Op een keer stond een vriend op een zondagavond voor mijn deur. Uiteraard liet ik hem binnen. Hij begon een enthousiast verhaal te vertellen. Hij was in dit weekend in Londen geweest en had daar een workshop bijgewoond van een mevrouw, Sharry Edwards, die een wel heel ongebruikelijk verhaal vertelde. Als zij mensen in haar directe omgeving kreeg waarmee iets mis was hoorde zij een heel hoge toon. Verontrust was ze met dit verschijnsel naar een KNO specialist gegaan, maar die wist na onderzoek niet anders te vertellen dan dat zij een buitengewoon scherp gehoor had en dat haar gehoor toeliet dat zij veel hogere tonen kon horen dan de gemiddelde mens. ‘Maakt u zich geen zorgen, gaat u maar naar huis,’ was de boodschap die ze meekreeg. Dat deed Sharry Edwards. Ze was er echter niet gerust op en kwam later bij dezelfde specialist terug met de vraag of hij het merkwaardige gehoor toch nog eens wilde onderzoeken want dat ze bij verschillende mensen toch verschillende tonen hoorde. Nu was deze specialist een beetje een ongeduldige man met een hoge bloeddruk. Na een nieuw onderzoek zei hij dan ook dat ze zich er maar niets van aan moest trekken en dat er wel meer onverklaarbare dingen gebeurden. ‘Trouwens zei hij nog, wat hoort u dan bij mij?’
Daar begon het hele bijzondere verhaal van Sharry Edwards, want met haar bijzonder heldere stem zong zij de toon die zij in de nabijheid van de arts hoorde. De arts leunde achterover in zijn stoel en zei: ‘Ga daar eens mee door.’
Na een poosje riep de arts zijn assistente en zei: ‘meet mijn bloeddruk eens’. De verrassing was groot toen bleek dat in de korte tijd dat Sharry Edwards die toon had gezongen de bloeddruk van deze KNO arts significant gedaald was. Sharry Edwards kreeg toen door dat ze een bijzondere gave bezat waarmee ze misschien wel mensen kon genezen.
Het eerste duidelijke bewijs waarover ze vertelde betrof een man die met ernstige COPD en daardoor uiterst kortademig in een rolstoel zat. Sharry Edwards maakte een bandopname van de toon die ze bij hem hoorde te zingen, wel enkele octaven lager, waarnaar hij dagelijks luisterde. Drie maanden later kon de man weer in zijn tuin werken. Hierna breidde de succeslijst van deze bijzondere vrouw zich begrijpelijkerwijze uit, waarvan de workshop die mijn vriend had gevolgd een belangrijk getuigenis betekende.
Toen mijn vriend mij dit verhaal vol enthousiasme vertelde en mij bovendien de paper die Sharry Edwards geschreven had ter hand stelde begon ik in de dagen die erop volgden het verhaal aandachtig te lezen. En zoals ik al eerder schreef, als ik in aanraking kom met werkwijzen of methoden die voor mensen genezing kunnen betekenen krijg ik altijd het ietwat jaloerse gevoel: Dat wil ik ook kunnen. Ik liep echter direct tegen een groot probleem aan: Ik had niet zo’n bijzonder gehoor. Dat heb ik trouwens nog steeds niet. Maar misschien kon ik iets bedenken om een diagnosemethode te ontwerpen die in ieder geval op klank, dus geluid berustte. Eén ding was mij al direct duidelijk, het geheim van deze toch wonderbaarlijke geneeswijze moest te maken hebben met het persoonlijke geluidspatroon van de persoon die behandeld werd, nou ja, de patiënt zal ik maar zeggen. Hoe het lichaam van een overigens zwijgende patiënt een hoge toon als een soort noodkreet uitstuurt die ver boven de gehoorgrens van normaal horende mensen ligt was en is me niet duidelijk en een techniek om een dergelijke toon uit de omgevingsruis te filteren had ik ook niet direct voorhanden, hoewel ik moet toegeven dat iets dergelijks voor onderzoekers met een hogere elektronische begaafdheid dan ik misschien best mogelijk kan zijn. Mijn weg was echter een andere die uitgaat van een eigen these.
Stel, dacht ik, dat lichamelijke aberraties, storingen in de gezondheid, in het normaal functioneren van de organen van invloed zijn op de klank van de gewone spraakstem. En stel dat die invloed te zien is in het feit dat bepaalde frequenties enigszins worden gedempt. In technische zin is dat in elk geval gemakkelijk uit te zoeken. Wat heb ik daarvoor nodig.
Vaak ben ik heel blij dat ik veel verschillende vrienden heb die van allerlei dingen meer verstand hebben dan ik. Ik leerde namelijk dat er computerprogrammatuur bestaat waarmee geluidsopnames geanalyseerd kunnen worden. Dat er een spectrum analyse gemaakt kan worden, een zogenaamde FFT (Fast Fourrier) analyse. En dat je dan kunt zien hoe sterk of zwak alle frequenties (toonhoogten) voorkomen. Daar heb je bijvoorbeeld het programma WaveLab, wat een vrij duur programma is, maar gelukkig kun je hetzelfde doen met een goedkoper programma dat SigVieuw heet en dat ook heel betrouwbaar werkt.
Wacht, misschien is het voor de duidelijkheid handig als ik zo’n spectrum laat zien:

Dit is, zoals iedereen gemakkelijk kan zien, niet bepaald een mooi regelmatig patroon.
Om de grafiek te kunnen begrijpen is misschien enige uitleg nodig: De getallen van 100 tot en met 1100 in de onderkant gaan over de frequentie, het aantal trillingen per seconde die we uitdrukken in Hertz (Hz). De getallen aan de verticale zijlijn geven de geluidsterkte of volume aan, meestal uitgedrukt in Decibel (Db). Op deze manier kunnen we dus mooi zien hoe sterk elke frequentie in de stem doorklinkt. Overigens heet een dergelijke spectrumanalyse een Fast Fourrier Transformatie (FFT)
Wat deze grafiek heel mooi laat zien is dat er in het volume drie grote clusters zijn: van 200 tot 400 Hz, de tweede van 400 – tot ongeveer 720 Hz en een derde van 720 tot 1100 Hz.
Eigenlijk is de eerste groep het geluid dat het duidelijkst hoorbaar is in de stem. De andere twee groepen worden aangemerkt als hogere harmonische tonen of ook wel boventonen die in feite het typische eigen karakter aan de stem geven waaraan we ook gemakkelijk iemand kunnen herkennen.
Ik laat dit beeld zien, omdat deze mogelijkheid die ik heb met behulp van een computerprogramma, Sigview in dit geval juist zoiets kan doen als wat Sharry Edwards kan doen met haar speciale gehoor, hoewel ik dan wel eerst moest uitzoeken welke betekenis of betekenissen aan dit soort grafieken moest geven. Daarvoor had ik twee belangrijke dingen nodig: een aantal proefpersonen en een voorlopige theorie.
Met die proefpersonen had ik een beetje geluk, dat wil zeggen: ik had er om te beginnen één, Maar dat was ook meteen een heel enthousiaste. Hij was oud en hij had zo ernstig last van longemfyseem dat hij dag en nacht extra zuurstof nodig had. Volgens zijn eigen zeggen had hij deze klacht ook eerlijk verdiend want nagenoeg zijn hele volwassen leven had hij twee pakjes sigaretten per dag gerookt. Niet zo verwonderlijk overigens, want hij was een niet onverdienstelijke jazzpianist in de tijd dat het nog vrij ongewoon was als je in kroegen waar jazz gespeeld werd helder de overkant van de lokaliteit kon zien in plaats van wazig door de rook van allerlei tabaksproducten. Peer heette hij. Om privacy redenen noem ik niet zijn naam.
Een bevriende sound ingenieur leerde mij Hoe ik zo’n spectrum als boven afgebeeld moest maken en beoordelen. Ik vroeg Peer of hij misschien, gezien zijn benarde zuurstofsituatie mijn proefpersoon wilde zijn en tot mij vreugde stemde hij daarmee in.
Met een digitale audiorecorder van het type dat de mensen van de omroepen ook voor hun reportages gebruiken ging ik naar zijn appartement en maakte een korte spraakopname van hem. Met deze opname ging ik naar mijn bevriende ingenieur die mij hiep de opname om te zetten in een geluid waarvan ik dacht dat het hem kon helpen. Ik had namelijk inmiddels besloten wat ik in dat spectrum opmerkelijk vond.
Als je nog even naar dat plaatje kijkt dan zie je dat in de drie genoemde clusters de toppen die frequenties tonen die eigenlijk pal naast elkaar liggen heel diepe dips zitten. ‘Nu’, dacht ik zonder een spoor van bewijs trouwens, ‘dit moet het zijn; het kan niet anders dan dat die zwakke frequenties in de stem verband houden met de mankementen van de mens wiens stem het hier betreft.
Van de geluidstonen die bij die frequenties in de dips hoorden maakten we een geconstrueerde klank. In het geval van Peer waren dat drie tonen. We maakten er een CD van die ik bij Peer bracht. Ik vroeg hen deze CD zo vaak mogelijk te draaien, maar niet zo luid dat het storend zou zijn. Peer zei dat hij het geluid best dragelijk vond en dat het hem deed denken aan het geluid van een draaiende wasmachine.
Later hoorde ik van hem dat hij nog een extra CD speler had en dat hij daarop lekkere jazz draaide, maar dat de wasmachineklank, zoals hij dat noemde de hele dag aan stond, maar toen ik dat hoorde was er al veel gebeurd.
Ik weet nog dat mijn vrouw en ik met vakantie in Zuid-Spanje waren en dat plotseling mijn mobiel afging. Het was Peer. Hij zei: ‘Ik moet je iets bijzonders vertellen, het gaat mij veel beter, ik heb veel minder vaal zuurstof nodig, ik ben veel minder benauwd.’
‘Ben je al bij je longarts geweest?’ vroeg ik. Nee, daar ging hij van de week naar toe, maar hij wilde mij eerst het nieuws vertellen.
Zijn longarts bleek van de oude stempel te zijn die meende dat het kwam doordat Peer nieuwe pillen had gekregen, maar dat kon het niet zijn volgens Peer, want die Pillen had hij al een poos en ze deden voordien niks.
Peer was in de stad waar hij woonde redelijk bekend vanwege zijn bemoeienissen met Jazz en jazzconcerten. Hij had het nodig gevonden de plaatselijke krant een uitgebreide brief te schrijven, een ingezonden stuk eigenlijk, over zijn ervaringen met mijn klanktherapie. Een zelfde brief had hij overigens ook al aan zijn longarts geschreven, maar die had niet gereageerd.
Die brief in de krant hiep trouwens wel, want binnen een week had ik drie Hilversumse radiostations aan de telefoon die allemaal wilden weten wat dat was wat ik “Inverse Voice Therapy (IVT), noemde en een week of twee later zat ik op zaterdagochtend aan tafel bij George Frölich in het programma Cappuccino. Nog een week later was ik gebeld door enkele tientallen mensen waarvan ik uiteindelijk twintig proefpersonen overhield die ik een aantal jaren allemaal aan huis ben blijven bezoeken om stemopnamen te maken en met behulp daarvan therapie Cd’s voor hen te maken.
Veel werk, maar het leverde mij een bruikbare therapie op die ik eigenlijk, nu ik oud begin te worden het liefst aan iemand of aan meerdere mensen met echte belangstelling kosteloos zou willen overdragen, evenals mijn eerder beschreven tranentherapie.
Begrijp, als je geïnteresseerd bent het volgende. Mij vijfenveertigjarige praktijkervaring als natuurgeneeskundig therapeut heeft me geleerd dat deze therapieën werken. Gel voor dure wetenschappelijke onderzoeken met dubbelblind controles heb ik nooit gehad. Patenten zijn er niet, maar daar staat tegenover dat ik heel blij zou zijn als ik deze geesteskinderen van mij goede en actieve adressen zou kunnen geven.