E=mc2

De formule die Einstein bedacht en die betekent dat de elektromotorische kracht (E) gelijk is aan de betreffende massa (M) maal het kwadraat van de lichtsnelheid (300.000 kilometer per seconde). Die formule maakt het dus mogelijk uit te rekenen hoeveel energie gaat zitten in materie. Waar het op neerkomt is dat er in materie, een speciale presentatie van energie, ontzettend veel vrije energie gaat zitten. De oorspronkelijk vrije energiegolfjes, die je samen ook bewustzijn kunt noemen, Lopen dan niet meer vlak, maar draaien om hun as, een enorme inspanning om daardoor voornamelijk op één plaats te zijn en zich te manifesteren als materie die bovendien ook nog eens op een min of meer permanente manier samenhangt, zwaartekracht, het kenmerk van massa. Van de allergrootste tot de allerkleinste voorwerpen in dit universum houden energie in deze rondtollende vorm vast. Gigantische hoeveelheden energie moeten op deze wijze vast zijn komen te zitten. Komt die energie nou in de natuurlijke vorm ooit nog vrij, vraag je je misschien af. Persoonlijk weet ik eigenlijk maar één gelegenheid waar de ronddraaiende massaenergie weer vrij komt. Dat is eigenlijk ook nog min of meer toeval. Ooit, vele jaren geleden las ik in een tijdschrift een artikel onder de titel: De Ziel weegt 21 gram. Deze constatering van een arts is aan alle kanten aangevallen. Het verhaal ging oorspronkelijk ook maar over zes stervende patiënten die met bed en al op een gevoelige weegschaal waren gereden en bij wie er plotseling 21 gram verdween op het moment van overlijden. Uiteraard vraag je om felle tegenspraak als je begint wetenschap en esoterie te vermengen. Dat zijn we namelijk niet gewend dus dat willen we niet geloven. Maar toch, ik ben nu eenmaal een fantast en een dromer, vond ik de stelling interessant genoeg om er eens een beetje aan te gaan rekenen. Ik dacht stel nu eens dat ons lichaam tijdens ons leven energetisch bijeen gehouden wordt en dat die energie plotseling niet meer nodig is als je dood gaat. Ik zeg niet dat het zo is, maar het zou kunnen.                                  Hoe dan ook, ik kwam tot een berekening door middel van de Einstein formule: E=mc2. Nou, daar gaat-ie dan: Vrijkomende kracht is 21×300.000×300.000= 90.000.000.000 gram = 90.000.000 kilogram, een alleszins respectabele hoeveelheid massa-equivalent. En dat zou, in mijn dromerige fantastische redenering de hoeveelheid energie zijn die in een al dan niet georganiseerde vorm vrij komt als wij sterven. Nou ja zeg, of dat nou de energetische massa van onze eindelijk weer vrijkomende ziel is weet ik natuurlijk niet, maar als dat niet zo is, dan komt 21 gram energie op Aarde toch aardig overeen met de energie van een flinke atoombom. Nou laten we eerlijk zijn, geweldige explosies heb ik bij een sterfgeval eigenlijk nooit waargenomen. Die 21 gram moet dan wel iets anders wezen. Misschien dan toch maar de ziel? Ja, en dan te bedenken dat er tegenwoordig zoveel te doen is over bijna dood ervaringen. Wie weet wat er allemaal nog te beleven is als je met je uiteindelijke restje van 21 gram massa-equivalent in het hiernamaals aankomt. Uit de hier bovenstaande berekening blijkt wel dat hier op Aarde 21 gram misschien een te verwaarlozen kleine hoeveelheid is, maar dat dat zelfde minimale gewicht in de berekening van Einstein beslist indrukwekkend is. Er is hoop mensen!

Bemenst hologram.

Ooit zag ik een keer een spannende sciencefiction film met Arnold Schwarzenegger in de hoofdrol. Hij was toen op listige wijze in een soort hypnotische trance gebracht en dacht dat hij heel iemand anders was dan hij in werkelijkheid was. Op een gegeven moment ontwaakte hij echter uit die trancetoestand en ontdekte wat er werkelijk – nou ja in die film dan – aan de hand was en belandde op Mars waar de noodzakelijke atmosfeer door criminele beheerders werd vast gehouden waardoor voor elke ademhaling moest worden betaald. De grote sterke wreker Schwarzenegger maakte in deze film een einde aan dit criminele misbruik, maar waarom het hier eigenlijk gaat is de manier waarop het eindspel in deze film verliep. We zien daar namelijk Schwarzenegger een techniek verwerven waarbij hij naast zijn lichamelijke verschijning tevens gebruik kan maken van een hologram dat visueel als twee druppels water lijkt op de echte Schwarzenegger, maar dat niets blijkt te zijn bij aanraking. Door middel van een flink aantal bedrieglijke in hologramvorm verschijningen weet hij uiteindelijk zijn doel te bereiken en krijgt – alleen in die film natuurlijk – Mars een heel prettige dampkring terug.

Dat hele verhaal bracht mij echter op een idee betreffende de raadselachtige witte bollen die vaak worden gezien in onze atmosfeer en die van buitenaardse afkomst lijken te zijn. Ik heb daarover de volgende theorie. Goed begrijpen: ik heb geen enkel bewijs voor mijn stelling, behalve dan dat wij in ieder geval hologrammen hebben die zelfs in de lucht geprojecteerd kunnen worden. Mijn theorie is de volgende: stel nu dat een hologram als idee met gedachtekracht, dus onbeperkte snelheid kan reizen. Dan hebben we in elk geval niets te maken met lichtjaren afstand, want de gedachte kent geen lichtsnelheid. En stel nu ook eens dat wezens die toch wat verder geëvolueerd zijn dan wij hun bewustzijn in zo’n hologram kunnen programmeren. Dan kunnen zij dankzij de onbeperkte snelheid van de gedachte op elk door hen gewenst moment aan onze planeet een nieuwsgierig of anderszins nuttig bezoek brengen. En stel nu eens dat die “mensen”, ja zo noem ik die wezens uit onze toekomst maar, dat eigenlijk al eeuwen doen. En stel nu eens dat ze de les hebben geleerd van de ongelukkige en volkomen mislukte ingreep indertijd van de Anunnaki. Dat ze nu alleen maar steeds komen zien of we eindelijk tot ons gezonde verstand zijn gekomen en ophouden met voortdurend die achterlijke oorlogen te voeren en verder alle criminele en smerige duivelse rotstreken ook uit ons hoofd laten. Ja stel nou eens dat ze wachten tot dat eindelijk zo is en als dat eindelijk gebeurt, dat we dan worden uitgenodigd om toe te treden tot de galactische vereniging van beschaafde volkeren. Nou, wat denk je? Dat zou toch fantastisch zijn. Vrije energie kunnen hebben, niks gas en aardolie, laat staan steenkool. Weten dat het hele universum gevuld is met vrije energie en weten hoe dat gebruikt kan worden. Nou ja, dan zou dit aardse tranendal ooit nog eens veranderen in een paradijs op Aarde.        Of ik een fantast ben? Ja, een dromer en fantast, maar mijn vader zei altijd: ‘Peter, als je iets kunt fantaseren kan het ook bestaan’. En dat was de waarheid naar het oordeel van de man die de tweede wereldoorlog na zesendertig patrouilles in een Utillty class onderzeeërtje in de Middellandse Zee had overleefd en door ervaring dingen wist die wij niet kunnen weten. Ja, vreemd he? Ik had een wijze oorlogsvader.

Dat is wel weer toevallig, toch? Gaat over kanker.

Vorig jaar, of misschien nog langer geleden schreef ik een blog over het mogelijk kankerverwekkende karakter van parasieten die in ons lichaam leven. Ik dacht toen dat ik dat zelf verzonnen had, maar ideeën bewandelen vaak een grote omweg – je zou bijna denken dat het magisch is – en komen op grote afstand in tijd en ruimte vaak weet tot leven. Ik schreef toen een beetje gekscherend dat de parasieten die in ons lichaam leven geen eigen bruikbare sanitaire voorzieningen hebben en dat ze derhalve maar overal poepen en pissen waar ze zijn en dat ik vermoedde dat hun excreten (afvalstoffen) weleens kankerverwekkend konden zijn en dat – en voor BigFarma ga ik daar vrij ernstig op een zere teen staan – veel kankersoorten eenvoudig genezen kunnen worden door anti parasitaire middelen in te zetten. Uiteraard kreeg ik daarmee weer heel weinig enthousiaste volgers, want elke vorm van kanker is sinds jaren door de officiële geneeskunde, de Rockefeller aanhangers zal ik maar zeggen, een gebied waar eerbiedig door de gewone man alleen maar voor gedoneerd mag worden. Met ander woorden, als je denkt ook iets te weten, hou dan in vredesnaam je mond of riskeer dat je onsterfelijk en heel professioneel belachelijk wordt gemaakt.

Nu lees ik op Ninefornews een artikel over een Russische professor, v.v.Alpatov, die in oktober 1950 een artikel gepubliceerd zou hebben over de relatie tussen endoparasieten (parasieten die in ons lichaam leven en zonder te betalen meegenieten van al het aanwezige) en kwaadaardige tumoren.

Nou kijk, dat is nu precies wat ik in mijn tamelijk recente blog beweerde. Ik stelde en ik herhaal dat misschien niet alle vormen van kanker bestreden kunnen worden, maar wel veel, door simpelweg antiparasitaire middelen in te zetten en de parasieten in je lijf uit te roeien. Die middelen zijn er namelijk al.                                                                                                     Voordelen? Ze zijn niet duur. Bij apotheek en vaak ook bij dierenartsen zijn ze te krijgen. Er komen geen chemotherapeutica of bestralingen, laat staan operaties aan te pas. Nee, luister nou… Ik zeg niet dat al die officiële geneeskundige ingrepen niet moeten, maar probeer nou eerst eens die parasieten op te ruimen. Dat we dan te laat zijn met de echt noodzakelijke behandeling? Dat lijkt mij een argument dat is een dreigement dat komt uit de reclamewereld.

Helpen? Doe maar niet.

Veruit de meeste internationale hulp heeft een zekere mate van eigenbelang in zich. Dat eigenbelang gaat dan op den duur meer prevaleren dan oorspronkelijk bedoeld en voor je het weet hebben we weer te maken met al dan niet koloniale uitbuiting.                            Het klinkt misschien wat eigenbelangelijk en dat is het ook. Wij, de aardmensen zijn namelijk op die manier begonnen. Ja, daar kijkt u van op nietwaar. Goed, laat me het zo uitleggen: voor de mens zijn gestalte kreeg, homo erectus, waren er homoniden, mensapen dus. Al meer dan honderd jaar wordt er tevergeefs gezocht naar de tussenvorm, de overgangsvorm, waarin we zouden kunnen herkennen dat die aap-achtigen enigszins menselijk geworden zou zijn. Vaak is er ook wel iets gevonden dat daarop lijkt, maar dat is dan bijvoorbeeld een enkel exemplaar en niet een hele groep die als soort aangemerkt kan worden.

De tot nu toe op grote schaal ontkende en zelfs belachelijk gemaakte theorie is die waarin de hier levende homoniden, een geschikt deel ervan in elk geval, door buitenaardsen gebruikt zou zijn om genetisch te verbeteren door gen-manipulatie. Toch is het erg vreemd dat de ontwikkeling van onze soort in zo korte tijd heeft plaats gehad, terwijl de ontwikkeling bij de soorten die we nu als homoniden kennen eigenlijk nog steeds niet heeft plaatsgevonden. Met andere woorden, de natuurlijke ontwikkeling duurt veel langer. Ik ben dan ook van mening – en daarin sta ik lang niet alleen – dat er bij de ontwikkeling van onze soort is ingegrepen.

Wat ik nu ga vertellen heb ik niet van mijzelf. Allerlei boeken en overleveringen vertellen het verhaal van het volk, de Anunnaki, dat hier kwam om goud te zoeken dat om hun eigen redenen voor hun eigen planeet, Niburu, nodig was. Verteld wordt ook dat ze hier zo’n veertigduizend jaar hebber rondgelopen. Dat ze op een gegeven moment niet meer zelf het goud uit de bodem wilden halen en dat de meest wetenschappelijke, Enki, van hun toen door middel van genetische manipulatie, maar met gebruikmaking van hun eigen vrouwen als draagmoeders, de hier aanwezige homoniden hebben verbeterd. Met andere woorden, wij zijn gemaakt, anders was het nooit zo snel gebeurd. Toen het eenmaal gelukt was en toen er uiteindelijk meisjes en jongens waren hebben een aantal van hun in onze ogen reusachtige mannen zich vergrepen aan de mensen meisjes. Dat staat dan weer in de Bijbel: Genesis zes vers twee. Dat daar ook kinderen van kwamen die vermeld zijn als de geweldigen is hier een aardige extra vermelding.

Twee belangrijke namen komen in het verhaal van de Anunnaki naar voren: Enki, de man die de leiding had bij onze ontwikkeling en Enlil, de tamelijk kort aangebonden leider die oorspronkelijk helemaal niet had gewild dat er ook vrouwtjes mensen kwamen. Hij werd echter overtuigd met het argument dat het anders veel te lang zou duren voordat er voldoende werkers voor de goudmijnen waren.

Nou ja, we weten dat het allemaal uit de hand is gelopen. Op een gegeven moment waren wij in de ogen van Enlil met veel te veel en deden bovendien allerlei seksuele dingen met dieren die in de ogen van de Anunnaki absoluut contraproductief waren. Kort en goed: Enlil besloot dat het afgelopen moest zijn. Hij ging de hele mensen populatie vernietigen. Dan moet je denken aan allerlei plagen als dodelijke ziekten en, niet te vergeten, de zondvloed. De apen die er natuurlijk nog waren moesten dan zelf maar zien dat ze na enkele miljoenen jaren muteren ook een soort mensen zouden worden. Hij had echter buiten de trots van een van de medewerkers van Enki gerekend. Wij kennen hem uit de Bijbel als Noach. Hij heette natuurlijk anders, maar dat doet er niet toe. Deze man vond het zonde en jammer om de inmiddels toch al een paar duizend jaar bestaande mensen zo maar weer te vernietigen. Hij bedacht een plan om in elk geval voldoende mensen te redden om het genetische resultaat zeker te stellen. Enlil moet dat knarsetandend van woede hebben gadegeslagen. Maar goed. In dat o zo illustratieve vers drie in Genesis zes zegt God, die in werkelijkheid Enlil heette, dat hij niet tot in de eeuwigheid zou blijven strijden met de mens, maar dat de dagen der mensen geteld zouden zijn op honderden twintig jaren. Wij, de mensen konden dus in het aller gunstigste geval honderden twintig jaar leven. Dat klopt ook en het lijkt heel wat, maar die Anunnaki die ons hadden gekweekt met gebruikmaking van hu eigen DNA konden zelf een paar duizend jaar oud worden. Wij werden dus afgescheept met een onacceptabele beperking. Nou ja, daar moet je in de encyclopedie het verhaal over telomeren maar eens op nalezen, een klein aanhangseltje van het DNA dat bij hun steeds vernieuwde en bij ons niet. Eigenlijk een rotstreek wat ik hen nog steeds kwalijk neem. Trouwens, een tot nu toe ongepubliceerd boek van mij: “Eternal Mitosis”, gaat daarover.

Zoals je nu waarschijnlijk wel begrepen hebt was de hulp die wij van de Anunnaki kregen eigenlijk puur eigenbelang. Eerlijk gezegd zie ik het overgrote deel van de ontwikkelingshulp die hier op Aarde gegeven wordt zich geheel volgens datzelfde principe gaan. Wat zit er voor ons in als we daar hulp geven. Dat is echter geen hulp, dat is gewoon handel gericht op winst. En dan zeg ik: ‘helpen? Doe maar niet’.