alleen wat mijn mening is.’

Maar ach, wat zit ik het hier allemaal weer lekker beter te weten. Misschien is het wel veel beter als we zelf ook niet zo vreselijk veel in vrijheid onze mening uiten als het over een ander gaat. Je weet tenslotte maar nooit of goed voorbeeld soms toch doet volgen…

Sip

Zo vaak heb ik dat gevoel in mijn leven gehad, zo ontzettend vaak, maar nooit eerder heb ik begrepen wat er gebeurt. Het is een vreemd leeg gevoel. Ik voel het eigenlijk heel lichamelijk.                                                                                                                 Misschien ken jij het al lang en misschien weet jij wat er dan gebeurt, maar eigenlijk verwacht ik dat niet. Daarom schrijf ik er nu over.                                                             Zulke kleine, ja bijna nietige oorzaken kunnen dat gevoel bij me oproepen.

Laat ik maar eens beginnen met het gevoel te beschrijven.                                             Om te beginnen voel ik me een beetje ontdaan, niet erg hoor, nee, een beetje.               Ik staar voor me uit of ik doe een suffig spelletje op mijn tablet.                                       Ik heb heus wel wat beters te doen weet je, maar ik kom niet in beweging, niet van binnen tenminste.                                                                                                             Waarschijnlijk kan ik deze toestand het best omschrijven als een soort onthutstheid. Ja, nu ik erover nadenk, dat is  eigenlijk een beter woord.

Nu wil je misschien eindelijk wel eens weten wat er gebeurd is, waardoor ik in deze toestand ben geraakt. Misschien stel ik me aan hoor… maar nee, ik ga het toch opschrijven. Al was het alleen maar omdat ik denk dat sommige mensen die dit lezen bij zichzelf zullen denken: ‘ja, gut, nou je het zo omschrijft, dat herken ik wel, dat heb ik soms ook.’                                                                                                                           Nou, goed dan. Ik had een afspraak gemaakt. Iemand zou langs komen. We zouden een gesprek hebben. Die persoon worstelde eigenlijk met allerlei tegenstrijdige gevoelens en had blijkbaar behoefte aan een klankbord. Dat kan ik best aardig, al zeg ik het zelf. Bovendien had ik de ontmoeting ook voorbereid, een A-viertje aantekeningen gemaakt, ook om mee te geven. Best wel een beetje moeite gedaan eigenlijk.

Er moet gisteravond al een sms zijn binnen gekomen, maar die zag ik pas een minuut of vijf nadat de tijd van de afspraak al verstreken was. Niet goed opgelet. Ja, dat ook.     Maar nu zat ik dus een hele tijd voor me uit te kijken. Het gaat niet door.                         En ineens zei ik hardop: ‘Wat doe ik nou, wat is dit, waarom heb ik dit gevoel.             Maar ineens drong het tot me door.                                                                                     Ik treur.                                                                                                                                 Zo voelt dat dus.

Langdurige mishandeling.

Het wetboek van strafrecht:

Artikel 302

  1. Hij die een ander opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengt, wordt, als schuldig aan zware mishandeling, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
  2. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Hierboven staat het officiële artikel uit het wetboek van strafrecht dat handelt over – en voor de rechtspraak richting verschaft over wat als mishandeling moet worden gezien en welke straf de rechter ten hoogste kan opleggen in geval het oordeel ‘ schuldig aan mishandeling, dan wel zware mishandeling’ is.                                                                     Onbesproken in dit artikel is de vraag of de mishandeling  – wat zeker mogelijk is – met goede bedoelingen, uit onwetendheid of – wat heel vaak voorkomt – uit winstbejag plaatsvond.

Eigenlijk zou ik willen pleiten voor een uitbreiding van het begrip mishandeling. Ik zou dan een categorie toegevoegd willen zien betreffende een gebied dat nu valt onder voedselveiligheid en derhalve onder de vele voorschriften die te vinden zijn in de warenwet en waar het beslist minder streng toegaat dan bij de rechtspraak.

In mijn blog onder de titel Eerlijk(e) waar besprak ik de onwenselijkheid van de zeer gangbare toevoegingen in bereide voedingsmiddelen: E621 en E631.                                 Wat het effect is van de bovengenoemde toevoegingen valt gemakkelijk te vergelijken met andere gebruik bevorderende stoffen zoals nicotine, drugs en alcohol. Het zijn stoffen met een verslavingseffect. Het effect van deze stoffen is namelijk dat het signaal dat de maag zou moeten krijgen als er voldoende is gegeten onderbroken wordt. De zak chips moet leeg en meer dan dat. Deze twee stoffen in bereide voedingsmiddelen maken dat de gebruiker gulzig blijft eten.

Grote welvaartsziekten (ja, ja, zo wordt het genoemd, hoewel dat kant noch wal raakt) zijn adipositas = vetzucht en diabetes = suikerziekte met alle gevolgen van dien. De kosten voor de volksgezondheid lopen rampzalig op.

Let nu toch op mensen. De voedingsmiddelenindustrie kan zijn gang gaan en allerlei troep die we niet nodig hebben aan onschuldig ogend voedsel toevoegen zodat we er meer van gaan eten dan goed voor ons is. Zij steken de winsten in hun al behoorlijk gevulde zakken. Wij betalen jaarlijks groeiende en langzamerhand wurgende zorgkosten.               Wanneer staan nu eindelijk die maatschappelijk bewuste juristen op die langdurige mishandeling ten eigen bate door niet noodzakelijke toevoegingen in ons voedsel in het wetboek van strafrecht krijgen. Misschien komen we dan eindelijk zover dat de voedingsindustrie veroordeeld wordt tot het betalen van de helft van de totale ziektekosten premies van het hele land. Misschien is dat wel een geldboete van een nieuwe categorie, de zesde. Dan houden ze vanzelf op met die rotzooi in ons eten te stoppen om ons maar meer en meer te veel te laten eten.

Ik stel me voor dat het nieuwe, toegevoegde, wetsartikel betreffende mishandeling dan als volgt luidt:

  1. Hij die grote groepen mensen uit persoonlijk gewin zware gezondheidsschade toebrengt zal worden beschouwd als veroorzaker van ten hoogste de helft van de kosten voor de volksgezondheid in dit land. Hij zal als schuldig aan zware mishandeling worden gestraft met de betalingsplicht van deze kosten, subsidiair een boete van de nieuwe, zesde categorie. Bij herhaling van hier bedoeld misdrijf zal het bedrijf van de veroordeelde voorgoed van de markt worden geweerd, gesloten en van overheidswege gesloopt.

Ach kijk, ik zit hier natuurlijk als heel klein mannetje wild om me heen te trappen tegen dat wat ik zie als schandelijk en gevaarlijk onrecht. Natuurlijk worden de grote industrieën niet aangepakt. De lobby, laksheid en niet te vergeten schijterigheid zullen er nog jaren voor zorgen dat alles blijf zoals het is. Maar weten jullie nog het kabaal in de hele pers over dat mannetje met die kanker kliniek die zich foute troep in zijn vingers had laten duwen en die toen ook nog op een heel domme en eigenlijk misselijk makende manier een patiënt in nood de deur uit had geduwd zodat het niet zou lijken dat het zijn schuld was wat er met die patiënt gebeurde.                                                                                                                 Weten jullie het nog?                                                                                                               Die patiënt ging dood. De wereld was te klein. Barbertje moest hangen en deed dat ook. Iedereen opgelucht. De anti kwakzalverij jongens voorop.                                                     Maar wanneer gaat er nu eens iets echt goeds gebeuren aan de veiligheid van bereide voedingsmiddelen. Want, echt waar hoor, als je jong bent is het leuk en lekker met die zakken chips en die pizza’s en die cola op de bank voor de buis. Maar als je oud bent en ziek van het jarenlange gebruik van die rotzooi dan duren de dagen lang en het blijft de rest van de tijd regenen.

Managerial damage.

Hoe krijgen we het samen voor elkaar om beschikbare budgetten te laten besteden voor datgene waarvoor ze bedoeld zijn. We hebben een regering bestaande uit een premier en een aantal ministers die allemaal een ministerie achter zich hebben dat moet uitvoeren wat in de ministerraad besloten is en daarna indien relevant goedgekeurd door de volksvertegenwoordiging. Ja, het lijkt allemaal wel simpel en doorzichtig, maar dat is het niet.                                                                                                                                       Laat ik nu eens twee grote ‘strijkstok gevoelige’ terreinen bij de kop nemen: het onderwijs en de zorg.

In het onderwijs hebben we jarenlang schaalvergroting zien plaatsvinden. De oude Rijks HBS die ik op mijn negentiende met het diploma 5-jarige HBS-B verliet en waar we met iets meer dan twintig klaslokalen en een gymzaal, die ook voor de schoolfeesten werd gebruikt, heel goed onderwijs kregen, die school bestaat niet meer. Hij is vervangen door heel grote scholen met vaak een paar duizend leerlingen in diverse stromingen.

Heeft die school nog een directeur, waar je naar toe diende te gaan als je weer eens de klas was uitgestuurd? Och, die directeur of rector is er nog wel, maar hij wordt tegenwoordig geassisteerd door een aantal managers die boven de vakgroepen staan en daaraan leiding geven. Zijn dat dan onderwijsmensen, die managers?                                   Dat kan, maar het hoeft niet. Een leraar kan manager worden. Je ziet hem dan nooit meer voor de klas, maar het kan ook gerust iemand met een heel andere opleiding zijn die bijvoorbeeld helemaal geen verstand van onderwijs heeft, zo’n… ja, hoe moet ik dat nou zeggen… ja zo’n regelneef die met een iets beter salaris dan een leraar naar huis gaat, maar waarvan het onderwijs eigenlijk geen voordeel heeft. De lessen worden er niet beter door. Eigenlijk is zijn verschijnen veroorzaakt door de schaalvergroting.

De oorspronkelijke bedoeling van de schaalvergroting was dat door grotere instituten er minder kleine scholen zouden zijn en dat één schoolgebouw voor vierduizend leerlingen goedkoper moest zijn dan acht schoolgebouwen voor elk vijfhonderd leerlingen.                 Achteloos werd echter vergeten dat die acht kleinere schoolgebouwen er al waren en doorgaans redelijk goed voldeden, terwijl dat enorme nieuwe schoolgebouw door grote bouwondernemers moest worden gebouwd en dat prijzen in de bouw nog wel eens ondoorzichtig willen zijn. Bovendien lijkt het geaccepteerd gebruik dat afgesproken prijzen altijd ruimschoots worden overschreden.

De oude, kleinere scholen hadden geen managers nodig. Directeur en leraren konden de hele boel, samen met een uitstekende conciërge prima redden. Die laatste hield namelijk altijd alles en iedereen in de gaten en als leerling paste je wel op dat de conciërge je niet bij je kladden pakte.

Ik beweer: De gestegen kosten in het onderwijs zijn grotendeels veroorzaakt door schaalvergroting, nieuwbouw en managers. Leerlingen hebben er allemaal niets aan, integendeel. Er is zoveel geld weggelopen in bovenbeschreven misvattingen dat er onvoldoende voor het onderwijs zelf overblijft. Te weinig ook om leerkrachten zodanig te betalen dat het vak van leraar voor jonge mensen weer aantrekkelijk wordt. Onze eeuwig wantrouwige overheid maakt het zelfs nog veel erger. De mensen in het onderwijs worden doodgegooid met allerlei formulieren die voortdurend moeten worden ingevuld en waarvan niemand ooit nut of resultaat te zien krijgt.                                                                               Laten we deze hele bemoeienis van de overheid met het onderwijs samenvatten met één woord: gepruts!

In de zorg gebeurt eigenlijk precies het zelfde: Nieuwbouw, schaalvergroting en zwermen managers. Doen die managers dat iets nuttigs? Ze moeten ervoor zorgen dat de coördinatie in de mega-ondernemingen die ziekenhuizen tegenwoordig zijn in tact blijft. Ook hier kost nieuwbouw ongelooflijk veel geld en worden kleinere, bestaande en nog goed functionerende ziekenhuizen zonder werkelijke noodzaak verlaten: kapitaalvernietiging!

Als we de berichtgeving volgen met betrekking tot medische missers in die grote patiënten fabrieken, waar alles volkomen onpersoonlijk is geworden, rijzen je de haren te berge. Veel gedoe met ziekenhuisinfecties met onder meer de beruchte MRSA bacterie.             Ook hier is er duidelijk minder tijd en geld voor de werkelijke zorg, omdat de bouwwereld en de managers samen het gigantische gat vormen waardoor het geld weg loopt dat helemaal niet kan worden gemist bij de werkelijke zorg voor de patiënten.

Wat doet zo’n manager dan precies? Nou vast een heleboel, voornamelijk praten natuurlijk. Ik kan het echter toch niet laten om een praktijkvoorbeeld te geven:                     Een goede vriend van mij, nu gepensioneerd, was internist en als zodanig gespecialiseerd in diabetes zorg. Ooit had hij een samenwerkingsverband helpen organiseren, de diabetes poli. Diabetespatiënten hebben verschillende specialisten nodig, voor de ziekte als geheel, voor de ogen, voor de voeten, enz. De diabetes poli regelde het zo dat alles op een en de zelfde dag kon gebeuren, zodat toch al zwaar belaste patiënten niet keer op keer voor al die consulten behoefden terug komen. Die poli zat in een aardige oude villa en draaide in economische zin uitstekend. Overheid zorgde er echter voor dat het goed lopende onderdeel opgenomen werd in een verlies lijdend ziekenhuis in Utrecht. Daar trof ik mijn vriend op een keer in een ietwat mismoedige stemming.

Nu moet je weten dat diabetespatiënten vaak jaar in jaar uit bij die zelfde internist komen. Er is een gemoedelijke – min of meer huiselijke sfeer. Zo droeg mij vriend nooit een witte jas, omdat alleen die jas al afstand schept en dat kan misschien in sommige gevallen nuttig zijn, maar niet tussen de arts en de tevreden en goed ingeregelde diabetespatiënten die hem al jaren kennen en doorgaans bij de voornaam aanspreken.

Daar kwam op een dag de manager binnen. Niet een man met een medische achtergrond of opleiding trouwens. Hij eiste dat mijn vriend voortaan een witte jas droeg met de knoopjes dicht. Er werden in die spreekkamer nooit medische handelingen verricht, maar uitsluitend gesprekken gevoerd. Voor de medische handelingen was daar het laboratorium en de diabetesverpleegkundige die natuurlijk wel witte jassen droegen.

Met dat soort onzinnige dwingelandij verdiende deze manager een vorstelijk salaris, welk bedrag dan natuurlijk weer in mindering kwam op het voor echte zorg beschikbare budget.

Wat wil ik nu eigenlijk zeggen met deze twee uiteenzettingen? Dit: het onderwijs en de zorg – en naar ik vrees nog veel meer terreinen in de samenleving – worden misbruikt door geldverdieners, kostenposten die er alleen maar zijn om zichzelf in stand te houden ten koste van de organisaties die hen in goed – maar helaas misplaatst vertrouwen hebben ingehuurd.

Wij zijn langzamerhand overgeleverd aan parasieten die er op slimme wijze voor zorgen dat de bronnen die ze leegzuigen net niet helemaal overlijden. Uit zelfbehoud natuurlijk. Wat dacht je!

Eerlijk(e) waar, het mag allemaal, dat wel, maar wie heeft dat goedgekeurd?

De zogenaamd beschaafde wereld heeft door de jaren heen kans gezien een wonderlijke definitie van het begrip eerlijkheid te ontwikkelen. Waarom ik dit nu schrijf heeft te maken met het waarschijnlijk achterhaald inzicht in mijn hoofd dat eerlijkheid en eervolheid op de een of andere wijze met elkaar van doen hebben. Dat blijkt in de dagelijkse werkelijkheid echter heel anders te zijn.
Eerlijk lijkt in onze samenleving ongeveer alles te zijn wat niet op enigerlei wijze verboden is. Zo is het natuurlijk niet verboden om winst te maken. Ook is het niet verboden om exorbitant hoge winsten te maken op producten die iedereen nodig heeft. Dat is niet verboden, dus is het eerlijk.
Het begrip eerlijkheid is al vele jaren losgekoppeld van morele wenselijkheid.
Zo zien we bijvoorbeeld in de voedselindustrie het gebruik van toevoegingen hand over hand toenemen. Die toevoegingen hebben wij voor het overgrote merendeel niet nodig. Enkele toevoegingen hebben van doen met de houdbaarheid. Deze worden voornamelijk gevonden in geconserveerde voedingsmiddelen (pakken, potten, blikken, e.d.) Ook zijn er toevoegingen die van invloed zijn op de smaak. Deze zijn bedoeld om het behandelde voedsel lekkerder te laten smaken. Prima, zou je zeggen. Er zit evenwel een flinke adder onder het gras. Ik citeer nu uit een artikel van voedingsdeskundige Robert van Boxtel betreffende een stof die de voedingsmiddelenindustrie veel en graag toevoegt:  ve-tsin, bekend onder de code E621

Wat doet E621 precies en waarom moet ik het vermijden?                                             Het zorgt er in ons lichaam onder meer voor dat onze hormoonhuishouding verstoord wordt en dat we honger krijgen/houden. E621 is neurotoxisch (schadelijk voor de hersenen) en het heeft een eetlust verhogende werking omdat dit het endocriene systeem (hormoonhuishouding) ontregeld. Dit hormoonsysteem regelt namelijk je honger- en verzadigingscentrum. E621 verbreekt de verbinding tussen ons verzadigingscentrum in de hersenen en de maag waardoor de hersenen van de maag niet meer het sein ‘vol’ krijgen en we blijven eten. Mononatriumglutamaat doet dus de eetlust toenemen, zonder dat het lichaam eigenlijk extra voedsel nodig heeft. Dat is ook de reden dat die zak chips in één keer op moet. En dat is wat de voedingsindustrie graag wil. Meer honger is meer  eten, is meer eten kopen, is meer geld. En geld lijkt in veel gevallen het enige wat telt, er is bij veel voedingsproducenten geen moreel besef om voeding echt gezond te maken. Als ze dat wel zouden hebben, zouden ze op zijn minst E621, en eigenlijk alle E-nummers, verwijderen en dat kan. Want in de biologische winkel kom je het niet of uiterst zelden, tegen.

Ik heb nog een aardige, of liever kwaadaardige stof, die ook op ruime schaal door de industrie wordt toegepast, ook een smaakversterker: E631 dinatriuminosinaat. Dinatriuminosinaat wordt synthetisch, bereid uit inosinezuur (E630).                                     Natriuminosinaat vindt je in rijstsnacks, bouillonblokjes en in vleeswaren, vaak in combinatie met het veel goedkopere natriumglutamaat (E621). De combinatie van 95% glutamaat met 5% inosinaat is een 10x sterkere smaakversterker dan natriumglutamaat alleen. Als mogelijke bijwerkingen zijn astma-aanvallen, allergische verschijnselen zoals netelroos en jeuk en vochtophoping bekend.                                                           Natriuminosinaat mag niet gebruikt worden voor jonge kinderen en is absoluut te vermijden door mensen die aan jicht lijden.

Ziezo, dat was het weer voor vandaag. En nu hoop ik maar dat het weer gelukt is om mijn lezers de dubbele moraal van onze goedkeurende overheidsinstanties in samenhang met de voedingsindustrie te tonen. Het voert te ver om alle samenhangen en belangen van de voedingsindustrie te laten zien. Maar vooruit, voor de duidelijkheid zet ik er even een paar op een rijtje:

  1. Op de producten van de voedingsmiddelen industrie worden verschillende belastingen geheven. De schatkist wordt hierdoor gevuld.
  2. Er wordt druk campagne gevoerd tegen het gebruik van alcohol en tabak. Dit zijn echter producten die heel veel geld in het belastinglaatje brengen. Uiteraard zijn deze producten schadelijk voor de gezondheid en werken sterk ten nadele voor de kosten voor de volksgezondheid.
  3. Allerlei zogenaamde soft – en harddrugs zijn verboden en op de producenten en aanbieders wordt gejaagd. Naast illegaliteits – en daaruit voortvloeiende politionele problemen stelt de overheid natuurlijk knarsetandend vast dat op die producten geen heffingen kunnen worden gelegd.

Wat ik nou wil beweren?                                                                                                         Dat is toch duidelijk: onze overheid heeft belang bij alle bovenstaande narigheid, dus mag het. Bij de soft – en harddrugs heeft de overheid geen belang. Dus mag het niet.                 Eerlijk waar!

 

 

Mannenkwaaltje

Een van de RTL zenders blaat altijd over méér voor mannen. Nou, laat ik daar vandaag dan ook maar eens een bijdrage aan leveren. Dus dames, kijk maar even de andere kant op. Lees dit stukje maar niet, tenzij je echt zo’n liefdevolle vrouw bent die zegt: ‘ik zou een slechte vrouw zijn als ik mij afzijdig zou houden van de problemen die zo kenmerkend zijn voor het verouderende mannenlijf. Tenslotte kunnen de stumperds best lief zijn, ook als ze even heel erg kwetsbaar zijn. Het gaat over de ongemakken en narigheid die zich letterlijk diep in de mannelijke onderbuik kunnen manifesteren. Daar gaat het vandaag over

Zo, dat was me het weekje wel.                                                                                               Het is in mijn leven vrij lang probleemloos verlopen. Dat is tenminste wat ik mezelf altijd heb voor gehouden.                                                                                                                 Wat ik bedoel?                                                                                                                           Nou ja, een van de miezerigste problemen die je in je mannenleventje tegen kunt komen natuurlijk. De dokter heeft het dan over mixieproblemen, wat erop neerkomt dat je van tijd tot tijd problemen hebt met plassen. Je voelt dat je moet, maar als je er dan staat is het wachten geblazen op een miezerig klein beetje dat zich voor je gevoel aankondigde als de zondvloed.                                                                                                                                 Ik kan je verzekeren dat zo’n af en aan optredend probleem een aanzienlijke bron van ongerustheid is. Het is ook een probleem dat ikzelf althans vrij lang voor me heb gehouden en voor me uit heb geschoven. Dat is natuurlijk niet echt verstandig, maar alles wat tot onze meest nederige lichaamsprocessen gerekend kan worden valt nu eenmaal nog altijd een beetje onder de door en door fatsoenlijke taboesfeer. Je praat er niet gemakkelijk over, je duwt het opzij, het gaat vast wel weer over. Maar dat is nu de vergissing. Het gaat niet over, het wordt steeds vervelender.

Vijfenveertig jaar lang heb ik me bezig gehouden met natuurgeneeskunde, maar ik heb daarbij wel gezorgd dat ik naast de natuurgeneeskundige vaardigheden in ieder geval voldoende medische basiskennis had om geen bokken te schieten.

Aangaande het onderwerp waarover ik hier nu schrijf: de groter wordende prostaat of voorstander klier blijk ik toch nooit voldoende besef en kennis te hebben gehad. Die kennis is nu, in de afgelopen week door eigen ervaring behoorlijk bijgespijkerd.

Ik beschrijf nu even de volgorde van de gebeurtenissen en ervaringen in de hoop dat de mannen onder mijn Facebook – en weblog vrienden in hun eigen belang de moeite willen nemen dit stukje even helemaal te lezen. Reageren mag uiteraard ook.

Van mijn huisarts had ik een jaar of twee geleden een pilletje voorgeschreven gekregen, Finasteride, dat de groei van de prostaat moest remmen. Dat leek eerst heel aardig te gaan, maar een paar maanden geleden kreeg ik een blaasontsteking. Dat kan worden veroorzaakt door het feit dat je de blaas niet meer helemaal kunt legen. Mijn huisarts gaf me een antibiotica kuurtje en keek me veelbetekenend aan en zei: ‘luister jongen, hiermee kunnen we niet te lang doorgaan.                                                                                             Ik knikte een beetje witjes. Gelukkig hielp het kuurtje wel en leek het weer goed te gaan met de plasserij. Dat bleek echter de stilte voor de storm, want een paar weken later had ik opnieuw een blaasontsteking. Toen zei mij huisarts: je weet wat ik gezegd heb, nietwaar. Als het met deze kuur niet echt over is, dan moeten we verder kijken.

Het lange verhaal kort, het was natuurlijk niet over en ik ben met een verwijsbriefje van mijn huisarts in de hand even gaan googelen op het wordt ‘urologie’.                                     Nu vraag je je misschien af waarom ik niet gewoon een afspraak maakte met een uroloog hier in het ziekenhuis.                                                                                                               Misschien herinner je je mijn twee blogs over bacteriofagen nog, waarin ik onder meer refereer aan het feit dat de antibiotica niet of nauwelijks meer werken, op een enkel middel na, en dat er dientengevolge ongelooflijk veel ziekmakende bacteriën in leven blijven. Een van de bekendste is de MRSA bacterie (Multi Resistant Staphilococcus Aureus) Daar voor moeten van tijd tot tijd hele ziekenhuisafdelingen tijdelijk gesloten en gereinigd worden. Je snapt natuurlijk wel dat ik daar geen trek in heb.

Nu zijn er tegenwoordig kleinschalige specialistische centra. Hier, in het Gooi, hebben we bijvoorbeeld de Bergman Kliniek. Daar doen ze fantastische dingen voor mensen bij wie een gewricht moet worden vervangen. Urologie doen ze er echter niet, daarom ging ik op zoek naar een gespecialiseerde urologen kliniek. Die vond ik in Vleuten. Kliniek Vleuten heet het instituut. Ze hebben een plezierige lichte wachtkamer, één operatiekamer, één uitslaap kamer en een gezellige huiskamer waar je iets te eten krijgt als je weer wakker bent. Ook hebben ze er specialisten die tijd voor je hebben en waarbij je een heleboel opschiet als je alleen al met ze praat. Ze hebben duidelijk geen haast en dat is prettig.

Van de operatie die de arts daar met een groen-licht laser uitvoert heb ik niets gemerkt, want ik sliep. Na ongeveer anderhalf uur ben ik wakker geworden. Uiteraard heb je dan een katheter vanuit de blaas naar een opvang zakje dat je die hele dag aan de binnenkant van je broekband hebt hangen. En inderdaad, dat is ongemak, maar het is klein ongemak, want je realiseert je dat je het achter de rug hebt, dat je nu op weg bent naar echt herstel.   Wel moet je er rekening mee houden dat het volledige herstel gemiddeld vier tot zes weken na de operatie vraagt.

Na de maaltijd die ik na de operatie kreeg aangeboden gingen we met een busje naar een nabij gelegen hotel. We waren met zijn vieren en er ging met ons een gespecialiseerde verpleegster mee. Het verblijf in het hotel, het diner ’s avonds en het ontbijt de volgende morgen worden allemaal door de kliniek betaald.

Ik belde mijn zorgverzekeraar voor ik besloot deze kliniek te kiezen. Ik wilde wel graag weten of deze luxe behandeling wel vergoed werd. Mijn verzekering zei dat het vergoed werd, dus ik kon veilig een afspraak maken. Ik begrijp nu ook wel waarom. Een dag in een ziekenhuis liggen komt de verzekering doorgaans te staan op zo’n zeven à achthonderd euro. De kamer in het hotel met ontbijt kostte daar negentig euro.

Ik ben nu aan het herstellen en daar voel ik me heel prettig bij.                                               Een paar nuttige wenken kregen we nog mee: minstens twee liter water per dag drinken, geen alcohol, niet fietsen, ook niet op de hometrainer. Wandelen mag, wandelen is prima.

In het begin, nadat de verpleegster me had bevrijd van de katheter wilde ik wel graag elk kwartier even naar het toilet. Nu, na zes dagen, zit ik al op een uur en vaak langer.             Echt pijn heb ik niet gehad. Mooi toch?

Maar nu wilde je natuurlijk ook weten waarom ik het zo lang voor me uit heb geschoven. Tja weet je, ik dacht bij mezelf: wat gaat die dokter tegenkomen als hij naar mijn prostaat kijkt en in mijn blaas. Er kan allerlei kwaadaardige narigheid aan het licht komen.                 Wat zeg je? Schijterigheid?                                                                                                       Ja, dat weet ik ook wel.                                                                                                             Maar ik ben toch gegaan?                                                                                                         En er was gelukkig ook niets kwaadaardigs aan de hand

Doe er je voordeel mee jongens en onthoud: niet uitstellen!

Overtuiging?

In het verleden heb ik op dit weblog wel eens geschreven over geloven.                           Daarmee moet je in deze samenleving trouwens een beetje voorzichtig zijn hebben we gemerkt. De mensen die ik bij die gelegenheid aanduidde met het woord ‘gelovers’ weten de zogenaamd vrije meningsuiting niet altijd op waarde te schatten, vooral wanneer je hen probeert duidelijk te maken dat een meer kritische levenshouding dan de hunne en een sterk verminderde bereidheid om wat de diverse predikers uitkramen voor zoete koek slikken waarschijnlijk geen goed idee is, omdat je je daarmee al snel hun woede op de hals haalt.                                                                                                                               Het is dan, zoals ik zojuist opmerkte. Toch van belang om voorzichtig – en vooral vriendelijk en begrijpend te zijn. Er is tenslotte al meer dan genoeg conflictstof op de wereld. Daarom lijkt het mij in het licht van de spanningen op de wereld, die op de een of andere manier toch met geloof te maken hebben, belangrijk om eens een ander licht op die maar onderling voort strijdende religies te werpen.

Laat ik maar eens beginnen met wat feiten.

  1. Behoefte om in hogere machten dan wij zelf zijn te geloven lijkt van alle tijden. Van het aanbidden en aanroepen van tientallen natuurkrachten tot het vereren van de ene onzichtbare en vooral onbewijsbare God zien we mensen zich devoot laten meeslepen.
  2. Veel mensen hebben een sterke behoefte te streven naar vereniging met anderen in groepen. Samen zijn we sterker is het idee, uitmondend in de meer verwerpelijke neiging de eigen groep beter te vinden dan andere groepen wat – de geschiedenis toont het meedogenloos helder – leidt tot discriminatie en oorlog. ‘Wij zijn beter dan zij’ is een gedachte die een opening biedt naar de zo mogelijk nog verwerpelijkere opvatting: ‘Ik ben beter dan jij’.
  3. De feiten in de bovenstaande twee punten en de consequenties die daaruit voortvloeien vormen de bron voor het alles verterende vuur dat al duizenden jaren zo kenmerkend is voor de menselijke samenleving: het streven naar de ultieme macht. En macht gaat doorgaans samen met hebzucht, egoïsme, vernietiging en misbruik van hen die niet tot de eigen groepering behoren. Kortom: uitzichtloze ellende.

Het is bij oppervlakkige beschouwing een enorme warwinkel, waarin de mensen op de wereld verwikkeld zijn. Wat mij nu bezig houdt is de vraag hoe dat komt.                             Hoe komt het dat wereldwijd al eeuwen lang de sterke drang elkaar te vernietigen het onwaarschijnlijk doet lijken dat religie iets goeds is.

Nu kan ik mij uit mijn jeugd de wiskunde lessen op mijn middelbare school herinneren.     Er waren vaak opgaven waarbij het bewijs voor een stelling moest worden geleverd. Doorgaans ging het er dan om dat je moest zien te bewijzen dat twee vormen of twee formules gelijk – of juist ongelijk aan elkaar waren. Een bruikbare methode was dan dat je even iets moest aannemen, een vooronderstelling dus, om het bewijs te kunnen leveren.   Men noemde dat een bewijs uit het ongerijmde: je nam even iets aan dat (nog) niet bewezen was.                                                                                                                         Dan zei je bijvoorbeeld: stel dat de breedte van deze rechthoek gelijk is aan de lengte van dat deel van de weg, en stel dat de lengte van deze rechthoek gelijk is aan de breedte van de weg, dan is bewezen dat de oppervlakte van de rechthoek  gelijk is aan die van het bedoelde deel van de weg.

Nu is dit natuurlijk een eenvoudig – en misschien zelfs wat kinderachtig voorbeeld, daarom ga ik nu over tot de beschouwing van onze innerlijke beleving.                                 Wat we gebruiken, echt allemaal, zijn referentiekaders. Eigenlijk worden daarmee dingen bedoeld die je weet of die je beleefd hebt en die als achtergrond dienen om nieuwe gegevens of belevenissen te kunnen begrijpen.

Een voorbeeld: een vriend vertelt je dat hij een fantastische beleving heeft gehad toen hij een zeiltocht naar Engeland maakte, maar jij hebt zelfs nog nooit ergens mee gevaren. Je kunt je er dan weinig bij voorstellen.                                                                                         Wat ik met dit simpele voorbeeld bedoel is, dat je tot deelname kunt overgaan als er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Als er geen kapstokken zijn kun je niets ophangen. Als er niet bepaalde herinneringen zijn is er geen referentiekader.  Zonder een referentiekader kun je niets begrijpen, kun je je geen voorstelling maken. Dan kun je ook niet mee worden gevoerd in een al dan niet enthousiaste gedachtegang.

Ik denk nu dat dit ook in hoge mate geldt voor religie, geloven. Daarom begin ik nu aan een bewijs uit het ongerijmde. Ik ga dus iets tijdelijk aannemen dat ik niet eerst heb bewezen, een vooronderstelling dus. Als de bewijsvoering die ik daarmee voer niet klopt,   Dan gooi ik de vooronderstelling weer weg als niet kloppend en dus onbruikbaar.

Stel: wat je werkelijk bent begint niet pas bij je geboorte en eindigt niet bij je dood, maar het is een soort continuüm, een vloeiende beweging die even oud is als ons universum, of misschien wel helemaal tijdloos.                                                                                               Dit is mijn eerste onbewezen vooronderstelling.

Voor wat betreft de materie waaruit je bestaat, de atomen en moleculen is dat overigens al lang bewezen. De stoffen waaruit je lichaam is opgebouwd zijn echt zo oud als dit heelal. Dat kan ook niet anders, want materie en energie zijn gelijkwaardig en energie kan niet worden vernietigd. Het kan worden omgezet, veranderd, maar niet vernietigd. Hier hoef ik niet lang over te praten, want dat hebben de grote wetenschappers in de natuurkunde al heel lang geleden bewezen.

Mooi, dat de materie van je lichaam eeuwig is heb ik nu weer even duidelijk gemaakt.         Maar stel nou dat er in al die materie nog ergens verborgen een bepaalde geheugenfunctie zit.                                                                                                                                             Dit is mijn tweede onbewezen vooronderstelling.

Nou, onbewezen is niet helemaal waar. Ik bedoel, nou ja, het is natuurlijk duidelijk dat er allerlei oeroude gegevens uit de DNA reeksen van je familie bij je binnenkomen op het moment dat je ouders je verwekken. Dat is iets wat we natuurlijk ook al jaren zeker weten. Maar stel nou ook eens dat al die levende weefsels van je lichaam zich heel vaag herinneren waar ze eerder geweest zijn. Dat zijn natuurlijk geen herinneringen die echt logisch uit dit leven komen. Als dat soort herinneringen bij jou af en toe de kop op steekt, dan is het vaak alleen maar een gevoel. Zo’n gevoel van… ja, hoe moet ik dat nu zeggen… ja, er moet wel iets zijn, maar ik weet het niet. Laat ik het nu voor het gemak maar even een gevoel van een soort onzekerheid noemen waarmee je zelf eigenlijk niets kunt, maar dat er toch vaak is. Of ja, onbegrijpelijke flarden, beelden, klanken…

Eerlijk gezegd denk ik dat iedereen dat soort gevoelens wel kent en dat de meeste mensen vage herinneringen, die niet met dit leven te maken lijken te hebben, gewoon wegschuiven.                                                                                                                           Maar stel nou dat die vage gevoelens, herinneringen en onzekerheden die vermoedelijk iedereen heeft door de machtige promotoren van de religies worden gebruikt om hun standaard oplossingen aan op te hangen. Tenslotte zijn onzekerheden als lege kapstokken aan de muur, het zijn referentiekaders. Je hebt geen eigen antwoorden om die onzekerheden in te vullen en je bent ook niet de grote vrijdenker die het zelf allemaal wel oplost en een eigen wereldbeeld schept.                                                                                 Weet je wat er dan gebeurt al eeuwen lang bij miljoenen mensen?                                         Nee?                                                                                                                                       Ik heb sterke aanwijzingen.                                                                                                     Ze nemen dan de aangeboden verklaringen van de zogenaamde geestelijkheid voor waar. Het sluit namelijk aan bij de referentiekaders die je steeds weer zeggen: er is iets, ik begrijp het niet, maar er is iets, dat weet ik eigenlijk wel zeker, maar wat? Dat weet ik niet. Onzekerheid vraagt nu eenmaal zekerheid. En dat is niet alleen lekker gemakkelijk, nee, want heel vaak leerde de bittere ervaring dat openlijk twijfelen aan de gezamenlijk aanvaarde waarheid heel gevaarlijk is. Want wat in alle vroomheid snel wordt vergeten is dat de wereldwijde religies enorme economische ondernemingen zijn die hun belangen verdedigen.

De geschiedenis van het christendom kende de Inquisitie, de geloofsrechtbank die andersdenkenden martelde en op de brandstapel zette. En ze dachten nog dat ze gelijk hadden ook. Trouwens, vergis je niet, ook tegenwoordig nog zijn er religieuze groeperingen die dood en verderf zaaien onder allen die het niet met hen eens zijn.

Ook in onze zogenaamd beschaafde samenleving wordt er nog om geloofsovertuiging gediscrimineerd en ontstaan spanningen en ruzies om volstrekt irreële redenen.                ‘Wij zijn beter dan jij,’ krijg je dan te horen.

Maar weet je, de echte waarheid zit heel diep in de herinnering van het eeuwige wezen dat je bent verborgen en ligt klaar om ontdekt te worden.                                                             Dus niet in de weg lopen met allerlei onzinnig aangeleerd gezeur maar luisteren en kijken naar wat je echt bent.                                                                                                             Op een keer weet je het: fantastisch!

Bacteriofagen 2

Het gebeurt niet heel vaak dat ik op een onderwerp terug kom en er voor de tweede keer een blog over schrijf. Deze keer kan ik het echter niet laten.                                               Het tv-programma ‘Zorg’ onder leiding van Antoinette Herzberger behandelde vanavond dit onderwerp.                                                                                                                           Eerder schreef ik dat mijn oudste kind, Katinka, misschien nog had geleefd als niet de rigide – want winst beluste  prematuur van de farmaceutische industrie had geheerst, maar dat meer naar het belang van de patiënt was gekeken.

In het programma zat naast een arts – hoogleraar ook een CF patiënt aan tafel. (CF = taaislijmziekte)                                                                                                                           Wij zagen een filmpje van een uitstapje naar Georgië waar al – ja, dit ga je echt niet geloven – al ruim honderd jaar infecties succesvol met bacteriofagen worden bestreden, zonder bijwerkingen, zonder allergische reacties, kortom zonder narigheid. Ook voor de Pseudomonas Aeruginosa bacterie die in de laatste fase van het leven van een CF-patiënt dodelijk is, omdat hij niet met enig antibiotica kan worden bestreden, is een veilig werkzame bacteriofaag beschikbaar.                                                                                       Er zat ook een wetenschapper – en ontwikkelaar uit Delft daar aan de tafel, die hier in Nederland inmiddels zo’n honderdvijftig verschillende bacteriofagen heeft gevonden en ontwikkeld. Van overheidswege wordt het echter niet aangemoedigd of ondersteund.

De hoogleraar wees er fijntjes op dat we hier wetgeving hebben die ervoor zorgt dat geen enkel geneesmiddel op de markt mag komen, dan wel ingezet bij welke patiënt dan ook als het niet officieel is goedgekeurd en toegelaten, tenzij er bewijsbaar niets meer werkt voor een individuele patiënt. Succes van een dergelijke noodgreep mag evenwel niet leiden tot een conclusie in de zin van: ‘Kijk nou eens, dat werkt, dat gaan we vaker doen.’ Dat mag niet, dat is strafbaar, want regels zijn nu eenmaal veel belangrijker dan doodzieke patiënten.Maar ik ben er stellig van overtuigd dat hier de wal het schip keert en dat de regeldrift de absoluut noodzakelijke ontwikkelingen in het belang van ons aller welzijn en gezondheid bijna volledig blokkeert.

Maar er is hoop. In een Brussels ziekenhuis ligt een Nederlandse patiënt die aan ernstige en verspreide infecties zou gaan sterven, maar wiens leven gered is met behulp van de bacteriofagen therapie.

Nou, jullie zijn allemaal weer op de hoogte of… nee, ho, stop, ik vergeet het belangrijkste nog. Via het internet kun je in Georgië bij een staats gecontroleerd bedrijf, Eurofarm, bacteriofagen bestellen. Prijzen? Ik ben er twee tegen gekomen: voor de bacteriofaag tegen die Pseudomonas kost 20 ml. 690 roebel. De bacteriofaag tegen streptokokken kost voor 20 ml 890 roebel. Enne… zonder recept, pfff.                                                                   Veel geld denk je?                                                                                                                     Valt best mee hoor. De roebel staat op dit moment op 2 eurocent.                                         En nou ben ik toch ontzettend benieuwd hoe lang het hier nog duurt en hoeveel mensen er nog aan infecties moeten sterven die met antibiotica niet meer te bestrijden zijn voor dat hier de protectionistische hakken uit het zand gaan en er besluiten worden genomen die werkelijk in het belang van de gezondheidszorg zijn.

De weg kwijt?

Nou, nee, dat niet, zo erg is het nou ook weer niet, maar vreemd is het wel.                     Vandaag een week geleden, maandag dertien maart, net een dag voor haar veertiende verjaardag, hebben we Spot laten inslapen. Ja, ik weet het, je had het allemaal al meegekregen.                                                                                                                         De volgende dag hebben we haar opgehaald bij de dierenarts die zo vriendelijk was haar gedurende nacht op de koeling te leggen. We hebben haar kleine koude lijfje naar het dierencrematorium in Naarden gebracht en ‘s middags heb ik alle spulletjes die nu eenmaal bij een hond horen opgeruimd, weggedaan. Allemaal dingen, dekentjes, speeltjes de bench, de sliplijn, de korte ketting, die van Sugar, ons eerste hondje hing er ook nog.     Alles weg gedaan. Het is vreemd leeg op die plek onder de trap.                                           Ach, er staan nu een paar dozen witte wijn. Je moet de ruimte tenslotte invullen.

Het is op het ogenblik helemaal geen aanlokkelijk weer, maar ik ben toch elke dag maar gaan wandelen. Dat deed ik tenslotte al die jaren met haar ook.                                           Maar toch is er iets dat nog niet op gang wil komen.

Toen ze er nog was zat ik hier op mijn kamer achter de computer te werken aan iets, nou ja, verschillende dingen, dat heb je natuurlijk wel van me gezien. Ik kon dan geweldig de pest ik krijgen als ik bezig was en ze begon beneden in de gang duidelijk te maken dat zij vond dat ze naar buiten wilde of als er iemand belde of voorbij liep en ze ging te keer of ze gek was.

Nu is het stil. Ik zou zoveel kunnen doen, willen doen, maar ik doe het niet.                       Ik zit mijn tijd te verlummelen, computerspelletjes te spelen, een paar hondenrassen vluchtig bekijken en weer afsluiten. Weet je, ik kom even tot niets.

Zou dat nou zijn wat ze rouwen noemen?