Eindpunt

Taco Bruins lag achterover geleund op het enige redelijk gemakkelijke meubelstuk dat hij bezat, zijn bank. Zijn rechter elleboog steunde op de verschoten armleuning, zijn hand tegen zijn rechter wang gedrukt. De rugleuning van de bank was gelukkig hoog genoeg om zijn pijnlijk bonzende hoofd aan de achterkant te steunen.                                               Taco voelde zich opgeblazen en moe. Zijn hele lijf voelde loodzwaar en de kloppende pijn in zijn achterhoofd meldde een simpele maar ware boodschap: “te veel whisky gezopen”.   Hij was te moe om zich eraan te ergeren. Het was gewoon, hij was het gewend. Eenmaal het eerste glas naar binnen en er was geen houden meer aan.

De paar vrienden die hem op deze avond, zijn zeven en vijftigste verjaardag door de tas met flessen heen hadden geholpen waren één voor één weggegaan. Hadden ook te veel op om nog aanspreekbaar te zijn. Ze kwamen soms bij elkaar om een potje te kaarten. Het begon altijd wel hoopvol, maar Taco wist altijd van te voren dat het weer mis zou gaan.                                                                                                                                         Echt dronken werd hij eigenlijk al jaren niet meer. Alleen maar moe, opgeblazen, koppijn, nog te beroerd om op te staan. Hij voelde zich als een zak zand en had de fut niet meer om er nog de pest over in te hebben.

Hij hoestte, het bleef maar kriebelen, hij hoestte door. Zijn hoofd werd rood, hij stikte er bijna in. Ook de hoestaanvallen waren niet onbekend. “Komt van het roken”, riep hij altijd quasi vrolijk; “af – en – toe moet alle teer eruit gebaggerd worden; kan wel even duren; misschien had ik die laatste honderd sloffen sigaretten beter niet kunnen oproken”.

Taco staarde naar de bijeen geraapte troep die zijn interieur voorstelde. De spullenhulp was de naam van de kringloopwinkel waar hij voor niet te veel geld zijn hele meubilair – inclusief kleuren tv en video – bij elkaar had gescharreld. Het zag er allemaal een beetje beduimeld en grauw uit, net als het huurflatje waar hij nu woonde, omringd door veel mensen die bijna allemaal ver weg geboren waren. Het kostte niet veel en dat was maar goed ook, want binnenkort zou hij van de W.W. toch in de bijstand belanden, tenzij er nog één keer een wondertje gebeurde en er toch nog een bedrijf zou zijn dat nou net op zoek was naar een zevenenvijftig jarige verkoper met veel morele deuken en een inmiddels tamelijk verlopen uiterlijk, maar een boel ervaring.

Taco wreef over zijn borst. Hij voelde zich vreemd. Er was een soort druk op zijn borst die hij wel eerder had gevoeld, maar er was ook een soort drukkende stekende pijn onder zijn linker schouderblad die hij niet kende. Zijn hele lichaam tintelde. Hij haalde een paar maal diep adem. De druk scheen iets minder te worden Het beste was om maar heel stil te blijven zitten, dacht hij. Vooral niet bewegen, dan kon er ook niks mis gaan, dacht hij. Eigenlijk moest hij wel pissen, maar dat kon nog wel even wachten. Hij legde zijn benen voorzichtig op de bank en zakte wat onderuit. Feitelijk moest hij dit niet doen. Hij kon beter een paar glazen water drinken en wat aspirines slikken, maar hij was te moe. Hij bleef hangen. Vanuit zijn half gesloten ogen blikte hij de kamer rond. Een ontzettende rotzooi was het weer geworden. Overal lege flessen, vuile glazen en volle asbakken. Als hij de fut had, zou hij een raampje open zetten. Op je nuchtere maag werd je altijd strontziek van de stank.

Taco greep een kussentje en duwde dat tussen zijn hoofd en de zijleuning van de bank. Hij bedacht dat het niet de eerste keer was dat hij zo in slaap viel, om dan rond een uur of zes met een geweldige kater wakker te worden. “Nou ja, morgen is het zondag”, dacht hij. “Het maakt trouwens tegenwoordig geen moer meer uit welke dag van de week het is en hoe laat ik opsta. Niemand zit nog te wachten op Taco Bruins, zeven en vijftig, W.W. over en sluiten.

Het drukkende gevoel op zijn borst nam weer toe. Een nieuwe hoestprikkel trachtte hij te onderdrukken, lukte niet. Het maakte hem benauwd en misselijk.

De pijn zakte weer een beetje. Maandag ging hij absoluut naar de huisarts. Dat had hij zich al honderd keer voorgenomen, maar maandag ging hij absoluut. Er was beslist iets niet goed in de ribbenkast.

Gek eigenlijk, dacht hij. Zijn hele leven had hij gewerkt; en dan op de avond van je zeven en vijftigste verjaardag in je dooie rot uppie eindigen.                                                             Nou ja, gewerkt… Hij had altijd een beetje spijt gehad dat hij op school niet al te veel had gedaan. Nooit zijn middelbare school eindexamen gehaald, dus ook niet gestudeerd. In het laatste schooljaar was hij Marina tegen gekomen. Ze was een mooie, wilde meid. Ze gingen naar feesten, kwamen laat – of helemaal niet thuis, bleven slapen bij vriendjes wier ouders van die kasten van huizen hadden en die evengoed toch bijna nooit thuis waren.     Het was leuk en gemakkelijk en heel lekker. Hij dacht dat alles kon.                                     Zijn ouders waren brave mensen. Pa las de krant en keek TV. Ma zeurde nog wel eens dat-ie op tijd thuis moest wezen. “Ach mens”, riep hij dan, “ik kan heus wel op mezelf passen”, en weg was hij weer.

Op een dag, halverwege dat jaar, kwam Marina naar hem toe. “Taco”, zei ze, “ik moet je wat zeggen, ik geloof dat ik zwanger ben”.                                                                             “Jezus Christus”, weet je het zeker?” zei Taco. “Ik denk het wel”, stamelde Marina, “ik ben drie weken over tijd en dat is nog nooit gebeurd”.                                                                   “Taco”, zei Marina, “als ik zwanger ben, dan moet je wel met me trouwen, hoor”.                 “Ja, natuurlijk”, had hij schor geantwoord.

En natuurlijk was Marina zwanger; en natuurlijk hadden zijn maten hem uitgelegd dat-ie zwaar de lul was; en natuurlijk was hij ook ruimschoots gezakt voor zijn eindexamen. Het nog eens over doen zat er niet in.                                                                                             Zijn vader had er niet veel woorden aan vuil gemaakt: “Je hebt je aardig in de nesten gewerkt,  jongen”, had hij gezegd. En: “Wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten. Ik zou maar gauw zien een baan te vinden, want zo’n vrouw en een kind zijn heel aardig, maar ik ga ze niet voor je onderhouden. En ik geef je op een briefje dat zo’n spulletje elke maand een pet met centen kost”.

Met frisse tegenzin had Taco zich op de arbeidsmarkt begeven. Hij moest wel.                   Marina zeurde hem de kop gek: dat ze ergens samen moesten wonen, dat ze van alles nodig hadden, dat ze helemaal geen geld hadden, alsof hij dat, godsamme, zelf niet wist.

Uiteindelijk had hij een baantje gevonden bij een keuken – en doe het zelf centrum. Wel moest hij zich zo snel mogelijk inwerken in de zeer brede handel van de zelfbouw keukens.                                                                                                                                 Twee avonden in de week cursussen volgen. Als hij er nog aan dacht werd ie er weer doodmoe van.

Ze vonden een gemeubileerd appartementje dat ze net betalen konden. Rotbuurt natuurlijk, maar het was niet anders. Marina deed haar best; hij moest het toegeven. Rechtstreeks, in plaats van de middelbare school, achter de kassa bij Albert Heijn. Dat kon je lang volhouden met een dikker wordende buik.

De verliefdheid was eigenlijk al over voordat ze trouwden. Nadat Jens geboren was moest Marina een jaar lang helemaal niets van hem hebben. Heel erg had Taco dat trouwens niet gevonden, want je de hele dag kapot werken en ’s avonds nog cursussen volgen was bij hem nou niet bepaald de manier om tussen de lakens nog iets overeind te krijgen.

Marina vond dat ze na de geboorte van Jens niet meer kon gaan werken.                           “Oké”, dacht Taco, “dat is het dus. Mijn vader zei het altijd al: wie niet steelt of erft, zal moeten werken tot hij sterft.

Het salaris was redelijk en omdat hij goed verkocht kwam er ook maandelijks nog flink wat bonus bij.                                                                                                                                 De verhuizing naar de vierkamerflat in de iets betere buurt had Marina en hem weer wat dichter bij elkaar gebracht. Zo dicht, dat Marina prompt weer zwanger was. Toen Klaartje echter was geboren was het gedaan met de seks en trouwens ook met de rest van de aardigheid.

Het nieuwe bedrijf waar Taco ging werken was gespecialiseerd in horeca inrichtingen.       Taco reisde inmiddels het hele land af, auto van de zaak,  om te adviseren en te verkopen bij de inrichtingsontwerpen. Als hij ’s avonds laat – of soms diep in de nacht thuiskwam, sliep Marina allang. Maakte trouwens niks uit.                                                                         “Ach, weet je, die horeca lui zijn meer avond – dan ochtend mensen”, zei hij altijd. Voor een deel was dat wel de reden voor zijn late werkuren, maar voor een veel groter deel was hij inmiddels Rita tegen gekomen, een mooie, gescheiden horecavrouw met een gezellig goed lopend café – restaurant.                                                                                   De eerste keer kwam hij bij haar in verband met het ontwerp van een nieuwe bar, omdat de oude niet meer paste bij het inmiddels vernieuwde interieur. Bij het tweede bezoek at hij wat in haar restaurant. Na sluitingstijd was hij nog wat gebleven om nog een paar resterende details te bespreken. Rita woonde boven haar zaak. Ze zei: “hier gaat straks automatisch het licht uit en de verwarming omlaag. Laten we maar even boven gaan zitten, dat lijkt me comfortabeler.                                                                                             Wat Taco nog niet wist was dat vrouwen doorgaans hun mannen uitkiezen, en niet andersom.                                                                                                                                 Voor hij het wist lagen ze samen in Rita’s bed. Wat een wijf, wat een lijf, wat een passie!

Om vier uur ’s nachts was hij thuisgekomen met een soort schuldig blokgevoel in zijn maag en zijn buik. Hij realiseerde zich dat zijn hele huid naar Rita’s parfum rook en besloot dus om nog maar even onder de douche te stappen. Toen hij onder de douche vandaan kwam stond Marina in de badkamer.                                                                                       “Waar heb je in godsnaam zolang gezeten?” vroeg ze, “en waarom ga je midden in de nacht onder de douche?”                                                                                                         Taco vermeed haar ogen en zei: “ik heb ontzettend lang in de auto gezeten en dan kan ik nooit slapen. Dus ik dacht, ik neem even een hete douche, dat helpt nog wel eens”.         Marina zei niets en ging weer naar bed. Toen Taco even later naast haar ging liggen, lag ze met haar ogen dicht naast hem, maar hij wist dat ze wakker was en dat ze zo gespannen als een snaar naast hem lag. Hij gaf haar een vluchtige kus op haar voorhoofd en draaide zich op zijn zij van haar af. Slapen deed hij niet. De enorme seksuele ontlading bij Rita en het kloterige schuldige gevoel dat hij nu had maakten dat hij op geen enkele manier tot rust kon komen.

Om zeven uur stond Jens, inmiddels zeven jaar, naast zijn bed.                                           “Zo”, zei Taco, “je bent er al weer vroeg bij, knul”. Naast hem stond Marina, inmiddels in haar ochtend jas. “Hij gaat vandaag op schoolreis, weet je wel”, zei Marina, “maar je zult het wel te druk hebben om je zulke kleinigheden te herinneren.                                             Het kille snerende verwijt deed zijn adem stokken. Hij probeerde nog iets tegen Jens te zeggen, maar Marina liep de slaapkamer al met hem uit.                                                       Jens werd opgehaald. De voordeur sloeg dicht. Hij hoorde Marina weer naar boven komen. Hij lag op zijn zij en keek door zijn wimpers naar de vrouw voor wie hij acht jaar geleden een drop-out was geworden. Ze keek niet naar hem, maar trok haar nachtpon over haar hoofd om zich aan te kleden. Ze had eigenlijk nog best een mooi lichaam, na twee kinderen. Terwijl hij naar haar keek probeerde hij zich de vlinders van vroeger in zijn onderbuik te herinneren. Maar waaraan hij ook dacht, het was er niet meer, het was weg, voorgoed weg. Nooit zou hij bij Marina meer enige lust of begeerte voelen.

Het huwelijk met Marina eindigde geruisloos. Samen één advocaat.                                     Nee, hij hoefde niks. Als hij maar contact kon houden met de kinderen en redelijk met haar on speaking terms kon blijven. De kinderen konden er tenslotte niks aan doen.

Met Rita had hij alles dik voor elkaar. Ze was blij met hem, zei ze.                                         Elke nacht was het feest. Taco had nooit geweten dat zulke vrouwen echt bestonden.

De zaak waar Taco inmiddels topverkoper was bestond vijfentwintig jaar.                           Er werd een geweldige partij georganiseerd in een groot hotel in het zuiden van het land.     Er werd voortreffelijk gegeten, er was een fantastisch orkest; er werd gedanst; er waren redevoeringen. Taco sprak namens de sales groep en memoreerde de groei die hij in zijn tijd had mogen meemaken. Belangrijk was ook dat het binnen – zowel als buiten het bedrijf, voor de klanten, zo goed te merken was dat het bedrijf als team werkte.                   Na nog een enkele flauwe grap de zaal in te hebben gegooid van de koperen barleuning waarop men lang op de aflevering had moeten wachten en die, toen hij dan eindelijk arriveerde, gelukkig slechts aan één kant te kort bleek te zijn, was Taco weer aan het tafeltje gaan zitten, waar ze samen met zijn vriend en collega Henk en diens vrouw zaten. Er werd stevig gedronken op kosten van de baas. Iets te stevig, eigenlijk.  Taco had ineens het gevoel dat hij nodig uitgebreid en uitbundig over zijn gepassioneerde verhouding met Rita moest vertellen.                                                                                       “Jongen”, zei hij, zich vertrouwelijk naar Henk over buigend, “Ik heb het nog nooit van mijn leven zo goed voor elkaar gehad. Elke nacht is het van wippenstein, man. En je moet ook niet denken dat we op zondag erg vaak de slaapkamer uitkomen. Ja! alleen om te pissen. Om hem heen werd er hard gelachen. De drank maakte dat hij, zonder dat hij dat wilde, luidkeels sprak. Taco voelde zich in het midden van de belangstellen en werd al luidruchtiger. Om hen heen werden hoofden zijn kant op gedraaid.                                       Plotseling voelde hij een keiharde schop tegen zijn scheenbeen.                                           “Au, verdomme”, riep hij.                                                                                                           “Oh sorry schat”, zei Rita.

Rita reed  hem naar huis. Ze sprak geen woord.                                                                   “Is er iets?” vroeg Taco.                                                                                                           “Nee, niks”, zei ze.

Die nacht kleedde Rita zich niet uit en ze kwam ook niet in bed.                                           Toen Taco riep: “wat doe je nou, waar blijf je toch?” riep ze dat ze absoluut geen slaap had en ook geen zin om naar bed te gaan.                                                                                     Taco kwam uit bed en liep naar de huiskamer. Hij keek naar Rita, die met opgetrokken benen in de hoek van de bank zat. Hij liep naar haar toe en wilde zijn arm om haar schouders slaan, maar ze sloeg zijn hand weg.                                                                     “Sodemieter op”, riep ze, “raak me niet aan!”                                                                           “Maar wat is er nou, wat heb je nou toch”, wilde Taco vertwijfeld weten.                               “Ach man, donder op, je bent net zo’n lul als al die andere kerels en je bent een nog veel ergere lul dan mijn ex”.                                                                                                             “Maar wat bedoel je nou toch, mens”,  riep Taco, zijn stem verheffend.                                 “Wat ik bedoel”, krijste Rita, is dat ik vanavond voor alle aanwezige maatjes ontzettend te kakken ben gezet als de geilste gleuf van de stad. Blijkbaar is neuken het enige dat voor jullie kerels van belang is, want als er gezopen is, is dat het enige onderwerp waarover jij door de tent zit te schreeuwen. Het is over, je hebt iets geknakt in mijn kop. Leg maar een dweil in lauw water, die is heel gewillig. Dan stop je hem daar maar lekker tussen”.

De volgende dag was Rita’s woede wel gezakt, maar niet koude die haar gevoel voor Taco had veranderd. In afgemeten woorden vertelde ze hem dat voor haar gevoel hun seksuele beleving iets tussen hun tweeën was geweest en dat ze zich nu een goedkope hoer voelde en dat ze het in ieder geval niets meer van hem moest hebben. Hij kon zijn kleren bij elkaar pakken en gaan. Vandaag maar, meteen.

Taco wilde Rita terug. Een paar keer per week at hij in haar restaurant. Maar ze liet zich niet zien. Ook de telefoon nam ze niet aan. De boodschappen die hij op haar antwoordapparaat insprak werden nooit beantwoord. Hij had het er vreselijk moeilijk mee.   Nog steeds was hij stapelverliefd op Rita.                                                                               In zijn verdriet begon hij ’s avond langs de cafés te zwerven en er waren bijna geen avonden dat hij niet dronken naar bed ging.

Een tijdje logeerde hij in goedkope hotelletjes, want zoveel geld verdiende hij nou ook weer niet. Hij was van slag, ‘uit de stoot’, zoals hij zelf zei. Hij kwam te laat op afspraken, stonk vaak naar de drank. De bonussen liepen flink terug.                                                               Uiteindelijk had hij het flatje gevonden en ingericht. “ Dan maar een plekkie voor mezelf”, zei hij.

De kinderen kwamen eerst elke veertien dagen, toen elke maand en vervolgens alleen op zijn verjaardag, maar meestal niet allebei. Ik moet ze hun eigen leven gunnen, maakte hij zichzelf wijs.                                                                                                                             In het begin maakte hij de dag vrij als een van de kinderen jarig was. Maar toen Marina na een jaar of drie was hertrouwd had ze hem gevraagd om niet meer op de verjaardag zelf te komen, omdat dat wat prettiger was voor de familie.                                                         Hij had zich gekwetst en afgewezen gevoeld, maar nooit iets laten merken. “Oh”, had hij gezegd, als dat voor jou prettiger is, dan doe ik dat wel. Heeft het kind een dubbele verjaardag.                                                                                                                               “Het gaat heus niet om jou hoor”, had Marina gezegd, “maar Wim’s ouders kunnen zo zeuren en daar heb ik geen zin in; en als het jou nou toch niet uitmaakt.”                             Natuurlijk maakte het hem wat uit. Weer een stuk verder verwijderd van zijn kinderen. Straks moesten ze nog pappa zeggen tegen die eikel.

Tussen Taco en zijn kinderen was het een beetje misgelopen. Natuurlijk moest er wat met de kinderen gedaan worden als ze zaterdags of zondags bij hem kwamen. In het begin waren ze heel jong, was hij nog echt hun Pappa en kwamen ze elke veertien dagen. Soms zat Taco op vrijdagavond al met de handen in het haar. Verzin maar eens elke keer iets leuks voor een jongetje van tien en een meisje van zeven.

Zijn collega, Henk, was inmiddels ook gescheiden. Henk kon er niets aan doen. Trees was ineens verliefd geworden op een oude schoolvriend die ze op een reünie van haar middelbare school was tegen gekomen. Eigenlijk was ze opnieuw verliefd geworden op haar eerste grote liefde. Henk en Trees hadden inmiddels wel drie kinderen. Dus hadden Henk en Taco in het weekend vaak een gemeenschappelijk probleem: hoe houden we ze tevreden en gelukkig.                                                                                                               Dikwijls spraken de twee mannen af samen met hun kinderen in de een of andere speeltuin of een pretpark. Daarna was het dan altijd patat met kroketten of kip met patat en appelmoes.

Op een mooie zondag in juni waren de vaders met de kinderen naar Harderwijk getogen. Een uitgelezen plaats voor een familiedagje. Eerst was er natuurlijk het bezoek aan het Dolfinarium. Klaartje mocht in het rubberbootje dat door een dolfijn werd getrokken. Groot feest. Daarna was er de attractie speeltuin op het strand.                                                       Of ze mochten zwemmen, hadden de kinderen gevraagd. Ja, ze hadden badkleding meegenomen. Taco en Henk vonden het vanaf het terras waar ze waren neergestreken wel best. Het was een prachtige warme dag. Het bier smaakte uitstekend.                           “We moeten een beetje oppassen dat we niet te veel innemen”, had Henk nog gezegd.       “Nee, nee”, vond Taco ook.

Het was al zeven uur geweest, toen ze het strandpaviljoen verlieten.                                   Er moest ook nog wat gegeten worden. Gelukkig heeft de boulevard van Harderwijk vele terrassen, al duurde het wel even voor dat ze er een hadden gevonden waar nog een tafeltje met zeven plaatsen kon worden bemachtigd.                                                               De kinderen hielden geen van allen van vis. Het gebruikelijke recept dus maar.                   De vaders hadden hun oog laten vallen op de gebakken tong, die op het menu stond.         “Weetje”, zei Taco, “daar hoort eigenlijk een mooi wit wijntje bij.                                             Ze bestelden een flesje Chablis, dat eigenlijk leeg was voor ze hem goed en wel geproefd hadden. Nog maar een, dus.                                                                                                   Na drie flessen Chablis was de maaltijd op. De kinderen waren rozig van de zon en de vaders een beetje soezerig, maar heel tevreden. Iets of wat licht in het hoofd misschien, maar dronken? Nee! Ben je gek, zeg!                                                                                     Na enig zoeken – Jezus waar staat dat ding nou ook weer – hadden ze de auto op het grote parkeerterrein teruggevonden.                                                                                     “Rij jij?” vroeg Henk; “Heb jij geen last, want ik ben toch een beetje schommelig tussen de oren”. “Tuurlijk jongen”, had Taco geroepen. “helemaal niks aan de hand. Ik breng het hele zootje wel veilig thuis.”

De alcoholcontrole stond op het punt waar ze de A28 op draaiden.                                       Taco scoorde bij de blaastest voldoende om voor verder onderzoek meegenomen te worden naar het politiebureau van Harderwijk. Ook Henk, die nog aanbood om verder te rijden bleek daarvoor veel te dronken.

Inmiddels was het laat geworden en weliswaar liep het tegen de schoolvakantie, maar de kinderen moesten toch morgen nog naar school.                                                                   De mannen van de rijkspolitie hadden helemaal geen haast. Het maakte niets uit of Taco al zei dat de kinderen naar bed moesten, want dat ze morgen weer naar school moesten.   “Meneer”, zei de wachtmeester, die een uitgebreid proces verbaal zat te maken, “u had daar iets eerder aan moeten denken, namelijk voordat u begon te drinken. Wij doen hier alleen maar ons werk”. Toen Taco merkte dat het allemaal niet hielp, wat hij ook zei, vroeg hij Henk de kinderen met een taxi thuis af te leveren. Dure grap, maar het was niet anders. Gelukkig was een van de agenten zo vriendelijk een taxi te bellen. Vijf minuten later kon Henk met alle kinderen vertrekken.                                                                                         Voor Taco eindigde de avond in een overigens open politiecel.                                           “Het spijt me wel, meneer, had de verbaliserende politieman gezegd. U mag over acht uur weer rijden. We willen u morgenochtend vroeg best bij uw auto afzetten. Het is nu elf uur, dus u mag om zeven uur weer rijden. Overigens zult u met dit alcoholpercentage wel voor de rechter verantwoording moeten afleggen”. Taco had het hoofd gebogen in de zekerheid dat er niets aan te doen viel.

——————————————

Taco keek even rond in zijn woonkamer.                                                                                 De druk op zijn borst en het tintelende gevoel in zijn linkerarm waren er nog steeds, maar hij kon in elk geval weer wat beter ademen. Als hij nu niet ging pissen, deed hij het in zijn broek. Dat had hij al een keer eerder meegemaakt en ondanks dat hij alleen was voelde hij het als heel vernederend.                                                                                                         Hij liet zich op zijn knieën naast de bank zakken en duwde zich met de handen op de zitting omhoog. Onmiddellijk voelde hij de druk op zijn borst weer toenemen. Zijn linkerschouder leek in een bankschroef te zitten. Een beetje radeloos keek hij om zich heen. Hij moest toch verdomme wel kunnen gaan pissen…                                                   De tocht naar de wc in de gang duurde een eeuwigheid. Overal moest hij zich aan vasthouden. De bonkende koppijn kwam ook weer in alle hevigheid opzetten.

Dit is een hartinfarct, hij wist het, hij had het gehoord toen hij nog werkte, van kerels die het ook hadden gehad. Hij moest een dokter bellen.                                                               In de gang, vlak bij de wc werd de pijn erger. Hij voelde dat hij viel. Zijn rechter arm greep naar houvast, vond zijn jas aan de kapstok. Hij hoorde nog het lusje breken en voelde hoe hij op de grond viel. Pijn was er niet meer. Het werd allemaal donker en stil.

Het grijze ochtendlicht scheen door het raampje boven de voordeur toen Taco zijn ogen weer opende. Ademen ging moeizaam. De pijn op zijn borst en in zijn schouder waren wat minder, maar niet weg. Dodelijk vermoeid voelde hij zich. Straks knap ik wel weer wat op, bedacht hij.                                                                                                                               Naast hem lag de jas die hij van de kapstok had getrokken. Met zijn rechterhand propte hij de jas onder zijn hoofd. ‘Nog even blijven liggen, straks gaat het wel weer’.

Zijn benen voelden koud en stijf. Met zijn rechterhand tastte hij naar beneden. Ook dat nog. Hij had toch in zijn broek gepist. Rustig blijven liggen.                                                     Vaag voelde hij de pijn weer toenemen als een metalen klem om zijn borst en schouder.     Nog maar even blijven liggen. Langzaam zakte hij weg in een soort schemering.

Het werd licht om hem heen. De kleuren in het gangetje leken helderder. Taco keek naar de voordeur die plotseling open stond en een warm, helder licht binnen liet. Hij voelde hoe een hand hem zachtjes hielp opstaan. Licht en gemakkelijk liep hij de deur uit, het licht tegemoet. Nog even keerde hij zich om. Het lichaam onder de kapstok herkende hij bijna niet.

Een soort opluchting was er… en eigenlijk ook iets dat misschien het meest leek op een soort plezierige verwachting.

————————————————

Advertenties

One thought on “Eindpunt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s