Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Wat een benauwende gemeenplaats om hier uit te spreken. Nou ja, de laatste tijd hebben jullie niet veel anders van mij gehoord dan ons clublied, ten naaste bij gezongen in de toonsoort C. Dat laatste zal jullie overigens weinig zeggen, maar je moet dan maar bedenken dat een lied altijd zo gezongen moet worden dat je het kunt uitzingen, dus niet te hoog of te laag en volgens mij heb ik me daaraan ook gehouden. Om deze mededeling over onze hymne uit te spreken is evenwel niet de reden dat ik heel even jullie aandacht vraag, Ik vraag wel jullie aandacht om mijn afscheid aan te kondigen uit jullie en mijn hoog gewaardeerde club. Vind ik dan dat ik te oud ben? Nou nee, eigenlijk niet. Vind ik het in jullie gezelschap dan niet leuk meer? Nee dat is het ook niet. Maar wat is het dan wel?
Nou, ik ben ziek. Nee nog niet doodziek. Wel is het zo dat ik weet dat mijn ziekte een vrij plotseling einde aan mijn leven zal kunnen maken. Ik weet echter niet wanneer. Verrassing? Ach zo kun je het eigenlijk wel zien. Heel veel mensen worden ziek en moeten dientengevolge lijden. Ik vermoed, ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik vermoed dat mijn levenseinde me op enig moment zal verrassen. Mensen met enige medische ervaring beginnen nu waarschijnlijk al te vermoeden wat de kwaal van jullie brave Nestor is: een aneurysma. Zes jaar geleden, na de verwijdering van mijn prostaat kreeg ik de mededeling dat er, wat je zou kunnen omschrijven enige bijvangst was, namelijk een niersteen van bijna twee centimeter en een aneurysma van vijf centimeter. Dat was nog niet zo groot, maar de geraadpleegde vaatchirurg vond de locatie erg ongelukkig en geen goede plek om er de o zo handige graftstent in te schuiven. Ik besloot dan de zaak maar onder regelmatige controle doch op zijn beloop te laten. De overmaats niersteen bleek een keiharde oxalaatsteen te zijn. Na drie behandelingen met de niersteen vergruizer was een microscopisch klein barstje in te zien. Hoe ik daaraan gekomen ben zou voor deze gelegenheid een veel te lang verhaal opleveren van een inmiddels ruim tachtigjarige anamnese en dat bespaar ik jullie liever.
Kort en goed ik heb misschien nog kort, maar misschien ook nog een flinke poos te leven, maar de bijverschijnselen van mijn kwaal beginnen zich te uiten in de vorm van vermoeidheid, lusteloosheid en een toenemende mate van verlies aan balans. Het laatste stukje of misschien zelfs stuk hoop ik op een plezierige doch weinig inspannende manier samen met mijn Irene te beleven. Ik wil graag gewaarschuwd worden als het Nieuwjaarsconcert er weer is. Als ik er dan nog ben dan kom ik graag.
Tenslotte dit: ik heb genoten van bijna al onze bijeenkomsten en overige activiteiten. Ik was en ben nog steeds een blije en trotse Lion. Omdat ik in mijn vroege jeugd een zogenaamde bijna dood ervaring heb gehad hebben mijn herinneringen me geleerd dat ik veel eerder heb geleefd en dat ook ongetwijfeld later zal doen, waardoor ik in mijn hele leven nimmer angst voor de dood heb gekend, eerder een soort nostalgische nieuwsgierigheid. Ik dank jullie voor jullie aandacht. Ik wil besluiten met het uitspreken van de wens dat jullie ook na mijn vertrek dat lied blijven zingen. Vergeet niet dat wij vermoedelijk de enige club ter wereld zijn met een eigen clublied en dat het feit dat juist in onze grote club er een ongekende harmonische samenhang is en dan: In de eerste plaats verstevigt samen zingen de band en in de tweede plaats zeg ik met de Duitse dichter Goethe: Da wo man zingt, lass dich ruhig nieder, Böse Menschen haben keine Lieder. Dank voor jullie aandacht.