Hoofdstuk 38

Een heel lange blog deze keer. In mijn Sciencefiction roman Het Komodo Project is de hoofdfiguur, Rupert Jones door uitgebreide genetische manipulatie veranderd in een onoverwinnelijk wezen dat verschillende gedaanten kan aannemen. Op bedrieglijke wijze is ervoor gezorgd dat hij het liefste in zijn leven, zijn vrouw, in een in scene gezet ongeluk verloor om hem ertoe te krijgen aan de militaire transformatie naar de onoverwinnelijke soldaat mee te werken. Op het moment vlak voor de voltooiing van de experimenten ziet hij wat er in werkelijkheid is gebeurd. Het zal duidelijk zijn dat hier sprake is van zeer uitgebreide genetische manipulatie. In zijn nieuwe gedaante neemt Rupert Jones wraak door een farmaceutische fabriek te vernietigen die belangrijke speciaal voor militaire toepassing ontworpen strijdmiddelen fabriceert. Bij mijzelf kan ik af en toe het dromerige verlangen niet onderdrukken dat iets dergelijks met alle bedrijven gebeurt die bezig zijn om haastig gefabriceerde gevaarlijke en overbodige vaccins te fabriceren.

38

Het was rond vier uur in de middag. In de kamer van de hoofddirectie van Chemfarm, geneesmiddelen gigant en wereldmarktleider op een groot aantal deelgebieden, waren rond half vier de champagneflessen klaargezet. Er was werkelijk iets te vieren. Directeur John Welsh had rond een uur of drie het Pentagon gebeld en gevraagd naar generaal Jeremy Hoyt. Als een van de weinige burgers beschikte hij over het rechtstreekse doorkiesnummer van de generaal. Hij had Mabel, Hoyts secretaresse, zijn naam genoemd, wat voldoende bleek om Hoyt zelf binnen enkele seconden aan de lijn te hebben. ‘Hi John,’ hoorde hij de ietwat geaffecteerde stem van de generaal zeggen, ‘vertel, wat heb je voor me.’ ‘Tja, Jeremy, hoe zal ik het zeggen,’ probeerde Welsh de verrassing nog wat te rekken, ‘laat ik het zo zeggen, ik heb alles wat je hebben wilt. We zijn klaar voor productie.’ Aan de andere kant van de lijn bleef het wel een volle minuut stil. ‘Je bedoelt alles?’ hoorde hij Hoyt vragen, ‘allebei de kanten? En alle tests zijn gedaan en er staat ons geen enkele onaangename verrassing meer te wachten?’ ‘Inderdaad, allebei de kanten, en alle tests en onderzoeken hebben een waterdicht resultaat opgeleverd’ antwoordde Welsh. Hij zuchtte diep. ‘Er is in de afgelopen tien jaar genoeg misgegaan, vind je niet? Je zou er bijna het hoofd bij laten hangen, maar goed, dat hebben we niet gedaan zoals je weet. En nu zijn we op het punt gekomen waarvan we kunnen zeggen dat we langs een nieuwe weg geslaagd zijn, waar anderen gefaald hebben. Echt waar Jeremy, vandaag ben ik zo trots op ons werk, trots op onze wetenschappers en trots op wat ik voor het meest fantastische land ter wereld mag betekenen, dat ik er bijna geen woorden voor heb.’ Welsh zweeg even. Hij leek een brok in zijn keel weg te slikken. ‘Jeremy,’ ging hij verder, ‘dit kan niet anders dan de mooiste avond in mijn leven zijn en in ieder geval de mooiste in onze samenwerking. Ik weet dat het al wat laat is, maar hoe snel kun je hier zijn. Alles staat klaar voor de meest verbluffende demonstratie die je ooit hebt gezien. Hoe dan ook, het is tijd voor een klein feestje.’ ‘Ik had het al een beetje verwacht,’ hoorde hij Hoyt aan de andere kant zeggen, ‘mijn agenda is voor de komende twee dagen leeg. Onze jet staat klaar en als alles meezit ben ik over één à anderhalf uur bij je.’ ‘Er wacht je een hele mooie demonstratie. Tot straks!’ riep Welsh. Hij schakelde zijn mobiele telefoon uit en liet hem in zijn jaszak glijden. 

Het gezelschap, bestaande uit de zevenkoppige directie, het hoofd van de sectie neurochemie, Edward Dale en een achttal van zijn naaste medewerkers maakte gretig gebruik van het rijkelijk van allerlei luxe heerlijkheden voorziene buffet dat stond uitgestald, waarbij de champagne rijkelijk vloeide. Een tweetal kelners in het zwart zorgde dat het de aanwezigen aan niets ontbrak. ‘Jongens, een klein beetje rustig met de drank,’ riep Welsh nog. ‘Het is niet de bedoeling dat we allemaal bezopen zijn voordat Hoyt straks binnenkomt.’ Er klonk een licht gemor, maar gelukkig was er genoeg te eten om de uitgelaten stemming erin te houden.

Een kilometer of tachtig ten noordoosten van Green Bay aan Lake Michigan in de uitgestrekte bossen van Wisconsin lag het Chemfarm complex. Jaren eerder hadden ze door medewerking van het Pentagon toestemming gekregen om het bedrijf daar neer te zetten. Er was ook werkelijk alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat er geen enkele schadelijke uitstoot plaats vond, zomin in het water als in de lucht. In de wijde omtrek stond het bedrijf aangeschreven als heel milieuvriendelijk. Er waren bij de bouw aanvankelijk wat protesten van de milieuverenigingen geweest, maar die hadden werkelijk in alles hun zin gekregen. De grootste problemen hadden ze ondervonden van de een of andere geflipte journalist, ene Herbert Harrison, die ooit met de staart tussen de benen was vertrokken bij de Washington Post, nadat hij met een waanzinnig verhaal was gekomen, wat een enorme canard bleek te zijn. Die Harrison was een van de ergste milieufanaten die er rondliepen. Hij had werkelijk elke juridische truc uit de kast gehaald om tegen te werken. Uiteindelijk had hij bakzeil moeten halen. De vergunning om in deze prachtige natuurlijke omgeving te bouwen was uiteindelijk vrij gemakkelijk gegeven.

Het bedrijf bezat de patenten van veel moderne psychofarmaca die het dan ook over de gehele wereld exporteerde. Veruit het bekendst waren de gedrag beïnvloedende medicijnen die ervoor moesten zorgen dat mensen met ernstige gedragsproblemen zich in de maatschappij met zo weinig mogelijk problemen staande konden houden en sociaal niet vereenzaamden.

Op het bedrijf werkten rond vijfhonderd productie- medewerkers die voor het merendeel afkomstig waren uit Green Bay plus een dertigtal wetenschappers, die zich bezig hielden met research en ontwikkeling.

De grootte van het gehele terrein was ongeveer anderhalve vierkante kilometer. Het achterste deel was afgezet met een hoge prikkeldraadversperring waaraan men borden kon zien hangen die vermeldden dat het prikkeldraad onder stroom stond. Zowel wee meter buiten als binnen deze afzetting was nog een dergelijke versperring die moest voorkomen dat mensen per ongeluk geëlektrocuteerd werden. Daar stond geen spanning op. De toegangspoort tot deze sector werd bewaakt door zwaar bewapende politiemensen, waarvan er  altijd een aantal rond het gebied patrouilleerden. Op het afgesloten deel van het terrein bevond zich een drietal barakken waar gevangenen woonden die zich – zoals het heette – vrijwillig beschikbaar hadden gesteld voor de ontwikkeling van de medische wetenschap. Het waren mannen en vrouwen die weinig of geen familiebanden hadden en die allen gedetineerd waren wegens zware geweldsdelicten. Overigens was hen strafvermindering in het vooruitzicht gesteld als beloning voor hun medewerking. Ook was er op dat deel van het terrein een onderzoekkliniek die drie verdiepingen bovengronds had en waren er ondergronds nog twee etages die ingericht waren voor de productie van zeer bijzondere geneesmiddelen. De helft van de diepst gelegen etage werd ingenomen door een ruimte die hermetisch van de buitenwereld kon worden afgesloten en die officieel bedoeld was voor het onderzoek van groepsprocessen.

De gevangenen genoten er veel voordelen ten opzichte van het leven dat ze in de gewone Amerikaanse gevangenissen gewend waren. Er waren educatieve programma’s er werd veel aan sport en spel gedaan en het eten was zonder meer goed te noemen. Niettemin was ontsnappen volstrekt onmogelijk gemaakt. Af en toe overleed een gevangene, waarvoor altijd een natuurlijke oorzaak werd gevonden. De zwaar bewapende politiemacht die de boel bewaakte had overigens opdracht te schieten om te doden als er toch een gevangene aan de verkeerde kant van het hek mocht belanden.

Generaal Jeremy Hoyt was rond zes uur geland op een klein militair vliegveld in de buurt van het complex. Er stond een auto met chauffeur op hem te wachten die hem rechtstreeks naar Chemfarm bracht. De rit duurde nauwelijks een half uur en de generaal stapte rond half zeven de bestuurskamer binnen. John Welsh kwam met uitgestoken handen op hem af om hem te begroeten. De generaal knikte minzaam, bleef vormelijk als altijd en drukte de uitgestoken rechterhand van Welsh met de zijne met de palm naar beneden en zodanig uitgestrekt dat het duidelijk voor Welsh en wie er ook maar omheen stond dat de hand de enige aanraking was die de generaal toestond. Een van de kelners bracht de generaal een glas champagne, dat hij aannam. Met het glas in de hand keek hij John Welsh afwachtend aan.

‘Goed, Jeremy,’ begon Welsh, ‘voor alle duidelijkheid, wat je te zien krijgt hebben we gefilmd. Het heeft volgens mij weinig zin om jou rond te laten lopen tussen het soort mensen dat we als proefpersonen gebruiken. Met het materiaal is op geen enkele manier geknoeid. Er is behalve wat dubbel was opgenomen niets weggelaten, trouwens, ook dat hebben we bewaard. Eerlijk gezegd zijn wij zelf na zes jaar afrondend onderzoek en testen eigenlijk verbaasd dat de oplossing voor het immense probleem dat je ons hebt aangereikt zo simpel was. Zoals je weet hebben we een lange historie als het gaat om gedragsbeïnvloeding met behulp van psychofarmaca. Daarbij ging het in het verleden altijd om patiënten. In dit onderzoek hebben we te maken gekregen met de beïnvloeding van het gedrag van gezonde mensen, mensen die in elk geval niet met een medische of psychiatrische indicatie zijn binnengekomen volgens de indertijd door jou gegeven richtlijnen.’ Hij zweeg even en keek Hoyt aan, die alleen maar knikte. ‘We hebben maandenlang diepgravende ethische discussies gehad over de vraag of wij als farmaceutisch bedrijf wel onze medewerking konden geven aan het ontwikkelen van dergelijke stoffen. Jij hebt ons namens de president een en andermaal voldoende zekerheid en speelruimte daaromtrent weten te geven en we zijn aan het werk gegaan. Inmiddels zijn we alweer bij een derde president in het Witte Huis aangeland en persoonlijk zou ik er veel genoegen in scheppen om eenmaal zelf dit prachtige project aan onze president te mogen presenteren.’ Het toch al ondoorgrondelijke gezicht van Hoyt verstrakte. ‘Alles op zijn tijd, John. Die afspraak met de president komt, maak je geen zorgen. Eerst mag je het mij allemaal laten zien.’ Hoyts stem klonk zeer afgemeten. ‘Oh, nee, Jeremy, vergeef me mijn onhandige opmerking, enthousiasme moet je maar denken. Net wat je zegt, alles op zijn tijd.’

Er viel een korte stilte die pijnlijk had kunnen worden als niet juist een van de twee kelners met nieuwe glazen champagne was langsgekomen. Hoyt pakte een glas en wandelde ermee naar de hoge glaswand die de directiekamer scheidde van een breed dakterras. Hij draaide zich half om naar zijn gastheer die ietwat verbouwereerd was blijven staan. ‘Verdomd mooi uitzicht heb je hier,’ zei hij, abrupt van onderwerp veranderend. ‘Geen enkel gebouw in de verre omtrek. Niets dan natuur. Prachtig.’

Welsh wist zich even geen raad met zijn houding. Hoyt kon soms om voor hem onduidelijke redenen van het ene op het andere moment een ijzige atmosfeer creëren. Niet zo dat het gesprek helemaal doodviel, nee, dat niet. Het was meer dat je voelde dat de man absoluut geen tegenspraak duldde en dat het maar verstandiger was je daaraan te houden. John Welsh voelde zich plotseling heel onbehaaglijk. Diep in zijn hart was de twijfel aan de juistheid en de legitimiteit van het project altijd blijven knagen. De agressie in de wereld onderdrukken met een stof in de atmosfeer, een stof waar niemand om had gevraagd en die het onmogelijk maakte voor mensen om zich fanatiek te weer te stellen. Mensen mochten er vooral niets van merken. Hun normale leven bleef zich afspelen zoals het altijd had gedaan. Ze konden alleen niet meer woedend worden, zich te weer stellen, vechten, ook niet als het misschien wel moest. Een stof bovendien, waarvan slechts zo onwaarschijnlijk weinig in de atmosfeer verspreid hoefde te worden om effect te hebben, dat het zeker met behulp van de huidige en meest geavanceerde meetapparatuur niet te detecteren viel, nog afgezien van het feit dat de stof buiten zijn bedrijf volledig onbekend was. Een klein bijkomend voordeel van wat er uiteindelijk tot stand was gekomen was dat mensen ook niet meer in paniek konden raken. Dieren trouwens ook niet. Wat echter het meest aan hem was blijven knagen was de stof die ze speciaal voor het Amerikaanse leger hadden moeten ontwikkelen, een stof die de eerste inactief maakte.

De uiterste consequentie was hem maar al te duidelijk. Het Amerikaanse leger kon als enige organisatie wereldwijd iedere gewelddadige actie ondernemen, zonder daarbij op tegenstand van enige betekenis te hoeven rekenen. Geen mens zou meer dan lijdelijk verzet kunnen bieden. Het leek allemaal zo mooi in het begin. Er was zo ongelooflijk veel geld beschikbaar, maar de groeiende steen in zijn maag vertelde hem steeds duidelijker dat hij zijn ethische apothekersziel aan de duivel had verkocht.

Generaal Hoyt draaide weg van het raam en liep weer op Welsh af. Zijn gezicht leek weer ontspannen. ‘Heb je hier misschien een informatiemap met een uittreksel van het onderzoek. Ik heb de mijne op kantoor in de kluis laten liggen, omdat hij uiteraard de deur niet uit mag, maar misschien heb je een korte samenvatting van wat ik straks ga zien. Ik houd niet zo van verrassingen, zoals je weet.’ ‘Oh ja, natuurlijk’ zei Welsh met opgetrokken wenkbrauwen, ‘een ogenblikje.’ Hij beende weg om even later terug te komen met een tamelijk lijvige ordner. ‘Alsjeblieft,’ zei hij. ‘Via de tabbladen kun je gemakkelijk…’  ‘Ja, ik vind het wel,’ onderbrak Hoyt hem ongeduldig. ‘Kan ik me hier ergens even tien minuten terugtrekken?’

Welsh begon zich steeds onbehaaglijker te voelen. Het feestelijke gevoel van het begin van de middag was door het ijzige gedrag van de generaal verdwenen. Ongemakkelijk gebaarde hij Hoyt mee te lopen naar de naastgelegen ruimte waar een groot scherm voor digitale projectie stond opgesteld. Hoyt legde de map op een tafeltje, trok de stoel die erbij stond naar achteren en ging zitten. Hij opende de map en bekeek snel de opschriften op de tabs. Ineens realiseerde hij zich blijkbaar dat John Welsh nog achter hem stond, want zonder zijn hoofd om te draaien zei hij: ‘Als je me nu even alleen wilt laten. Als ik klaar ben kom ik vanzelf weer naar buiten.’ John Welsh voelde zich als een schooljongen die betrapt is op een verboden actie. Bijna geluidloos verliet hij de ruimte en sloot de deur zachtjes achter zich.

Bijna een half uur later kwam Hoyt naar buiten met de ordner onder zijn arm. Hij liep rechtstreeks op Welsh af en overhandigde hem de ordner. ‘Zo te zien heb je de zaken inderdaad goed voor elkaar,’ zei hij op goedkeurende toon. Het gezicht van John Welsh klaarde op. ‘Nou, dan wil je nu misschien eerst wel wat eten voordat we de film gaan bekijken,’ begon hij hoopvol, want zelf had hij in afwachting van Hoyts komst nog niets gegeten. ‘Dat kan straks wel,’ was Hoyts korte antwoord, ‘Ik heb in het vliegtuig al iets gegeten. Laat mij eerst die film maar zien. Oh, voor we daarmee beginnen, ik hoef dit hele gezelschap er niet bij te hebben. Het is voldoende als jij erbij bent en het hoofd van je neurochemie afdeling…eh…Dale, is het niet?’

John Welsh voelde nu ergernis in zich opkomen door het arrogante gedrag van Hoyt.. Zijn feestelijke stemming was al tot het nulpunt gezakt en nu kreeg hij ook nog niet de gelegenheid om iets te eten. Hij had spijt dat hij daarmee op Hoyt gewacht had. Hij verbeet zijn ergernis, toonde iets dat op een glimlach moest lijken en zei: ‘Okay Jeremy, we doen het op jouw manier, het is tenslotte jouw feestje.’ Hoyt knikte kort. Hij leek de ironie in Welsh’ stem niet te horen. Welsh liep op Dale toe en sprak even kort met hem. Dale knikte. Vervolgens wende hij zich tot de aanwezigen: ‘Mijne heren, generaal Hoyt geeft er de voorkeur aan de demonstratiefilm te zien slechts in gezelschap van doctor Dale en mijzelf.’ Hij schraapte zijn keel en vervolgde: ‘Wie na genoten spijs en drank wenst te vertrekken kan rekenen op mijn volledige begrip daarvoor.’

Hij blikte door de hoge glaswand naar buiten. ‘Vreemd,’ dacht hij, ‘er komt een dikke mist opzetten; dat hebben we niet zo vaak in deze tijd van het jaar.’ Hij haalde zijn schouders op en wendde zich tot Hoyt en Dale en gebaarde in de richting van de deur van de projectie ruimte. ‘Zullen we dan maar, heren,’ zei hij. Dale en Hoyt volgden hem. De deur werd zorgvuldig gesloten.

De meeste aanwezigen wilden eigenlijk wel naar huis en de directiekamer druppelde langzaam leeg. Na tien minuten was iedereen vertrokken.

Het leek wel of het ijle groene gas dat tussen de bomen hing daar plotseling was verschenen. Een diepe stilte hing over het bos. Wind was er eigenlijk nauwelijks. De vreemde groene gaswolk leek zich in tweeën te delen en te verdichten. Op de grond onder een grove den vormden zich twee doorschijnende mensachtige gestalten, een manlijke en een vrouwelijke gestalte. In het weinige licht wat er deze avond tussen de bomen hing was te zien dat de beide figuren  de groene gaswolken als het ware absorbeerden, waarbij ze tegelijkertijd steeds minder doorzichtig werden. Het hele proces nam nauwelijks vijf minuten in beslag.

De man was ongeveer twee en een halve meter lang, de vrouw misschien twintig centimeter kleiner. Behalve hun lichaamsvorm hadden de twee gestalten weinig menselijks. De hoofden waren kaal en leken bedekt met glanzende schubben. De ogen straalden een rood licht uit. De lichamen waren eveneens bedekt met grote, groenachtig glanzende schubben die eerder van metaal gemaakt leken dan van enig organisch materiaal. De beide wezens bewogen zich met hoge snelheid tussen de bomen door in de richting van het Chemfarm complex. Bij het eerste onder hoogspanning staande hek bleven ze even staan. Vanuit hun positie, aan de achterzijde van het hoofdgebouw was juist het dakterras met aan de achterzijde de hoge glaswand te zien. De man keek naar de vrouw en maakte een korte beweging met het hoofd. Beiden hieven de handen. Uit hun geopende handpalmen stroomde een dichte donkergrijze mist in de richting van het dakterras, dat binnen enkele minuten geheel aan het zicht was onttrokken.

Met hoge snelheid bewogen beide figuren zich nu langs het hek in de richting van het achterste gedeelte van het complex, waar zich de gevangenen bevonden. Even stonden ze stil en keken naar een groepje mannen dat daar rondliep, stond te praten met elkaar, sigaretten rookte. Een andere groep vermaakte zich rond een basketbaldoel. Het zag er op het eerste gezicht allemaal heel vredig uit.

De twee draakachtige reuzen hieven gelijktijdig de enorme handen die aan de toppen van de vingers grote kromme nagels droegen. In één flitsende slag haalden ze een compleet segment uit het hek, waarbij knetterende vonken overal om het heen dansten.

De mannen op het terrein hadden het geknetter van de ontladingen gehoord en keken geschrokken in de richting van het hek. De bal van de basketballers rolde doelloos over de grond. Alle mannen stonden als aan de grond genageld en zagen hoe twee reusachtige geschubde figuren met enkele handbewegingen ook het tweede hek kapot sloegen alsof het slechts een lastig spinnenweb betrof.

Aan weerszijden van de ontstane opening in de afrastering bleven de twee angstaanjagende reuzen staan. Er was geen enkel geluid te horen, behalve dan dat ieder van de gevangenen die op het terrein verkeerde in zijn eigen hoofd luid en duidelijk hoorde zeggen: ‘Pak alles wat je mee wilt nemen en verlaat dit terrein zo snel als je kunt. Zorg dat je zo ver mogelijk van dit terrein verwijderd raakt.’

Er viel een diepe stilte. Een aantal van de mannen was al in beweging gekomen, maar sommigen aarzelden. ‘Opschieten,’ klonk het in hun hoofden, ‘zo snel en zo ver mogelijk weg!’ Vijf minuten later renden door de bossen rond het Chemfarm terrein honderdvijftig mannen en vrouwen, allerlei spullen in plastic tassen en koffertjes met zich meeslepend.

De twee draakachtige reuzen waren weer doorzichtig geworden en losten op in twee groenachtige gaswolken die samensmolten en in het niets leken te verdwijnen. Van de zwaar bewapende politiemacht die het terrein moest bewaken was geen spoor te bekennen.

In de projectiekamer had Welsh de DVD in zijn laptop gestopt en de kabel van het grote digitale projectiescherm in een van de USB bussen van de laptop gestoken. Hoyt zat in afwachting naar het nog lege scherm te kijken en Dale bladerde nog wat in zijn papieren. ‘Vertel mij even wat ik te zien krijg,’ wendde Hoyt zich abrupt tot Dale. Welsh trok zijn wenkbrauwen op. Hij had tamelijk veel wat hij maar noemde militaire lompheid van Hoyt meegemaakt in de jaren dat er nu aan de opdracht werd gewerkt, maar vandaag had Hoyt zichzelf in dat opzicht ruimschoots overtroffen. Terwijl hij zachtjes hoofdschuddend naar de generaal keek besloot hij dat Hoyt waarschijnlijk zo gespannen was, dat hij nu alle goede omgangsvormen maar had laten varen.

‘Wij hebben,’ begon Dale met een blik naar zijn directeur, die hem nauw merkbaar toeknikte, ‘de honderdvijftig speciaal geselecteerde gewelddadige misdadigers in een ruimte bijeen gebracht, waarin zich overal onzichtbare camera’s bevinden. U zult zien dat er binnen vijf minuten ruzies ontstaan en dat er daarna binnen enkele minuten overal zeer gewelddadige vechtpartijen uitbreken. Binnen tien minuten moet er voor het leven van sommige van deze mensen al gevreesd worden. Volledigheidshalve vertel ik u erbij dat de ruimte overal glad is afgewerkt en dat hij hermetisch van de buitenwereld is afgesloten op een klein luikje bovenin de achterwand na. Op het hoogtepunt van de gewelddadigheden zult u dit luikje in beeld krijgen. Het gaat heel even open en er komt een vlieg de ruimte binnen gevlogen. Het lichaam van deze vlieg hebben wij ingesmeerd met de stof die de agressie moet wegnemen.’ ‘En dat moet effect hebben?’ vroeg Hoyt sarcastisch. Dale wendde zich bruusk naar de laptop en drukte op ‘enter.’ Het grote scherm werd nu gevuld met een beeld van een steriel ogende witte ruimte waarin zich een grote groep mannen bevond die allemaal op geagiteerde wijze met elkaar spraken. Het geluid was vrij hard en een aantal van de conversaties was goed te volgen.

‘Wat moeten we godverdomme in dit klote hok,’ werd er geschreeuwd. Twee mannen direct vooraan in het beeld leken weinig op elkaar gesteld. Een van de twee, iets kleiner dan de ander keek wat angstig. ‘Ik wil die rotkop van jou niet in mijn buurt zien,’ brulde de ander en gaf de kleinere een harde duw met twee handen, zodat hij achterover op de grond belandde. Maar met een onverwachte snelheid stond hij weer op zijn benen. Zijn aanvaller had zich inmiddels omgedraaid naar een stel mannen die achter hem stonden te lachen om wat ze zagen gebeuren. Toen de kleinere tegenstander echter zo snel weer op zijn voeten stond riepen de lachende toeschouwers: ‘Hé Jack, daar is ie weer, hij kan je maar niet vergeten.’ De grote man draaide zich om en haalde uit met zijn rechter vuist. Voor hij echter zijn stoot kon plaatsen had de kleine man hem al keihard in het kruis getrapt. De voorgrond van het beeld ontaardde nu in een algehele vechtpartij. Iedereen bemoeide zich er mee en iedereen sloeg of trapte iemand anders. Er ontstonden groepjes die anderen insloten en sloegen en trapten waar ze maar konden.

In beeld kwam nu een Klein schuifpaneel dat langzaam open schoof. Een sterk vergroot beeld toonde een zwarte vlieg die weg vloog uit de kleine ruimte achter het paneel. Enkele ogenblikken bleef de camera de vlieg volgen om vervolgens weer over te gaan op de eerdere instelling. Er gebeurde werkelijk iets heel vreemds. De mannen die hard aan het vechten waren stonden plotseling aarzelend op, keken weifelend om zich heen. Overal hielpen mannen eerdere tegenstanders overeind, keken bezorgd naar de bloedende koppen die ze zelf hadden veroorzaakt, haalden hun schouders op, riepen sorry. Complete ontreddering, maar er was wel rust en een einde aan de gevechten.

Dale stopte de projectie. Hoyt draaide zich met gefronste wenkbrauwen om. ‘Is dit de hele film?’ vroeg hij kortaf. ‘Nee generaal,’ zei Dale afgemeten. ‘Ik heb de demonstratie even onderbroken om u nog even attent te maken op het feit dat de minimale hoeveelheid van het middel op de vlieg ruim voldoende was voor een snelle pacificatie van deze agressieve groep….’ ‘Ik heb het protocol gelezen,’ onderbrak Hoyt hem…‘En verder,’ ging Dale onverstoorbaar voort, ‘leek het mij goed voor de duidelijkheid om erop te wijzen dat de tweede vlieg, die zo dadelijk de filmscène binnenvliegt, de stof meedraagt die we speciaal voor het leger hebben ontwikkeld en die bedoeld is om het effect van de eerste stof teniet te doen.’ Hoyt knikte. ‘Het was me al duidelijk,’ zei hij en keerde zich weer naar het projectie scherm. Dale liet zich niet van de wijs brengen door het botte gedrag van de generaal. ‘Uiteraard zullen we voor de militairen een andere – en voor hen meer voor de hand liggende toedieningsvorm kiezen. De vlieg is hier alleen maar gekozen omdat we met een gesloten ruimte te maken hebben waar we het tegengestelde effect van beide stoffen wilden demonstreren. Hoyt knikte zonder zich om te draaien en Dale liet de projectie verder gaan.

Nu ging opnieuw het schuifpaneeltje in de wand open en werd een grijze vlieg zichtbaar die even snel als de eerste weg vloog uit de kleine ruimte. Het beeld liet zien hoe de honderdvijftig mannen nagenoeg plotseling weer terugkeerden naar de agressieve houding die ze hadden vertoond voor de eerste vlieg was binnen gelaten. Overal in de ruimte werd nu zwaar gevochten. Opnieuw onderbrak Dale de projectie. Hoyt draaide zich om, maar zijn gezicht leek nu minder gespannen. ‘Ik veronderstel dat het vervolg een herhaling van zetten betreft?’ zei hij opstaand. ‘Ja, Jeremy, inderdaad, ‘ mengde Welsh zich in het gesprek. ‘En behalve dat hebben we alle mannen die daar waren geïnterviewd aangaande hun ervaringen daar in die ruimte. Ook al die interviews staan op video en als je wilt… Hoyt hief nu beide handen en zei: ‘het is duidelijk. Ik ben me ervan bewust dat mijn nieuwsgierigheid het daarstraks even won van mijn geduld, maar nu heb ik toch de neiging om jullie geluk te wensen. Jullie hebben het geflikt. Dit zal een van de belangrijkste dagen blijken in de geschiedenis van Amerika. Ik zou zeggen: Nu is het tijd voor champagne. Hij kwam met uitgestoken handen op de beide wetenschappers af. Welsh en Dale keken elkaar aan met een blik van verstandhouding. De ijzeren generaal, zoals ze hem onderling wel eens noemden, was kennelijk eindelijk tevreden, voorlopig althans.

‘Zal ik dan maar eens even wat bediening laten aanrukken?’ stelde hij voor. Hoyt knikte instemmend en Welsh wandelde in de richting van de deur die ze minder dan een uur geleden zo zorgvuldig achter zich hadden gesloten. Toen hij echter halverwege de afstand was die hij moest afleggen klonk er een scherpe klik die galmde door de ruimte. De drie mannen keken elkaar enigszins verbaasd aan. Welsh liep door en greep de deurknop. Er was echter geen beweging in te krijgen. Geërgerd haalde hij zijn mobiele telefoon uit zijn zak en begon een nummer in te toetsen. Halverwege hield hij daarmee echter op toen de telefoon in zijn hand gloeiend heet werd en hij hem geschrokken op de grond liet vallen. ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg Hoyt streng. ‘Iets heel vreemds,’ antwoordde Welsh met half dichtgeknepen ogen. ‘De deur zit op slot. Die deur kan helemaal niet op slot want het is een gewone niet afsluitbare binnendeur. Verder werd mijn telefoon gloeiend heet toen ik probeerde te bellen.’ ‘Hier, neem de mijne,’ zei Hoyt, zijn mobieltje uit zijn jaszak pakkend. Voor hij het ding aan Welsh had kunnen geven moest hij het echter laten vallen. In opperste verbazing stond hij in zijn handpalm te kijken waar een rood verbrande plek zichtbaar werd. ‘Maar dit is toch te krankzinnig,’ hijgde hij. ‘We moeten hieruit.’ Besluiteloos keken de drie mannen elkaar aan.

Er leek een verandering in het licht plaats te vinden. Gedrieën draaiden ze zich in de richting van het grote projectiescherm. Het scherm vertoonde een vreemde lichtgevende groene kleur die van het scherm begon af te stromen en midden in de zaal een steeds dichter wordende groene wolk vormde. Na een minuut, alles ging heel snel, deelde de wolk zich in twee delen. Tot hun ontzetting zagen de mannen binnen de bolvormige wolken twee reusachtige doorzichtige figuren ontstaan. Het was als of hun doorzichtige lichamen het gas absorbeerden, terwijl hun vormen steeds concreter werden. Ze zagen er werkelijk angstaanjagend uit. Gepantserde reuzen leken het. Roerloos stonden ze daar naast elkaar. Angst en afgrijzen maakten zich van de drie mannen meester.

Plotseling werd de doodse stilte verbroken door een krakend geluid. De luidsprekers van de geluidsinstallatie lieten een stem horen., maar het leek geen menselijke stem. In een harde metalen klank kwam de boodschap….‘Kijk maar generaal Hoyt, dan kunt u eindelijk uw vorige greep naar de wereldmacht in actie zien. Uw huidige poging wordt hier en nu beëindigd. Definitief!’

Er viel een angstige stilte. Uiteindelijk riep Hoyt: ‘maar wat moet dit, wat stelt dit allemaal voor, zijn jullie helemaal gek geworden?’ Er kwam geen antwoord. De twee geschubde reuzen staken hun armen omhoog en uit het hoge plafond barstte een zware moessonbui los. Bliksemschichten doorkliefden de ruimte. Dan stroomde het water neer op de twee figuren die daar als beelden stonden. Een fel groen gekleurd gas ontsnapte tussen de groen glanzende schubben die hen bedekten.

De explosie die volgde blies in één keer alle gebouwen op het terrein op.

De brandweer uit Green Bay die op het geluid van de enorme explosie was uitgerukt, omdat men veronderstelde dat de bedrijfsbrandweer wel wat hulp zou kunnen gebruiken, arriveerde drie kwartier na de explosie. Onder de brandweermannen overheerste verbijstering en ongeloof.

Waar het Chemfarm complex had gestaan was nu een krater in de bodem die in het midden zeker vijf en twintig meter diep was. De wanden van de krater vertoonden overal verglaasde plekken die leken te duiden op extreem hoge temperaturen tijdens de explosie. Radioactieve straling had men echter niet kunnen meten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.