Voor ons, de gewone mensen, gewoontedieren eigenlijk, herhaalt zich weer de geschiedenis. Waarschijnlijk voor de zoveelste keer. Telkens weer komt de zelfde boodschap bij het merendeel van de mensen als ongeloofwaardig binnen.
Het heeft te maken met de vermoedelijk al heel vaak ondernomen poging om de grenzen van wat wij kunnen en wat mogelijk lijkt definitief te overschrijden. De religie, zoals ons voorgehouden door de professionele interpretators van de Bijbel, een overigens uiterst nuttig geschrift, verkleint en vernauwd de betekenis van dit verhaal waarin de mensheid probeert de hemel te bereiken, of met andere woorden zichzelf te overstijgen.
Gelukkig is de Bijbel waar een dergelijke poging wordt beschreven niet uniek in dit type allegorische waarschuwingen. In de zogenaamde metamorfosen, geschreven door de Romeinse Publius Ovidius Naso, komen we de legendarische Griekse Icarus tegen, zoon van Koning Daedalus, die tegen alle goede raad en waarschuwingen uit zijn omgeving in probeert te vliegen en zo de hemel te bereiken.
Significant lijkt mij nu de gelijkenis – als je er tenminste oog voor hebt – van beide verhalen. De toren van Babel wordt bij de bouw getroffen door de zogenaamde Babylonische spraakverwarring, een gebeurtenis die we met de kennis van nu niet anders kunnen interpreteren als een grootscheepse storing, mogelijk zelfs geheel plat gaan van de toenmalige communicatiesystemen. In het verhaal van Icarus wordt diens van meet af aan overduidelijke overmoed gestraft doordat hij te dicht bij de zon komt en de was waarmee zijn vleugels aan zijn schouders bevestigd zijn smelt en Icarus in de zee stort die naar hem sedertdien de Icarische zee wordt genoemd.
Beide verhalen kunnen en worden ook doorgaans als aardige allegorische verhalen beschouwd. Hoewel, in de westerse en door de eeuwen heen opgebouwde religieuze traditie is toch heel duidelijk een bedoeling gestopt. Deze bedoeling is mijns inziens de trotse en overmoedige mens klein te houden en te waarschuwen dat hij moet afzien van elke poging het Goddelijke te benaderen. En wat is dan tenslotte dat Goddelijke?
Ach, we kunnen er natuurlijkprachtige esoterische verhalen omheen bedenken, maar dat is al meer dan genoeg gedaan met als kennelijk doel de verwarring in stand te houden. Mooi, maar al weer een te hoog gegrepen poging naar mijn mening tot nodeloze mystificatie.
Laten we nu eens met beide benen op de grond bedenken wat er in onze eigen werkelijkheid voor ons verborgen wordt gehouden. Al die vele zaken waarover de meest onzinnige kulverhalen de wereld in worden gestuurd omdat enige niet te beïnvloeden boven ons gestelde instantie niet wil dat we het weten, al was het alleen al omdat we er ons dan op mogelijk hinderlijke – of zelfs verhinderende wijze mee zouden kunnen gaan bemoeien.
Tegenwoordig zien en horen we in de media twijfelende en soms zelfs angstige verhalen opduiken over Artificiële intelligentie. Verhalen in de sfeer van: we mogen wel oppassen. Straks overvleugelt de artificiële intelligentie ons nog en zijn wij niet meer nodig. Ik heb altijd gedacht dat het verhaal van de onhandige en overmoedige tovenaarsleerling deze koudwatervrees wel uit de lucht zou halen, maar dat blijkt toch niet het geval te zijn.
Volgens mij is de echte vraag die we eindelijk moeten oplossen: waarom en op wiens gezag moeten wij bescheiden, klein en voor een belangrijk deel onwetend blijven. Ik weet bijna zeker dat het antwoord op die vraag ontluisterend duidelijk zal zijn en de mensheid op een nieuw en tot nu toe ongekend ontwikkelingsniveau zal brengen.
Ach, men zegt toch gedeelde smart is halve smart en gedeelde vreugde is dubbele vreugde, maar gedeelde kennis die echt belangrijk is en die volgens het zelfde principe dubbele kennis zou zijn… daarmee is men helaas vaak erg krenterig. Jammer.