Zo boven zo beneden, zo buiten zo binnen.

Over bewustzijn bleek ik vanmorgen zittend op de rand van mijn bed plotseling te denken. Eigenlijk begon ik met de gedachte, de vraag eigenlijk: hoe groot is bewustzijn, hoeveel ruimte heeft het nodig om zich te manifesteren. Nou ja, toen zag ik een hele wereldbevolking voor me. Allemaal mensen die op een al dan niet vaste positie een rol vervullen, spelen, zich verantwoordelijk voelen of daarvoor juist wegduiken, kinderen krijgen en daarbij – de een meer dan de ander – hun best doen iets aan de samenleving bij te dragen.

Tja, hoeveel ruimte heb je nou nodig voor bewust zijn, hoeveel ruimte heb je nodig om georganiseerd dingen te laten verlopen? Een hoofd vol zenuwcellen, of kan het op veel kleinere schaal.

Je vindt het misschien raar, maar ik moest ineens de vergelijking maken tussen de menselijke samenleving op Aarde, bij elkaar toch een flink aantal groepen die ieder een zekere identiteit vertonen en de individuele mens die uit een aantal miljarden cellen bestaat die eigenlijk, zoals in een samenleving een rol vervullen.

Toen kwam bij mij ineens de gedachte op dat een functionerende cel die een nuttige rol vervult in het geheel waarschijnlijk groot genoeg is voor voldoende bewustzijn om tussen de zijnen, of de haren natuurlijk, te functioneren, te leveren wat geleverd moet worden, op zijn tijd rust en voeding te nemen. Je kunt misschien denken dat het leven van een cel een eenvoudig leven is en niet veel bewustzijn vraagt, maar stel je nu eens voor dat de onderlinge verhoudingen tussen cellen verstoord raken. Er zouden ten gevolge van ergernis bepaalde stofjes kunnen ontstaan die in zo’n hele buurt de werksfeer verzieken. Er zouden spanningen kunnen ontstaan die – te beginnen in één cel, maar later overslaand naar de buren – aanleiding geven om zich georganiseerd te beschermen. Er zou bijvoorbeeld zomaar het gevoel kunnen ontstaan dat men aangevallen wordt en dat er soldaten nodig zijn, dat men, kortom, met meer moet zijn. Dan zou je zomaar een overproductie van geërgerde cellen kunnen krijgen. Ja, wij noemen dat dan natuurlijk kanker, maar de redenen waarom die groep cellen daarmee begonnen is kan te maken hebben met eerlijke verontwaardiging ter plaatse.

Als ik op deze manier over ons lichaam denk, dat ik het dus zie als een heel grote samenleving. Dan dringen zich allerlei vragen aan me op: vragen die te maken hebben met het eerlijk en respectvol behandelen en benaderen van dat miljardengezelschap van bewuste cellen Waarvan ik dan de regering vorm die overigens als het gaat om kennis van de bezigheden van dat hele miljarden volk – en ik geef het met enige schaamte toe – praktisch gesproken van toeten nog blazen weet. En ik moet wel uitgaan van bewuste cellen, want niets dat leeft is een machine en alles wat leeft moet wel bewustzijn hebben. Wat ik zo beschouwd in elk geval nodig heb is vertrouwen in al die cellen in mijn lichaam. Nee, sterker nog, ik moet ze allemaal oprecht een intens liefhebben. Dus niet de pest hebben aan al die cellen die mijn rechtervoet vormen die op mijn zesde in mijn geboorteplaats door een knoeiende chirurg verknoeid werd. Dat was overigens een bijna ongelooflijk verhaal, omdat het been boven de knie gebroken was, terwijl er aan die voet helemaal niets mankeerde. Maar juist daarom denk ik dat het in dit licht bezien veel beter is mijn wrok over deze kanjer van een medische misser maar eens te vergeten, want al die bewuste cellen in die voet worden er echt niet beter van als ik alsmaar een hekel aan ze heb.

Wat zeg ik nu eigenlijk samenvattend, met de bedoeling dat wie dit leest of hoort zichzelf ook misschien gaat zien als de zeker niet voldoende deskundige ongekozen koning van een miljardenvolk, bestaande uit bewuste lichaamscellen. Wat past ons dan? Ik denk: Zorg, Liefde en Bescheidenheid om te beginnen.

Ik wil iedereen een ideale relatie toewensen met het miljardenvolkje dat leeft binnen die ruimte waarvan je gewend bent het “Ik” te noemen.

Mondje olie tegen de prikken.

Eerder publiceerde ik dit stuk hier op mijn weblog. Het feit dat ik het nu herhaal heeft te maken met de brede maatschappelijke noodzaak om dit soort oplossingen aan te bieden. Vanwege de wereldwijde schaal waarop tijdens en ook nu nog met gevaarlijke zogenaamde vaccins die eigenlijk geen vaccin zijn wordt gesmeten wil ik een nuttige – en in een enkel geval misschien levensreddende oplossing niet verborgen houden.

Het gaat om een goed werkende methode om metalen en metaalverbindingen die een verwoestende en giftige werking hebben in ons lichaam kwijt te raken.

In alle vaccins zitten zogenaamde adjuvans, metaalzouten van onder andere kwik en aluminium, die bedoeld zijn om de prikkel te verhogen die het afweermechanisme in gang moet zetten.

Ik mag, wetenschappelijk gezien, niet beweren dat bijvoorbeeld aluminiumzouten het voorkomen van de ziekte van Alzheimer bevorderen, want daarvoor is geen bewijs uit onderzoek. Wel kunnen we gemakkelijk vaststellen dat Alzheimer steeds vaker voorkomt sinds er op zo grote schaal voor van alles en nog wat (denk aan de jaarlijkse griepprik) wordt gevaccineerd. De methode om veel van de metaalzouten kwijt te raken is eenvoudig. Zie hieronder.

‘Je kunt het beste een spijsolie nemen die van zichzelf weinig of geen smaak heeft,’ zei ze, de arts die mij deze uiterst simpele methode leerde.

Ze had geneeskunde gestudeerd in Heidelberg in Duitsland en daarna was ze werkzaam geweest op plaatsen waar ik zo snel niet opgekomen zou zijn. Zo was ze een poos de huisarts geweest op het Italiaanse vulkaaneilandje Stromboli. Ik wist niet eens dat daar mensen woonden. Ook had ze in het toenmalige Oostblok gewerkt. Daar had ze de eenvoudige en uitermate effectieve ontgiftingskuur geleerd waarover ik nu dit stukje schrijf.

Overigens vraag ik me op dit moment af waarom ik deze methode hier niet eerder heb beschreven. Mijn lezers zouden met enigszins opgetrokken wenkbrauwen wel eens kunnen zeggen: ‘Nou Peter, dat had je ons wel eens eerden mogen vertellen.’ Maar goed, ik vertel het nu.

Veel van onze lichamelijke klachten blijken te maken te hebben met restanten van zware metalen die we ongewild binnen krijgen. Denk dan aan metalen als Cadmium, Kwik, Lood, Arseen, Tin.

Hoe krijgen we die stoffen dan binnen? Wel, op heel veel niet te vermijden manieren. De lucht die wij ademen in onze geïndustrialiseerde wereld zit er vol mee, maar ook ons voedsel bevat vaak sporen van zware metalen. En niet te vergeten een van de meest kwalijke vervuilingsbronnen, tabaksrook.

Weliswaar worden voedingsmiddelen doorgaans gekeurd en wordt erop gelet dat bepaalde concentraties niet worden overschreden, maar soms help dat niet omdat een flink aantal van de boosdoeners “stapelen” in ons lichaam. Ze komen dus binnen in ogenschijnlijk kleine en zogenaamd veilige hoeveelheden, maar we raken ze niet kwijt.

Aha, hoor ik mensen denken. Die ongewenste zware metalen moeten dan toch in het bloed terug te vinden zijn. Ja, dat is ook zo, maar wel in die ogenschijnlijk veilige concentraties. Zodanig lage concentraties dat je zou denken, ach dat valt wel mee. Maar daar zit nu de vergissing.

Ons lichaam is een buitengewoon ingenieus systeem waarin het bloed het voornaamste transportmiddel is. De kwaliteit en de samenstelling van het bloed wordt nauwkeurig bewaakt door een automatisch systeem dat homeostase wordt genoemd.

Het komt er dus op neer dat er in het bloed niet vaak grensoverschrijdende waarden van zware metalen gemeten kunnen worden. Vaak moet dan ook aan de hand van een weefselmonster of biopt worden vast gesteld dat er verhoogde concentraties zijn. Maar ook is er natuurlijk de lange lijst van symptomen die kan wijzen op de verhoogde aanwezigheid van zware metalen in het lichaam.

Voor enkele zware metalen wil ik hier een paar indicaties geven.

  1. Lood (vroeger in alle waterleidingen en in de uitlaatgassen van het verkeer) veroorzaakt schade aan het zenuwstelsel en de bloedsomloop. Het kan leiden tot ernstig krachtverlies en zelfs verlamming.
  2. Kwik (komt voor als een van de doorgaans 5 metalen in het amalgaam dat sommige tandartsen nog gebruiken voor vullingen in het gebit) van dit soort vullingen komen zeer langzaam kwikverbindingen vrij die onder meer in de lever worden opgeslagen. Kwikzouten kunnen nadelige effecten hebben op hersenen en longen en de coördinatie (evenwicht!)
  3. Cadmium (komt voor in veel verbrandingsgassen en zeker in tabaksrook) kan een oorzaak van longkanker zijn en van maag-darm klachten.

Veel meer van deze stoffen en chemische verbindingen zijn er, maar de hier genoemde zijn prominent genoeg om er graag vanaf te willen als je lichaam verschijnselen vertoont die de aanwezigheid van één of meer van deze metalen doen vermoeden.

Eigenlijk wel weer een beetje een rampverhaal realiseer ik me nu. Al die gevaarlijke troep die je ongevraagd binnen krijgt en die je gezondheid en je levensgeluk bedreigt.

Deze blog schrijf ik echter om een methode te tonen die goedkoop en effectief blijkt te zijn om veel van de belasting met zware metalen kwijt te raken. De titel van dit stukje vormt de samenvatting.

In de mond, onder de tong is de huid heel dun en er stroomt veel bloed doorheen. Van dat feit wordt gebruik gemaakt bij de toediening van sommige medicijnen die je alleen maar onder te tong hoeft te leggen om ervoor te zorgen dat ze worden opgenomen. Die sublinguale huid, de huid onder de tong maakt het mogelijk om niet alleen stoffen rechtstreeks in de bloedbaan te brengen, maar ook om stoffen uit het bloed te verwijderen. Dan moet die huid echter wel in aanraking zijn met een stof die gemakkelijk kleine beetjes van die zware metalen opneemt. Zo’n stof is bijvoorbeeld zonnebloemolie.

Om de methode met de olie toe te passen moet je het volgende goed begrijpen: van de zware metalen die je graag kwijt wilt zit maar een heel klein beetje in het bloed. Meer laat de homeostase niet toe. Maar als dat kleine beetje via de olie in aanraking met de huid onder de tong steeds weer weggenomen wordt kan uit allerlei opslagplaatsen in het lichaam weer een klein beetje aan het bloed worden meegegeven. Langzaam maar absoluut zeker raak je dan van je zware metalen af. Het is een heel effectieve therapie die je met geduld moet toepassen.

Nu even simpel hoe je het moet doen als je ertoe besluit.

Na het opstaan, voor je tanden poetst of eet neem je een eetlepel zonnebloemolie in je mond. (Aan die olie zit weinig of geen smaak en na zeer korte tijd voelt het alleen maar alsof je veel speeksel in je mond hebt). Twintig minuten houd je het in je mond. Absoluut niet doorslikken. Na twintig minuten spuug je het uit (het ziet er dan vuil en grijzig uit), spoelt je mond poetst je tanden. Dat doe je drie weken lang. Na een volgende periode van drie weken kun je het herhalen.

Ik vind het niet meer dan eerlijk om hier de naam te noemen van de arts die me deze methode leerde. Ik ben Rosy Frey dankbaar dat ze me dit leerde.