Hapjes

Ja, precies, hapjes, veel te vaak en veel te veel. Ik hoop dat ik er nu definitief een punt achter heb gezet en natuurlijk hoop ik ook dat ik er ruimschoots op tijd mee ben.            Nou weet je, echt dik ben ik niet, vind ik zelf. Met een lengte van een meter zesentachtig en een gewicht van honderd en twee kilo was ik aan de stevige kant, maar het begon me te hinderen. Ik schreef er al eens eerder over, dat ik me ergerde over het feit dat ik mijn veters moest strikken met de voet op de knie. Dan komt die strik onvermijdelijk aan de binnenkant te zitten, in plaats van in het midden, waar hij hoort.    Wat ik je vandaag even vertellen wil is dat ik weer gemakkelijk vooroverbuigend mijn schoenen kan strikken zonder volledig buiten adem te raken. Vijf kilo ben ik inmiddels kwijt.

Natuurlijk had ik al een hele tijd door dat zelfs dat gemiddelde overgewicht me behoorlijk begon te hinderen. Ik ging naar de sportschool, drie keer in de week.            Dat hielp niet. Ik bleef precies even te zwaar. Bovendien zat daar voor mij een extra bezwaar aan. In zo’n sportschool ben je voortdurend bezig allerlei dwaze bewegingen te maken die geen enkel ander doel dienen dan dat je ze maakt. Ik bedoel, je bereikt er niets mee. Je fietst, maar je komt niet vooruit en je gaat nergens heen. Je richt je op en je gaat weer liggen, maar opstaan doe je niet. Oh, het zal best aan mij liggen hoor, maar zomaar bewegen zonder een ander doel dan dat je die beweging maakt ervaar ik als dodelijk saai. Dus met die sportschool ben ik na een half jaar opgehouden.

Trouwens, hardleers ben ik ook. Na een tijdje niets aan mijn gewichtige lijf te hebben gedaan dacht ik: zo gaat het natuurlijk niet goed, Petertje. Zo word je steeds zwaarder. En opnieuw dacht ik dat er dingen moesten worden aangeschaft om de aanval op mijn zwaarlijvigheid in te zetten.                                                                                                  Twee dingen schaften we aan, een hometrainingsfiets, je weet wel, trappen in alle gradaties van licht tot zwaar en een extra Tv toestelletje. Want als ik zit te trappen en ik word daarbij niet afgeleid van de ridicule zinloosheid van waar ik dan nu weer mee bezig ben, dan stap ik na vijf minuten alweer af.                                                              Die fiets staat er, op de slaapkamer. Ik moet zeggen dat ik wel merkte dat ik gemakkelijker de twee trappen naar onze slaapkamer begon op te lopen, maar gewicht kwijtraken, nee hoor.                                                                                                            Bij mij zakt dan al vrij snel de motivatie om op zo’n ding te gaan zitten trappen. Trouwens, het kost me sowieso al vaak de grootste moeite om langer dan een kwartier geboeid naar welke tv-uitzending dan ook te kijken.

Eigenlijk werd ik pas op een bruikbaar spoor gezet door mijn vriend Bas. Bas is een buitenmens. Goed, hij is elf jaar jonger dan ik, maar toch intussen ook de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd. Bas wandelt elke dag, weer of geen weer, in een stevig tempo een uur lang door de Larense dreven.                                                    Bovendien verstaat hij de kunst om dingen op een zodanige manier te vertellen dat je als toehoorder overtuigd raakt van de heerlijke gevoelens die je deel kunnen worden als je doet wat hij doet. Dat is knap, zeker als je weet hoe ongelooflijk eigenwijs ik ben.

Ik heb naar Bas geluisterd. Ik moet zeggen dat er in het begin veel tandengeknars en vooral pijn in mijn heupen aan te pas kwam. Om eerlijk te zijn: een kwartier lopen in een stevig tempo en dan was ik blij dat ik weer voor onze eigen voordeur stond. Nu zit ik op een half uur en mijn heupen protesteren ook niet meer.

Maar lopen is niet het enige dat ik in mijn leven heb veranderd.                                      ’s Morgens doe ik een theelepel Baking Soda in een groot glas water en daarin het sap van een halve citroen. Vervolgens pas ik een oud trucje toe om met weinig voedsel toch een voldaan gevoel te hebben. En denk nou maar niet dat het onzin is, want het werkt echt.                                                                                                                                  Je neemt één boterham. Wat je erop doet moet je zelf weten. Ik raad je aan iets te nemen waar geen suiker in zit. Die boterham snijd je in acht of tien stukjes. Elk stukje kauw je zo lang dat het in je mond pap is geworden voor je het inslikt. Pas als je mond helemaal leeg is pak je het volgende stukje. Dus niet met het volgende stukje al in je hand zitten te wachten tot je mond leeg is. Liggen laten!                                                  Je zult merken dat je aan die ene boterham voldoende hebt.                                            Doe bij de lunch het zelfde.                                                                                                ’s Avonds eet je zoals je gewend bent, hoewel, het is waarschijnlijk beter wat terughoudend met aardappelen te zijn. Moet je zo nodig iets snoepen, bedenk dat dat twee koekjes alleen maar meer zijn, niet lekkerder dan één koekje.

Zoals ik in het begin al zei, ik ben nu vijf kilo kwijt. Ik ben nu een maand bezig op deze manier. Mijn oude ongedurigheid begint weer terug te komen, maar ja, dat is voor mij niet zo erg, toch?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s