Een ongeluk?

Het lijkt of er op de een of andere manier op mij wordt gepast. Alsof ik beschermd word tegen het zogenaamd toevallige ongeluk. Ik niet alleen overigens, maar laat me om te beginnen niet te veel afdwalen. Afgelopen vrijdag was er een voorstelling gepland van het amateur toneelgezelschap dat wij nog altijd “De Plankeniers” noemen, maar wier naam na een verhuizing uit hun oorspronkelijke locatie werd veranderd in “Noord Hollands Toneel”.

Omdat die voorstelling samenviel met de verjaardag van een vriend, die sedert ruim een jaar weduwnaar is, besloot ik dat de verjaardag deze keer maar de voorrang moest krijgen. Ik ging dus niet mee. We hadden wel afgesproken dat mijn vrouw na de voorstelling nog even langs zou komen bij mijn jarige vriend. Hij woont tenslotte maar een paar huizen van ons verwijderd. Toen er echter niets gebeurde, zij verscheen niet, ging ik op een gegeven moment naar huis in de veronderstelling dat mijn vrouw na de voorstelling nog wel een wijntje had gedronken en daarna, na thuiskomst maar naar bed was gegaan. Maar ze was er niet. Mij bekroop een vreemd gevoel, maar omdat er niets verontrustends was gemeld of gebeld ging ik maar naar bed. Maar ik was nog geen half uur op mijn slaapkamer of de hond begon vreselijk te blaffen in de gang. Ze bleef blaffen dus ik ging naar beneden. Onze deurbel zit in de woonkamer, die hoor ik boven niet.      Gelukkig was ik – waarom weet ik ook niet – gekleed op bed gaan liggen. Toen ik de voordeur opende stonden er twee politiemensen voor de deur die mij vertelden dat mijn lief naar huis rijdend het slachtoffer was geworden van een verschrikkelijke frontale aanrijding en dat ze naar het ziekenhuis was gebracht. Ik schoot een jasje aan en de politiemensen waren zo vriendelijk mij naar het ziekhuis te brengen.

Het moet een verschrikkelijke frontale aanrijding geweest zijn. De auto van Irene stond total loss een eind naast de weg op het fiets pad. De andere auto die op de verkeerde weghelft gekomen was stond ook met een totaal verkreukelde voorkant half op de weg. Later begreep ik dat een knul van zeventien jaar onder begeleiding van een oudere jongen met een rijbewijs had mogen rijden. De jongens hadden met zijn vieren in de auto gezeten en twee van hen waren ook naar het ziekenhuis gebracht. Mijn Irene is er slecht aan toe. Er zijn ingewanden beschadigd die gelukkig inmiddels succesvol operatief behandeld zijn, maar een open botbreuk aan de rechter enkel en een gebroken knie en zes gebroken ribben geven aan dat de verwondingen ernstig zijn. Ik moet blij zijn dat mijn lief nog leeft. Overigens bekruipt mij een vreemd gevoel. Wat nu als ik niet naar die verjaardag was gegaan, maar mee naar die toneelvoorstelling. Had ik nu dan ook zwaargewond of misschien wel dood in het ziekenhuis gelegen.

Natuurlijk heeft het er niets mee te maken, maar een soortgelijke ontsnapping aan de dood overkwam mijn vader ook. Nou ja, vele malen moet ik eigenlijk zeggen. Als marineman en opvarende van een Utillty klasse duikboot was hij gedurende de tweede wereldoorlog vaak in de Middellandse Zee geweest. Altijd voeren ze vanuit Dundee in Schotland uit met vijf boten. Soms kwamen ze na zes weken met zijn vijven naar de haven, maar soms ook met vier en een enkele keer alleen. Oorlog voeren blijft een gevaarlijk vak. Daar was hij dus al die zesentwintig patrouilles van zes weken aan de dood ontsnapt.

In negentientweeënvijftig zei mijn vader: ik wil nog één keer mijn Schotse ouders bezoeken. Het ging om een echtpaar zonder kinderen waar hij in de spaarzame keren als de Nederlandse onderzeeërs drie dagen voor bevoorrading in de thuishaven lagen een kamer had en waar die twee mensen hem even een thuisgevoel boden. Dat deed hij en hij bleef er tien dagen zeer tot zijn genoegen. Toen zou hij echter terugvliegen naar Schiphol van uit Glasgow. Het vliegtuig, de Willem Bontekoe van de KLM had echter motorstoring. Hij moest maar met de trein naar Londen-Heathrow en van daaruit naar Schiphol vliegen. Intussen zaten wij thuis doodongerust te wachten want hij zou met de trein van 14.00 uur in Den Helder zijn. Hij kwam echter pas rond 9 uur in de avond en vertelde over de omweg die hij noodgedwongen had moeten maken.

De Willem Bontekoe vertrok de volgende dag uit Glasgow en stortte vervolgens vlak voor Katwijk in zee. Er waren geen overlevenden. Mijn vader had blijkbaar voor de zoveelste keer een engel op zijn schouder gehad. Als een van de weinige Nederlandse marinemannen is hij in 2006 op tweeënnegentig jarige leeftijd overleden. De vraag die zich nu aan mij opdringt is: wat zou er nu gebeurd zijn als ik wel op die vrijdagavond mee was gegaan naar die voorstelling van het Noord-Hollands Toneel?

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.