Eternal Mitosis

Nieuwe roman.

Zojuist heb ik mijn nieuwe roman, Eternal Mitosis, naar een uitgever gestuurd. Maar toen ik dat deed bedacht ik ook dat het misschien wel aardig zou zijn als ik via  dit blog kan laten weten dat er weer een nieuw boek van mij kan verschijnen, als de uitgever het tenminste wil nemen.

Het verhaal:

Het gaat dit keer over gezondheid en over de oude droom van de mensheid namelijk om heel lang, zo niet eeuwig, te leven. Onze lichamen zijn daarop echter niet ingericht. Zelfs de Bijbel meldt in hoofdstuk Genesis 6 in een van de eerste verzen dat het leven van de mens ultimo beperkt is tot honderden twintig jaar. Nou zul je misschien zeggen: maar dat is toch fantastisch. Dan zeg ik ja, maar dan ben je wel heel erg oud en mogelijk gebrekkig, want de afbraak van onze jeugdigheid begint al als we vijf en twintig zijn. Een lange, langzame en vaak teleurstellende neergang, niet waar. Nou goed, ik heb op grond van mijn vroegere activiteiten als chiropractor en natuurgeneeskundig therapeut enige medische kennis en ik heb uitgezocht dat die langzame afbraak van ons lichaam en onze gezondheid te maken heeft met de reproductie, het vervangen dus, van onze lichaamscellen. Als een cel oud is moet hij vervangen worden. Ons DNA wordt dan nauwkeurig gekopieerd en er wordt een nieuwe cel gevormd. Voor dat kopiëren zijn echter stukjes nodig die de boel netjes tegen elkaar houden om een precieze kopie te maken. Aan weerszijden van het DNA zitten dat stukjes die geen erfelijke informatie bevatten, maar die uitsluitend bedoeld zijn om de oude en de nieuwe molecuul netjes tegen elkaar te houden. Telomeren heten die stukjes. Het zou allemaal eeuwig goed gaan als niet bij het maken van elke nieuwe cel er zo’n stukje afbrokkelt. Je hebt er een heleboel van hoor, maar ze raken op een gegeven moment wel op en slordig tegen elkaar gehouden DNA wordt niet overgeschreven. Met andere woorden, het lichaam moet het met steeds minder nieuwe cellen doen. Dat noemen we veroudering. Geloof me maar. Ik weet wat dat is, want ik ben intussen vijfentachtig en dat is goed te merken. Nu zijn er echter een paar plekken in het lichaam waar die telomeren weer aangroeien. Dat zijn de geslachtscellen en de stamcellen. Dat is maar een heel klein deel van ons lijf. Daar waar dat gebeurt komt dat door dat er daar een bepaald enzym wordt gemaakt, telomerase. Als dat nou overal het geval was dat werden we niet zo snel oud. Oh ja, er is natuurlijk veel meer dat kapot kan, maar als zieke en vermoeide cellen altijd door nieuwe worden vervangen gaan we echt veel langer mee zonder ouderdomsverschijnselen. Dat laatste is natuurlijk cruciaal, want wat heb je eraan als je een paarhonderd jaar oud wordt en je moet je moeizaam in een rolstoel voortbewegen?

In dat nieuwe boek van mij heb ik het over een paar wetenschappers die een injecteerbare vorm van dat telomerase hebben uitgevonden. Natuurlijk zijn er weer een hele boel verwikkelingen omheen, vaak misdadig. Ja, het is al met al wel een spannend boek geworden, vind ik zelf. Enfin, je moet het zelf maar lezen. Eternal Mitosis heet het. Dat betekent eeuwigdurende celdeling, maar dan wel gezond en niet woekerend zoals bij kanker.

Wanneer het uitkomt? Geen idee. Het ligt net ter beoordeling bij een uitgever.

Ik ben oké, jij bent oké

Ik was vermoedelijk nog hoofd van een basisschool in Weesp toen dit boek, Ik ben oké, jij bent oké van psychiater Thomas Harris mijn aandacht trok. De school waar ik werkte in Weesp, een kleine provincieplaats, was een echte volksschool. Er konden ook, zelfs in die tijd voor de mobiele telefoons en dergelijke, soms ernstige onenigheden ontstaan onder met name de jongens. Om mijn schoolhoofdelijke taken naar behoren te kunnen vervullen was ik een dag in de week vrijgesteld van lesgeven aan een klas en kon ik in mijn kantoor me bezig houden met de extra taken die het schoolhoofd nu een maal boven op de lestaak te vervullen heeft. Daar had je bijvoorbeeld het organiseren van een buitenschoolse excursiedag voor elke klas apart – dat waren er dus zes – en de administratie en inkoop van de leermiddelen, het onderhouden van de contacten met het gemeentebestuur, doorgaans via de afdeling onderwijs bij de gemeente. Vaak kwam er echter het bijwonen van bepaalde gemeenteraadsvergaderingen in de avonden bij. Advies werd er van mij verwacht bij de nieuwbouw van scholen in een nieuwe wijk.               Al met al had ik een druk bezet leven, waarin ook het contact met de andere collega schoolhoofden een rol speelde en dat vaak ook na schooltijd of in de avonden zijn beslag kreeg.

De aard van de bevolking van mijn school was, laat ik het voorzichtig uitdrukken, toch vaak een beetje in de sfeer van: ‘ik heb gelijk en als je het niet met me eens bent kun je klappen krijgen’. Vechtpartijtjes kwamen voor maar de grootste belhamels hadden wel ontzag voor pure kracht. Ach, in dat verband herinner ik me nog een op het eerste gezicht onbetekenende gebeurtenis. Er was een onderwijzer die breed geschouderd en verder nog al stevig was. Volgens de jongens, die hem onder elkaar Arie noemden, was hij heel sterk. Op een dag, waar de boefjes van de school om heen stonden deed ik iets, waarvan ik wist dat ik het kon winnen. Met die onderwijzer ging ik daar een potje armworstelen, een krachtproef die uiteraard in welwillende vriendschap verloopt. Ik ben altijd heel sterk in mijn armen geweest en dat wedstrijdje won ik dan ook. Ik herinner me nog levendig dat ik de belhamels toen met ontzag zich hoorde verwijderen en hoe ze tegen elkaar zeiden: ‘jesus hé, hij is nog sterker as Arie’. Tja in sommige gemeenschappen kun je op die manier ook je gezag bevestigen. Mijn persoonlijke voorkeur is echter altijd uitgegaan naar het werk van die psychiater Harris en zijn verhaal: ik ben oké, jij bent oké.

Als ik nu na al die jaren – het waren de zeventiger jaren van de vorige eeuw dat ik de bovenmeester van dat Weesper schooltje mocht zijn – nog eens over mijn schouder naar ons gezamenlijk verleden kijk, dan zie ik politiek en maatschappelijk geen andere houding dan: ‘ik ben oké en jij bent niet oké’. Of ik nu kijk naar onze nationale politieke haarkloverijen of ik beschouw het grotere verband in Europa tegenover Rusland en de dodelijke strijd die Oekraïne geheel dreigt te verwoesten, het is allemaal Wij zijn oké, wij hebben gelijk en zij zijn niet oké, zij hebben ongelijk. Het levert helaas een ongelijke strijd op die al vele duizenden levens heeft geëist en die uiteindelijk wel moet eindigen in een verongelijkte conversatie met zwaar geblutste koppen waaruit tenslotte zonneklaar zal blijken dat die ander, die vijand, die tegenpartij op zijn eigen manier al die tijd ook oké was, waarbij we tot onze schande moeten bekennen dat ook deze keer de oorlogsstokers weer uitsluitend op eigen gewin uit waren en dat we ons weer allemaal hebben laten bedriegen. Wanneer gaan we dit nou eens eindelijk leren. Dan leven we langer, gezonder en tevredener.