Inverse Voice Therapy (IVT

Op een keer stond een vriend op een zondagavond voor mijn deur. Uiteraard liet ik hem binnen. Hij begon een enthousiast verhaal te vertellen. Hij was in dit weekend in Londen geweest en had daar een workshop bijgewoond van een mevrouw, Sharry Edwards, die een wel heel ongebruikelijk verhaal vertelde. Als zij mensen in haar directe omgeving kreeg waarmee iets mis was hoorde zij een heel hoge toon. Verontrust was ze met dit verschijnsel naar een KNO specialist gegaan, maar die wist na onderzoek niet anders te vertellen dan dat zij een buitengewoon scherp gehoor had en dat haar gehoor toeliet dat zij veel hogere tonen kon horen dan de gemiddelde mens. ‘Maakt u zich geen zorgen, gaat u maar naar huis,’ was de boodschap die ze meekreeg. Dat deed Sharry Edwards. Ze was er echter niet gerust op en kwam later bij dezelfde specialist terug met de vraag of hij het merkwaardige gehoor toch nog eens wilde onderzoeken want dat ze bij verschillende mensen toch verschillende tonen hoorde. Nu was deze specialist een beetje een ongeduldige man met een hoge bloeddruk. Na een nieuw onderzoek zei hij dan ook dat ze zich er maar niets van aan moest trekken en dat er wel meer onverklaarbare dingen gebeurden. ‘Trouwens zei hij nog, wat hoort u dan bij mij?’

Daar begon het hele bijzondere verhaal van Sharry Edwards, want met haar bijzonder heldere stem zong zij de toon die zij in de nabijheid van de arts hoorde. De arts leunde achterover in zijn stoel en zei: ‘Ga daar eens mee door.’

Na een poosje riep de arts zijn assistente en zei: ‘meet mijn bloeddruk eens’. De verrassing was groot toen bleek dat in de korte tijd dat Sharry Edwards die toon had gezongen de bloeddruk van deze KNO arts significant gedaald was. Sharry Edwards kreeg toen door dat ze een bijzondere gave bezat waarmee ze misschien wel mensen kon genezen.

Het eerste duidelijke bewijs waarover ze vertelde betrof een man die met ernstige COPD en daardoor uiterst kortademig in een rolstoel zat. Sharry Edwards maakte een bandopname van de toon die ze bij hem hoorde te zingen, wel enkele octaven lager, waarnaar hij dagelijks luisterde. Drie maanden later kon de man weer in zijn tuin werken. Hierna breidde de succeslijst van deze bijzondere vrouw zich begrijpelijkerwijze uit, waarvan de workshop die mijn vriend had gevolgd een belangrijk getuigenis betekende.

Toen mijn vriend mij dit verhaal vol enthousiasme vertelde en mij bovendien de paper die Sharry Edwards geschreven had ter hand stelde begon ik in de dagen die erop volgden het verhaal aandachtig te lezen. En zoals ik al eerder schreef, als ik in aanraking kom met werkwijzen of methoden die voor mensen genezing kunnen betekenen krijg ik altijd het ietwat jaloerse gevoel: Dat wil ik ook kunnen. Ik liep echter direct tegen een groot probleem aan: Ik had niet zo’n bijzonder gehoor. Dat heb ik trouwens nog steeds niet. Maar misschien kon ik iets bedenken om een diagnosemethode te ontwerpen die in ieder geval op klank, dus geluid berustte. Eén ding was mij al direct duidelijk, het geheim van deze toch wonderbaarlijke geneeswijze moest te maken hebben met het persoonlijke geluidspatroon van de persoon die behandeld werd, nou ja, de patiënt zal ik maar zeggen. Hoe het lichaam van een overigens zwijgende patiënt een hoge toon als een soort noodkreet uitstuurt die ver boven de gehoorgrens van normaal horende mensen ligt was en is me niet duidelijk en een techniek om een dergelijke toon uit de omgevingsruis te filteren had ik ook niet direct voorhanden, hoewel ik moet toegeven dat iets dergelijks voor onderzoekers met een hogere elektronische begaafdheid dan ik misschien best mogelijk kan zijn. Mijn weg was echter een andere die uitgaat van een eigen these.

Stel, dacht ik, dat lichamelijke aberraties, storingen in de gezondheid, in het normaal functioneren van de organen van invloed zijn op de klank van de gewone spraakstem. En stel dat die invloed te zien is in het feit dat bepaalde frequenties enigszins worden gedempt. In technische zin is dat in elk geval gemakkelijk uit te zoeken. Wat heb ik daarvoor nodig.

Vaak ben ik heel blij dat ik veel verschillende vrienden heb die van allerlei dingen meer verstand hebben dan ik. Ik leerde namelijk dat er computerprogrammatuur bestaat waarmee geluidsopnames geanalyseerd kunnen worden. Dat er een spectrum analyse gemaakt kan worden, een zogenaamde FFT (Fast Fourrier) analyse. En dat je dan kunt zien hoe sterk of zwak alle frequenties (toonhoogten) voorkomen. Daar heb je bijvoorbeeld het programma WaveLab, wat een vrij duur programma is, maar gelukkig kun je hetzelfde doen met een goedkoper programma dat SigVieuw heet en dat ook heel betrouwbaar werkt.

Wacht, misschien is het voor de duidelijkheid handig als ik zo’n spectrum laat zien:

Dit is, zoals iedereen gemakkelijk kan zien, niet bepaald een mooi regelmatig patroon.

Om de grafiek te kunnen begrijpen is misschien enige uitleg nodig: De getallen van 100 tot en met 1100 in de onderkant gaan over de frequentie, het aantal trillingen per seconde die we uitdrukken in Hertz (Hz). De getallen aan de verticale zijlijn geven de geluidsterkte of volume aan, meestal uitgedrukt in Decibel (Db). Op deze manier kunnen we dus mooi zien hoe sterk elke frequentie in de stem doorklinkt. Overigens heet een dergelijke spectrumanalyse een Fast Fourrier Transformatie (FFT)

Wat deze grafiek heel mooi laat zien is dat er in het volume drie grote clusters zijn: van 200 tot 400 Hz, de tweede van 400 – tot ongeveer 720 Hz en een derde van 720 tot 1100 Hz.

Eigenlijk is de eerste groep het geluid dat het duidelijkst hoorbaar is in de stem. De andere twee groepen worden aangemerkt als hogere harmonische tonen of ook wel boventonen die in feite het typische eigen karakter aan de stem geven waaraan we ook gemakkelijk iemand kunnen herkennen.

Ik laat dit beeld zien, omdat deze mogelijkheid die ik heb met behulp van een computerprogramma, Sigview in dit geval juist zoiets kan doen als wat Sharry Edwards kan doen met haar speciale gehoor, hoewel ik dan wel eerst moest uitzoeken welke betekenis of betekenissen aan dit soort grafieken moest geven. Daarvoor had ik twee belangrijke dingen nodig: een aantal proefpersonen en een voorlopige theorie.

Met die proefpersonen had ik een beetje geluk, dat wil zeggen: ik had er om te beginnen één, Maar dat was ook meteen een heel enthousiaste. Hij was oud en hij had zo ernstig last van longemfyseem dat hij dag en nacht extra zuurstof nodig had. Volgens zijn eigen zeggen had hij deze klacht ook eerlijk verdiend want nagenoeg zijn hele volwassen leven had hij twee pakjes sigaretten per dag gerookt. Niet zo verwonderlijk overigens, want hij was een niet onverdienstelijke jazzpianist in de tijd dat het nog vrij ongewoon was als je in kroegen waar jazz gespeeld werd helder de overkant van de lokaliteit kon zien in plaats van wazig door de rook van allerlei tabaksproducten. Peer heette hij. Om privacy redenen noem ik niet zijn naam.

Een bevriende sound ingenieur leerde mij Hoe ik zo’n spectrum als boven afgebeeld moest maken en beoordelen. Ik vroeg Peer of hij misschien, gezien zijn benarde zuurstofsituatie mijn proefpersoon wilde zijn en tot mij vreugde stemde hij daarmee in.

Met een digitale audiorecorder van het type dat de mensen van de omroepen ook voor hun reportages gebruiken ging ik naar zijn appartement en maakte een korte spraakopname van hem. Met deze opname ging ik naar mijn bevriende ingenieur die mij hiep de opname om te zetten in een geluid waarvan ik dacht dat het hem kon helpen. Ik had namelijk inmiddels besloten wat ik in dat spectrum opmerkelijk vond.

Als je nog even naar dat plaatje kijkt dan zie je dat in de drie genoemde clusters de toppen die frequenties tonen die eigenlijk pal naast elkaar liggen heel diepe dips zitten. ‘Nu’, dacht ik zonder een spoor van bewijs trouwens, ‘dit moet het zijn; het kan niet anders dan dat die zwakke frequenties in de stem verband houden met de mankementen van de mens wiens stem het hier betreft.

Van de geluidstonen die bij die frequenties in de dips hoorden maakten we een geconstrueerde klank. In het geval van Peer waren dat drie tonen. We maakten er een CD van die ik bij Peer bracht. Ik vroeg hen deze CD zo vaak mogelijk te draaien, maar niet zo luid dat het storend zou zijn. Peer zei dat hij het geluid best dragelijk vond en dat het hem deed denken aan het geluid van een draaiende wasmachine.

Later hoorde ik van hem dat hij nog een extra CD speler had en dat hij daarop lekkere jazz draaide, maar dat de wasmachineklank, zoals hij dat noemde de hele dag aan stond, maar toen ik dat hoorde was er al veel gebeurd.

Ik weet nog dat mijn vrouw en ik met vakantie in Zuid-Spanje waren en dat plotseling mijn mobiel afging. Het was Peer. Hij zei: ‘Ik moet je iets bijzonders vertellen, het gaat mij veel beter, ik heb veel minder vaal zuurstof nodig, ik ben veel minder benauwd.’

‘Ben je al bij je longarts geweest?’ vroeg ik. Nee, daar ging hij van de week naar toe, maar hij wilde mij eerst het nieuws vertellen.

Zijn longarts bleek van de oude stempel te zijn die meende dat het kwam doordat Peer nieuwe pillen had gekregen, maar dat kon het niet zijn volgens Peer, want die Pillen had hij al een poos en ze deden voordien niks.

Peer was in de stad waar hij woonde redelijk bekend vanwege zijn bemoeienissen met Jazz en jazzconcerten. Hij had het nodig gevonden de plaatselijke krant een uitgebreide brief te schrijven, een ingezonden stuk eigenlijk, over zijn ervaringen met mijn klanktherapie. Een zelfde brief had hij overigens ook al aan zijn longarts geschreven, maar die had niet gereageerd.

Die brief in de krant hiep trouwens wel, want binnen een week had ik drie Hilversumse radiostations aan de telefoon die allemaal wilden weten wat dat was wat ik “Inverse Voice Therapy (IVT), noemde en een week of twee later zat ik op zaterdagochtend aan tafel bij George Frölich in het programma Cappuccino. Nog een week later was ik gebeld door enkele tientallen mensen waarvan ik uiteindelijk twintig proefpersonen overhield die ik een aantal jaren allemaal aan huis ben blijven bezoeken om stemopnamen te maken en met behulp daarvan therapie Cd’s voor hen te maken.

Veel werk, maar het leverde mij een bruikbare therapie op die ik eigenlijk, nu ik oud begin te worden het liefst aan iemand of aan meerdere mensen met echte belangstelling kosteloos zou willen overdragen, evenals mijn eerder beschreven tranentherapie.

Begrijp, als je geïnteresseerd bent het volgende. Mij vijfenveertigjarige praktijkervaring als natuurgeneeskundig therapeut heeft me geleerd dat deze therapieën werken. Gel voor dure wetenschappelijke onderzoeken met dubbelblind controles heb ik nooit gehad. Patenten zijn er niet, maar daar staat tegenover dat ik heel blij zou zijn als ik deze geesteskinderen van mij goede en actieve adressen zou kunnen geven.

2. Tears a key to a remedy

Dat was de Engelse titel van een boekje dat ik schreef en dat oorspronkelijke werd uitgegeven door Ankh Hermes in Deventer onder de titel: Laat Je Tranen De Vrije Loop, een titel waarmee ik initieel niet zo heel blij was, omdat hij niet – zoals de Engelse titel – compact samenvatte waarover het ging. ‘Tranen De Sleutel Tot Een Remedie’ had ik voorgesteld. De uitgever dacht daar anders over en dan moet men zich als debuterende schrijver dan maar in schikken.

Als ik het in goede en verantwoorde termen voor de alternatieve collega’s had willen benamen, dan was de titel waarschijnlijk als volgt geworden: Een effectieve vorm van ‘eigen preparaat therapie met tranen als bronmateriaal.

Eigenlijk was ik op het idee gekomen omdat ik gelezen had dat de Duitse Heilpraktiker soms ‘eigen Blut’ und ‘eigen Harn’, eigen bloed en eigen urine gebruiken om een uitscheiding verhogend op de persoon toegesneden geneesmiddel te maken, daarbij de bereidingswijze van de homeopathie toepassend. Met andere woorden, het bloed kan belast zijn met meer afvalstoffen dan het lichaam op natuurlijke wijze zelf kan uitscheiden. Deze techniek doet de uitscheidingsorganen harder werken. Dat geldt evenzeer bij het gebruik van urine als basismateriaal.

Eigenlijk is het iedereen bekend dat ons trouwe en o zo doelmatige lichaam zich altijd tamelijk krachtig probeert te ontdoen van stoffen die storen. Heb je iets verkeerds gegeten of ergens een voedselvergiftiging opgelopen dan is er de krachtige uitscheiding via diarree. Bij een ontsteking van de slijmvliezen in het ademhalingsapparaat, zoals bij griep of verkoudheid, gaan we vaak neus snuiten, slijm ophoesten enzovoort. Allemaal uitscheidingsactiviteiten. En daarover nadenkend dacht ik: huilen is eigenlijk diarree van een blijkbaar overbelast zenuwstelsel.

Omdat ik wist dat tranen ook een uitscheidingsproduct zijn namelijk van de prikkeltransport middelen die ons zenuwstelsel gebruikt, de zogenaamde neurotransmitters, meende ik te moeten bewijzen dat er op de wijze van de Duitse “eigen preparaat therapie” een geneesmiddel bereid zou kunnen worden door die neurotransmitters of neuropeptiden zoals ze ook wel worden aangeduid te gebruiken die in de tranen gevonden worden. Ik had geluk, want in mijn praktijk meldde zich een vrouw die bijna bezweek onder verdriet door emotionele verwaarlozing in haar kindertijd. Ze kon al een hele poos niet meer werken en woog nog maar achtenveertig kilo. Intuïtief wist ik dat ik één mogelijkheid had om haar te helpen. Terwijl ze aan een stuk door zat te vertellen over haar jeugd en de pesterijen omdat ze een scheel oog had en hoe haar ouders alleen maar met zichzelf  bezig waren was ze gaan huilen en stroomden de tranen langs haar gezicht. Ik pakte een pipetflesje uit de voorraadlade, draaide de dop met de pipet eraf en ving zoveel mogelijk van haar tranen op. Natuurlijk had ik haar wel verteld dat ik iets met haar tranen wilde doen voor haar. Toen het huilen eindelijk ophield bereidde ik een homeopathische verdunning voor haar en gaf haar die in dat flesje mee. De precieze bereidingswijze zou te ver voeren om in dit artikel te beschrijven, maar die staat uiteraard precies beschreven in het boekje waar van ik hier een foto bijsluit.

Deze vrouw belde mij een paar dagen later op en vertelde dat ze na het innemen van het afgesproken aantal druppels van mijn preparaat als een blok in slaap was gevallen en na een uur drijfnat van het zweet was ontwaakt. Werkelijk een schitterend uitscheidingsproces zei ik haar. Na dit prachtige begin van een genezing was ze nog enkele malen bij mij terug geweest met nieuwe tranen die zij zelf had opgavangen. Ook mochten we constateren dat ze na jaren van treurnis en ziekte aan het herstel was begonnen. De laatste keer dat ik haar zag woog ze een gezonde vijfenzestig kilo, was weer levenslustig aan het werk. Zij was de eerste patiënte die ik met deze door mij bedachte methode behandeld had. Later heb ik dat uiteraard veel vaker gedaan. Door de jaren heen in mij gebleken dat ik geen effectievere methode had kunnen bedenken om zelfs het ergste traumatische oud zeer te doen verdwijnen.

Deel 1 Logische vindingen van een oprechte alternatieve medische behandelaar

Misschien kwam het wel doordat ik als kind van een razendsnel en zeer levendig manneke door domme medische fouten tot een invalide kereltje werd omgevormd, dat ik een belangrijk deel van mijn inzet gewijd heb aan verbeteringen van de gezondheid in wat tegenwoordig genoemd wordt ‘het alternatieve circuit’ en waar het medisch establishment vaak meewarig en met een zeker dedain naar kijkt. Niet omdat ze zelf altijd alles goed doen, maar meer uit de innerlijke universitaire arrogantie dat wat zij niet geleerd hebben onmogelijk belangrijk kan zijn.

Mijn eerste behandelwijze als Natuurgeneeskundig therapeut, de Chiropraxie.

Doordat mijn toenmalige schoonvader een van de eerste mannen consulteerde die we tegenwoordig kennen als chiropractors – die dat overigens zonder dure klikklakkende elektrische behandeltafel deed, maar op een vlakke tafel met een kussentje en met twee uiterst vaardige handen – kwam ik met chronische rugklachten en voortdurende diarreeaanvallen met deze eigenzinnige behandelaar in aanraking.

De verbazende vaardigheid van deze man die zijn drukke praktijk uitoefende op een bovenkamer van zijn twee-onder-een kap woning in Naarden hielp mij eigenlijk in een enkele behandeling goeddeels van mijn klachten af. Heel verheugend natuurlijk. Ieder ander zou wellicht, wat ook normaal is, bij zichzelf gedacht hebben: ziezo, daar ben ik eindelijk mooi van af. Maar ik heb dan na een dergelijke verbazende beleving meestal zoiets van: dat wil ik ook kunnen. Mijn Naardense behandelaar  bleek mijn nieuwsgierigheid wel aardig te vinden, want nadat ik enige malen met andere patiënten met moeizame rugklachten bij hem geweest was deed hij iets waarvan ik me achteraf realiseer dat er moed voor nodig was. Als medisch verzorger had hij op schepen gewerkt, voornamelijk vrachtschepen met enige passagiersaccommodatie. Op een van die reizen was hij eens in een scheepsruim gevallen. Dat was behoorlijk diep, maar hij had het overleefd. Een aantal perifere gewrichten en vooral de wervels in zijn wervelkolom hadden niet zo goed op die valpartij gereageerd. Nu had ik enkele behandelingen van hem gehad en hem zelf ook aan het werk gezien. Hoe dan ook deze moedige man die ik nog altijd als mijn belangrijkste leermeester zie, liet zich door mij behandelen op zijn voortdurende en nauwkeurige aanwijzing. Door zijn technische, theoretische en vaak ook filosofische aanwijzingen en mijn eigen gretigheid om het vak te leren ben ik tenslotte behoorlijk bedreven in het vak chiropraxie geraakt. Bedenk daarbij dat het toen in Nederland nergens mogelijk was om een reguliere opleiding in dat vak te volgen. Je moest dan een meerjarige cursus in Amerika volgen, maar voor mij was dat toch lastig, want ik had een gezin en een hypotheek. Bovendien was chiropraxie in ons land niet erkend.

Overigens had mijn wijze leermeester voldoende mensenkennis om direct in de gaten te hebben dat ik gretig was om de chiropraxie toe te passen om mensen te helpen. Zelf was hij vroeger opgeleid aan de academie voor lichamelijke opvoeding, waaraan in vroeger jaren gymnastiek leraren werden opgeleid en heilgymnasten, zoals de tegenwoordige fysiotherapeuten toen genoemd werden. Hij zei tegen mij: ‘het is misschien wel handig om een diploma te halen waarmee je kunt bewijzen dat je met je handen aan mensen mag zitten. Een oude collega van mij heeft een school voor sportmassage in Utrecht. Dat zijn cursussen die op zaterdagen gegeven worden en aan het eind wordt er officieel geëxamineerd en krijg je, als je tenminste slaagt, een officieel erkend diploma, waarmee je dan onder meer voor sportclubs kunt werken.

Die wijze raad heb ik opgevolgd. Het was een pittige opleiding met niet alleen veel praktijk, maar ook veel theoretische vakken als anatomie, fysiologie, pathologie en diagnostiek, uiteraard allemaal reguliere medische vakken die in elke geneeskundige opleiding thuis horen.

Ik was dan wel van mening dat een officieel diploma je niet tot een bekwaam genezer en beoefenaar maakte, daarbij denkend aan de ongelooflijke oen van een chirurg die mij vlak na mijn zesde verjaardag een invalide rechterbeen had bezorgd. Een diploma vertelt alleen dat je naar de mening van een onderwijsinstituut met succes bent geëxamineerd. Of je echt vakbekwaam bent moet blijken in de praktijk. Ik had van mijn leermeester geleerd en afgekeken hoe ik Chiropractische behandelingen moest geven en dat deed ik al met succes in de tijd dat iets geneeskundigs doen als je geen in ons vaderland opgeleide arts was nog strafbaar was, maar daarvan heb ik me nooit iets aangetrokken want ik wilde mensen van hun pijn afhelpen als die mensen zelf mij dat vroegen.

Wachtwoorden

Heb jij nou ook zo ongelooflijk de pest aan dat gedoe met wachtwoorden.

‘Ja,’ zeuren ze dan, ‘dat is om je privacy te beschermen. Dan kan een ander niet zien wat jij kan zien.’

Nou kan ik me nog voorstellen dat het voor de handelingen die je via het internet met je bank doet nog van enig nut is. Daardoor is het niet voor iedereen mogelijk om het kleine beetje tegoed dat je nog hebt staan direct over te schrijven naar zijn eigen criminele rekening.

Hoewel, gehackt wordt er natuurlijk op grote schaal.

Trouwens, je ziet het in de VS, hoe meer vrije wapens onder de burgerij – zij noemen dat veiligheid – hoe meer er zomaar en lukraak wordt gemoord.

Iedereen ziet het, iedereen weet het. Het systeem is daar doorgeschoten. De wapenlobby heeft gewonnen. De bazen daarvan zitten nu steenrijk in hun beschermde vestingen wantrouwig naar buiten te kijken, want elk kind dat aan de deur komt om kinderpostzegels te verkopen wordt neergeschoten. ‘Traspassing’ noemen ze dat.

Eerst schieten, dan vragen stellen. Mocht er geen antwoord meer komen dan heb je in ieder geval een potentieel gevaar opgeruimd. Dat het in feite geen gevaar was kon jij toch niet weten? Voorzichtigheid geldt tenslotte nog altijd als de moeder van de porseleinkast, nietwaar?

Ik weet heus wel dat een wachtwoord geen moordwapen is, maar het is wel een slagboom, een hindernis op de weg. Het is een barrière die tegen naderende personen zegt: ‘als je mij niet kent ben je niet welkom.’

Ik vraag me in gemoede af of er nou werkelijk zoveel wachtwoorden nodig zijn. Bij heel veel internetsites moet je inloggen met een wachtwoord. Als je een poosje niet in die winkel bent geweest ben je natuurlijk dat stomme honderd en zoveelste wachtwoord vergeten. Vragen de slijmballen of je misschien je wachtwoord vergeten bent en of je dan misschien een nieuw wachtwoord wilt aanmaken en, oh ja, dat hebben ze ook nog vaak een trucje met scheve letters of verkeersborden om te bewijzen dat je geen robot bent.

Negen van de tien keer schrijf ik dan in zo’n venstertje: ‘je bent me kwijt, ik hoef niet meer. Stop je spullen maar waar de zon niet schijnt.’ Maar ja die tekst lijkt in de verste verte niet op het juiste wachtwoord, dus die krijgen ze nooit onder ogen.

Omdat de natuurwinkel in mijn dorp laatst geen Zweedse kruiden kon leveren dacht ik: oké, dan moet ik het maar via het internet bestellen. Mijn voorraadfles begon aardig leeg te raken en ik wilde nieuwe tinctuur bereiden voor hij helemaal leeg was. Ik zocht en vond op het internet een winkel, in België, die een zakje van zestig gram kon leveren. Wachtwoord instellen, vooruit betalen, toe maar weer. De verzendkosten die erbij kwamen maakten de boodschap wel bijna twee keer zo duur, maar vooruit, ik had het nodig. Na een week lag er een kaartje in de bus. De bezorger was aan de deur geweest en had vastgesteld dat ik niet thuis was. Dat komt gelukkig nog tamelijk veel vaker voor. Hij had ook niet de moeite genomen om het pakje bij de buurvrouw af te geven. Daarna gebeurde er niets meer.

Het is misschien niet heel goed voor mijn bloeddruk, maar ik maak me dan nijdig, niet om die paar rotcenten, maar om de onverschillige incompetentie. Ik mailde de winkel in België en ik kreeg als antwoord dat de bezorger na een tweede vergeefs bezoek het pakje aan het KPN agentschap in onze buurt had afgegeven. Wel was de bezorger vergeten een kaartje met juist die mededeling bij mij in de bus te stoppen. Gisteren was ik even bij dat agentschap. Ze konden precies opzoeken wanneer het pakje was aangeboden, maar nee, het was er niet meer. Na twee weken werd het weer teruggestuurd aan de afzender.

Gelukkig kon ik op Texel in de natuurwinkel weer een zakje Zweedse kruiden kopen. Ik heb weer voorraad.

Het lijkt er sterk op dat langzamerhand alles in onze samenleving gericht is op controle, indekken, beveiliging. We zien het onderwijs ten ondergaan aan ambtelijke controledrift. De mensen die er proberen te werken verzuipen in de administratie, wat ten koste gaat van de slagvaardigheid en de kwaliteit van het werk. Bij de huisarts en in de ziekenhuizen is het al niet veel anders: controle, controle en nog eens controle. Alles moet veilig en ik denk: zit dan in vredesnaam maar helemaal stil, beweeg je niet, verberg je dan ziet niemand je.

Nee, luister, je hebt gelijk, ik zeur een beetje. Wij hebben niet allemaal een wapen. Dat hebben hier naast de simpele pistooltjes van de politie, alleen de criminelen en die schieten alleen af en toe per ongeluk een niet crimineel dood.

Maar toch hè. Zeiden we niet ooit dat de pen het gevaarlijkste wapen is?

Nou? Waar ik nou heen wil?

Hier heen. Waarmee denk je dat al die stomme formulieren moeten worden ingevuld die door al die ambtenaren na binnenkomst op een grote stapel in een la worden gelegd.

Met al die pennen voor gebruik bij het invullen van formulieren winnen wij gemakkelijk de wapenwetloop van Amerika…

En met wachtwoorden natuurlijk, want als je eindelijk klaar bent met het invullen dan zit je daar achter je toetsenbord en je denkt eh… wacht… verdomme… wat was het ook alweer.

Wat u niet mag weten, we hebben na de oorlog twaalf miljoen Duitsers etnisch gezuiverd

Nou, nou, dit stukje journalistiek liegt er weer niet om. Ik heb het gedownload van de bedreigde niewssite 9fornews. Mijn conclusie? Ach, wat zal ik zeggen. Dat we belazerd worden wisten we wel, maar dat het zo erg was… Eerlijk gezegd zit het in mijn aard om altijd maar weer te hopen dat het meevalt. Niet dus.

Candace Owens heeft in haar podcast ‘Candace’, die wordt bekeken door miljoenen mensen, onthuld dat de geallieerden na de oorlog zo’n 12 miljoen Duitsers etnisch gezuiverd hebben. Ze baseert zich daarbij op een BBC-documentaire.

Kinderen werden opgesteld in rijen en neergemaaid. Vrouwen werden op brute wijze verkracht en velen van hen pleegden daarna zelfmoord. Dit waren geen nazi’s, maar christelijke burgers, benadrukt Owens.

Hitler wordt afgeschilderd als het grootste kwaad op aarde aller tijden, maar dat is feitelijk en statistisch gezien onjuist, zegt ze.

Eén van de ergste oorlogsmisdaden uit de geschiedenis

In 1986 stuitte wijlen schrijver James Bacque op bewijs – overheidsdocumenten, interviews en ooggetuigenverslagen – dat de Amerikanen aan het einde van de oorlog doelbewust miljoenen Duitse krijgsgevangenen hebben laten verhongeren. Dit kan worden gezien als één van de ergste oorlogsmisdaden uit de geschiedenis.

Hij schreef in 1997 zijn boek ‘Crimes and Mercies’ dat een bestseller werd. In dat boek onthult hij hoe in de periode 1945-1950 tenminste 10 miljoen Duitsers ‘en misschien nog wel miljoenen meer’ zijn omgekomen. Hij stuitte op bewijs dat de Amerikaanse overheid het Duitse volk doelbewust uithongerde.

Grote kranten en tijdschriften werden onder grote druk gezet om geen aandacht te besteden aan zijn boek. Hij werd afgeluisterd, zijn post werd onderschept en hij kreeg geen toegang tot archieven.

Bedrog

Hitler was een project van de Anglo-Amerikaanse bankiers. Toch worden de Britten en Amerikanen, door bedrog van de academische wereld en media, nog steeds geprezen als de grootste bevrijders ooit. Dat terwijl zij in werkelijkheid de grootste aarts-fascisten ooit zijn.

Truman Smith van de Amerikaanse inlichtingendienst interviewde Hitler al in 1922, en er werd besloten dat hij de charismatische aanstichter zou zijn van hun Tweede Wereldoorlog-project.

Vijftien jaar lang werd Hitler verzorgd, opgeleid, gefinancierd en beschermd door ‘kunsthandelaar’ Ernst Hanfstaengel, een elite-Amerikaan, regelmatige bezoeker van Londen en zijn vriend Franklin Roosevelt in het Witte Huis.

Helaas is het niet voor de eerste maal wat er op dit moment ten koste van onze gezondheid wordt geprobeerd. Reden om echt goed wakker te worden. Het onderstaande artikel heb ik weer geleend van Nine For News.

De vaccinatie-industrie is een Frankensteinmonster

De Giftige naald

Eleanor McBean was 13 jaar toen de Spaanse griep van 1918 de wereld teisterde. Haar ouders hielpen destijds veel mensen die er slecht aan toe waren. Ze waren zelf ongevaccineerd, maar kregen nooit de Spaanse griep. Haar ouders geloofden niet in vaccinatie, want ze zagen met eigen ogen dat alleen degenen die de vaccins kregen ziek werden en stierven.

Het bleef McBean in haar latere leven intrigeren waarom zo veel mensen die niet waren gevaccineerd geen griep kregen en mensen die wél gevaccineerd waren ziek werden. Na vele jaren onderzoek ontdekte ze dat vaccinaties niet beschermen, maar juist ziekte veroorzaken.

De vaccinatie-industrie is een zeer winstgevende industrie, maar het is nog nooit bewezen dat vaccineren voordelen heeft. Dit wordt alleen beweerd door de industrie zelf, door de overheid en door vele medici.

Vaccineren is een geloof, aldus McBean. Ze heeft al haar bevindingen in het boek, De giftige naald, vastgelegd, met gedegen wetenschappelijke onderbouwing en harde cijfers. Haar vele bronnen zijn indrukwekkend.

Vaccinatie is bloedvergiftiging

McBean levert in ‘De giftige naald‘ onomstotelijk bewijs voor het leed en de desastreuze gevolgen die deze industrie op haar geweten heeft. Het aantal doden en zieken gaat gelijk op met de stijging van het aantal vaccinaties, wereldwijd, al vele generaties lang. Als in een land polio of de pokken uitbrak, was dat vaak nadat er weer een vaccinatiecampagne was uitgerold.

McBean stoorde zich enorm aan de onwetenschappelijke beweringen van de medische autoriteiten. Volgens haar waren het ronduit leugens, waarbij artsen – uit onwetendheid of hebzucht – over lijken gingen. Een kogel in de rug zou minder laf zijn dan mensen misleiden zich met dodelijk gif te laten inspuiten, verzucht ze in haar boek.

Ze noemt de theorie dat vaccinaties – welke vaccinatie dan ook – kunnen beschermen tegen welke ziekte dan ook, de grootste medische leugen is. Het is de omgekeerde wereld, zegt ze. Je kunt ziekte niet genezen of preventief voor zijn door gif in te spuiten. Vaccinatie is bloedvergiftiging, stelt ze boud.

De geschiedenis herhaalt zich

Dit boek is ruim 70 jaar geleden geschreven. Vele passages lezen als dat het in de huidige tijd is geschreven. De geschiedenis herhaalt zich. Op dezelfde manier als ruim 100 jaar geleden wordt er angst aangejaagd. Er werd een tweedeling in de maatschappij gecreëerd. Mondkapjes werden verplicht. Er was zelfs van 1872 tot 1928 een vaccinatieplicht in Nederland dat voor het pokkenvaccin gold, net als in veel andere landen, terwijl nooit bewezen is dat het pokkenvaccin de pokken voorkwam.

Het aantal sterfgevallen aan ‘de pokken’ steeg nádat de massale vaccinatiecampagnes waren uitgerold, maar de medische autoriteiten, regeringen en de media ontkenden dat in alle toonaarden, omdat er zoveel geld mee verdiend werd.

Duizenden medici, auteurs en regeringsbeambten waarschuwden tijdens de wereldwijde pokken- en polio-vaccinatiecampagnes van de vorige eeuw voor de zwendel en fraude van de vaccinatie-industrie en de zeer ernstige gevolgen voor de gezondheid van de mens.

Velen van deze moedige, integere mensen werden bedreigd, gearresteerd, opgesloten, gecanceld, zwartgemaakt en soms vermoord.

Klinkt bekend?

Realiseer je je, zo gaat het al meer dan 200 jaar. De vaccinatie-industrie is al heel lang een van de meest winstgevende industrieën en haar macht wordt steeds groter. Steeds opnieuw wordt dezelfde truc uitgehaald:

  • Creëer een probleem in de vorm van een pandemie die vreselijke ziekte teweegbrengt;
  • De reactie is angst;
  • De oplossing is een vaccin, waar de mensen zelf om vragen.

Eleanor McBean bestudeerde voor haar boek vooral de periode 1885-1955. De gezondheid van de mensheid holde even hard achteruit als dat de vaccinatie-industrie zich uitbreidde. Deze trend zet zich tot op de dag van vandaag voort, ondanks de inspanningen van McBean en duizenden medici die waarschuwden voor wat McBean ‘een Frankensteinmonster van immense proporties’ noemt: de vaccinatie-industrie.

De meeste mensen hebben geen idee van de desastreuze effecten van vaccinaties – niet alleen de coronaprikken, maar letterlijk alle vaccinaties. Dit boek brengt daar verandering in. McBean heeft voor ons de feiten op een rijtje gezet, in de hoop dat ze ons op tijd wakker kon schudden en ze ons zou kunnen behoeden voor de ellende die zij in haar leven heeft gezien. Een nobel streven. Het tij is te keren, als we ‘nee’ zeggen.

Ja, en dan tenslotte: dit stukje heb ik eerder gepubliceerd, maar omdat ik zeker weet dat BigFarma nooit zal stoppen met het propageren van het gebruik van hun uiterst dubieuze producten die vaak schadelijk maar doorgaans nutteloos zijn en omdat ik al even zeker weet dat de leugenachtige strijd om zich te verdedigen tegen de terechte beschuldiging dat het hier gaat om genocide, massamoord dus, vind ik het nodig om nogmaals mijn lezers met de neus op de morbide feiten te drukken. Pas op mensen, BigFarma bestaat helaas en vormt met alle vertakkingen de grootste bedreiging van ons welzijn.

Gates volgende moordaanslag

Bill Gates en het WEF sproeien toxisch goedje op

De kans is groot dat je in Amerikaanse supermarkten een Apeel-sticker aantreft op groenten en fruit. Als je zo’n sticker ziet, loop er dan met een grote boog omheen.

Apeel is een door het World Economic Forum en Bill Gates gefinancierd product dat op groenten en fruit wordt gesproeid zodat de producten er goed uit blijven zien, ook al zijn ze niet meer vers. Het goedje mag ook op biologische producten gesproeid worden.

Kankerverwekkend

Apeel bestaat voornamelijk uit mono- en diglyceriden die worden gewonnen uit druivenpitolie. Die wordt bewerkt met ethylacetaat en heptaan, chemicaliën die bij herhaalde blootstelling ernstige schade kunnen veroorzaken aan organen. Dit beschermende laagje kun je niet van de producten wassen.

Mono- en diglyceriden bestaan uit glycerol, volgens het internationale agentschap voor kankeronderzoek IARC ‘waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen’.

Letterlijk gif

“Waarom sproeien ze letterlijk gif op ons voedsel?” vraagt Alison Steinberg van One America News.

Apeel maakt fruit naar verluidt rubberachtig. Video’s daarover worden veel bekeken op sociale media.

De tirannieke globalisten doen er alles aan om ons ervan te weerhouden een gezond leven te leiden, benadrukt Steinberg. “We mogen ze niet laten winnen.”

Over de auteur: Robin de Boer is economisch geograaf. Volg hem hier op Substack.

4.9

Energie en monopoly.

Dat het veel beter kan met de energie dat weten we allemaal natuurlijk diep van binnen wel. Dat het niet ideaal is telkens de energie aan de planeet te moeten onttrekken en daar vervolgens veel te veel voor te moeten betalen, dat weten we ook. Het argument, trouwens, dat die zogeheten fossiele energie op zou raken is een onzinnig argument. Het wordt gebruikt  om nieuwe, minder ideale, maar voor een kleine groep heersers profijtelijke plannen door te drukken. Dat zou eigenlijk zo langzamerhand tot de goegemeente moeten doordringen, maar helaas wordt het volk een ingewikkelde mist voor ogen geblazen. Zo ingewikkeld dat de meeste mensen al lang het moede hoofd hebben gebogen en maar jammerend offeren aan de energie woekeraars.

Het proces waardoor olie en gas diep in de aardbodem ontstonden gaat overigens nog steeds gewoon door. Opraken is dus niet het bezwaar dat er aan kleeft. Nog veel waanzinniger is trouwens de CO2 leugen, waarmee de bedenkers kans hebben gezien een belangrijk deel van de verstandelijk licht onderbedeelde bevolking te mobiliseren om door het met grote groepen blokkeren van verkeerswegen overheden te proberen te dwingen tot het nemen van nog dommere besluiten dan waartoe zij tot nu toe reeds door de lobby van uit de wereldelite gedwongen worden.

Te weinig mensen zijn zich er echter van bewust dat het energievraagstuk zoals het ons al honderd jaar wordt gepresenteerd een zorgvuldig leugenachtig op gigantische financiële winsten gericht verdienmodel is. In het begin van de vorige eeuw was er een geniale geleerde, Nicola Tesla, die bewees dat elektriciteit uit gratis natuurlijke bron gewonnen kon worden. Zijn onderzoek werd gefinancierd door buitengewoon gefortuneerde mensen. Toen Tesla echter duidelijk bewezen had dat elektrische energie gratis was en dat er mogelijk alleen kon worden verdiend aan de infrastructuur om het achter elke voordeur beschikbaar te maken, toen trokken Tesla’s financiers de stekker eruit en gingen over op datgene waarmee, zoals nu elke dag pijnlijk duidelijk is, fossiele bronnen, puur uit eigen belang, zulks tot diepe teleurstelling van Tesla, maar veel erger, zulks lijnrecht tegen het belang van de wereld bevolking. Stel je eens voor, de gulzige winstgraaiers hebben al zo’n honderd jaar begrepen dat de ideeën van Nicola Tesla de wereld schone energie van onschatbare waarde brachten, dan zouden we vandaag de dag in een prachtige schone wereld leven. Alle ontwikkelingen op energie gebied waarvan we nu nog niet eens kunnen dromen zouden nu gewoon bestaan. Dat het allemaal voor de hele wereldbevolking is tegengehouden heeft alleen te maken met het feit dat honderd volkomen egocentrische miljardairsfamilies het niet willen toestaan dat de hele wereldbevolking gelukkig, gezond en welvarend is, omdat ze dan – ja hoe crimineel, maar ook hoe onzinnig wil je het hebben – bang zijn dat ze de macht kwijt raken. Het is gewoon ziek.

Een treurig beeld heb ik hierboven geschetst. Door de ziekelijke hebberigheid van de wereldelite wordt echter de ontwikkeling van onze soort in hoge mate geblokkeerd. Voortdurend worden wij bestookt met het thema: Grenzen Aan De Groei. Voortdurend word ons er door de elitaire mensen die altijd bang zijn iets van hun bezit en macht kwijt te raken dat wij zuinig moeten zijn met de spaarzame middelen van ons planeetje. Eigenlijk wordt ons een ideaalbeeld voorgespiegeld van een groep suffe schapen die elke dag te eten en te drinken hebben en verder ook alles wat ze nodig hebben om een suffig, maar vooral probleemloos leven te hebben, een soort luie halfslaap zeg maar.

Maar daarvoor zijn we niet hier. Daarvoor leven we niet.

O, ik weet wel dat waarschijnlijk het merendeel van de nu levende mensheid met dat afdankertje genoegen zou nemen. De bedoeling die we aan het begin van ieders leven natuurlijk hebben is groei, en dan vooral groei in bewustzijn: weten, snappen wat we hier ook alweer komen doen, begrijpen dat we deel uitmaken van een oneindig universum, een oneindig bewustzijn ook. Opgesloten tussen prachtige mogelijkheden die door egoïstische anderen uit eigenbelang geblokkeerd worden kan nooit de bedoeling zijn.

Als we alleen al kijken naar de natuur op Aarde kunnen we maar één conclusie trekken: alles, planten dieren, mensen, alles dus wat op enig moment ontstaat probeert zich daarna te ontwikkelen tot meer dan het was. Het blokkeren van die ontwikkeling uit eigenbelang veroorzaakt onnoemelijke schade en leed.

Wij zijn gekomen met het mogelijk onbewuste plan om universele wezens te zijn. De rijke machthebbers zitten met hun vette welgevulde achterwerken op ons ontsnappingsluik.

Begrijp mij goed: ik pleit niet voor opstand maar voor intelligente ontwikkeling waardoor het rijke egoïsme zijn grip verliest.

Kom op mensen, je kunt het als je niet opgeeft.

Leven? Mij best, hoe vaak en hoe lang en vooral waarom?

Tja, misschien heb ik me dat op de drempel wel eens afgevraagd. Of misschien heb ik wel eens gedacht hoeveel onderwerpen ik kon bedenken die een mensenleven lang de moeite waard zouden blijven om het leven vol te houden. Ik kan niet beweren dat ik het antwoord op dit soort vragen onmogelijk kan weten, anders zou ik mij geen flarden van andere levens herinneren. Trouwens, ik schrijf hier expres andere levens en niet vorige levens, omdat volgorde iets van tijd in zich heeft en daar heb ik toch wat moeite mee.

Het taalgebruik vroeger was in sommige opzichten veelzeggender dan tegenwoordig. Zo zeiden we vaak als we spraken over iemand die overleden was dat hij of zij ‘uit de tijd’ was, daar mee eigenlijk uiting gevend aan de idee dat er na het sterven geen tijd meer zou bestaan. Hoe daar dan iets kon verdwijnen dat ooit was begonnen en een essentiële rol had gespeeld was eigenlijk een vraag die niemand stelde maar wel een gedachte die toch direct een bom legt onder het idee van het eeuwige leven. Eeuwig leven, zoals onder meer de Christelijke kerken hun gelovigen beloven, daar is toch iets mee, daar hangt een onuitvoerbaar denkpatroon aan. Volgens al die brave meelopers in de kerk ga je namelijk na je leven het eeuwige leven in en er zijn daarbij behoorlijk wat verzekerende beweringen tijdens je leven ingestampt dat het eenmaal over de sterfgrens heen allemaal heel lang – ja eeuwig eigenlijk – een heel stuk plezieriger gaat lopen dan voordat je eindelijk met dat leven kon stoppen.

Nu heb ik wel gemerkt dat eigenlijk niemand bij leven de mensen die hun werk in de geloofsgemeenschappen doen ter verantwoording roept, zo van: ‘Ja pastoor of dominee of broeder of zuster me zus en me zo, u beweert dat nou wel, dat het allemaal zo mooi wordt als ik er niet meer ben, maar heeft u geen brochure, want als ik daar eeuwig blijven moet dan wil ik toch wel een klein beetje inspraak hebben.’ Een onzinnige vraag, zoals iedereen waarschijnlijk zelf ook wel begrijpt. We horen ook vaak zeggen dat niemand er ooit van teruggekomen is om te vertellen hoe het daar is, maar dat is tegenwoordig niet meer onomstotelijk waar. Tegenwoordig hebben we veel verhalen van mensen die een kortere of langere periode lichamelijk dood zijn geweest of eigenlijk moet ik schrijven: mensen die gedurende een poos geen constateerbare biologische levensverschijnselen hebben vertoond en die geheel tegen alle verwachting in toch bewuste herinneringen aan juist die periode hebben. We spreken dan van een BDE of wel een Bijna Dood Ervaring.

Er zijn echter andere argumenten die onzinnigheid laten blijken van het geloof in een hiernamaals waar de eeuwige beloning voor een braaf en oppassend leven voor eeuwig in ontvangst genomen kan worden in de aanwezigheid van een goedkeurend glimlachende opperrechter. Het zit hem in twee dingen: het eeuwige karakter van het energetische wezen dat we zijn en de onveranderlijke wet van behoud van energie. Iets dat eeuwig is kan mogelijk op elke denkbare wijze van vorm, functie en richting veranderen, maar verdwijnen kan het geenszins. Vervolgens kan wat eeuwig is niet ophouden te zijn en dientengevolge niet begonnen zijn. Met andere woorden: wij hebben door het verschijnsel dat biologisch leven zich afspeelt als een golfbeweging die zich afwisselend afspeelt in een vrije vorm en in een geconcentreerde stoffelijke vorm met een vernauwd, beperkt bewustzijn, de vorm die wij leven noemen te onderscheiden van de toestand die wij de negatieve connotatie “de dood” hebben meegegeven.

Misschien moeten we gaan begrijpen dat ons eeuwige en onvernietigbare wezen de twee toestanden omvat die we kennen als het leven en de dood en die waarschijnlijk het best gezien kunnen worden: het leven als één enkele toon die wordt voortgebracht door het volmaakte eeuwige orkest met oneindig veel frequenties. Tekens weer die kleine persoonlijke solo willen spelen en dan weer terug deel uitmaken van dat eeuwige volmaakte orkest. En misschien af en toe experimenteren met dissonanten in de solo’s of prachtige nieuwe combinaties, toch?

Waar loopt de breuklijn?

Soms verbaas ik mezelf over de ogenschijnlijk onafzienbare reeks van verschillende onderwerpen waarover ik steeds weer het onbedwingbare gevoel heb iets te moeten schrijven. Waar die drang vandaan komt weet ik werkelijk niet. Ik vermoed dat de bron ligt in een onbenoembaar gebied in de nacht. Enfin, misschien herken je het.

Af en toe word ik wakker met wel heel beklemmende onderwerpen. Zo werd ik gisteren – en vandaag eigenlijk weer wakker met de term Satanisme. Als mij zoiets gebeurt – eigenlijk gaat het altijd zo, dan word ik wakker met een soort vraag-gevoel van: wat is dat eigenlijk.

Uiteraard of misschien niet uiteraard maar meer ‘moet je horen wat ik nu toch gelezen heb,’ las ik laatst een artikel geschreven door, of in elk geval over de Hollywood ster Angelina Jolie, over de satanische praktijken die zich in het Hollywoodse filmwereldje afspelen.

Ik moet zeggen dat mijn nekharen ervan overeind gingen staan. De meeste gewone, gezonde mensen kunnen zich daarvan waarschijnlijk geen voorstelling maken en misschien is dat maar goed ook. Anderzijds heb ik in mijn inmiddels al vrij lange leven geleerd dat totale afwijzing zonder te snappen waarover het gaat tot ongewilde en ongemerkte beschadiging van je eigen geestelijke gezondheid kan leiden of in elk geval tot bot onbegrip en vervolgens haat. En aangezien we van haat al genoeg in de wereld hebben vond en vind ik dat ik maar moet proberen te begrijpen waar het in het satanisme om gaat een waar in het denken van de satanisten misschien de trein in mijn beleving uit de rails loopt.

Daar zat ik dan dus, vanmorgen weer, wel een kwartier lang op de rand van mijn bed en ik dacht: volgens mij is het kernwoord van het satanisme zowel als van het tegenovergestelde, waarvoor ik zo vlug geen naam kan verzinnen – of ja, toch wel – de compassionaliteit – een zuivere tegenstelling voortkomend uit een bron van universele eenheid. Om het begrijpelijk te maken moet ik mijn eigen keuzen in het leven duidelijk maken. Waar het om gaat is mijn definitie en invulling van dat wat ik benoem als werkelijkheid, daarbij geholpen door een oude Engels kinderliedje:

Row, row,row you boat gently down the stream, Merrily, merrily, merrily, life is but a dream.

Zo op het eerste gezicht geen tekst met een inhoud die tot diepe bespiegelingen uitnodigt, maar pas op. De film industrie heeft ons in de afgelopen jaren wat kijkvermaak gebracht met een duidelijke uitnodiging om de diepte in te gaan: films op basis van het onderwerp “the matrix”, een onderwerp dat overigens sterke verbindingen vertoont met de wereld van de theoretische fysica. Het gaat namelijk over de kenmerken van de werkelijkheid. En of dat nu wel de werkelijkheid van ons allemaal is of dat het een persoonlijke beleving betreft, waarbij de gedachte dat het anders is dan “Ik Ben Die Ben” en mogelijk bestaat en wellicht een aardig mentaal spel is dat evenwel geheel voor eigen kosten en risico gespeeld kan worden. Want als het leven dan een droom is, dan is er buiten die droom zo lang je een zich taai voortslepend leven hebt af te maken verdomd weinig te beleven. Het is dan eigenlijk iets waarover we lang en diepzinnig kunnen kletsen, maar ten aanzien waarvan de reikwijdte nimmer verder lijkt te liggen dan de uiterste binnengrenzen van het eigen bewustzijn. Sterker nog: het bestaan van andere mensen en trouwens van al het andere moet wel op persoonlijke aannames berusten omdat meer of daarbuiten, of hoe men het ook omschrijven wil op geen enkele wijze te bewijzen valt. Men zou kunnen zeggen: hoe meer men aanneemt – gelooft kan men ook zeggen – hoe meer werkelijkheid men lijkt te ervaren.

Dit geschreven hebbende keer ik weer terug tot de mij deze – en trouwens ook andere dagen confronterende bedrand probleemstelling, namelijk: wat is satanisme en wat is dan de logische tegenstelling: compassionaliteit?

Om te beginnen kom ik er niet om heen beide uitgangspunten legitiem te verklaren. Beide termen vertegenwoordigen een totale levenshouding gebaseerd op diep gevoelde overtuigingen. De meeste mensen zullen echter er wel voor waken om één van de beide levenshoudingen als uniek en enige aan te hangen. Laten we om te beginnen maar eens kijken hoe het idealiter de compassionele mens zou kunnen vergaan. Als hij geestelijk volledig tot rijping is gekomen zal hij weten en ervaren dat hijzelf zijn enige werkelijkheid is, omdat hij nu eenmaal niet buiten zijn bewustzijn kantreden en waarnemen. Hij beseft dan dat alle andere mensen in zijn bewustzijn levensechte producten van zijn eigen schepping zijn. Al het andere trouwens ook. Kan een levend bewustzijn dan zo oneindig veel scheppen? Blijkbaar wel want het creëren en vervolgens ontdekken van nieuwe bewustzijnsinhouden gaat het hele leven door.

De compassionele mens beseft intuïtief dat andere mensen zich in zijn eigen bewustzijn gevormd hebben en dus deel van hemzelf zijn. Daarmee beseft hij ook dat een ander kwaad berokkenen neerkomt op zelfmutilatie, zelfbeschadiging. Als je een deel van jezelf kwaad doet of beschadigt beschadig je automatisch jezelf. Dit klinkt natuurlijk heel braaf en ideaal en de gemiddelde normaal compassionele mens zal van tijd tot tijd vertwijfeld roepen dat er grenzen aan zijn (zelf) tolerantie zijn, zodat hij het op het eerste gezicht toch wat eenzame besef van het universum van het bewustzijn te vormen voor een ogenblik kan vergeten.

Gewoon normale mensen dus met een gezond saamhorigheidsgevoel.

Nu moet ik dan uiteindelijk de aandacht aan het satanisme geven die het verdient, omdat het de bepalende tegenstelling vormt van de compassionaliteit. Voor de duidelijkheid nogmaals: de compassionele beseft dat hij alleen is in zijn universum en creëert binnen zijn bewustzijn levensechte gelijken en gelijkberechtigde en geliefde levensvormen en heeft er plezier in even goed voor die anderen te proberen te zijn als voor zich zelf.

De satanist beseft even scherp als de compassionele dat hij initieel alleen is in zijn werkelijkheid en besluit zijn gelukservaring niet te verbinden van de gelukservaring die hij weerspiegelt ziet in wat hij waarneemt aan geluk en welbevinden bij de in zijn bewustzijn zelfgeschapen medemensen, maar te gaan voor de hoogste lichamelijke gelukservaring die een mens kan beleven: het totale orgasme. De satanist zal er alles aan doen om dit zo vaak mogelijk te bereiken. Hij deelt met de compassionele mens de overtuiging dat hij de autonome schepper van zijn eigen werkelijkheid is en dus volledig verantwoordelijk daarvoor. Het verschil zit in de keuze van het harmoniemodel. De satanist kiest voor de meest eufore beleving van de eigen persoonlijke werkelijkheid wellicht naar eigen smaak gelardeerd met allerlei rituelen die per definitie bedoeld zijn om genotsgevoel te genereren en te versterken. Kenmerkend voor het satanische genot is dat niets verboden is om het op te wekken, waardoor het mogelijk is om het hoogste genot op te wekken door te martelen, te kwellen of zelfs te doden. Handelingen die door de hele compassionele samenleving als diep zondig worden gezien.

De bedoeling van dit artikel is evenwel niet uit te maken en vast te stellen wat goed is en wat kwaad, wat mag en wat niet. Bij een dergelijke vaststelling gaat het om ieders persoonlijke ervaring met de bepaling van de ervaren gedragsregels – en grenzen.

Ik kom echter onvermijdelijk aan een barrière. De compassionele mens zal met een gerust hart – waarschijnlijk zelfs zonder erover na te denken spreken over zijn levenshouding en over de wijze waarop hij dienovereenkomstig gewoonlijk handelt. Anders is dit bij de satanisten die de uitingen die verband houden met hun levenshouding reserveren voor het privé leven, dan wel tot bijeenkomsten waarbij satanisten onder elkaar zijn. Zij belijden hun levenshouding niet openbaar. Kennelijk hebben ze uit ervaring ofwel uit eigen inzicht de opvatting dat hun satanistische gedrag buiten de waarneming van niet satanisten plaats moet vinden.

Geen ervaring hebbend met satanistisch handelen of gedrag zie en ervaar ik dat het een vorm van omgaan met de standaard maatschappelijke gedragsnormen betreft die door de overgrote meerderheid der mensen als verwerpelijk en onwenselijk wordt gezien.

Wel kan gesteld worden dat de satanist het eigen welbevinden en het eigen genot als hoogste doel in het leven ziet, waar de compassionele mens het hoogste genot als voortkomend uit de gezamenlijkheid kent.