Keuze

Natuurlijk hebben we ten alle tijden die keuzemogelijkheid. Niet dat de door mij beoogde keuzeknop nu al voor iedereen beschikbaar is. Dat zou al te gemakkelijk zijn. Ik ben er echter van overtuigd dat laten we zeggen soortgelijke wezens als wij in een verder geavanceerde fase er inmiddels voor gekozen hebben om minder wanordelijk dan onze specimen met tijd van leven om te gaan en dat daar, in die levensvorm de keuze al snel begon te vallen op een minder spilzieke levensvorm, waarbij een ruimschoots langere levensperiode het ook mogelijk maakt om op een weloverwogen manier een maatschappijvorm te creëren waaraan de deelnemers gezamenlijk genoegen beleven, waarin de beschikbaarheid van de hogere, eventueel spirituele eigenschappen meer en meer tot zijn recht komen. In dat licht gezien kan van ons sterven misschien gezegd worden: ‘leuk hoor, je mag de hele winkel bekijken en alles betasten en besnuffelen wat er bijvoorbeeld ook in stoffelijke levensvormen te gebruiken valt. Je moet dan echter nog wel een poosje flink door oefenen, anders maak je het toch elke keer maar kapot.

Een meer gewenste instelling zou ontstaan wanneer steeds meer mensen de keuzemogelijkheid hebben ondervonden van telomeren verlengging. Wat doe je met een dergelijk lang en gezond leven. Werk je – of werk je samen aan een project dat de normale levensduur van zeg 120 jaar overschrijdt en ben je er toch op gebrand om zelf naar het eindresultaat toe te werken, dan kun je kiezen voor één of zelfs meerdere telomeren verlenggingen. Absolute noodzaak hier is wel dat wij het sterven veel beter gaan begrijpen en ophouden met het verschijnsel te zien als een absolute ramp, wat we nu vaak wel doen. Ook zullen de voornamelijk mentale ouderdomskwalen moeten verdwijnen, zodat we in elk geval tot de eerste, tweede of misschien zelfs derde terminale uitgang volledig en bewust kunnen functioneren. Met andere woorden: sterven moet een geaccepteerde fase in de eeuwige lijn van ontwikkeling worden in plaats van wat het nu is: een onoverzichtelijke shock vol verrassingen. Met andere woorden: meer en meer moet de geest de gelegenheid veroveren om te kiezen voor een meer planmatige aanpak die meerder telomerenreeksen kan omvatten.

Ach, het is maar een plannetje natuurlijk, maar kunnen kiezen lijkt mij altijd te prefereren boven geen keus hebben.

Nogmaals telomeren

Het blijft me maar aangrijnzen dat onderwerp Telomeren. Alsof dat nu de sleutel tot het lange – nee niet eeuwige – leven zou zijn. Harrie Jekkers zong eens een liedje over de kat die na zijn obligate zeven levens doodgaat, precies op het eind. Maar ja, wat is dan het eind.

Laatst zag ik een film over een jongentje die een versneld verouderingsproces doormaakte. Een ziekte die voor het eerst ontdekt werd in de tachtiger jaren van de 19e eeuw en die ‘progeria’ wordt genoemd. Je ziet dan een heel jong kind werkelijk in no time veranderen in een oud mannetje of vrouwtje en vervolgens overlijden. Het gaat heel snel. Stel je voor, op je twaalfde jaar ben je oud en op je pak weg zestiende kom je aan je natuurlijke levenseinde.

Volgens mij hebben deze slachtoffers, want zo zie ik ze, heel korte telomerenketens, waardoor steeds meer functionerende cellen niet tijdig worden vervangen door nieuwe en het fysieke werk in het lichaam met steeds minder beschikbare cellen gedaan moet worden. Tot er natuurlijk van allerlei werkzame cellen niet meer voldoende zijn.

Tja, de telomeren, een woord dat door weinigen wordt begrepen. Het gaat echter over kopiëren van ons DNA, de bron van ons leven waarin nagenoeg alle informatie zit die ons hele lichaam laat functioneren zoals het doet. Hadden wij maar een dergelijke informatiebron die een leven lang mee gaat, maar dat is helaas niet zo. Elke cel van ons lichaam moet van tijd tot tijd worden vervangen, beschadigingen moeten worden gerepareerd. Natuurlijk zijn er uitzonderingen in het tempo waarmee dat gebeuren moet. Beencellen gaan over het algemeen vrij lang mee, net als kraakbeencellen en – wonderlijk genoeg – zenuwcellen die een speciale bescherming genieten, die worden namelijk beschermd en gevoed door een isolatiemantel die bestaat uit zogenaamde gliacellen. Zo kan een zenuwcel lang uitgroeien en blijven leven. Tijdens het leven worden echter niet veel nieuwe zenuwcellen gevormd.

Nee, waar het om gaat is het hele werkvolk onder de cellen: de spieren en pezen, de klieren, de ingewanden en zeker ook de huid. Daar moet vervangging worden gepleegd op een manier dat de oude cel wordt vervangen door een fonkelnieuwe. De oude cel wordt als het ware aan de boven en onderkant vastgehouden, zodat daar tussenin nauwkeurig en foutloos de formule kan worden overgeschreven. Dat vasthouden gebeurt – hoe kan het ook anders – door stukjes die zelf geen erfelijke informatie bevatten, neutraal gereedschap dus. Nauwkeurigheid komt er op aan want de nieuwe cel die de oude moet vervangen moet wel exact het zelfde zijn als de oude. Die stukjes die aan de beide kanten het DNA vasthouden en tegen elkaar houden voor het maken van een exacte kopie heten Telomeren, en daar is bij ons iets mee mis. Oh nee, ze zijn er hoor en ze werken keurige vervangende kopieën af, dat is het probleem niet, nee. Het probleem met die telomeren is dat ze in alle gewone gebruikscellen waar dus heel vaak vervanging moet plaatsvinden, dat daar elke keer na gebruik zo’n telomeer afbreekt en niet vervangen wordt. Rampzalig dus: de stukjes die moeten helpen bij het exact kopiëren van het DNA raken na verloop van tijd op, zodat er gewoon niet meer kan worden gekopieerd. Dat is de reden dat we verouderen. Als het DNA van de oude cellen niet netjes wordt gekopieerd, dan moet het werk wat dat type cellen doet telkens met een of meer cellen minder worden gedaan. Het zal duidelijk zijn wat daarvan het gevolg zal zijn: stress door drukte, mislukt werk…Nou ja, in ons gewone leven noemen wij dat veroudering.

Kijk, als dit nou in het hele lichaam zo werkte dat was het nog te begrijpen, maar helaas heeft de natuur of wie dan ook het weer eens lekker ingewikkeld gemaakt. Om te beginnen met de halve stukjes DNA van je vader en moeder die bij de bevruchting samen een nieuwe combinatie vormen, daar gaat de fabriek al de mist in. Halve sperma DNA en halve eicel DNA productie? Geen bezwaar hoor, dat raakt niet op en gaat ook onbeperkt door. Zag je dat wat er stond? Halve DNA stukjes – een halve van Pa en een halve van Ma blijven in productie. Bill Gates heeft nu daarvan gebruik gemaakt door die halve DNA stukjes, zeg telomeren die sperma moesten maken, toe te voegen aan bijvoorbeeld spiervlees laten we zeggen kip. Dan gaat dat spul zich vermenigvuldigen – kweekvlees noemen ze dat, maar dat stopt niet meer. Die halve telomeer  woekert maar door want er zijn natuurlijk geen twee gelijke einden zoals in een gewone cel. Nou ja, dat alsmaar doorgaan met delen dat noemen we kanker. Dat kweekvlees was dan ook geen succes. Je werd er ziek van.

Dat het in die geslachtsorganen maar doorgaat met dat blijvend produceren van nieuwe halve DNA stukjes, spermacellen en zo, komt door een enzym, Telomerase. Dat wordt alleen daar en misschien nog in enkele stamcellen gemaakt.

Nu had ik bedacht – daarover gaat mijn nieuwe roman ook – dat een paar slimme farmajongens een telomerase twee bedenken en maken. Dan hebben we wel twee gelijke uiteinden en gaat de boel niet woekeren tot kanker, maar gaat doodkalm aan het kopiëren als er een cel vervangen moet worden en raakt dan ook niet, zoals eerder beschreven op, zodat er niet meer gekopieerd kan worden. En als ik het nu goed heb uitgerekend kunnen we dan vele malen ouder worden als nu het geval is.

Vraag is echter: Willen we dat?

Dat is een vraag die ik nu maar eens aan mijn lezers voorleg. Je kunt dus op dit stuk reageren als je wilt, maar je kunt ook iets persoonlijker reageren op mijn e-mail adres:

p.v.oosterum@hotmail.com

Waarom deze extra mogelijkheid? Het kan niet lang meer duren voor dat mijn ideeën werkelijkheid worden. Wees voorbereid!, reageer laten we samen denken over: wat als?

De derde fase mannenpraat? Het moet er maar eens uit…

Ik denk inderdaad serieus over de vraag of dan nu de derde fase in mijn leven is aangebroken. Ja, dat kun je nu gek vinden – ik ben tenslotte inmiddels vijfentachtig jaar – maar het voelt zo alsof pas nu de tweede levensfase is afgerond en de laatste met heel veel ongemak en hindernissen is aangebroken.

Misschien zeg je nu wel dat ik op mijn gezegende leeftijd niet moet zeuren en dat ik meer dan genoeg jaren heb gehad om tevreden over te zijn. Nou, dat kan dan wel zo zijn, maar zo voelt het niet. Het voelt meer zo als – ja, hoe zal ik dat nou zeggen – wacht even, ik heb em.: het voelt meer zo als of er gezegd is: ‘Okay, tot nu toe ben je aardig weggekomen en heb je een heleboel ellende niet gekregen die je eigenlijk wel had verdiend, maar deze dingetjes had je nog niet geïncasseerd, dus die moeten nog.’

Bemoedigend begin, vind je niet?

Nu weet ik heus wel dat items de gezondheid betreffende gaandeweg toch achteruitgaan. Nadat een vriendelijke en zeer deskundige uroloog met gebruikmaking van een zogenaamde robot op doeltreffende wijze mijn prostaat had verwijderd, daarbij drie kleine littekens op mijn buik achterlatend – ‘de snijranden zijn schoon’ riep hij na afloop nog, doelend op het feit dat hij naar zijn inzicht het hele kleine kankertje onderin mijn prostaat, samen met de hele prostaat had verwijderd, was – en ik moet het helaas toegeven – erg veel plezier in seks voor mij niet meer te beleven. Ja, medemannen, ik heb natuurlijk geen idee hoe jullie dat beleven, maar na deze overigens geslaagde en vast en zeker levensreddende operatie is de seksuele beleving geworden tot – ach je kent het vast wel – onweer dat niet doorzet. Je zit buiten op een broeierige zomeravond en plotseling gaat het waaien, het koelt af en je hoort in de verte het onweer brommen en je denkt: nou daar komt een fikse bui met een hoop bliksem en donder van. Maar de wind gaat liggen, het onweer trekt naar elders, die verfrissende regenbui gaat niet door en je denkt: dat ging toch vroeger anders en gaande weg zelfs: hoe was het ook alweer vroeger. Ja, en dan, hevige teleurstelling? Nee, zelfs dat niet. Het interesseert je gewoon niet meer. Ik zelf ervaar dat als… ja, als wat? Jammer? Niet meer aan denken? Valt toch niks aan te doen?

Eerlijk gezegd was dit vermoedelijk de voornaamste reden dat kortgeleden het boekje: ‘Eternal Mitosis’ schreef, een moderne en avontuurlijke vertelling over een belangrijke factor met betrekking tot veel langer en gezonder leven. Een verhaal dat overigens doodloopt op het door mij beleefde vermoeden dat zo’n mogelijkheid om bijvoorbeeld drie of vier keer zolang te leven vooral zou leiden tot nog meer oorlog dan we nu al hebben. Kijk maar naar de miljardenwinsten die Big Farma nu al maakt met het aanjagen van de angst voor allerlei ziekte, voorop natuurlijk kanker, maar het verdienmodel is veel ruimer.

Ik had bedacht en geschreven dat teleportatie – ja, dat bestaat in mijn verhalen – zou veroorzaken dat bij die activiteit je levensduur opnieuw begint.

Ik denk overigens dat een verhaal niet snel populair is als het niet succesvol eindigt. Dit verhaal laat ik, zoals je merkt eigenlijk met een teleurstellende stellingname eindigen. Ga maar na. Eindelijk is het geheim van het misschien niet eeuwige, maar toch heel lange leven ontdekt, misschien wel in de buurt komend van de Bijbelse Methusalem en dan laat ik het verhaal in stilte aflopen om de simpele reden dat mijn verstand zegt dat de wereld een dergelijke mogelijkheid, zo enorm verschillend als de aardse mogelijkheden die we nu hebben om gezond oud te worden, gewoon niet aankunnen. Stal je eens voor hoe de mensen zouden reageren als begonnen werd sommige mensen twee keer zo oud te laten worden en de kansen zouden niet alleen beperkt zijn om mee te doen, maar veruit de meeste mensen zouden geen raad weten met een dubbele levensduur of misschien wel meer. Ik zag kortom de meest verschrikkelijke conflicten massaal uit de hand lopen. Toegegeven, ik had wellicht een ander, beter scenario kunnen schrijven, maar toch…

Nee ik gooi dit boek mogelijk bij stukjes en beetjes op Facebook. Komen jullie zelf maar eens op een idee voor een ideale wereld.

Hoofdstuk 7

Brian Uliger hoefde niet lang na te denken toen Judith Krantz hem uitnodigde om deel te nemen aan de volgende bijeenkomst in het project ‘geteleporteerde hond’, zoals Judith het had genoemd. ‘Ik ben zo opgewonden als een puber voor haar eerste afspraakje,’ had ze tegen Brian gezegd. ‘Eindelijk weer iets volkomen nieuws. Het mooiste vind ik nog dat ik zelf, zonder het te beseffen, de allereerste onbedoelde proefpersoon in de aanloop tot deze gebeurtenissen ben geweest.

Brian had haar glimlachend aangekeken. ‘Ja Judith,’ had hij gezegd, ‘wat er toen met jou gebeurde kwam weliswaar door het paranoïde gedram van Cecil Hoyt, maar kennelijk heeft de teleportatie in bewusteloze toestand jou de bijna eeuwige jeugd gegeven.’

Judith zat zachtjes te knikken. Peinzend zei ze: ‘Je zult zien wat er met die hond gebeurde. Je zult je ogen uit kijken als je ziet hoe een doodziek dier binnen enkele seconden verandert in een jeugdig en kerngezond dier.

Brian Uliger zette zijn ellebogen op de tafel en steunde zijn kin op zijn gevouwen handen terwijl hij Judith aankeek. ‘Ik denk niet dat ik de enige ben die bij dit onderzoek moet worden uitgenodigd om deel te nemen.’

Judith keek hem vragend aan. ‘Wat bedoel je?’

‘Het is goed dat we hier met zijn tweeën zitten,’ zei Brian, want er is iets wat ik je in het diepste geheim wil zeggen.’

Judith keek hem met wijd open ogen aan. ‘Je weet dat je mij wat dat betreft altijd kunt vertrouwen.’

Brian knikte. ‘Ja, natuurlijk weet ik dat, maar het gaat in dit geval niet over mij zelf, maar over de twee kerels die Gen Tech een aantal jaren geleden van mij hebben overgenomen en er een eigen farmaceutische company van hebben gemaakt. Een van die jongens heeft mij laatst benaderd. De man was angstig, nam contact op met gebruikmaking van een prepaid 3D communicator. Nu ja, het lange verhaal kort, het was weer eens het bekende conflict tussen commercie en wetenschap. Natuurlijk heb ik daar ervaring mee, want ik heb jaren in de knel gezeten vanwege Hoyt, maar dat weet je. Bij deze jongens is het weer precies het zelfde. Ze zijn erin geslaagd een gemodificeerd telomerase preparaat te ontwikkelen dat weliswaar met vaste tussenpozen ingespoten moet worden, maar dat een enorme levensverlenging belooft.’

Judith veerde overeind: ‘maar dat is precies wat er…’

Ze kon haar zin niet afmaken, want Brian Uliger had zijn hand opgestoken: ‘Wacht heel even Juud,’ zei hij, ‘laat me eerst het verhaal over deze twee kerels afmaken, dan weet je, als ik je goed ken, precies voor welke opgave we staan.

Judith knikte.

‘Die twee kerels,’ ging Brian verder, ‘hadden een vervolgonderzoek al gepland. Ze hadden zelfs het protocol al geschreven. Ze wilden verder gaan met het onderzoek naar de factoren die ervoor kunnen zorgen dat het enkelstrengs telomerase zoals dat door de geslachtscellen wordt gemaakt gewoon geproduceerd blijft worden, maar dat er een dubbelstrengs telomerase in de overige zich delende lichaamscellen geproduceerd wordt en dat dus bij de mens identiek wordt aan het gemodificeerde telomerase dat ze juist ontwikkeld hebben en dat ervoor zorgt dat de verouderingsprocessen in ons lichaam misschien niet helemaal ophouden, maar in elk geval veel langzamer verlopen. Hun financiële man ziet dergelijk onderzoek als een gevaar voor de omzet van het nieuwe gemodificeerde telomerase. Overigens zit er aan dat nieuwe middel een heel gemeen en vooral typisch farmaceutisch kantje. Als je het middel met de voorgeschreven regelmaat inspuit blijf je jong en gezond. Als je ophoudt met de behandeling, bijvoorbeeld omdat je het niet meer kunt betalen, dan slaat het verouderingsproces versneld toe. Je zou kunnen zeggen dat er dan een veel te groot afbraakproces op te veel plaatsen in het lichaam gelijktijdig optreedt. Op die manier heeft de fabrikant de patiënt weer eens in een wurgpositie: betaal of raak versneld je gezondheid kwijt. Op de avond dat Will Carter mij opriep heb ik een afspraak met hem gemaakt. Hij en zijn kompaan Alex Fowler zijn goeie gewetensvolle kerels. Toen ik hem bij mij thuis ontmoette zat er een dood nerveuze en bijna huilende man tegenover me die me vertelde dat de CFO, ene Ronald Camden een rond de klok bewaking op hen beiden had gezet. Hij en Fowler konden werkelijk geen kant op. Camden had gezegd dat ze hun verdere onderzoek maar uit eigen zak moesten betalen, maar had tegelijkertijd security opdracht gegeven ze nooit uit het oog te verliezen. Nou, je weet wat we tegenwoordig op dat gebied allemaal kunnen. Maar naar aanleiding van wat je mij nu hebt verteld over jullie proeven met die hond denk ik dat Carter en Fowler dolgraag zouden meedoen aan dat onderzoek.’ Brian zweeg en leunde achterover.

‘Eerst maar koffie, vind je niet?’ zei Judith.

‘Tja, dat zouden we bijna vergeten,’ grinnikte Brian. ‘Maar wat vind je ervan. Ik voel er erg veel voor om sponsor van dit hele onderzoek te zijn. Misschien dat Wesley Bronston zich een beetje gepasseerd zou voelen, maar er zijn genoeg manieren te bedenken om dat goed te maken.’

Judith Krantz zette twee kopjes koffie op de tafel en ging weer zitten. ‘Ik heb van het groepje dat tot nu toe bij deze zaak betrokken is in elk geval goedkeuring om jou mee te nemen. Laten we daar maar eens mee beginnen.’

Voordat Brian vertrok hadden ze een korte 3D ontmoeting met Nils Bexon, Wesley Bronston en Lars Havers. Het vooruitzicht dat het hele onderzoek mogelijk gesponsord zou worden maakte het gesprek heel gemakkelijk. Dat Brian Uliger zou aanschuiven bij het gezelschap bleek niets meer of minder dan zeer verheugend.  Om zo weinig mogelijk tijd te verliezen werd afgesproken en petit comité de volgende ochtend op de faculteit diergeneeskunde in de werkkamer van Wesley Bronston bijeen te komen. De coassistenten konden gemist worden, maar zouden zeker uitvoerende taken bij het onderzoek krijgen.

Brian wist zeker dat William Carter en Alex Fowler bij het onderzoek onmisbaar zouden zijn, maar hij wilde vooral niet vooruitlopen op gebeurtenissen die zouden komen en die al snel een veel grimmiger karakter zouden aannemen dan ieder verwacht had.