Zwarte gaten, het einde of het begin

Niet lang geleden zag ik een televisie uitzending waarin Robert Dijkgraaf over zwarte gaten sprak. Nu weet ik wel dat een dergelijk onderwerp zich over het algemeen in een beperkte belangstelling mag verheugen, maar mij fascineert het al zo lang het onderwerp rondzoemt en in allerlei toonaarden steeds weer terug in het nieuws komt. En nu, nu ik in onze kleine vriendenkring wordt geconfronteerd met de dood van een dierbare vriendin heb ik behoefte om… nee, niet om dingen te verklaren, maar misschien alleen om ze verwonderd naast elkaar te leggen.

Bijzonder is dat in het exacte centrum van ons melkwegstelsel een groot zwart gat ligt. Of groot, ik heb eigenlijk geen idee hoe groot een zwart gat is. Wel dat het heel zwaar is. Een heel klein stukje, bijvoorbeeld een kubieke millimeter zou al vele honderden tonnen wegen.

Waarschijnlijk is dat bij de overgrote meerderheid van alle andere melkwegstelsels ook in het centrum zich een zwart gat bevindt. De vaste plek van het zwarte gat maakt dat de horizon van het gat alle sterren en zonnestelsels ongemoeid laat.

Een belangrijke ontdekking van Stephen Hawking is dat de zwarte gaten niet alleen alles opzuigen wat in hun buurt komt. Ze stralen ook. Ze stralen warmte uit: infrarood, lage frequenties. Saillant detail trouwens. Het zichtbare licht, dat zijn de hogere frequenties – en dus de kortere golflengten – kunnen het zwarte gat niet verlaten, de lage frequenties als infra rood, warmte – de langere golflengten – wel. Welke lage tot zeer lage frequenties, radiogolven en wat heb je allemaal, worden nog meer door zwarte gaten uitgezonden en wat zijn daarvan de effecten. Is een zwart gat misschien afbreker en schepper tegelijk? Wie zal het zeggen. Toen ik vernam dat de zwarte gaten toch een flinke uitstraling hebben dacht ik: in ieder geval is voor mijn gevoel nu het zwarte gat iets minder dodelijk definitief.

Het gevoel dat ik, blijkbaar ten onrechte, altijd met betrekking tot zwarte gaten heb gehad was dat ze het einde van alles betekenden. Dat laatste blijkt nu toch niet het geval te zijn. Misschien geven zwarte gaten wel net zoveel energie af als ze opslorpen.

Verder vertelde Dijkgraaf over het verschil tussen de waargenomen werkelijkheid van wat we waarnemen en de persoonlijke werkelijkheid. Dat is voor de meeste mensen trouwens een heel heikel onderwerp. Wij zijn gewend te denken dat de werkelijkheid voor alles een iedereen gelijk is. Wat we waarnemen als iets een zwart gat nadert is dat het met toenemende snelheid wordt opgeslorpt. Dat wat echter het zwarte gat nadert ziet de tijd steeds langzamer verstrijken tot de tijd aan de horizon van het gat stil staat en degene die het gat nadert voor eeuwig als een projectie in de horizon gevangen houdt.                         Dit brengt me op een voor mij nieuwe kijk op de schepping van materie, maar ook van nieuw leven.

Eens kijken of ik uit datgene wat ik tot dusver meen te begrijpen een niet alleen helder, maar vooral  ook hoopvol wereldbeeld kan bedenken: Vanuit ons, het leven en de levenden bekeken, slorpt het zwarte gat alle materie en alle hogere frequenties op. Wanneer we ons echter binnenin de stroom richting het zwarte gat zouden bevinden gaat de tijd steeds langzamer lopen en komt tot stilstand. Alles wat zich daar bevindt is daarmee onveranderlijk geworden. Dat wil zeggen, het kan zelf niet meer veranderen. Veranderen is namelijk een proces, een gebeurtenis en een gebeurtenis begint op een gegeven moment en houdt na een poosje weer op. Maar als de tijd er nu niet meer is, dan kan dat poosje, die gebeurtenis, ook niet bestaan.

Natuurlijk kun je ook met andere woorden zeggen dat het dood is en in die zelfde denkrichting zou je ook kunnen zeggen dat zwarte gaten een representatie vormen van wat wij de dood noemen. Vanuit de zwarte gaten kunnen evenwel verschillende energieën ontsnappen: warmte, radiogolven en mogelijk nog een groot aantal energetische vormen van lage golflengte die we tot nu toe nog niet benoemd hebben gezien. Warmte brengt in elk geval leven. Dat weten we uit ervaring.

Die vrijkomende energieën zullen bijna zeker op hun weg naar buiten de tijdloosheid van de projecties in de horizon passeren, waardoor hun verschijningsvorm zal worden gevormd, zoals licht dat door een dia valt niet langer slechts licht, maar een door de dia gemodelleerde verschijning wordt. En stel je eens voor dat die projecties ruimtelijk zijn en zelfstandig in beweging komen en daarmee het domein van de tijd weer binnengaan. Tja, dan zou de cirkel gesloten zijn.

Het klinkt een beetje dromerig en dat ben ik ook eigenlijk wel, maar zou die geprojecteerde warmte nou ook nieuw leven kunnen zijn. In overdrachtelijke zin is dat in ieder geval wel waar.

Zo was ik een paar dagen geleden al begonnen met het schrijven van dit stukje. Want iets in een keer schrijven is me bijna nog nooit gelukt. En toen gebeurde er binnen mijn vriendenkring iets vreselijks, zoals ik hierboven al toevoegde.

Met mijn Lions Club hielden we een kerstdiner. Er werd zelf gekookt, want we hebben een begaafde amateur kok in de club en met voldoende regie en assistentie was hij er voor de zoveelste keer in geslaagd om een perfect vijf gangen diner neer te zetten.                         Iedereen was vrolijk en een heel klein beetje dronken misschien ook wel. Toen, rond een uur of negen, ging mijn mobiel. Eerlijk gezegd verwachtte ik niemand en met een lichte korzeligheid in mijn stem zei ik: ‘Peter’                                                                                     Heel even was het stil aan de andere kant en toen zei een vrouwenstem: ‘ja Peter, met Jenny. Ik heb droevig nieuws. Saskia is dood.’                                                                     ‘Maar wat is er dan gebeurd, hoe kan dat dan?’ vroeg ik verbijsterd.                                     ‘We hebben gisteravond heel gezellig bij haar gegeten,’ zei Jenny, ‘en vanmorgen was ze niet op een afspraak met haar tandarts, die ook haar schoondochter is. Die heeft Niels, haar zoon gewaarschuwd en die is gaan kijken. Saskia lag dood in bed. Zo maar.’

Ik belde direct Ireen, mijn vrouw. Twaalf jaar lang heeft zij samen met Saskia ons Gooise huurbemiddelingsbedrijf geleid. Toen er bij Saskia de kleinkinderen kwamen is ze gestopt met werken, maar het was net alsof daarna de donkere wolken zich boven haar begonnen samen te trekken. Eerst – ze werkte toen nog – stierf haar oudste zus aan borstkanker. Zij had zich veel te laat onder behandeling gesteld. Haar man Joris was ook klaar met werken toen Saskia stopte. Ze gingen samen leuke dingen doen, reizen en zo, daar hielden ze van.

Joris was vaak kortademig, snel uitgeput. Soms als we met veel mensen bij hen op bezoek waren, viel hij zomaar in slaap. Zeven jaar geleden belandde hij in het ziekenhuis. Tijdens zijn werkzame leven had hij al eens een hartinfarct gehad, maar dat was allemaal over, dacht Joris. Helaas had hij ongelijk.

Twee dagen voor zijn dood bezocht ik hem in het ziekenhuis. Ik zag een heel angstige Joris. Zo had ik hem nog nooit meegemaakt. Een zeer ernstig hartfalen was hem verteld. Hij moest afzien van elke denkbare inspanning. Leven als een kasplantje, zoals hij het zelf noemde.

Hij stierf twee dagen later en ik heb altijd gedacht dat hij Saskia die zware bezorgdheid, die nu eenmaal aan een dergelijke patiënt kleeft, niet wilde aandoen.                                     Sindsdien leefde Saskia alleen, maar flink en praktisch als ze was pakte ze het leven op.

Het ging goed, we zagen dat ze weer vrolijk was en volop aan het leven deelnam.               Een grote, maar vooral ook de laatste steun vanuit het gezin waarin ze geboren werd was broer Wybe, een vrolijke intelligente vent met veel fijnzinnige humor.

Kort geleden waren we bij de uitvaartplechtigheid van Wybe. Ver uitgezaaide prostaatkanker had hem geveld. Saskia had hem in zijn laatste jaar intensief begeleid.     Toen ik haar zag staan, na die plechtigheid, leek ze nog zo flink, zo monter.                         Wij moeten verder en zeuren helpt niet, leek als altijd haar motto, ondanks het feit dat zij zelf ook werd behandeld voor borstkanker. Nee, ze was er gelukkig heel vroeg bij.             Maar toen vriendin Jenny mij vertelde dat ze gestorven was dacht ik: Loslaten is een van de moeilijkste dingen die het leven je kan leren, maar zo snel achter elkaar alles loslaten, waar je zo intensief mee verbonden was, is te veel.

Ach Saskia, wat gaan we je missen, je scherpe oordeel, je quasi luchtigheid als het echt tegen zat, maar vooral je onverwoestbare vriendschap.

Misschien is het een beetje vreemd om het stuk over de zwarte gaten dat ik hierboven schreef tegen mijn eigen twijfel in toch te laten staan, maar misschien ook weer niet, want het ging over het absolute einde der dingen en misschien een nieuw begin.

 

 

Advertenties

3 thoughts on “Zwarte gaten, het einde of het begin

    • Zwarte gaten worden vaak gedefinieerd als bijna oneindig sterke zwaartekracht velden.
      Het is feitelijk heel moeilijk te definiëren wat nu in een zwart gat valt waar te nemen.
      In die zin bestaan ze theoretisch. In onze werkelijkheid en die van de astronomen zijn het verschijnselen in het universum die zo zwaar zijn dat zelfs het licht er niet aan kan ontsnappen.
      En waar geen licht uit kan, het licht als het ware ontbreekt ontstaat de indruk van zwartheid.
      Die plekken zijn waar te nemen Als je dat bestaan kunt noemen bestaan ze echt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s