Vader

Slapen wilde ik, slapen. Ik was moe. We waren naar de verjaardag van Rinus, de vriend van onze Dre geweest en ik had best wel een paar glazen wijn gedronken en een paar biertjes bij het eten. Thuis hadden we nog even naar een oude film van Charlies angels zitten kijken, maar ik was onrustig, ik ging naar bed.

Mijn gedachten begonnen eerst liedjes te zingen en zelf op de piano te begeleiden. Steeds weer opnieuw de zelfde liedjes.

Tenslotte was ik terug in mijn jeugd. We eten. Mijn vader zit tegenover me, mijn moeder aan de linkerkant van de tafel. Mijn zusje zal ook wel ergens gezeten hebben, maar die zie ik niet.

Aan tafel is er altijd weer die spanning. Mijn vader kan om het minste of geringste driftig worden en opspringen en om de tafel heen lopen en mij beginnen te slaan.

Mijn moeder raakt dan altijd in paniek en roept: Oh Piet niet doen alsjeblieft en dan smeekt ze heel angstig en ik, ik krijg klappen, voornamelijk tegen mijn hoofd. En dan suist mijn hoofd. Als hij klaar is met zijn driftbui gaat hij weer zitten. Dan praat hij soms drie dagen niet tegen mij.

Altijd ben ik bang voor hem tot ik denk ik een jaar of zestien ben. Dan slaat hij niet meer, of ja, één keer nog, dan loop ik woedend de deur uit en blijf uren weg en dan blijkt hij me ongerust te zijn gaan zoeken. Maar ik kom gewoon weer thuis en niemand zegt nog iets over het voorval.

Nooit kon ik mijn vader ter verantwoording roepen. Toch heeft hij zeer tot mijn schade ernstige fouten gemaakt die onherstelbare gevolgen hadden.

Excuses waren er voor hem: hij kon dat niet weten en hij kwam uit de duikbootoorlog in de Middellandse Zee.

Voor de deur van ons huis stonden altijd auto’s geparkeerd van het garagebedrijf aan het eind van de straat. Op een dag liep ik tussen die auto’s door op weg naar een vriendje aan de overkant onder een auto. Ik was anderhalf uur buiten westen, waarschijnlijk een zware hersenschudding en mijn rechterbeen was vlak boven de knie gebroken. Voor die tijd misschien geen gemakkelijke breuk.

De dienstdoende chirurg in het gemeenteziekenhuisje besloot tot tractie. Beentje recht omhoog, een pen door de hiel, katrollen en gewichten. De man vergat echter direct met een penicilline behandeling te beginnen zoals het protocol ook toen al moet hebben aangegeven en na een week had ik koorts, 41 graden, was mijn voet die bij binnenkomst in het zieken huis gaaf was veranderd in een zwerende bal die voor de rest van mijn leven een ernstige en vaak opnieuw zwerende handicap is gebleven met nog zeer weinig bewegingsmogelijkheden.

Het was mijn vader die mij naar dat ziekenhuis wilde hebben. Het was voor mijn moeder die altijd alles moest lopen, omdat ze niet durfde fietsen, bijna twee keer zo ver weg als het katholieke St Lidwina ziekenhuis. Maar mijn vader die als brave katholieke jongen de oorlog in was gegaan had tijdens die oorlog door wat hij had meegemaakt en moeten doen een afkeer van het katholicisme gekregen.

Het ziekenhuisje waar hij mij heen liet brengen had één chirurg, een norse oud-marine arts, die misschien best wel aardig een blinde darm kon verwijderen, maar van wie naar later bleek in mijn woonplaats, Den Helder, vrij veel mensen met verkeerd gezette armen en benen rondliepen. Kortom een prutser die zich slecht gedroeg en die zijn vakliteratuur blijkbaar niet las. In het katholieke ziekenhuis was een andere zeer bekwame chirurg werkzaam, van wie weinig stomme medische fouten bekend waren. Door de afkeer van mijn vader van het katholicisme had ik daar weinig aan. Mijn chirurg kwam ook nog eens na zes weken tot de ontdekking dat hij het beentje met de inmiddels volkomen verpeste rechtervoet verkeerd had gezet, zodat het over gebroken moest worden en ik al met al drie maanden in het ziekenhuis lag.

Ik moet dus constateren dat ik vanaf mijn zesde een invalide rechterbeen had met alle gevolgen van dien door een aversie tegen de katholieke kerk, die mij precies in het verkeerde ziekenhuis deed belanden.

Nu, op mijn drieëntachtigste ben ik enkele weken geleden weer voor vijfdagen in het ziekenhuis aan een antibioticum infuus beland van wege een plotseling oplaaiende heftige ontsteking in de rechtervoet met hoge koorts.

Nooit heb ik mijn hand opgeheven tegen mijn driftige slaande en mishandelende vader. Soms denk ik wel eens dat mijn driftige vader eigenlijk wel wist dat ik door zijn afkeer van dat geloof slachtoffer was geworden, maar dat hij te trots was om dat toe te geven. Maar veel vaker dan mij lief is lig ik te woelen in mijn bed, in gedachten de twistgesprekken voerend die ik als kind niet durfde voeren en die ik nu mijn allang overleden vader in gedachten in het gezicht spuug.

Soms help het een beetje.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.